CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20201111358 2. Bijlage 1 Notitie Verlenging Bodemprogramma Haarlem 2016-2020 met een jaar

commissie Beheer 14 januari 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17.20 uur Verlenging Bodemprogramma 2016-2020 met een jaar: 2021 (RB)2.399 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Verlenging Bodemprogramma Haarlem 2016-2020 met een jaar: 2021 Behorend bij BBV 2020/1111358 24-11-2020

Inleiding In de deze notitie met bijbehorende tabel wordt een beeld gegeven van de verwachte werkzaamheden in 2021 en wat daarvoor de geraamde kosten zijn. Ook is in de tabel een doorkijk gegeven van de verwachte kosten voor de periode tot 2030. Als eerste wordt een samenvatting gegeven van de uitgangspunten van het Bodemprogramma 20162020. De verlenging met het jaar 2021 van dit programma is hier een voortzetting van. Daarna wordt omschreven wat er voor 2021 gepland is. In de laatste paragraaf wordt achtergrondinformatie gegeven over de financiën. Uitgangspunten van het bodemprogramma 2016-2020 In het vastgestelde Bodemprogramma is aangegeven welke locaties in de periode 2016-2020 worden onderzocht op bodemverontreiniging, op welke locaties een sanering gepland staat of waar -na een sanering- nog nazorg nodig is. Verder bevat het programma beleidsontwikkeling voor het duurzaam gebruik van de ondergrond. In het Bodemprogramma staan ook de voorwaarden en prioriteiten aangegeven voor het uitgeven van deze bodemgelden. In het in 2015 ondertekende landelijke Bodemconvenant1 is afgesproken dat er ook aandacht komt voor de rol van de ondergrond bij belangrijke vraagstukken zoals klimaatadaptatie, energietransitie en duurzaam gebruik van de ondergrondse ruimte. Vooral ook gericht op het opstellen van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan.

De gemeente ontvangt van het rijk -als uitkering in het gemeentefonds- een decentrale uitkering bodem (DUB). Dit geld wordt beschikbaar gesteld voor sanering van bodemverontreiniging, nazorg, bodemonderzoek, apparaatskosten en (beleids-)projecten die de omslag van saneren naar beheren, het duurzaam gebruik van de ondergrond of klimaatadaptatie ondersteunen. Het gaat hier om gevallen waarvoor de overheid verantwoordelijk is omdat hiervoor geen andere partij is aan te spreken. Ook bevat het Bodemprogramma de mogelijkheid om een financiële bijdrage te leveren aan projecten die te veel beperkt worden door bodemverontreiniging. In samenloop met andere projecten kan dan ook bodemverontreiniging worden aangepakt. De Raad heeft het College bij vaststellen van het bodemprogramma 2016-2020 de bevoegdheid gegeven om te schuiven binnen het programma, binnen de gestelde uitgangspunten. Flexibiliteit is noodzakelijk. Het onderzoeken en aanpakken van verontreinigingen is complex en geraamde bedragen kunnen uiteindelijk anders uitvallen. Ook hangt het moment van uitgave van een bijdrage aan bijvoorbeeld andere projecten veelal af van wanneer een project uitgevoerd wordt. In veel gevallen wordt werk met werk gemaakt.

1

Convenant bodem en ondergrond 2016-2020, 17 maart 2015, ondertekend door ministerie, provincies, gemeenten en waterschappen.

Wat gaan we in 2021 doen? De verdeelsleutel voor bijdragen uit het Bodemprogramma, zoals voor de lopende periode in 2015 is vastgelegd, blijft gelden voor 2021. Samengevat komt deze prioritering neer op: 1. Het geld is ten eerste is bedoeld voor saneringen en nazorg van gevallen waar risico’s bestaan voor bijvoorbeeld verspreiding en waarvoor geen andere partij verantwoordelijk is. Er zijn binnen Haarlem geen verontreinigingsgevallen meer bekend die mogelijk een risico vormen voor de gezondheid. Wel zijn er een aantal nazorg-gevallen waarvoor nog definitief moet worden vastgesteld dat deze vlekken stabiel genoeg zijn. Voor veel gevallen geldt dat binnen afzienbare tijd wordt verwacht dat dit het geval is. Ook valt onder deze eerste categorie de beleidsontwikkeling en het onderzoeken van de bijdrage die de ondergrond kan leveren bij bijvoorbeeld klimaat- en energievraagstukken. 2. Ten tweede gaat er geld naar projecten. Hierbij wordt in samenloop met andere projecten op ernstig verontreinigde terreinen (ontwikkelingen of civiele werken) een bijdrage geleverd voor de saneringskosten. Hiermee wordt voorkomen dat deze ontwikkelingen onnodig geremd worden door bodemverontreiniging. Zo kan, wanneer bodemverontreiniging een belemmerende factor is, een bijdrage aan woningbouwlocaties worden verleend. 3.

Verder kan er een bijdrage worden gegeven aan overige locaties waarvoor geldt dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Onder categorie 1 vallen bijvoorbeeld de projecten Klokhuisplein, Nassaulaan, Oudeweg/GEB-terrein en Transvaalstraat. Klokhuisplein 5 e.o.: Ter plaatse van de Bakenessergracht en de Nauwe Appelaarsteeg bleek op een diepte vanaf ongeveer 8 tot 12 meter een verontreiniging aanwezig te zijn die een grote pluim grondwaterverontreiniging heeft veroorzaakt. Het gaat om een verontreiniging met chloorhoudenden oplosmiddelen. Door deze zogenaamde bronzone aan te pakken wordt voorkomen dat de pluim verder groeit en zich verplaatst. Middels aanbesteding is een saneerder gekozen die de bronzone door middel van het injecteren van een bepaalde vloeistof saneert. Met deze vloeistof wordt de verontreiniging deels direct afgebroken (door fijne ijzerdeeltjes) en deels wordt de biologische afbraak gestimuleerd. In 2017 en begin 2018 zijn deze injecties uitgevoerd. Het gaat om honderden injecties in rijwegen, stoepen en in de gracht zelf. De vergoeding voor de aanpak van deze bronzone is €1,2 miljoen. Delen van dit bedrag zijn al betaald bij de aanleg en uitvoering van de injecties. Het overige deel wordt uitgekeerd op basis van de voortgang van de afbraak van de verontreiniging. In 2020 is op basis van de behaalde resultaten €144.000 uitgekeerd.

Al naar gelang de mate waarin de verontreiniging in 2021 verder is afgebroken, krijgt de aannemer betaald. Daarvoor is nu een bedrag opgenomen van €150.000. Het is een hele grove schatting, omdat niet voorspeld kan worden hoeveel verontreiniging komend jaar afgebroken blijkt te zijn. De komende jaren blijft gevolgd worden of deze injecties het beoogd resultaat opleveren. Dit is een langzaam proces en hiervoor is een termijn van 10 jaar gesteld. Indien nodig zal de aannemer extra vloeistof in de bodem brengen. Kosten voor deze werkzaamheden zijn voor de aannemer. Na deze periode van 10 jaar zal de verspreiding nog verder gecontroleerd moeten blijven worden. Deze nazorg heeft de gemeente in 2017 afgekocht bij de aanbesteding van deze sanering. Nassaulaan, Kraaienhorst en Magdalenahof: Op deze locatie voert de gemeente al enige jaren een sanering uit van een restverontreiniging die na de sloop van de voormalige drukkerij daar is

achtergebleven. Het gaat om een grondwaterverontreiniging met vluchtige stoffen. Hier worden grondwater en bodemlucht opgezogen en gezuiverd in een daarvoor bedoelde zuiveringsinstallatie. Ook zijn er maatregelen getroffen om uitdamping naar de woningen te voorkomen. De afgelopen jaren zijn hier extra filterpunten aangelegd. Hiermee is een restverontreiniging op het terrein bij het aangrenzende Magdalenahof verwijderd. Ook zijn er bij een woning en bergingen op de Kraaienhorst extra filters geplaatst om daar een hardnekkige kern beter aan te pakken. De saneringsresultaten daar waren niet goed genoeg. De maatregelen kunnen nog niet worden beëindigd. Er is nog verontreiniging aanwezig en met de bestaande installatie wordt nog zo veel als mogelijk verwijderd. Daarna kan de zuiveringsinstallatie worden ontmanteld. Deze kosten waren voor 2016/2017 ingepland, maar gaan nu naar verwachting pas in 2022 spelen (ca. €300.000). Daarna zal nog zeker vijf jaren actief gecontroleerd worden of de situatie stabiel blijft. In 2021 wordt de voortgang gemonitord en wordt een nazorgplan (actieve controle) voor de periode daarna opgesteld. Oudeweg/GEB-terrein: Hier vindt tot nu toe zogenaamde “eeuwigdurende” nazorg plaats. Hier is een installatie aangelegd die een restverontreiniging in het grondwater op zijn plek houdt.

In het landelijke Bodemconvenant voor deze periode is ook aangegeven dat actieve nazorg zo veel mogelijk wordt teruggebracht. Voor deze locatie heeft daarom onderzoek plaatsgevonden waaruit inderdaad blijkt dat continue nazorg kan worden afgebouwd. Ten eerste is de actuele verontreinigingssituatie vastgesteld. Met deze gegevens is met behulp van een model bepaald dat waarschijnlijk een voldoende stabiele situatie aanwezig is. Het model laat zien dat de verontreiniging geen risico’s zijn voor de omgeving en zich niet zullen verspreiden buiten het terrein. De installatie is dan ook gestopt. De komende jaren wordt via metingen onderzocht of het model klopt en de verontreinigingssituatie inderdaad voldoende stabiel is. Hiervoor is in 2021 geld geraamd. Er is ook geld geraamd voor wanneer voor het ontwikkelingen op het terrein bepaalde onderdelen van de nazorginstallatie al verwijderd moeten worden. Mogelijk zijn nog ondergrondse damwanden aanwezig die voor ontwikkelingen/nieuwbouw op deze locatie verwijderd moeten worden. Bij het geval Transvaalstraat 10 e.o. is door middel van injecties in de bodem een kern van restverontreiniging aangepakt. Hiermee wordt voorkomen dat de grondwaterverontreiniging te veel groeit en zich verspreidt. De onderzoeksgegevens van de laatste jaren laten zien dat de vlek kleiner wordt en de gehalten lager.

Wel zijn in 2019 nieuwe injecties van koolstofbron (voeding voor natuurlijke afbraak) uitgevoerd om de kern van de verontreiniging verder aan te pakken. De effecten van deze aanvullende maatregelen worden in 2021 door monitoring gevolgd. Verder zijn er diverse projecten waar regelmatig de ernst en omvang van grondwaterverontreinigingen worden gecontroleerd. Mogelijk kan door bijdragen aan projecten van externen de nazorg op locaties waar restverontreiniging aanwezig zijn, worden beperkt of zelfs worden afgebouwd. Wanneer door een ontwikkeling een verontreinigingskern makkelijker te saneren wordt, dan kan dit gestimuleerd worden door financiële ondersteuning. Daarnaast is geld gereserveerd voor nu nog onbekende spoedlocaties. Deze locaties, waar mogelijk risico’s bestaan als gevolg van bodemverontreiniging, kunnen nog altijd onverwacht opduiken. Onder categorie 1 valt ook de beleidsontwikkeling bodem en ondergrond. In 2019 en 2020 is binnen de organisatie een netwerk opgezet van alle stakeholders die een belang hebben in de ondergrond. Ook zijn hier externe partijen betrokken zoals PWN en Liander. Veel beleidsterreinen hebben een belang en een ruimteclaim in de ondergrond. Kabels en leidingen vragen steeds meer ruimte, warmtenetten zijn grotendeels ondergronds, het opvangen van extreme regenbuien kan in de bodem, afvalcontainers gaan ondergronds, etc.

Door al deze zaken beter op elkaar af te stemmen,

beschikbare informatie te inventariseren en te delen en te onderzoeken aan welke informatie en beleid behoefte is, kunnen knelpunten voorkomen worden. Dit initiatief is gestart met behulp van een bijdrage uit het bodemprogramma. Ook voor 2021 is geld geraamd voor begeleiding van dit gemeente brede proces. Een belangrijke beleidsopgave voor 2021 blijft het inbrengen van alle gegevens over bodem en ondergrond in de door de gemeente op te stellen Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Bij het integraal maken van keuzes in of over het fysieke domein, biedt de ondergrond kansen en moet gegarandeerd blijven dat nieuwe bestemmingen niet belemmerd worden door bodemverontreiniging. Onder categorie 2 vallen de projecten zoals Scheepmakerskwartier, maar ook de ontwikkeling ter plaatse van de parkeerplaats tussen de Raamsingel en de Tempelierstraat. In 2020 is een aanvraag gedaan bij de gemeente om bij te dragen aan de kosten als gevolg van bodemverontreiniging voor de realisatie van de laatste fase (fase 2B) van het Scheepmakerskwartier. Deze zal waarschijnlijk nog in 2020 worden uitgekeerd. Ook is er geld geraamd voor het project Raamsingel/Tempelierstraat. Op de voormalige parkeerplaats worden woningen en parkeerruimte gerealiseerd. Dit vindt plaats binnen een geval van grondwaterverontreiniging (Lorentzplein e.o.).

Van deze verontreiniging met chloorhoudende oplosmiddelen is geen veroorzaker aan te wijzen. De gemeente is dan ook verantwoordelijk voor deze verontreiniging. Dat houdt in dat gecontroleerd wordt of de verontreiniging geen risico’s oplevert en zich niet onacceptabel verplaatst. De laatste jaren is vast komen te staan dat er geen risico’s zijn en de verontreiniging stabiel is. De verontreiniging wordt door de Raamsingel afgevangen en in de waterbodem afgebroken. De gemeente heeft met de ontwikkelaar afgesproken dat een deel van de meerkosten als gevolg van de grondwaterverontreiniging het nieuwbouwproject betaald worden vanuit het bodemprogramma. Er is een bedrag voor 2021 geraamd. Of dat ook daadwerkelijk wordt uitgekeerd in 2021 is afhankelijk van de voortgang van het project en de daadwerkelijk gemaakte meerkosten. In 2021 is ook nog een nader onderzoek gepland naar een verontreiniging met oplosmiddelen in de ondergrond bij de Grote Houtbrug. Hier is een verontreiniging die nog niet is afgeperkt, met name is nog niet duidelijk tot hoe diep deze verontreiniging reikt. Het is onbekend wat de bron is van deze verontreiniging. Verder is geld gereserveerd voor sanering van vlekken met verontreiniging ter plaatse van civiele werkzaamheden. In samenloop met bijvoorbeeld rioleringswerkzaamheden of de ontwikkeling van een locatie, kan werk met werk gemaakt worden.

Dit zijn momenten waar het relatief eenvoudig en goedkoop is om verontreinigingen te verwijderen die anders niet aangepakt zouden worden. Onder categorie 3 vallen de overige locaties waarvoor geldt dat door het bijdragen aan het verwijderen van ernstige bodemverontreiniging, invulling wordt gegeven aan de beleidsdoelstelling om de bodemkwaliteit in Haarlem gestaag te verbeteren. Voor deze categorie met de laagste prioriteit zijn nog geen specifieke projecten voorzien voor 2021.

Financieel De gemeente Haarlem maakt in principe elke vijf jaar een nieuw bodemprogramma, omdat het rijk de bijdrage via de DUB voor vijf jaar bekend maakt. Het bodemprogramma geeft daarmee een

onderbouwing voor de besteding van het bodemgeld. Het is nog niet bekend hoe de landelijke overheid voor de periode na 2020 geld beschikbaar stelt voor de bodemtaken. Als bijlage is een tabel gevoegd met een financiële planning. Hierin staat voor de periode tot en met 2020 aangeven waar het bodemgeld aan is uitgegeven. Daarnaast is aangegeven wat de inkomsten zijn voor het Haarlemse bodemprogramma en hoeveel geld er gereserveerd is. Er is een financiële reserve Bodemprogramma waaraan per jaar de niet uitgegeven gelden worden toegevoegd. Daarnaast staat voor 2021 een inschatting van de ingeschatte uitgaven. Ook is voor de periode daarna een voorlopige inschatting gemaakt. De daadwerkelijke uitgave van deze gelden zal weer grotendeels afhangen van de ontwikkelingen binnen de stad. Voor de periode na 2020 is, zoals al eerder aangeven, nog niet duidelijk hoe de financiering vanuit het Rijk plaatsvindt. Er is op de begroting van het ministerie geld voor bodembeheer gereserveerd tot 2030. Er is nog discussie over hoe dit wordt verdeeld over de verantwoordelijke overheden, ook gezien de wijzigende verantwoordelijkheden onder de in 2022 in werking tredende Omgevingswet. Door de in Haarlem beschikbare reserve is in ieder geval gegarandeerd dat bodemtaken die nu zijn te voorzien, zijn gedekt.

De reserve voor het Bodemprogramma is groot genoeg om de te voorziene kosten te dekken en er is voldoende ruimte om nu nog onvoorziene bodemverontreinigingen aan te pakken als dat nodig blijkt. Ook is voldoende ruimte ingebouwd om aan projecten/ontwikkelingen van derden bij te dragen , die worden belemmerd door bodemverontreiniging en waarvoor anderen niet verantwoordelijk zijn te stellen. Gemeentelijke bijdrage: de gemeente heeft bij het opstellen van het programma voor deze periode gesteld dat zij 10% van de som geld die in het programma wordt gestoken, zelf betaalt. Dit als zo sinds Haarlem in 2001 zelf verantwoordelijk is geworden voor het uitvoeren van het bodemprogramma. Vanaf de begroting van 2019 is deze financiële bijdrage met €50.000,- verlaagd. Hiertoe is (in het kader van een taakstelling) besloten omdat de reserve voldoende is voor het programma van de komende jaren. De gemeentelijke bijdrage bestaat daarnaast ook uit de inzet van uren uit de reguliere begroting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12273792/1