20201102622 2. Bijlage 1 Management letter 2020 gemeente Haarlem van Deloitte
Tekst van het document
Bij de berekening van het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen buiten dienstbetrekking wordt enerzijds uitgegaan van het maximum op basis van het aantal kalendermaanden waarin is gewerkt. Voor interim topfunctionarissen geldt in 2020 als norm per maand: • € 26.800 voor de eerste zes maanden van de functievervulling. • € 20.300 voor de volgende zes maanden. Er dient ook expliciet gekeken te worden naar het individueel bezoldigingsmaximum op basis van het aantal gewerkte en gedeclareerde uren * maximale uurtarief. Het maximale uurtarief in 2020 bedraagt € 193. Bij het bepalen of sprake is van een overschrijding dient, op basis van het nieuwe artikel 7a van de beleidsregels, van het laagste van deze twee individuele bezoldigingsmaxima te worden uitgegaan. Belangrijkste wijzigingen in wet- en regelgeving
Bijlagen
De WNT wijzigt met enige regelmaat. • In het geval van een schrikkeljaar, zoals 2020, dient in de noemer van kalenderdagenbreuk niet met 365 maar met 366 kalenderdagen gerekend te worden. • Met ingang van 2020 is in de Q&A op www.topinkomens.nl een aanpassing gedaan in het stappenplan voor de bepaling van de deeltijdfactor voor een topfunctionaris zonder dienstbetrekking. Dit betekent dat in sommige situaties de (lagere) deeltijdfactor mogelijk opnieuw moet worden vastgesteld. • Er zijn Q&A’s op www.topinkomens.nl toegevoegd om te verduidelijken hoe wordt omgegaan met de afkoop van niet-opgenomen vakantiedagen bij beëindiging van het dienstverband Wijzigingen verantwoording (artikel 5 Uitvoeringsregeling) Naar aanleiding van wijzigingen met betrekking tot de verantwoording in de Uitvoeringsregeling WNT is het standaard verantwoordingsmodel ook aangepast. Hierin zijn de volgende wijzigingen opgenomen: • Indien sprake is van een overschrijding van het geldende bezoldigingsmaximum (bijvoorbeeld bij toepassing van het overgangsrecht), dient naast de reden van de overschrijding voortaan ook het bedrag van de overschrijding te worden opgenomen. • Bij topfunctionarissen buiten dienstbetrekking dient ook de omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar te worden vermeld.
• Voor topfunctionarissen met meerdere functies binnen dezelfde WNT-instelling of gelieerde rechtspersoon met een totale bezoldiging van € 1.700 of meer dient een aantal aanvullende gegevens te worden opgenomen ten opzichte van de verantwoording in 2019. • Voor topfunctionarissen met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is, dient een aantal nieuwe gegevens te worden opgenomen. Topfunctionaris bij waarneming (artikel 4 Beleidsregels WNT 2020) De wet bepaalt wie als topfunctionaris wordt aangemerkt bij organisaties waarover ministers financiële verantwoording afleggen, provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen voor beroep en bedrijf. Indien de functie van topfunctionaris wordt waargenomen op basis van een formele aanwijzing of formeel besluit, wordt de waarnemende topfunctionaris voor de duur van de waarneming eveneens aangemerkt als topfunctionaris.
© 2020 Deloitte The Netherlands
Gemeente Haarlem | Managementletter 2020
30
De belangrijkste actualiteiten voor de jaarrekening 2020 Managementsamenvatting Bevindingen
Actualiteiten
Bijlagen
BTW-procedures (1/2) Tekst
Tekst
Hoge Raad oordeelt dat gemeente recht heeft op compensatie van btw ten aanzien van re-integratiekosten en outplacementkosten Op 10 juli 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over het recht op compensatie van btw op kosten gemaakt door een gemeente in het kader van re-integratie en outplacement. De Hoge Raad oordeelt dat de wetgever met de introductie van de uitsluitingsbepaling voor individuele verstrekkingen in de Wet op het BTW-compensatiefonds niet heeft bedoeld om in alle gevallen compensatie uit te sluiten voor goederen en diensten die een compensatiegerechtigd lichaam afneemt en die feitelijk worden gebruikt door een of meer individuele derden. Het recht op compensatie van btw dient enkel te worden uitgesloten indien het afnemen van goederen of diensten in overwegende mate plaatsvindt met het oog op het individuele belang van een derde. In zo’n situatie vervult de gemeente namelijk de rol van intermediair. In het geval dat een derde verplicht is de goederen en diensten van een gemeente af te nemen en de gemeente aan een weigering negatieve gevolgen kan verbinden, kan niet gesproken worden van het handelen als intermediair.
In deze situatie is de Hoge Raad van oordeel dat de gemeente als eindverbruiker kan worden aangemerkt en dat de gemeente de goederen en diensten aanschaft in verband met het belang van haar eigen organisatie en bestuur dan wel het collectieve belang. De btw op de gemaakte kosten in het kader van re-integratie en de btw op outplacementkosten komt zodoende eerder voor een bijdrage uit het BTWcompensatiefonds in aanmerking dan tot op heden werd aangenomen. Nu voor het BTW-compensatiefonds tot vijf jaar terug om een nieuwe beschikking kan worden gevraagd, is het naar onze mening in beginsel mogelijk om op basis van de uitspraak alsnog btw op bepaalde kosten te compenseren die in het verleden voor re-integratietrajecten zijn gemaakt.
Btw-correcties ten aanzien van de bijdragen van Stichting Afvalfonds Verpakkingen Begin 2020 is definitief duidelijk geworden dat gemeenten alsnog btw verschuldigd zijn over bijdragen die worden ontvangen van Stichting Afvalfonds Verpakkingen voor de gescheiden inzameling, sortering en/of verwerking van verpakkingsafval. Vanaf 2015 zullen gemeenten daarom alsnog btw moeten afdragen over de ontvangen bijdragen van Stichting Afvalfonds Verpakkingen. De btw die in rekening wordt gebracht aan Stichting Afvalfonds Verpakkingen kan door Stichting Afvalfonds Verpakkingen alsnog in aftrek worden gebracht waardoor Stichting Afvalfonds Verpakkingen per saldo geen financieel nadeel zal ondervinden. Tot op heden hebben gemeenten de btw op kosten voor de gescheiden inzameling, sortering en/of verwerking van verpakkingsafval gecompenseerd via het BTWcompensatiefonds. Nu de bijdragen btw-belast zijn, komt deze btw echter voor aftrek via de btw-aangifte in aanmerking. De ten onrechte gecompenseerde btw zal dus moeten worden gecorrigeerd. Indien het corrigeren van de btw op kosten tot problemen leidt, kan op dit punt mogelijk praktische afspraken met de Belastingdienst worden gemaakt. De Belastingdienst heeft te kennen gegeven geen verzuimboetes aan de gemeenten op te leggen, de gemeenten zullen echter wel geconfronteerd worden met belastingrente.
© 2020 Deloitte The Netherlands
Gemeente Haarlem | Managementletter 2020
31
De belangrijkste actualiteiten voor de jaarrekening 2020 Managementsamenvatting Bevindingen
Actualiteiten
Bijlagen
BTW-procedures (2/2) Tekst
Tekst
Btw-sportvrijstelling en exploitatie van sportaccommodaties De wijziging van de btw-sportvrijstelling per 1 januari 2019 heeft behoorlijke impact op gemeenten. De vrijstelling is van toepassing op diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding, mits deze diensten worden verricht door een instelling die geen winst beoogt. Een gemeente wordt in de regel aangemerkt als een niet-winstbeogende instelling waardoor de sportvrijstelling van toepassing is in het geval een gemeente zelfstandig sportaccommodaties exploiteert. Gemeenten hebben daardoor geen recht meer op aftrek van voorbelasting ten aanzien van gemaakte kosten en investeringen. Ter compensatie van de btw-schade die bij de gemeente ontstaat, is de zogenoemde SPUK (specifieke regeling uitkering sport) geïntroduceerd. Voor bepaalde bestedingen kunnen gemeenten een bijdrage aanvragen. Veel gemeenten hebben de exploitatie van sportaccommodaties (gedeeltelijk) uitbesteed aan derden. In de praktijk bestaat op dit moment nog onduidelijkheid over de vraag of de exploitatie door bepaalde derden (zoals commerciële exploitanten) binnen het bereik van de btw-sportvrijstelling valt. In afwachting van duidelijkheid hieromtrent, hebben gemeenten veelal zowel een SPUK-aanvraag ingediend en de btw op kosten ten aanzien van de sportaccommodatie in aftrek gebracht.
Het is van belang om het verdere verloop van de discussie te volgen en vervolgstappen te nemen/correcties te maken zodra de btw-positie van de exploitanten duidelijk is. Exploitatie van begraafplaatsen door gemeenten Op 19 juni 2020 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat gemeenten bij de uitgifte van grafrechten geen recht hebben op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. Dit oordeel wijkt daarmee af van het eerdere oordeel van het Hof Den Haag, waarin het Hof van mening was dat gemeenten als overheid handelen bij de exploitatie van gemeentelijke begraafplaatsen (waaronder de uitgifte van grafrechten) en zodoende recht hebben op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. Naar het oordeel van de Hoge Raad hebben gemeenten weliswaar de opdracht om een gemeentelijke begraafplaats te hebben, maar dit betekent niet dat gemeenten voor het uitgeven van grafrechten op een gemeentelijke begraafplaats optreden als overheid. De bepalingen van de Wet op de lijkbezorging zijn ook van toepassing op derden die begraafplaatsen exploiteren. Voor het uitgeven van grafrechten hebben gemeenten dan ook geen overheidsbevoegdheden nodig.
De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam waarbij het Hof Amsterdam de opdracht heeft gekregen te onderzoeken of gemeenten de begraafplaatsen wellicht mede gebruiken voor niet-economische activiteiten waardoor mogelijk alsnog gedeeltelijk recht bestaat op compensatie van btw. Het gaat dan bijvoorbeeld om de plicht van een gemeente om te zorgen voor de lijkschouwing en lijkbezorging indien niemand anders daarin voorziet. Het is op dit moment wachten op het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam.
© 2020 Deloitte The Netherlands
Gemeente Haarlem | Managementletter 2020
32
04 Bijlagen
© 2020 Deloitte The Netherlands
Gemeente Haarlem | Managementletter 2020
33
Disclaimer en beperking in het gebruik Managementsamenvatting Bevindingen
Volledigheidshalve merken wij op dat onze analyse en evaluatie is uitgevoerd in het kader van de door u verstrekte opdracht tot controle van de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaar-rekening en voor het getrouwe beeld daarvan, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing.
Hierdoor is onze analyse en evaluatie beperkter dan deze zou zijn geweest in het kader van een opdracht tot het geven van een oordeel omtrent de opzet, het bestaan, de effectiviteit en de efficiency van de interne beheersing als geheel en deze bestrijkt daarom niet nood-zakelijkerwijs alle in de interne organisatie vervatte tekortkomingen. Wij attenderen u erop dat deze managementletter is opgesteld ten behoeve van het college van de gemeente en daarom niet zonder onze toestemming aan derden mag worden verstrekt.
Actualiteiten
Bijlagen
© 2020 Deloitte The Netherlands
Gemeente Haarlem | Managementletter 2020
39
This report has been prepared solely for the use of the Audit Committee, Supervisory Board and Executive Board of gemeente Haarlem and should not be distributed or quoted in whole or in part without our prior written consent. No responsibility to any third party is accepted as the report has not been prepared for, and is not intended for, any other purpose. As a consequence, we do not assume any liability or duty of care to any other person to whom this report is shown or into whose hands it may come. The matters raised in this report are those which have come to our attention as a result of our audit and are those that we believe we need to bring to your attention. They are not a comprehensive record of all the matters arising and in particular we cannot be held responsible for reporting all Risks in the business or all internal control weaknesses. Any conclusion, opinion or comments expressed herein are provided within the context of our opinion on the financial statements as a whole, which will be expressed in our auditor’s report. Similarly, the comments, observations and recommendations involving systems and procedures should not be read as an opinion on the internal control structure and its operation. Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu, a UK Private Company limited by guarantee, and its network of member firms.
Neither Deloitte Touche Tohmatsu nor any of its member firms has any liability for each other's acts or omissions. Each of the member firms is a separate and independent legal entity operating under the names of "Deloitte", "Deloitte & Touche", "Deloitte Touche Tohmatsu", or other related names. The ‘General Terms and Conditions for Services Deloitte Netherlands, January 2020’ registered at the Chamber of Commerce under number 24362837 apply to all engagements under which Deloitte performs services. Deloitte Accountants B.V. is registered with the Trade Register of the Chamber of Commerce and Industry in Rotterdam number 24362853. © 2020 Deloitte Accountants B.V. All rights reserved. Member of Deloitte Touche Tohmatsu Limited