CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20200565459 2. Bijlage 1 Antea adviesrapport bediening bruggen Gem Haarlem

commissie Beheer 14 januari 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17.55 uur Optimalisatie van de bediening van de beweegbare bruggen (JW)16.758 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.4.2

Conclusie  

Doorstroming van waterverkeer verloopt zowel met lokale bediening als vanuit een centrale goed. De keuze die gemaakt moet worden is welke mate van kwaliteit van doorstroming de gemeente wil bereiken en dit heeft consequentie voor de kosten. In de kosten zoals die voor dit onderzoek in beeld zijn gebracht (zie hoofdstuk 6) is de kwaliteit van de doorstroming vertaald in ingeroosterde uren van bedienaren op de centrale en zo veel mogelijk gelijk gehouden aan de huidige situatie. Bij verdere groei van waterverkeer kunnen pieken beter opgevangen worden vanuit een centrale bedienpost. 23

5.5

Zowel in de huidige situatie als op een centrale bedienpost kan gecoördineerd gebruik gemaakt wordt van informatiebronnen. Een significant beter resultaat van de doorstroming bij de verschillende varianten kunnen wij op voorhand niet onderbouwen.

Kosten In deze paragraaf brengen we de financiële gevolgen van de varianten in beeld. In paragraaf 5.5.1 wordt uiteengezet welke uitgangspunten daarbij zijn gehanteerd. In paragrafen 5.5.2 en 5.5.3 zetten we de varianten naast elkaar en trekken we conclusies.

5.5.1

Verantwoording Nauwkeurigheid Aan de hand van de beschrijving van de varianten is een schatting gemaakt van de bijbehorende kosten. De schatting heeft tot doel om op hoofdlijnen een beeld te geven van de kosten per variant, met als doel de varianten op basis daarvan met elkaar te kunnen vergelijken. De schattingen hebben een nauwkeurigheidsmarge van 20% (plus/min). Posten De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd om te bepalen welke kosten in de kostenschattingen zijn meegenomen genomen. Kosten zijn meegenomen als  deze direct verband houden of een direct gevolg zijn van het realiseren, gebruiken en onderhouden van CAB;  deze niet reeds op een andere manier gedekt zijn;  deze niet afhankelijk zijn van keuzes die de gemeente in een later stadium (en in bepaalde gevallen met de resultaten van voorliggend onderzoek) moet maken. Denk daarbij aan details m.b.t. de huisvesting van een eventuele centrale bedienpost. (Over huisvesting gaat hoofdstuk 7.);  de varianten op dat aspect vergelijkbaar zijn. Onderstaande posten zijn wel in het financiële overzicht meegenomen: Investeringen  Inrichtingen van de centrale bedienpost;  Inrichtingen van de serverruimte;  Inrichtingen van de bruggen voor bediening op afstand: o.a. video- en audio-installatie en masten, inclusief stitching6;  Software. Exploitatie  Vervangen en onderhouden onderdelen en software;  Storingsdienst; 6

Stitching van camerabeelden wordt toegepast bij de Schoterbrug, Waarderbrug, Figeebrug, Prinsenbrug, Buitenrustbruggen en Schouwbroekerbrug. 24

Periodieke keuring en inspectie (NEN3140).

De volgende posten zijn niet in het financiële overzicht meegenomen: 

   

Kosten die zijn opgenomen in het meer jaren onderhoudsprogramma van de Havendienst, waaronder: o Civieltechnische aanpassingen van de bruggen (bijv. om deze te laten voldoen aan de Machinerichtlijn); o Onderhoud van de bruggen anders dan voor de centrale bediening, zoals conserveren van de staalconstructies; o Verbetermaatregelen uit de RI&E; Vervangen van de bruggen bij einde levensduur; Kosten voor dataverbindingen. Aangenomen is dat de centrale bediening gebruik maakt van het reeds bestaande glasvezelnet van de gemeente Haarlem; Kosten voor bouwkundige aanpassingen of nieuwbouw van lokale en/of centrale bedienposten (weergegeven in hoofdstuk 7); Het softwarematig scannen van bewegingen op bruggen is een techniek in ontwikkeling en is niet in de installatie en de kostenschattingen meegenomen.

Bedienkosten (personeel) De kosten voor de bediening zijn gebaseerd op de benodigde capaciteit van bedienaren en een uurtarief van medewerkers7. Deze weergave kan dus niet gezien worden als totale personeelskosten, zoals die in een begroting zijn opgenomen. Ook zijn managementkosten en ‘mee-adembudgetten’ niet meegenomen. Tot slot is geen rekening gehouden met kosten die gemoeid zijn met een eventuele transitiefase. Voor de referentie-variant is het huidige rooster gebruikt. Om de bedienkosten van de andere varianten inzichtelijk te maken is het huidige rooster als vertrekpunt gebruikt en is voor elke variant een jaarrond rooster gemaakt. Uitgangspunten bij de varianten met een centrale bedienpost (2a-c en 3) zijn de volgende:  Het hele jaar door van 6:00-22:00 uur zijn minimaal 2 personen beschikbaar op de centrale; o In de winter altijd 2 personen op de bedienpost; o Voor- en naseizoen: altijd 2 personen op de bedienpost en inzet van servicemedewerker vanuit centrum; o Zomer: Gehele week 2,5 personen voor de bediening. Ondersteuning centrum zoals in voor- en naseizoen, met ondersteuning vanuit de centrale bedienpost.

 De roosters van de bedienaren in het centrum (variant 2a-c) zijn gelijk aan de referentiesituatie;  Serviceniveau in het centrum (vertaald naar inzet servicemedewerker) wordt zo veel mogelijk gelijk gehouden aan de huidige situatie;  Er is rekening gehouden met een acceptabele werkbelasting. Bronnen Voor het bepalen van de kosten is gebruik gemaakt van: 7

Er is gerekend met een uurtarief van resp. €30,- en €35,- per uur voor een bedienaar/servicemedewerker en een nautisch verkeersleider.

25

  

Meer jaren onderhoudsprogramma van de Havendienst; De omschrijving van de varianten zoals opgenomen in bijlage 1; Kengetallen voor de kosten van het realiseren van centrale bediening van beweegbare bruggen. Deze kengetallen zijn bepaald op basis van gegevens uit ramingen van referentieprojecten. Deze gegevens hebben wij getoetst aan informatie uit de interviews met beheerders en de gegevens die we van de gemeente Haarlem hebben ontvangen. Het prijspeil is aangepast op basis van CBS indexcijfers naar januari 2020.

Onzekerheden De kosten van de verschillende varianten kennen een aantal belangrijke onzekerheden: 1. Bij andere beheerders waar centrale bediening is ingevoerd zijn overschrijdingen van geraamde kosten bekend. Genoemde redenen daarvoor zijn:  Langere doorlooptijd door uitstel;  Het meenemen van groot- of achterstallig onderhoud, dat niet is opgenomen in de krediet aanvraag;  Verkeerde inschatting technische staat van de objecten;  Aanbesteding bediencentrale valt hoger uit dan geraamd, ondanks markt consultatie;  Aannemers kunnen niet aan hun verplichtingen voldoen. 2. De hoogte van de exploitatiekosten in relatie tot de wijze waarop het regulier onderhoud en de storingsdienst wordt georganiseerd, vormen een onzekerheid. 3. De hoogte van de investeringskosten zijn een onzekerheid. Om dit te kunnen bepalen is een gedetailleerdere uitwerking van de varianten naar technische oplossing nodig, o.b.v. marktverkenning.

26

5.5.2

Kostenschatting De financiële consequenties van de varianten zijn weergegeven in figuur 6. Figuur 7 geeft een korte toelichting op de weergegeven kosten. Variant

1

2a

2b

2c

3

0

1.170 – 1.760

1.330 – 1.990

1.210 – 1.810

2.250 – 3.370

640 – 960

610 – 920

550 – 820

540 – 810

560 - 830

€ (x 1000) / jr.

0

100 – 140

110 – 160

100 – 150

180 – 270

€ (x mio)

22 – 33

25 – 37

23 – 34

23 – 34

26 – 39

Investeringskosten

€ (x 1000)

Exploitatielasten

€ (x 1000) / jr.

Kapitaallasten Contante waarde

Figuur 7 Financiële consequenties8 van de varianten. Toelichting Investeringskosten

De eenmalige kosten die gemoeid zijn met het realiseren van de variant.

Exploitatielasten

 

Kapitaallasten

Gemiddelde exploitatielasten per jaar over de komende 50 jaar. De periodiek terugkerende kosten om de oplossing te onderhouden en te laten functioneren: beheer/onderhoud en personeel. Gemiddelde kapitaallasten per jaar over de komende 50 jaar, om investeringen te dekken. Uitgegaan is van vervanging bij einde technische levensduur, na 15 jaar. Voor het bepalen van de kapitaallasten is gewerkt met een rente van 2% en een afschrijvingstermijn van 12 jaar. De contante waarde is de huidige waarde van een betaling of een aantal betalingen in de toekomst. Voor het bepalen van de contante waarde is gewerkt met een discontovoet van 1,5% en een looptijd van 50 jaar.

  Contante waarde

 

Figuur 8 Toelichting op de weergegeven kosten

5.5.3

Conclusie Uit de schatting van de kosten trekken wij de volgende conclusies: 

 

 

8

De verschillen tussen de varianten vallen op de lange termijn (de contante waarde over 50 jaar) binnen de nauwkeurigheidsmarge van de berekeningen en zijn daarmee niet substantieel. Het beperken of terugverdienen van kosten is daarmee geen doorslaggevende factor. Variant 2a vraagt een ongeveer gelijke investering als varianten 2b en 2c maar leidt tot een kleinere besparing op de exploitatielasten. Variant 2a is daarmee vanuit het kostenoogpunt minder interessant dan 2b en 2c. Varianten 2b en 2c ontlopen elkaar op alle punten niet veel. Op lange termijn laten variant 2b en 2c een besparing zien ten opzichte van de variant 3, doordat de verminderde exploitatielasten opwegen tegen de investeringen en kapitaallasten.

De bandbreedte geeft de nauwkeurigheidsmarge van (plus/min) 20% weer.

27

6

Uitbesteden brugbediening op afstand Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vijfde onderzoeksvraag: 

Wat zijn de voor- en nadelen van het op afstand bedienen van de Haarlemse bruggen door een andere organisatie dan de Havendienst zelf?

In Nederland wordt het bedienen van bruggen en sluizen over en weer uitbesteed tussen Rijkswaterstaat, provincies, gemeentes, waterschappen en ProRail. Zo bedient ProRail soms een brug van een gemeente en soms andersom. In Friesland worden bijvoorbeeld bepaalde gemeentelijke bruggen door de provincie bediend. Meestal is er een logische reden, namelijk vanwege de doorstroming (corridormanagement), of omdat de eigenaar maar een beperkt aantal objecten in bezit heeft. Ook kan werkgelegenheid een factor zijn. Gemeente Gouda heeft bijvoorbeeld om die reden bruggen binnen de gemeentegrenzen van Rijkswaterstaat overgenomen. Voor de gemeente Haarlem betekent uitbesteding dat de brugbedieningen op afstand worden gedaan door derden. Bij de huidige situatie betekent dit bijvoorbeeld dat Schoterbrug, Figeebrug en Schouwbroekerbrug door derden zouden kunnen worden gedaan. Bij variant 2b betekent dit bijvoorbeeld dat de bruggen aan het Noorder en Zuider Spaarne door derden wordt gedaan. De gemeente concentreert zich bij deze laatste variant dan alleen nog op de bruggen in het centrum. Overwegingen Bij de interviews met beheerders is het overnemen van de bediening door een andere partij uitgebreid besproken. De hoofdconclusies hierbij zijn:  De bruggen moeten altijd in een bepaalde technische staat zijn om in aanmerking te komen voor inkoppeling in een centrale.

De investeringen die op dit moment gedaan worden in Haarlem, blijven dus noodzakelijk.  Het technisch beheer blijft altijd bij de gemeente. De uitbesteding betreft dus specifiek de bediening.  Alle investeringskosten en bedienkosten die verder nodig zijn voor het inkoppelen en gebruik van de centrale, worden overgenomen door de externe partij en vervolgens in rekening gebracht bij de gemeente. Een besparing zou dan alleen gehaald kunnen worden als er substantieel bespaard kan worden op de kosten voor de bediening. Alleen in het laagseizoen en winter zal er op een bediencentrale in Haarlem nog te weinig werk kunnen zijn. Dan is er mogelijk een besparing.  Het hebben van lokale kennis van de bruggen is erg belangrijk voor de veiligheid. Bij grote centrales zijn soms wel tot 60 bruggen ingekoppeld. Het is niet te verwachten dat alle bedienaren de details van elke brug zullen kennen. De invloed op de veiligheid wordt dan dus bepaald hoe die centrale is ingericht.  Als slechts een deel van de bruggen wordt uitbesteed aan derden, dan kan dit nadelig zijn voor de passant ten aanzien van communicatie met de bedienpost(en) bij calamiteiten, vanwege verwarring wie verantwoordelijk is voor de bediening van de betreffende brug. Ook de hulpdiensten krijgen er een contactpersoon bij ten aanzien van communicatie met de bedienposten om de brug dicht te houden bij calamiteiten.

 Inkoppelen in een grote centrale biedt de mogelijkheid voor 24/7 bediening. De vraag is of hier behoefte aan is. In Zaanstad is dit onderzocht, waarbij de conclusie was dat kleine schipper-ondernemers een 24-uurs vaart niet aan kunnen. Voor grote ondernemers kan het mogelijk wel interessant zijn. In Zuid-Holland was dit alleen voor 28

Heineken. In Zaanstad zijn er op dit moment geen ondernemers geïnteresseerd in 24/7 bediening. Voor Haarlem is geen onderzoek gedaan naar de behoefte van 24-uurs doorstroming. Het is dan ook nog onduidelijk hoe het gebruik van de 24-uurs bediening zal zijn. Dit kan afhankelijk van het ondernemerschap in de regio toenemen. Bij varianten met deels lokale bediening en deels bediening op afstand door derden worden verschillende werkwijzen gehanteerd. Dit kan risico verhogend werken op een drukke en bochtige rivier als het Spaarne, met objecten die vrij dicht op elkaar liggen.

Keuzes bij andere beheerders Gemeente Alkmaar  Situatie: Alkmaar heeft in totaal 15 bediende bruggen. 8 van deze bruggen liggen over het Noordhollandsch Kanaal, dat door de gemeente Alkmaar stroomt. Deze bruggen worden op afstand bediend vanuit de bediencentrale Alkmaar. De brug die over een aftakking van het Noordhollandsch kanaal ligt wordt ook op afstand bediend vanuit de centrale. In het centrum van Alkmaar bevinden zich 5 bediende bruggen, waarvan 1 op afstand.  De gemeente Alkmaar is ook benaderd om de bediening uit te besteden. Financieel was het voor hun niet interessant. Zij hadden namelijk alle investeringen in de centrale al gedaan. Gemeente Zaanstad  Situatie: De Zaan is een belangrijke verbinding in de hoofdvaarroutes. Door de gemeente Zaanstad worden vanuit de centrale post 13 bruggen op afstand bediend. Dit betreft de volgende 8 bruggen die in beheer zijn van de gemeente Zaanstad. Daarnaast is er een brug van Rijkswaterstaat, een brug van ProRail (Spoorbrug) en tot slot 3 bruggen in beheer bij de Provincie Noord-Holland.  De gemeente Zaanstad is gevraagd om ‘mee te doen’ met de nieuwe provinciale bediencentrale in Heerhugowaard. In de Zaanse gemeenteraad heeft daarover een discussie plaatsgevonden.

Omdat Zaanstad controle wil houden over de brugbediening van haar bruggen en de bruggen van andere partijen over de Zaan, is besloten de brugbediening niet aan de provincie of een andere derde partij uit te besteden.

29

7

Huisvesting Havendienst Dit hoofdstuk geeft antwoord op de zesde onderzoeksvraag: 

Wat is het effect voor de huisvesting vanuit de varianten die in beeld worden gebracht?

Havenkantoor De technische staat van de huisvesting van de Havendienst dient op korte termijn verbeterd te worden. De visie op de Havendienst concludeert in lijn met de rapporten van Intergo (2019) en de Brink Groep (2019) dat het havenkantoor aan het eind van de levensduur is. Dit geldt ook voor de brugwachtershuisjes bij de Waarderbrug en Prinsenbrug. De keuzes rondom de bediening van de bruggen bepaalt in belangrijke mate de ruimte die daarvoor nodig is, in de brugwachtershuisjes, het toekomstige Havenkantoor of elders. In de huidige situatie vindt bediening plaats vanuit de posten Prinsenbrug, Waarderbrug, Buitenrustbruggen en Centrum. Nautische coördinatie vindt plaats vanuit het Havenkantoor. In het geval van verdere optimalisatie van de huidige situatie dienen deze posten en bijbehorende huisvesting op niveau gebracht en in stand gehouden te worden. Als er gekozen wordt voor een centrale bedienpost, is het uitgangspunt in de visie van de Havendienst dat deze onderdeel worden van de vernieuwde huisvesting. De Havendienst is nu gehuisvest in een sterk verouderd gebouw aan de Spaarndamseweg. Brink (2019) heeft in opdracht van de gemeente Haarlem onderzoek gedaan naar de toekomstige huisvesting van het havenkantoor en concludeert dat het huidige gebouw aan het einde van de levensduur is.

Het onderzoek van Brink schetst drie scenario’s:  Nieuwbouw op huidige locatie Spaarndamseweg – investeringskosten indicatief €2,4 mln. (jaarlijkse exploitatiekosten €200.000 tot €280.000);  Huur nabij huidige locatie – investeringskosten ca. €1 mln. (jaarlijkse exploitatiekosten in de eerste 10 jaar ca. €200.000, daarna oplopend tot ca. €330.000. NB: na 10 jaar wordt huur duurder dan nieuwbouw);  Renovatie bestaand pand en huur – investeringskosten ca. €1,6 mln. (jaarlijkse exploitatiekosten in de eerste 10 jaar ca. €200.000, daarna oplopend tot ca. €300.000. NB: na 21 jaar duurder dan nieuwbouw). Deze kosten kunnen gezien worden als aanvullend op de schattingen in voorliggende rapportage (paragraaf 5.5). Gelet op de nauwe samenhang tussen huisvesting en de keuze over centrale bediening op afstand, vormt dit gezamenlijk input voor het voorgenomen onderzoek over de huisvesting van de Havendienst. Locatie en omvang centrale bedienpost Bij de varianten 2 (a, b, c) en 3 is er sprake van een centrale bediening op afstand. Aangezien deze nog niet aanwezig is, zal moeten worden nagedacht over de locatie en omvang:  Uit de voorgaande analyses is naar voren gekomen dat het op- en afschakelen van capaciteit een belangrijke factor is. Op het havenkantoor worden meer werkzaamheden verricht en diverse medewerkers zijn breder inzetbaar.

Als het havenkantoor bovendien dicht bij het centrum ligt, kan er een goede interactie blijven tussen centrale bediening en serviceverlening door de medewerkers. Dat zal bijdragen aan afwisseling van het werk. Deze flexibiliteit kan gerealiseerd worden door de centrale bedienpost onderdeel te maken van het havenkantoor. 30

Als er gekozen wordt voor een centrale bediening op afstand, dan adviseren wij om deze uit te leggen voor minimaal 3 bedienplaatsen. Ook als er bijvoorbeeld voor variant 2b wordt gekozen, dan wordt de optie behouden om later alsnog uit te breiden. Dit zou het geval kunnen zijn als in een later stadium andere bruggen (bijv. in het centrum) worden toegevoegd, of als objecten van andere beheerders worden overgenomen. Per bedienplaats dient rekening gehouden te worden met een oppervlakte van 12,5 m2. Voor serverruimte dient indicatief rekening gehouden te worden met 25 m2.

Brugwachtershuisjes Verder is bekend dat de brugwachtershuisjes bij de Waarderbrug en de Prinsenbrug aan het einde van hun levensduur zijn. Als deze in bedrijf blijven ten behoeve van lokale bediening dienen deze geschikt gemaakt te worden voor bezetting met 2 personen. Voor de renovatie van beide huisjes houdt de gemeente Haarlem rekening met in totaal 7 ton (3,5 ton per huisje). Dit zijn kosten waar de gemeente in de referentie-variant en de varianten 2a-c rekening mee moet houden. Deze kosten zijn niet opgenomen in de schattingen in paragraaf 5.5. De brugwachtershuisjes van bruggen die in een toekomstige situatie niet meer lokaal bediend worden, hebben geen toegevoegde waarde voor de bediening. Ook in de afwijkende situatie dat camera beelden door storing uitvallen, kunnen de bruggen lokaal bediend worden door middel van het inkoppelen van een handheld (zie ook paragraaf 5.2.1).

31

8

Conclusie In dit hoofdstuk brengen wij de bevindingen uit het onderzoek samen en trekken wij conclusies. Eerst geven we een samenvatting van de conclusies per criterium; op basis daarvan beschouwen we vervolgens de varianten en trekken we de hoofdvraag van het onderzoek: 

Welke bedieningsvorm van de beweegbare bruggen in Haarlem biedt de meeste meerwaarde?

In het vervolg van dit hoofdstuk schenken we aandacht aan een ingroeimodel, we benoemen de vragen en aandachtspunten voor vervolgonderzoek en geven een beknopte visie op het transitieproces.

8.1

Criteria Veiligheid | Vanuit het oogpunt van veilige bediening heeft centrale bediening op afstand de voorkeur ten opzichte van de referentie-variant. Dit komt met name voort uit de onoplosbare tekortkomingen bij de huidige bedienruimtes, de werkbelasting die beter te regelen is en aspecten die te maken hebben met het zicht. Wat betreft zicht zouden de centrum bruggen ook lokaal bediend kunnen blijven; voorwaarde is dat ingrepen gedaan worden om het zicht te optimaliseren. Personele consequenties | De werkbelasting is beter regelbaar in een centrale. Hierbij geldt: hoe meer bruggen zijn aangesloten op een centrale bedienpost, hoe meer dalen in de werkbelasting worden voorkomen en hoe beter de werklast verdeeld kan worden. Op de aspecten taakautonomie, contact en cultuur verwachten we een heel andere organisatie en dynamiek op de werkvloer; de huidige medewerkers vinden het teruglopen van de contactmomenten en het veranderen van het takenpakket bezwaarlijk. Als een zorgvuldig transitieproces wordt doorlopen zien we echter geen voornaam onderscheid tussen de varianten. Gastheerschap | In alle varianten kan het niveau van serviceverlening op peil blijven. De keuze die gemaakt moet worden is welke mate van kwaliteit van serviceverlening de gemeente wil bereiken en dit heeft consequentie voor de kosten.

Daarentegen draagt het in stand houden van het lokaal bedienen in het centrum bij aan het lokaal aanwezige gastheerschap en dat straalt naar verwachting positief af op bezoekers. Doorstroming | Doorstroming van waterverkeer verloopt zowel met lokale bediening als vanuit een centrale goed. De centrale keuze hier is welke mate van kwaliteit van doorstroming de gemeente wil bereiken; dit heeft consequenties voor de bezetting van de roosters (zowel in het geval van lokale bediening als op afstand) en de kosten. Bij verdere groei van waterverkeer kunnen pieken beter opgevangen worden vanuit een centrale bedienpost. Verder biedt een centrale bedienpost de kans om (op termijn) beter en gecoördineerd gebruik te kunnen maken van meerdere (digitale) informatiebronnen waardoor op de weg en het water een betere doorstroming bereikt kan worden. Kosten | De verschillen tussen de varianten vallen op de lange termijn (de contante waarde over 50 jaar) binnen de nauwkeurigheidsmarge van de berekeningen en zijn daarmee niet 32

substantieel. Het beperken of terugverdienen van kosten is daarmee geen doorslaggevende factor in de keuze voor een bedieningsvorm. Variant 2a vraagt een ongeveer gelijke investering als varianten 2b en 2c maar leidt tot een kleinere besparing op de exploitatielasten. Variant 2a is daarmee vanuit het kostenoogpunt minder interessant dan 2b en 2c. Op lange termijn laten variant 2b en 2c een besparing zien ten opzichte van de variant 3, doordat de verminderde exploitatielasten opwegen tegen de investeringen en kapitaallasten.

8.2

Varianten 1. 2. 3.

4. 5.

6. 7.

8.3

Op basis van het bovenstaande conclusies per criterium concluderen wij dat er ruimte voor verbetering is ten opzichte van de referentievariant en dat deze verbeteringen met centrale bediening op afstand zijn te realiseren. Het onderzoek laat zien dat de voorkeur uitgaat naar variant 2b. Met gelijkblijvende kosten is in deze variant een betere veiligheid en betere regelbaarheid van de werkbelasting te bereiken. De bruggen in het centrum kunnen lokaal veilig bediend worden, mits de noodzakelijke verbeteringen worden gerealiseerd. Ook op afstand kunnen de bruggen in het centrum veilig bediend worden, mits dit goed wordt ingeregeld. De keuze voor centrum bruggen wel of niet op afstand, hangt verder samen met invulling van het gastheerschap in het centrum en contactmomenten van de medewerkers tijdens het werk. Daarom kan overwogen worden in een later stadium de centrum bruggen aan te sluiten op de bediencentrale. Deze keuze heeft dus voor- en nadelen. We kunnen verder concluderen dat variant 2a in mindere mate gebruik van maakt de voordelen van een centrale bedienpost en hoge kosten met zich meebrengt, en daarmee minder interessant is. Variant 3 scoort op veel punten gelijk aan 2b.

Een eventuele keuze voor variant 3 wordt vooral ingegeven door het optimaal benutten van de financiële investering in de bediencentrale (veel kosten voor beheer en onderhoud in het centrum komen dan te vervallen) en de afweging van de voor- en nadelen van het inkoppelen van de centrum bruggen, zoals onder 3. benoemd. Het is aan te bevelen om de centrale bedienpost onderdeel te maken van het Havenkantoor en deze op de huidige locatie of een andere locatie dicht bij het centrum te kiezen. Dit verhoogt de flexibiliteit van de inzet van medewerkers. Afhankelijk van voorkeur en ambitie kan er een ingroeimodel gehanteerd worden; dit wordt in de volgende paragraaf toegelicht.

Ingroeimodel Afhankelijk van voorkeur en ambitie kan er een ingroeimodel gehanteerd worden. Hierbij wordt fasegewijs toegewerkt naar de gewenste eindsituatie, waarbij er tussentijds ook een evaluatie mogelijkheid is met een go/no go beslissing. De bediencentrale dient daarbij ruimte (voor eventueel uit te breiden capaciteit) te hebben voor het uiteindelijk beoogd aantal beweegbare bruggen dat ingekoppeld wordt. Een ingroeimodel biedt de mogelijkheid om de ontwikkeling van het de bediening op afstand te koppelen aan logische onderhoudsprogramma’s van de betreffende bruggen. Er zal dus een plan uitgewerkt moeten worden waarbij de huidige 33

installatie-/civieltechnische staat en de geplande brugrenovaties worden gekoppeld aan de uitrol van centrale bediening op afstand. Hierbij kan aansluiting gevonden worden bij het meer jaren onderhoudsprogramma en de verbetermaatregelen uit de RI&E. Het ingroeimodel kan er dan als volgt uit komen te zien:   

8.4

Fase 1: inkoppelen van de bruggen over het Noorder Spaarne en de Schouwbroekerbrug; Fase 2: toevoegen Langebrug en de Buitenrustbruggen; Fase 3: eventueel inkoppelen van de bruggen in het centrum en/of sluizen/bruggen van andere beheerders.

Vervolgonderzoek Op basis van voorgaande paragrafen met betrekking tot de voorkeursvariant, verdienen de volgende aspecten aandacht in het vervolgproces:  Een gedetailleerdere uitwerking van de exploitatie- en investeringskosten in technische oplossing voor de varianten 2b (inclusief Langebrug) en 3 is om een investeringsbeslissing te kunnen nemen; daarbij dienen ook de financiële consequenties van het ingroeimodel in beeld gebracht te worden.  Onderzocht dient te worden of en hoe de complexe bruggen (Lange-, Prinsenbrug en Buitenrustbruggen) in beeld gebracht kunnen worden. Hiervoor kan 3D modelering worden ingezet.  In het geval de centrum bruggen lokaal bediend blijven dient nader onderzoek plaats te vinden hoe een aantal bruggen veilig bediend kunnen worden zonder gebruik van aanvullend camera- en spiegelbeeld.  De gemeente dient haar ambitieniveau op het gebied van dienstverlening (gastheerschap en doorstroming) te bepalen en dit uit te werken in benodigde capaciteit.  Een planmatige aanpak en voldoende capaciteit is een vereiste om de overgang in goede banen te begeleiden. Hierover gaat de volgende paragraaf.

8.5

Transitietraject Het overgaan naar een centrale bediening is een intensief proces. In de praktijk worden dit soort projecten met name vanuit een technisch perspectief ontwikkeld. Een belangrijke factor bij het succesvol implementeren van grote veranderingen is het menselijke element. Hieronder is een model weergegeven (figuur 9 op de volgende pagina), dat ook in de RI&E is gepresenteerd, waarin 5 belangrijke factoren bij een veranderingstraject staan vermeld, inclusief de gedragseffecten bij de medewerkers als een dergelijke factor ontbreekt of onvoldoende is ontwikkeld. Dit model illustreert de psychologie achter de reacties van mensen op verandering en geeft inzicht in verbeterrichtingen. Als de techniek (middel) niet goed is ontstaat frustratie. Als de noodzaak voor een verandering niet wordt ingezien dan ontstaat er weerstand bij mensen. De basis moet dus zijn dat er een duidelijke visie wordt vastgesteld en dat deze goed wordt 34

gecommuniceerd (zodanig dat iedereen in de meewerkstand komt). Dit rapport geeft advies over de richting van deze visie en over de urgentie van de verandering. Deze verandering is echter meer dan het verplaatsen van de bedienlocatie. Centralisering vraagt een lange voorbereidingsperiode. Er zal daarom een plan van aanpak moeten worden opgesteld rekening houdend met:  Organisatieontwikkeling van de Havendienst: bedienconcepten, opleiding, zicht (cameraplannen, beeldpresentatie, kijkstrategie), veiligheidscultuur moeten op orde worden gebracht en voorbereid zijn op de toekomstige situatie;  Veranderingsproces: een dergelijke verandering vraagt een sterke visie van het management en betrokkenheid en medezeggenschap van het personeel, bijvoorbeeld door middel van werkgroepen. Dit vraagt extra capaciteit.

Figuur 9 Cruciale factoren bij veranderingstrajecten en gedragseffecten van medewerkers.

35

Bijlage 1: Uitgebreide beschrijving varianten Variant 1: referentie-variant Algemeen Bij deze variant wordt ervan uitgegaan dat ten opzichte van de huidige situatie er verbetermaatregelen zijn doorgevoerd naar aanleiding van de risicoanalyse uit 2018. Deze variant wordt de referentie-variant genoemd. Onderstaand is deze referentie-variant beschreven. In onderstaand schema wordt getoond vanuit welke bedienposten er gewerkt wordt en welke bruggen er vanuit die posten (lokaal/ op afstand) worden bediend.

Werkverdeling

Communicatie

Bedienruimtes

 Bij deze variant wordt de bediening gedaan vanuit de huidige locaties.  In rustige periodes wordt het scheepvaartmanagement uitgevoerd op de Waarderbrug en gecombineerd met brugbediening. De scheepvaartmeester bevindt zich gedurende drukke periodes in het Havenkantoor. Hiervoor is een separate ruimte ingericht.  Het begeleiden van de passenten in het centrum wordt gedaan door de medewerkers die in het centrum werken (Post Melkbrug).  De scheepvaartmeester communiceert via VHF met de schepen. Verder ontvangt de scheepvaartmeester berichten via de telefoon met betrekking tot de hulpdiensten. Via de portofoon worden alle collega’s geïnformeerd over hulpdiensten, scheepvaart en gewenste bedieningen, door de scheepvaartmeester.  Ook de brugbedienaren houden elkaar continu op de hoogte via de portofoon. Communicatie met de hulpdiensten vindt plaats vanaf de Waarderbrug / Havenkantoor door de scheepvaartmeester, van waaruit verdere meldingen naar de andere bedienaren wordt gedaan.  Ook vanaf de Prinsenbrug kan er met de scheepvaart per VHF worden gecommuniceerd.  De bedienruimtes zijn in de basis niet gewijzigd. Er zijn kleine wijzigingen gedaan conform de verbetermaatregelen uit de risicoanalyse (<12

36

Bediening en zicht

Weginrichting

Vaarweginrichting

Havenkantoor

Organisatie

maanden). De brugwachtersverblijven zijn nog niet aangepast conform huidige wet en regelgeving. De bediening is geüniformeerd en er wordt voldaan aan de zichteisen:  Er is een uniform bedienproces ontwikkeld en de bedienpanelen zijn gelijkvormig uitgevoerd. Tussen de panelen van de lokale en op afstand bediende bruggen zit nog wel een verschil.  Om de bruggen veilig te kunnen bedienen is voldaan aan de zichteisen; niet met aanvullende camera beelden of spiegels. o De lokaal bediende bruggen worden bediend door een combinatie van direct zicht en camera’s/ spiegels. Om aan de zichteisen te voldoen zijn er bij sommige bruggen camera’s bijgeplaatst, bijvoorbeeld om achter het val te kunnen kijken. Alleen bij de Gravenstenenbrug worden in eerste instantie geen camera’s bijgeplaatst; hier wordt begonnen met spiegels. o Bij de drie op afstand bediende bruggen wordt voldaan aan de cameraopstelling en weergave conform de vastgestelde zichteisen. o De Figeebrug wordt lokaal bediend met twee medewerkers: er is een bedienprotocol geschreven waarbij een bedienaar lokaal bedient en qua zicht wordt ondersteund door de brugwachter of scheepvaartmeester die de camerabeelden voor zich heeft. o Oude camera’s zijn vervangen.  Bij bruggen die op afstand bediend worden, wordt er naar gestreefd om of het af te sluiten gebied zo klein mogelijk te maken.

Zo worden bij de Schouwbroekerbrug de slagbomen dichter bij de doorvaart geplaatst.  De weginrichting bij de Langebrug is geoptimaliseerd voor brugbediening.  Er is veel recreatievaart in Haarlem, waarbij de kennis van regelgeving beperkt is. De vaarweg is zodanig ingericht en voorzien van bebording dat het vaarverkeer ondersteund wordt om de juiste doorvaartopeningen bij de bruggen te nemen.  De geconstateerde tekortkomingen uit de RI&E zijn opgelost (vluchtwegen, orde/ netheid, ICT-systemen, opslag ‘gevaarlijke’ stoffen, etc).  Een nieuw havenkantoor behoort niet tot de referentie-variant.  Er is niets veranderd aan de inrichting openbare ruimte.  Opleidingseisen: iedereen (vaste en inhuur) voldoet aan de opleidingseisen.  Er is een goede inwerkprocedure, met een toetsing daarbij. Dit is helder traceerbaar. Ook worden mensen regulier gecoached en getraind met betrekking tot bediening, veiligheid en kijken.  Protocollen: de huidige handboeken zijn aangepast conform wat bij de RI&E is geconstateerd. Verder zijn er OSBI’s (object Specifieke Bedien Instructies) waarbij de risico’s van die bruggen goed vastliggen en er duidelijk bedien- en kijkinstructies zijn.  Veiligheidscultuur: er zijn programma’s uitgevoerd waarbij de veiligheidscultuur op het niveau van ‘calculatief’ is gekomen. Dit betekent dat protocollen staan en dat er naar gehandeld wordt.

Er wordt overal op dezelfde manier gewerkt. Goede management betrokkenheid wat betreft veiligheid. Er is een lerende organisatie, waarbij van incidenten geleerd wordt. Er is een gemeenschappelijk beeld van wat veilig is en wat niet. Technische problemen worden adequaat opgelost. Goed risicobewustzijn op de werkvloer.  Er zijn preventiemedewerkers aangesteld die jaarlijks de RI&E moeten evalueren en bijstellen waar nodig.  De werkbelasting in de zomer is op orde, maar in de winter is deze laag.

37

Techniek

 

Alle technische tekortkomingen zijn opgepakt. Een strategische visie op beheer en onderhoud beweegbare bruggen is samen met MJOP en inspectieplan beweegbare bruggen vastgesteld. Hiermee wordt overgaan van correctief onderhoud naar preventief onderhoud, wat de veiligheid en betrouwbaarheid van de bruggen verhoogt. Bruggen worden uiteindelijk CE gecertificeerd.

Variant 2a: CAB Bruggen Noorder Spaarne

Onderstaand zijn de verschillen ten opzichte van de referentie-variant weergegeven: Werkverdeling

Communicatie Bedienruimtes Bediening en zicht

Weginrichting Vaarweginrichting Havenkantoor Organisatie Techniek

Bij deze variant is er een CAB op het havenkantoor, een een-persoonsbediencentrale op de Buitenrustbruggen en worden er 4 bruggen vanuit het centrum bediend. De posten Waarderbrug en Prinsenbrug worden alleen nog gebruikt voor lokale bediening van die bruggen. Bediening van de spoorbrug kan los van de bediening van de Prinsenbrug worden gedaan (mits er twee medewerkers op de CAB zijn). De omvang van de communicatie is ten opzichte van de 0-situatie iets beperkt. De bedienruimtes bij de Waarderbrug en Prinsenbrug worden slechts nog incidenteel gebruikt. Deze bediening vindt nu plaats vanuit een CAB die aan alle wet- en regelgeving voldoet. Waarderbrug en Prinsenbrug: er wordt voldaan aan de cameraopstelling en weergave conform de vastgestelde zichteisen (geen combinatie meer met direct zicht). Geen wijzigingen ten opzichte van de 0 situatie. Geen wijzigingen ten opzichte van de 0 situatie. Geen wijzigingen ten opzichte van de 0 situatie. De werkbelasting is door het samenvoegen van twee bedienposten iets beter regelbaar. Geen wijzigingen ten opzichte van de 0 situatie.

38

Variant 2b: CAB Bruggen Noorder en Zuider Spaarne

Onderstaand zijn de verschillen ten opzichte van de referentie-variant weergegeven: Werkverdeling

Communicatie Bedienruimtes Bediening en zicht

Weginrichting Vaarweginrichting Havenkantoor Organisatie Techniek

Bij deze variant worden de bruggen op het Noorder en Zuider Spaarne op afstand bediend vanuit een nieuwe bediencentrale. De posten Waarderbrug, Prinsenbrug en Buitenrustbruggen worden alleen nog gebruikt voor lokale bediening van die bruggen. De scheepvaartmeester bevindt zich ook op de CAB. De scheepvaartmeester kan ook brugbediening doen. Bediening van de spoorbrug kan los van de bediening van de Prinsenbrug worden gedaan (mits er twee medewerkers op de CAB zijn). Het portofoon verkeer beperkt zich tot communicatie met de collega’s in het centrum. Op de CAB vindt onderling afstemming plaats over wie welke brug bedient. De bedienruimtes bij de Waarderbrug, Prinsenbrug en Buitenrust worden slechts nog incidenteel gebruikt. Deze bediening vindt nu plaats vanuit een CAB die aan alle wet- en regelgeving voldoet. Waarderbrug, Prinsenbrug, Buitenrustbrug: er wordt voldaan aan de cameraopstelling en weergave conform de vastgestelde zichteisen (geen combinatie meer met direct zicht). Geen wijzigingen ten opzichte van de referentie-variant. Geen wijzigingen ten opzichte van de referentie-variant. Geen wijzigingen ten opzichte van de referentie-variant. De werkbelasting is door het samenvoegen van twee bedienposten beter regelbaar. Geen wijzigingen ten opzichte van de referentie-variant.

Variant 2c: CAB Bruggen Noorder en Zuider Spaarne (exclusief Buitenrustbrug)

Onderstaand zijn de verschillen ten opzichte van de referentie-variant weergegeven:

39

Werkverdeling

Communicatie

Bedienruimtes Bediening en zicht Weginrichting Vaarweginrichting Havenkantoor Organisatie Techniek

Bij deze variant worden de bruggen op het Noorder en Zuider Spaarne (met uitzondering van de Buitenrustbrug) op afstand bediend vanuit een nieuwe bediencentrale. De scheepvaartmeester bevindt zich op het CAB. De scheepvaartmeester kan ook brugbediening doen. Bediening van de spoorbrug kan los van de bediening van de Prinsenbrug worden gedaan (mits er twee medewerkers op de CAB zijn). Het portofoon verkeer beperkt zich tot communicatie met de collega’s in het centrum. Op de CAB vindt onderling afstemming plaats over wie welke brug bedient. De bedienruimtes bij de Waarderbrug en Prinsenbrug worden slechts nog incidenteel gebruikt. Deze bediening vindt nu plaats vanuit een CAB die aan alle wet- en regelgeving voldoet. Waarderbrug, Prinsenbrug: er wordt voldaan aan de cameraopstelling en weergave conform de vastgestelde zichteisen (geen combinatie meer met direct zicht). Geen wijzigingen ten opzichte van de referentie-variant. Geen wijzigingen ten opzichte van de referentie-variant. Geen wijzigingen ten opzichte van de referentie-variant. De werkbelasting is door het samenvoegen van twee bedienposten beter regelbaar. Geen wijzigingen ten opzichte van de referentie-variant.

Variant 3: CAB Alle bruggen

Onderstaand zijn de verschillen ten opzichte van de referentie-variant weergegeven: Werkverdeling

Communicatie

Bij deze variant worden alle bruggen op afstand bediend vanuit een nieuwe bediencentrale. De posten Waarderbrug, Prinsenbrug, Buitenrustbruggen en de bedieningen van de centrumbruggen worden alleen nog gebruikt voor lokale bediening van die bruggen. De rol van scheepvaartmeester wordt nu uitgevoerd door de brugwachters. Gastheerschap wordt geregeld vanuit de CAB en de zomerperiode is hiervoor een vaste medewerker. Bediening van de spoorbrug kan los van de bediening van de Prinsenbrug worden gedaan (mits er twee medewerkers op de CAB zijn). Er is alleen nog incidenteel portofoon contact met medewerkers die buiten moeten werken. Op de CAB vindt onderling afstemming plaats over wie welke brug bedient.

40

Bedienruimtes Bediening en zicht

Weginrichting Vaarweginrichting Havenkantoor Organisatie Techniek

De bedienruimtes bij de Waarderbrug, Prinsenbrug en Buitenrust worden slechts nog incidenteel gebruikt. Deze bediening vindt nu plaats vanuit een CAB die aan alle wet en regelgeving voldoet. Waarderbrug, Prinsenbrug en Waarderbrug: er wordt voldaan aan de cameraopstelling en weergave conform de vastgestelde zichteisen (geen combinatie meer met direct zicht). Geen wijzigingen ten opzichte van de referentie-variant. Geen wijzigingen ten opzichte van de referentie-variant. Geen wijzigingen ten opzichte van de referentie-variant. De werkbelasting is door het samenvoegen van twee bedienposten goed regelbaar. Geen wijzigingen ten opzichte van de referentie-variant.

41

Bijlage 2: Bronnen            

Ambitiekaart Haarlemse Wateren (2018), Gemeente Haarlem Huisvesting Havendienst, kosten en planning varianten (2019), Brink Groep/Gemeente Haarlem Centrale brugbediening door Provincie Noord-Holland (2016), RHDHV/Gemeente Zaanstad Coalitieprogramma Duurzaam Doen 2018-2022, Gemeente Haarlem Landelijke Brug en Sluisstandaard (2015), Rijkswaterstaat Meerjaren onderhoudsprogramma bruggen, Gemeente Haarlem (intern document) Op afstand de beste… Afstandsbediening van bruggen en sluizen in Amsterdam (2009), Waternet/Gemeente Amsterdam Pleziervaart op het Spaarne (2019), Gemeente Haarlem Programma Groei van Haarlem (2018), Gemeente Haarlem RI&E bruggen Haarlem (2019), Intergo/Gemeente Haarlem Veiligheid van op afstand bediende bruggen (2019), Onderzoeksraad voor Veiligheid Visie en doorontwikkeling Havendienst Haarlem (2019), Gemeente Haarlem

42

Bijlage 3: Combineren direct zicht met camerabeelden. In geval van lokale bediening wordt er met direct zicht gewerkt. Helaas zijn de bruggen in Haarlem zodanig vormgegeven, of is de locatie van de bediening soms zodanig, dat aanvullend gewerkt moet worden met spiegels en/of camerabeelden. Helaas kleven er bezwaren aan het combineren van deze modi. Onderstaand wordt dit uitgebreid toegelicht. Bij de opbouw van een omgevingsbeeld op basis van zicht spelen verschillende factoren een rol (Coren & Ward, 1989):  Op het eerste niveau van verwerking van het oog van de visuele prikkels. Pupil, lens en netvlies zorgen ervoor dat visuele prikkels worden omgezet in neurale signalen naar de hersenen. Het oog reageert op de prikkels. Bijvoorbeeld, de lens accommodeert om objecten op verschillende afstanden scherp waar te nemen en de pupil verandert van grootte om de lichtintensiteit op het netvlies te regelen. Door adaptatie is het netvlies in staat om zich aan te passen aan licht en donker.  Op tweede niveau van verwerking in de hersenen wordt er van de visuele signalen een coherent geheel gemaakt. Bijvoorbeeld, op basis van vorm, kleur en diepte cues (stereoscopie) maken de hersenen een coherent beeld van de objecten in de buitenwereld en hoe deze bewegen of stilstaan. Hierbij wordt niet alleen gebruik gemaakt van visuele informatie.

Ook de bewegingen van onze ogen, ons hoofd en ons lichaam worden hierbij gebruikt. Dit zorgt ervoor dat de buitenwereld een consistent geheel blijft, ook als wij ons bewegen.  Het derde niveau van verwerking geven we betekenis aan de buitenwereld. Door de kennis die wij over de wereld tijdens ons leven hebben opgedaan kunnen wij objecten identificeren (wat is het?) en projecteren (waar gaat het heen?). Het aanvullend gebruik van camera’s of spiegels sluiten niet naadloos aan op ons waarnemingssysteem. Het kan leiden tot problemen in de mentale beeldopbouw:  De opbouw van een omgevingsbeeld op basis van direct zicht is dominant. Ons waarnemingssysteem hebben we gedurende miljoenen jaren opgebouwd en we gebruiken dit zonder na te denken. We vertrouwen dit systeem. Het risico’s is dat additionele camerabeelden worden genegeerd of vergeten en volledig wordt vertrouwd op direct zicht. Het gevolg is dat er dingen worden gemist, zonder dat we ons daarvan bewust zijn.  Er kunnen verschillen zijn tussen de lichtomstandigheden buiten en de lichtintensiteit van de beeldschermen. De ogen van de bedienaar moeten bij het schakelen adapteren en wennen aan het lichtniveau. Dit heeft enige tijd nodig, zeker als de leeftijd van de bedienaar toeneemt. In sommige gevallen is het zelfs onmogelijk om de camerabeelden goed waar te nemen.

Bijvoorbeeld, het oog adapteert bij zon aan het felle buitenlicht en kan de visuele informatie van het beeldscherm niet onderscheiden. Hierbij treedt dus op het eerste niveau van verwerking een verstoring op. Het gevolg is dat zaken worden gemist of verkeerd ingeschat bij onvoldoende adaptatie.  Het waarnemingssysteem is egocentrisch. Dat betekent dat alles wordt gezien vanuit het eigen perspectief. Aanvullende camera’s zijn meestal geplaatst vanuit een andere kijkhoek dan de bedienaar. Hier ontstaat een conflict met het waarnemingssysteem (‘wat je links ziet bevindt zich rechts’). De bedienaar moet zich tegen het 43

waarnemingssysteem verzetten en de beelden mentaal roteren om er een kloppend coherent plaatje van te maken (verstoring op het tweede niveau). Mentale rotatie vereist een zekere cognitieve inspanning en er kunnen fouten worden gemaakt. Hoe groter het verschil in kijkhoek hoe moeilijker dit is (Shepard, & Metzler, 1971). Hierbij kan ook een verstoring optreden op het derde niveau. Bijvoorbeeld, het beeld van een afsluitboom kan worden gekoppeld aan een ander afsluitboom. Dit probleem doet zich overigens ook voor bij bediening op afstand. Daarbij wordt sowieso een niet-egocentrisch perspectief gehanteerd, omdat het (dominante) directe zicht niet wordt gebruikt. De bedienaar moet zich sowieso op een ander perspectief plaatsen. Op zich zijn we daar wel toe in staat, maar het aantal perspectieven moet zo beperkt mogelijk blijven. Vergelijk het met een voetbalwedstrijd op TV. Zolang de camera’s zich aan dezelfde kant van het veld bevinden zijn we goed in staat om het spel te volgen. Staan er ook camera’s achter de doelen, dan wordt het al moelijker. Deze worden dan ook alleen gebruikt bij herhalingen. Staan er ook camera’s aan de overkant, dan is het niet te volgen. Heel soms worden deze gebruikt bij een herhaling, bijvoorbeeld omdat een mogelijke overtreding niet goed zichtbaar was (!).

Een goed cameraplan, waarbij het wisselen van perspectieven zo beperkt mogelijk blijft, is daarom een vereiste. Het basis cameraplan van de havendienst voldoet hieraan. Door het gebruik van zoomlenzen is er een verschil in de waargenomen afmeting bij direct zicht en camerabeelden. In combinatie met direct zicht kan dit leiden tot een over- of onderschatting van de afmeting of afstand van het waargenomen object. Aankomend verkeer kan dichterbij of verder weg zijn dan het lijkt. Dit probleem speelt ook wel bij het gebruik van camerabeelden, maar dan ben je je bewust van de modus waarin je verkeert en dat er verschillen zijn in grootte. En met het cameraplan kun je zorgen voor consistentie van beeldgrootte (bijvoorbeeld een stitchbeeld). Spiegels zorgen voor een gespiegeld beeld, waarbij de positie en beweging tegengesteld is. Vanuit onszelf gezien zien we een beweging van links naar rechts, maar deze is feitelijk van rechts naar links. Wederom moeten wij ons waarnemingssysteem onderdrukken en een correctie aanbrengen. Dat dit moeite kost zien we in de inspanning die het kost om te leren kijken in achteruitkijkspiegels bij het autorijden.

Het combineren van direct zicht en camerabeelden heeft dus niet de voorkeur. Een oplossing is om op afstand te gaan bedienen met alleen camerabeelden. Het voordeel daarvan is:  De lichtcondities zijn constant. Bedienaars hoeven niet te adapteren en de lichtintensiteit kan in de centrale worden geregeld.  De bedienaar is volledig in de camera-modus. De neiging om het cameraperspectief te verwarren met het egocentrische perspectief (mode error) vervalt daarmee.  Het beeld is volledig dekkend. De voorwaarde is wel te zorgen voor een goed cameraplan, de juiste kijkstrategie en een ergonomisch verantwoorde inrichting van de werkplek. Toch is dit niet altijd mogelijk. Dan zijn er verschillende opties.  Verplaats de bedienplek, zodat met direct zicht alles goed zichtbaar is. Dit moet wel goed worden onderzocht.  Doe de bediening met twee mensen, als dat ertoe leidt dat alles zichtbaar is. Ook dit moet goed worden onderzocht. Daarnaast is de communicatie tussen de bedienaars van groot belang. De bedienaar achter de knoppen moet op tijd de juiste informatie krijgen van de 2e bedienaar om de juiste beslissingen te nemen. 44

Richt lokaal (op de bedienpost) een bedienplek in, die alleen is gebaseerd op camerabeelden (lokale afstandsbedieningswerkplek). Om te voorkomen dat de bedienaar terugvalt op direct zicht, geldt daarbij de voorwaarde dat er geen zicht is op de brug; bijvoorbeeld door het blinderen van de ramen.

NB: Bij het autorijden worden soms camera’s bij het achteruitrijden gebruikt. Hier wordt een duidelijke koppeling gemaakt tussen taak en modus. Achteruitrijden gaat op basis van camerabeelden, vooruitrijden op basis van direct zicht. Deze taken moeten gescheiden zijn en niet gelijktijdig plaatsvinden. Een rijtaak waarbij de eerste 10 m met direct zicht wordt bekeken en vanaf 10 m met een camerabeeld is niet aan te bevelen. Een eventuele mogelijkheid om direct zicht te combineren met camerabeelden is door deze te koppelen aan taak en tijd. Dat betekent dat binnen een schouw- of monitortaak altijd 1 modus wordt gebruikt. Bijvoorbeeld, het monitoren van de naderende scheepvaart is altijd op basis van camerabeelden, het schouwen en monitoren van wegverkeer op basis van direct zicht. Deze taken mogen niet tegelijk worden uitgevoerd tijdens dezelfde bedienstap. Als bijvoorbeeld tijdens de doorvaart de naderende scheepvaart en het wegverkeer moeten worden gemonitord, dan is dit niet mogelijk. De ruimte die deze mogelijkheid biedt moet nader worden onderzocht. Kortom, het gebruik van direct zicht in combinatie met camerabeelden en/of spiegels, kan zorgen voor een onvolledig of vertekend situatiebeeld, wat kan leiden tot onjuiste beslissingen en onveilige situaties. Dit wordt ondersteund door de aanpak van Rijkswaterstaat.

Op basis van ongevalsanalyses heeft Rijkswaterstaat besloten direct zicht en camerabeelden niet met elkaar te combineren.

45

Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.

Contactgegevens Monitorweg 29 1322 BK ALMERE Postbus 10044 1301 AA ALMERE E. Jos.Rozema@anteagroup.com

www.anteagroup.nl

Copyright © 2019 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12273817/1