CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20201142673 Ingekomen vragen

commissie Samenleving 7 januari 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Beantwoording vragen D66 ex art. 38 RvO over afwijzing seksuele diversiteit op scholen356 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen D66 ex artikel 38 inzake afwijzing van seksuele diversiteit op scholen Geacht college, In de Tweede Kamer kwam deze week aan de orde dat er in Nederland scholen zijn die ouders - randvoorwaardelijk voor inschrijving - van kinderen vragen om te verklaren dat zij homoseksualiteit afwijzen. Schokkend hierbij was dat de minister deze handelswijze van (reformatorische) scholen verdedigde. Voor de kinderen op deze scholen bestaat er geen veilige schoolomgeving meer als zij ontdekken een geaardheid te hebben die door de school, door hun ouders en door de families van al hun schoolgenoten wordt afgewezen. D66 vindt dat ieder kind een veilige schoolomgeving moet hebben en dit niet wordt bevorderd door een dergelijke verklaring. Onze fractie heeft daarom de volgende vragen. 1. Deelt het college onze opvatting dat alle scholen in Haarlem/Zuid-Kennemerland de basisbeginselen van vrijheid en gelijkheid in onze samenleving zouden moeten onderschrijven, en dat er daarom op geen enkele school ruimte kan zijn voor het afwijzen van seksuele diversiteit? Zo nee, waarom niet? 2. Zijn er in Haarlem/Zuid Kennemerland scholen die: a. bij toelating expliciet of impliciet een verklaring over de opvatting van ouders ten aanzien van seksuele diversiteit vragen, b. die in verklaringen over hun identiteit direct of indirect uitspreken afwijzend te staan tegenover seksuele diversiteit, c.

in toelatingsgesprekken ouders vragen naar hun visie op seksuele diversiteit? Zo ja, welke scholen zijn dit? Wat doet het college om deze onwenselijke praktijken tegen te gaan? En indien het college kennis heeft van de tekst van dergelijke verklaringen: kunnen wij die ontvangen? 3. Van welke scholen weet het college dat zij vanuit hun visie moeite hebben om alle genderidentiteiten en geaardheden op een gelijkwaardige manier te benaderen of om op een positieve wijze aandacht te besteden aan seksuele diversiteit in het onderwijs? En wat vindt het college daarvan? 4. Scholen zijn belangrijke samenwerkingspartners voor de gemeente op vele vlakken. Indien er scholen zijn die seksuele diversiteit op enige wijze afwijzen of niet heteroseksuele leerlingen als ongelijkwaardig zien, welke invloed heeft dit dan op hoe het college met deze samenwerkingspartners omgaat? Bij voorbaat dank voor de beantwoording. Met vriendelijke groet, Meryem Cimen Raadslid D66 Haarlem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12274711/1