CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20201112148 Transcript commissie Samenleving 7 januari 2021

commissie Samenleving 4 februari 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 7 januari 2021 (alleen naar aanleiding van)32.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

1 alinea's met “rondvragen”: 13

En er zal ook toch een keer gekeken moeten worden naar de loonwaarde die zij hebben. En dan wordt het allemaal heel technisch, maar we hebben hier in Haarlem de afspraak dat dat vanuit het macrobudget van de Buig gaat. Dus dat hadden we uiteindelijk ook in de volgende kaderstukken aan u worden voorgelegd hoe we met dat akkoord moeten omgaan. Dus dat is even het perspectief wat ik daarop wil schetsen. Garantiebanen, kijk, er is eigenlijk in de nieuwe wet om het even heel simpel te zeggen een knip gemaakt tussen nieuw beschut werk. Vroeger hadden we de grote doelgroep beschut werk, dat ging om een veel grotere groep mensen. Mensen die een grote afstand hadden tot de arbeidsmarkt en mensen die echt wel in staat waren om meer deel te nemen aan de arbeidsmarkt. De nieuwe wet heeft gezegd: nou, de mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, dat noemen wij nieuw beschut. Dat wordt dan ook gekeurd. En de rest vinden wij eigenlijk dat die vooral ook in de samenleving zouden moeten deelnemen, dat die onderdeel moeten worden van het reguliere bedrijfsleven. Nou, dat noemen we dan over het algemeen garantiebanen. Dus als u nu zegt: nee, die doelgroep willen wij juist weer de SW intrekken, dat is niet de beweging die we met elkaar hebben ingezet. En ik denk ook niet, ik kan me voorstellen dat het nieuwe kabinet daar toch die scheidingslijn op een andere plek gaat leggen.

Maar ik denk wel dat de scheidingslijn er zal blijven en dat we er niet naar moeten streven om die volledige groep garantiebanen bij Paswerk onder te brengen. De bedrijfsvoeringorganisaties, daar zijn ook vragen over gesteld. Paswerk, zoals het nu is, is een lichte GR noem ik het maar even, dus een GR bedrijfsvoeringorganisatie. In het verleden was dat een zwaardere GR, dat betekent dat er raadsleden in het

17

bestuur zitten. Ook raadsleden van de andere gemeenten. En dat die GR ook uiteindelijk verantwoordelijk wordt voor het beleid. Terwijl wij nu zeggen: nee, het beleid, dat vinden wij de verantwoordelijkheid van de individuele gemeente. En wij willen samenwerken, we willen in de uitvoering samenwerken om dat op een efficiënte manier te doen. Dus daarmee blijft u zelf verantwoordelijk voor het beleid en is de GR, de bedrijfsvoeringorganisatie, vooral verantwoordelijk voor het doen van een goede bedrijfsvoering. Dat is volgens mij, dat waren ook een aantal vragen van: hoe verhoudt zich dat? En die tegengestelde belangen zullen er zijn, want gemeenten zullen andere keuzes maken in het beleid. Maar het is aan het bedrijf uiteindelijk om al die opdrachten op een goede manier op te pakken en daar zo efficiënt mogelijk mee om te gaan. De voorzitter: U heeft nogmaals een interruptie van mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Ja, door deze constructie, dank u wel, voorzitter. Door deze constructie krijg je dus gewoon ordinair uitvoeringbedrijf. En de gemeentes bepalen het beleid. Is dat nou de wens van zo moet het gaan? Want de kracht zat namelijk dat het allemaal in dat ene bedrijf zat en dat we daar wel iets van een constructie bij hadden. Maar dat ze gezamenlijk hadden het beleid, de ideeën, de kracht, de kennis. En dat voeren ze dan zo uit.

En nu wordt dat ontkracht en dat maakt mij toch wel zorgen. De voorzitter: Kijkt u uit ook voor de tijd, mevrouw Zoon. Ik weet niet wat u nog allemaal wil zeggen, maar u heeft nog drie minuten voor de hele vergadering. Wethouder Roduner: Het beleid van werk en inkomen hebben we nadrukkelijk gekozen om zelf het beleid te maken, zelf de keuzes te maken waar wij onze klanten heen sturen. Dus wij bepalen eigenlijk het wat, maar we vragen onze partners om het hoe te doen. Zo probeer ik voor mijzelf altijd die knip uit te leggen. En het participatiebedrijf zullen wij vragen, deze klant heeft re-integratiebehoeftes, moet werk fit worden gemaakt bijvoorbeeld. En kunnen wij dan met een gerust hart overdragen en dan kan het participatiebedrijf aan de slag met een Haarlemmer om hem werk fit te maken, om uiteindelijk goed toe te leiden naar betaald werk. Want dat is uiteindelijk de beweging die we wel in willen zetten. De voorzitter: Mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Maar dan hoop ik wel dat de gebleken huidige organisatie werd als ingewikkeld beschouwd. Dan hoop ik wel dat het dan minder ingewikkeld wordt. Wethouder Roduner: Zeker, want er is nu sprake van een gemeenschappelijke regeling aan de ene kant, waar ik opdrachtgever en eigenaar van ben. En aan de andere kant is er sprake van een holding met een aandeelhouderschap constructie.

Overigens ben ik dan wel weer onderdeel van de raad van commissarissen, maar het aandeelhouderschap is bij de wethouder financiën belegd. Dus die ingewikkelde constructie, die veelheid van aansturingen. In de holding zitten wij met twee gemeenten, in de GR zitten wij met vier gemeenten. Ik denk dat het handig is dat we dat … Mevrouw Zoon: Dus dan maakt u de verbinding tussen opdrachtgever en eigenaar en in de holding zitten. Wethouder Roduner: Nou, ik denk dat het simpeler is als wij straks met de vier gemeentes, die uiteindelijk ook verantwoordelijk zijn voor het opdrachtgeverschap voor het werk, dat wij samen in de GR zitten en uitvoering geven aan, dus zorgen dat er goed wordt toegezien op de uitvoering van dat beleid. En ik denk zoals Paswerk nu functioneert ben ik daar heel tevreden over, denk ik dat dat op een goede en constructieve manier

18

functioneert. En ik denk dat als we daar de managementstructuur wat eenvoudiger maken, dan kunt u in het rapport ook alle kruisverbanden en lijntjes zien. En dan ziet u denk ik vanzelf ook wel dat het toch best complex is. Ik heb de ambitie dat dat simpeler kan. En ik denk dat de lichte GR daar een heel geschikt instrument voor is. De voorzitter: Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de wethouder voor de toelichting. Ik begrijp dus inderdaad dat wij als gemeenteraad verantwoordelijk blijven voor het eigen beleid en dat dit dan een uitvoeringorganisatie inderdaad wordt. Maar hoe zit het dan, want dat heb ik nu even niet scherp, wordt er dan ook eigenlijk vanuit de vier gemeenten die dan nu sterker gaan samenwerken ook gewerkt aan een gemeenschappelijke visie? Want je wil niet dat zo’n organisatie dan zeg maar de speelbal gaat worden van vier verschillende gemeenten die allemaal misschien alle andere kanten op willen. Dat willen we natuurlijk wel voorkomen, hoe zorgt u daarvoor? Wethouder Roduner: Dat snap ik. Dus dit zal ook een aanpassing vragen van de GR, de huidige GR regeling. Dus daar moeten wij nieuwe afspraken met elkaar gaan maken hoe wij die nieuwe GR voor ons zien. Op dit moment ligt natuurlijk onder de GR liggen er afspraken. Ik kan mij goed voorstellen dat wij die afspraken ook weer goed proberen door te zetten.

U weet dat wij als Haarlem, we hebben volgens mij 80% van de cliënten. Nou, dat geeft ons op zich ook meer zeggenschap. Ik vind het juist heel belangrijk dat we ook opletten dat we recht doen aan de buurgemeentes. Dus zij moeten ook niet het gevoel hebben, en daar is overigens hier in deze raad ook voor gepleit dat zij meedoen. Dat was denk ik misschien nog vorige periode, maar er is voor gepleit dat juist ook de buurgemeentes mee zouden doen. ik denk dat wij in goede samenhang met de buurgemeentes moeten kijken: hoe kunnen wij onze gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen voor onze inwoners? Het zijn ons beschut werkers, of ze nou uit Heemstede komen, Bloemendaal, Zandvoort of Haarlem. Het zijn onze inwoners die gewoon naar nieuw beschut werk moeten. En zoals dat in de huidige GR gaat, gaat dat in goede harmonie en samenhang. Maar als het nodig is, sturen we ook een aparte rekening, zo werkt het ook. Als iemand iets extra’s wil, dan moet diegene daar ook wel voor betalen. De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ja, ik snap de toelichting hoor. En ik ben ook wel voor een nauwe samenwerking met de buurgemeentes, dus maakt u zich daar maar geen zorgen over. Dat is vorige periode zo en deze periode ook. Wat ik eigenlijk gewoon wil, staat die burger wel gewoon centraal en dat wij dan niet in bestuurlijk geharrewar met elkaar eindigen eigenlijk.

Dat is mijn vraag meer, dus dank voor de beantwoording. Wethouder Roduner: Volgens mij graag gedaan. En de verwachting is dus dat de GR aan u wordt voorgelegd, dat zal in ieder geval de eerste helft, misschien eerste kwartaal, 2021 zijn. Dus dat is eigenlijk de logische volgende stap die op dit besluit zal volgen. De voorzitter: Mijnheer Sepers. De heer Sepers: Ja, deze discussie brengt mij nog tot een nadere vraag. Is ook overwogen om niet alleen deze vier gemeentes, maar ook de IJmond-gemeentes erbij te betrekken? Want we zitten tenslotte in een arbeidsmarktregio.

19

Wethouder Roduner: Daar hebben we wel eens over nagedacht. Maar u moet zich realiseren, daar spelen een aantal. Paswerk is een heel goed lopende sociale werkvoorziening. En zonder onze buurgemeentes tekort te willen doen in Velzen en in de IJmond hebben ze daar meer moeite mee. We hebben een andere keuze gemaakt, volgens mij ook gezegd, mijnheer Hooftman heeft dat ook gezegd over het meer detacheren van mensen buiten hun bedrijf om. Terwijl wij als Haarlemmer ook nadrukkelijk ervoor hebben gekozen om een goede fysieke infrastructuur, namelijk gewoon een fysiek bedrijf, in stand te houden. Op zich is die fysieke infrastructuur ook wel beschikbaar voor als mensen uit IJmond daar zouden willen werken. Maar daar speelt dan ook wel gewoon de fysieke afstand en de wens van gemeente om dat toch in hun eigen buurt te houden. Het gaat over cliënten die ook het kanaal over moeten, dat voelt dan toch altijd als een extra overbrugging. Het is bij ons, het zit niet eens in onze gemeente eigenlijk, het zit in Haarlemmermeer het bedrijf zelf. Dus er is volgens mij vanuit Paswerk bereidheid om samen te werken. Maar de meerwaarde van dat integraal aanpakken, dat zien wij niet. Dus dat is even de verkenning die wij hebben gehad. En IJmond is volgens mij ook beleidsmatig, nee, heeft een andere keuze gemaakt in het verleden en is volgens mij ook nu aan andere keuzes.

Maar daar hebben we ook wel bestuurlijke gesprekken over gehad, maar die hebben geen gevolgen gehad. De voorzitter: Ik zou even voorstellen dat de wethouder gewoon alles nu even beantwoordt wat nog open staat, en dat we dan eventueel een tweede termijn doen. Want anders lopen we te veel uit. Dus ik wil graag even terughoudendheid met interrupties. Wethouder Roduner: Dan volgens mij de grote moot die ik nog moet doen is Werkdag. Kijk, ik denk dat het goed is dat we met elkaar realiseren dat Werkdag maar een partij is die arbeidsmatige dagbesteding levert in Haarlem van de 17. Het zijn 17 partijen in Haarlem die dagbesteding bieden. En volgens mij, het zou zo moeten zijn dat iedereen die arbeidsmatige dagbesteding heeft, dat die makkelijk, als dat inderdaad in zijn of haar vermogen ligt, zou kunnen doorstromen naar betaald werk. Nou, dan kun je zeggen: al die 17 dagbestedingsorganisaties, die brengen we allemaal onder in het participatiebedrijf. Dat lijkt mij een wat vergaande stap, dus dat zal andere organisaties weer totaal ontwrichten. Maar volgens mij wat wij met elkaar hebben gezegd: nee, we willen juist dat al die 17 bedrijven gelijkwaardig dat er doorstroming plaats kan vinden. En dan is het dus niet nodig om een eigen arbeidsmatige dagbesteding hier te houden. We willen vooral dat het nieuwe participatiebedrijf zich kan focussen op het begeleiden van mensen naar werk.

Dus mensen hun energie en aandacht en tijd vooral stoppen om mensen verder te helpen aan werk. En de doorstroming vanuit Werkdag in de arbeidsmatige dagbesteding is heel weinig, dat is geloof ik 5% in totaal. Maar die 5% komt van overal vandaan. Dus die 5% komt overal vandaag, en dat is wat wij gezegd hebben van: dan is het niet noodzakelijk om Werkdag binnen het bedrijf te houden. De vraag is of dat überhaupt wenselijk is en of het niet beter is om dan toch naar een andere partner te kijken. De voorzitter: Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: U zegt: Werkdag is een van de 17. Kunt u ook andere bedrijven noemen? Wethouder Roduner: Volgens mij doet Haarlem Effect doet dagbesteding, ik denk Ellemerhart, Roads weet ik onder andere. Dus er zijn best wel veel partijen. Mevrouw Stroo: Ik bedoel echt arbeidsmatig. Ik denk dat Werkdag echt arbeidsmatig werkt. Wethouder Roduner: Andere partijen doen ook arbeidsmatige dagbesteding, die doen dat ook. Er is een dunne lijn volgens mij tussen dagbesteding en arbeidsmatige dagbesteding. Maar andere partijen doen dat

20

zeker ook. Dus nou ja, dat financieren we ook overigens uit de sociale basis, zoals u weet. En zoals u ook weet, de sociale basis is ook nog wel behoorlijk in beweging. Want u heeft gekozen voor een meer wijkgerichte aanpak. En dan is ook nog wel eens de vraag van: is dan een grote voorziening in krukjes buiten de wijken, is dat dan eigenlijk de faciliteit die je daar ook bij zou willen hebben? Dus ook vanuit het beleid, het sociale basis beleid, liggen wel fundamentele andere keuzes komen op de arbeidsmatige dagbesteding af. En dat vereist denk ik ook vanuit dat perspectief een heroverweging of het wenselijk is om dat op deze manier overeind te houden. Natuurlijk … De voorzitter: Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: U noemt wel de sociale basis, daar gaan we het geloof ik nog vanavond over hebben. Dat is alleen een bespreekpunt, dus dat besluiten we helemaal niet. Dat besluit u. De voorzitter: Daar gaan we het niet over hebben. De wethouder. Wethouder Roduner: Dus er is een andere keuze in ieder geval maakt in hoe we die sociale basis zouden moeten inrichten volgens mij. En ik denk dat uiteindelijk, u moet zich realiseren, Werkdag moet een aanvraag doen voor de sociale basis. En als zij niet voldoen aan de sociale basis, dan raken zij hun cliënten kwijt, dan raken ze hun geld kwijt.

En in de geheime bijlage kunt u dan zien wat de kosten zijn voor de aandeelhouder om dat uiteindelijk op te lossen. Die zijn substantieel, dat is scenario 3 zullen we maar zeggen. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ja, u noemt het heel tactisch dat de sociale basis in beweging is. Maar het betekent echt dat er wat minder geld is steeds. Is het niet zo dat we nu op twee manieren geld aan het weghalen zijn? Want de arbeidsmatige dagbesteding binnen de sociale basis krijgt minder geld, en nu haalt u ook nog deze organisaties onderuit. Dan blijft er echt wel heel weinig over, toch? Wethouder Roduner: Nee, want als het goed gaat zal de organisatie Werkdag, laat ik het even zo zeggen, kan gewoon een aanvraag doen voor de sociale basis. En als zij voldoen aan de sociale basisvoorwaarden zullen zij ook gewoon die subsidie krijgen. Dus wij halen geen geld weg. Ik denk dat het een uitdaging is voor het bedrijf met de cliënten die ze verzorgen, met de medewerkers die daar werken en de subsidietoekenning, dat we daar ook een hele goede nieuwe plek voor vinden. Ik voel me heel verantwoordelijk voor zowel de cliënten die daar zitten, die daar hun dagbesteding hebben, maar ook vooral voor de medewerkers die daar werken. Nou, u heeft gemeenschappelijke GR al gehoord, dus de medewerkers die daar.

En ik denk dat het vanuit Haarlem echt heel belangrijk is dat we daar heel zorgvuldig mee omgaan, dat we goed kijken of er partijen zijn die er beschikbaar zouden zin, geïnteresseerd zouden zijn en capabel zijn om dat over te nemen. De inzet van het college is dan om zo naadloos mogelijk overgang te hebben. Dat gaat ook gepaard met beperkte frictiekosten, waar we ook dekking voor hebben. Als dat niet kan, ja, dan kom ik bij u terug. Want als dat niet het scenario zou kunnen zijn, als het leidt tot enorme frictiekosten, dan denk ik dat het goed is dat we daar nog wel een nader gesprek over hebben met elkaar. De voorzitter: We hebben ook nog een tweede termijn, u kunt zo meteen echt nog allerlei vragen stellen. Want dat continu interrumperen is ook niet handig voor de wethouder, denk ik. Laatste keer, mijnheer Hulster.

21

De heer Hulster: Ja, wethouder, u rekent zichzelf nu toch rijk. Want u zegt: het Werkbedrijf kan gewoon geld uit de sociale basis krijgen. Maar de budgetten van de sociale basis lopen terug. We hebben net in de begroting vastgesteld dat er elke keer een beetje vanaf gaat. Dan komt er dus geen geld bij om deze nieuwe doelgroep aan werk te helpen. Dat betekent gewoon dat er geen budget meer is, of er wordt iets anders geschrapt. De facto blijft er gewoon minder geld over binnen de sociale basis. Dus u rekent zichzelf echt rijk nu. Wethouder Roduner: Volgens mij is dat niet zo. Kijk, er is natuurlijk gekort op de sociale basis, er was minder geld beschikbaar voor de sociale basis. En alle organisaties hebben wat moeten inleveren. Maar uiteindelijk, even vooruitkijken naar 2022, dan is dat zelfde pot geld wat nu in 2021 is, ik hoop dat ik het goed zeg, maar vis in 2022 in principe opnieuw beschikbaar. Ik weet niet precies hoeveel Werkdag nu exact krijgt, maar laten we even uitgaan dat zij een half miljoen krijgen. Als zij een goede aanvraag hebben, als zij een goede aanvraag hebben, dan kunnen zij weer opnieuw dat half miljoen aanvragen. En als ze een slechte aanvraag hebben die niet voldoet aan de kaders die we met elkaar hebben afgesproken, dan kan het tegenvallen. En mochten zij een goede betere aanvraag doen, dan zal het meevallen.

Maar het is dezelfde pot met geld van de sociale basis is nog steeds beschikbaar straks. Ik snap niet dat u denk dat dat verdwijnt. Het is gewoon beschikbaar, we gaan er alleen met elkaar het gesprek even over de herverdeling. Maar het is niet zo, u moet zich realiseren: er komt verder geen subsidie vanuit de huidige eigenaarschap. Er komt geen subsidie, er is geen extra subsidie beschikbaar vanuit het feit dat ze ons bedrijf zijn. Dat is niet zo, ze moeten het doen met de subsidie die ze krijgen vanuit de sociale basis. De voorzitter: Mijnheer Hulster, laatste keer. De heer Hulster: Ja, u stelt het nu toch een beetje voor als: we hebben een taart en er zijn zes gasten. En nu komt er een zevende gast bij en dan is er voor iedereen nog evenveel taart. Ja, er is wel evenveel taart, maar dat moet wel ineens over zeven gasten worden verdeeld in plaats van over zes. Dan krijgen ze toch allemaal een kleiner stukje. De voorzitter: Een kort antwoord, wethouder. Wethouder Roduner: Nee, de taart wordt al verdeelt en Werkdag is daar al onderdeel van. Dus Werkdag wordt al gefinancierd vanuit de huidige sociale basis en zal in de toekomst waarschijnlijk ook worden gefinancierd vanuit de huidige sociale basis. Omdat ze werkzaamheden leveren die vooral bijdragen aan de sociale basis.

Dus die taart, zij krijgen nu nog steeds een stukje van de taart en ze zullen straks waarschijnlijk ook een stukje van de taart krijgen. De voorzitter: Iets sneller misschien, wethouder. Want we lopen echt ontzettend uit. Wethouder Roduner: ik probeer het uit te leggen, voorzitter. Ik krijg een beetje hetzelfde gevoel als de burgemeester. Nee, laten we met elkaar, ik snap uw bezorgdheid en betrokkenheid. Dus u heeft ook gelezen dat wij nog verder werken aan scenario’s om goed om te gaan met Werkdag, ook in combinatie met de hele ontwikkeling binnen het maatschappelijk veld, MO. Dus laten we met elkaar afspreken dat ik in ieder geval u dat onderzoek ook stuur, dus dat u zich daar kennis van kunt nemen. Het uiteindelijke besluit, dat is een beetje formeel. Maar op het moment dat we het GR besluit nemen wat meegaat, dan neem je natuurlijk effectief ook een besluit over wat niet meegaat. En dat betekent niet dat Werkdag opeens verdwenen is, maar dat betekent wel dat Werkdag nog in een holding zit. En die holding, daar gaan wel andere onderdelen over naar de gemeenschappelijke regeling. Dus ik denk dat als we dat onderzoek hebben en u uiteindelijk kunt zien

22

wat het voorstel wordt hoe de GR vorm te geven, nou, dat we dan ook het gesprek hebben met elkaar: wat gebeurt er met Werkdag en is het inderdaad definitief wenselijk om Werkdag ergens anders onder te brengen? Meneer El Aichi had nog een vraag van: wordt er nu al gepraat? Nou, we hebben een heel voorzichtig verkennend gesprek gehad om het veld even te verkennen. Maar dat zal ook een vervolggesprek volgen van: zijn er inderdaad partijen die Werkdag willen overnemen? En u moet zich realiseren, die partijen zullen dan natuurlijk ook zekerheid willen hebben over de toekomstige subsidiëring van Werkdag. En daar zit een hele ingewikkelde met de sociale basis, omdat in 2022 die nieuwe sociale basis wordt toegekend. En u kunt zich voorstellen dat niemand een partij wil overnemen die geen subsidie heeft gekregen uit de sociale basis. Want dan neem je een failliete boedel over met ontzettend grote kosten om die failliete boedel te liquideren. Dat is denk ik niet iets wat we allemaal niet moeten willen. Dus dat vereist echt wel goede afsteming. Op dit moment zijn de werkzaamheden ook opgericht. Nou, toch nog even, de SP had nog een specifieke vraag: vanwege corona minder werk. Dat klopt. We proberen toch nog zo veel mogelijk mensen wel werk fit te krijgen, maar het is inderdaad de doorstroom stopt even en dan moeten we ook in de uitvoering wellicht ook maken.

Dat we zeggen: nou ja, we proberen op andere onderdelen inzet te plegen, zodat mensen als de arbeidsmarkt weer beter gaat draaien ook sneller kunnen uitstromen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dit was een uitgebreide eerste termijn. U wil hier op reageren op het antwoord? Mevrouw Çimen: Nee, ik had iets over Buurtbedrijf gevraagd. De voorzitter: O, over het Buurtbedrijf, ja. Wethouder Roduner: Ja, u had het volgens mij over een woningbouwcorporatie. Maar dan ben ik even uw specifieke vraag kwijt. Mevrouw Çimen: In een van die inspreekteksten staat dus dat het Buurtbedrijf waarschijnlijk overgenomen gaat worden door een woningbouwvereniging. Maar dat de woningbouwvereniging dan alleen maar binnen eigen vereniging werkzaamheden kan laten doen, terwijl ze nu dus voor heel Haarlem doen, of in ieder geval voor meer mensen. Wethouder Roduner: Nou, het is nog niet definitief zo dat het Buurtbedrijf wordt overgenomen door een woningbouwvereniging, zover zijn we nog niet. Zoals ik zei, we zijn bezig met dat te verkennen en te onderzoeken. En laat ik dan zeggen dat uw vraag, als dat zo ver komt, dat we dat meenemen in het onderzoek waar we nu naar aan het kijken zijn, of dat inderdaad zo is en wat dat betekent voor het Buurtbedrijf. De voorzitter: Dank u wel. ik denk dat er nog wel wat vragen zijn.

Ik wil het eigenlijk even in een tweede termijn gooien, want anders blijven we heen en weer. Mijnheer Zohri, wilt u als eerste? De heer Zohri: Dank u wel, voorzitter. Even kijken. Ik heb natuurlijk vragen gesteld over Werkdag, over de garanties die u kunt geven na overname van personeel. En eventueel, kijk, op het moment dus dat een organisatie overgedragen wordt, ja, helaas vinden er ook meteen reorganisaties plaats. Waardoor mensen die overbodig zijn ook weer ontslagen worden. Maar ik denk dat ik begreep vanuit de wethouder: goh, we besluiten nu voor de vorming. En wat betreft het Buurtbedrijf en Werkdag bij de vorming van een GR, dan zullen wij dit ook ter sprake brengen. En dan kunt u ervoor kiezen om te zeggen van: goh, we houden het in de holding of ik heb een beter voorstel.

23

De voorzitter: Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel. Een beetje een aanvulling eigenlijk nog op dit punt, dat was openstaand. Ik vroeg naar de budgettaire gevolgen en de risico’s op het moment dat die naadloze overname van Werkdag niet tot stand komt. Dan begrijp ik dus dat we daar nog een uitkomst van een onderzoek over krijgen, zodat daar meer inzicht in is. Mijn vraag is wel: dat onderzoek, kunnen we dat krijgen voordat de gemeenschappelijke regeling aan ons wordt voorgelegd. En dus niet op hetzelfde moment, zodat we op dat moment onder druk al keuzes moeten maken. En even kijken, had ik nog wat. Nou, voor dit moment voldoende. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, even dat punt nog van Werkdag. De wethouder zegt: nou, daar zijn wel 17 organisaties in onze stad die die dienst verlenen. Nou, je zou ook kunnen zeggen: dit zou een mooie aanleiding zijn om tot een totale herstructurering van de arbeidsmatige dagbesteding in Haarlem te komen. Daar ligt een uitdaging. Maar waar het mij om gaat is dat: bent u bereid een garantie te geven dat de mensen die nu die arbeidsmatige dagbesteding bij Werkdag genieten, krijgen, hebben. Dat wat er ook moge gebeuren, dat het altijd zo zal zijn dat in welke constructie dan ook die ook qua hoeveelheid en kwaliteit zullen hebben? De voorzitter: Dank u wel.

Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Ja, ik ben het eens met mijnheer Van Kessel en met meneer Sepers. Mij zou ik ook nog willen vragen door die constructie te bekijken om die frictiekosten daardoor te verlagen. Want dat kan doordat je dat nog samenhoudt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. is er nog iemand? Nee. Wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Nou, geen reactie op de VVD. In de geheime bijlage voor Werkdag zijn een aantal scenario’s geschetst. Dus scenario 1 gaat over een frictie loze overname en scenario 3 gaat over: als er iets gebeurt waardoor de hele toko ontmantelt moet worden, laat ik het zo zeggen. Een van de gebeurtenissen zou kunnen zijn dat zij, maar goed, het zou uiteindelijk kunnen zijn in theorie dat zij helemaal geen subsidie krijgen vanuit de sociale basis. Dus dan krijgt een organisatie heeft geen inkomsten meer en geen klanten, dus dan moet dat helemaal geliquideerd worden. Nou, dat is natuurlijk een onzekerheid waar we deels zelf ook wel invloed op kunnen uitoefenen. Dus die garantie kunnen we ook niet helemaal bieden. We kunnen in ieder geval niet de garantie bieden dat mensen bij Werkdag blijven, want die garantie bieden we eigenlijk alle Haarlemmers niet. Maar natuurlijk, vanuit de sociale basis is het wel de bedoeling dat mensen arbeidsmatige dagbesteding hebben, dat ze gewoon geholpen worden.

En of dat nou bij Werkdag is of bij Roads of Haarlem Effect, uiteindelijk met die sociale basis proberen we de beste partners te vinden die het beste aanbod hebben voor onze Haarlemmers. En dat is volgens mij wat we met de sociale basis proberen te garanderen. De voorzitter: Mijnheer Sepers, ik zie u kijken. De heer Sepers: Wethouder, ik zei ook niet de garantie dat u dat bij Werkdag houdt. Maar dat ze dat krijgen en houden, waar ook in de stad. Wethouder Roduner: Ja, dat is volgens mij wat we met zijn allen willen.

24

De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Er werd net door de inspreker een voorbeeld gegeven dat door de corona, toen de bedrijven en winkels sloten, dat de mensen thuis kwamen te zetten. En omdat Paswerk er was, dat zij dan daar aan het werk konden. Is dat dan in het vervolg bij het eerstvolgende bedrijf dan ook zo? Of komen ze in dat geval wel thuis te zitten? Wethouder Roduner: Ik hoop dat ik uw vraag goed begrijp. Kijk, we hebben heel veel mensen die arbeidsmatige dagbesteding doen, dus veel partijen. En in de sociale basis willen we eigenlijk het zo organiseren dat het makkelijk wordt om een stapje doen vanuit de arbeidsmatige dagbesteding meer echt richting re-integratie en uiteindelijk aan het werk gaan. En als dat niet lukt, dat je dan ook weer makkelijker terug kan vallen. Dus meer het simpel switchen model. En of dat nou is vanuit … De voorzitter: Mevrouw Özogul, interruptie. Mevrouw Özogul: Volgens mij bedoelde hij dus: dit waren mensen die bij bedrijven werkten. Maar door de corona, omdat winkels dicht gingen of bedrijven dicht gingen, dat ze dan weer zeg maar zonder werk of zonder op dat moment iets kwamen te zitten. En dat ze in dit geval, omdat er Paswerk was, dat ze niet thuis kwamen te zitten, maar dat ze daar wel aan het werk konden. Wethouder Roduner: Dat gaat dan over zullen we maar zeggen de beschut werkers, de huidige beschut werkers.

En dan komen we weer een beetje op het verhaal van Velzen. Kijk, we hebben een organisatie die zowel detacheert maar ook gewoon op de krukjeslocatie werkzaamheden leeft. Dus mensen in de stomerij werken aan de Secret heet dat dan, dat is een soort portemonnee. Dus als er iets buiten uit valt, als een bedrijf buiten uit valt, dan komt die terug in het bedrijf en dan kan die in een van de andere organisatieonderdelen weer aan het werk worden gezet. Bijvoorbeeld in de groenvoorziening of in de stomerij of waar er dan op dat moment werk is. De stomerij is ook deels rustig, dus we doen ook werk voor KLM. Dat is ook deels uitgevallen de afgelopen periode. Maar de stomerijen waren heel druk om juist de lakens te wassen van verzorgingstehuizen, et cetera, omdat daar druk was vanwege de coronacrisis. Dus dat is volgens mij een heel mooi model. En dus de combinatie van een fysieke infrastructuur met detachering biedt volgens mij de SW’ers echt wel meerwaarde. En dat behouden we gewoon. GroenLinks had nog een vraag over: wat doe je dan met Werkdag als het niet meegaat naar het participatiebedrijf, maar het ook niet lukt om ergens onder te brengen. Dat is best een ingewikkelde. Dan zou dat het enige bedrijf nog in de holding zijn, dat kan. Maar ik weet niet of dat een wenselijk scenario is.

Dus dat is denk ik ook wel echt iets wat we komend jaar scherp in de gaten moeten houden van: gaat dat goedkomen? Want aandeelhouder met alleen Werkdag in de holding, ja, dat is denk ik niet een gewenste uitkomst. Daar missen we wel heel veel samenhang. Dus ik denk dat het een van beide zou moeten zijn. Of je zegt, volgens mij het voorkeurscenario is om nu te zeggen: we proberen het bij een partner onder te brengen. Mocht dat niet kunnen, dan kan uiteindelijk ook weer aan de orde zijn dat het alsnog op een later moment of aan het einde van de rit toch weer meegaat. Laat ik in ieder geval toezeggen dat ik u informeer over de stand voordat we het GR besluit nemen, dat was de VVD, voordat we dat besluit nemen, dat ik u gewoon goed informeer over de stand van zaken. Het is nog niet eenvoudig denk ik om de hele puzzel rond Werkdag te leggen, maar dat u in ieder geval goed geïnformeerd bent van wat de stand van zaken is, voordat we het nieuwe GR besluit nemen. Dan heeft u volgens mij alle informatie om dat op goede en zorgvuldige wijze af te wegen. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel.

25

De heer Van Kessel: Ja, ik wilde eigenlijk alleen de wethouder dan nog bedanken voor het in ieder geval overtuigende verhaal met betrekking tot het participatiebedrijf. Met deze toezegging dat we daar nog over worden geïnformeerd is het voor wat de VVD betreft kan het verder een hamerstuk worden. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het? Ja, heel goed. Ik wil het ook graag, ja, nee, ik ga nog vragen hoe we het gaan agenderen. Kan ik die vraag stellen of heeft u echt nog iets dringend? Want de wethouder moet ook weg trouwens. Mevrouw …: Dat snap ik. VVD zei net: hamerstuk. Maar ik wil het nog wel even terug in de fractie bespreken. De voorzitter: Dat ga ik nu vragen. Dus even algemeen, hoe willen we het agenderen? Mevrouw Zoon. Mevrouw Zoon: Hamerstuk met stemverklaring. De voorzitter: Hamerstuk met stemverklaring dan. Dank wethouder, en succes bij de andere vergadering. We hebben nu op de agenda staan. Nee, geen pauze. Nog een ander stuk, het vrijgeven kredieten investeringen buitensport. Maar we hadden ook een aantal belangstellenden die wilden gaan inspreken. En ik wil eigenlijk dat even omdraaien dat die nu eerst aan de beurt komen, want die zitten nu al hier achter te wachten. Overige punten ter bespreking 8. 20.40 uur Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: Ja, dus we gaan nu snel door naar de belangstellenden.

Oké, we gaan door. We hebben twee insprekers die een voor een hier aan tafel komen zitten. En die gaan volgens mij allebei iets over de Domus Plus en de Skaeve Huse iets vertellen. En ik heb hier nu aan tafel zitten mevrouw Witteman. U krijgt drie minuten de tijd om uw verhaal te doen. En daarna kan de commissie u nog eventueel wat vragen stellen. Ja, gaat uw gang. Mevrouw Witteman: Dank u wel. ik ben Marja Witteman en ik woon in de Zuiderpolder in Haarlem. De gemeente wil in oost twee locaties vestigen. Een Domus Plus voor uitbehandelde mensen met een verslaving, psycho speciale en psychiatrische problematiek. Met vaak een verstandelijke beperking. En Skaeve Huse voor mensen die zich niet kunnen aanpassen aan hun leven in een normale woonwijk en daar veel overlast veroorzaken. Momenteel ben ik werkzaam in het Amsterdam UMC, locatie AMC. In de bijeenkomst die werd georganiseerd door de gemeente werd er verteld dat het Domus Plushuis in Amsterdam Zuid-Oost een groot succes is. Als werknemer van het AMC weet ik dat dit huis heel ver weg ligt van een woonwijk. Ik heb het gemeten met de auto, het is precies 1 kilometer tot het dichtstbijzijnde huis, aan de rand van het AMC. In de verste verte is geen huis of winkel te vinden, alleen een bedrijventerrein zoals de Waarderpolder ook op 1 kilometer afstand.

De buren is een school die met een sloot is gescheiden van het Domus Plus huis, waardoor de mensen daar niet kunnen komen. Het AMC heeft een eigen beveiligingsdienst die op het terrein 24/7 patrouilleert en zorgt voor de veiligheid. Ze verwijderen de mensen van het terrein en uit het ziekenhuis als er overlast is. En volgens de beveiliging gebeurt dit regelmatig. Ook wordt er momenteel heel veel ingebroken in de auto’s op de parkeerterreinen. Er was een speciaal parkeerterrein voor avond- en nachtdienst. Sinds kort mogen de avond en de nachtdiensten in de parkeergarage parkeren, omdat niemand zich ’s avonds of ’s nachts nog op de parkeerterreinen wil wagen. Ik vraag me dan ook af waar het succes uit bestaat. Weet u dat misschien? Door de werkervaring die mij partner en ik hebben in de verslavingszorg en in de psychiatrie weten we hoe belangrijk het is voor deze mensen om fijn en veilig te kunnen wonen. Maar wij weten ook dat deze

26

mensen 24/7 begeleiding nodig hebben. Ik spreek daarom mijn grote zorgen uit, ook namens een groot deel van de mensen in de Zuiderpolder, over het wonen van deze mensen zo dicht in de buurt van een normale woonwijk. De kinderspeelplaats, pas opgeknapt door de gemeente, ligt op nog geen 150 meter afstand. Zeker de Skaeve Huse zou daar niet zo dicht in de woonwijk moeten komen, vooral omdat begeleiding van deze mensen in ieder geval te wensen over laat gaan. Bij de beoogde locatie Robert Nurksweg, rondom het viaduct, is het ook nog eens echt heel onveilig. Er wordt hier veel drugs gedeald en gebruikt. Ga je de kat op het spek vinden, als beroepsdeskundige zie ik hoe moeilijk het is om mensen met een verslaving te helpen als er veel verleiding in de omgeving is. Dat geldt hier natuurlijk zeker. We zien momenteel ook een uitbreiding van de activiteiten, zoals dealen en gebruiken van drugs, ook harddrugs, van onder het viaduct naar het eerste parkeerterrein aan de Hakersweg. De voorzitter: Mevrouw Witteman, wil u gaan afronden. De drie minuten zijn al voorbij. Mevrouw Witteman: Ja, ogenblik. Er zijn zelfs tegenwoordig prostituees werkzaam. Er wordt niet gehandhaafd door de politie, maar er wordt gedoogd. Ik wil alleen nog even opmerken dat ik het ook onder zelfdoding onder mensen met psychiatrische problemen ligt statistisch heel hoog.

Al jaren neemt zelfdoding af, alleen niet bij zelfdoding op het spoor. Is het daarom verstandig om een opvang van mensen met psychiatrische problematiek naast een spoorbaan en een hoog viaduct te realiseren? Ter afsluiting, hoe zit het met de handhaving van de groene zone. Er zou een groene zone zou niet meer gebouwd worden. Overal is men bezig om meer groen te realiseren, maar de versteende stad Haarlem doet dit dus niet. Dank voor uw aandacht en ik hoop op een wijs besluit. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Wil er nog iemand een vraag stellen uit de commissie? Ja, mevrouw Klazes, welkom. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel, voorzitter. En dank u wel voor het inspreken, mevrouw. Het is duidelijk, u heeft uw zorgen over de eventuele komst van een van de beide locaties. Ik neem aan dat u bij de bijeenkomsten ook uw zorgen of in ieder geval uw zorg vertaald heeft gezien door een van de woordvoerders van uw wijk, bij de digitale bijeenkomsten. Mevrouw Witteman: Ja, de wijkraad spreekt momenteel bij de commissie ontwikkeling. Mevrouw Klazes: Oké, maar er zijn ook digitale bijeenkomsten geweest, ook voor uw buurt, geleidt door een aantal mensen. Mevrouw Witteman: Daar is ook ingesproken. Mevrouw Klazes: Daar is ook ingesproken. Mevrouw Witteman: Daar is ook dezelfde zorg omtrent de locaties gemeld.

Mevrouw Klazes: Oké, u heeft uw zorgen daar uitgesproken, of in ieder geval de zorg die u heeft zijn vertaald door iemand anders en die zijn daar uitgesproken. Wat heeft u daaruit teruggekregen en bent u enigszins gerustgesteld? Kennelijk niet, anders zat u hier niet. Mevrouw Witteman: Nee, we zijn niet gerust gesteld. We vinden dat er ook gewoon niet duidelijk antwoord gegeven is op de zorgen die wij hebben. Wij hebben gevraagd of de veiligheid gegarandeerd kan worden. Nou,

27

dat kan absoluut niet. Het is ook al doorgezet. Ze hebben gezegd: we kunnen de veiligheid niet garanderen. Dus ja, wij hebben echt grote zorgen. En zeker omdat het zo dicht tegen de woonwijk aankomt. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel. O sorry, gaat uw gang nog een keer. Mevrouw Klazes: Een heel korte vraag nog. Ú zegt, er is gevraagd: kunt u de veiligheid garanderen? En er is heel duidelijk gezegd: wij kunnen de veiligheid voor de bewoners in deze buurt niet garanderen op het moment dat er een van deze opvanglocaties komt. Dat is letterlijk zo gezegd? Mevrouw Witteman: Dat is letterlijk zo gezegd. Mevrouw Klazes: Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dank u. Klopt dit, ik hoor het niet alleen bij mevrouw Klazes schalmen, maar ook hier. Ja, dank u wel. Nou, ik zal gewoon rustiger praten, misschien helpt dat. Dank u wel voor het inspreken, heel belangrijk dat u ook komt inspreken en dat ook andere buurtbewoners in de commissie ontwikkeling aan het inspreken zijn. Want het kan niet vaak genoeg gezegd worden tegen dit college en tegen deze coalitie. Ik zit 2,5 jaar in de raad en dit vind ik eigenlijk een van de meest pijnlijke dossiers die hier speelt. Iedereen snapt dat de mensen waar we het over hebben een goede plek moeten krijgen. Maar ik heb het gevoel dat er buitengewoon slecht naar de zorgen van de mensen in de wijk wordt geluisterd.

Je zal toch maar zoiets in je achtertuin krijgen, niemand wil het in zijn achtertuin, maar het zal toch maar gebeuren. En je zal maar een dochter, zoon of een geliefde hebben die iedere dag … En de manier waarop deze coalitie dat op een gegeven moment ook heeft, het is een soort wens denk ik van: het moet er komen. En er wordt niet geluisterd en dat is heel pijnlijk. Dus dat u hier zit om het nog een keer te zeggen. Mijn vraag aan u… De voorzitter: Precies, een vraag. De heer Van Kessel: Precies, het is belangrijk. Mijn vraag aan u is: wil u ook de volgende keer en de keer hierna, als we het hier over hebben, wil u weer komen en wil u meer mensen deze kant opsturen om dit signaal te geven aan deze coalitie. En anders wil ik u verder wijzen op dat de gemeenteraadsverkiezingen over anderhalf jaar zijn en goed te kijken op welke partij u dan stemt. De voorzitter: Oké, mevrouw Witteman. Mevrouw Özogul: Ja, voorzitter, even van de orde. Dit is geen zendtijd voor politieke partijen. En nu gebruikt meneer Van Kessel, zo ken ik u niet, u gebruikt deze tijd om uw eigen punt te drukken en een politiek spotje uit te zenden. Zo zijn we toch niet getrouwd, serieus waar. De voorzitter: Eerst even antwoord graag van mevrouw Witteman, want er werd een vraag gesteld. Mevrouw Witteman: Ja, ik wil heel graag de volgende keren weer komen.

Omdat zeker hoe het er nu uit gaat zien komen er twee locaties in een wijk. En wij kunnen dat echt niet accepteren. De voorzitter: U moet uw microfoon even, want anders horen ze het thuis ook niet. U blijft vechten, zegt u.

28

Mevrouw Witteman: Ja, wij blijven vechten, want wij kunnen niet twee locaties van zoiets bij ons in de wijk hebben. De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Ja, afgelopen jaar is de SP bezig geweest met de daklozenopvang in het centrum en met de problematiek rondom. En deze mensen die straks in uw wijk gaan wonen zitten nu in de daklozenopvang of zitten in garages of voor het station buiten op straat. Wij vinden wel dat ze ergens een plek moeten krijgen en zo snel mogelijk ook, omdat we de ellende weten. Mijn vraag aan u concreet is, en ik snap uw zorgen, en ik vind het heel naar om te horen dat u niet gerustgesteld kan worden. Of dat de gemeente tegen u zegt: wij kunnen dat niet garanderen. Mijn vraag aan u is: wat zou er moeten gebeuren dat het voor u acceptabel wordt? Waar zou de gemeente aan moeten werken, zodat u denkt: misschien wil ik er toch over nadenken. Mevrouw Witteman: Ja, ik vind dat een hele moeilijke vraag, en zeker ook omdat ik zelf in de psychiatrie en in de verslavingszorg werk. Dus ik weet hoe belangrijk het is wat u vertelt. Maar ik denk dat dit mensen zijn die niet in een woonwijk of tegen een woonwijk aan kunnen wonen. En ik denk dat er genoeg locaties in Haarlem te vinden zijn, bijvoorbeeld in de Waarderpolder waar voor deze mensen ook iets meer rust te vinden is.

En niet de uitdaging van in ieder geval een plek waar heel veel drugs gebruikt wordt, wat er nu pal naast ligt, waar niet gehandhaafd wordt. Nou, ik maak me daar ook heel veel zorgen om deze mensen. Mevrouw Özogul: En als op die plekken waar u nu zegt niet gehandhaafd wordt. Als daar gehandhaafd zou worden, want dat zou normaliter moeten, wat zou u er dan van vinden? Mevrouw Witteman: Ja, ik blijf het heel moeilijk vinden, omdat het een groep mensen is. Ja, ik heb sowieso bij Skaeve Huse een probleem omdat ik denk: je zet zes mensen met gigantische uiteenlopende problematiek bij elkaar. Deze mensen kunnen in een gewone wijk al niet gehandhaafd worden. En dan zet je zes mensen met heel veel problematiek bij elkaar. Dat kan gewoon niet goed gaan. Ik bedoel, als ik zelf kijk naar mijn ervaring denk ik van: ja, dat gaat gewoon niet. Dus je kunt gewoon echt problemen verwachten. De voorzitter: Mijnheer Hulster. De heer Hulster: Ja, mijn vragen waren erg in lijn met wat de SP vroeg. Maar ja, ik ben toch heel nieuwsgierig, want u bent een zorgprofessional en u komt hier inspreken in de commissie samenleving. Maar voorlopig heeft u het vooral over de fysieke omstandigheden waardoor u denkt dat het onmogelijk is om deze voorzieningen in deze wijk te maken. Maar ik ben vooral benieuwd van wat u verwacht dat er aan zorg nodig is en aan bescherming.

En ja, stel nou dat we een veiligheidsoverleg komt, zou u daar dan ook in plaats gaan nemen om samen met de gemeente te gaan nadenken over hoe de door u gewenste zorg qua veiligheid dat gewaarborgd zou kunnen worden. Mevrouw Witteman: Kijk, ik hoop gewoon dat deze mensen niet bij ons in de wijk komen, want het zijn mensen die niet in een gewone woonwijk kunnen wonen. Daar zijn ze al weggehaald. Ik bedoel, daar kunnen ze niet functioneren en nu ga je ze op geen 150 meter van een gewone woonwijk. Wij zijn een normale woonwijk in de Zuiderpolder en deze mensen komen tegen deze wijk aan te wonen. Dus voor ons komen ze gewoon in de woonwijk te wonen. En natuurlijk wil ik best meedenken en ik ben een zorgprofessional en ik vind ook dat deze mensen een goede plek moeten hebben, maar niet in een woonwijk. De voorzitter: Mijnheer Oomkes, PvdA.

29

De heer Oomkes: Dank u wel, voorzitter. We zijn met de commissie bij het Skaeve Huse in Amsterdam ZuidOost geweest. Daar hebben wij een groot deel van de dag de gang van zaken bekeken. Daar betrof het mensen die eigenlijk zonder uitzondering voortdurend binnen de woonvoorziening bleven. Er niet op uitgingen, eigenlijk zou je kunnen zeggen: mensen die de hoop op de rest van het leven hebben opgegeven, als een soort kluizenaars in de voorziening zitten met een huisdealer. En we hebben contact gehad met mensen die daar in de buurt wonen, het geeft daar zo goed als geen overlast. Dus ik snap niet dat u zegt dat dat daar overlast geeft. Wat zijn uw bronnen? Mevrouw Witteman: Maar ik snap niet helemaal dat u mensen heeft gesproken die in de buurt wonen. Er woont niemand in de buurt. De heer Oomkes: Nou, mevrouw, ik ben er geweest. Op minder dan 400 meter wonen daar mensen. Dat is een andere situatie dan in Haarlem-Oost, ja absoluut. Mevrouw Witteman: Ik heb met de auto van de week de afstand gereden van de ingang van Domus Plus huis tot de woonwijk. En dat is precies 1 kilometer. Aan de andere kant zit een autogarage, dat is 900 meter. En daartussen zit het AMC. Dus ik weet niet waar mensen wonen, maar ik heb de beveiliging gevraagd in het AMC, omdat ik ook gewoon goed beslagen te ijs wil komen. Ik wil geen dingen gaan vertellen die niet kloppen.

En het AMC zegt dat voor de coronatijd, want nu is het AMC afgesloten en kom je er gewoon niet binnen. Voor de coronatijd waren deze mensen regelmatig in het AMC en heeft de beveiliging deze mensen regelmatig weer terug moeten brengen naar buiten de rand van het AMC. En ik rij zelf elke dag langs het huis naar de parkeerplaats en daar lopen regelmatig mensen. En die bieden geen overlast, maar die lopen er wel. Dus mensen blijven niet alleen maar binnen. De heer Oomkes: Ja, er zijn verschillende vormen van verslaving, er zijn ook mensen die gewoon dwars door de stad heen lopen in vaste kringetjes. Maar eigenlijk door de bank genomen, de effecten van die verslavingszorg bijvoorbeeld in Haarlem vallen behoorlijk mee. Er zijn meer grote problemen met mensen die geen goede opvang hebben dan met mensen die dat wel hebben. Ik weet toevallig van dat die voorzieningen in Amsterdam Zuid-Oost, dat die echt heel erg goed werkt op de mensen die het betreft zelf. En dat er ook contacten met de buurt zijn gelegd. U kunt natuurlijk altijd blijven spreken over een andere groep mensen die hier wonen, en hier gaat het eigenlijk voornamelijk om mensen die al in de stad wonen en nu geen goede voorziening hebben. Maar u kunt natuurlijk mensen die een goede voorziening zoeken daar niet van onthouden. Dus wat u vraagt is dat geen van beide voorzieningen in uw wijk komen.

Het lijkt alsof dit dan maar ergens in een industriegebied moet komen. Terwijl wij beseffen dat dat helemaal niet kan. Wat moeten we dan doen met uw verzoek? Mevrouw Witteman: Ja, ik denk dat er andere plekken zijn die beter voor deze mensen geschikt zijn. En niet in een woonwijk. Want deze mensen gaan de woonwijk in. En ik snap in Zuid-Oost dat ze liever binnen blijven, want er is ook helemaal niks in de buurt. Aan de overkant zit een golfbaan en voor de rest is er nergens iets te beleven. Maar het is natuurlijk bij ons in de wijk wel anders. Want mensen gaan de wijk in, mensen gaan naar het winkelcentrum. Ook het winkelcentrum maakt zich grote zorgen. En er wordt tot nu toe niet gehandhaafd bij al die mensen die nu in de Zuiderpolder onder het Staarstokviaduct spuiten. Ik zou zeggen: kom eens kijken op een zondagavond of op een maandagochtend. Het is een grote vuilnisbelt met spuiten, ballonnetjes, alles. Er zijn prostituees werkzaam op de Akenhuizenweg, op het parkeerterrein bij de eerste flat. En er zijn heel veel meldingen gedaan en er wordt niet gehandhaafd en het wordt gewoon gedoogd, want het is aan de rand van de stad. En ze hebben mensen liever aan de rand van de stad als dat ze dit allemaal in de stad doen.

30

De heer Oomkes: Maar hun opvang is nu niet aan de rand van de stad. Dat dat nu toch gebeurt bij u in de wijk, betekent dus dat als we daar iets bouwen, dat dat echt niet minder zal worden. Mevrouw Witteman: De gemeente noemt het de rand van de stad, het Staarstokviaduct. De heer Oomkes: Dat klopt. Maar als we daar bouwen, dan neemt die overlast onder het viaduct niet af, want die bestaat er nu al. Mevrouw Witteman: Nee, maar ik bedoel, wat ik net al noemde. Je gaat deze mensen dus plaatsen op een plek waar nog geen 25 meter van de ingang van het Domus Plus of de Skaeve Huse wordt gedeald en wordt gebruikt. Dat is toch de kat op het spek binden, of zie ik dat helemaal verkeerd? De voorzitter: Ik wilde even doorgaan met de vragen, want we zijn nu een beetje elkaar aan het uitspelen, lijkt het wel. Er komt nog een gecombineerde vergadering ook over dit onderwerp, dus we gaan het er nog uitgebreid over hebben. Dus ik wil gewoon even concrete vragen nu even aan mevrouw Witteman. Mevrouw Stroo. Mevrouw Stroo: Dank u voor het inspreken. Ik begrijp dat u zich grote zorgen maakt wat betreft de veiligheid. U heeft nu al de nodige overlast, wat u zegt op die plek. Ik heb een aantal vragen.

Hoe kijkt u als beroepsprofessional aan tegen dagbesteding van de mensen? En u neemt aan dat de auto-inbraken gedaan worden door de bewoners van Domus Plus, heeft u daar bewijzen van? Hoe komen de bewoners van Domus Plus uit Oost aan hun boodschappen? Nee, maar ik kan toch wat dingen vragen. Ja, nou, als zij geen antwoord wil geven, dan hoor ik het wel. Wat zou u ervan vinden als het Domus Plus en de Skaeve Huse bij elkaar komen, zodat er wel een 24-uurs toezicht is ook bij de Skaeve Huse. De voorzitter: Kijk waar u antwoord op wil geven, hoor. U hoeft natuurlijk niet overal antwoord op te geven. Mevrouw Witteman: Ik wil wel op een aantal dingen antwoord geven. Ik weet natuurlijk niet wie er inbreekt in de auto’s op het parkeerterrein. Als we dat wisten, dan zouden we al een heel stuk verder zijn. Ik weet wel dat mensen in de avond en nachtdienst zich echt heel onveilig voelen op de parkeerterreinen rondom het AMC. En of dat mensen zijn van de Skaeve Huse of van de Domus Plus, dat weet ik ook niet. Ik weet alleen dat het gewoon niet veilig is. En het is ook de rand van Amsterdam Zuid-Oost, dus dat telt ook nog mee. Ik blijf volhouden dat Domus Plus en Skaeve Huse niet in de wijk moeten. Ik denk dat het een goed idee is om ze bij elkaar te doen, omdat in ieder geval dan de zorg gewaarborgd is 24/7.

Maar ja, kijk, ik blijf er gewoon bij dat deze mensen niet aan de rand van een woonwijk wonen, omdat ze zelf al uit hun woonwijk zijn gezet omdat ze daar overlast geven. En ik denk van: ja, wij zijn ook een normale woonwijk. De voorzitter: Oké, mijnheer Van den Raadt. Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja, wat vindt u ervan. Want bij de bijeenkomsten wordt eerst door wethouder Meijs gezegd van: als er zo’n locatie komt, dan wordt het juist veiliger in de wijk. En u begon uw betoog eigenlijk met dat naderhand werd gezegd: die veiligheid kunnen we helemaal niet garanderen. Wat vindt u daar dan van? Mevrouw Witteman: Nou, ik vind het een eng idee dat er niet gegarandeerd kan worden dat het veilig is. Ik bedoel: als er dingen gebeuren in de wijk, wij zijn ook bang voor agressie. Er zit een, wat ik al zei, er zit een kinderspeelplaats op 150 meter. Mensen lopen daar hard, mensen fietsen er, het is de entree van de stad. Er komt zo meteen een plan met Oostpoort, maak er een mooie entree van de stad van. Ik denk van: ja, dit is

31

geen mooie entree van de stad. Want mensen worden bang, omdat mensen overlast gaan geven. En we weten allemaal dat deze mensen overlast gaan geven. De heer Van den Raadt: Ja, ik bedoelde eigenlijk dat dus eerst wordt gezegd gewoon glashard dat het veiliger wordt, maar naderhand erkent wordt dat het niet veiliger wordt. Kijk, dat het nu gewoon onveilig is, dat klopt. En dat zal waarschijnlijk ook niet veranderen als we blijven bezuinigen natuurlijk op handhaving en dat soort zaken. Maar vooral het feit dat er eerst wordt gezegd: het wordt juist veiliger, ook helemaal nergens op gebaseerd. En naderhand wordt het toegegeven, maar u als bewoner wordt wel elke keer gevraagd van: ja, heb er vertrouwen in. Maar als je dan met dit soort zaken komt, wat doet het dan met het vertrouwen. Mevrouw Witteman: Nou, wij hebben er dus echt geen vertrouwen in. De voorzitter: Dat is een herhaling van vragen, want volgens mij hebben we dit soort vragen al gehad. Ik wil nu even snel naar meneer Smit, want die zit te wachten vanaf huis. Ja, eerst even meneer Smit, die zit al een hele tijd te wachten. OP Haarlem. De heer Smit: Dank u wel. Dank u wel, voorzitter. Dag mevrouw Witteman. Allereerst mijn complimenten voor de rust die u uitstraalt, de duidelijkheid waarmee u de zaken toelicht.

Weet dat OP Haarlem al voordat er de locatie Wilhelminastraat in gebruik genomen werd heeft gepleit voor de Waarderpolder. En wij zullen blijven pleiten voor de Waarderpolder als een logische plek voor huisvesting. Maar ik heb een vraag aan u. Stelt u heel duidelijk dat voor de groepen Skaeve Huse en Domus Plus eigenlijk zeven keer 24 uur zorg de basis moet zijn om deze groep goed te begeleiden? De voorzitter: Even in de microfoon. Mevrouw Witte, even de microfoon nog een keer. Mevrouw Witteman: Ja, dat vind ik echt heel belangrijk. En ik denk dat dat ook voor deze mensen heel belangrijk is. De heer Smit: Dank u wel. En ik heb overigens de plek bekeken. O, nu is er resonantie. Ik heb de plek bekeken en ik ben het met u eens dat het heel dicht bij de huizen is. Dus blijft uw boodschap uitdragen, kom geloof ik op 4 maart, als ik het goed zeg, naar de gecombineerde vergadering. En dan hoor ik u graag weer. Dank u wel De voorzitter: Dank u wel. En mevrouw Özogul had ook nog een vraag. Mevrouw Özogul: Ja, een kort vraagje aan u. U zei dat u een bijeenkomst heeft gehad als wijk. Hebben ze u daar ook kunnen uitleggen hoe zij gaan handhaven, mocht er iets zijn. Hoe zij dit aanpakken? Mevrouw Witteman: Nee. Wat er heel duidelijk is gezegd, dat op het moment dat de locatie uitgezocht is, bepaald is, dan wordt er een veiligheidsplan gemaakt en eerder niet.

Dus wij hebben geen antwoorden gekregen op onze zorgen. Alleen dat ze niet de veiligheid kunnen garanderen. De voorzitter: Ja, dat had ik al gezegd ja. Ik wil het nu echt gaan afronden, mevrouw Klazes. Er komt nog een inspreker over dit onderwerp, dus waarschijnlijk gaan we dezelfde vragen stellen. Nou, u mag een kleine vraag stellen en dan ga ik echt naar de volgende inspreker. Mevrouw Klazes: Anders krijgen we weer ruzie, voorzitter. Dat willen we niet. Ja, nog een vraag. U werkt in de psychiatrie, of in ieder geval u heeft daar zijdelings mee te maken in uw werk. U heeft net verteld aan mevrouw Stroo dat het misschien best een goed idee zou zijn om Skaeve Huse en Domus Plus op een locatie

32

te realiseren. Kent u de doelgroepen van deze twee locaties goed genoeg om die conclusie te kunnen trekken? Denkt u dat het mogelijk is om deze twee doelgroepen, die toch wezenlijk van elkaar verschillen, op een locatie samen te brengen. Is dat een serieus voorstel? Mevrouw Witteman: Ik weet er niet genoeg vanaf. Ik heb wel ervaring in de psychiatrie en ik heb ook ervaring in de verslavingszorg. Maar ik zou niet durven zeggen dat het heel goed is om deze mensen bij elkaar te zetten. Het enige wat ik wel belangrijk vind is dat er bij de Skaeve Huse minder zorg zal zijn. En ik denk dat deze mensen 24/7 zorg nodig hebben. En als je dat voor elkaar krijgt door beide huizen bij elkaar te zetten, dan denk ik dat je al een hoop gewonnen hebt. Maar ik kan niet garanderen dat er dan niks gebeurt, want daar heb ik dan op dat gebied toch te weinig ervaring voor. De voorzitter: Dank u wel. ik heb de microfoon niet aan. Ik wil u danken voor uw bijdrage. We gaan snel even de volgende inspreker ook hier naar voren halen. Dank u wel. Goedenavond, mijnheer Wijnoogst als het goed is. Ja, u mag zo meteen de rechter knop indrukken en dan krijgt u drie minuten de tijd om uw verhaal te doen. Voordat u start, ja, u mag altijd wat zeggen. Maar als we het kort kunnen houden, want we lopen ontzettend uit. Gaat uw gang. De heer Wijnoogst: Goedenavond.

Ik wil namens de wijkraad om te beginnen u allen een heel gezond en een goed en vooral een wijs 2021 toewensen. Dan ga ik nu beginnen. Hoe betrouwbaar is de gemeenteraad van Haarlem? De gemeenteraad heeft voor het vaststellen voor de locaties voor de Domus Plus of voor Skaeve Huse vestigingen zelf criteria vastgesteld waaraan de locatie moet voldoen. Als inwoners van Haarlem mag je dan op zijn minst verwachten dat de raad haar eigen criteria in de afweging nakomt. De wijkraad Boerhavenwijk heeft moeten constateren dat dit bij de keuze voor de locatie Boerhavenlaan 57 niet gebeurd is en heeft hiervoor ook een aantal voorbeelden. Dit geldt overigens ook voor de andere locaties die in Haarlem zijn aangegeven als mogelijke vestigingsplaatsen. In het rapport van het onderzoek voor de locatie van Domus Plus of voor Skaeve Huse staat: 1, geen verder onderzoek bij ontwikkelzones waar woningbouw beoogd is en die in een ontwikkelzone liggen of waarvoor al een startnotitie is vastgesteld. U als raad heeft in oktober 2019 de startnotitie entree het Verre Oosten vastgesteld. En de rioolwaterzuivering ligt midden in het plangebied en had dus nooit als beoogde locatie worden opgenomen. De voorziening moet in een rustige omgeving liggen, buiten het centrum, waardoor in ieder geval drugsdealers en gebruikers op een afstand zijn.

Met de locatie Boerhavenlaan liggen op circa 200 meter afstand drie parkeerterreinen waar druk wordt gedeald en gebruikt. Dit geldt ook voor de locaties aan de Nieuwe Weg, Vergierenweg en de locatie bij de Fly Over. 3, binnen een straal van 100 meter mag zich geen school of sportvereniging bevinden. Eerste vraag die zich dan meteen voordoet: vanaf welk punt ga je meten. De wijkraad is van mening dat de punt begint bij de entree van het terrein en er niet midden op. En als je dan gaat meten, dan valt de Voorthuizenschool en de hockeyclub Saksenburg binnen die grens. Waarbij ook opgemerkt dat er in het rapport staat: de nabijheid van sportverenigingen ook vaak gesitueerd aan de stadsrand maakt de locatie minder geschikt. 4, de locatie moet prikkelarm zijn. Maar bij de nu al aangewezen locaties liggen bij of tussen drukke wegen, of direct bij sportterreinen of een tuinvereniging. Dus weinig prikkelarm. Daarnaast nog een opmerking over sportvoorzieningen in Schalkwijk. De laatste jaren zijn steeds meer sportvoorzieningen verdwenen, terwijl de wijk zich steeds verder uitbreid en er meer en meer jongeren komen wonen die willen sporten. Een van de verenigingen die ruimte zoekt is hockeyclub Saksenburg. En op dit moment een ledenstop heeft wegens te weinig velden.

Door het terrein van de waterzuivering een Domus Plus vestiging te plaatsen maakt u een uitbreiding van velden onmogelijk, want die komen dan allemaal binnen de 100 meter grens te liggen. Gezien de bovenstaande punten, waarin u uw eigen criteria niet gevolgd heeft, vragen wij ons dus af hoe betrouwbaar is de raad.

33

De voorzitter: Mijnheer Wijnoogst, wil u gaan afronden. De heer Wijnoogst: Ik ben bijna klaar. Wij vragen u nogmaals de locatie nog eens aan u voorbij te laten gaan en te kijken naar de criteria die u zelf heeft vastgesteld. En u zult tot de conclusie moeten komen dat deze locaties niet geschikt zijn. Bovendien komt het ons voor dat de Waarderpolder meer geschikte locaties te vinden zijn dan in woonwijken die of dicht bebouwd zijn of waar voorzieningen zijn als scholen en sportvelden. Ook is een aantal jaren geleden door de raad vastgesteld dat de nu groene randen van Haarlem niet meer bebouwd zouden worden of gebruikt voor andere maatschappelijke voorzieningen dan die voor recreatief gebruik. Kan een inwoner van Haarlem wel uitgaan van een gemeenteraad die staat voor hun eigen uitspraken? Ik dank u. De voorzitter: Ik dank u ook. De commissie mag ook nog wat vragen stellen. Wie kan ik als eerste het woord geven? Zijn er geen vragen aan mijnheer Wijnoogst? Mevrouw Stroo. Mevrouw Stroo: Dank u voor het inspreken. Welke beheersmaatregelen zou u willen om het eventueel wel op die plek te kunnen? De heer Wijnoogst: Die vraag is wat ons betreft gewoon te vroeg, die stelt u te vroeg. Want wij gaan ervanuit dat die niet komt bij ons. Als u gewoon uw eigen criteria volgt, dan komt die daar niet. Dus daar geef ik op dit moment geen antwoord op. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel, VVD.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12273008/1