20200900751 1. Discussienotitie referendumverordening
Tekst van het document
Opinienota
Onderwerp Discussienotitie referendumverordening Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernvraag aan de commissie
2020/900751 Wienen, J. 6.2 Gemeentelijk bestuur CC Konijnenbelt, C.M.C. 023-5113064 ckonijnenbelt@haarlem.nl Het college vraagt de commissie zijn voorkeur uit te spreken over een aantal onderdelen van de (nieuwe) referendumverordening.
Behandelvoorstel voor de commissie
Het college stuurt de opinienota ter bespreking naar de commissie Bestuur.
Relevante eerdere besluiten
Besluit college d.d. 16 februari 2021
Aan de hand van de keuzes van de commissie zal het college een concept voor een nieuwe referendumverordening opstellen. 1. Referendumverordening Haarlem, raadsvergadering 12 maart 2009 2. Evaluatie referendum parkeren, bespreking cie Bestuur 22 februari 2018: evaluatierapport Referendumcommissie reactie college op evaluatierapport referendumcommissie antwoord referendumcommissie op reactie college Het college 1. besluit de opinienota aan de commissie vast te stellen; 2. stelt de commissie Bestuur voor de Referendumcommissie om advies te vragen over de te maken keuzes. de secretaris,
de burgemeester,
Kenmerk: 2020/900751
1/5
1. Inleiding Op 19 juli 2017 is in Haarlem een referendum gehouden over het raadsbesluit Maatregelen Moderniseren parkeren. Bij de bespreking van de evaluatie van dit referendum (cie. Bestuur februari 2018) heeft het college toegezegd een voorstel te schrijven voor een nieuwe referendumverordening. Besloten is te wachten op de nieuwe modelverordening van de VNG. Die is begin van 2020 gereedgekomen. Om tot een goed voorstel te komen, vraagt het college de commissie op een aantal onderdelen richting te kiezen. Deze punten zijn gekozen in samenspraak met de referendumcommissie, door de huidige referendumverordening, het nieuwe model en de conclusies van de evaluatie naast elkaar te leggen. Het college stelt de commissie voor om de Referendumcommissie om advies te vragen over de te maken keuzes, bijvoorbeeld door hierover met hen in gesprek te gaan tijdens een technische sessie. In deze nota staat niets over de financiering van een eventueel referendum. Dat hoort niet thuis in de verordening en het is ook niet zinvol een vast bedrag in de begroting op te nemen; het is een zwaar en ook kostbaar instrument, waardoor het zelden wordt gebruikt. In de looptijd van de huidige verordening – vastgesteld in 2009 – is er één keer een referendum gehouden. Dat heeft toen ongeveer 1450 uren aan ambtelijke inzet gekost, exclusief overhead.
Samen met de andere ‘verkiezingskosten’ en de campagnesubsidies heeft het tussen de 300.000 en 350.000 euro gekost. In het definitieve voorstel zal ook een bepaling worden opgenomen over de vergoeding die de leden van de Referendumcommissie ontvangen, aansluitend bij de informatienota Inventarisatie adviescommissies, die op 18 maart a.s. wordt besproken in de commissie Bestuur.
2. Kernvragen aan de commissie Het college vraagt de commissie zijn voorkeur uit te spreken over een aantal onderdelen van de (nieuwe) referendumverordening. 1. Wat kan onderwerp zijn van een referendum? In de huidige verordening staat een heel ruime bepaling van het begrip referendum: het kan gaan over een voorgenomen raadsbesluit, een reeds genomen raadsbesluit of over een ander onderwerp, dat dan wel de hele stad aan moet gaan. In de modelverordening wordt alleen een ontwerpraadsbesluit genoemd als mogelijk onderwerp van een referendum. De huidige definitie biedt veel ruimte – zowel onderwerpen als momenten – voor bewoners om te laten weten wat hun mening is, veel meer dan in andere gemeenten gebruikelijk is. Daar waar het gaat om een voorgenomen besluit, betekent dit opschorting van dat besluit maar ook dat er ruimte is
Kenmerk: 2020/900751
2/5
om je stem te laten horen vóórdat dat besluit wordt uitgevoerd, op een moment dat de raad alle argumenten nog aan het overwegen is. De toevoeging van de mogelijkheid om ook over een al genomen raadsbesluit een referendum te houden, betekent meer mogelijkheden voor invloed maar ook steeds een onzekere periode na het nemen van een besluit, omdat er gedurende zes weken altijd nog een referendum kan worden aangevraagd. Bovendien moet het besluit worden opgeschort, wat soms grote consequenties heeft. De raad zal vervolgens (na het referendum) opnieuw een afweging moeten maken over het besluit. De mogelijkheid zelf een onderwerp aan te dragen als onderwerp van een referendum, geeft de ruimste vrijheid aan bewoners. Andere manieren om zelf een onderwerp aan de orde te stellen zijn bijvoorbeeld het burgerinitiatief – daarmee wordt een onderwerp op de agenda van de raad geplaatst – en natuurlijk de mogelijkheid die er altijd is om rechtstreeks met een raadslid of fractie contact op te nemen, een brief te sturen of in te spreken bij commissie of raad. In haar evaluatie heeft de Referendumcommissie geadviseerd in elk geval de zinsnede ‘dat de hele stad aangaat’ te schrappen, omdat dit voor veel onduidelijkheid en discussie zorgt. Als een onderwerp op de raadsagenda staat, impliceert dat dat het voor de hele stad relevant is.
De vraag aan de commissie is hoe ruim de definitie van het begrip ‘referendum’ moet zijn.
2. Wie zijn kiesgerechtigd? Het is gebruikelijk aan te sluiten bij de definitie van wie kiesgerechtigd voor de raadsverkiezingen. In de huidige verordening is dat ook zo maar is daarbij de leeftijdsgrens verlaagd naar zestien jaar.
De vraag aan de commissie is of zij dat zo wil houden of niet.
3. Wie mag een referendumverzoek indienen? In de huidige verordening zijn er drie mogelijke initiatiefnemers voor een referendum: de raad, een kiesgerechtigde (vanaf zestien jaar) of een raadslid. In de modelverordening wordt die laatste mogelijkheid niet genoemd en is het initiatief voorbehouden aan kiesgerechtigden en/of de raad. In de huidige verordening zijn er geen vormvereisten aan een verzoek dat wordt ingediend door een raadslid en volstaat – zoals ook is gebeurd – een eenvoudig mail aan de raadsvoorzitter. Het is de vraag of er behoefte is aan deze mogelijkheid; daar waar de raad het initiatief kan nemen, kan een raadslid natuurlijk op de gebruikelijke manier een voorstel daartoe doen, dat vervolgens door de raad wordt besproken. Er is dan niet een aparte procedure voor voorzien.
De vraag aan de commissie is wie van deze drie groepen het initiatief moeten kunnen nemen en of er nadere eisen moeten worden gesteld aan de vorm.
4. Benoeming en aantal leden referendumcommissie In de huidige verordening is bepaald dat de raad de leden van de referendumcommissie benoemt, op voordracht van het college. Dat het college een voordracht doet, werd destijds opgevat als onderdeel
Kenmerk: 2020/900751
3/5
van de algemene taak van het college om raadsbesluiten voor te bereiden.
De vraag aan de commissie is of zij dit nog steeds zo ziet en een voordracht van het college wenst of dat de benoeming van een commissie die aan de raad adviseert een aangelegenheid is die volledig bij de raad ligt.
De huidige commissie bestaat uit drie leden. In de modelverordening wordt gesproken van drie of vijf leden. In de evaluatie stelde de huidige referendumcommissie dat een commissie van drie personen kwetsbaar is. Een referendumverzoek komt vaak onverwacht, waarna een strak tijdsschema in werking treedt. Leden van de commissie kunnen dan net verhinderd zijn vanwege bijvoorbeeld werkzaamheden vanuit hun hoofdtaak of vakantie.
De vraag aan de commissie is of zij het nodig vindt de commissie uit te breiden.
NB: de raad heeft bij de recente herbenoeming van de leden van de referendumcommissie de wens geuit dat er een rooster van aftreden komt, om te vermijden dat alle leden tegelijk zouden vertrekken. 5. Taken van referendumcommissie en raadsvoorzitter In de huidige verordening heeft de raadsvoorzitter de taak te toetsen of een inleidend verzoek voldoet aan de formele eisen. In de praktijk heeft hij zich daarover laten adviseren door de referendumcommissie. In de modelverordening is die taak bij de referendumcommissie gelegd, die daarmee alle stappen rond een referendum begeleidt en rechtstreeks aan de raad adviseert. De raadsvoorzitter heeft in deze opzet de algemene taak het proces te bewaken.
De vraag aan de commissie is of zij de taak van de commissie op dit punt formeel wil uitbreiden of niet.
6. Ondersteuningsverklaringen De huidige verordening verzet zich niet tegen maar voorziet ook niet in de mogelijkheid om ondersteuningsverklaringen digitaal te verzamelen. De modelverordening noemt die mogelijkheid wel, al zal er daarnaast een praktische uitwerking nodig zijn.
De vraag aan de commissie is of zij deze mogelijkheid in de nieuwe verordening wenst op te nemen.
7. Vraagstelling en antwoordcategorieën In de modelverordening wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten vraagstellingen: een vraag of de kiezers voor of tegen een besluit zijn of de vraag om te kiezen tussen een aantal varianten. De
Kenmerk: 2020/900751
4/5
huidige verordening laat beide mogelijkheden open. Dat past ook bij de ruime opvatting over welke onderwerpen kunnen worden voorgelegd in een referendum.
De vraag aan de commissie is of zij beide mogelijkheden in stand wil houden of alleen de mogelijkheid voor of tegen te stemmen.
8. Drempel en geldigheid In de huidige verordening is bepaald dat een referendum geldig is als minimaal 30% van de kiesgerechtigden opkomt. Bij een lagere opkomst is de raad niet verplicht een besluit te nemen over het onderwerp van het referendum. In de modelverordening staat geen vergelijkbare bepaling. Er wordt alleen vastgesteld of de stemming op wettige wijze is geschied. Het is de vraag wat het al dan niet geldig verklaren van een referendum feitelijk betekent. Het kan de indruk wekken dat bij het halen van deze drempel de uitslag van het referendum bindend is en bij niet halen van de drempel de referendumuitslag niet gevolgd wordt. Ieder raadslid zal de opkomst en de uitkomst van de stemming echter op zijn eigen manier wegen en de uitkomst zal hoe dan ook in de raad besproken worden. Daar staat tegenover dat een drempel – hoe hoog of laag ook – een ijkpunt kan zijn voor zowel raadsleden als stemgerechtigden. Als elk raadslid de opkomst op een andere manier meeweegt, is dat voor de bewoners heel ondoorzichtig en is het wellicht moeilijk te begrijpen waarom de raad in een concreet geval de uitslag niet volgt. Als de drempel niet wordt gehaald, is het in elk geval duidelijk dat en waarom de uitslag niet of weinig meeweegt in de definitieve besluitvorming. Dat laat onverlet dat ook als de drempel wel wordt gehaald het laatste woord aan de raad is.
De vraag aan de commissie is of zij de huidige bepaling over drempel en geldigheid in stand wil houden of niet.
3. Vervolg In deze opinienota zijn de belangrijkste keuzes opgenomen die moeten worden gemaakt om tot een nieuwe verordening te komen. Het college stelt de commissie voor dat zij (i.e. de commissie Bestuur) de Referendumcommissie om advies vraagt over de te maken keuzes. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door middel van een gesprek tijdens een technische sessie. Aan de hand van de bespreking in de commissievergadering zal het college een voorstel voor een nieuwe referendumverordening uitwerken.
4. Bijlage 1. Model-referendumverordening VNG
Kenmerk: 2020/900751
5/5