20201004097 4. Bijlage 3 Advies Participatieraad nieuwe Wet inburgering
Tekst van het document
Aan het college van Burgemeester en Wethouders van Haarlem cc. Commissie Samenleving
Datum 27 oktober 2020 Ons kenmerk 2020/15 Contactpersoon N. Kraaijeveld Doorkiesnummer 023-511 5273 E-mail nkraaijeveld@haarlem.nl Kopie aan Mevrouw D. Hofman Onderwerp Advies nieuwe Wet Inburgering
Geacht College, De Participatieraad is advies gevraagd op de nieuwe Wet Inburgering. Op basis van deze wet krijgt de gemeente de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het inburgeringsproces en de taak een inburgeringsaanbod te ontwikkelen en aan te bieden aan statushouders en gezinsmigranten. Het doel is de samenhang tussen inburgering en meedoen in de samenleving en op de arbeidsmarkt te verbeteren. De Participatieraad steunt deze doelstelling van harte en heeft vanuit dit perspectief van ‘meedoen’ naar het voorstel gekeken. Het voorstel leidde bij de Raad tot vele vragen en een aantal adviezen. Hierover is uitgebreid overleg gepleegd met de betrokken ambtenaar mevrouw D. Hofman. Zij heeft met ons op 22 oktober in dit overleg haar antwoorden op al onze vragen toegelicht en tot onze tevredenheid beantwoord. Wij spreken graag onze waardering uit voor de wijze waarop de Raad, ondanks de tijdsdruk, in de gelegenheid is gesteld haar inbreng te leveren. Als bijlage treft u onze adviezen aan en daarnaast de antwoorden hierop van mevrouw Hofman. Normaal antwoordt de gemeente binnen zes weken op onze adviezen. De reactie van de gemeente hoeft niet uitgebreid te zijn, aangezien wij momenteel tevreden zijn met de reeds gegeven antwoorden op onze adviezen. Wij willen uiteraard wel betrokken blijven bij de verdere ontwikkelingen bij het invoeren van de nieuwe Wet Inburgering.
Met vriendelijke groet,
Andre Jurjus Voorzitter Participatieraad Haarlem
Vraag/opmerking De regionale projectgroep is nog bezig met het bepalen van de verwervingsstrategie en ook op welke wijze in de regio samen te werken op de uitwerking en implementatie van de nieuwe wet. De mate waarin en op welke onderdelen samengewerkt kan worden, wordt onderzocht. Het is weliswaar niet per definitie noodzakelijk om alles regionaal in te richten, maar het moet wel (snel) duidelijk worden wat er nu wel of niet regionaal wordt opgepakt
De vorm van inkoop ligt momenteel nog open!
Het totale financiële kader is nog onduidelijk! Onbekend is nog welke financiële middelen de gemeente krijgt om de trajecten te kunnen inkopen en alle verder taken te kunnen uitvoeren.
Het Rijk wil vóór het zomerreces 2021 uitsluitsel geven over de uitwerking van de lagere weten regelgeving. Tegelijkertijd moet de Wet inburgering met ingang van juli 2021 worden uitgevoerd. Gemeenten moeten o.i. minimaal 3 maanden voordat de wet inburgering uitgevoerd wordt weten waar zij aan toe zijn om de juiste voorbereidingen te treffen. Hoe wordt dit bij het Rijk aangekaart?
Antwoord Deze informatie stond in de informatienota van maart 2020. Eind september is het advies verwervingsstrategie vastgesteld in het Bestuurlijk Overleg Arbeidsmarktregio met daarin de portefeuillehouders inburgering. De volgende onderdelen op regionaal niveau in te kopen: - Brugklas (incl. Participatieverklaringstraject en Module Arbeidsmarkt en Participatie - De drie leerroutes (B1, Onderwijs en Zroute) incl. Alfabetisering en Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) Het volgende onderdeel op lokaal niveau te verwerven: - Maatschappelijke begeleiding (via inkoop). Inmiddels is de vorm van inkoop vastgesteld. De bovengenoemde onderdelen zullen voor Haarlem worden aanbesteed. Ik verwijs u graag naar de informatienota financiën die in september ter kennisname in de Cie Samenleving is behandeld. Hierin staan de budgetten die bij de meicirculaire 2020 bekend zijn gemaakt. https://gemeentebestuur.haarlem.nl/Vergaderingen/C ommissie-samenleving/2020/24september/17:10/Financiele-middelen-voor-in-enuitvoering-Wet-inburgering-en-overbrugging-aanbodstatushouders-1e-helft-2021 De genoemde ramingsbudgetten van de SPUK-middelen in deze nota zijn onlangs aangepast door het ministerie, zie de genoemde bedragen bij antwoord bij vraag 19. Het Rijk heeft na het zomerreces 2020 de concept Besluit inburgering en Regeling inburgering openbaar gesteld voor internetconsultatie.
Deze is inmiddels gesloten. Uiterlijk 1 april 2021 moet de lagere wet- en regelgeving zijn vastgesteld. De conceptversie geeft voldoende basis om de verdere aanbesteding voor te bereiden. Er worden geen grote en ingrijpende wijzigingen verwacht, aldus SZW.
De gemeente krijgt ook als taak om zicht en invloed te houden op de kwaliteit van de leerroutes. Daartoe moet o.a. het eigen klantvolgsysteem zijn toegerust en de betrokken ambtenaren adequaat zijn opgeleid.
De zes taalscholen in Haarlem dienen alle wel aan het kwaliteitskeurmerk te voldoen, alvorens contracten worden afgesloten en er moet regelmatig worden getoetst of de kwaliteit nog steeds gewaarborgd is.
Er wordt gesproken over het afsluiten van convenanten door de gemeente met taalscholen over de leerroutes. Worden er ook convenanten afgesloten met organisaties die participatieplekken leveren? En gelden voor participatieplekken ook kwaliteit keurmerken?
Er is onduidelijk voor de toekomst over het volume van het aanbod van statushouders en migranten, wat weer zijn weerslag heeft op de beschikbare budgetten.
Dat klopt en is een belangrijk aandachtspunt. VNGrealisatie is bezig met een uitvoeringstoets voor gemeenten en er komt nog een handreiking. Met de werkgroep ICT en werkprocessen wordt geïnventariseerd wat nodig is. Dit geldt eveneens voor de werkgroep voorlichting en communicatie die zich gaat buigen over het opleidingsplan voor de klantmanagers. Dat klopt en daarom heeft Haarlem nu al vooruitlopend op de wet inburgering- een kwaliteitsconvenant taal en inburgering afgesloten met de actieve taalaanbieders om zicht te krijgen op de kwaliteit van het huidige aanbod. Dit doen we met behulp van de kwaliteitsadviseurs van gemeente Amsterdam, zij voeren gesprekken, doen onaangekondigde lesbezoeken en interviews met cursisten. Voor de nieuwe situatie betekent dat de officiële keurmerken (Blik op Werk en Diploma erkenning voor de onderwijsroute) als gunningscriteria in het programma van eisen meegenomen wordt. Ook zullen wij als gemeente naast de officiële keurmerken, aanvullende kwaliteitscriteria stellen zodat er een dubbele borging ontstaat. Er is op dit moment geen convenant afgesloten met organisaties die participatieplekken leveren. Dit komt omdat wij zelf als gemeenten contracten/ subsidierelaties hebben met deze partijen die de reintegratie uitvoeren. Bij de inburgeringslessen geldt dat deze op dit moment buiten de gemeente om zijn geregeld.
Zij hebben vrije keuze bij welke taalaanbieder zij de inburgeringlessen volgen. Op dit moment is er geen officieel keurmerk in de wet opgenomen voor de participatieplekken. Blik op Werk is wel bezig om een integraal inburgeringskeurmerk te ontwikkelen. Dat klopt, volume blijft een onzekere factor. Dat is inherent aan de doelgroep. Bij een forse toename van het aantal inburgeringsplichtigen zal het ministerie achteraf bepalen hoe gemeenten hierin worden gecompenseerd.
Waarom heeft de gemeente Haarlem besloten om de “Brugklas”, inclusief PVT en MAP te gaan uitvoeren, nu het geen wettelijke taak van de gemeente is, en er al genoeg nieuwe taken moeten worden aangepakt! Als de intake goed en uitgebreid wordt uitgevoerd, is de “Brugklas” niet direct noodzakelijk.
Voor de uitvoering van de nieuwe wet is het noodzakelijk, dat er voldoende gekwalificeerde klantmanagers zijn of daarvoor worden opgeleid, aangezien zij over het gehele proces van inburgering de regie voeren
Omdat we van mening zijn dat dit van meerwaarde is en een investering is die zich later terugverdient. Een brede intake en een afname van een leerbaarheidstoets zijn twee momentopnames. Je zou dan op basis van 1 of 2 gesprekken een keuze voor een leerroute moeten maken. Ook de onafhankelijke leerbaarheidstoets kan een vertekend beeld geven, omdat niet alle inburgeringsplichtigen bekend zijn met de wijze van (digitale) toetsing. De brugklas biedt de mogelijkheid om de inburgeringsplichtige beter te leren kennen en meer inbreng en regie te hebben op zijn eigen PIP-plan. De brugklas wordt benut om te komen tot een gedragen PIP en een weloverwogen keuze voor de leerroute, en gebeurt in samenspraak met de inburgeringsplichtige. Motivatie is namelijk een belangrijke voorwaarde om de inburgering te laten slagen. Om de kosten te reduceren werken we regionaal samen en integreren de wettelijke onderdelen PVT en MAP in de brugklas. Voor deze onderdelen worden gemeenten wel gefinancierd, evenals de tolkenvoorziening. De PVT en de MAP zijn twee wettelijk verplichte onderdelen die alle inburgeringsplichtigen moeten doorlopen. Dat klopt. Dat vinden we ook belangrijk en is de reden dat we nu ook al werken met een specifiek getraind team klantmanagers statushouders. Vanuit de werkgroep voorlichting en communicatie gaan we bekijken welk opleidingstraject passend is voor onze klantmanagers.
Een optie is om gebruik te maken het deskundigheidsprogramma VOI. Divosa is met betrokken organisaties en gemeenten bezig om het programma voor klantmanagers in het kader van Veranderopgave Inburgering (VOI) op te zetten. In 2021 is dit aanbod voor gemeenten beschikbaar.
Men stelt dat er meer efficiëntie en duidelijkheid nodig is om beter te kunnen inburgeren. Waar zitten aantoonbaar nu voor Haarlem die verbeterpunten?
Wat heeft de Gemeente Haarlem nodig aan financiële ondersteuning om deze nieuwe inburgeringswet op een adequate manier uit te kunnen voeren?
De situatie is dat Haarlem, net als alle andere gemeenten, weinig tot geen regie over de inburgering heeft. De inburgeringsplichtige is zelf verantwoordelijk en moet ook zelf een inburgeringsschool uit kiezen. We proberen nieuwkomers op dit moment te informeren over de inburgeringsscholen via het introductieprogramma, de klantmanagers en de jobcoaches van het re-integratieaanbod ‘Aan de slag’. Ook leggen we de nadruk op het belang van het leren van de taal. Dit doen we door in een vroeg stadium al een vorm van participatie te bieden parallel aan de inburgering. Zodat zij het geleerde ook in de praktijk kunnen toepassen. In de nieuwe situatie heeft de gemeente de taak om te adviseren, te begeleiden en te monitoren. De eigen verantwoordelijkheid wordt niet meer volledig bij de inburgeraars zelf gelegd. In de nieuwe situatie is de gemeente verplicht om drie duale leerroutes aan te bieden waar het leren van de taal is geïntegreerd met een vorm van participatie (werk, stage, participatieplek). De leerroutes in het nieuwe stelsel gaan dus verder dan het parallel of gelijktijdig aanbieden van het leren van de taal met een vorm van participatie/werk. De taalcomponent moet integraal, dat wil zeggen inhoudelijk, afgestemd zijn op de werkstage, participatieplek of taalstage. Op deze manier versterken beide aspecten elkaar.
Door op onderdelen regionaal samen te werken, is de verwachting voordeel te kunnen pakken en de wettelijke taken binnen de financiële kaders van de wet en begroting te kunnen uitvoeren. Gemeenten worden door het Rijk gefinancierd op basis van de wettelijke taken, de brugklasvoorziening is dit niet. De bedoeling is dat de uitvoering van de brugklas gefinancierd kan worden uit de rijksmiddelen, omdat de middelen voor de wettelijke onderdelen Participatieverklaringstraject, Module Arbeidsmarkt en Participatie en een deel van de tolkenvoorziening hiervoor ingezet kunnen worden.
Hoeveel klantmanagers denkt men nodig te hebben om goede begeleiding te kunnen geven?
Op welke wijze wordt deskundigheid van vrijwilligers verlangd door de Gemeente Haarlem?
Wat gebeurt er als mensen niet in staat zijn om de Nederlandse taal op B1 te beheersen en wie bepaalt dat?
Op dit moment is nog niet bekend hoeveel klantmanagers uitvoering gaan geven aan de nieuwe wet inburgering. Dit is mede afhankelijk van het aantal inburgeringsplichtigen en de taakstelling huisvesting statushouders voor 2e helft 2021 en daarna. Vanuit het ministerie van J&V is aangekondigd dat we de eerste helft 2021 te maken krijgen met een forse toename (meer dan een verdubbeling) taakstelling huisvesting statushouders. Dit zou betekenen dat ook veel nieuwkomers gaan inburgeren onder de huidige wet. We verwachten dat de vrijwilligers cultuursensitief te werk gaan en dat zij goed op de hoogte zijn van het beleid dat de gemeente voert zodat er geen tegenstrijdheden of uiteenlopende verwachtingen bij de inburgeringsplichtige belanden. Er verandert in dat opzicht dus niets ten opzichte van wat we nu ook al van vrijwilligers verwachten. Voor inburgeringsplichtigen die de B1-route volgen, is het onder voorwaarden mogelijk om taalexamens op niveau A2 af te leggen (“afschalen”) indien na aanzienlijke inspanning van de inburgeringsplichtige blijkt dat het niet realistisch is om binnen de termijn van drie jaar te voldoen aan het niveau B1. In het Besluit Inburgering is bepaald dat van deze aanzienlijke inspanning sprake is na minimaal 600 gevolgde lesuren bij een cursusinstelling (artikel 3.12). Dit geldt voor alle inburgeringsplichtigen.
De cursusinstellingen delen voortgangsgegevens met de gemeenten, zodat de gemeente kan toezien op de inspanningen en vorderingen van de inburgeringsplichtige, en er, indien noodzakelijk, een eventuele switch van leerroute of op- /afschaling van taalniveau kan plaatsvinden. Voor details verwijs ik u naar het concept Besluit Inburgering. https://www.internetconsultatie.nl/besluitenregelingin burgering/document/6158 Voor inburgeringsplichtigen die in het land van herkomst niet of nauwelijks een opleiding genoten hebben en een lage leerbaarheid hebben is er de Zroute. In de Z-route staat het opbouwen van zelfredzaamheid centraal. De route is bedoeld voor inburgeringsplichtigen bij wie tijdens de brede intake en
Op welke wijze is gegarandeerd dat er ook hier maatwerk kan worden geboden? Wanneer 6 maanden ontzorgen niet voldoende is wat dan?
Hoeveel klantmanagers denkt men nodig te hebben om goede begeleiding te kunnen geven? Hoe hard is de afspraak van een termijn van 3 jaar inburgeren. En wat zijn de beraamde kosten voor die 3 jaar. Wordt er financieel rekening mee gehouden als de termijn van 3 jaar wordt overschreden?
na de brugklas wordt vastgesteld dat zij zeer veel moeite zullen hebben met het leren van de Nederlandse taal. De verwachting is daarom dat zij niveau B1 en ook niveau A2 niet zullen halen om te kunnen voldoen aan hun inburgeringsplicht. Het advies voor een leerroute wordt vastgelegd door de klantmanager in de PIP-beschikking. Doordat er eenmalig geswitcht kan worden van leerroute binnen een termijn van 1,5 jaar en er een mogelijkheid bestaat tot afschaling naar A2. Het is een wettelijke verplichting om voor de duur van zes maanden financieel te ontzorgen. Wanneer dit niet voldoende is kan de klantmanager in het PIP de duur van het ontzorgen verlengen. Het is individueel maatwerk, hoe lang en welke intensiteit van coaching/begeleiding nodig zal zijn. Deze afspraken worden vastgelegd in het PIP. Zie antwoord bij vraag 13. In principe geldt voor iedereen een wettelijke termijn van 3 jaar. Er bestaat wel een verlengingsmogelijkheid onder bepaalde voorwaarden. Zie wederom Besluit Inburgering https://www.internetconsultatie.nl/besluitenregelingin burgering/document/6158 De kosten voor de uitvoering van de inburgering bestaan uit uitvoeringskosten en specifieke uitkeringsmiddelen (SPUK-middelen).
Ministerie van SZW werkt met de volgende ramingsbudgetten voor de uitvoeringskosten op basis van de huidige volumestand: gemiddeld €4.200 per asielstatushouder en gemiddeld €2.700 per gezins- of overige migrant. De uitvoeringskosten zijn voor het uitvoeren van de brede intake en het opstellen van het persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP), voortgangsgesprekken (klantmanagement), handhaven van het PIP, het financieel ontzorgen incl. begeleiding naar financiële zelfredzaamheid en beleid- en sturingsprocessen. Ministerie werkt met de volgende ramingsbudgetten voor de SPUK (specifieke uitkeringsmiddelen). De inburgeringsvoorzieningen zijn volume-afhankelijk.
Is er nagedacht over het aantal inburgeringsplichtigen per klantmanager (KM)? 1op hoeveel? à Hoeveel Klantmanagers (KM) worden begroot?
De KM heeft erg veel bevoegdheden en daardoor veel verantwoordelijkheid in het hele traject. Vanaf het begin met het maken van de PIP**) en vervolgens het verloop gedurende de volledige 3 jaar. KM dient in te grijpen wanneer de kwaliteit of de tijdigheid van het proces in het geding dreigt te komen. Dat houdt in dat er van de KM wordt verwacht dat hij/zij weet wat kwaliteit is, kan inschatten welk taalniveau een inburgeraar heeft en kan beoordelen welke leerroute het meest geschikt is voor een inburgeraar. Bovendien moet de KM goed op de hoogte zijn van de arbeidsmarkt. Pas dan kan een PIP opgesteld worden en het proces frequent getoetst worden. Is dit haalbaar en wordt er frequent getoetst? Wat is de frequentie?
Wat
Per Per Asielstatush Gezinsmigr ouder ant
Maatschappelijke begeleiding
€1.944
-
Tolkenvoorziening
€417
€179
Participatieverklaringstr aject (PVT)
€216
€216
Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)
€136*
€195
Leerroutes
€10.000
-
Totaal
€12.712
€589
*gemiddelde bedrag is lager voor de groep asielstatushouders, aangezien daar alleen een vergoeding geldt voor de MAP in de B1-route, terwijl die bij de gezinsmigranten voor de B1- en Z-route geldt. Dit wordt nog nader onderzocht. Dit is afhankelijk of de klantmanager fulltime uitvoering Wet inburgering gaan doen of dat dit verdeeld wordt over het bestaande team statushouders. Op dit moment heeft een klantmanager met een fulltime dienstverband ongeveer 80 statushouders in zijn/haar caseload. Inschatting is dat met de bijkomende taken dit er voor de uitvoering inburgering minder per caseload zullen zijn. De klantmanagers die uitvoering gaan geven aan de wet inburgering dienen van tevoren een opleidingsprogramma te volgen. Daarnaast is het belangrijk dat zij bijgeschoold wanneer zaken veranderen of wijzigen. De senior van team statushouders en de manager team statushouders zullen toezien op de werkzaamheden en kwaliteit van de klantmanagers. De frequentie van de gesprekken tussen KM en inburgeringsplichtige is afhankelijk van het individu en wordt vastgelegd in het PIP. Er is geen wettelijk minimumaantal gesprekken vastgelegd. Inschatting en financiering is gebaseerd op ongeveer 8 voortgangsgesprekken met de statushouder en
Er wordt gesproken over periodiek overleg van de KM met de inburgering plichtige. Wat is de frequentie van die gesprekken? Wat wordt er georganiseerd om de klantmanager zo laagdrempelig mogelijk te laten zijn voor de inburgeringsplichtige?
Áls je uitgaat van een brugklas*) periode (2 weken), dan wordt daar heel veel geregeld en getoetst in twee weken tijd? Die periode is heel erg bepalend voor het hele inburgeringstraject PIP. Is die periode niet te kort? Wie zijn de “begeleiders” van de brugklas waarover gesproken wordt? Wie of welke instanties zijn dat? Hoe worden die aangesteld? Hoe start het contact van de “begeleiders” met de KM? Of wordt dat contact er al gelegd vóór de brugklas?
Kwaliteitscriteria tijdens de gehele inburgering van de daarmee samenwerkende instanties, vrijwilligers, incl. de klantmanagers zijn erg belangrijk. Er wordt wel iets over gezegd in het stuk, maar de kwaliteitseisen in alle fases zijn van cruciaal belang voor het wel of niet slagen van het hele inburgeringstraject. De kwaliteit/bevoegdheden van de KM, de begeleiders van de brugklas, de welzijnsorganisaties waarmee in zee wordt gegaan, de taallessen, de tolk etc. Zeer belangrijke item wat betreft het optimaliseren van het inburgeringsproces, waar zorgvuldig over nagedacht hoort te worden.
ongeveer 6 gesprekken met de gezinsmigrant- en/of overige migrant. Zie antwoord 21.
Er worden tolken ingeschakeld als de inburgeringsplichtige niet in staat is om zelf de klantmanager in te schakelen. De inburgeringsplichtige krijgt begeleiding. Via de begeleider kan een afspraak gemaakt worden met de klantmanager. De klantmanagers zijn ook rechtstreeks te benaderen via e-mail, app of telefonisch. Ja dat klopt. We willen graag een brugklas hanteren van ongeveer 6-8 weken. Rekening houdend met huisvesting en het regelen van praktische zaken in de eerste 2 weken. Dit is/zijn uitvoerende organisaties die in ieder geval kennis en ervaring hebben met de doelgroep en proces van taalverwerving. Zij maken gebruik van andere partijen om belangrijke thema’s te behandelen. Het is nog niet bekend welke organisaties dit zullen worden. Momenteel wordt het programma van eisen uitgewerkt. De wijze van communicatie tussen de uitvoerder van de brugklas en de klantmanager zal in de werkprocessen verder worden vastgelegd. Het is belangrijk dat er in ieder geval bij aanvang van de brugklas en na de brugklas contact is met de uitvoerder zodat het klantbeeld en het advies voor de leerroute kan worden besproken. Dit is inderdaad een belangrijk punt en heeft de aandacht. We zullen dit meenemen in de verdere voorbereiding op de nieuwe Wet inburgering.
*) In de brugklas: Dan worden heel belangrijke zaken in een korte tijd geregeld: Is dat allemaal haalbaar?? 27. workshops/voorlichting op de thema’s gezondheid, geldzaken en digitale vaardigheden. 28. Uitvoerders?? van de brugklas: leerroutes en de maatschappelijke begeleiding aansluiting zoeken en gebruik maken van het lokale veld van welzijnsorganisaties, vrijwilligers, sleutelpersonen??, bibliotheken en taalmaatjes. 29. Tijdens de brugklas wordt geprobeerd een compleet klantbeeld te krijgen om samen met inburgering plichtige een weloverwogen keuze te maken voor een passende leerroute. **) PIP wordt na de brugklasperiode door de klantmanager samen met de inburgering plichtige opgesteld.
Het klopt dat het veel informatie is die de inburgeringsplichtige tijdens deze periode krijgt. Het is belangrijk dat hier aandacht aan wordt besteed tijdens de brugklas, maar loopt ook na de brugklas door. Belangrijke thema’s en onderdelen uit het PVT en MAP zullen ook in de leerroutes behandeld worden. De maatschappelijke begeleider heeft in de eerste fase een belangrijke rol om de verbinding te maken met praktijk over de belangrijke thema’s en toepassing ervan.