20200942421 2. Bijlage a ontwerpbestemmingsplan Aart van der Leeuwstraat e.o
Tekst van het document
NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in of in de nabijheid van het NNN gelegen is, verlangt de provincie een 'nee-tenzij-toets'.
4.13.2
Beleid Het ecologisch beleidsplan uit 2013 heeft als doel het kwalitatief verbeteren en verhogen van de ecologische waarden en de richtlijnen uit het beleid verankeren in planprocessen en beheer- en onderhoudsprogramma's. Duurzaamheid, biodiversiteit en participatie zijn onderwerpen die een belangrijke rol spelen bij de invulling en uitvoering hiervan. Het ecologische beleid bevat een afwegingskader bij projecten en andere ingrepen dat weergeeft waar men op moet letten bij projecten. Hierdoor is minder kans op vertraging. Ook wordt ingezet op het verbeteren van beheer en inrichting van de locaties met ecologische potentie. Dit kan alleen als beheer en inrichting zoveel mogelijk gebaseerd zijn op ecologische principes. Binnen Haarlem zijn verschillende gebieden aangegeven als ecologische hotspots, ecologische potentiegebieden en ecologische verbindingszones. Ecologische potentiegebieden zijn waardevolle groene gebieden die zich door 64
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
de juiste inrichting en beheer tot hotspots kunnen ontwikkelen. Geen van deze gebieden bevinden zich in het plangebied. Daarnaast omvat het beleidsplan ook het ecologisch actieplan van de gemeente Haarlem met daarin de ambities voor de periode van 2013-2022 voor onder andere het afkoppelen van regenwater en het toepassen van gevelgroen. Bij nieuwe relevante ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plangebied wordt het ecologisch beleidsplan Haarlem betrokken. Voor openbaar groen gelden bovendien regels met betrekking tot het toepassen van inheemse soorten. In stedelijk groen is het uitgangspunt om te werken met zo veel mogelijk inheemse soorten en nooit met minder dan 50% inheems groen. Dit wordt ook geadviseerd voor groen in eigendom van woningbouwverenigingen en dergelijke. 4.13.3
Onderzoek Ten behoeve van deze ontwikkeling is door Groenadvies Amsterdam een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd door middel van een literatuuronderzoek en een daarop volgend veldonderzoek. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 4 van deze toelichting. De conclusie van het onderzoek wordt hieronder overgenomen. Uit het literatuuronderzoek kwam naar voren dat er verschillende beschermde amfibieën, dagvlinders, planten, reptielen, vogels en zoogdieren voorkomen in de nabije omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën aangetroffen rondom de flats. Het zou mogelijk kunnen zijn dat de binnentuinen dienen als landbiotoop voor amfibieën zoals kikkers, padden en salamanders. Nabij de flats zijn echter geen geschikte voortplantingswateren aanwezig. Het terrein is ongeschikt voor de zwaar beschermde rugstreeppad. De te verwachten soorten zijn echter alle opgenomen in de Verordening vrijstellingen soorten Noord-Holland. Deze vrijstellingen zijn geldig bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ingrepen. Dat is hier het geval. Uit het veldonderzoek kwam naar voren dat het gebied niet geschikt is voor dagvlinders en reptielen. Ook zijn de beschermde planten uit de literatuurstudie niet aangetroffen in het plangebied. Het veldwerk werd uitgevoerd na afloop van het broedseizoen. Bij meerdere flats werden groepjes huismussen waargenomen.
Het betrof zowel vogels in overkappingen en in ventilatieopeningen als foeragerende vogels in de binnentuinen. Daarom broeden er hoogstwaarschijnlijk huismussen in de flats. Deze soort heeft jaarrond beschermde nesten en ook het functionele leefgebied is beschermd. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van en terreingebruik door huismussen is daarom essentieel. Tevens werd de Gierzwaluw uitsluitend hoog overvliegend waargenomen. Er waren geen indicaties voor broedende vogels en de flats ogen daarvoor ook niet geschikt. In de binnentuinen (zowel de bomen als de heesters) en in de flats zijn broedvogels te verwachten. Soorten als de kauw en de spreeuw zijn in de flats te verwachten. Rond de flats de eerder genoemde soorten als merel, heggenmus et cetera. Geen van de landgebonden zoogdieren maakt gebruik van het te vervangen
65
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
flats. Daarentegen zijn in de binnentuinen wel meerdere kleine zoogdieren te verwachten. Het betreft dan met name egel, huisspitsmuis en konijn. Dit zijn algemene soorten met een ruime verspreiding in de regio. Ze zijn dan ook (net als de amfibieën hierboven) opgenomen in de Verordening vrijstellingen soorten Noord-Holland. Daarentegen zijn de flats wel geschikt en toegankelijk voor vleermuizen. Het wordt daarom geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren naar de eventuele aanwezigheid van vleermuizen in en rondom de flats. Nader onderzoek Op basis van de quickscan is een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Het rapport is in bijlage terug te vinden. Per soort is de conclusie van het onderzoek hieronder integraal weergegeven. Huismus In twee van de flats blijken huismussen te broeden. Voor de sloop van deze flats is een ontheffing noodzakelijk. Daarnaast zijn meerdere broedvogels aanwezig met een jaarrond beschermd nest. Het gaat om boomkruiper, pimpelmees en ekster. Ze zijn alle opgenomen in categorie 5, de lichtste categorie. Voor deze soorten geldt dat als er in de directe omgeving voldoende alternatieven aanwezig zijn of aangeboden kunnen worden, de jaarrond bescherming vervalt. Wel blijven de nesten ook dan gedurende het broedseizoen beschermd.
Gierzwaluw Tijdens het veldonderzoek werden alleen hoog overvliegende, foeragerende gierzwaluwen waargenomen. Er waren geen nestindicerende waarnemingen. Er broeden geen gierzwaluwen in het projectgebied. Vleermuizen In alle flats bevinden zich verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en in een boom in de Aart van der Leeuwstraat zit een paarverblijf van een ruige dwergvleermuis. De in totaal 20 verblijfplaatsen in de flats gaan bij de sloop verloren. Daarnaast kunnen ook een aantal verblijfplaatsen in bomen verloren gaan. Er gaan in ieder geval 20 en in het slechtste geval 21 zomer- (1) en paarverblijven (20) verloren. Het is daarom noodzakelijk een ontheffing aan te vragen bij de Omgevingsdienst. Deze ontheffing wordt momenteel aangevraagd. 4.13.4
Stikstofdepositie In het kader van mogelijke stikstofdepositie door toedoen van de sloop-, bouwen gebruiksfase, heeft VanderGoes & Groot een stikstofbrekening uitgevoerd (mei 2020, zie bijlage 6). De resultaten zijn hieronder weergegeven. De hoogste bijdrage van het project betreft de tijdelijke inzet en het tijdelijke effect van mobiele werktuigen. Deze tijdelijke effecten zijn vaak gemakkelijker op te vangen door de natuurlijke fluctuaties binnen het natuurgebied of eventueel herstelbeheer, dan effecten van permanente activiteiten. De maximale projectbijdrage van de aanleg en het gebruik van de gebouwen is 0,06 mol/ha/jaar op de meest dichtbijgelegen
66
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een vergunning plichtig percentage van de kritische depositiewaarde van de meest kritische ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen. Er is mogelijk sprake van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000gebieden in gevaar zouden kunnen komen. In de gerealiseerde bebouwing wordt door het afzien van stookinstallaties in de bebouwing (vrijwel) geen stikstof meer geëmitteerd. De transitie van oude bebouwing met zekere uitstoot van stikstof naar de beoogde bebouwing in dit project draagt daarmee bij aan de gewenste permanente daling van stikstof op kwetsbare natuurgebieden. De projectbijdrage van de aanleg (zonder saldering) is 0,05 mol/ha/jaar en de projectbijdrage van het gebruik (zonder saldering) is 0,06 mol/ha/jaar. Bij (interne) saldering van het bestaande gebruik op de referentiedatum blijkt dat de huidige projectbijdrage van zowel aanlegfase als de gebruiksfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Deze bijdragen worden als verwaarloosbaar beschouwd. Om gebruik te kunnen maken van het intern salderen, dient een Wet natuurbeschermingsvergunning aangevraagd te worden bij provincie Noord-Holland. Deze vergunning wordt op dit moment aangevraagd. 4.13.5
Conclusie In het kader van soortenbescherming is geconstateerd dat er diverse verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan. Deze dienen gecompenseerd te worden en hiervoor wordt een ontheffing aangevraagd. Daarnaast wordt in het kader van gebiedsbescherming een vergunning aangevraagd bij de provincie Noord-Holland voor het intern salderen met betrekking tot stikstofdepositie. Vooralsnog is er geen reden om aan te nemen dat de ontheffing en aangevraagde vergunning Wnb niet afgegeven worden en staat het aspect natuur de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg.
4.14 Vliegverkeer Met ingang van 1 februari 2003 is het zogenoemde Luchthavenindelingbesluit (LIB) van kracht. In het LIB, onderdeel van de gewijzigde Wet Luchtvaart (ofwel de "Schipholwet"), is rond de luchthaven Schiphol een beperkingengebied aangewezen. Hierbinnen gelden beperkingen van de maximale hoogte van objecten, en van vogel aantrekkende bestemmingen en vogel aantrekkend gebruik. De hoogtebeperkingen zijn opgelegd om ervoor te zorgen dat vliegtuigen op een veilige manier van en naar de luchthaven Schiphol kunnen vliegen. De beperkingen voor de vogel aantrekkende bestemmingen en vogel aantrekkend gebruik zijn opgelegd om te voorkomen dat zich in de nabijheid van de luchthaven concentraties vogels bevinden, die hinderlijk kunnen zijn voor vliegtuigen. Voor het plangebied gelden hoogtebeperkingen, die variëren van 72 tot 123 meter, evenals beperkingen ten aanzien van vogel aantrekkende bestemmingen 67
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
en vogel aantrekkend gebruik. In het plangebied bevinden zich echter geen vogel aantrekkende bestemmingen of vogel aantrekkende gebruiken. Evenmin komen in het plangebied bouwwerken of gebouwen voor, of worden deze mogelijk gemaakt, die de maximale bouwhoogte van 72 tot 123 meter benaderen. Het plangebied valt buiten de in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol aangewezen zone waarbinnen geen geluidsgevoelige functies (zoals woningen) zijn toegestaan. Geconcludeerd kan worden dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met de bepalingen uit het Luchthavenindelingbesluit Schiphol.
4.15 Bezonning 4.15.1
Inleiding Er bestaan geen wettelijke normen en eisen met betrekking tot de bezonning. Wel bestaan de normen van TNO: een 'lichte' norm, die minimaal twee uur zon per dag in de periode 19 februari tot en met 21 oktober voorschrijft, en een 'strenge' norm, die drie uur zon per dag in de periode 21 januari tot en met 22 november voorschrijft. Noordgevels ontvangen nagenoeg geen direct zonlicht. Daarom wordt ook niet getoetst of deze gevels aan de lichte en/of strenge TNO norm voldoen. Door Prevent Adviesgroep is een bezonningsonderzoek uitgevoerd waarin zowel de huidige (planologische) situatie en het nieuwe (bestemmings)plan wordt getoetst aan de lichte TNO norm en de strenge TNO norm. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 15 van deze toelichting. De resultaten van dit onderzoek worden hieronder overgenomen.
4.15.2
Onderzoek Door MUST architecture is een bezonningstudie uitgevoerd, zichtbaar in afbeelding 4.8 (de bezonningsstudie is terug te vinden in bijlage 5 van het stedenbouwkundig plan, dat als Bijlage 1 opgenomen is. Bij een realisatie van vier bouwlagen aan de buitenzijden en vijf bouwlagen aan de binnenzijden, voldoen de woningen ten noorden van de Jan Prinslaan aan de ‘lichte’ TNO-norm (waarbij tenminste 2 mogelijke bezonnignsuren per dag in de periode van 19 februari - 21 okotber in midden vensterbank binnenkant raam) en niet aan de ‘strenge’ TNO-norm (waarbij tenminste 3 mogelijke bezonnignsuren per dag in de periode van 21 januari - 22 november in midden vensterbank binnenkant raam). De woningen ten noorden van de Jan Prinslaan zijn tevens de woningen die kans hebben op de meeste schaduwwerking
68
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
Afbeelding 4.8: Bezonningstudie nieuwe situatie (bron: MUST architecture) 4.15.3
Conclusie Het aspect bezonning vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling indien getoetst wordt aan de lichte TNO-norm.
4.16 Kabels, leidingen straalpaden en andere belemmeringen In bestemmingsplannen worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben en/of van belang zijn in het kader van beheer, externe veiligheid of gezondheidsrisico's. Het gaat dan altijd om de hoofdtransportstructuur. De planologisch relevante leidingen. De ligging van de leiding is globaal vastgelegd op provinciale risicokaarten. In elk bestemmingsplangebied bevinden zich uiteraard ook kabels en leidingen voor distributie en huisaansluitingen, maar die worden niet in het plan opgenomen. Er liggen geen hoofdgasleidingen of landelijke/ regionale leidingstroken in of nabij het plangebied die planologisch relevant zijn.
69
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
4.17 M er-beoordeling De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient een toets uitgevoerd te worden of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Omdat sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is een aanmeldnotitie opgesteld (zie bijlage 7) en ingediend bij het bevoegd gezag.
Het bevoegd gezag heeft hierover op 24 november 2020 een besluit genomen met kenmerk OMB/2020/1129782 (zie bijlage 7) genomen en geoordeeld dat geen significante negatieve effecten te verwachten zijn en dat een nadere m.e.r. beoordeling niet noodzakelijk is.
70
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
Hoofdstuk 5 5.1
JURIDISCHE ASPECTEN
Inleiding De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Haarlem. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Hiertoe dienen alle bestemmingsplannen te voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (hierna SVBP 2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels.
Dat leidt ertoe dat de systematiek zoals gehanteerd in dit bestemmingsplan, op ondergeschikte onderdelen af kan wijken van de voorheen geldende planologische regelingen. Het juridische bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De planregels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen
5.2
Juridische planopzet Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meer locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van groot belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Denk hierbij aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling, het monitoren van beleid en de handhaving. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn: www.ruimtelijkeplannen.nl. Hiertoe dienen alle bestemmingsplannen te voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (hierna SVBP 2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen,
71
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. De regels van het bestemmingsplan vallen conform de SVBP 2012 in 4 hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Hoofdstuk 3: Algemene regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels 5.2.1 Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in de regels worden gehanteerd. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van de begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. Bij toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten gemeten moeten worden. Een aantal bepalingen schrijft de regeling SVBP2012 dwingend voor. 5.2.2 Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels 5.2.2.1
Bestemmingen Artikel 3 Groen De (openbare) groengebieden van structurele aard zijn specifiek bestemd als 'Groen'. Bermen en bomen langs wegen maken deel uit van de bestemming 'Verkeer'. Binnen de bestemming 'Groen' zijn werken voor de verkeers- en verblijfsfunctie toegestaan, waaronder nutsgebouwtjes, abri's, (ondergrondse) afval- en recyclebakken, lichtmasten, reclameborden en bouwwerken geen gebouw zijnde zoals fietsenrekken. De oppervlakte van gebouwen mag per gebouw niet meer bedragen dan 10 m2 en de hoogte niet meer dan 3 meter. Binnen de bestemming 'Groen' mogen alleen vergunninvrije bouwwerken worden opgericht. Artikel 4 Tuin - 1 De op de verbeelding voor 'Tuin - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdbebouwing. Binnen deze bestemming zijn alleen tuinen en verhardingen toegestaan.
72
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
Terrasen ten behoeve van de woningen zijn alleen toegestaan waar dit met een aanduiding op de verbeelding is aangegeven. Artikel 5 Verkeer De in het plangebied voorkomende wegen, met bijbehorende bermen, parkeerplaatsen, bomen, fiets- en voetpaden en alle andere bijbehorende voorzieningen zijn ondergebracht in de verzamelbestemming 'Verkeer'. Binnen de bestemming 'Verkeer' zijn groen-, water- en speelvoorzieningen toegestaan evenals bouwwerken voor de verkeers- en verblijfsfunctie, waaronder nutsvoorzieningen, abri's, (ondergrondse) afval- en recyclecontainers en (ondergrondse) bergbezinkbassins, verkeers- en lichtmasten, reclameborden en bouwwerken geen gebouw zijnde zoals fietsenrekken. Tenzij anders aangegeven op de verbeelding mag de hoogte van gebouwen niet meer bedragen dan 3 meter en mag de oppervlakte niet meer bedragen dan 10 m2. Binnen de bestemming 'Verkeer' moet ruimte gelaten worden om zonodig veranderingen te kunnen aanbrengen in de inrichting van de openbare ruimte, afgestemd op wijzigende behoeften. Gedacht kan worden aan ruimte voor diverse verkeerstechnische aanpassingen (zoals veiligere inrichtingen). Artikel 5 Wonen De bestemming 'Wonen' is bedoeld voor gebouwen binnen het plangebied die uitsluitend voor wonen worden gebruikt. Op enkele plaatsen is (beperkte) uitbreiding van de bestaande woningen toegestaan.
Beroepsmatige activiteiten aan huis zijn binnen de bestemming Wonen toegestaan onder de voorwaarde dat deze activiteiten ondergeschikt zijn aan het wonen en niet meer ruimte in beslag nemen dan 35 procent van het bruto vloeroppervlak van een woning met een maximum van 50 m2. Aan huis verbonden dienstverlenende beroepen kunnen bijvoorbeeld zijn: kleine adviesbureaus, kleine financiële instellingen, pedicures en praktijkruimten voor de zogenaamde vrije beroepen zoals arts, tandarts en notaris. Verder is gastouderopvang en bed & breakfast toegestaan. 5.2.2.2
Dubbelbestemmingen Artikel 7 Waarde - Archeologie (dubbelbestemming) De aanwezige archeologische verwachtingswaarden krijgen bescherming door het toekennen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. Het bestemmingsplan houdt rekening met de (voorlopige) Archeologische Beleidskaart Haarlem. In het plangebied komen de categorieën 2, 4 en 5 voor. Categorie 2 73
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
In de gebieden die tot deze categorie behoren geldt een hoge archeologische verwachting. Voor deze categorie geldt dat bij plannen waarbij bodemverstorende activiteiten plaatsvinden van 50 m² en groter en die dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld, een waardestellend archeologisch rapport moet worden overlegd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Aan deze gebieden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' toegekend. Categorie 4 In de gebieden die tot deze categorie behoren geldt een lage archeologische verwachting. Voor deze categorie geldt dat bij plannen waarbij bodemverstorende activiteiten plaatsvinden van 2.500 m² en groter en die dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld, een waardestellend archeologisch rapport moet worden overlegd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Aan deze gebieden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' toegekend. Categorie 5 In de gebieden die tot deze categorie behoren geldt een zeer lage archeologische verwachting. Voor deze categorie geldt dat bij plannen waarbij bodemverstorende activiteiten plaatsvinden van 10.000 m² en groter en die dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld, een waardestellend archeologisch rapport moet worden overlegd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Aan deze gebieden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' toegekend.
Er is in deze dubbelbestemming een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de begrenzing te veranderen of de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' te verwijderen als archeologische bevindingen daartoe aanleiding geven.
5.2.2.3 Nadere eisen Regeling: Nadere eisen ten aanzien van: Waarde - Archeologie - situering - de inrichting van de gronden - het gebruik van de gronden Algemene bouwregels het straat -en bebouwingsbeeld Binnen bovenstaande dubbelbestemmingen is de bevoegdheid opgenomen voor burgemeester en wethouders (bevoegd gezag) om nadere eisen te stellen aan de bouw- en gebruiksregels. Bij de uitoefening van deze bevoegdheid wordt aan een aantal criteria getoetst. a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de cultuurhistorische waarden; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. Het straat- en bebouwingsbeeld Voor de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen dient te worden gestreefd naar het in stand houden of tot stand brengen van een, in 74
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld. In het algemeen zal bij bebouwing worden gestreefd naar: een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; een goede hoogte-breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en een samenhang in bouwvorm / architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is. behoud of versterken van de aanwezige trends. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' bevat de bevoegdheid voor burgemeester en wethouders (het bevoegde gezag) om nadere eisen te stellen aan de bouw- en gebruiksregels als uit onderzoek blijkt dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Aan zowel de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden kunnen nadere eisen gesteld worden. De cultuurhistorische waarden Voor de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen en bouwmogelijkheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden, waarbij wordt gestreefd naar het in stand houden of versterken van deze waarden. Uit cultuurhistorisch onderzoek, naar het oordeel van de gemeentelijk architectuurhistoricus, of uit andere informatie dient te blijken dat de cultuurhistorische waarden niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord.
Voor dit onderwerp zal getoetst worden aan: de Nota Ruimtelijke Kwaliteit; de Nota Dak; de parcellering; de aanwezigheid van ensembles en seriebouw De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden Voor de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen en bouwmogelijkheden dient rekening te worden gehouden met de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, als deze daardoor kunnen worden beïnvloed. 5.2.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Met deze regel wordt voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Bijvoorbeeld in het geval (onderdelen van) bouwpercelen - al dan niet tijdelijk - van eigenaren wisselen. De regeling is vooral van belang met het oog op nieuwbouw. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden al meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere omgevingsvergunning. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in 75
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
te zetten om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit te verkrijgen. Artikel 9 Algemene bouwregels --> tekst opnemen Toelichting bouwregels Wonen De afmetingen van de woningen zijn al bekend bij het opstellen van het bestemmingsplan. Het is belangrijk dat de Nota Kaders en Instrumenten Sociale Huur en Middensegment wordt betrokken bij de anterieure overeenkomst en het SPvE. De toelichting van het bestemmingsplan besteedt aandacht aan de nota. De nota kan daarnaast als bijlage aan de toelichting worden gevoegd. De informatie wordt aangeleverd door team Wonen van ECDW. Toelichting dakopbouw standaard 38.1.1.m: Voor het plangebied is het uitgangspunt dat boven de maximum goothoogte een extra bouwlaag met een platte afdekking mag komen. Voor de toegestane hoogte van de extra bouwlaag geldt een maximum. De toegestane maximale hellingshoeken kunnen beperkend zijn voor de omvang van de dakopbouw. De exacte uitvoering van een nieuwe dakopbouw hangt onder andere af van de al toegevoegde bebouwing op de daken in de straat (trend). Artikel 10 Algemene gebruiksregels --> tekst opnemen voor strijdig gebruik Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Het bestemmingsplan als bindende verordening is opgebouwd uit objectief vastgelegde ruimtelijke begrenzingen. De mogelijkheden en onmogelijkheden voor het bouwen en het gebruik zijn nauwkeurig vastgelegd.
Die ruimtelijke en functionele begrenzing is een afgeleide van de basisgegevens van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), stedenbouwkundige afwegingen en het bestaande gebruik. In de praktijk kunnen afwijkingen voorkomen. Ook kan, bij nieuwe ontwikkelingen, veranderde wetgeving of voorschreidend inzicht, toch behoefte zijn aan een andere maatvoering oif een andere functie van bouwwerken. Starheid van bestemmingsregels mag niet de oorzaak zijn van gekunstelde oplossingen, waarmee de kwalitatieve doelstelling van het bestemmingsplan niet gediend is. Door middel van dit artikel is enige mate van flexibiliteit mogelijk. Zo kan er een afwijking plaatsvinden voor de in het plan aangegeven maten tot ten hoogste 10%. Het toepassen van een afwijkingsbevoegdheid gebeurt altijd met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, zodat belanghebbenden de mogelijkheid tot bezwaar/beroep hebben wanneer op grond van dit artikel van het plan wordt afgeweken.
76
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
Artikel 12 Overige regels Dit artikel legt een koppeling tussen de regels van het bestemmingsplan en de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren. De normen voor parkeren, stallen, laden en lossen zelf liggen namelijk niet vast in dit bestemmingsplan, maar in gemeentelijke beleidsregels. Die beleidsregels geven aan wanneer er sprake is van voldoende ruimte voor parkeren, stallen, laden en lossen. Uitgegaan wordt altijd van de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren zoals die gelden op het moment van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Lid 12.1.3 geeft ook aan wat als strijdig gebruik van gronden en bouwwerken is aangemerkt. Strijdig gebruik is het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en in stand wordt gehouden op eigen terrein voor parkeren, stallen, laden en lossen overeenkomstig het gemeentelijke beleid. Tot slot bepaalt lid 12.1.4 dat er afgeweken kan worden onder de voorwaarden zoals die zijn genoemd in de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren. Ook hiervoor geldt dat uitgegaan dient te worden van de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren zoals die gelden op het moment van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
5.2.4 Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Het overgangsrecht is van toepassing op bestaande situaties (gebruik en/of bebouwing) die op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan niet passen binnen het nieuwe plan. Het overgangsrecht houdt in dat gebruik en bebouwing dat in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, maar al aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet. Ook bouwwerken die op basis van een geldige omgevingsvergunning nog gebouwd mogen worden, worden onder het overgangsrecht geschaard. Het overgangsrecht is nadrukkelijk niet bedoeld voor bouwwerken die een gebruik kennen dat onrechtmatig is op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. Er is geen sprake van legalisatie van al strijdig gebruik door dit bestemmingsplan en er kan ook nog steeds gehandhaafd worden. Ook bouwwerken die op de peildatum illegaal zijn, blijven illegaal. Artikel 14 Slotregel Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het onderliggende bestemmingsplan.
77
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
Bijlage 1 bij de regels Zoneringslijst De Zoneringslijst is opgenomen in bijlage 1 van de regels en geeft – voor zover passend binnen de bestemming – op basis van de hindercategorie aan welk type activiteiten zijn toegestaan. Activiteiten die niet in de lijst omschreven staan kunnen – voor zover passend binnen de bestemming – worden beoordeeld op basis van de hinder die ze (kunnen) veroorzaken. Vanuit milieuoverwegingen (zoals lawaai en stank) zowel als vanuit ruimtelijke overwegingen (een bedrijf met een vloeroppervlak van 90 m2 ziet er geheel anders uit dan een bedrijf met een vloeroppervlak van 350 m2) is het wenselijk niet alle werkfuncties toe te laten. Daarom is als bijlage achter de regels een zogeheten Zoneringslijst opgenomen. Deze lijst vormt het planologische toetsingskader bij het al dan niet toelaten van een nieuw bedrijf. In deze bijlage wordt uiteengezet hoe de lijst is samengesteld en hoe de toetsing aan de Zoneringslijst verloopt. Naast deze planologische toetsing vindt ook altijd een toetsing plaats aan de Wet milieubeheer (onder meer het verlenen van een milieuvergunning) wanneer een nieuw bedrijf (de wet spreekt over een inrichting) gevestigd wordt. Milieuzonering is het waar nodig ruimtelijk scheiden van milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies.
De in het gebied voorkomende activiteiten zijn overeenkomstig het huidige gebruik en bouwmogelijkheden in dit bestemmingsplan opgenomen. Voor bestaande werkfuncties die een hogere milieucategorie hebben dan het bestemmingsplan toelaat worden geen uitbreidingsmogelijkheden geboden. De milieuhinder van de bedrijfsfuncties moet passen binnen de voor het gebied geldende categorieën van de zoneringslijst. Bedrijven met een hogere milieuhindercategorie zijn alleen toegestaan waar dat is aangeduid op de verbeelding.
78
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
Hoofdstuk 6 6.1
UITVOERBAARHEID
Economische uitvoerbaarheid Bij ontwikkelingen die middels het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, is het noodzakelijk aan te tonen in hoeverre de beoogde plannen financieel haalbaar zijn en wie de risicodragende partij is. In dit kader is in afdeling 6.4 Wro bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen, indien een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Hiervan kan worden afgeweken indien het verhaal van de kosten van een grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Met dit bestemmingsplan wordt beoogd het vigerende juridisch-planologisch kader te herzien naar aanleiding van wens om het plangebied te transformeren naar een woon-werk-, en leergebied. Door studentenwoningen te kunnen realiseren is hier sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Daarom is het opstellen van een exploitatieplan noodzakelijk, tenzij de kosten van de ontwikkeling anderszins verzekerd is. Tussen gemeente en de ontwikkelpartijen is een anterieure overeenkomst gesloten waarin ingegaan wordt op het kostenverhaal. Hiermee zijn de kosten van de ontwikkeling anderszins verzekerd.
6.2
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1 Participatie Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is er door Pré Wonen een participatietraject vormgegeven en in uitvoering gebracht. Hiertoe zijn vanaf de start van de ontwikkeling de navolgende verschillende betrokkenen geïnformeerd: Wijkraad (Terugkerende) huurders Klankbordgroep (afvaardiging bewoners) Individuele bewoners in de nabijheid van de ontwikkeling Individuele ondernemers in de nabijheid van de ontwikkeling Door de gemeente en Pré Wonen is verder nog afstemming geweest met: De Haarlemse Bomenwachters Het Groenplatform Een uitgebreider overzicht van het participatietraject is opgenomen in Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan op pagina 32 e.v. 6.2.2 Wettelijk vooroverleg Overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de volgende instantie: 79
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
Omgevingsdienst IJmond akkoord per mail van 12 augustus 2020 Veiligheidsregio Kennemerland akkoord per mail van 31 augustus 2020 6.2.3 Zienswijzen PM: de verwerking van eventuele zienswijzen wordt opgenomen in het wijzigingsoverzicht dat een bijlage betreft van het raadsbesluit.
6.3
Handhaving Met dit bestemmingsplan beoogt de gemeenteraad een voor de burgers duidelijk en herkenbaar ruimtelijk beleid te formuleren. Op grond daarvan mag dan ook verwacht worden dat het college van burgemeester en wethouders handhavend optreedt als iemand de regels van het bestemmingsplan niet naleeft. Immers, de ruimtelijke kwaliteit van het gebied loopt gevaar als men in strijd met het bestemmingsplan een bouwwerk bouwt of als men in strijd met het bestemmingsplan gronden of bouwwerken gebruikt. Het achterwege laten van handhaving kan ertoe leiden dat zich ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, die negatieve gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit en de veiligheid. Daarom wordt hier het beleid inzake de handhaving uiteengezet en aangegeven hoe de handhaving van de bestemmingsplanregels wordt opgepakt. Volgens vaste jurisprudentie bestaat er een beginselplicht om handhavend op te treden. Dit houdt in dat, gelet op het algemeen belang dat gediend is met de handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift of regel het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als er concreet zicht op legalisatie bestaat.
Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. De gemeente Haarlem voldoet aan deze beginselplicht door daadkrachtig en consequent op te treden. Eens in de vier jaar stelt de gemeente Haarlem een integraal handhavingsbeleid vast waarin de projecten staan aangegeven die worden opgepakt. De opzet is dat de afdeling Handhaving Bebouwde Omgeving niet alle illegale situaties tegelijk aanpakt, maar wel een werkbaar aantal zaken, hetgeen een uitstralend effect zal hebben. Nieuw vastgestelde bestemmingsplannen lenen zich bij uitstek voor deze projectmatige aanpak. Uiteraard wordt bij calamiteiten altijd opgetreden. Handhaving van de regels van bestemmingsplannen vindt in de gemeente Haarlem plaats langs bestuursrechtelijke weg. Rechtszekerheid en gelijke behandeling van burgers staan hierbij voorop. Daarbij is ook communicatie belangrijk. Hier kan bovendien een preventieve werking van uitgaan. De gemeente brengt met name de relatie met de na te streven beleidsdoelstellingen onder de aandacht, zodat voor iedere inwoner, eigenaar en ondernemer duidelijk mag zijn hoe en wanneer het college handhaaft.
Ook voor dit plangebied zal de handhaving van de kaders van het bestemmingsplan tevens plaatsvinden na het verstrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteiten 'bouwen', 'het uitvoeren van een 80
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
werk' en 'het gebruiken van gronden en bouwwerken'. Want niet alleen handelingen zonder vergunning zijn onderwerp van handhaving, maar ook handelingen in afwijking van een omgevingsvergunning vormen een overtreding. Het gemeentelijk toezicht tijdens de vergunningplichtige activiteiten is gewaarborgd doordat inspecteurs in Haarlem volgens het Landelijk Toezichtprotocol werken. Deze inspecteurs classificeren projecten volgens het protocol, waarmee zij de noodzakelijke frequentie en het niveau van de controles tijdens de bouw bepalen. De rapportage van deze controles slaan zij digitaal op. Aldus draagt het college zorg voor de handhaving van de bestemmingsplanregels.
81
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
82
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
83
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
84
bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (ontwerp)
Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan
85
Ontdekking van de Tuinstad Stedenbouwkundig plan Aart van der Leeuwstraat Eindrapportage Amsterdam,mei 2020 www.must.nl
MUST 1
Inhoud ONTDEKKING VAN DE TUINSTAD Aart van der Leeuwstraat
1. Inleiding 3 2. Stedenbouwkundig plan op hoofdlijnen 11 3. Stedenbouwkundige uitwerking 17 4. Participatie 32 Bijlage 1. Bomeninventarisatie Mense Groen, februari 2018 2. Nader onderzoek PluimIepen Mense Groen, februari 2018 3. Parkeeronderzoek Telwerk, april 2018 4. Parkeernormering herontwikkeling Aart van der Leeuwstraat, Goudappel Coffeng, maart 2019 5. Bezonningsstudie MUST, augustus 2019 MUST 2
Nieuwe tijd, nieuwe opgave 1 INLEIDING
De stedelijke vernieuwing van Delftwijk heeft een flinke impuls gegeven aan de ruimtelijke en programmatische kwaliteit in de wijk. Met het nieuwe Simon Vestdijkpark en het vernieuwde Marsmanplein heeft de wijk een mooi en levendig kloppend hart gekregen. Maar de stedelijke vernieuwing is nog niet voltooid. Het zuidelijke deel van de wijk moet nog aangepakt worden. Een belangrijke vervolgstap in de vernieuwing van Delftwijk is de sloop van 224 portieketageblokken, 24 garageboxen en 4 bedrijfsruimten ten zuiden van de Jan Prinslaan, direct grenzend aan het Simon Vestdijkpark en het Marsmanplein. Dit deelplan heeft de naam Aart van der Leeuw gekregen. Pré Wonen is de eigenaar van de bebouwing en de tussenliggende groene binnentuinen. Bewoner van de Aart van der Leeuwstraat geniet van het groen rondom de gebouwen.
MUST 3
Goede betaalbare sociale huur De bouwkundige en woontechnische staat van de woningen in het deelgebied Aart van der Leeuw is zo slecht dat renovatie geen optie is. Daarom is er besloten om na sloop van de bestaande 224 woningen minimaal evenveel sociale huurwoningen terug te bouwen, vooral voor een- en tweepersoonshuishoudens. Dit sluit goed aan op de gemeentelijke doelstellingen om meer woningen te realiseren voor starters, aleenstaanden en senioren. Ook bij de huurders van Pré Wonen leeft een groeiende behoefte aan betaalbare, kleinere en levensloopbestendige woningen. Een nieuw evenwicht Deelplan Aart van der Leeuw is de laatste grotere herstructurering in Delftwijk. De omliggende wooncomplexen zijn of worden door andere woningcorporaties gerenoveerd. Daarmee rijst de vraag hoe de herontwikkeling van Aart van der Leeuw goed kan aansluiten op zowel het noordelijke deel van de wijk dat inrgijpend is vernieuwd en het te renoveren deel ten
zuiden van het plangebied. De zoektocht naar een goed evenwicht tussen beide werelden in Delftwijk vormt de kern van deze visie. Ontdekking van de tuinstad Gezien vanuit het nieuwe Simon Vestdijkpark toont Aart van der Leeuw zijn slechtste gezicht. De achterkant van 24 garageboxen bepaalt het beeld. Maar wie de buurt vervolgens inloopt wordt verrast door het overweldigend ruime en groene karakter. In de ruime binnenhoven staan aantrekkelijke volwassen bomen. Ook de overgangszone tussen de straten en de woningen zijn ruim en groen van opzet, goed onderhouden en zichtbaar goed gebruikt door de bewoners. Bij verschillende voordeuren staan mooie picknicksets en tuinstoelen. Kortom, lopend over de Aart van der Leeuwstraat ontdekten wij weer de kwaliteit van de tuinstad. Oude buurt, nieuwe waarden Delftwijk is op leeftijd, maar bij nadere beschouwing blijkt de oorspronkelijke strucMUST 4
tuur van deze tuinstad een stuk vitaler dan enkele jaren geleden nog werd gedacht. Wij zien veel kansen om een oude buurt te laden met nieuwe waarden en klaar te maken voor een mooie en lange toekomst. Drie waarden spelen in onze visie een belangrijke rol: 1. Klimaatbestendig. Het klimaat wordtniet alleen warmer, maar er zal ook steeds meer hevige regenval komen. Met hittestress en wateroverlast tot
De buurt is overweldigend ruim en groen van opzet 1 Nieuwe tijd, nieuwe opgaven
gevolg. Aart van der Leeuw is door het vele groen en de volwassen bomen goed bestand tegen de klimaatveranderingen. De bomen geven schaduw en de grasvelden hebben veel bergingscapaciteit om tijdens zware regenval het water een tijdje vast te houden. 2. Energiezuinig. De energietransitie vraagt om woningen die aanzienlijk zuiniger met energie omgaan dan de huidige. Hier ligt een grote vernieuwingsopgave. Maar de stedenbouwkundige opzet van Aart van der Leeuw is gunstig. De woningen zijn goed georienteerd en er is veel ruimte tussen de gebouwen, wat goed is voor de passieve zonne-energie die op de gevels valt. Daarnaast bieden de platte daken van de relatief langgerekte bouwblokken heel veel ruimte voor zonnepanelen.
structuur van Aart van der Leeuw een goed startpunt. Het groen in de buurt heeft niet alleen een positief effect op de gezondheidsbeleving, maar zorgt ook daadwerkelijk voor een betere luchtkwaliteit. Daarnaast liggen alle noodzakelijke voorzieningen op loopen fietsafstand. Dit betekent in onze visie dat wij een buurt moeten ontwikkelen die mensen uitnodigt om te lopen en te fietsen en de auto te laten staan. De bestaande ruime opzet van de straten met een goede aansluiting op de loopen fietsroutes in de omgeving vormen daarvoor een cruciale basis.
3. Gezond. Wij willen graag een buurt maken waar ook de lagere inkomens de kans krijgen om een gezond leven te leiden. Ook hier biedt de ruimtelijke MUST 5
Het noordelijke deel van de wijk is vernieuwd (blauw). Ook is er een park en een nieuw hart voor de wijk gerealiseerd: het Marsmanplein. De vernieuwing van het zuidelijke deel is uitgebleven. Alleen de Aart van der Leeuw wordt nog gesloopt.
Water Pleinen Schoolplein Openbaar groen Hof Tuin
De heldere orthogonale opzet van de buurt tussen Simon Vestdijkpark en Schoterbos.
MUST 6
Plangrens Erfgrens Pre Wonen Hof Groen Tuin
Stoep Asfalt Klinkers Water
Het plangebied Aart van der Leeuw met de acht portieketageblokken, 24 garageboxen en 4 bedrijfsruimten.
MUST 7
Bomeninventarisatie, bron: Groen Advies Amsterdam bv. 26.02.2018
De bomeninventarisatie laat zien dat vooral de bomen in de straten van slechte kwaliteit zijn.
Goed Redelijk Matig Slecht
MUST 8
Ontsluiting en parkeerplaatsen, bron: Telwerk B.V. april 2018
Ontsluiting en parkeren binnen het plangebied. Opvallend detail: een deel van de Jan Prinslaan is nu eenrichtingsverkeer.
p. vakken haaks / langs p. plaatsen half op de stoep p. plaatsen op de rijbaan
MUST 9
Bebouwing Portiek Garage Bedrijfsruimte
De variatie in positionering van de bouwblokken en de bouwhoogte.
MUST 10
Ruimte voor een nieuwe tijd 2 STEDENBOUWKUNDIG PLAN OP HOOFDLIJNEN
MUST 11
Het stedenbouwkundig plan voor de herontwikkeling van Aart van der Leeuw is zorgvuldig ingepast in de omgeving. Met een nieuw gezicht naar het Simon Vestdijkpark en Marsmanplein sluit het goed aan op de grootschalige stedelijke vernieuwing die al heeft plaatsgevonden. Met ruime groene straten en binnenterreinen wordt goed aangesloten op het deel van Delftwijk dat grotendeels de oorspronkelijke ruimtelijke opzet van de wijk zal behouden. Anderzijds is gezocht naar een logische aansluiting op de bestaande loop- en fietsroutes door de wijk en de ruimtelijke opbouw en positionering van de bebouwing. Zo is een robuust en stedenbouwkundig raamwerk ontstaan waarbinnen alle ruimte is om een aantrekkelijk en passend woonmilieu te realiseren voor de toekomstige bewoners en de wijk als geheel te verbeteren.
Behoud van bomen Op basis van een uitgebreide bomeninventarisatie is bepaald welke bomen het behouden waard zijn. Vervolgens is gekeken op welke wijze het bouwvolume het best gepositioneerd kan worden om zoveel mogelijk bomen, met toekomstwaarde, te kunnen behouden. Dit heeft geleid tot een verkaveling die dicht bij de bestaande verkaveling blijft. Een belangrijke uitzondering is de bebouwing langs de Jan Prinslaan. Hier staan zestien markante Pluimiepen die door de sloop van de garageboxen aanzienlijk beter tot hun recht zullen komen. Daarom wordt hier geen nieuwe bebouwing gerealiseerd maar komt er juist meer ruimte voor groen, aansluitend op het Simon Vestdijkpark. Ecologisch gezien is het realiseren van zoveel mogelijk aaneengesloten groen het meest waardevol. Door behoud van de groene binnenterreinen, collectieve voortuinen en de sloop van de garageboxen. Wordt het groen van het Simon Vestdijkpark verbonden met het groene hart van Delftwijk Zuid, het Arthur van Schendelplantsoen. Via de stroken-
bouw rond Nico van Suchtelenstraat staat dit groen in verbinding met de Jan Gijzenvaart. Mooie groene binnenterreinen De meeste waardevolle bomen staan op de groene binnentereinen van Aart van der Leeuw. Mede door deze volwassen bomen hebben de groene binnenterreinen de woonomgeving een enorme kwaliteit. Daarom wordt in ons plan ingezet op het behoud en versterken van de groene binnenterreinen. De vernieuwde binnenterreinen krijgen een collectief karakter, afgeschermd van de openbare ruimte door brede groene hagen. Pré Wonen is verantwoordelijk voor het beheer, mogelijk in samenwerking met de huurders. De direct aanwonenden hebben vanuit de trappenhuizen direct toegang tot de binnenterreinen waardoor zij er volop van kunnen genieten. Aantrekkelijke straten De ruime inrichting van de huidige straten blijft ongewijzigd. De collectieve voorMUST 12
tuinen die grenzen aan de bebouwing blijven behouden en geven de straten een groen karakter. De straten van noord naar zuid worden ingericht voor eenrichtingsverkeer zodat de rijbaan smaller kan worden en er ruimte ontstaat om aan een zijde goed gemarkeerde langspakeerplaatsen te realiseren. Hierdoor wordt het straatbeeld nog rustiger. In dit plan gaan wij er ook vanuit dat de geimproviseerde parkeerplekken op de stoep van de Jan Prinslaan verdwijnen. Zo ontstaat er een plan op hoofdlijnen met voldoende ruimte om alle parkeerplaatsen op straat te realiseren, waardoor de groene binnenterreinen gespaard kunnen blijven.
Groene binnentuinen en aantrekkelijke straten 2 Ruimte voor een nieuwe tijd
Vier nieuwe bouwblokken Binnen het stedenbouwkundig raamwerk met groene binnenterreinen en aantrekkelijke straten is ruimte voor vier bouwblokken. Door de bestaande bomenstructuur liggen de buitenste twee bouwblokken dichter tegen de Jan Prinslaan aan en liggen de middelste twee er juist verder vanaf. Hierdoor zijn de blokken aan de zuidzijde ook versprongen ten opzichte van elkaar, dit past goed in de bestaande ruimtelijke structuur van de omliggende bebouwing. Belangrijkste wijziging ten opzichte van de huidige verkaveling is dat twee van de vier bouwblokken een U-vorm krijgen. Zo onstaat er ook langs de Jan Prinslaan een straatgevel, die de straat een meer formeel karakter geeft, passend bij de uitstraling van het Simon Vestdijkpark en de nieuwbouw rondom het winkelcentrum.
55m2 of 65m2 gebruiksopppervlak hebben, geschikt voor een- en tweepersoons huishoudens. Ongeveer 14 woningen zullen groter zijn: 75m2 gebruiksoppervlak. Het merendeel van de woningen is met een lift toegankelijk, dus ook toegankelijk als je slecht ter been bent. De woningen hebben allemaal een collectieve inpandige fietsenstalling bij de hoofdentree. Hier is ook ruimte gereserveerd voor de stalling van scootmobielen. Iedere binnentuin is voor de aanwonende bewoners bereikbaar zodat maximaal geprofiteerd kan worden van het groen. Dit alles bij elkaar levert vier bouwblokken op met sociale huurwoningen van hoge kwaliteit.
Goede sociale huurwoningen Het plan biedt ruimte voor ongeveer 280 sociale huurwoningen (mede afhankelijk van de woninggrootte). In de berekening is er vanuit gegaan dat de meeste woningen MUST 13
Stedenbouwkundig plan Bebouwing Groenstrook met buffer voor
Simon Vestdijkpark
sst
r aa t
hemelwater
Bo
ut en
Gras met beplanting Collectieve binnentuin
nplein
Brede groene haag afscheiding
aa t
P.C .
a M ar sm
uw
s tr
collectieve binnentuin
de
rL
ee
Te behouden boom Te planten boom (afhankelijke van nP
r in
sla
inrichtingsplan)
an
Boom buiten plangebied
ke re
Entree begane grondwoning
dv
an
Hoofdentree
Ec
ns
tr a
at
Aa
rt v
an
Ja
(indicatief) s tr uw
Balkons buiten gevelvlak
ee aa t
Gallerij binnen gevelvlak
an rla oo Sp al ra ne Ge
s tr
rL
uw
Terras begane grondwoning
de
ee
an
rL
rt v
de
Aa
an
aa t
r ar
rt v
Ge
Aa
Openbare ruimte Asfalt Klinkers Stoep Groen Water
MUST 14