CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20200883976 4. Bijlage 3 Werkagenda Werk & Inkomen en Schulden & Minima

commissie Samenleving 10 februari 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 19.02 Programma sociaal domein, werkagenda en planning (MTM/JB/FR)3.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Werkagenda Werk & Inkomen en Schulden & Minima 1. Inleiding De domeinen van Werk & Inkomen en Schulden & Minima vragen minder om drastische maatregelen dan de domeinen van Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugd. Des al niettemin blijft aandacht voor de inwoner in financiële kwetsbaarheid enorm belangrijk, zeker nu we de (financiële) gevolgen van de corona crisis moeilijk kunnen inschatten. De arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond kende tot maart 2020 een fikse krapte en de werkloosheid was historisch laag. De coronacrisis bracht hier ingrijpend verandering in. De coronacrisis legt de kwetsbaarheid van vooral jongeren, flexwerkers en ZZP-ers bloot. Door de krimp van het aantal banen zijn ook de mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt nog kwetsbaarder dan voorheen. Het Centraal Planbureau verwacht een stijging van de doelgroep in de Participatiewet met maar liefst 13%. Als antwoord op de huidige vraagstukken in onze regio is de Regionale Aanpak Arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022 opgesteld in samenwerking met regiogemeenten, UWV, werkgevers- en werknemersorganisaties en het onderwijs.

De NVVK verwacht een toename van 30% in het aantal aanvragen voor schulddienstverlening en we verwachten een toename van de doelgroep als gevolg van de verslechterde economische omstandigheden, waardoor een stijging van het budget voor minima en bijzondere bijstand met 8% aannemelijk is. Hiervoor is bij de Programmabegroting 2020-2025 reeds een bedrag van € 600.000,-opgenomen. De komende jaren zetten wij in op het continueren van de inzet die de afgelopen jaren effectief is gebleken, zoals vastgelegd in de integrale beleidsvisie op armoede en schulden en zorgen wij door de implementatie van noodzakelijke landelijke wetgeving dat we aansluiten bij de gewenste landelijke beweging. In deze werkagenda delen we de belangrijkste uitgangspunten en accenten voor de aankomende jaren. Werk en Inkomen Meedoen in de samenleving, door werk, opleiding of vrijwilligerswerk, vinden we belangrijk. Voor alle inwoners - ook voor inwoners met een uitkering. Bij voorkeur met betaald werk. Lukt dat niet, dan zijn er vele andere mogelijkheden voor participatie. Vrijwilligerswerk, een re-integratietraject, scholing. Dit blijft het uitgangspunt. Om dit te bereiken blijven werken vanuit de acht uitgangspunten die we hebben geformuleerd in het Koersdocument Werk & Inkomen (2017). Het koersdocument in 8 uitgangspunten 1.

Uitkeringsgerechtigden ondersteunen we zowel met re-integratie naar werk als met participatie. Werk voor wie dat kan, participatie voor wie werk (nog) niet mogelijk is. 2. De gemeente is regisseur en werkt samen met partners in de stad. Daarbij maken we optimaal gebruik van de kracht van de stad: (sociaal) ondernemers, wijkinitiatieven, social return. 3. De gemeente wil de inwoners in haar uitkeringsbestand regelmatig spreken, waarbij de frequentie wordt bepaald door de afspraken die we maken over participatie en re-integratie. Dat is maatwerk. 4. Pasmatch is onze strategische partner. Daarnaast willen we met Pasmatch en andere partners in de stad op zoek gaan naar innovatieve manieren om onze inwoners te ondersteunen in hun participatie op de arbeidsmarkt en de maatschappij.

1

5. We willen dat over twee jaar de afspraken over re-integratie en ondersteunen van werkgevers op regionale schaal zijn gemaakt. 6. Uitkeringsafhankelijke inwoners maken gebruik van een brede infrastructuur aan activiteiten. De gemeente stimuleert en zo nodig initieert de ontwikkeling van deze infrastructuur. 7. We bestrijden de paarse krokodil. bijvoorbeeld door in regelluwe zones op zoek te gaan naar onnodig beperkende regels en procedures. 8. Jaarlijks wordt een vast deel van de rijksmiddelen voor participatie bestemd voor reintegratie en participatie van mensen in de uitkering, inclusief activering van mensen die geen betaald werk kunnen doen Vijf jaar na de decentralisatie Afgelopen jaren hebben we extra ingezet op een aantal thema’s die bijdragen aan het maken van de gewenste beweging. Hieronder een korte terugblik. Ken je stad en Ken je klant Inzetten op andere vormen van participatie naast werk, vereist dat we meer weten van de inwoners in het uitkeringsbestand en de mogelijkheden in de stad. Welke talenten en mogelijkheden of belemmeringen om te werken of participeren hebben zij? Welke voorzieningen en instrumenten in de stad sluiten hierop aan? Maakt iedereen rechtmatig gebruik van een uitkering? Project “Ik doe mee!” Het project “ik doe mee!” zette zich in op het (weer) leren kennen van inwoners met een Participatiewet-uitkering.

Alle ruim 3000 inwoners met een uitkering zijn gesproken. Er is een klantbeeld gemaakt en een inschatting gemaakt van hun afstand tot de arbeidsmarkt; overbrugbaar, tijdelijk onoverbrugbaar of niet overbrugbaar. Op basis hiervan is met inwoners gekeken welk traject het beste paste bij de situatie van de inwoner. Voor het wegnemen van belemmeringen is een nauwe samenwerking met schulddienstverlening en de sociale wijkteams. Inzet op “Ken je stad!” Zoals gezegd is het van belang dat inwoners met een Participatiewet-uitkering die de stap naar betaald werk nog niet kunnen maken, gebruik maken van de algemene voorzieningen in de sociale basis. De klantmanagers moeten de mogelijkheden van partners in stad en dorp wel kennen en weten te vinden. De kennis van klantmanagers over alle mogelijke participatieplekken (arbeidsmatige dagbesteding, vrijwilligerswerk) is verhoogd door het organiseren van teamsafari’s naar de partners in stad en dorp. Dit blijft een continu punt van aandacht. Ook spelen we een actieve rol bij het organiseren van de Participatiemarkt, een platform waarop partners elkaar kunnen ontmoeten en inwoners een plek vinden om kennis te maken met het aanbod in de stad/dorp.

Verkenning Participatiebedrijf De gemeente Haarlem onderzoekt samen met de regiogemeenten uit Zuid-Kennemerland de mogelijkheden om een participatiebedrijf op te richten voor alle werkzoekenden die onder de Participatiewet vallen en een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Ook de uitvoering van de sociale werkvoorziening en de toeleiding van beschut werk kunnen bij zo’n participatiebedrijf worden ondergebracht. In een participatiebedrijf wordt de kennis over de ondersteuning van de doelgroepen en de uitvoering van re-integratie instrumenten gebundeld. Een participatiebedrijf draagt daarmee bij aan het realiseren van een inclusieve arbeidsmark en het overbruggen van obstakels voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Uitgangspunt bij de verkenning is dat een participatiebedrijf gebruik maakt van de kansen en mogelijkheden die samenwerking met partners in de regio biedt. Belangrijke opgave voor een participatiebedrijf zal worden het betaalbaar houden van sociale werkvoorziening en de toeleiding van beschut werk. 2

Werkgeversservicepunt Voor het realiseren van garantiebanen en regulier werk voor werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt, is samen met de regio Zuid-Kennemerland en IJmond ingezet op het vormgeven en verstevigen van het Werkgeversservicepunt (WSP). Het is ook onze opdracht om ervoor te zorgen dat werkgever zo goed mogelijk in staat worden gesteld om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of beperking aan het werk te helpen. Het WSP helpt o.a. bij vragen over de Participatiewet, banenafspraak, gesubsidieerde banen, jobcoaching en invulling van Social Return On Investment.

GGZ en Werk Het project GGZ en Werk richt zich op het verbeteren van de bemiddeling en toeleiding naar betaald werk voor mensen met psychische kwetsbaarheid. Omdat we het belangrijk vinden dat iedereen naar vermogen mee kan doen hebben we de afgelopen jaren ook extra ingezet op het organiseren van jobcoaching en passend werk voor inwoners met een GGZ achtergrond. Dit project hebben we in samenwerking met de regio Zuid-Kennemerland en IJmond vormgegeven.

De transformatie afmaken: de continuering van passende inzet We blijven zoals gezegd werken volgens de acht uitgangspunten die zijn geformuleerd in het Koersdocument (2017). We zien dat onze inzet zijn vruchten afwerpt en daarom continueren we bovenstaande inzet op specifieke projecten door ze in te bedden in onze reguliere werkwijze. Zo borgen we dat we onze inwoners en de stad/dorp kennen. Ook blijven er een aantal extra opgaven voor de komende jaren. Deze zijn in lijn met de ontwikkelopgaven zoals geformuleerd binnen de G40. Het gaat om de G40 pijlers;  Regionale Aanpak Arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022. Deze extra opgave vloeit voort uit de coronacrisis en de gevolgen voor de regionale arbeidsmarkt. De komende twee jaar is langs vier pijlers een regionale en lokale doe-agenda uitgewerkt. De vieren pijlers zijn: ‘uitkering naar werk’, ‘onderwijs naar werk’, werk naar werk’ en werkgelegenheid. ‘Uitkering naar werk’: blijvend stimuleren van duurzame uitstroom uit de uitkering naar werk voor alle werkzoekenden die reeds een beroep doen op een uitkering waaronder mensen met een arbeidsbeperking. ‘Onderwijs naar werk’: De coronacrisis heeft grote gevolgen voor leerlingen/studenten en (voortijdig) schoolverlaters met een opleiding in sectoren waarin bovengemiddeld veel werkgelegenheid verdwijnt.

‘Werk naar werk’; uitdaging hier is het tijdig signaleren van dreigende werkloosheid en het inzetten van werk naar werk trajecten in combinatie met om- en bijscholing. Specifieke aandacht vraagt de doelgroep kleine zelfstandige ondernemers. ‘Werkgelegenheid’; inspanningen in het kader van mobiliteit naar werk vinden geen vruchtbare grond als er onvoldoende werkgelegenheid is. Hoewel werkgelegenheid aan ‘de markt’ is, kan vanuit publiek-private samenwerking en smet sociaaleconomische afspraken een ondernemersklimaat worden gecreëerd dat ondernemers stimuleert bij het ontwikkelen van hun onderneming en nieuwe banen. 

een duurzame integratie met de nadruk op (toeleiding naar) werk en scholing. Ten aanzien van nieuwkomers ligt sinds 2017 vooral de nadruk op integratie, toeleiding naar werk en scholing. Landelijk wordt er gestreefd maximale integratie, werk en scholing voor nieuwkomers. Dat lukt echter niet met het huidige inburgeringsstelsel. Zo doen ‘inburgeraars’ te lang over hun inburgering, prikkelt het stelsel niet om de Nederlandse taal op zo hoog mogelijk niveau te leren, wordt de verbinding met participatie onvoldoende 3

gemaakt en verloopt de doorgaande lijn tussen asielopvang en verdere inburgering bij gemeenten niet soepel genoeg (Steden maken het verschil!, 2019). De nieuwe wet Inburgering moet dan ook voor verandering zorgen. We zetten in op het samen brengen van leren en participeren. Daarnaast willen we de algehele redzaamheid van nieuwkomers vergroten en zetten we uitvoering aan de wettelijke ontzorgplicht van statushouders en ontwikkelen we drie leerroutes die passen bij de verschillende leerniveaus van nieuwkomers. 

werk maken van talent om jongeren en volwassenen – met als basis goed onderwijs en een leven lang leren – meer kansen te bieden en tweedeling te voorkomen. We zien dat de arbeidsmarkt verandert. Niet alleen door nieuw werk, ook door een groeiend tekort aan personeel, technologische ontwikkelingen, nieuwe maatschappelijke uitdagingen en het verdwijnen of veranderen van banen. Stuk voor stuk redenen waarom een betere samenwerking en afstemming tussen het onderwijs, het bedrijfsleven en overheden nodig is (Steden maken het verschil!, 2019). Ook voor mensen met een (tijdelijke) afstand tot de arbeidsmarkt heeft dit gevolgen. Als gemeente moeten we anticiperen om de komende veranderingen en met partners in de stad/dorp kijken hoe we huidige werkende/werkzoekende maar ook die van de toekomst zo goed mogelijk kunnen bedienen.

Simpel switchen tussen werk en uitkering. Mensen moeten makkelijker vanuit de uitkering kunnen gaan werken en weer terug kunnen vallen als het werken toch (even) niet lukt. De stap vanuit arbeidsmatige dagbesteding of vanuit de Participatiewet naar werk is vaak groot. Het voelt voor mensen onzeker om vanuit de uitkering of vanuit arbeidsmatige dagbesteding (tijdelijke of flexibel) werk te aanvaarden, omdat het proces van een uitkering een lang proces kan zijn en/of mensen zijn bang dat er geen weg meer terug is als werken toch een stap te ver is. Om deze overgang, ofwel het simpel switchen, mogelijk te maken zullen praktische wijzigingen moeten worden doorgevoerd waardoor drempels worden verlaagd. Ook gaan we in gesprek met dagbestedingspartners over een terugkeergarantie binnen zes maanden of een andere passende dagbestedingsplek als blijkt dat (beschut) werk niet haalbaar is.

4

Schulden & Minima ‘Meer kans voor financieel kwetsbaren’ is het uitgangspunt en dit is dan ook de titel van onze nieuwe integrale beleidsvisie Armoede en Schulden. Dit doen we door aandacht te geven aan het hebben van geldzorgen en het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden. Ook voor SMSR geldt dat de eerder genoemde uitgangspunten en ambities zoals genoemd in ‘Samen actief tegen armoede’ (2016) en ‘Stevig op eigen benen’ (2016) nog steeds actueel zijn. De uitgangspunten voor het uitvoeren van ons integrale beleid zijn:  De inwoner is en blijft verantwoordelijk voor zijn financiële problemen;  De inzet van het beleid voor minima en schulddienstverlening draagt bij aan participatie in de samenleving; geldzorgen en het hebben van schulden is immers een grote belemmering voor participatie in het algemeen;  Zoveel mogelijk inwoners met geldzorgen worden geholpen en we hebben een drempelloze toegang zonder uitsluitingsclausules  Geen wachtlijsten;  De afhandelingstermijn van de aanvragen voor de minimaregelingen zijn zo kort mogelijk en in ieder geval binnen 8 weken;  Onze dienstverlening past in een integrale hulpverlening aan de klant;  Inwoners in crisissituatie (huisuitzetting of afsluiting van energie) worden met prioriteit geholpen.

Omdat we als Haarlem zijn uitgeblonken als gemeente met onze inzet op het terrein van het bestrijden van armoede en schulden, een korte terugblik op de afgelopen jaren. Vijf jaar na de decentralisatie We blikken terug op een succesvolle periode waarin we als Haarlem ook landelijk worden erkend voor onze inspanningen. Niet alleen door hoe we inwoners ondersteunen maar ook vanwege onze drang naar innovatie voor in de dienstverlening. Dit zien we terug in de onderstaande projecten die we afgelopen jaren hebben gedaan om inwoners in financieel kwetsbare posities te ondersteunen. De Haarlem-Pas Voor de minima in de stad (met een inkomen tot 120% van het minimuminkomen) zorgen we met de HaarlemPas dat zij toch zo veel als mogelijk mee kunnen doen in de eigen leefomgeving zonder de financiële belemmeringen hiervoor te ervaren. De pas geeft inwoners de mogelijkheid om tegen gereduceerd tarief bijvoorbeeld te kunnen sporten en uitjes te kunnen doen in de stad. Afgelopen periode is het aanbod waar gebruik van gemaakt kan worden flink uitgebreid en we streven er altijd naar om dit verder uit te breiden. Budgetondersteuning op Maat (BooM) Geldzorgen hebben een enorm effect op iemands dagelijks leven. Met de inzet van de budgetcoaches vanuit het project Budgetondersteuning Op Maat zorgen wij dat een deel van deze zorgen door het op orde hebben van de financiën afneemt.

Inwoners krijgen een persoonlijke coach die met hen meedenkt en kijkt naar wat er nodig is om de financiële situatie op orde te krijgen. Dit kan ook ter voorkoming van schulden worden ingezet. Bovendien is dit instrument ontwikkeld om bij te dragen aan de gewenste verlaging van de kosten bijzondere bijstand voor beschermingsbewind. BooM is een goedkoper alternatief voor het zwaardere – door de rechter aangewezen – beschermingsbewind. NewFuture Met NewFuture bieden we jongeren in financiële problemen een nieuwe toekomst door het overnemen van hun problematische schulden en te zorgen dat zij worden begeleid naar een 5

schuldenzorgvrij bestaan. In samenwerking met diverse partners binnen het jeugdwerk zorgen we ervoor dat jongeren weer toekomstperspectief krijgen en binnen drie jaar schuldenvrij zijn. Gemeentelijke zorgpolis De afgelopen jaren hebben we ook ingezet op het aanbieden van een gemeentelijke zorgpolis voor de minima in Haarlem. Vaak hebben minima te maken met middelhoge tot hoge zorgkosten en met name biedt de gemeentelijke zorgpolis uitkomst. De gemeente biedt de polis samen met zorgverzekeraars Univé en Zorg en Zekerheid aan. De polis bestaat uit een basisverzekering met een aanvullende verzekering én een tandartsverzekering. Waarbij inwoners het verplichte eigen risico van € 385 niet hoeven te betalen. Het feit dat meer dan 45% van de minima deelneemt aan deze gemeentepolis toont de noodzaak van deze regeling aan. Vroegsignalering Schulden Eén op de vijf huishoudens heeft risicovolle schulden. Het hoofddoel van vroegsignalering is dan ook: - Het voorkomen dat betalingsachterstanden oplopen tot een problematische schuld door vroegtijdig te signaleren en hulp aan te bieden.

- Het herstellen van het ritme van de betaling van de vaste lasten aan de schuldeisers Door hierop met de gemeente en netwerk partners op in te zetten voorkomen we dat mensen in de schulden terecht komen maar acteren we ook vroegtijdig wanneer bijvoorbeeld een uithuiszetting dreigt door betalingsachterstanden. Dit kunnen we als gemeente niet alleen en daarom hebben we een convenant met woningcorporaties, nutsbedrijven, zorgverzekeraars en gemeentelijke belastingdiensten waarin we hebben afgesproken om gezamenlijk hier aan te werken. Het ‘vroeg er op afgaan’ bij de signalen van betalingsachterstanden in de vaste lasten wordt uitgevoerd door het sociaal wijkteam. Vanaf 1 januari 2021 is het voor de gemeente een wettelijke taak die vastgelegd wordt in de gewijzigde wet schuldhulpverlening. 023 Steunfonds Als er sprake is van een belemmerende schuld voor toegang tot een regulier schulddienstverleningstraject, is er voor inwoners de mogelijkheid dat deze schuld opgekocht wordt vanuit het 023 Steunfonds. Ook dit project is waardevol gebleken voor inwoners waarbij het soms niet mogelijk is om de reguliere paden te bewandelen.

Sok & de Snor Naast alle inzet die we doen voor onze inwoners in financieel kwetsbare posities zien we ook dat het belangrijk is om de afstand tot de hardere kant van het domein namelijk Sociale Recherche zichtbaarder te maken en te verbinden aan andere professionals in het veld. We hebben met het project ‘De Sok en de Snor’ ingezet op het kennismaken en verkleinen van de afstand tussen onze sociaal rechercheurs en de sociaal werkers van de Sociaal Wijkteams. Onderling begrip en kennis van elkaar werk lijdt tot een betere samenwerking in de praktijk en helpt in het oplossen van casuïstiek in de stad/dorp. De transformatie afmaken: het vergroten van de sociale en financiële redzaamheid en meer inwoners schuldenzorgvrij maken De eerdere beleidsnota’s ‘Samen actief tegen armoede’ (2016) en ‘Stevig op eigen benen’ (2016) zijn geactualiseerd en er is gekozen om één integrale beleidsvisie ‘In Haarlem meer kans voor financieel kwetsbaren’ (2020). Hierin staat hoe we de komende jaren aandacht geven aan het hebben van geldzorgen en het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden. We werken dan ook door vanuit de onderstaande geactualiseerde visie; ‘Zorgen en stress over geld hebben een grote impact op mensen. Zelfstandig meedoen naar vermogen in de samenleving vinden we belangrijk, ook voor inwoners met een laag inkomen.

We leggen hierbij in eerste instantie de nadruk op wat iemand zelf kan en benutten de eigen mogelijkheden. Wie dat niet zelfstandig lukt, ondersteunen we daarbij. We vormen het vangnet voor inwoners die financieel 6

(dreigen) vast te lopen en we willen iedereen bereiken die hulp nodig heeft. We kiezen voor één nieuw integraal beleid, omdat armoede, geldzorgen en schulden direct met elkaar verbonden zijn. We ondersteunen inwoners door middel van een dienstverlenende benadering met persoonlijk contact. Ongeacht waar het eerste klantcontact plaatsvindt, is er aandacht voor het hele gezin en de financiële situatie. Kinderen moeten mee kunnen doen op school en opgroeien zonder geldzorgen. We willen financiële problemen waar mogelijk voorkomen door er snel bij te zijn. Als er financiële problemen zijn, bieden we een passende oplossing met perspectief op duurzame financiële redzaamheid. We kijken daarbij breed en hebben aandacht voor betalingsachterstanden, stress veroorzaakt door geldzorgen, problematische schulden, zorgmijding. Het leveren van maatwerk vinden we belangrijk en soms zoeken we de oplossing buiten de ‘normale’ paden om zo tot een goede oplossing te komen. We zetten ambassadeurs in om het vertrouwen te vergroten. We blijven de dienstverlening verder ontwikkelen om uitvoering te geven aan het uitgangspunt ‘van zwaar naar licht’ en houden oog voor kwaliteitsverbeteringen. We zetten ons in voor verbetering van wet- en regelgeving op het gebied van armoede en schulden via onze contacten in de G40, het ministerie, de VNG en Divosa.

We doen dit samen met onze partners in de stad en zorgen er met elkaar voor dat inwoners snel passende ondersteuning krijgen’ (In Haarlem meer kans voor financieel kwetsbaren, 2020). Grip op geld De lopende projecten zoals eerder genoemd in de terugblik waren succesvol en vragen daarom ook continuering. Dit is waar de komende periode op inzetten. We kiezen er voor te werken aan de hand van de Kansencirkel ‘Grip op Geld’ door in te zetten op zes thema’s waar de eerder genoemde inspanningen onder vallen. We willen onze inwoners meer kans bieden op: - Rond kunnen komen - Meedoen met weinig geld - Opgroeien zonder geldzorgen - Een steuntje in de rug hebben - Schuldenzorgvrij zijn - Op weg naar een betere toekomst De aanpak van Kinderarmoede zit verweven door al deze thema’s heen. Maar ook eerder en proactiever ondersteuning bieden samen met de netwerkpartners. Eerder, sneller en breder hulp bieden bij geldzorgen en schulden Een belangrijke doelstelling in de dienstverlening als het gaat om geldzaken en geldzorgen van onze inwoners is dat we laagdrempelige en lichte ondersteuning bieden waar dat kan en zwaar waar dat moet. Dus werken aan uitstroom uit beschermingsbewind naar begeleiding door een budgetcoach; inzetten op budgetondersteuning op maat om problematische schulden te voorkomen en huishoudens coachen zodat ze duurzaam uit de schulden kunnen blijven.

Vroegtijdig ingrijpen bij betalingsachterstanden van de vaste lasten door ongevraagd hulp aan de deur aan te bieden, kan ook veel problematiek en daarmee noodzakelijke verzwaring van de gemeentelijke dienstverlening voorkomen. Ook landelijke ontwikkelingen dragen hier aan bij. Allereerst door de invoering van de nieuwe Wet Gemeentelijke Schulddienstverlening die per januari 2021 in gaat. Vroegsignalering schulden wordt dat een nieuwe wettelijke taak voor de gemeente. Daarnaast zijn er diverse initiatieven die we ook lokaal willen uitwerken in onze dienstverlening om sneller bij schulden het verschil te maken voor onze inwoners. Voor ondernemers en zzp’ers met schulden zorgen we voor meer ondersteuning in nauwe samenwerking met het Bbz-loket. Ook gaan we digitale instrumenten implementeren om online begeleiding aan inwoners met schulden te bieden. En om vanuit het ‘collectief schuldregelen’ en het ‘schuldenknooppunt’ digitaal voorstellen 7

voor schuldsanering te kunnen indienen en te verwerken. Daarvoor is samenwerking met de Kredietbank Nederland een essentiële stap die we in 2021 gaan zetten. Snellere interventies betekent voor de betrokkenen sneller schuldenzorgvrij. En dat heeft z’n positieve weerslag op het hele gezin.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12273715/1