20201131580 Bijlage Tweede Kamerbrief
Tekst van het document
1
Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020
Analyse GGP
Horend bij
GGP en politiecapaciteit
Om de doorontwikkeling van de GGP zo goed mogelijk te kunnen begeleiden en sturen, worden de ontwikkelingen in onder meer de GGP gemonitord en periodiek geanalyseerd. Daarbij wordt gekeken naar alle relevante aspecten van het werken in de GGP. De in-, door- en uitstroom, de capaciteitsontwikkeling, de veranderingen in het werkaanbod etc. Deze bijlage bevat een aantal elementen daarvan. GGP en personeel Formatie en bezetting Op dit moment werken er ruim 46.000 fte opgeleide operationele medewerkers bij de politie. Daarnaast zijn er thans ongeveer 4.600 fte aspiranten in opleiding. Zij zullen de komende jaren aan de slag gaan in een operationele functie. Zoals de figuur hieronder laat zien, werken er ruim 20.000 fte opgeleide operationele medewerkers in de GGP. Dit zijn de politiemensen die aanwezig zijn in de wijk en herkenbaar en aanspreekbaar zijn voor de burger. Zowel bij alle operationele functies als die in de GGP specifiek is er sprake van onderbezetting. Binnen de GGP zijn onder meer wijkagenten werkzaam en ook de agenten die in roosterdienst werken en belast zijn met de incidentenafhandeling, die 24 uur per dag en 7 dagen per week doorgaat. De politie heeft de afgelopen jaren een prestatiedashboard opgezet dat inzicht geeft in de formatie, bezetting en inzetbaarheid tot op teamniveau.
Uit analyse van het inmiddels volledig operationele dashboard blijkt dat de druk op de GGP de afgelopen jaren flink is toegenomen. Overbezetting van teams is bijna overal afgebouwd en op veel plaatsen is er sprake van onderbezetting, met name in de randstedelijke eenheden is de onderbezetting fors. Deze onderbezetting heeft vooral gevolgen voor de medewerkers die kunnen worden ingezet voor de incidentafhandeling. Zoals de figuur hiernaast laat zien, is de formatie voor deze groep medewerkers ruim 15.200 en zijn er op dit moment feitelijk slechts ruim 14.000 fte voor deze taak beschikbaar. Dat betekent dat er sprake is van een onderbezetting van 1.175 fte. De verwachting is dat deze onderbezetting de komende jaren eerst nog groter zal worden, voordat het
Pagina 1 van 6
herstel inzet. De figuur laat ook zien dat er binnen de GGP een lichte overbezetting is van wijkagenten, namelijk van 37 fte. Achtergrond van de druk op de GGP Er zijn meerdere redenen voor de verhoogde druk op de inzetbare capaciteit in de GGP. Zoals bekend, is er in de huidige periode sprake van een verhoogde uitstroom, onder meer als gevolg van pensionering. Tevens verlaten relatief veel agenten de GGP voor functies in andere delen van de politieorganisatie, zoals de opsporing of de intelligence organisatie. Ook zijn er agenten die overstappen naar een baan buiten de politie. Zoals de figuur hieronder laat zien, hebben in 2019 774 fte GGP-medewerkers de politie verlaten; ca. 400 daarvan gingen met pensioen, de rest zette de loopbaan voort buiten de politie. Verder zijn 1.133 fte doorgestroomd naar andere functies binnen de politie. In 965 gevallen betrof dat een andere operationele functie en in 168 gevallen een niet-operationele functie.
Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020
Er is sprake van hoge doorstroom, omdat de GGP in het huidige systeem de ‘kweekvijver’ van de politie vormt. Aspiranten beginnen in het huidige onderwijsstelsel na hun opleiding vooral in de GGP, maar stromen later in hun carrière in de regel door naar functies buiten de GGP. Met de komst van de vernieuwde basispolitieopleiding die volgend jaar van start gaat, zal dit minder sterk het geval zijn, omdat er uitstroomrichtingen voor de GGP en de opsporing komen. De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in uitbreiding van de politie, bijvoorbeeld ten behoeve van ondermijnende criminaliteit, bewaken en beveiligen en digitale opsporing. Zodoende zijn er veel doorstroommogelijkheden ontstaan voor medewerkers uit de GGP. De versterking van organisatieonderdelen buiten de GGP heeft dus vrijwel altijd gevolgen voor de capaciteit van de GGP. Omdat de hoge door- en uitstroom in 2019 niet volledig gecompenseerd kon worden door instroom van nieuwe breed of specifiek opgeleide medewerkers, daalde de bezetting van de GGP per saldo 700 fte. Pagina 2 van 6
Naast het tekort dat is ontstaan ten aanzien van de groep agenten die voor de incidentafhandeling kunnen worden ingezet, zorgt een suboptimale aansluiting tussen werkplanning en piekbelasting binnen dit werk ook nog voor de nodige druk op de roosters. Wijkgericht werken/ wijkagenten Aantal wijkagenten Dat lokale verankering een belangrijk uitgangspunt is voor de Nederlandse politie, komt onder meer tot uitdrukking in de wettelijke landelijke norm dat er per 5.000 inwoners ten minste één wijkagent moet zijn (hierna: norm 1:5.000).1 In 2015 kenden een aantal eenheden nog een onderbezetting bij de wijkagenten (minder wijkagenten dan de formatie). Er is de afgelopen jaren geïnvesteerd om de bezetting van de wijkagenten op orde te krijgen. De bezetting van het aantal wijkagenten is vanaf 2015 toegenomen met circa 362 ft naar 3.555 fte op 31-082020 (zie ook in de figuur pag. 2). Bij vier eenheden was op 31-08-2020 nog een lichte onderbezetting variërend van 2 tot maximaal 17 fte. Kijkend naar de bevolkingsomvang op dit moment, voldoet het aantal wijkagenten landelijk aan de norm 1:5.000.
Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020
Tijdsbesteding wijkagenten In het Inrichtingsplan Nationale Politie is geconcretiseerd dat wijkagenten 80% van hun tijd werkzaamheden ten behoeve van de wijk verrichten. Deze streefnorm is niet wettelijk verankerd. Het is thans niet mogelijk om op basis van politieregistraties absolute aantallen te genereren waarmee de 80%-streefnorm kan worden getoetst. Ik informeerde uw Kamer hierover in het halfjaarbericht over de politie van 4 juli 2019.2 De politieregistraties kunnen wél trendmatig gebruikt worden om enig inzicht te geven in de werking van de 80%-streefnorm in de praktijk. Uit analyse van de urenregistratie van wijkagenten blijkt dat er in 2019 meer uren aan de wijk
Artikel 38a lid 1 Politiewet 2012. Dit betreft een landelijke norm die per eenheid wordt toegepast. 2 Kamerstukken II 2019-2020, 29.628, nr. 896. 1
Pagina 3 van 6
worden besteed dan in 2017. Daarnaast staat het gegeven dat als gevolg van roosterdruk incidenteel de keuze wordt gemaakt om wijkagenten in te zetten voor incident afhandeling. De in de hoofdbrief toegelichte maatregelen dragen eraan bij dat wijkagenten zoveel als mogelijk tijd kunnen besteden aan werkzaamheden in en voor de wijk. Een gegeven blijft echter dat er in de komende jaren druk blijft bestaan op het wijkgerelateerd werk, evenals op ander politiewerk, doordat diverse politiemedewerkers waar nodig ingezet worden voor de incidentafhandeling.
Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020
Tevredenheid van burgers over contact en nabijheid politie In de Veiligheidsmonitor zien we dat de tevredenheid van de burger over het functioneren van de politie de afgelopen jaren is toegenomen: in 2019 was gemiddeld 35,2% van de Nederlandse burgers (zeer) tevreden over het functioneren van de politie in het algemeen.3 In 2015 was dit nog 30,2%.4 Ook ervaren burgers steeds meer dat de politie benaderbaar is en dat de politie contact heeft met de buurtbewoners. In de figuur hieronder wordt per basisteam weergegeven of bewoners contact met de politie in de buurt ervaren. Daarbij wordt 2015 vergeleken met 2019. De kleur oranje betekent bijvoorbeeld dat 35% of meer van de respondenten heeft aangegeven het eens of helemaal eens te zijn met de stelling ‘de politie heeft contact met buurtbewoners’. Te zien is bijvoorbeeld dat in een groot deel van de meer landelijke gebieden, waaronder Friesland, Oost-Nederland, Limburg, Brabant en Zeeland burgers in vergelijking met 2015 meer contact ervaren tussen politie en buurtbewoners. In enkele plattelandsgebieden in Groningen en Noord-Holland lijkt het contact tussen politie en de buurtbewoners te verminderen.
20,9% antwoordde neutraal, 7,0% ontevreden en 36,8% van de respondenten had geen oordeel, uit Veiligheidsmonitor 2019. 4 24,1% antwoordde neutraal, 9,3% ontevreden en 36,4% van de respondenten had geen oordeel, uit Veiligheidsmonitor 2015. 3
Pagina 4 van 6
Het werkaanbod van de GGP De aard en omvang van het werkaanbod van de politie worden onder andere bepaald door kenmerken van de werkomgeving van de politie. Deze kenmerken zijn niet altijd stabiel en ontwikkelen door de jaren heen. Hieronder wordt een aantal opvallende trends in het werkaanbod van de GGP gesignaleerd. Deze zien op de periode 2015-2019. Op eventuele verschuivingen in werkaanbod als gevolg van Covid-19 wordt de vinger aan de pols gehouden, maar het is te vroeg om trends in beeld te kunnen brengen.
Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020
Het verzorgingsgebied van de verschillende basisteams verandert als gevolg van ontwikkelingen zoals de groei van de Nederlandse bevolking en vergrijzing van het platteland, waar op plekken zelfs sprake is van een dreigende leegloop. Deze demografische ontwikkelingen betekenen iets voor de wijze waarop basisteams zijn samengesteld en het werk wordt georganiseerd. Uiteraard pakt dit voor elk basisteam anders uit. Om hier beter zicht op te krijgen, en daardoor beter te kunnen sturen op maatregelen die lokaal werken, is bezien hoe de basisteams van elkaar verschillen en overeenkomen. Een voornaam onderscheid tussen de basisteams is te maken tussen meer stedelijke gebieden en meer landelijk gelegen gebieden met een grotere oppervlakte en lagere bevolkingsdichtheid, wat een andere invulling van de GGP vergt. Daarnaast heeft de bevolkingssamenstelling in een verzorgingsgebied ook invloed op het werk van de basisteams. Opsporing We zien de afgelopen jaren een dalende trend in het aantal geregistreerde misdrijven van ca. 17% tussen 2015 en 2019 op landelijk niveau 5. In 2015 waren dat er ruim 960.000 en in 2019 ruim 800.000. Het overgrote deel hiervan wordt gevormd door de veelvoorkomende criminaliteit (vvc), waarvan de opsporing binnen de basisteams plaatsvindt. Deze aantallen zeggen uiteraard niets over de complexiteit of bewerkelijkheid van zaken.
Evenementen en demonstraties Er worden, afgezien van de huidige periode met beperkingen vanwege het coronavirus, veel evenementen georganiseerd. En ook is het aantal demonstraties in de periode 2015-2019 toegenomen. Hierdoor wordt meer inzet van de politie voor de lokale handhaving gevraagd. De Nationale Ombudsman schrijft dat vanuit diverse regionale politie-eenheden het signaal komt dat demonstraties erg veel vergen van de politie. Op korte termijn moeten er mensen worden opgetrommeld om demonstraties in goede banen te leiden, waardoor soms ook verloven komen te vervallen of ander werk blijft liggen6.
Kamerstukken II 2019-2020, 29.679, nr. 597 (factsheet strafrechtketen). Demonstreren, een schurend grondrecht? (Rapport 2018/015), de Nationale Ombudsman, 14 maart 2018. 5 6
Pagina 5 van 6
Noodhulp en meldingen, w.o. over personen met verward gedrag o Prio 1 en 2 Gemiddeld is in Nederland een daling van het aantal prio 1-meldingen waar te nemen sinds 2015, terwijl de landelijk gelegen basisteams juist te maken hebben met een stijging van het aantal prio-1 meldingen. Het aantal prio-2 meldingen laat overal in Nederland een stijging zien, waardoor het aantal noodhulpmeldingen als geheel met zo’n 4% stijgt. In de figuur hieronder is dat zichtbaar gemaakt.
Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020
o Personen met verward gedrag Een deel van de meldingen wordt verklaard door een stijging van het aantal meldingen van overlast door een persoon met verward gedrag. Tussen 2015 en 2019 was er sprake van een gestage stijging van ca. 51%. 7 In 2015 zijn ruim 66.000 van dergelijke meldingen geregistreerd en in 2019 meer dan 99.000.
o Aantal meldingen per inwoner per verzorgingsgebied Een goed voorbeeld van hoe de demografie van een verzorgingsgebied van invloed kan zijn op het werkaanbod is het overzicht van het aantal noodhulpmeldingen per inwoner in een verzorgingsgebied. In de figuur hiernaast is dit weergegeven voor de meldingen in 2019. Hierbij valt op dat met name stedelijke gebieden, waar de bevolkingssamenstelling divers is, gemiddeld relatief veel meldingen per inwoners kennen. Landelijk gelegen gebieden laten gemiddeld genomen minder meldingen per inwoner zien, maar kennen door hun grotere oppervlakte langere aanrijtijden waar het basisteam rekening mee moet houden. Team Havens in de eenheid Rotterdam is een uitschieter in het aantal noodhulpmeldingen per inwoner. Dit is te verklaren door het zeer lage aantal inwoners in het verzorgingsgebied van dit basisteam terwijl er wel meldingen zijn.
7
Bron: data.politie.nl, geraadpleegd op 15 oktober 2020. Pagina 6 van 6