20201004097 3. Bijlage 2 Advies BOA inburgering, 30 september 2020
Tekst van het document
Vergadering: Bestuurlijk Overleg Arbeidsmarktregio Datum: 30 september 2020
Onderwerp: Advies verwerving Wet inburgering Afzender: Daphne Hofman, regiocoördinator Inburgering Zuid-Kennemerland en IJmond namens de regionale projectgroep inburgering (Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort) Aanleiding In het BOA van 17 juni 2020 is u schriftelijk toegezegd om vanuit de regionale projectgroep inburgering met een advies te komen over de verwervingsstrategie van de verschillende inburgeringsonderdelen. Ik leg u namens de 7 gemeenten dit advies voor. Bespreekpunt BOA: Voorstel: 1. Kennis te nemen van de geformuleerde ambitie en regionale beleidsdoelen die eind van het jaar in een regionaal beleidskader voorgelegd zullen worden aan alle raden. 2. Akkoord met het ter instemming voorleggen aan uw college van onderstaand voorstel rondom verwerving van de verschillende inburgeringsonderdelen: De volgende onderdelen op regionaal niveau in te kopen: - Brugklas (incl. Participatieverklaringstraject en Module Arbeidsmarkt en Participatie) - De drie leerroutes (B1, Onderwijs en Z-route) incl. Alfabetisering en Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) Het volgende onderdeel op lokaal niveau te verwerven: - Maatschappelijke begeleiding (via inkoop of subsidie).
Bijlagen: Bijlage 1. Volumes Wet inburgering arbeidsmarktregio
1
Advies verwerving gemeentelijk aanbod Wet inburgering Aan: Van:
Datum:
Bestuurlijk Overleg Arbeidsmarktregio, portefeuillehouders inburgering Daphne Hofman, regiocoördinator inburgering namens de regionale projectgroep inburgering (Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort) 30 september 2020
Aanleiding Per 1 juli 2021 treedt de nieuwe Wet inburgering in werking. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de nieuwe wet en het ontwikkelen en aanbieden van inburgeringsaanbod ligt bij de gemeente. De nieuwe wet heeft als doel dat iedereen zo snel mogelijk meedoet, liefst via betaald werk. Door nieuwkomers te stimuleren de Nederlandse taal op een zo hoog mogelijk niveau te leren en door participatie ook al tijdens de inburgering een belangrijke plek te geven, moet inburgering in het nieuwe stelsel effectiever worden. In het BOA van 17 juni 2020 is u schriftelijk toegezegd om vanuit de regionale projectgroep inburgering met een advies te komen over de verwervingsstrategie van de verschillende inburgeringsonderdelen. Waarom regionale samenwerking In de voorbereiding op de implementatie van de nieuwe wet trekken de 7 gemeenten in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond gezamenlijk op. Regionale samenwerking ligt voor de hand vanwege het aantal inburgeringsplichtigen (zie bijlage 1), de diversiteit van het aanbod dat gemeenten moeten bieden en de mogelijkheid om meerdere instapmomenten te hanteren in een jaar. Het gaat in deze arbeidsmarktregio om circa 160 asielstatushouders en om circa 200 gezinsmigranten- en overige migranten per jaar. De instroom van inburgeringsplichtigen is altijd een onzekere factor.
Regionale samenwerking kan leiden tot lagere kosten voor inkoop en uitvoering en biedt meer mogelijkheden voor het regelen van passend inburgeringsaanbod ondanks lagere aantallen. In dit voorstel wordt u geïnformeerd over de gezamenlijke ambitie en de regionale beleidsdoelen die wij in de arbeidsmarktregio onderschrijven. Vervolgens wordt u meegenomen in het te realiseren gemeentelijk aanbod, en krijgt u vanuit de regionale projectgroep per onderdeel advies over de verwerving en wijze van inkoop van de verschillende inburgeringsonderdelen. 1. Gezamenlijke ambitie We willen het nieuwe stelsel benutten om de kansen van inburgeringsplichtigen te vergroten om op een snelle en volwaardige manier mee te doen in de maatschappij. Op basis van de 5 subdoelen van de wet (tijdigheid, snelheid, maatwerk, dualiteit, kwaliteit) stellen we ons de volgende ambitie:
2
Vanaf 1 juli 2021 krijgen alle inburgeringsplichtigen in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond een tijdig en passend inburgeringstraject aangeboden waarbij het leren van de taal gecombineerd wordt met participatie, zodanig dat zij zo snel mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en uiteindelijk volwaardig kunnen deelnemen. Meedoen betekent zo snel mogelijk meedoen naar vermogen (bij voorkeur via betaald werk). Ook stellen we de ambitie dat zij aan het einde van de inburgering maatschappelijk zelfredzaam zijn. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige: 1. het inburgeringstraject op zijn of haar niveau succesvol heeft afgerond binnen de wettelijke termijn van 3 jaar. 2. een baan of opleiding heeft die leidt tot financiële onafhankelijkheid. En wanneer dit niet kan, een zinvolle dagbesteding heeft. 3. op andere leefgebieden zelfredzaam is. Onder zelfredzaamheid verstaan wij iemand die in staat is om weloverwogen keuzes te maken ten aanzien van zijn/haar leven, op zowel korte als lange termijn. Het betekent niet dat iemand alles zelf kan of moet organiseren, maar wel dat iemand weet wanneer en waar hij/zij hierbij om hulp moet vragen. 2. Regionale beleidsdoelen We hebben de volgende doelen met betrekking tot de nieuwe Wet inburgering geformuleerd: 1. Als onderdeel van de wettelijke brede intake willen we met een brugklasperiode starten. 2.
De brugklas geeft informatie en haalt informatie op bij de inburgeringsplichtige om een zo compleet mogelijk klantbeeld te krijgen. 3. De brugklas wordt benut om te komen tot een gedragen PIP en een weloverwogen keuze voor de leerroute, en gebeurt in samenspraak met de inburgeringsplichtige. 4. Het duale karakter van de leerroutes wordt geborgd door het integreren van het (praktijkgericht) leren van de taal en participeren in een taalrijke leeromgeving. 5. De leerroute onderwijs kan ook worden ingezet voor statushouders die ouder zijn dan 28 jaar. 6. De klantmanager heeft de regie over het gehele proces van inburgering én (re)-integratie, waar mogelijk al gedurende de AZC-periode. 7. De uitvoering van de Wet inburgering en de sociale basis sluiten op elkaar aan, zodat inburgeringsplichtigen van een zo breed mogelijk aanbod gebruik kunnen maken en daar ook actief naar worden verwezen. 8. Bij de uitvoering van de wet worden inburgeringsplichtigen regelmatig geraadpleegd, om ons ervan te verzekeren dat de uitvoering aansluit en blijft aansluiten bij de doelgroep. 9. Uitgangspunt ten aanzien van het proces van inburgering én (re)-integratie is dat de verschillende schakels binnen dit proces goed op elkaar aansluiten als het gaat om inhoud, kwaliteit en tijdigheid. 10.
Tijdens het inburgeringstraject is er specifieke aandacht voor de psychische gezondheid van inburgeringsplichtigen (met name statushouders), financiële zelfredzaamheid, digitale vaardigheden en het informele taalaanbod. 11. Doelstelling bij de begeleiding van statushouders met een Participatiewet-uitkering is uitstroom naar betaald werk. 3
12. Bij het begeleiden van statushouders naar scholing en/of werk wordt zoveel mogelijk gekeken naar wat passend is, waarbij oog is voor de kansen op de arbeidsmarkt, de potentie van de statushouder en hetgeen in het land van herkomst al aan ervaring is opgedaan. 13. De kwaliteit van het inburgeringsaanbod wordt geborgd door in aanvulling op de officiële keurmerken eigen kwaliteitscriteria te stellen en hierop toe te zien. 3. Het te realiseren gemeentelijk aanbod In onderstaande tabel staat het te realiseren aanbod door gemeenten uitgesplitst naar de groep asielstatushouders en gezinsmigranten- en overige migranten. De wettelijke aanbodplicht verschilt namelijk voor de twee doelgroepen onder de nieuwe wet. Overzicht verantwoordelijkheden gemeenten nieuwe Wet inburgering Aanbod
1 Brede intake en PIP 2 Brugklas* incl. Participatieverklaringstraject (PVT)
Asielstatushouders X X
Gezinsmigranten- en overige migranten X X
en Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)
3 Maatschappelijke begeleiding 4 Financieel ontzorgen 5 3 leerroutes incl. alfabetisering en Kennis
X X X
Nederlandse Maatschappij (KNM) *Brugklas is geen wettelijke taak van de gemeenten. De overige onderdelen zijn dit wel.
4. Advies verwerving inburgeringsonderdelen Hieronder worden de belangrijkste uitgangspunten met betrekking tot de verschillende verantwoordelijkheden van gemeenten beschreven. Vervolgens wordt er namens de regionale projectgroep per inburgeringsonderdeel afgesloten met een advies over de wijze van verwerving. 4.1 Brede intake en Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (hierna PIP) Op basis van de kamerbrieven en memorie van toelichting behorende bij het wetsvoorstel Wet inburgering wordt het volgende over de brede intake en PIP genoemd:
De regierol van de gemeente start bij de afname van de brede intake, waar mogelijk gebeurt dit al in de AZC-periode (afhankelijk van de afstand tot de AZC-locatie). De gemeente is verantwoordelijk om voor elke inburgeringsplichtige (zowel asiel- als gezinsmigranten) deze intake af te nemen. De intake geeft op individueel niveau inzicht in de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van de inburgeringsplichtige en resulteert in een PIP. De gemeente voert de regie op de totstandkoming en de uitvoering van het PIP. In het PIP (een gemeentelijke beschikking) worden afspraken gemaakt over een passende leerroute, participatie, het financieel ontzorgen en de begeleiding.
Deze taak wordt uitgevoerd door consulent of klantmanager van de eigen gemeente. 4
4.2 Brugklas incl. Participatieverklaringstraject (PVT) en Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Aanvullend op de wettelijke onafhankelijke leerbaarheidstoets en brede intake door de gemeente, kiest de projectgroep ervoor om de periode tot opstellen PIP te benutten voor een brugklas van een aantal dagdelen gedurende een aantal weken. We geven hiermee een eigen invulling aan de periode van afname brede intake tot het op het opstellen van de PIP. Gemeenten worden door het Rijk gefinancierd op basis van de wettelijke taken, de brugklasvoorziening is dit niet. Een aantal wettelijke onderdelen die geïntegreerd worden in de brugklas (tolkenvoorziening, PVT en MAP), kunnen wel met de rijksmiddelen worden bekostigd. Voor de overige onderdelen van de brugklas moet gekeken worden naar de beschikbare ruimte in de rijksmiddelen of zou hiervoor extra geld beschikbaar moeten worden gesteld.
De brugklas informeert de deelnemers over het leven in Nederland (o.a. gezondheidsvoorlichting en omgaan met geld) en haalt informatie op bij de inburgeringsplichtige om een zo compleet mogelijk klantbeeld te krijgen. Deze periode wordt gebruikt om in samenspraak met de inburgeringsplichtigen een PIP op te stellen en een weloverwogen keuze voor de leerroute te maken. In de brugklas wordt via interactieve workshops aandacht besteed aan de 13 leefgebieden in het PIP1, zoals bewustwording, competenties en taalniveau. Op deze manier wordt inzicht verkregen in het leervermogen, vaardigheden en eventuele belemmeringen. Het heeft de voorkeur om de verplichte onderdelen Participatieverklaringstraject (introductie Nederlandse kernwaarden) en participatie op de Nederlandse arbeidsmarkt (MAP) te integreren in de brugklas. Deze onderdelen gelden namelijk voor alle inburgeringsplichtigen. De opgedane kennis en ervaring met inburgeringsplichtigen tijdens de brugklas, het PVT en de MAP leidt tot een advies aan de gemeente, ten behoeve van het door de gemeente op te stellen PIP. Couleur locale: voorwaarde is dat een deel van het brugklasprogramma lokaal georganiseerd wordt. Onderdeel is actieve kennismaking met lokale (welzijns)organisaties, sociaal wijkteams en de regelingen in de eigen gemeente.
Voorwaarde is dat de uitvoerder van de brugklas verbinding legt met aanbieder(s) voor de maatschappelijke begeleiding. En andersom dat de maatschappelijke begeleiding aansluit bij de thema’s uit de brugklas.
Advies: één perceel brugklas op regionaal niveau inkopen, waarbij een regionaal aanbod wordt gevraagd voor X aantal dagdelen per week (diverse interactieve workshops gericht op de 13 leefgebieden). De onderdelen PVT, MAP en voorlichting over andere relevante onderwerpen die de
1
De volgende onderwerpen komen in de brede intake naar voren: 1) leerbaarheid, 2) opleiding, 3) werkervaring/vrijwilligerswerk, 4) praktische competenties, 5) werknemersvaardigheden, 6) taalniveau, 7) motivatie/interesses, 8) mate van zelfredzaamheid, 9) digitale vaardigheden, 10) gezinssituatie, 11) fysieke gezondheid, 12) mentale gezondheid en 13) sociaal netwerk.
5
start in Nederland vergemakkelijken maken onderdeel uit van de brugklas, waarbij de samenwerking met lokale partijen is geborgd. Dit wordt gedaan door in de uitvraag de aanbieder van de brugklas verplicht te stellen verbinding te maken met de belangrijkste lokale (welzijns)organisaties en sociaal wijkteams in de 7 verschillende gemeenten en een aantal dagdelen tijdens de brugklas lokaal in te vullen. Het resultaat van de brugklas is een door de inburgeraar gedragen PIP-advies aan de gemeente.
4.3 Maatschappelijke begeleiding
Maatschappelijke begeleiding voor asielstatushouders bestaat uit: 1) hulp bij het regelen van basisvoorzieningen (wonen, werk, inkomen, zorg, verzekeringen en onderwijs) (2) voorlichting over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving. Onderdeel van de begeleiding is kennismaking met de lokale woonomgeving en de lokale samenleving. Het is belangrijk dat de maatschappelijke begeleiding aansluit bij de thema’s die behandeld worden in de brugklas, zodat het geleerde ook gelijk in de praktijk kan worden gebracht. We vinden dat maatschappelijke begeleiding lokaal moet worden aangeboden, passend bij de lokale situatie, mogelijkheden en wensen. De duur, inhoud en vorm van de maatschappelijke begeleiding wordt op landelijk niveau nog in de lagere wet- en regelgeving behorend bij de Wet inburgering uitgewerkt.
Advies: maatschappelijke begeleiding via één perceel op lokaal niveau in te kopen. Er wordt nog onderzocht of het ook via een subsidievorm verstrekt kan worden. De doelstellingen en resultaten van de maatschappelijke begeleiding worden zoveel mogelijk regionaal voorbereid en afgestemd, zodat elke gemeente zoveel mogelijk een gelijk programma van eisen hanteert.
4.4 Financieel ontzorgen
De gemeente is verplicht de groep asielstatushouders de eerste zes maanden financieel te ontzorgen. Doel van ontzorgen is om de focus in het begin bij het leren van de taal en participatie te leggen. Inhouden vaste lasten: dit betekent dat de gemeente de vaste lasten (huur, gas, water, licht en de zorgverzekering) gedurende een periode van zes maanden inhoudt op de bijstandsuitkering. In deze periode wordt de asielstatushouder ook geleerd om financieel zelfredzaam te zijn; de invulling van begeleiding naar financiële zelfredzaamheid kan de gemeente zelf bepalen. De begeleiding naar financiële zelfredzaamheid is een combinatie van individuele begeleiding (budgetcoaching) en groepsgewijs aanbod (preventiecursussen omgaan met geld/grip op geld). De wijze en duur van de individuele ontzorging wordt opgenomen in het PIP.
6
Advies: 1. Het inhouden van de vaste lasten op de uitkering is een gemeentelijke taak en wordt door elke gemeente zelf georganiseerd. 2. Groepsgewijs aanbod (zoals preventiecursus omgang met geld, grip op geld) integreren in de regionale brugklas en eventuele modules binnen de leerroutes. Advies om groepsgewijs aanbod mee te nemen in de uitvraag brugklas en uitvraag leerroutes. 3. Individuele budgetcoaching door professionals te laten uitvoeren. Voor Haarlem en Zandvoort geldt dat de afdeling Schulddienstverlening deze individuele budgetcoaching aan de groep statushouders kan bieden. Haarlem staat open om dit ook voor de regiogemeenten uit te voeren. Dit wordt nader onderzocht en uitgewerkt. 4.5 Leerroutes (B1-route, onderwijsroute en Z-route2)
Het doel is dat elke inburgeringsplichtige zo goed en snel mogelijk mee kan doen in de Nederlandse samenleving en op de arbeidsmarkt. Taal is een middel om mee te kunnen doen. Het gewenste resultaat is dat iemand op het hoogst mogelijke taalniveau inburgert. De gemeente is verplicht om drie duale leerroutes aan te bieden waar het leren van de taal is geïntegreerd met een vorm van participatie (werk, stage, participatieplek). De leerroutes in het nieuwe stelsel gaan verder dan het parallel of gelijktijdig aanbieden van het leren van de taal met een vorm van participatie/werk. De taalcomponent moet integraal, dat wil zeggen inhoudelijk, afgestemd zijn op de werkstage, participatieplek of taalstage. Op deze manier versterken beide aspecten elkaar. Het gaat niet alleen om taal, maar ook om houding en vaardigheden in een praktische omgeving. De participatiecomponent in de verschillende leerroutes wordt waar dat kan zoveel mogelijk lokaal georganiseerd. Voor de Z-route is het daarnaast belangrijk dat ook de taalcomponent lokaal wordt georganiseerd. Per leerroute is voldoende ruimte voor maatwerk, verschillende intensiteit /tempo en mogelijkheid tot het op- en afschalen binnen de routes. Soepel en snel kunnen switchen tussen de routes is mogelijk zonder dat waardevolle informatie en/of de motivatie van de deelnemer verloren gaat.
In deze regio ziet de verdeling van het aantal inburgeringsplichtigen over de leerroutes op jaarbasis er als volgt uit wanneer we de inschattingspercentages van SZW aanhouden:
B1-route, 60%: circa 96 personen Onderwijsroute, 25%: circa 40 personen Z-route, 15%: circa 24 personen.
2
B1-route combineert taal met (vrijwilligers)werk en leidt naar taalniveau op B1. Onderwijsroute is een taalschakeltraject die leidt naar een opleiding (en uiteindelijk startkwalificatie). Z-route is gericht op inburgeraars met een lage leerbaarheid en combineert taal met participatie zodat zij zich in de maatschappij weten te redden.
7
Advies: De aantallen, de gevraagde diversiteit, intensiteit en integraliteit van de drie leerroutes nodigen uit om regionaal samen te werken en om de opdracht van de drie leerroutes gebundeld in de markt te zetten. Op deze manier borg je dat de taalcomponent en participatiecomponent geïntegreerd aangeboden wordt. Advies is om de B1-route, de onderwijsroute en de Z-route gebundeld in één perceel op regionaal niveau in de markt te zetten. Belangrijk is om niveau van kwaliteit per leerroute te borgen door specifiek per leerroute te kunnen scoren op kwaliteit in de aanbesteding. We willen voor de onderwijsroute gericht op hoger opgeleiden (HBO en WO-niveau) de optie openhouden om aan te sluiten bij gemeente Amsterdam door gebruik te maken van hun meeliftregeling. Dit betekent dat elke gemeente ruimte heeft om dit aanbod 1 op 1 kan in te kopen. Waarschijnlijk zal dit om een klein aantal personen gaan. 5. Samenvatting advies Taak Brede intake en PIP Maatschappelijke begeleiding Brugklas (incl. PVT en MAP) Leerroutes (B1-, onderwijs-, en Z-route) Financieel ontzorgen
Schaalniveau inkoop n.v.t. Lokaal Regionaal
Schaalniveau uitvoering Lokaal Lokaal Combinatie
n.v.t.
Combinatie
6. Voorstel 1. Kennis te nemen van de geformuleerde ambitie en regionale beleidsdoelen die eind van het jaar in een regionaal beleidskader voorgelegd zullen worden aan alle raden. 2. Akkoord met het ter instemming voorleggen aan uw college van onderstaand voorstel rondom verwerving van de verschillende inburgeringsonderdelen. De volgende onderdelen op regionaal niveau in te kopen: - Brugklas (incl. Participatieverklaringstraject en Module Arbeidsmarkt en Participatie - De drie leerroutes (B1, Onderwijs en Z-route) incl. Alfabetisering en Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) Het volgende onderdeel op lokaal niveau te verwerven: - Maatschappelijke begeleiding (via inkoop of subsidie). 7. Planning Wat Vaststellen verwervingsstrategie Voorbereiden programma’s van eisen Vaststelling regionaal beleidskader (via cie/raad) Start publicatie opdracht Verordening/beleidsregels Wet inburgering Definitieve gunning Inwerkingtreding nieuwe wet
Wanneer September 2020 September – december 2020 December 2020 Januari 2021 Maart- april 2021 1 juni 2021 1 juli 2021 8
Bijlage 1 Volumes Wet inburgering arbeidsmarktregio Gemeente
1e helft 2020
2e helft 2020
Beverwijk Bloemendaal Haarlem Heemskerk Heemstede Velsen Zandvoort Totaal
13 8 50 13 9 22 6 121
16 9 59 15 10 26 7 142
Asiel 60% volwassenen 17 10 65 17 11 29 8 158
Migranten ca 16 10 100 16 10 26 10 188
Gemiddelde cijfers van DUO 2018/2019 28 5 104 19 6 31 12 204
Totaal aantal inburgeringsplichtigen ca 160 asiel en ca 200 migranten = 360 inburgeringsplichtigen per jaar in onze arbeidsmarktregio.
Perceel Omvang per jaar Brugklas 360 B1 route (60%) 96 Onderwijsroute (25%) 40 Z-route (15%) 24 Maatschappelijke 160 begeleiding (asiel) Financiële zelfredzaamheid 117 (73% asiel) *percentages zijn aannames waar het Rijk mee rekent
9