20200915061 4. Bijlage C Verantwoording van het groepsrisico
Tekst van het document
VERANTWOORDING GROEPSRISICO SURINAMEWEG 17 Behoort bij het collegebesluit van 1 december 2020
1.
INLEIDING EN SITUATIE
Er is een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het herontwikkelen van het terrein aan Surinameweg 17 te Haarlem tot 304 woningen, commerciële ruimten en parkeerplaatsen. De aanvraag is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Medewerking aan de aanvraag is alleen mogelijk met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 3. Risico inventarisatie De locatie ligt in het invloedsgebied van hogedruk aardgasleiding W-532-01 van de Gasunie en in de 200 meter zone van de bevoorradingsroute van LPG-tankstation Tankenstein aan de Europaweg. Daarnaast ligt de locatie in de 100% letaliteitzone van de aardgasleiding. Er is door Kuiper Compagnons in opdracht van de aanvrager een onderzoek naar de externe veiligheidssituatie uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat: •
•
2.
het groepsrisico (1) van de aardgasleiding in de huidige situatie groter is dan 10 % van de oriëntatiewaarde, het groepsrisico met 58% toeneemt als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling de oriëntatiewaarde daarbij niet wordt overschreden en er een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is. het groepsrisico van de LPG-transportroute in de huidige situatie kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde, het groepsrisico gelijk blijft en er geen verantwoording van het groepsrisico nodig is
RELEVANTE STUKKEN
Bij de verantwoording van het groepsrisico is gebruik gemaakt van de volgende stukken: • • • • •
Goede ruimtelijke onderbouwing van DNS Planvorming BV, projectnummer 2019-132, d.d. 17 juli 2020; Onderzoek aspect externe veiligheid-deel 1: QRA Herontwikkeling “Fluor-locatie” Haarlem van Kuiper Compagnons, d.d. 22 oktober 2019; Onderzoek aspect externe veiligheid-deel 2: Verantwoording GR, Herontwikkeling “Fluor-locatie” Haarlem van Kuiper Compagnons, d.d. 22 juli 2020; Terreininrichting Fluor met het nummer 288_10_200 d.d. 22 juli 2020; Fluor voorstel opstelplaats.
1
) het groepsrisico: de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks (direct) gevolg van een ongewoon voorval (calamiteit) veroorzaakt door een activiteit met gevaarlijke stoffen.
1
3.
VERANTWOORDING GROEPSRISICO
Burgemeester en wethouders van Haarlem zijn op grond van artikel 12, eerste lid, van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) verplicht om bij het opstellen van bestemmingsplannen in de nu voorliggende situatie het groepsrisico in het invloedsgebied van de aardgasleiding te verantwoorden. Daarbij dient volgens het tweede lid in elk geval aandacht te worden besteed aan: a.
b.
c. d. e. f. g.
de aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken; het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-4 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar; indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door de exploitant van de buisleiding die dat risico mede veroorzaakt; andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de vooren nadelen daarvan; de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet.
Er is in dit kader geen sprake van het vaststellen van een bestemmingsplan, zodat dit artikel formeel niet van toepassing is. Het college heeft dit artikel desondanks vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid naar analogie beoordeeld.
Sub a Aanwezige dichtheid personen De aanwezigheid van personen in het invloedsgebied is uitgewerkt in het onderzoek. In de dagperiode neemt het aantal aanwezigen in het plangebied af met 103 personen van 600 naar 497. In de nachtperiode neemt het aantal personen toe van 0 tot 784. Uit de genoemde aantallen blijkt dat er een verschuiving plaats vindt van aanwezig op de dag naar aanwezig gedurende de nacht. Dit is een gunstige ontwikkeling, aanzien aangenomen wordt dat de meeste calamiteiten met gasleidingen gebeuren bij werkzaamheden op- en in de bodem. Deze werkzaamheden worden vooral overdag uitgevoerd.
2
Sub b Groepsrisico en bijdrage door het bouwplan, vergelijking met de oriëntatiewaarde Het groepsrisico is voor de bestaande en nieuwe situatie berekend in het onderzoek.
Het groepsrisico neemt toe met 0,206 (van 0,358 naar 0,564). Dit is een toename van 58 %. De kilometer met het hoogste groepsrisico verschuift in de richting van het plangebied.
Zowel in de huidige als in de nieuwe situatie wordt de oriëntatiewaarde niet overschreden. Sub c
Maatregelen van Gasunie voor de aardgasleidingen om het groepsrisico te beperken
Er zijn geen plannen van de Gasunie bekend om het groepsrisico te beperken. Sub d Andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en voor- en nadelen daarvan Om een risicoafweging te maken is nagegaan of de ontwikkeling van het Fluor terrein anders ingevuld kan worden met een lager groepsrisico. Een lager groepsrisico is makkelijker te realiseren als er minder woningen gerealiseerd worden. Dat staat haaks op de ambitie van de gemeente om 10.000 woningen toegevoegd te hebben in 2025. De ontwikkeling van dit gebied moet hier ook aan bijdragen. In de ontwikkelvisie Europaweg (2019/676967) is de ambitie opgenomen om 2750 woningen in de ontwikkelzone Europaweg te realiseren, waar deze locatie onderdeel van is. Juist vanwege deze ambitie zijn er weinig tot geen mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico. Er is 3
nagegaan welke stedenbouwkundige en bouwkundige aanpassingen een verbetering geven voor de externe veiligheid waarbij de kaders voor de herontwikkeling zoals vastgelegd in Ontwikkelstrategie Schalkwijk Midden die het college op 26 april 2016 heeft vastgesteld, van kracht blijven. Als voorwaarde is opgenomen dat het een intensief bebouwd gebied wordt (f.s.i. minimaal 2) en dat ter hoogte van de gasleiding een belemmeringstrook van 8 meter vrij gehouden moet worden. Stedenbouwkundige afwegingen Vanwege de reden dat de kans op overlijden aanzienlijk groter is als men zich dichterbij de gasleiding bevindt, is het stedenbouwkundig plan zo opgezet dat meer aanwezigen op een grotere afstand van de aardgastransportleiding gesitueerd worden. Er is ervoor gekozen om op de locatie van plot 10a (het gebied ten noorden van de gasleiding) geen woontoren te ontwikkelen maar is er bewust gekozen om een mobiliteits hub/parkeergarage (Multiflex) te ontwikkelen. Hier kunnen deelauto’s en auto’s van bewoners en bezoekers geparkeerd worden en zich tevens bevindt zich hier een kleine horeca unit. In een parkeergarage verblijven minder mensen – en minder lang – dan in panden met een woonfunctie. De keuze om de mobiliteits hub op deze locatie te realiseren biedt dus voordelen op het gebied van externe veiligheid.
Ook is er voor gekozen om de oriëntatie van de woongebouwen langs de Amerikaweg loodrecht op het gasleiding te plaatsen. Doordat in de toekomst over de Europaweg minder autoverkeer plaats gaat vinden en de Amerikaweg mogelijk meer verkeer te verwerken krijgt is gekozen om de hogere accenten aan de Amerikaweg te realiseren, zodat deze gebouwen het verkeersgeluid naar het binnenterrein kunnen reduceren. Om bij calamiteit beter bereikbaar te zijn is gekozen voor open bebouwing in plaats van gesloten bebouwing. Met deze open variant is het binnenterrein zowel aan de Noord als de Zuidkant bereikbaar voor hulpdiensten. Tevens is een berekening van het GR uitgevoerd waarbij het bouwblok wat zich langs de Amerikaweg bevindt 20 meter richting het zuiden verplaatst is. De resultaten van deze berekening brachten echter geen significante verbetering van het GR met zich mee, waardoor ervoor gekozen is het bouwblok op de huidige locatie te houden. Aangezien de kans aanzienlijk groter is dat een incident overdag tijdens werkzaamheden plaatsvindt dan ’s nachts, is het nieuwe plan een goede ontwikkeling in vergelijking met de huidige situatie. De huidige kantoorfunctie zorgt ervoor dat het aantal aanwezigen in het plangebied in de dagperiode in de huidige situatie hoger is dan in de plansituatie.
Door in het plangebied woningen te realiseren neemt het aantal personen wat zich in het plangebied bevindt tijdens de meest risicovolle periode van het etmaal dus af ten opzichte van de huidige situatie. Als aanvulling hierop wordt het uitvoeren van werkzaamheden binnen de belemmeringenstrook van de gasleiding in de nachtperiode (van 19.00 uur tot 7.00 uur) verboden in de gebruiksfase. Bouwkundige afwegingen Extra bouwkundige maatregelen om de aanwezigen die zich in de gebouwen bevinden tijdens een incident beter te beschermen worden t.o.v. het bouwbesluit niet geëist. In de eerste ring (<70 meter afstand van de leidingbreuk) leiden de technische mogelijkheden die ervoor kunnen zorgen dat de aanwezigen in de gebouwen beter beschermd zijn tijdens een incident er toe dat de woningen die op deze manier gerealiseerd zouden worden onverkoopbaar zijn en het plan financieel onuitvoerbaar wordt. Om deze reden wordt daarom in overeenstemming met de Omgevingsdienst IJmond en Brandweer Kennemerland afgezien van het realiseren van versterkte gevels. 4
In overleg met de omgevingsdienst IJmond en de Brandweer Kennemerland is afgesproken dat er geen balkons gerealiseerd worden aan de gevels waar de kans bestaat dat een balkon door instorting op de gasleiding terecht komt. Het realiseren van balkons aan gebouwen die zich verder van de aardgastransportleiding af bevinden, zodat de balkons niet binnen de belemmeringenstrook liggen, is wel toegestaan aangezien dit geen verhoogde veiligheidsrisico’s tot gevolg heeft. De gebouwen die in het plangebied gerealiseerd gaan worden zullen zelf gasloos worden. Dit past binnen de ambitie van de gemeente Haarlem om in 2040 alle woningen binnen de gemeente aardgasvrij te maken.
Sub e
Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst en de voorgenomen maatregelen waarmee dat is te realiseren
Bij een breuk in de aardgasleiding en een daaropvolgende ontbranding van het ontsnappende gas zal een fakkelbrand grote hitte veroorzaken in de directe omgeving. De hittestraling van een fakkelbrand kan (dodelijke) slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Afhankelijk van de locatie van de breuk, het type leiding en de aanwezigheid van andere leidingen in de omgeving, kan de brand enkele uren duren. Een dergelijk incident vindt naar alle waarschijnlijkheid overdag plaats, omdat deze meestal het gevolg is van (graaf)werkzaamheden. Bij een fakkelbrand is de afstand tot de leiding van belang. De eerste ring is van 0 tot 70 meter. Binnen deze zone overlijdt bij een incident 99 % van de aanwezigen en gaan alle brandbare materialen branden. Deze ring ligt tot ongeveer over de helft van het gebied. De tweede ring bevindt zich op een afstand van 70 tot 140 meter van de leiding. Aanwezigen in dit gebied hebben de kans om te overlijden of slachtoffer te worden. Het resterende gedeelte van het gebied ligt binnen deze tweede ring. Dit is weergegeven op de volgende afbeelding:
5
Voordat het bouwplan kan worden uitgevoerd, dient de initiatiefnemer in overleg met de leidingbeheerder vast te stellen of afdoende constructieve en veiligheidsvoorzieningen zijn getroffen, conform het gestelde in de regelgeving omtrent buisleidingen. Daarbij dient in ieder geval aan de randvoorwaarden te worden voldaan, die door de leidingbeheerder zijn geformuleerd in de gespreksnotitie van 14 januari 2020, welke is verbonden aan “• Onderzoek aspect externe veiligheiddeel 2: Verantwoording GR, Herontwikkeling “Fluor-locatie” Haarlem van Kuiper Compagnons, d.d. 22 juli 2020”. Daarnaast dient te worden voldaan aan eventuele aanvullende en/of aangepaste voorwaarden, welke door de leidingbeheerder in het verdere overleg worden gesteld. Bij de mogelijkheden om het groepsrisico te beperken, is gekeken naar de uitvoering van het gebouw, de inrichting van het terrein rondom het gebouw, de fase nadat het gebouw in gebruik is genomen en de bouwfase. Ten aanzien van de uitvoering van het gebouw, worden de volgende maatregelen getroffen. De aardgastransportleiding doorsnijdt het plangebied in oost-westelijke richting. Omdat in het geval van een calamiteit vooraf niet bekend is waar deze plaatsvindt, moeten de toegangsdeuren en nooduitgangen aan verschillende zijden van de gebouwen gelegen zijn, zodat er altijd vanuit elk gebouw van de calamiteit af gevlucht kan worden.
In het bouwplan wordt hierin voorzien. Daarnaast zal dit als voorwaarde aan de vergunning worden verbonden om te garanderen dat deze situatie ook in stand blijft. In het bouwplan mag niet worden voorzien in balkons die zich loodrecht boven de belemmeringenstrook bevinden. Het bouwplan voldoet hieraan.
6
Er worden meer aanwezigen geplaatst op een grotere afstand van de aardgasleiding door een woontoren te vervangen door een mobiliteitshub/parkeergarage. Het bouwplan voldoet hieraan. Er is sprake van een open (bebouwings)variant, waarbij het binnenterrein zowel van de noordals van de zuidkant bereikbaar is voor de hulpdiensten. Het bouwplan voldoet hieraan. De oriëntatiefase van de gebouwen is loodrecht op het gastracé. In de gebouwen moeten de vluchtroutes duidelijk zijn aangegeven. Ten aanzien van de inrichting van het terrein rondom het gebouw, worden de volgende maatregelen getroffen. De grond boven de gasleiding blijft zoveel mogelijk onverhard om inspectie en onderhoud mogelijk te maken. Daar waar het niet anders kan, is open verharding, zoals klinkers, toegestaan. Er mag bij de invulling van de openbare ruimte geen diep wortelende bepaling binnen de belemmeringenstrook van 8 meter worden aangebracht, om aantasting van de beschermende coating van de gasleiding te voorkomen. Voor de effectieve bluswatervoorziening zijn er brandkranen bij de entrees van de gebouwen en de opstelplaatsen gerealiseerd. Ten aanzien van de fase nadat het gebouw in gebruik is genomen, gelden de volgende maatregelen. De belemmeringenstrook wordt duidelijk gemarkeerd, zodat de gebruikers zich bewust zijn van de aanwezigheid van de gasleiding in de grond.
Er mogen na de oplevering van het project geen werkzaamheden binnen de belemmeringenstrook van de gasleiding plaatsvinden tijdens de avond- en de nachtperiode. Dit is de periode van 19.00 uur tot 07.00 uur. Dit is de periode waarin de meeste mensen in het plangebied aanwezig zijn. Bij werkzaamheden overdag binnen de belemmeringenstrook moet er communicatie plaatsvinden naar de aanwezigen in het plangebied. Er dient vooraf overleg plaats te vinden met de gemeente en de leidingbeheerder, of evacuatie van de aanwezigen gewenst is en tot welke afstand van de werkzaamheden. Hierbij wordt advies ingewonnen van de Veiligheidsregio Kennemerland. Als evacuatie gewenst is, mogen de werkzaamheden pas worden aangevangen nadat deze evacuatie heeft plaatsgevonden. De evacuatie mag weer worden beëindigd, zodra de werkzaamheden zijn beëindigd. Er wordt een voorwaarde aan de vergunning verbonden, welke inhoudt dat er een overdrachtsformulier komt van de ontwikkelaar naar de toekomstige eigenaar/eigenaren, waarin de beperkingen met betrekking tot de gasleiding worden beschreven.
7
Voor alle activiteiten in de belemmeringenstrook moet eerst goedkeuring door de leidingbeheerder worden gegeven voordat deze activiteiten mogen worden uitgevoerd. Daarbij is een veiligheidsplan noodzakelijk, dat samen met de leidingbeheerder is opgesteld, dan wel door de leidingbeheerder goed is gekeurd. Er mag binnen de belemmeringenstrook geen zwaar materiaal worden geplaatst. Ook niet ten behoeve van het onderhoud van de gebouwen of tijdens evenementen. Het verankeren in de grond van (al dan niet tijdelijke) bouwwerken/objecten is binnen deze strook evenmin toegestaan. De gebouwen mogen geen functie krijgen waarbij er sprake is van specifiek gebruik voor of door verminderd zelfredzame personen en/of groepen. Hierbij valt onder andere te denken aan zorgfuncties, kinderopvang en begeleid wonen. De toekomstige bewoners en gebruikers van de bouwwerken dienen voor het sluiten van de huur- of de koopovereenkomst op de hoogte te worden gebracht van de risico’s, zodat zij zijn voorbereid op eventuele calamiteiten. Bij aankoop van een woning of de huur van een appartement moeten nieuwe gebruikers/bewoners worden gewezen op de risico’s met betrekking tot externe veiligheid. De vergunninghouder dient hiervoor zorg te dragen Als de vergunninghouder de ruimtes verkoopt, dient hij een kettingbeding op te nemen in de contracten.
Daarin dient te zijn opgenomen dat de volgende eigenaren en verhuurders ervoor zorgen dat ook toekomstige bewoners en gebruikers worden geïnformeerd over de risico’s met betrekking tot de externe veiligheid voordat zij de koop- of huurovereenkomst aangaan. De bewoners en gebruikers moeten daarbij voor het in gebruik nemen worden - gewezen op de beschikbare rapporten; - geïnformeerd over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en de daarbij te volgen gedragslijn. Er moet een goede informatievoorziening zijn, zodat de in het gebied aanwezige personen weten hoe men moet handelen tijdens een calamiteit. De eigenaren van de gebouwen zijn hiervoor verantwoordelijk. Tijdens de bouwfase worden de volgende maatregelen getroffen. Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een bouwveiligheidsplan/BLVC plan opgesteld. In dit plan dient beschreven te worden welke veiligheidsmaatregelen worden genomen om de gasleiding te beschermen tijdens de bouwfase. Dit veiligheidsplan moet worden besproken met de Omgevingsdienst IJmond, de brandweer Kennemerland en de leidingbeheerder. De uitkomsten van dit overleg moeten aan de gemeente worden overlegd. De werkzaamheden mogen pas worden gestart, nadat de gemeente het veiligheidsplan/BLVC plan heeft goedgekeurd.
Indien het project gefaseerd wordt opgeleverd, moet er extra aandacht zijn voor de al aanwezige bewoners in relatie tot de werkzaamheden in of nabij de belemmeringenstrook. Er dient vooraf overleg plaats te vinden met de gemeente en de leidingbeheerder, of evacuatie van de aanwezigen gewenst is en tot welke afstand van de werkzaamheden. Hierbij wordt 8
advies ingewonnen van de Veiligheidsregio Kennemerland. Als evacuatie gewenst is, mogen de werkzaamheden pas worden aangevangen nadat deze evacuatie heeft plaatsgevonden. De evacuatie mag weer worden beëindigd, zodra de werkzaamheden zijn beëindigd. Sub f Mogelijkheden tot voorbereiding bestrijding en beperking van gevolgen ramp Het ongeval dat als maatgevend wordt gezien is een breuk van de aardgasleiding. Het rampscenario dat door dit ongeval kan ontstaan is de ontsteking van het gas dat zal uitstromen. Dit leidt tot een fakkelbrand. Deze fakkelbrand heeft in de eerste fase zeer grote afmetingen en veroorzaakt een intense hittestraling waardoor gebouwen in de omgeving in brand zullen raken. Het uitstroomdebiet neemt na enkele minuten af totdat een stabiel uitstroomdebiet wordt bereikt dat aanhoudt totdat de leidingbeheerder het leidingdeel heeft ingeblokt. De fakkelbrand neemt daarn ageleidelijk af in afmetingen (hoogte en diameter) totdat deze na enkele tientallen minuten zal doven. Na enkele tientallen minuten dooft de fakkel. Eerst moeten (na het ontstaan van de leidingbreuk) de afsluiters in de gasleiding worden dicht gestuurd en vervolgens moet de inhoud van de leiding leegstromen. De brandweer kan pas na verloop van tijd het gebied in waar de gebouwen in brand staan.
De reden is dat de stralingswarmte eerst zover moet zijn afgenomen dat het voor de brandweer voldoende veilig is om over te gaan tot het blussen van de branden. Dit geldt ook voor de hulpverlening aan slachtoffers. De mogelijkheden om direct te gevolgen te bestrijden, na aankomst bij de rampplek, zijn dus niet aanwezig. De omvang van de gevolgen is slechts grof te schatten. Gegeven deze grove schatting is het aannemelijk dat ondersteuning noodzakelijk zal zijn van de omliggende veiligheidsregio’s om de gewonden de eerste noodzakelijke hulp te verlenen. Deze opschaling van de inzet is onderdeel van de voorbereiding op de bestrijding van een fakkelbrand van de aardgasleiding. Bij calamiteiten is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en de bluswatervoorzieningen voldoende zijn. In het ontwerp van de openbare ruimte zullen de benodigde bluswatervoorzieningen en brandkranen worden meegenomen. Op het moment dat het gebouw in gebruik wordt genomen, zullen deze voorzieningen aanwezig zijn. Aan de vergunning wordt de voorwaarde verbonden dat het gebouw niet in gebruik mag worden genomen voordat de benodigde bluswatervoorzieningen en brandkranen zijn gerealiseerd. De locatie is vanuit diverse windrichtingen goed te bereiken binnen de wettelijke opkomsttijd. De huidige toegangswegen naar het gebied voldoen aan de eisen voor de bereikbaarheid van de hulpdiensten.
De ontsluitingsweg die midden door het plangebied loopt, moet geschikt zijn voor hulpverleningsdiensten. De weg moet minimaal verhard zijn door een breedte van 3,25 meter en een vrije ruimte hebben van 3,5 meter. De vrije doorrijhoogte moet minimaal 4,2 meter zijn. De verharding moet geschikt zijn voor een totaalgewicht van 30 ton en een asbelasting van 11,5 ton. De aansluiting op naar de openbare weg aan de zuidzijde dient voorzien te zijn van een bocht, waarvan de minimale binnenbochtstraal 5,5 meter moet zijn. De aansluiting vindt plaats op een voet- en fietspad. De gemeente dient ervoor te zorgen dat de aansluiting op het terrein dusdanig is, dat de hulpverleningsdiensten het gebied vanaf dit voet- en fietspad kunnen bereiken en dat dit voet- en fietspad geschikt zijn om met hulpverleningsvoertuigen overheen te rijden. Bovendien dient de gemeente in te stemmen met het gebruik van het voet- en fietspad als calamiteitenroute voor de hulpverleningsdiensten.
9
Sub g Mogelijkheden zichzelf in veiligheid te brengen als zich een ramp voordoet (voor zover binnen het invloedsgebied aanwezig) Het gebied ligt gedeeltelijk binnen de 100 %-letaliteitszone van 70 meter rond de aardgasleiding. Wanneer de leidingbreuk optreedt op een afstand kleiner dan de 100 %-letaliteitsafstand, zullen de personen in dit gebied komen te overlijden. Daarnaast kan binnen deze zone door de hittestraling het gebouw gaan branden. Tijdens een incident is de afstand tussen het plangebied en de exacte locatie van het falen van de leiding bepalend voor de hoeveelheid hittestraling en de kans dat het gebouw binnen het plangebied in de brand raakt. Het resterende gedeelte van het gebied bevindt zich buiten de 100%-letaliteitszone, maar wel binnen 140 meter van de leiding. Deze gebouwen bieden enige bescherming aan de personen die zich in de gebouwen bevinden mits het gebouw niet in brand staat en zich verspreidt door het gebouw. 4.
ADVIEZEN
Er zijn adviezen uitgebracht door de Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) en door de Brandweer Kennemerland, onderdeel van de Veiligheidsregio Kennemerland (verder te noemen VRK). Het advies van de ODIJ is positief onder voorwaarden. Het advies van de VRK is positief onder voorwaarden. 5.
CONCLUSIE
Voor de aanvraag om omgevingsvergunning voor het herontwikkelen van het terrein aan Surinameweg 17 te Haarlem tot 304 woningen, commerciële ruimten en parkeerplaatsen is de externe veiligheid beschouwd. Uit de risicoanalyse blijkt dat beide risicobronnen (aardgasleiding en LPG-transportroutes) geen plaatsgebonden risicocontour 10-6/jaar hebben. Ten aanzien van het groepsrisico geldt het volgende. Door de functiewijziging neemt het groepsrisico vanwege de aardgasleiding toe met 58 %. Het groepsrisico ligt en blijft liggen onder de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico vanwege de LPG-transportroutes neemt niet toe en blijft kleiner dan 10% van de oriënterende waarde. Het college is, mede gelet op hetgeen in deze verantwoording is vermeld, van mening dat de toename van het groepsrisico aanvaardbaar is. Het groepsrisico overschrijdt niet de oriëntatiewaarde. Het plan past binnen het ontwikkelkader voor Schalkwijk-Midden en draagt bij aan een verbetering van het woon-en leefklimaat van de buurt en aan een betere invulling van de beschikbare ruimte. Met name tijdens de bouwfase kunnen risico’s op (dodelijke) slachtoffers ontstaan, omdat er tijdens de bouwwerkzaamheden rondom de aardgasleiding al mensen wonen binnen de eerste en de tweede ring. Daarnaast zal tijdens de gebruiksfase sprake blijven van een risico vanwege de ligging van de gebouwen nabij de hogedrukaardgasleiding.
Het college acht deze risico’s aanvaardbaar, mede gelet op beperkte bouwmogelijkheden in Haarlem en de grote behoefte aan extra woningbouw.
10
Het college ziet alles afwegend geen aanleiding om de omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van externe veiligheid te weigeren.
11