CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20201078134 14. Bijlage 1 B8a Fundering 2019

gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Verkoop Drijfriemenfabriek19.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

Definitief

Wareco is een gespecialiseerd ingenieursbureau op het gebied van water, bodem en funderingen. Onze kracht is onze kennis van de ondergrond te integreren met de bovengrondse opgaven. We verbinden onderzoeken en adviezen aan concrete ontwerpen en uitvoering. Enthousiast, persoonlijk en innovatief. Al 40 jaar leveren we maatwerk, met als resultaat hoge kwaliteit en duurzame, kostenbesparende oplossingen. Vanuit meerdere vestigingen verspreid over Nederland bedienen we met circa 80 professionals overheden, bedrijfsleven en particulieren. We hechten grote waarde aan kwaliteit en duurzaamheid. Het managementsysteem is ISO 9001 (kwaliteitsmanagement) en ISO 14001 (milieumanagement) gecertificeerd. Voor u als opdrachtgever komt dit tot uiting in de vorm van duidelijke afspraken, het afhandelen van klachten volgens vaststaande procedures en het, waar mogelijk en wenselijk, aandragen van duurzame oplossingen. Daarnaast staat duurzaamheid ook bij onze bedrijfsvoering hoog op de agenda. Dit komt tot uiting in aandacht voor besparing op en hergebruik van grondstoffen en het beperken van milieubelasting.

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

Definitief

Uitgebracht aan: Gemeente Haarlem

Auteur

dhr. M. van Dijk

Kenmerk

FO14B RAP20190220

Vrijgave

ing. A. van Maanen

Datum

28-02-2019

Status

Definitief

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

Inhoudsopgave Tekst

pagina

1.

Inleiding .................................................................................................. 1

2.

Onderzoeksonderdelen ............................................................................... 2 2.1.

Archiefonderzoek (bureaustudie) ..................................................... 2

2.1.1. Geraadpleegde bronnen ................................................................. 2 2.1.2. Bouwjaar onderzoekspand .............................................................. 2 2.1.3. Opbouw fundering en casco onderzoekspand ..................................... 2 2.1.4. Gegevens grondwater en oppervlaktewater ....................................... 2 2.1.5. Meetboutgegevens onderzoekspand(en) ........................................... 2 2.1.6. Gegevens bodemopbouw ............................................................... 3 2.1.7. Bestaande funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 ........................... 3 2.1.8. Milieukundige bodemkwaliteit ......................................................... 3 2.2.

Visuele inspectie pand ................................................................... 4

2.2.1. Gevelinspecties ............................................................................ 4 2.3.

Scheefstandsmetingen ................................................................... 5

2.3.1. Lintvoegwaterpassing .................................................................... 5 2.3.3. Vloerwaterpassing......................................................................... 6 2.3.4. Loodmeting ................................................................................. 7 2.4.

Hoogtemetingen ........................................................................... 8

2.4.1. Peilmaatmeting ............................................................................ 8 2.4.2. Nauwkeurigheidswaterpassing ........................................................ 9 2.6.

Omgevingsfactoren ..................................................................... 10

2.7.

Grondwaterstandmetingen ........................................................... 10

2.8.

Funderingsinspectie..................................................................... 11

2.8.1. Opbouw funderingsconstructie ...................................................... 11 2.8.3. Kwaliteit metselwerk en beton ...................................................... 12 2.8.4. Classificatie bodemmateriaal ......................................................... 12 2.8.5. Paaldiameter, restdiameter, houtsoort en aantasting paalhout ............ 12 2.9.

Houtonderzoek aan boorkernmonsters............................................ 13

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

3.

Beoordeling functioneren houten paalfundering ............................................. 14 3.1.

Toetsing draagkracht fundering ..................................................... 14

3.1.1. Stabiliteit funderingsconstructie .................................................... 14 3.1.2. Draagkracht paalhout .................................................................. 15 3.1.3. Draagkracht horizontaal funderingshout.......................................... 16 3.1.4. Geotechnische draagkracht........................................................... 16 3.2.

Beoordeling ............................................................................... 18

Bijlagen 1. Archiefgegevens 2. Inpandige inspectie

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

1.

Inleiding Van Gemeente Haarlem, afdeling Project en Contract management is opdracht ontvangen voor een onderzoek naar de kwaliteit van de fundering van het pand Harmenjansweg 95 te Haarlem. Het funderingsonderzoek is uitgevoerd conform de door de branchevereniging Organisatie Onafhankelijk Onderzoek Funderingen (F3O) opgestelde richtlijn. In dit rapport is bij de verschillende onderzoeksonderdelen een deel van de tekst van de F3O-richtlijn opgenomen. De volledige F3O-richtlijn kan op de website www.f3o.nl worden verkregen. Het onderzoek heeft bestaan uit de volgende onderdelen: ▪ Archiefonderzoek ▪ Inpandige inspectie ▪ Gevelinspecties ▪ Lintvoegwaterpassing ▪ Vloerveldwaterpassing ▪ Loodmeting ▪ Peilmaatmeting ▪ Nauwkeurigheidswaterpassing ▪ Grondwaterstandmeting ▪ Funderingsinspectie ▪ Ontgraving ▪ Classificatie bodemmateriaal ▪ Kwaliteit metselwerk en beton ▪ Visuele inspectie en het opmeten van de funderingsconstructie ▪ Bepaling dikte zachte schil van het hout ▪ Monstername hout ▪ Beslissing noodzaak boorkernmonstername hout ▪ Berekening resterende dragende doorsnede houten paal ▪ Houtonderzoek aan gestoken houtmonsters

1 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

2.

Onderzoeksonderdelen

2.1.

Archiefonderzoek (bureaustudie) Ten behoeve van het funderingsonderzoek is archiefonderzoek (bureaustudie) uitgevoerd. Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 2.1 Archiefonderzoek (bureaustudie): Doel:

verzamelen beschikbare relevante informatie over het casco, de fundering, andere bouwkundige elementen (inclusief eventueel belendende panden).

Methode:

gegevens verzamelen uit archieven.

Resultaat:

relevant materiaal opnemen onder bronvermelding in de rapportage. Bespreking van conclusies op basis van verzameld materiaal in rapportage opnemen.

2.1.1.

Geraadpleegde bronnen Bij het archiefonderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ▪ Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) (online geraadpleegd, beschikbaar via bagviewer.kadaster.nl): gegevens bouwjaar beschikbaar. ▪ Gemeente Haarlem (gegevens beschikbaar gesteld door gemeente Haarlem): geen relevante grondwaterstandgegevens beschikbaar. ▪ Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (Dinoloket) (online geraadpleegd, beschikbaar via www.dinoloket.nl): geen relevante gegevens bodemopbouw beschikbaar. ▪ Funderingsonderzoek uitgevoerd door Wareco in 2011, rapportage met kenmerk FO14 RAP20110408

2.1.2.

Bouwjaar onderzoekspand In de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is aangegeven dat Harmenjansweg 95 te Haarlem is opgericht omstreeks 1947.

2.1.3.

Opbouw fundering en casco onderzoekspand Er zijn bij dit onderzoek geen oprichtingstekeningen van het onderzoekspand beschikbaar gekomen.

2.1.4.

Gegevens grondwater en oppervlaktewater Er zijn geen relevante grondwaterstandgegevens verkregen uit de omgeving van het onderzoekspand Het oppervlaktewater in de omgeving van het onderzoekspand heeft een zomerpeil van NAP –0,61 m en een winterpeil van NAP -0,64 m

2.1.5.

Meetboutgegevens onderzoekspand(en) Er zijn geen gegevens van eventueel aan het onderzoekspand uitgevoerde nauwkeurigheidswaterpassingen bekend.

2 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

2.1.6.

Gegevens bodemopbouw Er zijn bij dit onderzoek geen grondboringen of sonderingen beschikbaar gekomen die zijn uitgevoerd in de nabije omgeving van het onderzoekspand. De bodemopbouw ter plaatse van het onderzoekspand is niet bekend.

2.1.7.

Bestaande funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 In 2011 is door Wareco funderingsonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het onderzoekspand, (rapportage met kenmerk FO14 RAP20110408). Geconcludeerd is dat op de inspectielocatie de fundering voldoende functioneert. Aangezien ter plaatse van de voorgevel sprake is van een hogere belasting en grotere ongelijkmatige zakking is niet met zekerheid een uitspraak over de gehele bouwkundige eenheid te geven. Om uitsluitsel te kunnen geven over het functioneren van de fundering onder de bouwkundige eenheid is geadviseerd ter plaatse van het meest gezakte punt bij de voorgevel een tweede funderingsinspectie uit te voeren. Gevelinspecties Bij de gevelinspectie is veel scheurvorming waargenomen. Een groot deel van de scheurvorming houdt verband met het functioneren van de fundering. De scheurvorming wordt als matig tot ernstig beoordeeld. Tevens zijn scheuren waargenomen welke verband houden met aanwezige muurankers en lateiconstructies. Lintvoegmeting Bij de voor meting bereikbare gevels is een lintvoegwaterpassing uitgevoerd. Het hoogste punt van de meting is gemeten bij de rechter en linker zijgevel ter plaatse van de achterzijde van het pand. De grootste ongelijkmatige zakking is gemeten aan de rechter voorzijde en bedraagt circa 8 cm. De ongelijkmatige zakking wordt als zeer groot beoordeeld.

Funderingsinspectie Ter plaatse van de linker zijgevel is op de aansluiting van het hogere en lagere deel van het gebouw een funderingsinspectie uitgevoerd. Vastgesteld is dat sprake is van één doorlopende funderingsconstructie onder beide bouwdelen. Bij de funderingsinspectie is een Amsterdamse fundering met een dubbele rij palen aangetroffen. In totaal zijn drie kespen en zes palen geïnspecteerd. Er zijn geen gebreken aan de funderingsconstructie waargenomen.

2.1.8.

Milieukundige bodemkwaliteit Er is door Wareco, ten behoeve van het uitvoeren van de graafwerkzaamheden en de aanvullende funderingsinspectie, een vooronderzoek naar de milieukundige bodemkwaliteit ter plaatse van de ontgravingslocatie uitgevoerd. Tevens is door Wareco een milieukundig bodemonderzoek op de geplande graaflocatie uitgevoerd. Voor het resultaat van dit onderzoek wordt verwezen naar de rapportage met kenmerk FO14B RAP20181217. In bijlage 1 zijn de beschikbare archiefstukken opgenomen.

3 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

2.3.

Visuele inspectie pand

2.3.1.

Gevelinspecties Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 2.2.2 Gevelinspecties: Doel:

inventariseren signalen die duiden op verminderd functioneren van de fundering of gewijzigde belastingafdracht naar de fundering.

Methode:

gevelschouw uitvoeren en gebreken vastleggen. De scheurgrootte wordt visueel bepaald (met een meetnauwkeurigheid ± 0,5 mm).

Resultaat:

fotorapportage van geconstateerde gebreken (inclusief eenduidige weergave van de locatie van de gebreken). Er wordt aangegeven welke schade waarom verband heeft met het functioneren van de fundering.

Beoordeling:

breedte van de scheuren wordt volgens tabel 1 benoemd (conform NIVRE).

F3O-richtlijn houten paalfunderingen, tabel 1:

Scheuren Haarscheuren 0,5 - 1 mm 1 - 3 mm > 3 mm

Benaming Zeer klein Klein Matig Groot

Resultaat Ten behoeve van het in 2011 uitgevoerde funderingsonderzoek zijn er gevelinspecties uitgevoerd. Derhalve zijn bij dit aanvullende funderingsonderzoek geen nieuwe gevelinspecties uitgevoerd. In de rapportage met kenmerk FO14 RAP20110408 is het resultaat van de gevelinspectie en de beoordeling van de schade opgenomen.

4 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

2.4.

Scheefstandsmetingen

2.4.1.

Lintvoegwaterpassing Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 2.3.1 Lintvoegwaterpassing: Doel:

vaststellen van de vervormingen aan het pand (gehele pand en rotaties).

Methode:

inmeten van gevelelementen die horizontaal zijn aangelegd door middel van waterpassing (meetnauwkeurigheid ± 2,5 mm).

Resultaat:

grafische presentatie van de meting als relatieve zakkingen ten opzichte van het hoogst gemeten punt. Er dient specifiek te worden vermeld welke geveldetails gemeten zijn. De presentatie van de metingen dient grafisch langs de gemeten gevels te worden weergegeven. De onderlinge afstand van de metingen dient gemeten en weergegeven te worden.

Beoordeling:

de scheefstand wordt volgens tabel 2 benoemd.

F3O-richtlijn houten paalfunderingen, tabel 2: Rotatie

Schadetypering

Benaming

< 1:300

Geen

Nihil

1:300 tot 1:200

Architectonisch

Klein

1:200 tot 1:100

Architectonisch

Matig

1:100 tot 1:75

Constructief

Groot

> 1:75

Constructief

Zeer groot

Resultaat Ten behoeve van het in 2011 uitgevoerde funderingsonderzoek is een lintvoegwaterpassing uitgevoerd. Derhalve is bij dit aanvullende funderingsonderzoek geen nieuwe lintvoegwaterpassing uitgevoerd. In de rapportage met kenmerk FO14 RAP20110408 is het resultaat van de lintvoegwaterpassing en de beoordeling van de rotaties opgenomen.

5 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

2.4.3.

Vloerwaterpassing Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 2.3.2 Vloerwaterpassing: Doel:

vaststellen scheefstand van gefundeerde muren.

Methode:

bepalen welke vloervelden de originele vervormingen weergeven. Inmeten van vloeren nabij de balkopleggingen in de gefundeerde muur ten opzichte van een horizontaal vlak. De meting wordt middels een waterpassing uitgevoerd (meetnauwkeurigheid ± 10 mm).

Resultaat:

grafische presentatie van meetwaarden omgerekend naar zakking ten opzichte van het hoogste punt van het vloerveld. De locatie van de meting op het vloerveld dient eenduidig te worden aangegeven. De representativiteit van de meting voor de originele vervormingen moet worden aangegeven.

Beoordeling:

de scheefstand en zakkingsverschillen worden volgens tabel 2 benoemd.

F3O-richtlijn houten paalfunderingen, tabel 2: Rotatie

Schadetypering

Benaming

< 1:300

Geen

Nihil

1:300 tot 1:200

Architectonisch

Klein

1:200 tot 1:100

Architectonisch

Matig

1:100 tot 1:75

Constructief

Groot

> 1:75

Constructief

Zeer groot

Resultaat Een vloerveldwaterpassing maakt geen deel uit van de onderzoeksopzet. Voor de beoordeling van de fundering is dit in dit geval niet van invloed. Derhalve is geen vloerveldwaterpassing uitgevoerd.

6 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

2.4.4.

Loodmeting Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 2.3.2 Vloerwaterpassing: Doel:

vaststellen voor- of achteroverhellen van de gevel.

Methode:

de gevelstandmeting kan worden uitgevoerd met een theodoliet, tachymeter of oploodinstrument (meetnauwkeurigheid ± 10 mm) en maakt de helling van een gevel ten opzichte van de verticaal inzichtelijk.

Resultaat:

presentatie van meetwaarden over de hoogte van de gevel. De methode en de locatie van de meting op de gevel dienen eenduidig te worden aangegeven.

Beoordeling:

de scheefstand uit de verticaal wordt volgens tabel 2 benoemd.

F3O-richtlijn houten paalfunderingen, tabel 2: Rotatie

Schadetypering

Benaming

< 1:300

Geen

Nihil

1:300 tot 1:200

Architectonisch

Klein

1:200 tot 1:100

Architectonisch

Matig

1:100 tot 1:75

Constructief

Groot

> 1:75

Constructief

Zeer groot

Resultaat Een loodmeting maakt geen deel uit van de onderzoeksopzet. Voor de beoordeling van de fundering is dit in dit geval niet van invloed. Derhalve is geen loodmeting uitgevoerd.

7 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

2.5.

Hoogtemetingen

2.5.1.

Peilmaatmeting Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 2.4.1 Peilmaatmeting: Doel:

relateren historisch bouwpeil met actuele hoogte bouwpeil.

Methode:

het vastleggen van bovenkant begane grondvloer ten opzichte van NAP door middel van een waterpassing (meetnauwkeurigheid ± 5 mm). Als een hoogte t.o.v. (N)AP bekend is uit de archiefstukken kan hiermee een globale absolute zakking worden bepaald.

Resultaat:

een afgeleide absolute zakking van de constructie. In de rapportage dient de herkomst van het historisch bouwpeil te zijn beschreven.

Beoordeling:

er is geen benaming voor de mate van zakking voorhanden.

Resultaat De aanleghoogte van de begane grondvloer ten opzichte van NAP is niet bekend. Er is hierdoor geen verband te leggen tussen de originele hoogte en de huidige hoogte van de begane grondvloer. Derhalve is geen meting van het peil uitgevoerd.

8 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

2.5.2.

Nauwkeurigheidswaterpassing Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 2.4.2 Nauwkeurigheidswaterpassing: Doel:

vaststellen zakkingssnelheid van een constructie.

Methode:

door middel van het herhaald meten van meetpunten met een precisie waterpasinstrument en een speciaal temperatuurongevoelige baak. De nauwkeurigheid van de metingen dient van ieder punt aantoonbaar binnen de range ± 0,5 mm te vallen. Vaststellen van beweging van de vaste meetpunten. Vaste meetpunten worden krimpvrij aan de constructie vastgemaakt en met een hoge nauwkeurigheid ten opzichte van een vast referentiepunt ingemeten. Herhalingsmetingen geven informatie over de zakking van de constructie.

Resultaat:

zakking van meetpunten (met duidelijke plaatsbepaling) over een bepaalde meetperiode en omgerekend naar zakking per jaar. Bij meerdere metingen van eenzelfde meetpunt dient naast de maximale zakking/jaar ook grafisch de zakking in de tijd te worden gegeven.

Beoordeling:

beoordeling van de zakkingssnelheid wordt gedaan volgens tabel 3.

F3O-richtlijn houten paalfunderingen, tabel 3: Zakking [mm/jaar]

Benaming

tot 0,5

Nihil

0,5 tot 2

Klein

2 tot 3

Matig

3 tot 4

Groot

>4

Zeer groot

Resultaat In deze fase van het onderzoek maakt een nauwkeurigheidswaterpassing geen deel uit van de onderzoeksopzet. Derhalve is geen nauwkeurigheidswaterpassing uitgevoerd.

9 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

2.7.

Omgevingsfactoren Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 2.5 Omgevingsfactoren: Doel:

verkrijgen van informatie over de directe omgevingsfactoren die van belang kunnen zijn voor het functioneren van de funderingsconstructie.

Methode:

visuele inspectie van de locatie.

Resultaat:

de waarnemingen worden schriftelijk en fotografisch vastgelegd en indien een verband wordt verondersteld met het functioneren van de fundering dan wordt hiervan expliciet melding gemaakt.

Resultaat Er zijn geen omgevingsfactoren waargenomen welke van belang kunnen zijn voor het functioneren van de fundering.

2.8.

Grondwaterstandmetingen Ter plaatse van de funderingsinspectielocatie is een grondwaterstandmeting uitgevoerd. Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 2.6 Grondwaterstandmetingen: Doel:

verkrijgen indicatie van de actuele waterdekking boven het hoogste funderingshout.

Methode:

er wordt een peilbuis in de directe nabijheid van de inspectieput geplaatst. De grondwaterstand in de peilbuis wordt gemeten met een peilklokje of peilpieper (meetnauwkeurigheid ± 10 mm) op een moment dat er geen verstoring van de grondwaterstand (meer) is als gevolg van de inspectiewerkzaamheden.

Resultaat:

grondwaterstand op een specifiek tijdstip ten opzichte van NAP. Is geen NAP hoogte beschikbaar, dan kan worden volstaan met grondwaterdekking (verschil niveau bovenste funderingshout en gemeten grondwaterstand) op een specifiek tijdstip. In de rapportage dient nadrukkelijk vermeld te worden dat een enkelvoudige meting een momentopname betreft en dat hiermee geen uitspraak mogelijk is over de grondwaterdekking over de jaren heen.

Beoorde-

op basis van tabel 4 worden de verschillende actuele grondwaterdekkingen

ling:

benoemd.

10 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

F3O-richtlijn houten paalfunderingen, tabel 4: Grondwaterdekking [cm]

Benaming

> 20

Voldoende

20 tot 5

Klein

<5

Onvoldoende

Resultaat Om een ongestoorde meting te kunnen doen is de grondwaterstand 7 dagen na de funderingsinspectie eenmalig in de bij de inspectielocatie geplaatste tijdelijke peilbuis gemeten. De gemeten grondwaterstand bedraagt circa NAP +0,43 m. Het niveau van het bovenste funderingshout is op deze locatie gemeten op circa NAP –0,97 m. Er is tijdens de meting sprake van een grondwaterdekking van circa 140 cm. De grondwaterdekking wordt op basis van tabel 4 als voldoende beoordeeld. Bij de funderingsinspectie in 2011 is een grondwaterstanddekking van het bovenste funderingshout gemeten van circa 50 cm hetgeen als voldoende wordt beoordeeld. In bijlage 2 is het resultaat van de grondwaterstandmeting in het inspectierapport opgenomen.

2.9.

Funderingsinspectie Er is ten behoeve van het in 2011 uitgevoerde onderzoek een tweede funderingsinspectie uitgevoerd ter plaatse van de voorgevel. De funderingsinspectie is uitgevoerd op het bij de lintvoegmeting gemeten laagste punt.

2.9.1.

Opbouw funderingsconstructie Op de inspectielocatie is een Amsterdamse houten paalfundering aangetroffen. Het kespen langshout is sterk samengedrukt. Twee van de drie aangetroffen kespen zijn gebroken. In de derde kesp is een breuklijn zichtbaar. De afstand tussen de palen onder de kespen bedraagt circa 0,20 m, 0,27 m en 0,35 m. Paal A en E staan grotendeels buiten de lijn van het funderingsmetselwerk gesitueerd. De hoogte van het bovenste funderingshout is ingemeten op circa NAP -0,97 m. De afstand tussen de kespen bedraagt circa 0,86 m.

11 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

2.9.3.

Kwaliteit metselwerk en beton De staat van het in de fundering aanwezige metselwerk is geïnspecteerd. Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 2.7.3 Kwaliteit metselwerk en beton: Doel:

Inzicht krijgen in de kwaliteit van de steenachtige onderdelen van de fundering onder het maaiveld.

Methode:

Visuele inspectie van het steenwerk (zie toelichting) en visuele beoordeling van onderdelen (klinker, voegen, beton) op hardheid en samenhang.

Resultaat:

De waarnemingen worden schriftelijk en fotografisch vastgelegd waarbij de locatie van scheuren herleidbaar is, zowel ten opzichte van het funderingsdetail als een boven het maaiveld herkenbaar deel van de constructie.

Beoorde-

Voor de kwalitatieve benaming van het metselwerk en beton dient tabel 6 te

ling:

worden gebruikt.

F3O-richtlijn houten paalfunderingen, tabel 6: Beton

Metselwerk

Benaming

Hard, geen scheuren of scholvor-

Stenen en voegen hard, geen scheuren

Nihil

Stenen hard, voegen zacht, weinig

Klein

schade ming Weinig scheuren of scholvorming

scheuren Scheuren, scholvorming of grind-

Stenen en voegen zacht, scheuren

Matig

Ernstige scheuren of scholvorming,

Losse en verbrokkelde stenen, ernstige

Groot

corroderende wapening zichtbaar

scheuren

nesten

Resultaat Het funderingsmetselwerk is geïnspecteerd en verkeert in goede staat. De stenen en de voegen hard. De schade in het funderingsmetselwerk wordt conform bovenstaande tabel als nihil beoordeeld. 2.9.4.

Classificatie bodemmateriaal In bijlage 2 is een weergave van de bodemclassificatie opgenomen. Gezien het aangetroffen bodemprofiel en de gemeten grondwaterstand is er geen aanleiding om de bodem tot een meter onder het hoogste funderingshout te classificeren en volstaat de verkende diepte van de ontgraving.

2.9.5.

Paaldiameter, restdiameter, houtsoort en aantasting paalhout De gemeten paaldiameter varieert van 165 mm tot en met 205 mm. De restdiameter (het onaangetaste deel van de paal) van de kop van de palen varieert van 73 mm tot en met 137 mm. Van vier palen is een houtmonster gestoken en in het laboratorium onderzocht op houtsoort en schadebeeld. Bij alle houtmonsters is grenenhout in het laboratorium vastgesteld. In alle onderzochte houtmonsters is bacteriële aantasting vastgesteld. In bijlage 5 is het resultaat van de funderingsinspectie opgenomen.

12 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

2.10.

Houtonderzoek aan boorkernmonsters Het bepalen van de noodzaak van het nemen van boorkernmonsters bij funderingsinspecties is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 2.7.5.2 Noodzaak houtonderzoek: Doel:

bepalen noodzaak houtonderzoek (monstername en laboratoriumonderzoek)

Methode:

houtonderzoek aan boorkernmonsters kan achterwege blijven indien bij de beoordeling van de funderingsconstructie zaken, anders dan hout-technologisch, worden geconstateerd die beslissend zijn voor een beoordeling en het classificeren van de fundering. Er worden ook geen houtmonsters genomen indien alleen de huidige staat van de fundering in kaart moet worden gebracht, zoals bijvoorbeeld bij onderzoek op aanschrijfniveau waarbij een restlevensduur geldt van één jaar. Direct na de diameterbepaling en de inslagmetingen wordt tijdens de inspectie in grafiek 2-5 de gemiddelde indringingswaarde uitgezet tegen de paaldiameter. Op basis van de locatie in de grafiek wordt houtonderzoek en dus houtmonstername uitgesloten wanneer: - de paal in gebied I valt en de oorzaak van de aantasting niet relevant is; - de paal in gebied II valt en een handhavingstermijn ≤ 25 jaar wordt gevraagd; - de paal in gebied IV valt en de oorzaak van aantasting niet relevant is.

Resultaat:

Onderbouwing van de keuze voor geen, één of meerdere houtmonsters die mogelijk nodig zijn voor het beoordelen van het (toekomstig) functioneren van de fundering

Resultaat Op basis van grafiek 2-5 uit de F3O-richtlijn is het nemen van boorkernmonsters niet vereist. Derhalve zijn geen boorkernmonsters van de houten palen genomen. Voor de analyse en indeling van de fundering in het kwaliteitsniveau is uitgebreid houtonderzoek in dit geval niet van invloed.

13 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

3.

Beoordeling functioneren houten paalfundering

3.1.

Toetsing draagkracht fundering Deze toetsing bestaat uit vijf componenten (stabiliteit funderingsconstructie, draagkracht paalhout / langshout / kespen, geotechnische draagkracht).

3.1.1.

Stabiliteit funderingsconstructie Er is een beoordeling van de stabiliteit van de bij dit funderingsonderzoek aangetroffen funderingsconstructie uitgevoerd. Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3Orichtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 3.1.1 Stabiliteit funderingsconstructie: Doel:

beoordelen of de constructie van de fundering voldoende stabiliteit bezit om de belastingen vanuit de bovenbouw naar de palen over te dragen.

Methode:

waardering van de resultaten van de visuele inspectie (2.7.4) gericht op kespbreuk, buiten het metselwerk geplaatste palen, onderlinge aansluiting elementen.

Resultaat:

inschatting stabiliteit.

Resultaat De belasting uit het pand heeft geleid tot grote ongelijkmatige zakkingen. Er zijn in 2011 en 2019 funderingsinspecties uitgevoerd. In 2019 is een funderingsinspectie uitgevoerd ter plaatse van de voorgevel, op de locatie waar de grootste ongelijkmatige zakkingen zijn gemeten. Er zijn tijdens de funderingsinspectie gebreken aan de funderingsconstructie waargenomen. Twee van de drie vrijgegraven kespen zijn gebroken. Onder deze kespen staan twee van de vier palen grotendeels buiten de lijn van het funderingsmetselwerk. In de derde kesp is een breuklijn zichtbaar. Afgeleid wordt dat de funderingsconstructie onvoldoende in staat is om de belasting uit het pand over te dragen aan de houten palen.

14 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

3.1.2.

Draagkracht paalhout Er is een toetsing van de houtspanning in de bij dit funderingsonderzoek aangetroffen palen uitgevoerd. Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 3.1.2 Draagkracht paalhout: Doel:

toetsing houtspanning in paal.

Methode:

voor de constructieve beoordeling zijn enerzijds de rekenwaarde van de belasting, σc,d, en anderzijds de rekenwaarde van de druksterkte van de paal evenwijdig aan de vezel, fc,d, benodigde invoergegevens om de toetsing volgens vergelijking 7 te kunnen uitvoeren. [Vergelijking 7]:

σc,d ≤ fc,d

Aanvullend gebruikte symbolen: σc,d = rekenwaarde voor de drukspanning parallel aan de vezel fc,d = rekenwaarde druksterkte parallel aan de vezel Resultaat:

de optredende houtspanning is getoetst aan de rekenwaarde voor de druksterkte van het hout.

Resultaat Er is een toets van de houtspanning in de paalschacht ter plaatse van de paalkop en het omslagpunt van negatieve kleef en positieve schachtweerstand uitgevoerd. Ten behoeve van de berekening zijn de volgende aannamen gedaan: ▪ Paallengte: 4 meter ▪ Omslagpunt: 3 meter minus maaiveld ▪ Tapsheid van de houten paal conform NEN 5491: 7,5 mm/m ▪ Voortschrijding bacteriële aantasting in grenenhout: 0,25 mm/jaar Ten behoeve van het in 2011 uitgevoerde funderingsonderzoek is een berekening van de optredende paalbelasting uitgevoerd. Hieruit volgt een rekenwaarde van de paalbelasting van 33 kN. Uit fundamenteel onderzoek is gebleken dat bacteriële aantasting bij grenenhouten palen aanwezig is over de gehele lengte van de paal tot aan de paalpunt. Aantasting over de lengte van de paal kan leiden tot breken van de paal op grotere diepte wanneer de maximaal toelaatbare spanning daar wordt overschreden. Daarnaast zal aantasting aan de paalpunt leiden tot afname van het geotechnisch draagvermogen van de paal. De bacteriele aantasting is een in de tijd doorgaand proces. Op basis van de resterende onaangetaste diameters van de palen en de berekende rekenbelasting is berekend dat de houtspanning in de paalkoppen op dit moment voldoet met de vereiste veiligheid aan het Bouwbesluit.

Verwacht wordt dat ten gevolge van de voortgaande bacteriële aantasting van de grenenhouten palen, paal A na circa 11 jaar en paal E na circa 23 jaar ter hoogte van de paalkoppen niet meer zullen voldoen met de vereiste veiligheid aan het Bouwbesluit.

15 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

In het inspectierapport in bijlage 5 is het resultaat van de berekening en de toetsing van de houtspanning in de palen opgenomen. In bijlage 6 is de berekening van de paalbelasting opgenomen.

3.1.3.

Draagkracht horizontaal funderingshout Er is een toetsing van de houtspanning in het horizontale funderingshout uitgevoerd. Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 3.1.3 Draagkracht horizontaal toegepast funderingshout direct liggend op de paal: Doel:

toetsing houtspanning (actueel en aan het einde van de referentieperiode)

Methode:

gebruik van deze methode kan alleen indien is aangetoond dat de gehele doorsnede van de paal bijdraagt aan de krachtsoverbrenging naar het horizontale hout. Het effectief paalondersteunend oppervlak wordt berekend volgens vergelijking 8. De toetsing is volgens vergelijking 9 en hierbij mag fc90,d worden afgeleid uit grafiek 3.1. Hogere spanningen dan 4,5 N/mm2 mogen alleen worden toegepast als voldaan wordt aan vergelijking 10 of wanneer de samendrukking van het horizontale hout minder dan 1/3 van de originele dikte is. (Vergelijking 8):

Dlangshout = D – 2 x (i – 10) en (i-10) ≥ 5mm

(Vergelijking 9):

σc90,d ≤ fc90,d

(Vergelijking 10): hlangshout - 2 x ilangshout > 40 mm Aanvullend gebruikte symbolen Dlangshout = diameter effectieve paal-ondersteunend oppervlak (contactzone van het horizontale hout [mm] hlangshout = dikte horizontaal hout direct op de paalkop [mm] ilangshout = gemiddelde indringdiepte in het horizontale hout [mm] σc90,d = rekenwaarde voor de optredende drukspanning loodrecht op de vezel in de contactzone [N/mm2] fc90,d = rekenwaarde druksterkte loodrecht op de vezel [N/mm2] Resultaat:

de optredende houtspanning is getoetst aan de rekenwaarde voor de druksterkte van het hout.

Resultaat Twee van de aangetroffen kespen zijn gebroken. Hieruit wordt afgeleid dat het horizontaal funderingshout niet voldoet en maximaal toelaatbare houtspanningen worden overschreden. 3.1.4.

Geotechnische draagkracht Er is een beoordeling van de geotechnische draagkracht van de fundering uitgevoerd. Dit onderdeel van het funderingsonderzoek is in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven:

16 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

F3O-richtlijn houten paalfunderingen, onderdeel 3.1.4 Geotechnische draagkracht: Doel:

toetsing van de geotechnische draagkracht.

Methode:

toetsing op basis van een beschouwing volgens methode 1 en indien dit niet mogelijk is dan volgens methode 2. Methode 1: Beschouwing op basis van bewezen sterkte. De bewezen geotechnische draagkracht wordt bepaald op basis van zakking, zakkingsverschillen en zakkingssnelheid. Methode 2: Beschouwing op basis van berekening van de geotechnische draagkracht. Een inschatting van de geotechnische draagkracht kan worden verkregen door berekening volgens NEN 9997-1 (hoofdstuk 7) met gebruikmaking van alle gegevens uit het funderingsonderzoek en in veel gevallen aangevuld met een sondering die aanvullend op het funderingsonderzoek moet worden uitgevoerd.

Resultaat:

toetsing geotechnische draagkracht.

Resultaat De geotechnische draagkracht is getoetst aan de hand van methode 1: De belasting uit het pand heeft geleid tot grote ongelijkmatige zakkingen. Er zijn in 2011 en 2019 funderingsinspecties uitgevoerd. In 2019 is een funderingsinspectie uitgevoerd ter plaatse van de voorgevel, op de locatie waar de grootste ongelijkmatige zakkingen zijn gemeten. Er zijn tijdens deze funderingsinspectie gebreken aan de funderingsconstructie waargenomen. Er zijn twee gebroken kespen aangetroffen. Verwacht wordt dat de ontstane zakkingen grotendeels het gevolg zijn van de aangetroffen gebreken. Verwacht wordt dat voldoende geotechnische draagkracht in de funderingsconstructie aanwezig is om de belasting uit het pand over te dragen aan de draagkrachtige zandlagen. Niet uitgesloten kan worden dat bij overigens ongewijzigde omstandigheden enige aanvullende ongelijkmatige zakkingen tot stand kunnen komen.

17 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

3.2.

Beoordeling Sinds de oprichting van de Harmenjansweg 95 zijn er grote ongelijkmatige zakkingen ontstaan. Er is in 2011 een funderingsinspectie uitgevoerd. In aanvulling hierop is in 2019 een aanvullende funderingsinspectie uitgevoerd. Bij dit aanvullende onderzoek is ter plaatse van de op de lintvoegmeting gemeten meest gezakte punt de fundering vrijgegraven en geïnspecteerd. Er is een Amsterdamse houten paalfundering aangetroffen. Twee van de drie op de inspectielocatie aangetroffen kespen zijn gebroken. In de derde kesp is een breuklijn zichtbaar. De aangetroffen palen staan deels naast de funderingslijn gesitueerd. Door de ongunstige positie van de palen onder het funderingsmetselwerk en de slechte toestand van de kespen is onvoldoende belastingafdracht mogelijk vanuit het funderingsmetselwerk naar de funderingspalen. Bij het funderingsonderzoek in 2011 ter plaatse van de linker zijgevel op de aansluiting van het hogere en lagere deel is vastgesteld dat er sprake is van één doorlopende funderingsconstructie onder beide bouwdelen. Op deze locatie zijn geen gebreken aan de fundering aangetroffen. Er zijn bij het uitgevoerde houtonderzoek, nu en in 2011 bij alle negen houtmonsters grenenhouten palen vastgesteld. In alle houtmonsters is bacteriële aantasting vastgesteld. Verwacht wordt dat overwegend grenenhouten palen in het heiwerk zijn toegepast.

Voortgaande bacteriële aantasting in grenenhout leidt tot het verder afnemen van de dragende diameter van de palen. Uit een toets van de optredende houtspanning volgt dat bij drie van de negen geïnspecteerde palen de houtspanning in de aankomende 25 jaar niet meer zal voldoen met de vereiste veiligheid uit het bouwbesluit. De overschrijding van de maximaal toelaatbare houtspanning kan leiden tot het bezwijken (opstuiken of breken) van de palen als gevolg waarvan aanvullende ongelijkmatige zakkingen en schade aan het pand ontstaat. Op basis van de verzamelde informatie wordt de fundering van Harmenjansweg 95 te Haarlem, conform onderstaande tabel 7 uit de F3O-richtlijn als onvoldoende beoordeeld. Geadviseerd wordt volledig funderingsherstel onder het pand uit te voeren. Geadviseerd wordt de belastingsituatie tot na het funderingsherstel niet te wijzigen. De verschillende classificaties van een fundering, zijn in de F3O-richtlijn voor funderingsonderzoek als volgt omschreven: F3O-richtlijn houten paalfunderingen, tabel 7 Resultaat funderingsonderzoek: Classificatie

Omschrijving

Handhavingstermijn

Ruim

Binnen 25 jaar zijn nauwelijks (extra) scheuren of (extra)

voldoende

scheefstand te verwachten, verhoging belasting mogelijk.

Voldoende

Binnen 25 jaar zijn geringe onderlinge zakkingsverschillen

> 25 jaar > 25 jaar

te verwachten. Redelijk

Binnen 25 jaar zijn onderlinge zakkingsverschillen te

15 - 25 jaar

verwachten (houd rekening met aanvullende zakkingen en extra scheuren). Verhoging belasting niet mogelijk. Matig

Binnen 15 jaar zijn onderlinge zakkingsverschillen te

5 - 15 jaar

verwachten (houd rekening met aanvullende zakkingen en extra scheuren). Verhoging belasting niet mogelijk. 18 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

Funderingsonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

Onvol-

Onderlinge zakkingsverschillen zijn te verwachten die

doende

leiden tot schade aan casco, funderingsherstel noodzakelijk

1 - 5 jaar

binnen 5 jaar. Slecht

Onderlinge zakkingsverschillen en/of zakkingssnelheden

0 - 1 jaar

zijn groot tot zeer groot en (kunnen) leiden tot schade en instabiliteit aan casco, direct opstarten funderingsherstel is noodzakelijk, zo nodig stabiliserende maatregelen treffen aan het casco.

19 Definitief

FO14B RAP20190220

28-2-19

BIJLAGEN

BIJLAGE 1 Archiefgegevens

ARCHIEFGEGEVENS BAG

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) Harmenjansweg 95 Haarlem

Pand ID Status Bouwjaar Geconstateerd In onderzoek Begindatum Documentdatum Documentnummer Mutatiedatum

0392100000037978 Pand in gebruik 1947 Nee Nee 24-09-2012 24-09-2012 MRC2012-88 07-06-2013

Pand ID Status Bouwjaar Geconstateerd In onderzoek Begindatum Documentdatum

0392100000037979 Pand in gebruik 1947 Nee Nee 24-09-2012 24-09-2012

ARCHIEFGEGEVENS VOORGAANDE ONDERZOEKEN Bestaand funderingsonderzoek Wareco 2011

-

)

) -

>

BIJLAGE 2 Resultaten funderingsonderzoek

Funderingsinspectierapport Harmenjansweg 95 Haarlem kN kN kN kN kN kN kN

kN kN kN

Algemene gegevens projectcode

type fundering

1

betonopzetters (BO)

-

inspecteur

RLI-ADE

aansluiting BO op betonbalk

-

datum inspectie

23-3-2011

gebr. inslaghamer betonschade

omslagpunt (m-mv)

schade metselwerk

matig

tapsheid (mm/m)

7,5

houtonderzoek

rekenbelasting (kN)

33

datum opname grondwaterstand

correctie

5

UVA 28-3-2011

Opmerkingen

Meetgegevens

Controle prikken op kop Paal A=26&32;Paal B=14&18;Paal C=38&34;Paal D=24&26;Paal E=32&26;Paal F=30&22.Alle palen drukken in kespen.Kesp 2 en 3 drukken in vloerhout 1.Tijdens funderings inspectie wortelgroei zichtbaar.

bovenste funderingshout t.o.v. vloerpeil

-

bovenste funderingshout t.o.v. maaiveld

137

(cm)

bovenste funderingshout t.o.v. NAP

-105,4

grondwater t.o.v. maaiveld

86,5

grondwater t.o.v. NAP

-54,9

droogstand (positief is droogstand)

-50,5

id

dia

hout

bacterie

A

175

grenen

zeer ernstig

schimmel

B

140

grenen+

C

165

grenen

D

140

grenen

zeer ernstig

30

26

30

26

28

33

12

E

175

grenen

zeer ernstig

32

26

16

18

23

28

12

F

165

grenen

zeer ernstig

24

22

24

22

23

28

12

10

12

10

10

11

16

zeer ernstig

K1

1

2

3

4

gem

zs

+zs25

38

28

34

38

35

40

12

22

18

18

20

20

25

12

26

28

22

20

24

29

12

K2

6

8

10

8

8

13

K3

12

16

16

10

14

19

V1

26

28

22

12

22

27

V2

-

-

V3

-

-

V4

-

-

id

%afn

rdPK

hsPK

PK-toets

PKve

diaOP

zsOP

rdOP

hsOP

OP-toets

OPve

A

70

95

4,7

voldoet

>25

-

-

-

-

-

-

B

58

90

5

voldoet

>25

-

-

-

-

-

-

C

58

107

3,7

voldoet

>25

-

-

-

-

-

-

D

72

74

7,7

voldoet

12

-

-

-

-

-

E

54

119

3

voldoet

>25

-

-

-

-

-

-

F

56

109

3,5

voldoet

>25

-

-

-

-

-

-

alle eenheden in millimeters (tenzij anders vermeld) toelichting, zie einde rapport

1 van 1

PYL 7-2731

paallengte (m)

=

=

amsterdamse fundering

inspectieput

=

=

7450

Inspectiegegevens FO14

V3.0 4-5-2011

toelichting op funderingsinspectierapport id:

A t/m J = funderingspaal (volgnr: 1 = meting op andere hoogte dan standaard) ; K1 t/m K4 = kesp; V1 t/m V4 = vloerhout

dia:

diameter van de houten funderingspaal

hout:

houtsoort (bij + "ingeschatte" houtsoort)

bacterie:

aangetroffen bacteriële aantasting

schimmel: aangetroffen schimmels 1, 2, 3, 4 : individuele meetwaarden van de indrukking met gebruikte inslaghamer gem:

gemiddelde indrukking

zs:

zachte schil (gemiddelde indrukking + correctie)

+zs25:

toename zachte schil in 25 jaar

afn%

afgenomen dragend oppervlak (in %)

rdPK

restdiameter (diameter - zachte schil) ter hoogte van de paalkop (kop van de funderringspaal)

hsPK

houtspanning in de paalschacht ter hoogte van de paalkop

PK-toets:

beoordeling van de individuele houten paalschacht ter hoogte van de paalkop

PKve:

inschatting van het aantal jaren totdat de hsPK is toegenomen tot 10,8 N/mm2

diaOP:

diameter van de houten paal ter hoogte van het omslagpunt

zsOP:

zachte schil van de houten paal ter hoogte van het omslagpunt

rdOP

restdiameter (diameter - zachte schil) ter hoogte van het omslagpunt (de plek waar de paalbelasting het grootst is)

hsOP

houtspanning in de paalschacht ter hoogte van het omslagpunt

OP-toets:

beoordeling van de individuele houten paalschacht ter hoogte van het omslagpunt

OPve:

inschatting van het aantal jaren totdat de hsOP is toegenomen tot 10,8 N/mm2

terminologie en beoordeling conform F3O-richtlijn

7 6 5 3

14 17

2 16

1

9 4

12 + 13 15 8

11 10

19 25 21

26

20

28

22

27 24 34-35-36-37

23 29

38+39 42+43

30 33 40+41 31

18

32

ARCHIEFGEGEVENS VOORGAANDE ONDERZOEKEN Milieukundig bodemonderzoek inspectielocatie

Indicatief bodemonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

2e Definitief Wareco is een gespecialiseerd ingenieursbureau op het gebied van water, bodem en funderingen. Onze kracht is de integratie en combinatie van onze specialisaties. We doen onderzoek en geven advies. We maken plannen en begeleiden de uitvoering. Enthousiast, persoonlijk en innovatief. Al meer dan 35 jaar leveren we maatwerk, met als resultaat hoge kwaliteit en duurzame, kostenbesparende oplossingen. Vanuit onze vestigingen in Deventer en Amstelveen bedienen we met circa 60 professionals overheden, bedrijfsleven en particulieren. We hechten grote waarde aan kwaliteit en duurzaamheid. Het managementsysteem is ISO 9001 (kwaliteitsmanagement) en ISO 14001 (milieumanagement) gecertificee rd. Voor u als opdrachtgever komt dit tot uiting in de vorm van duidelijke afspraken, het afhandelen van klachten volgens vaststaande procedures en het, waar mogelijk en wenselijk, aandragen van duurzame oplossingen. Daarnaast staat duurzaamheid ook bij onze bedrijfsvoering hoog op de agenda. Dit komt tot uiting in aandacht voor besparing op en hergebruik van grondstoffen en het beperken van milieubelasting.

Indicatief bodemonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

Inhoudsopgave Tekst

Indicatief bodemonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

1.

Inleiding .................................................................................................. 2

2.

Vooronderzoek .......................................................................................... 3

Auteur

K. Hoogeboom, BSc

Kenmerk

FO14B RAP20181217

Vrijgave

ir. K. Termeer

Datum

21-12-2018

Status

2e Definitief

Terreinsituatie .............................................................................. 3

2.2.

Geplande werkzaamheden .............................................................. 4

2.3.

(Voormalige) gebruik van de locatie ................................................. 4

2.4.

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit................................. 5

2.5.

Uitgevoerde bodemonderzoeken uit het verleden ............................... 7

2.6.

Bodemopbouw en geohydrologie ................................................... 12

2.7.

Terreinbezoek ............................................................................ 12

2.8.

Conclusie vooronderzoek.............................................................. 13

Onderzoeksstrategie ................................................................................ 13

4.

Veldwerkzaamheden ................................................................................ 14

5.

Resultaten .............................................................................................. 15

2e Definitief

Gemeente Haarlem

2.1.

3.

6.

Uitgebracht aan:

pagina

7.

5.1.

(Meng)monstersamenstelling ........................................................ 15

5.2.

Toetsingskader ........................................................................... 15

5.3.

Analyseresultaten ....................................................................... 16

Conclusies en advies ................................................................................ 17 6.1.

Aanleiding en doel ...................................................................... 17

6.2.

Resultaten indicatief bodemonderzoek ............................................ 17

6.3.

Advies ...................................................................................... 18

Certificering ............................................................................................ 20

Bijlagen: 1. Veldwerkrapportage en locatietekening 2. Legenda boorprofielen 3. Boorbeschrijvingen 4. Toetsingskaders 5. Toetsing 6. Analysecertificaten 7. Omgevingsrapportage Harmenjansweg 95 te Haarlem, Gemeente Haarlem, d.d. 23-11-2018 8. Bepaling veiligheidsklasse CROW400, d.d. 30-11-2018 9. Mailcorrespondentie Gemeente Haarlem – Wareco, d.d. 17-12-2018

FO14B RAP20181217

21-12-18

Indicatief bodemonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

1.

Indicatief bodemonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

Inleiding

2.

In opdracht van de gemeente Haarlem (afdeling Project en Contract) is door Wareco een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Harmenjansweg 95 te Haarlem (zie figuur 1).

Vooronderzoek Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek conform de Nederlandse Norm (NEN) 5725 (Nederlands Normalisatie-instituut, oktober 2017) uitgevoerd. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van gegevens betreffende het historische, het huidige en het toekomstige gebruik van de locatie. Voor het vooronderzoek is uitgegaan van de strategie voor het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s.

Aanleiding tot het bodemonderzoek is de voorgenomen funderingsinspectie op de locatie. Doel van het uitgevoerde bodemonderzoek is het beoordelen of aanvullende arbomaatregelen noodzakelijk zijn bij werken in verontreinigde grond.

Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: [A] Opdrachtgever/Adviseur Funderingen Wareco. [B] Bodeminformatiesysteem Gemeente Haarlem (zie bijlage 7) [C] Kadaster online (Kadaster) [D] BAG-viewer (Kadaster) [E] Topotijdreis (Kadaster) [F] Niet Gesprongen Explosieven [G] Bodembeheer Haarlem, d.d. 01-06-2013, versie 1.5 (link) [H] Grondwaterbeschermingsgebieden Nederland [I] Google Maps en Google Streetview [J] Archief Wareco

2.1.

Terreinsituatie Het te onderzoeken terrein is weergegeven in bijlage 1 en is gelegen aan de Harmenjansweg 95 te Haarlem. Het terrein staat kadastraal bekend als: gemeente Haarlem, sectie E, perceel 3784. Door middel van een lintvoegmeting is door de adviseur funderingen van Wareco een locatie van het te graven funderingsinspectiegat bepaald. De oppervlakte van de te onderzoeken locatie is circa 4 m 2. De volledige onderzoekslocatie is bebouwd. De funderingsinspectie gaat plaatsvinden inpandig bij de voorgevel en is weergegeven als locatie 02 in figuur 2. In het pand is vermoedelijk een betonverharding aanwezig.

Figuur 1: Globaal overzicht te onderzoeken locatie te Haarlem (bron: Google Maps)

Naar aanleiding van mailcorrespondentie met de opdrachtgever is de rapportage (FO14B, RAP20181121, verzonden d.d. 06-12-2018) aangepast. De aanpassingen betreffen: § Het aanvullen van het historisch onderzoek (gegevens bodemkwaliteitskaart, bommenkaart Haarlem en dergelijke). § Advisering grondverzet aangaande de vastgestelde verontreiniging. § Advisering bij aantreffen kruipruimte onder bestaande bebouwing.

FO14B RAP20181217

21-12-18

FO14B RAP20181217

21-12-18

Indicatief bodemonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

Indicatief bodemonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

§

2.4. Figuur 2: Geplande funderingsinspectie Harmenjansweg 95 (bron: zie [A])

2.2.

Geplande werkzaamheden Op basis van de door de opdrachtgever beschikbaar gestelde gegevens, vinden de onderstaande bodemgerelateerde ingrepen plaats: § op de locatie zal funderingsinspectie plaatsvinden. Hierbij zullen graafwerkzaamheden plaatsvinden tot een diepte van 1,5 m–mv; § bij de graafwerkzaamheden zal de ontgraven grond tijdelijk worden uitgeplaatst; § op de locatie zal worden gewerkt met een gesloten grondbalans.

2.3.

(Voormalige) gebruik van de locatie § § §

§

§

de huidige bebouwing is gerealiseerd in 1947 [E]. De locatie is in gebruik als (tijdelijk) stadsstrand; het is niet bekend of in de bebouwing asbest is toegepast; door middel van de bestudering van luchtfoto’s en/of plattegronden[E] is nagegaan of gedempte sloten aanwezig zijn op de locatie. Hierbij zijn geen gedempte sloten waargenomen op de locatie; op de locatie zijn de volgende activiteiten bekend die mogelijk een bodemverontreiniging hebben veroorzaakt [A]/[B]: Harmenjansweg 95 o benzineservicestation, periode onbekend; o drijfriemenfabriek (leer), periode 1890 – 1988; o leerlooierij (voor 1900, plantaardige looistoffen), periode 1801 - 1988; o leerlooierij (na 1900, chroom), periode 1801 – 1988. nabij de locatie zijn de volgende activiteiten bekend die mogelijk de bodemkwaliteit op de locatie hebben beïnvloed [A]/[B]/[C]: Harmenjansweg/Oudeweg o drijfriemenfabriek (leer), periode 1801 – 1988; o leerlooierij (voor 1900, plantaardige looistoffen), periode 1801 - 1988; o leerlooierij (na 1900, chroom), periode 1801 - 1988; o ophooglaag met puin en/of bouw- en sloopafval, periode onbekend.

FO14B RAP20181217

21-12-18

Harmenjansweg 36 o benzinetank (ondergronds), periode 1967 - onbekend; o chemicaliënopslagplaats, periode onbekend; o huisbrandsolietank (ondergronds), periode onbekend – 2002; o textielindustrie, periode 1963 – onbekend; o timmerwerkplaats, periode 1975 – 1986. NS Emplacement – Verspronckweg/Bolwerken o brandstoffendetailhandel (vaste en vloeibare), periode 1933 - 1987; o smederij, periode 1913 – onbekend. NS Emplacement – Haarlem CS o metaalconstructiebedrijf, periode onbekend; o spoorwegemplacement, periode onbekend. Er zijn geen gegevens beschikbaar over de aanwezigheid van een kruipruimte onder de vloer op de begane grond.

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit De gegevens uit het bodeminformatiesysteem (BIS) zijn op 23 november 2018 opgevraagd bij de gemeente Haarlem. § Er zijn geen gegevens bekend ten aanzien van de te verwachten bodemkwaliteit op de locatie van de geplande funderingsinspectie. § Op basis van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op onverdachte terreinen is de Haarlemse bodemkwaliteitskaart vastgesteld. Dit perceel ligt in bodemkwaliteitszone 1. In tabel 1 zijn de gemiddelden en de P95-waarden van bodemkwaliteitszone 1 weergegeven. o De bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv) is gemiddeld matig verontreinigd met lood. Verder is de grond gemiddeld licht verontreinigd met koper, kwik, zink en PAK (teerachtige verbindingen in bijvoorbeeld koolas). Plaatselijk komen sterke verontreinigingen voor met lood en zink, matige verontreinigingen met koper en PAK en lichte verontreinigingen met cadmium, nikkel en minerale olie. o De ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv) is gemiddeld licht verontreinigd met koper, kwik, lood, zink en PAK. In de ondergrond komen plaatselijk sterke verontreinigingen voor met lood. Koper en zink komen plaatselijk als matige verontreiniging voor. Cadmium, minerale olie, molybdeen en EOX komen plaatselijk als lichte verontreiniging voor.

FO14B RAP20181217

21-12-18

Indicatief bodemonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

Indicatief bodemonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

Tabel 2: Gemiddelde en de P95-waarden van bodemkwaliteitszone 1 gemeente Haarlem

§

Met betrekking tot niet-gesprongen explosieven (NGE’s) is bommenkaart van BeoBom geraadpleegd [F]. Op de onderzoekslocatie is gering kans op het aantreffen van NGE’s. Op aangeven van de opdrachtgever is eveneens de beleidskaart NGE van Haarlem uit 2016 van bureau REASeuro bestudeerd. De geplande funderingsinspectie bevindt zich buiten een risicogebied NGE (zie figuur 3).

2.5.

Uitgevoerde bodemonderzoeken uit het verleden Ter plaatse van Harmenjansweg 95 en het terrein ten noorden Harmenjansweg 95 (beter bekend als Harmenjansweg/Oudeweg) zijn in het verleden bodemonderzoek(en) uitgevoerd en zijn de volgende documenten bestudeerd uit het archief van Wareco [J]: [1]. Verkennend en nader onderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem, Gemeente Haarlem afdeling Milieu bureau Bodem, kenmerk: 800901, d.d. 17-03-2010 [2]. Notitie veiligheidsmaatregelen bij funderingsinspectie Harmenjansweg 95 te Haarlem, Wareco, kenmerk: FO14 NOT20101015, d.d. 15-10-2010 [3]. Aanvraag BUS-melding tijdelijk uitplaatsen Harmenjansweg 95 te Haarlem, Wareco, d.d. 04-02-2011 [4]. Goedkeuring BUS-melding tijdelijk uitplaatsen Harmenjansweg 95 te Haarlem, Gemeente Haarlem, kenmerk: STZ/MIL/JK/n/2011/307771 d.d. 10-02-2011 [5]. Startmelding BUS-melding tijdelijk uitplaatsen Harmenjansweg 95 te Haarlem, Wareco, d.d. 04-03-2011 [6]. Instemming evaluatieverslag BUS-melding tijdelijk uitplaatsen Harmenjansweg 95 te Haarlem, Gemeente Haarlem, kenmerk: STZ/MIL/MW/hl/2011/76983, d.d. 26-042011 [7]. Milieukundig bodemonderzoek Harmenjansweg ten noorden van 95, Gemeente Haarlem, kenmerk: STZ/MIL/WH/2011/561373 d.d. 14-12-2011 [8]. Bodeminformatie Harmenjansweg 95, Gemeente Haarlem, kenmerk: STZ/MIL/2012/313474, d.d.

06-08-2012 Verkennend en nader bodemonderzoek Harmenjansweg 95, maart 2010 In oktober 2010 is Harmenjansweg 95 verkennend en nader onderzocht [1] in verband met de aanleg van een tijdelijk stadsstrand op een deel van het terrein en mogelijke herontwikkeling van de locatie. Voor het terrein zijn in het verleden vergunningen van kracht geweest voor een drijfriemenfabriek met leerlooierij in de periode 1890-1988. Verder is bekend dat op het terrein een meubelmakerij gevestigd is geweest en tevens als dienst heeft gedaan als opslag van schroot en diverse huishoudelijke apparaten. In 2010 is een fietsenhandel met een reparatie van gaskachels en geisers aanwezig. In het historisch vooronderzoek van het onderzoek in 2010 [1] wordt gerefereerd aan een oriënterend bodemonderzoek in 1991 (Omegam, kenmerk: 7403, d.d. 29-08-1991). Het middenterrein van Harmenjansweg 95 is matig verontreinigd met minerale olie en sterk verontreiniging met PAK. Over het gehele terrein is de bodem tot 2,0 m-mv matig verontreinigd met lood en licht verontreinigd met enkele metalen. De groenstrook aan de Oudeweg is tot 2,0 m-mv sterk verontreinigd met lood en licht verontreinigd met enkele metalen (drempelwaarde overschrijding koper). De onderzoekslocatie in de rapportage in 1991 bevindt zich tussen het gebouw en het Spaarne wat destijds nog water is, in 2010 betreft dit landbodem.

De onderzoekslocatie uit 1991 is ergens in de tussenliggende periode gedempt met onbekend materiaal.

Figuur 3: NGE risicoprofiel hoog (in rode vlakken), onderzoekslocatie in groene cirkel (bron:

Bij verschillende boringen is een puinlaag van ongeveer 0,5 meter aangetroffen. Verschillende boringen zijn geplaatst met ramguts. Bij iedere boring is bodemvreemd materiaal aangetroffen (bijmengingen asfalt, baksteen, beton, hout, metaal en kolen). Bij de maaiveldinspectie is een asbesthoudend materiaal (hechtgebonden 15-30% chrysotiel) aangetroffen bij boring 8 (zie figuur 4).

beleidskaart NGE van Haarlem, REASeuro, 2016)

FO14B RAP20181217

21-12-18

FO14B RAP20181217

21-12-18

Indicatief bodemonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

Indicatief bodemonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

In de mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn matig tot sterke verontreinigingen met zware metalen, PAK’s en PCB’s aangetoond. In een van de mengmonsters van de ondergrond is tevens een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond. De mengmonsters zijn uitgesplitst naar individuele grondmonsters geanalyseerd op de betreffende componenten. Uit de analyse van de individuele grondmonsters blijkt dat de bovengrond (tot 0,5 m-mv) van enkele boringen sterk verontreinigd is met lood en zink. In de ondergrond zijn ook sterke verontreinigingen met zware metalen, PAK en PCB aangetoond. Over het algemeen liggen de gehalten in de ondergrond hoger dan in de bovengrond. De sterke verontreinigingen zijn aangetoond tot 2,0 m-mv, waarvan de meeste verontreiniging zich bevindt in de laag tussen 0,5 tot 1,5 m-mv. Langs de waterkant is bij twee boringen een matige tot sterke verontreiniging met minerale olie aangetroffen in de laag van 1,0 tot 1,5 m-mv. Mogelijk dat dit de bodem is van een gedempt gedeelte van het Spaarne (oude sliblaag). Het grondwater is over het algemeen licht verontreinigd met barium. Enkel ter plaatse van peilbuis 10 (zie figuur 4) is een lichte verontreiniging met minerale olie in het grondwater aangetroffen. De puinlaag kan indicatief alleen geïsoleerd worden hergebruikt (IBC-bouwstof).

In de opgeboorde grond en puinlagen is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. Met deze resultaten blijft de onderzoekslocatie onverdacht voor de aanwezigheid van asbest. Wel moet bij eventuele werkzaamheden in de grond alert gebleven worden op het voorkomen van asbestverdacht materiaal.

Figuur 4: Boorlocaties bodemonderzoek 2010, blauw omlijnd geplande funderingsinspectie (bron: zie [1]).

Notitie veiligheidsmaatregelen bij funderingsinspectie Harmenjansweg 95 te Haarlem, oktober 2010 Op de locatie Harmenjansweg 95 te Haarlem zal een funderingsinspectie uitgevoerd worden door Wareco. Er wordt geadviseerd om voorgaand aan de funderingsinspectie een aanvullende grondboring te plaatsen ter bepaling van de veiligheidsklasse [2].

FO14B RAP20181217

21-12-18

FO14B RAP20181217

21-12-18

Indicatief bodemonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

Indicatief bodemonderzoek Harmenjansweg 95 te Haarlem

BUS-melding tijdelijke uitplaatsing Harmenjansweg 95, periode februari-april 2011

Milieukundig bodemonderzoek terrein ten noorden Harmenjansweg 95, december 2011

Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden is een BUS-melding aangevraagd [3]. In de aanvraag van de BUS-melding tijdelijke uitplaatsing is de aanvullende grondboring tot 2,0 m-mv uitgevoerd (zie figuur 5). De bodem ter plaatse van de funderingsinspectie in 2011 is sterk verontreinigd met zink en licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood en PAK. Voor lood wordt de besliswaarde voor nader onderzoek overschreden. De BUSmelding tijdelijke uitplaatsing is goedgekeurd vijf dagen na ontvangst [4]. Op 4 maart 2011 volgt een startmelding van de BUS tijdelijke uitplaatsing [5]. Eind april 2011 stemt de gemeente Haarlem in met de BUS-melding tijdelijke uitplaatsing [6].

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12272483/1