20201112148 Transcript commissie Samenleving 7 januari 2021
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSCIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 7 januari 2021
1.
19.00 uur Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Ja, goedenavond allemaal. Welkom in het nieuwe jaar, eerste raadsvergadering, of commissievergadering samenleving, op 7 januari. Ik mis nog een iemand, maar die is als het goed is onderweg. We zijn wat later begonnen door de ingelaste raadsvergadering, waardoor helaas ook de agenda iets moest worden aangepast en hierover zo direct iets meer. Ik verzoek u zo veel mogelijk op uw plaats te blijven zitten. U kunt dan uw mondkapje afdoen, en als u gaat lopen graag het mondkapje even weer opdoen. En verzocht wordt via de gebruikelijke routes de zaal te verlaten. Mijnheer Smit en mevrouw Verhagen die zullen digitaal gaan deelnemen aan deze vergadering. Ik heb geen, als het goed is. Ik heb geen berichten van verhindering gehad. Volgens mij is iedereen er ook.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we gelijk maar naar het vaststellen van de agenda. Zoals we weten is de agenda nog aangepast in verband met die ingelaste raadsvergadering. Met de agendapunt doelstellingen wet inburgering, klopt dat, die is doorgeschoven naar de volgende commissie. En door Jouw Haarlem is verzocht om het laatste agendapunt over de toekenning subsidies sociale basis ook door te gaan schuiven. En dit punt komt bij akkoord van u dan ook te vervallen. Is iedereen het daar mee eens? Ja, er is over gecommuniceerd vooraf, goed zo. Mijnheer Sepers. De heer Sepers: Even een puntje van orde. Want we schuiven wel vaak dingen door, want ook de WMO, de stand van zaken met de WMO-aanvragen. Is het misschien een idee, tenzij de agenda in februari heel dicht is, om een extra vergadering om de dingen eens goed af te maken. De voorzitter: Indien we echt klem komen te lopen, dan gaan we het altijd overwegen om te doen. Maar idealiter doen we dat natuurlijk niet. Maar we gaan even kijken hoe dit gaat uitpakken en dat ligt er ook aan wat er weer allemaal geagendeerd gaat worden zo meteen natuurlijk. Maar we proberen wel met name ook de ter advisering stukken die echt af te handelen. De agenda, kunnen we die verder zo vaststellen? Ja, prima.
3.
Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Mededelingen. Zoals u al raadzaam heeft gelezen zal er voor het inkoopproces WMO, jeugd en sociale basis op 21 januari 2021 een raadsinformatiemarkt, digitaal, worden gehouden. De evaluatie van de sociale wijkteams wordt daar tevens bij betrokken. En deze bijeenkomst is vooruitlopend op de eerste politieke discussie die hierover in de commissie samenleving op 4 februari. De raadsleden uit de commissie samenleving zijn uitgenodigd om mee te denken over de concretere invulling en aanmelding. En tot nu toe heeft voor zover ons bekend alleen mevrouw Özogul van de SP zich hierbij aangemeld. Zijn er andere mensen die zich willen aanmelden daarvoor om mee te denken? Ik zie mijnheer El Aichi, o, bijna iedereen. Nou goed, de vraag is dan om dat eventjes bij meneer Haker aan te melden. Het e-mail adres is bekend, phaker@haarlem.nl. En tevens wordt er over dit onderwerp regionaal een digitale informatiebijeenkomst gehouden op maandag 25 januari om 6 uur. En hiervoor krijgt u tevens binnenkort in de raadzaam een uitnodiging voor aan met een aanmeldmogelijkheid. Dan kom ik bij de mededelingen van de wethouders. En volgens mij heeft meneer Roduner nog een mededeling.
1
Wethouder Roduner: Dank u wel voorzitter. Nou ja, die is hier volgens mij ook altijd bijzondere aandacht voor de toeslagenproblematiek, voor zover die voor de gemeente Haarlem geldt. Ik heb u daar eerder denk ik al over verteld dat wij in overleg zijn met de Belastingdienst, om eigenlijk ook gegevens te krijgen van de getroffen Haarlemmers. En zodat wij die ook actief kunnen gaan benaderen en ondersteunen. We hebben in ieder geval al geld gehad van het ministerie van financiën, ongeveer 140 duizend euro, als een soort voorschot om ondersteuning te bieden. En voor zo ver we nu weten wordt er uitgegaan van 111 Haarlemse houderparen. Mogelijk melden zich meer. Dus als inderdaad wij ook die gegevens krijgen, dus dat gaat over de adressen en de persoonsgegevens van deze mensen, dan kunnen wij ook gericht gaan benaderen, dat zullen we ook doen. En dan zullen we kijken of er hulp nodig is vanuit de gemeente en in hoeverre we deze getroffen ouders ook kunnen helpen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ja, dank voor deze mededelingen, wethouder. Wordt er ook actief een oproep gedaan? Dus niet in afwachting van de Belastingdienst, maar bijvoorbeeld via de sociale wijkteams of iets dergelijks. Als mensen in de moeilijkheden zijn, dat ze zich ook gewoon bij de gemeente kunnen melden. Wethouder Roduner: Ja, ik heb dat hier ook in deze raad wel eens gedaan.
Ik heb hier ook aangegeven van: wij hebben ook zelfs al eens bestanden een keertje doorgezocht om te kijken of we deze mensen konden vinden, of ze al een keer bekend bij ons waren. Dus inderdaad, het is bekend dat wij op zoek zijn naar deze doelgroep en de deur staat al een tijdje open. Maar er komt vooralsnog heel weinig binnen, maar we hopen echt dat we met die gegevens dan ook echt een slag kunnen maken om ook echt gericht hulp te bieden. De voorzitter: Mevrouw Zoon. Oké. Mijnheer El Aichi, had u ook een gewone mededeling of? De heer El Aichi: Ja, ik wil even de wethouder bedanken voor het uitzoeken. Wij hebben hier eerder vragen over gesteld, hartstikke bedankt voor het uitzoeken. Maar ik wil wel meegeven, op het moment dat jullie deze mensen benaderen, misschien is het handig om aan te geven voor mensen die zeg maar het moeilijk hebben, dat zij bij de hulpverleners aan kunnen kloppen zodat zij hulp kunnen krijgen. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel, een nieuwe mededeling of hierop? Oké, gaat uw gang. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik vind het altijd een beetje lastig bij een mededeling, omdat er dan dus geen debat kan plaatsvinden en er wel weer vragen natuurlijk dat ook weer oproept.
Dus mijn verzoek is eigenlijk: is het mogelijk om deze informatie misschien gebundeld met wat meer informatie hierover, op het moment dat het ook duidelijker is wat er bijvoorbeeld met die 140 duizend euro gaat gebeuren, om dat gewoon schriftelijk aan de gemeenteraad te sturen, zodat we dat ook gewoon in behandeling kunnen nemen en daar op die manier onze controlerende taak op kunnen doen. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Roduner: Ja, ik zal dan even kijken wat de vorm is. Laat ik die toezegging doen, dan is het in ieder geval geregistreerd. Dan kan het via een toezegging worden afgedaan of eventueel via een raadsinformatiebrief, daar gaan wij dan mee aan de slag. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zoon.
2
Mevrouw Zoon: Ja, ik miste iets van een rondvraag. Maar als mededeling, dan stel ik hem een beetje als een vraag: waarom wordt hier niet gedebatteerd over het vaccinatieprogramma dat wij op Schiphol moeten doen? Ik mis dat en ik zou dat wel nog eigenlijk willen vragen aan de wethouder die hierover gaat. Want dat wist ik eigenlijk ook niet. De voorzitter: Ja, het is een mededeling, rondvragen die hebben we eigenlijk in het vragenuurtje gewoon voor de vergadering van net, die niet doorgegaan is overigens. Mevrouw Zoon: Nee, die is niet doorgegaan, daarvoor stel ik hem ook denk ik. De voorzitter: Volgende week kunt u dat nog een keer doen bij de vergadering. Mijnheer Van Kessel. Mevrouw Zoon: Ja, maar bij welk vragenuurtje dan. De voorzitter: Elke week heb je een vragenuurtje voor de commissievergadering die in de Zeilpoort plaatsvindt. Daar is de mogelijkheid om vragen in te dienen en dan komt daar gewoon antwoord op. U kunt het natuurlijk ook altijd schriftelijk stellen, dat is ook geen probleem. Mevrouw Zoon: Goed, als het dan kan dan is het nog net voor de raad, want dan zouden we daar in de raad op terug willen komen. De voorzitter: Ja. Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, u zei het gelukkig al. Ik zou mevrouw Zoon ook willen adviseren vriendelijk om een feitelijke of schriftelijke vragen te stellen.
En als dat nog aanleiding geeft tot verdere behandeling, dan wordt dat gewoon behandeld. Dus in principe ook dit soort onderwerpen. Mevrouw Zoon: De vragen zijn al gesteld, maar de antwoorden zijn niet naar behoren. We moeten met zijn allen naar Schiphol in een bus. De voorzitter: Samen doen, heet dat. Schouder aan schouder, maar het is niet duurzaam. Zijn er nog andere commissieleden met een mededeling? Nee? Oh, toch wel. Mevrouw Özogul. Dan gaan we door naar de agenda. 4.
Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Voor de komende vergadering. Door een aanpassing van de agenda vandaag zijn we zoals net aangegeven een aantal stukken doorgeschoven. Ook voor de door de VVD opgewaardeerde bespreekpunten. Te weten de verantwoording motie 21.1, inzicht in de lokale koppen op nationale zorgwetgeving. En de voortgangsrapportage wachttijden WMO. Die zijn dan doorgeschoven. Naast deze stukken staan het regioplan beschermd wonen en de toekomstzwembaden op de planning voor de volgende vergadering. U heeft ook de jaarplanning en de actielijst voor de commissie samenleving weer bij de agenda aangetroffen. Heeft u daar nog een opmerking over? Jaarplanning actielijst, nee. Toch wel, mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Kort. Op heel veel zaken stond er niet echt iets achter wat duidelijk was. Dus bijvoorbeeld die moties die ingediend zijn, die heb ik verder gekeken en er stond niet wat er uiteindelijk de consequentie of besloten is. Nou, het is niet afgehandeld, maar er stond bijvoorbeeld ook niet bij wat er mee ging gebeuren of wat dan ook, dus dat was wel onduidelijk. Anders doe ik het schriftelijk wel.
3
De voorzitter: Ja, graag. Mijnheer Sepers. De heer Sepers: Ja, voorzitter, van de lijst ingekomen stukken zouden wij punt 1.4, het jaarlijks onderwijs huisvestingsplan … De voorzitter: Daar waren we eigenlijk niet, maar bij deze dan. Nu wel. Nee, de jaarplanning en daarna gaan we de lijst in. Maar gaat uw gang, want ik heb verder niks meer van mevrouw Verhagen gehoord. Oh, ik moet nog een stuk voorlezen, sorry hoor. Ja, even een mededeling. Bij de ter kennisname stukken is op verzoek van de Actiepartij nog een ingekomen brief van de Actiepartij zelf gekomen. Die is op de agenda geplaatst met het oogmerk dit onderwerp in de commissie te gaan bespreken of op te waarderen. Dit is niet de voorrang waarin normaal gesproken stukken op de agenda komen. En in het reglement van orde staat de wijze beschreven waarop stukken op de agenda worden geplaatst. En dat kan bijvoorbeeld via het stellen en beantwoorden van artikel 38 vragen en dergelijke. En het verzoek aan de commissie is dan ook om onderwerpen via die wijze aan te dragen. Dan kom ik nu wel bij de ter kennisname stukken. Mijnheer Sepers. De heer Sepers: Dank u wel, voorzitter. Ja, in principe zouden we graag punt 1.4, het jaarlijks onderwijs huisvestingsplan, een keer bespreken. Maar dat vooral afhankelijk van de vraag of het punt waar we het straks over hebben, over ISH/ISK, of we daar tot een goed einde komen.
Dus het is eigenlijk een agendering onder voorbehoud van een slechte of een goede uitkomst. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Ik heb niks hier over, maar ik had bij de vorige commissie iets willen agenderen. Dat kon niet omdat ik het niet ingevuld had, maar dat komt er nog aan. En of het bij de volgende of daarop komt, dat maakt niet uit als het wel wordt behandeld. De voorzitter: Mijnheer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Ja, de voorzitter zei dat het ongebruikelijk is om een brief te agenderen. Nou, dan is dit een eerste keer denk ik dan maar. Dus wij zouden graag aan de commissie voor willen stellen om de brief van de Actiepartij aan de commissie samenleving over de toegankelijkheid en toegang van de maatschappelijke opvang te agenderen. Het gaat over dat mensen, we hebben geconstateerd dat als mensen schulden hebben bij de maatschappelijke opvang, ze niet kunnen overnachten. De meeste mensen die in die positie terecht komen hebben geen liquide middelen om even die schuld af te doen. En daardoor blijven ze maar in dezelfde positie zitten. En we zouden graag met de commissie van gedachten wisselen hoe we dit probleem zouden kunnen oplossen. Graag steun daarvoor. De voorzitter: Ja, nou, dan ga ik even peilen. Hij staat bij de ingekomen stukken, dus het is niet ongebruikelijk.
Het is niet gebruikelijk dat je natuurlijk zelf als partij een brief stuurt, die als ingekomen stuk binnen laat komen en dan vervolgens laat agenderen. Is altijd natuurlijk te omzeilen, maar. O ja, mevrouw Stroo, gaat uw gang eerst. Mevrouw Stroo: Ik vond het ook een beetje een ongebruikelijke manier van doen. Dat ik dacht van: ja, je kan als partij dus een brief sturen naar je commissie en dan het agenderen. Het onderwerp, dat vind ik wel van belang. Want de buurtbewoners hebben er ook last van. Dat stond ook in de krant, dat mensen dan geld gaan vragen aan de omwonenden. Dus met het onderwerp ben ik het wel eens.
4
De voorzitter: Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Nou, waar mijn zorg een beetje zit hierbij is dat er een brief ligt waarbij je eigenlijk ook graag een reactie van het college zou willen hebben om dat goed te behandelen. Dus daar zit een beetje mijn zorg. Maar voor deze keer, ongebruikelijk, wil ik ook wel eens een keer zien hoe het loopt en is het wat mij betreft akkoord. De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Wij willen dat zeker steunen, ook omdat er daklozen zijn die ondanks dat ze bewind hebben, het niet kunnen betalen zelf. En voordat de bewind ook gestart is ook naar buiten worden gestuurd. Dus het is van belang, graag. De voorzitter: Mijnheer Sepers. De heer Sepers: Voorzitter, de ongebruikelijke gang van zaken bij de Actiepartij, die bevalt ons eigenlijk wel. Dus wij steunen in ieder geval het agenderen van deze brief, maar in lijn met meneer Van Kessel zou ik zeggen: kunnen wij niet het college vragen om voordat we het behandelen om een reactie van het college op die brief te krijgen. De voorzitter: Dan gaan we erg van de route af. Kijk, de gebruikelijke wijze is gewoon: dien die vragen in bij het college als een artikel 38 vraag. Dan krijgt u gewoon een goed overwogen antwoord en dan kan je dat agenderen. Het kost natuurlijk wel enige tijd, of stel technische vragen. Maar ik zou deze vorm toch niet willen continueren.
Wij kunnen hier nu een uitzondering maken, maar laten we nou wel het proberen volgens de reguliere weg te gaan doen. Mijnheer Hulster. De heer Hulster: Ja, ik ben het helemaal met u eens dat we normaal gesproken gewoon artikel 38 vragen zouden stellen. Maar het punt is een beetje, we zitten nu middenin de winter en dat geeft het wat urgentie. Dus voor de artikel 38 vragen moeten we met een periode van zes weken rekenen voordat we antwoord krijgen. En dan moeten we hier misschien weer een maand wachten om in de commissie te kijken of we het kunnen agenderen. En dan is het pas de maand later, dus dan zijn we 3,5 maand verder. En daarom zou ik toch graag enige coulance vragen van de voorzitter. De voorzitter: Nogmaals, ik wil deze coulance dit keer geven. Maar als je al een paar weken geleden die vragen had ingediend, dan had het natuurlijk ook al aardig op rit geweest. En het valt allemaal wel mee, want dit is niet een nieuw probleem, laat ik het zo zeggen. Maar vooruit, ik zie toch wel een meerderheid die het zou willen behandelen. En we gaan hem op de volgende agenda zetten, of tenminste een eerstkomende vergadering waar die op past. En ja, of het college een reactie gaat geven, we kunnen het gaan vragen, we gaan het zien. Want u heeft niet officieel, ik weet niet of dat in de brief gevraagd wordt, een vraag aan het college, ik heb hem niet gelezen zelf.
Dus ja, dat had misschien ook handig geweest. Maar goed, bij deze. We behandelen het gewoon, we gaan hem erop zetten. Is er nog iemand die iets wil agenderen, ter kennisname stukken. Nee? Dan heb ik nog wel iemand online die wel iets wil agenderen. Dat is mevrouw Verhagen van Trots Haarlem. Gaat uw gang. Mevrouw Verhagen: Ja, jammer dat Haarlem toegankelijke stad is afgevoerd, want daar had ik eigenlijk wel iets over te zeggen. Maar Trots wil daarom graag een agendaverzoek doen over punt 1.5, als meegezonden stuik. En dit in het kader van de huidige ontoegankelijkheid en mogelijke oplossingen van burgers met EHS, die
5
dus last hebben van de inmiddels onontkoombare straling van mobiele technologie in de stad. Ik wil daar een recente nieuwe uitspraak aan toevoegen, waarin de gemeente Haarlem verantwoordelijk wordt gesteld voor het oplossen van gezondheidsproblemen van de inwoners. Van de gezondheidsproblemen door de zendmast. De voorzitter: Mevrouw Verhagen, u was ontzettend moeilijk te verstaan. Althans, ik heb niet het verhaal kunnen volgen eerlijk gezegd. Misschien dat, mijnheer Van den Raadt is hier in de zaal aanwezig. Mevrouw Verhagen: Nou, misschien gaat het zo wel. Hoort u mij zo wel? De voorzitter: Zo is het beter. Mevrouw Verhagen: Oké, ik doe het nog een keer. Nou, Trots wil dus heel graag een agendaverzoek doen over stuk 1.5. En dat gaat over de toegankelijk Haarlem. Dit is in het kader van de huidige ontoegankelijkheid en mogelijke oplossingen voor burgers met EHS. Die dus last hebben van de inmiddels onontkoombare straling van mobiele technologie in de stad. Ik wil daar als het kan nog een recente juridische uitspraak aan toevoegen, waarin dus gemeente Haarlem verantwoordelijk wordt gesteld voor het oplossen van een gezondheidsprobleem van een inwoner. En dat is volgens de rechter veroorzaakt door een zendmast. Oké. De voorzitter: Dat laatste deel was ook echt heel lastig te verstaan. Ik denk dat er echt iets aan gedaan moet worden. Mijnheer Van Kessel.
De heer Van Kessel: Nou, ik vond de inbreng prima te verstaan. Dus wat mij betreft is de behandeling dus verder ook niet meer nodig. De voorzitter: Mevrouw Stroo. Mevrouw Stroo: Als we het breder trekken, dan ben ik het eens met de agendering. De voorzitter: Even kijken, de rest van de commissie maar even snel. Actiepartij, hoeft niet. D66, CDA, nee. Ik zie toch te weinig draagvlak, GroenLinks ook niet. Nee, helaas. Mevrouw Verhagen: Heel jammer. De voorzitter: Verder nog iemand? Nee. O, mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter. Het gaat mij om de afdoening van de motie, waar blijft toch dat plan met een regisseur voor dat ene gezin. Ik zie in de afdoening of het college zegt dat het daarmee is afgedaan met een toelichting. Ik lees in de toelichting dat er nu juist heel veel op gang is gezet en dat wij in het eerste kwartaal van dit jaar heel veel meer informatie daarover gaan krijgen. Dus wat mij betreft hou ik deze motie liever nog open om te bezien of er ook daadwerkelijk een geïntegreerde aanpak komt over een paar maanden. Dus ik zou deze graag niet als afgedaan willen beschouwen. De voorzitter: 2.1 is dat. Ja, daar is steun voor. Dan houden we hem nog eventjes aan tot die informatie geweest is. Oké, dank u wel. Verder niks meer? Dan gaan we naar agendapunt 5.
6
5.
Transcript commissie d.d. (alleen naar aanleiding van) De voorzitter: Dat is het transcript van de commissie van 3 december vorig jaar. Heeft u daar nog opmerkingen over? Nee. Ter advisering aan de raad
6.
19.10 uur Vorming Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland (FR) De voorzitter: Dan gaan we naar het eerste agendapunt ter advisering. Dat is het punt vorming participatiebedrijf Zuid-Kennemerland. Hiervoor is ook geloof ik een inspreker aanwezig, dat is meneer Hooftman, voorzitter van de, even kijken, dat is de gemeenschappelijke regeling paswerk geloof ik. En mijnheer Bolder, teamcoördinator van Werkdag B.V. Die is er ook, oké. In dit rapport is een scenario voor de vorming van het participatiebedrijf uitgewerkt. Met de vorming van een participatiebedrijf wil de gemeente Haarlem samen met de regiogemeente Zuid-Kennemerland de organisatie van betaald werk voor de doelgroepen, wet sociale werkvoorziening en nieuw beschut werk borgen. Tot bekrachtiging van de geheimhouding op de geheime bijlage 2 is reeds besloten door de raad van 17 december. Dus kijk uit dat u geen dingen openbaar maakt die daarin staan. U wordt verzocht advies te geven over de vorming van een regionaal participatiebedrijf in overeenstemming met de kaders en randvoorwaarden in de nota ontwerp participatiebedrijf Zuid-Kennemerland. Er is nu dus een spreker aanwezig, mijnheer Hooftman. En die gaan wij denk ik als eerste naar voren halen. Ja, en mijnheer Bolder komt zo meteen. Deze is net als, volgens mij is die gewoon aanwezig.
Er is een schriftelijke bijdrage in ieder geval ingediend die u ook kunt vinden bij de agenda. Ik ga dan eerst mijnheer Hooftman, dat klopt hè, die ga ik dan als eerste het woord geven. U krijgt drie minuten om uw woord te doen en de commissie kan daarna nog wat vragen stellen indien zij dat wensen, ja? Als u het rechter knopje indrukt, dan gaat de tijd lopen. Gaat uw gang. De heer Hooftman: Goedenavond. Mijn naam is Paul Hooftman, ik spreek namens de voorzitter gemeenschappelijke ondernemersraad van Paswerk en Werkpas Holding. Wij zijn gevraagd om onze visie te geven op het ontwerp participatiebedrijf Zuid-Kennemerland. U heeft deze visie en nagekomen aanvulling reeds ontvangen. Vanavond wil ik twee punten kort toelichten. Samenhang van de verschillende onderdelen en toekomstbestendigheid. Paswerk is altijd een strategische partner van deelnemende gemeenten geweest, dat willen we ook in de toekomst blijven. Ons verzoek is om dit vast te leggen, om hiermee een solide basis voor een participatiebedrijf te vormen. Een strategisch partner is meer dan een partner in de stad. De kracht van Paswerk zit in de complete keten, inclusief buurtbedrijf en Werkdag, zoals deze op dit moment functioneert. Van onoverbrugbaar op arbeidsmatige dagbesteding bij Werkdag, als de eerste stap op de werkladder via vele en diverse soorten werken overbrugbaar detachering of uitstroom naar betaald werk.
Mogen meewerken is de sleutel tot zelfstandig kunnen werken. De diversiteit van werksoorten is essentieel om mensen te laten participeren in onze maatschappij. Hier onderdelen uit weghalen of zelfs laten vervallen maakt het toekomstige participatiebedrijf kwetsbaar en minder slagvaardig. Dit geldt als een ieder proces is opgeknipt en over meerdere partijen wordt verdeeld. Simpel switchen is dan niet meer simpel. De praktijk toont inmiddels aan dat een aaneengesloten proces het beste werkt derhalve ook de voorkeur geniet om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt daadwerkelijk te helpen aan een duurzame arbeidsplaats. In Heerlen is dit een mooi voorbeeld. Dit geldt ook als de mogelijkheid ontbreekt om mensen die gedetacheerd zijn in het geval van een tijdelijke dip of ziekte goed te kunnen opvangen en weer duurzaam naar buiten toe te begeleiden. Hiervoor hebben wij nu een passende plaats voor iedereen. Het is een vangnet als het niet een keer lukt of als er een stap terug gedaan moet worden. Door persoonlijke omstandigheden of als gevolg van economische ontwikkelingen. Of zoals nu, de gevolgen van corona. Landelijk is de noodzaak bewezen om dit
7
te behouden omdat dit goed werkt. Ook hier zijn veel voorbeelden van waar het ontbreken van een achtervang een probleempunt is, zoals in de gemeente Venlo. Uitvoering van de SW, zoals wij die nu kennen in de gemeenschappelijke regeling, heeft een belangrijke rol in het overeind houden van de diversiteit aan werkzaamheden. Deze infrastructuur biedt continuïteit aan ontwikkeling die de praktische kant van participeren mogelijk maakt. Omdat de SW krimpt en er voor elke drie SW’ers die uitstromen er slechts een nieuw beschut werk terugkomt, zal de infrastructuur van participatiebedrijf steeds kwetsbaarder worden. Als er geen mogelijkheid is om andere doelgroepen te bedienen, wij verzoeken u te overwegen om het participatiebedrijf ook open te stellen voor andere doelgroepen, zoals garantiebanen. En daarmee het participatiebedrijf van een meer solide basis te voorzien. Kort samengevat in twee punten, we willen u verzoeken het plan om Werkdag en Buurtbedrijf af te stoten te heroverwegen. Gooi niet weg wat andere gemeentes die u voorgingen graag weer terug zouden willen hebben. We willen u verzoeken om de infrastructuur van een compleet participatiebedrijf solide te houden door ook andere doelgroepen toe te laten.
Ik wil u allen uitnodigen van harte om bij Paswerk te komen kijken, de praktijk te ervaren en te laten informeren door onze deskundigen en te zien wat de juiste werkplek betekent voor mensen. Hartelijk dank voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog vragen vanuit de commissie? Mijnheer Sepers. De heer Sepers: Ja, dank u wel. Bas Sepers, Partij van de Arbeid. Ik heb eigenlijk twee vragen aan u. U zegt: Paswerk moet een strategische partner blijven. En over de SW, die wordt kleiner, maar ga ook in participatiebedrijf de garantiebanen onderbrengen. De heer Hooftman: Dat verzoeken wij, ja. De heer Sepers: Dat verzoekt u. Tweede is dat u zegt, hetgeen wat het college voorstelt om de dagbesteding om die elders te gaan doen, dan zegt u: dat is onverstandig, laat dat nou gewoon bij de huidige organisatie. Is dat goed begrepen? De heer Hooftman: Ja, dat klopt. De heer Sepers: En waarom zegt u dat laatste? Want zou het niet zo kunnen zijn dat het onderbrengen van die dagbesteding bij andere organisaties, dat dat misschien zelfs beter zou kunnen zijn voor de betrokkenen? De heer Hooftman: Wij hebben dat in dat rapport wat we hebben gestuurd al wat over geschreven. Het grote verschil is, zoals wij het beleven, is dat wij over een arbeidsmatige dagbesteding praten.
En dat is dus niet een eindstation, maar dat is eigenlijk de eerste stap op weg naar re-integratie van werk of ontwikkeling naar werk. Het overbrugbaar maken van. En dat is een verschil met gewone dagbesteding, waar mensen misschien blijven. Bij ons is het echt een stap, het is verweven in het bedrijf, het maakt het bedrijf compleet. Vanaf daar kunnen ze in een bedrijf overal stage lopen, ontwikkelen en op elk niveau kennis opdoen om verder te komen. En daarvoor is een essentieel onderdeel van het geheel. De heer Sepers: Een vervolgvraag nog. Maar de mensen waarvan iedereen weet dat die nooit een reguliere arbeidsverhouding zullen hebben, al of niet beschut. Vindt u dat die dan daar ook moeten blijven? Of is daar een andere oplossing op denkbaar? De heer Hooftman: Daarom nodig ik u uit om eens te komen kijken, met onze ervaringsspecialisten te praten. Maar ik denk dat het verkleinen van de overbrugbaarheid naar arbeid ook een hele grote stap kan zijn. En wij
8
kunnen mensen op heel veel niveaus iets bieden. En dat is persoonlijk, dat is maatwerk. En door de diversiteit die wij hebben kunnen we daar heel veel mee doen en kunnen we mensen daar heel veel mee helpen. En misschien is zelfstandig werken in een regulier bedrijf niet mogelijk, maar daaronder zijn ook heel veel opties om binnen het bedrijf te werken en daar toch heel veel mooie dingen te doen. De voorzitter: Mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Dank u, voorzitter. Fijn dat u inspreekt, want ik heb ook uw brief gelezen en ik ben ook betrokken bij participatie, maar in ieder geval bij Bantar, dat is in Amsterdam. Dat is misschien wat groter, maar misschien wel vergelijkbaar. U zegt ook van dat de kwetsbaarheid gecreëerd is door dat op deze manier te organiseren. Doordat we alleen maar nog uitvoerend zijn en niet meer in het geheel zitten. Hoe ziet u die kwetsbaarheid? De heer Hooftman: De kwetsbaarheid, laat ik het zo zeggen. De kwetsbaarheid is dat de kracht die wij hebben is de grote diversiteit. En die diversiteit, die moet blijven bestaan. En om mensen te laten ontwikkelen, dan is meewerken de sleutel tot kunnen werken. En daarvoor moet er iets zijn waar je aan mee mag doen. En die basis moet behouden blijven. Een bedrijf kan niet draaien op alleen stagiaires. Een bedrijf draait en mensen krijgen de kans om daarin mee te gaan.
En daarvoor is die diversiteit belangrijk en moet dat ons inziens behouden blijven. Mevrouw Zoon: Waar ziet u in deze constructie dat verlopen? Waar gaat dat mis? De heer Hooftman: Waar wij als OR zeg maar op die missie gaan, is dat de SW krimpt. Daarmee onze doelgroep langzaam ouder wordt en dat we werksoorten gaan verliezen op den duur. En die werksoorten geven juist de mogelijkheid om mensen te helpen re-integreren, participeren en te ontwikkelen. Dus als je de basis verliest, dan heb je niks over om mensen straks te helpen. Dan moet in evenwicht blijven en daarvoor ook de extra doelgroepen. Mevrouw Zoon: Helder, dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel. Peter van Kessel van de VVD, hallo. Wat mij, dank u wel voor het inspreken. Wat mij aansprak in uw verhaal, u zei van: op het moment dat de dagbesteding als dat weg zou gaan, dan verliezen we eigenlijk ook een mogelijkheid om mensen vanuit die plek naar een daadwerkelijk betaalde baan te laten gaan. Dat vind ik heel aantrekkelijk klinken en dat vind ik een heel goed argument ook om mee te wegen. Mijn vraag zou zijn, en ik snap als u dat antwoord misschien niet direct heeft, het is een wat technische vraag.
Maar kunt u aangeven om hoeveel mensen dat ongeveer misschien per jaar gaat die het eigenlijk in die zin lukt om vanuit Werkdag naar een andere misschien deeltijd betaalde baan of iets, om daar naar toe te stromen. Kunt u daar een beeld bij geven? De heer Hooftman: Ik kan u op dit moment daar geen cijfers voor geven, dat is niet mijn specialisme. Het is de ontwikkeling, voor elke persoon waarbij het lukt is het natuurlijk een prestatie. Laat ik het zo zeggen, de ontwikkeling zoals we de laatste jaren hebben doorgemaakt is het belangrijk dat het kan blijven groeien. En die potentie is er en dat wordt ook steeds meer. Corona is een mooi voorbeeld. Er zullen de komende jaren heel veel mensen zijn die door deze recessie een achterstand tot de arbeidsmarkt hebben. En op welk niveau dat ook instroomt, dat is de eerste stap om weer aan het werk te komen.
9
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Dank u wel, mijnheer Hooftman, voor het inspreken. Wat mij opviel in uw verhaal is dat u zich zogen maakt om het vangnet, om de achtervang. Kunt u hiervan een voorbeeld geven? De heer Hooftman: Er zijn in het land diverse bedrijven, collega bedrijven, die gekozen hebben voor alle uitstroom, alle mensen naar buiten toe, bij bedrijven geplaatst. En wat je dan overhoudt is eigenlijk zoals we het noemen een kantoorsituatie, waarbij iedereen buiten zit en het geregisseerd wordt vanuit een kantoor. 15 maart hadden we een lockdown, bij ons kwamen heel veel mensen terug die overal gedetacheerd waren. In commerciële bedrijven werden alle tijdelijke contracten worden niet verlengd. Als je die mensen niet kan terugnemen in een bedrijf, bij ons kwamen ze naar binnen. Bij ons konden we ze opvangen, er kon werk binnengehaald worden. Want ook heel veel commerciële bedrijven hadden een probleem met werknemers die konden komen, dus er was heel veel werk. Dat konden ze gewoon bij ons binnen doen. Als je die opvang niet hebt, dan zitten ze thuis. En hoe ga je ze dan weer terugbrengen naar werk? Als er iets tegenvalt waardoor die mensen een dip hebben of terugvallen, hoe ga je ze dan weer integreren als je ze zelf niet kan helpen. En dat is het belangrijke.
En het geeft een stukje borging om mensen naar buiten te kunnen sturen, want die stappen terug, geeft zekerheid ook aan werkgevers en aan de markt. Als het met de mensen niet lukt op die plek, dan kunnen ze terug tot ze op een andere plek weer verder kunnen. In plaats van thuis zitten met alle gevolgen en problematiek die daarbij komt. Dus dat is de zorg. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog uit de commissie vragen? Nee? Dan wil ik u hartelijk danken. Dan gaan we de volgende spreker naar binnen halen. De heer Hooftman: Dank u wel voor uw tijd. Het blijkt dus dat er niet nog een tweede fysieke spreker is. Die heeft wel eens schriftelijke bijdrage gestuurd, dus die kunt u lezen. Dan gaan we naar de behandeling van dit punt. Het is een adviseringsstuk, dus we gaan besluiten hoe we het naar de raad laten gaan. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter. Met de vorming van een participatiebedrijf streven we ernaar om zo veel als mogelijk betaald werk voor een groep mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te vinden wat ook past bij hun kunnen. En voor de een is dat misschien iets simpeler werk en voor de ander betekent dat misschien iets meer begeleiding op een dag. Hoe het ook zei, voor deze mensen moet de gemeente iets organiseren.
En D66 kan zich vinden in de gewenste vereenvoudiging van de huidige regeling Paswerk en Werkpas. En mijn fractie kan zich vinden in de vorming van een participatiebedrijf en daarmee het borgen van nieuw beschut werk en het sociale werkvoorziening voor de laatste lichting. Maar ik heb nog wel de nodige vragen. Als eerste over de arbeidsmatige dagbesteding. In het rapport staat dat bij de keuze om de arbeidsmatige dagbestedingsvoorzieningen in de toekomst niet in het participatiebedrijf te organiseren ook de bredere beleidsafweging een rol speelt om voor deze activiteiten meer gelijk speelveld te creëren, voor alle partijen die hierin activiteiten aanbieden. En het aanbieden van arbeidsmatige dagbestedingsactiviteiten vanuit de gemeente of vanuit het participatiebedrijf draagt daar niet aan bij. En ik weet eerlijk gezegd niet of ik het hiermee eens ben, voorzitter. En of dit ook in het belang is van de personen die deze dagbesteding nodig hebben, gelet ook op de inspreker zojuist. En verwacht de wethouder dat er voldoende participatieplekken met deze beleidskeuzes zullen worden gerealiseerd? Zeker nu ook de groep nieuw beschut werk ook licht stijgt. En er wordt voor de arbeidsmatige dagbesteding, lees ik in het stuk, vooral gerekend op de gesubsidieerde sociale basis en niet op de markt, voor deze groep mensen met een onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt.
Klopt dat, wethouder? En kan de wethouder daarom ingaan op de mogelijke verstoring van het speelveld, zoals het rapport zegt. En wat zijn de consequenties in het geval wij dit
10
heroverwegen. En dan de groep mensen met een onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. Deze groep bestaat namelijk uit twee categorieën. Voor sommige mensen is de onoverbrugbare afstand blijvend, maar voor een deel van de mensen is deze afstand wel degelijk tijdelijk. En deze mensen zijn daarmee tijdelijk aangewezen op zorg of dagbesteding. En hiervoor wordt gebruik gemaakt van dagbestedingsaanbod van partners in de stad en de regio. Hoe zorgt de wethouder ervoor dat deze mensen met een tijdelijk onoverbrugbare afstand wel in het vizier blijven en zodra het wel kan richting betaald werk worden geholpen. Graag een toelichting. En dan een vraag over de aard van het participatiebedrijf. In het stuk staat dat het participatiebedrijf een wendbare organisatie moet worden op gebied van beleid en financiën. En dat er wordt uitgegaan van een bedrijfsvoeringorganisatie. Dat betekent dit concreet? Graag een toelichting. En tot slot, voorzitter, nog een gerelateerd punt over de governance. We werken momenteel nauw samen met Zandvoort, dit wordt uitgebreid met twee andere gemeenten. Kan de wethouder ingaan op wat deze uitbreiding van samenwerkingspartners betekent voor de financiën? En meer duiding geven over wat er gebeurt op het moment dat er sprake is van tegengestelde belangen of botsend beleid.
Hoe wordt er geëscaleerd en wat is de invloed van deze raad op het moment dat er sprake is van botsende belangen? Krijgt de raad de verdere uitwerking van de gemeenschappelijke regeling nog te zien, voordat er een definitieve klap op wordt gegeven. En zo ja, wanneer kunnen we deze verwachten? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, in aanvulling op de goede vragen van de D66-collega een aantal korte vragen. We lezen dat er een risico is dat de business case voor nieuw beschut werk, dat die niet sluit omdat de kosten ervan hoger zijn dan de Rijksbijdrage. Nu hebben we daar ook feitelijke vragen over gesteld, maar toch ook mijn vraag aan de wethouder: hoe denkt u die niet sluitende business case van bijna een half miljoen per jaar, waar denkt u de dekking daarvoor vandaan te halen? In aansluiting op wat de inspreker zei, er wordt gewerkt naar mogelijk voorgesteld een overname van Werkdag voor de dagbesteding. En daarvoor zijn een aantal scenario’s waar we kennis van hebben kunnen nemen. In het openbare stuk staat ook dat er gestreefd wordt naar een naadloze overname. En mijn vraag zou zijn: wat zijn eigenlijk de budgettaire gevolgen als die overname niet vlekkeloos is.
Dus welk risico lopen wij als gemeente hier en hoe heeft de wethouder deze risico’s budgettair verwerkt? Nu begrijp ik dat dat ook nog onderdeel is van een onderzoek wat gaat lopen hiernaar. En mijn vraag is: krijgt de gemeenteraad instemming hierin op het moment dat dat onderzoek gedaan is? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Zohri, GroenLinks. De heer Zohri: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, vanavond bespreken we de vorming van een participatiebedrijf, waarvan de voorbereidingen in 2017 gestart zijn, beginnend met een onderzoek naar een meerwaarde van een participatiebedrijf. Vanaf 2019 heeft de gemeente Heemstede, Bloemendaal en Zandvoort zich hierbij aangesloten, dat is een mooi gegeven als collectief in de regio. Sinds de invoering van de participatiewet in 2015 betekent dit dat er geen instroom mogelijk is in de sociale werkvoorziening. Met de oprichting van het participatiebedrijf wordt de continuïteit van de sociale werkvoorziening gewaarborgd. Ook wordt hier verder uitvoering gegeven aan het nieuw beschut werk. Voor GroenLinks is het belangrijk dat kwetsbare doelgroepen in de nieuwe op te zetten participatiebedrijf centraal staan. En daar lijkt u hier goed vorm aan te gaan geven. Voorzitter, wat betreft het ontvlechten van de twee onderdelen uit de huidige entiteiten, die niet mee gaan naar het op te zetten participatiebedrijf. Namelijk het buurtbedrijf en Werkdag.
Kunt u garanderen dat wanneer deze twee bedrijven overgenomen worden en/of verzelfstandigen, dat het personeel garantie krijgt werkzaam te blijven bij de nieuwe organisaties. Kunt u garanderen dat na de overname mensen niet via de
11
achterkant door een reorganisatie alsnog ontslagen worden? Hoe reëel is het dat het Rijksbudget gelijk is aan het werkbudget? Daarnaast heeft u het over een warme overdracht, daar heeft mijnheer Van Kessel ook al naar verwezen. Kunt u deze verder duiden? Desnoods eventueel in een besloten gedeelte. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zoon, Jouw Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Hart voor Haarlem natuurlijk. Ja, ik zei Jouw Haarlem, maar het is Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Daar heb ik nog nooit bij gezeten. Goed, dank u wel, voorzitter. In 2017 is de rapportage toekomst sociaal werkvoorziening en huisvesting voor Paswerk besproken. Uit die beraadslaging kwam dat we dat verder moesten onderzoeken. In die tijd had ik nog steeds het idee dat wij een gemeenschappelijke organisatie waren bij Paswerk. Wat ik nu zie, is dat we het kennelijk ergens verdwenen zijn en het nu weer aan het regelen zijn. Het is gebleken dat de huidige organisatie als ingewikkeld wordt ervaren. En dan vraag ik me altijd af: wat is dan ingewikkeld? De samenvoeging van de huidige gemeenschappelijke regeling voor de WSW en het Werkpas Holding leidt tot de vereenvoudiging van de aansturing. En in dit verband wordt gekozen voor een gemeenschappelijke regeling in te richten als bedrijfsorganisatie BVO.
Het gaat hier om een beleidsarme uitvoeringsorganisatie, waarbij de beleidskaders worden gegeven vanuit de gemeente. De inspreker heeft ons hierover geïnformeerd. De implementatie en het opbouwen van het participatiebedrijf brengt projectkosten met zich mee. De inschatting is dat de projectkosten tussen de 3 ton en de 4 ton worden betaald uit de reserves van het huidige Paswerk. De frictiekosten voor de Werkpas Holding worden gedragen door de gemeente Haarlem en Zandvoort. En dat heeft een bedrag van 350 duizend gereserveerd in de begroting om dit te bekostigen. Op 4 juni hebben we de begroting Paswerk behandeld. Er was toen geen vuiltje aan de lucht. Nu blijkt, gevolgen corona, onlangs is de raad door middel van een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de financiële situatie bij Paswerk ten gevolge van de coronacrisis. Vooralsnog is de financiële positie van Paswerk voldoende om de tegenvallende opbrengsten in verband met corona op te vangen. De raad is ook geïnformeerd over de opvang door de gemeente Haarlem door de omzetverlies van Werkpas Holding door de coronacrisis. Het definitieve resultaat van 2020 moet nog worden afgewacht en zal moeten worden opgevangen door de gemeente Haarlem en Zandvoort. Het coronaherstelplan. Ook op de langere termijn kan de coronacrisis gevolgen hebben voor de opbrengsten uit de werkactiviteiten van het participatiebedrijf.
De ontwikkelingen op het gebied van corona worden gevolgd. Indien nodig dient de bedrijfsvoering hierop te worden aangepast. Het uitgangspunt voor het nieuwe participatiebedrijf is een sluitende begroting. Tenslotte, ik breng van de ondernemingsraad, wat meneer net heeft ingebracht. Zij maakte zich zorgen over het bestaansrecht en de kwetsbaarheid die gecreëerd is. De regie bij de gemeente en Paswerk in de uitvoering. Het wordt een ordinair uitvoeringsorgaan die afhankelijk is geworden van grillen van de gemeentes. De kracht van het bedrijf wordt ontkracht door deze constructie. De levensvatbaarheid is in het geding. Hoe gaat de wethouder mij overtuigen dat deze constructie houdbaar is? Ook het afstoten van Werkdag en Buurtbedrijf en meerdere participanten is niet wenselijk. Soms lijken bepaalde constructies logisch, echter er zijn altijd andere oplossingen zoals Werkdag en Buurtbedrijf eerst nog eens tijdelijk, misschien exclusief, in een holding te houden. Hiermee kunt u frictiekosten laten vallen. Ook is er overzicht in het bestuur, kan er grondig bekeken worden hoe het bestuur toekomstig van beide organisaties opgezet kan worden. U laat een waardevolle verbinding verloren gaan om nogmaals deze oplossing te bekijken zou waardevol zijn. Hoe staat u daar tegenover? Kortom, ik ben nog niet overtuigd van hetgeen wat u mij voorlegt. De voorzitter: Dank u wel.
Mijnheer Sepers, PvdA.
12
De heer Sepers: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik weet niet of u allemaal de documentaire Wasstraat heeft gezien. Dat is in ieder geval heel inspirerend om bezig te zijn met een goede arbeidsbesteding van mensen die op de een of andere manier anders zijn dan de gemiddelde werknemer. Want het zijn natuurlijk allemaal ook gewoon mensen die een baan willen hebben en goed willen functioneren. Maar heel inspirerend, dus u kunt het allemaal nog een keertje nakijken. Maar daar gaat dit nu even niet over, maar het is wel een inspiratiebron. Ja, het nieuwe participatiebedrijf, nou, de gesloten WSW wordt daarin ondergebracht. Dat is mooi, want dat was op de lange termijn natuurlijk toch een hele kwetsbare groep. En die zou nooit zelfstandig verder hebben kunnen gaan. Het wordt ook de verzameling voor nieuw beschut werk. Nou, daar heeft meneer Van Kessel al over gezegd: dat is niet onbeschut werk. De wethouder geeft al aan dat daar een budgettair probleem ligt. En daar hebben wij nou onze toekomst te maken met vergelijkbare problemen als met de jeugdzorg en met de WMO, dat we gewoon structureel te weinig geld krijgen voor deze tak van activiteit. Als dat zo is, dan moeten we nagaan of wij u kunnen helpen om ergens in Den Haag of elders te pleiten voor het juiste bedrag.
Nou, dan gaan er ook de banen, afspraak werkzoekenden met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt en jongeren met schooluitval die geen startkwalificatie hebben. Dat zijn de doelgroepen die geformuleerd worden. Nou, heel erg goed. De inspreker voegde daaraan toe de garantiebanen. Ik vroeg me af, ik weet niet of ik helemaal thuis ben in het jargon, maar valt dat hier op de een of andere manier ook onder of niet? En zo ja, waarom niet? En wat zou het voordeel zijn om dat wel te doen? Een ander punt van zorg is natuurlijk het uitbesteden van de arbeidsmatige dagbesteding, waar meerderen het al over hebben gehad. Want ja, een, dat zijn natuurlijk extreem kwetsbare mensen waarvan je hoopt, waarvan je verantwoordelijk bent als gemeenschap om te zorgen dat kwaliteit en kwantiteit van opvang, dat dat in ieder geval verzekerd is, in welke constructie dan ook. Nou, u gaf zo’n pleidooi voor het nog een tijdje onder het participatiebedrijf houden van Werkdag en Buurtwerk en dat soort dingen. Nou, eigenlijk is mijn vraag: waarom zijn die arbeidsmatige dagbesteding, waarom moet die eigenlijk buiten het participatiebedrijf gebracht worden? Want in de geheime bijlage wordt aangegeven van: ja, afhankelijk van de mate waarin dat naadloos kan gaat het ook nog enorm veel frictiekosten met zich mee brengen.
En de inspreker bracht mij eigenlijk op de vraag van: ja, waarom zou je dat niet gewoon binnen de tent houden? De voorzitter: U heeft een interruptie, mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Mijnheer Sepers, bent u het met mij eens dat we dan gewoon alles moeten proberen om dat binnen de tent te houden? De heer Sepers: Zoals u ziet ben ik nu nog zoekende. En ik zoek naar adequate antwoorden. Als de wethouder een overtuigend verhaal heeft van: nee, het is enorm goed voor het welzijn van die mensen om dat buiten het participatiebedrijf. Maar ja, ik wil dat wel. Dus ik kan nog niet zeggen: ik ben het met u eens of oneens. Maar het zou kunnen zijn dat ik het ooit met u eens zou kunnen worden. Mevrouw Zoon: Maar u omarmt het wel? De heer Sepers: Ik zou het ooit met u eens kunnen worden. Maar wellicht ook niet. Tweede punt is dat wij zijn blij dat gekozen wordt voor een publiekrechtelijke vorm. En niet een hybride vorm met een BV enerzijds en een gemeenschappelijke regeling. Dus dat is bij de Partij van de Arbeid als godswoord in een ouderling. Maar ja, met de vragen die ik nu opgegeven heb, daar wil ik graag eerst een antwoord op voordat ik een vervolgoordeel kan geven. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer El Aichi, CDA.
13
De heer El Aichi: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is op zich goed om te kunnen lezen dat activiteiten van Paswerk en de meeste werkzaamheden van de Werkpas Holding onder het participatiebedrijf afvallen. Maar dit geldt natuurlijk niet voor de activiteiten van Werkdag en Buurtbedrijf Haarlem, omdat dit de dagbesteding betreft. Het college geeft in dit stuk aan dat de Holding deze activiteiten gaat onderbrengen bij een derde partij. Mijn vraag aan de wethouder is: met welke partij bent u in gesprek en hoe verlopen deze gesprekken? Zijn er überhaupt gesprekken gaande? Wij vinden het erg belangrijk dat de activiteiten voor de huidige deelnemers gewaarborgd is. Mijn vraag aan de wethouder: hoeveel inwoners van Haarlem hebben dagbesteding op dit moment bij Werkdag en Buurtbedrijf Haarlem? En de laatste vraag: is er met deze deelnemers gesproken en weten zij waar zij aan toe zijn? En zo niet, waarom niet? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Ja, de vorming van een participatiebedrijf ligt voor. En er worden eigenlijk twee aanleidingen gegeven. Dus aan de ene kant wordt gezegd dat de aansturing van Paswerk en Werkpas, dat dat complex is. Dat is interessant, want dat is een constructie die niet zo lang geleden door het college zelf in het leven is geroepen.
En nou ja, nu moet het dan om geharkt worden, zoals dat heet in hoe heet het ook alweer, de managementjargon. En de vraag is: waarom eigenlijk? Waarom moet het eigenlijk om geharkt worden? Zou het dan beter gaan functioneren of slechter? Ons idee is dat dat geen zin heeft. Om harken heeft helemaal geen zin, dat is nutteloos. Zeker aangezien de financiële situatie niet heel florissant is en de frictiekosten, zoals al door een aantal collega’s benoemd, substantieel zijn. Waarbij er ook nog een managementopdracht is, wat ook mooi jargon is, voor fikse bezuiniging. Dus wat ons betreft is dat om harken helemaal niet nuttig. Dus daar heb ik eigenlijk helemaal geen vragen over. Maar daar ben ik heel stellig in, dat moeten we gewoon helemaal niet doen. En natuurlijk moeten we wel een uitbreiding van doelgroepen toe gaan werken, maar dat kan ook binnen de huidige structuur. Daar heb je helemaal geen nieuwe structuur voor nodig en dan hoef je al die extra kosten niet te maken. En dan kan je ook gewoon het buurtbedrijf en het werkbedrijf binnen de holding houden. Dus wat ons betreft is dit stuk gewoon niet behandelrijp en ik adviseer de commissie om dit te herzien en niet in mee te gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Dank u, voorzitter. Nou, in grote lijnen ben ik het wel met de Actiepartij eens.
Uit de bijgevoegde bijdrage van de gemeenschappelijke ondernemersraad lees ik dat er nog een heleboel twijfels en zorgen zijn of dit wel de juiste weg is om te gaan. De gemeenschappelijke ondernemersraad is van mening dat het voornemen om Werkdag BV en Buurtbedrijf af te stoten niet wenselijk is. Jouw Haarlem vindt dat we hun mening moeten respecteren. De gemeenschappelijke ondernemersraad ziet andere mogelijkheden, zoals Werkdag en Buurtbedrijf eerst nog in de Holding te houden. Jouw Haarlem is hier ook een voorstander van en wil dat deze mogelijkheden onderzocht worden. Ook de mogelijkheid om de lege plekken op te vullen met garantiebanen, zoals de inspreker net zei, is een mogelijke optie. Bij werkdag zelf zijn er eveneens grote zorgen om Werkdag BV niet langer onderdeel van het participatiebedrijf te laten zijn. Dat lezen we ook in de bijdrage van mijnheer Bolder. Dit stuk geeft ons nog onvoldoende vertrouwen dat dit goed gaat komen, tot zover. De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt vorming van een participatiebedrijf. En het belangrijkste wat ik eruit lees is onder andere de ontvlechting van Werkdag en Buurtbedrijf. In een van de inspreekteksten staat bijvoorbeeld dat Buurtbedrijf in het verleden meer deed voor Haarlem en dat we van
14
plan zijn om dit bijvoorbeeld bij een woningbouwvereniging onder te brengen. Maar dat dat dan alleen maar iets doet voor de betreffende woningbouwvereniging. Daar zou ik graag meer informatie van de wethouder over willen. Arbeidsmatige dagbesteding willen wij naar een andere partner onderbrengen. Maar tevens lees ik ook in het stuk dat door de crisis, corona, in het verleden dat we zien dat er niet veel naar werk wordt toe geleidt. Betekent het dat wij nu ook stoppen om deze mensen alsnog te proberen om toe te leiden naar werk? Wat ik ook lees in een van die inspreekteksten is dat er de afgelopen jaren ontzettend gebouwd is in netwerk en dergelijke. Als wij dit nu gaan onderbrengen bij een andere organisatie, betekent dat dan dat we het netwerk en al het goede werk eigenlijk teniet doen? En een van de dingen wat net de inspreker ook goed benoemde was … De voorzitter: U heeft een interruptie. Interruptie van mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Mevrouw Özogul, bent u het dan met mij eens dat een waardevolle verbinding we nu teniet gaan doen. Mevrouw Özogul: We moeten dat wat goed loopt en wat goed opgebouwd is niet weggooien. Mevrouw Zoon: Precies, dank u wel. Mevrouw Özogul: Goed dat het WSW deel in ieder geval meegaat en dat de aandacht voor de kwetsbaren blijft in Haarlem. Maar ik heb wel een andere vraag. Door de coronacrisis staat er ook dat er veel werk weggevallen is.
En dat we het nu nog wel redden, maar dat het wel problematisch wordt in de toekomst. Kan de wethouder daar nu misschien iets over vertellen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Hebben we dan iedereen gehad? Ja, dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Roduner: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik snap dat hier in deze commissie ook naar aanleiding van de insprekers, en ook overigens het stuk wat er voorligt, er veel aandacht gaat naar Werkdag en het Buurtbedrijf. Maar dat is maar een klein onderdeel van het besluit wat hier ligt. Het fundamentele besluit wat hier ligt is om te werken naar een participatiebedrijf, een bedrijf dat zich richt op werk, mensen begeleiden naar werk. Het goed verzorgen van oud beschut werk, dat zijn zo’n 600 Haarlemmers die daar nu actief zijn. En ook het organiseren van nieuw beschut werk, en dat is eigenlijk een groeiende doelgroep die we over de komende jaren steeds meer verwachten. Daarnaast zijn er ook heel veel nieuwe doelgroepen bijgekomen en heeft de participatiewet sinds 2015, dat is denk ik ook een klein beetje het antwoord ook richting de Actiepartij: waarom maken we deze draai? De wetgeving is ook veranderd en die geeft de gemeente ook veel meer taken om ook grotere doelgroepen te bedienen en te begeleiden naar werk. Dus dat is het grotere verhaal volgens mij, dat is het grote besluit wat voorligt.
En een onderdeel daarvan is inderdaad Werkdag. Nou, wij maken die beweging gelukkig uit een goede gezonde situatie, daar hebben we het wel vaker over gehad. Paswerk is een ontzettend goed lopend SW bedrijf, een van de beste van Nederland. Daar mogen we ook hartstikke trots op zijn. De infrastructuur van Werkpas is volgens mij ook hartstikke goed, mogen we ook heel blij mee zijn. Maar er verandert wel was. Dus Paswerk, daar komen geen nieuwe beschut werk meer naar toe. Dat leidt dat de bedrijfsvoering onder druk komt te staan. Dat leidt dat uiteindelijk het kan zijn dat de werknemers minder keuzes hebben in wat voor type werkzaamheden daar kunnen zijn. Zijn er straks nog wel voldoende mensen om bijvoorbeeld een groenafdeling in het leven te houden, of de postafdeling, of juist andere werkzaamheden. En dat is denk ik wel iets waar wij ons zorgen over maken. En ook zoeken naar een bepaalde vorm van schaalgrootte. En de schaalgrootte kan georganiseerd worden door ook andere doelgroepen te gaan
15
bedienen. Dus dat is denk ik zowel vanuit het bedrijfsperspectief, de huidige mensen die daar nu zitten, maar ook ik denk uiteindelijk ook goed voor de Haarlemmers die we moeten helpen om naar werk te gaan. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Ja, voorzitter, ik vind dat toch wel bijzonder. Want op 4 juni hebben we die begroting van Paswerk behandeld. U vertelde toen dat er geen vuiltje aan de lucht was, het ging allemaal goed. En nu staat er een enorme paragraaf over de corona in, hoe kunt u dat verklaren? Wethouder Roduner: Nou, ik denk dat het goed is om u te realiseren dat het toen ging over de begroting van 2021. Zeg ik het goed? Nee, 2022 zelfs. Dus de vraag is natuurlijk nog even, nee, dat zal dan 2021 zijn geweest als het in juni is geweest. Dus toen was het denk ik nog onduidelijk in hoeverre corona nog effect zou hebben. 2020 heeft corona natuurlijk wel zeker effect gehad op de begroting. Dat heb ik u toen ook verteld. We hebben gelukkig ook compensatiepakketten gehad vanuit het Rijk specifiek voor de SW bedrijven voor 2020. En ik heb er ook goede hoop op dat inderdaad het als 2021 ook leidt tot een substantieel omzetverlies van Paswerk, dat het Rijk opnieuw over de brug komt. Dat hebben ze nu bij de cultuur gelukkig gedaan en ik heb er ook hoop op dat zij goed oog hebben voor het SW bedrijf.
Op dat moment denk ik in de zomer 2020 was het nog onzeker hoe corona zich zou ontwikkelen of inderdaad in een tweede en nu zelfs derde golf zouden zitten en hoe zich dat verder zou ontwikkelen. En dat is volgens mij het verhaal wat we toen gehad hebben. Dus zelfs inderdaad de coronacrisis en de coronaeffecten die we nu ervaren, dat is gelukkig met die extra Rijksbijdrage goed op te vangen. Dat is fijn, de solvabiliteit van Paswerk is goed, is sterk. En dat is ook wat ik u zei: we hebben een van de beste SW bedrijven van het land. En vanuit die goede positie willen we verder om ook uiteindelijk in de toekomst een gezond bedrijf overeind te houden. Even misschien toch … De voorzitter: Mijnheer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, u zegt nu al twee keer dat het een van de beste bedrijven van het land is. Nou, dat hebben wij eigenlijk ook bij de Baverschoo gezien. De frictie is altijd een beetje als het heel goed gaat met iets, dat je het dan vervolgens moet weg reorganiseren, wat dan blijkbaar lastig is. Wethouder Roduner: Dezelfde impuls hier ook aan de hand. Hij moet zich realiseren dat we nu een bedrijf hebben met 600-700 Haarlemmers die daar in de SW zitten. Maar de uitstroom is groot, er komt geen nieuwe instroom in, mensen gaan met pensioen, een kwetsbare groep mensen overlijden ook eerder.
En dat leidt ertoe dat de populatie van het bedrijf echt hard achteruit gaat met tientallen per jaar. Ik vind het altijd heel cru om het eens sterfhuisconstructie te noemen, maar dat is wel natuurlijk wat het Rijk de facto heeft gedaan door geen nieuwe instroom meer toe te staan in het oude SW bedrijf. Dus het is niet realistisch om te veronderstellen dat we dit goede nog jaren gaan volhouden. De voorzitter: Mijnheer Hulster. De heer Hulster: Ja, er is natuurlijk behoorlijk wat kritiek op de participatiewet. En binnenkort zijn er verkiezingen. Is het niet de moeite waard om toch even te wachten op de nieuwe regering en te kijken hoe die ertegenaan kijkt? Wethouder Roduner: Volgens mij, ik denk niet dat het nodig is om te wachten. Ik denk niet dat de participatiewet zo fundamenteel op de schop gaat. Ik denk wel dat de criteria, we hebben het nu over nieuw beschut werk. Dus dat is eigenlijk, dat is een wat kleinere doelgroep van de vorige beschut werkers. Ik kan me
16
wel voorstellen dat de criteria daar wat versoepeld gaan worden. Dus er werd volgens mij, ik kan daar gelijk ook het bruggetje maken naar nieuw beschut werk. De voorzitter: Laten we eerst even naar de interruptie van mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Maar dat was toch van een tijdje terug? Wat de wethouder vertelde, dank u wel voorzitter, dat het gaat over dat er meer uitstroom is vanwege mensen die overlijden of er minder aan toe zijn. Dan denk ik van: ja, maar dat is een negatieve intensiteit, want we moeten het hebben over de mensen die er nu zijn en die nu toe geleidt moeten worden naar werk. En daar hebben we het over. En niet mensen die inderdaad uitstromen, oud zijn of overlijden. Dus ik denk: welke doelgroep heeft u het dan over? Wethouder Roduner: Ik snap uw vraag niet helemaal. Kijk, het zijn nu twee aparte doelgroepen die ook in twee aparte bedrijven zitten. Dus aan de ene kant hebben we de oud beschutters, die zitten in Paswerk. En nieuw beschut werk en ook re-integratie, dat is bij Werkpas ondergebracht, dus dat is de holding. Dat is een ander bedrijf en volgens mij hier is juist het voorstel om die doelgroepen dat weer samen te voegen, dus gezamenlijk in een bedrijf te stoppen. Nou, zo houden we ook die goede energie vast die u volgens mij ook graag zou zien.
En op die manier proberen we te werken aan een toekomstbesteding bedrijf dat al die verschillende doelgroepen kan bedienen. Nieuw beschut werk, nou, daar zijn volgens mij ook meerdere vragen over gesteld. Nee, het Rijksbudget is wat mij betreft onvoldoende. Dus ik hoop ook dat als het kabinet wat gaat doen, dat ze daar ook serieus naar gaan kijken. We merken dat, ook een beetje technisch, maar er is een andere inschatting over de loonkostenwaarde die deze mensen nog, de economische waarde die zij nog kunnen genereren, daar is ook een bepaalde business case op gemaakt. Dat blijkt toch minder goed te zijn dan we aan de voorkant hadden verwacht. De begeleidingskosten die we van het Rijk krijgen, die wij vinden wij in ieder geval in Haarlem niet voldoende. Dus daar zijn afspraken over gemaakt met de holding. Nou, we kunnen nu constateren dat zowel die loonkostenbepaling als de begeleidingskosten eigenlijk ons tegenvallen. En daar zullen slagen in moeten worden gemaakt. Dus daar zal scherper moeten worden gekeken naar de bedrijfsvoering. Kan er nog uiteindelijk toch nog wat soberder, maar wel goede begeleiding zijn? Dus kan op die manier het financiële gat gedicht worden structureel? Is het mogelijk om de medewerkers toch nog op lucratievere en betere werkzaamheden in te zetten, dat zij ook hun verdienvermogen wat zullen versterken.