CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20200501314 2 Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan

commissie Ontwikkeling 27 oktober 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Ter inzage leggen ontwerpbestemmingsplan Deliterrein - Schoterkwartier26.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Deliterrein - Schoterkwartier fase 2

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

2

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Inhoudsopgave

T oelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18 4.19

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

7 INLEIDING

9

Bestemmingsplan Begrenzing van het plangebied Aanleiding tot het opstellen van het bestemmingsplan Doel van het bestemmingsplan Geldende planologische regelingen Bestemmingsplanprocedure Leeswijzer plantoelichting

ONTWIKKELING

10 10 11 11 11 12 12

13

Bestaande situatie en omgeving Beschrijving ontwikkeling

13 15

BELEIDSKADER

21

Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Beleid van het hoogheemraadschap Gemeentelijk beleid

21 22 26 27

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

37

Bedrijven en milieuzonering Verkeer en parkeren Bodemparagraaf Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Archeologie Cultuurhistorie Duurzaamheid en energie Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen Hoogbouw Windhinder Bezonning Groenparagraaf Natuurwaarden Vliegverkeer Waterparagraaf Ladder voor duurzame verstedelijking MER-beoordeling

37 38 42 43 44 47 48 49 50 56 56 66 69 71 76 79 80 84 85

JURIDISCHE ASPECTEN Inleiding Juridische planopzet Hoofdopzet verbeelding

87 87 87 91

UITVOERBAARHEID Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaving

93 93 93 94

3

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING

97

Bijlage 1

99

Stedenbouwkundig Programma van Eisen 2007 (SPVE)

Bijlage 2 Stedenbouwkundig Programma van Eisen partiële herziening Deliterrein 2018 133 Bijlage 3 Voorlopig ontwerp Schoterkwartier, Arons en Gelauff architecten (9 februari 2022)

169

Bijlage 4

Schetsontwerp Groene scheg, RROG (januari 2022)

231

Bijlage 5

Inrichtingsplan (28 januari 2022)

241

Bijlage 6 Mobiliteitsonderzoek Schoterkwartier Fase 2, Goudappel Coffeng (14 juni 2022)

245

Bijlage 7

Dossier bodemsanering

273

Bijlage 8

Quickscan externe veiligheid, Aviv (20 mei 2020)

997

Bijlage 9 2022)

Onderzoek omgevingsgeluid, Cauberg Huygen (18 mei

Bijlage 10

Archeologisch bureauonderzoek, Argo (19 mei 2020)

1005 1059

Bijlage 11 Stedenbouwkundig programma van eisen Deliterrein partiële herziening (januari 2018) 1083 Bijlage 12

Zichtlijnenstudie, Prevent Adviesgroep (8 juni 2020)

1119

Bijlage 13 2021)

CFD-studie windhinder en windgevaar, Actiflow (2 december

Bijlage 14

Bezonningsstudie, Prevent Adviesgroep (25 mei 2020)

1173

Bijlage 15

Quick scan ecologie, Els & Linde (24 april 2020)

1225

Bijlage 16

Onderzoek stikstofdepositie, SAB (17 maart 2022)

1237

1137

Bijlage 17 Memo Mogelijkheden compensatie waterberging, Nelen & Schuurmans (15 februari 2022)

1259

Bijlage 18

1277

Aanmeldnotitie MER, Van Riezen & Partners (30 maart 2022)

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

1301 Inleidende regels

1303

Begrippen Wijze van meten

1303 1311

Bestemmingsregels

1315

Groen Tuin - 2 Verkeer Wonen Waarde - Archeologie

1315 1317 1319 1321 1323

4

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Algemene regels

1327

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

1327 1329 1331 1333 1335 1337

Overgangs- en slotregels

1339

Overgangsrecht Slotregel

1339 1341

5

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

6

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Toelichting

7

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

8

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Hoofdstuk 1

INLEIDING

Afbeelding 1.1: Ligging van het bestemmingsplangebied

9

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

1.1

Bestemmingsplan Het bestemmingsplan Deliterrein - Schoterkwartier fase 2 bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De regels bevatten juridische regels over het gebruik van de ruimte. Deze regels geven aan of, en zo ja, hoe ruimte bebouwd mag worden en welke functies (bestemmingen) zijn toegestaan. De verbeelding geeft de exacte plaats van de bestemmingen aan, en verwijst naar de regels. De toelichting, tenslotte, is de onderbouwing van regels en verbeelding. Hierin staan het doel van het bestemmingsplan en de toekomstige ontwikkeling van het gebied. De toelichting gaat in op onderwerpen die voor die ontwikkeling van belang zijn, zoals de stedenbouwkundige structuur, de haalbaarheid van het plan en milieuaspecten.

1.2

Begrenzing van het plangebied Het plangebied van bestemmingsplan Deliterrein - Schoterkwartier ligt ten noordoosten van de binnenstad van Haarlem op het Deliterrein en beslaat een oppervlakte van circa 2.350 m2. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Transvaalstraat, aan de westzijde door de kavelgrens, aan de noordzijde door de Bonairestraat en aan de oostzijde door de Spaarndamseweg (zie afbeelding 1.2).

Afbeelding 1.2: Begrenzing plangebied (indicatief)

10

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

1.3

Aanleiding tot het opstellen van het bestemmingsplan De reden om voor het plangebied Deliterrein - Schoterkwartier fase 2 een nieuw bestemmingsplan te maken is de beoogde nieuwbouw van woningen. Op grond van het geldende bestemmingsplan ligt hier een uitwerkingsplicht. Dat betekent, dat er zonder het vaststellen van een uitwerkingsplan een bouwverbod geldt. De nu beoogde ontwikkeling past echter niet binnen de uitwerkingsregels, zodat het nodig is om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Daarnaast valt het westelijke deel van dit bestemmingsplan binnen het plangebied van de beheersverordening Deliterrein/Sonneborn.

1.4

Doel van het bestemmingsplan Hoofddoel van het nieuwe bestemmingsplan Deliterrein - Schoterkwartier fase 2 is het opstellen van een actueel juridisch kader, waarbinnen de ruimtelijke ontwikkeling van het plangebied mogelijk wordt gemaakt. Het juridisch kader is afgestemd op de gestelde kaders van het vastgestelde Stedenbouwkundig Programma van Eisen partiële herziening Deliterrein Juni 2017. De partiële herziening vormt met het SPvE 2007 een toetsingskader om het Deliterrein in Haarlem-Noord te herontwikkelen.

1.5

Geldende planologische regelingen Binnen het plangebied Deliterrein - Schoterkwartier fase 2 gelden de volgende bestemmingsplannen:

nr. Naam van het plan Vastgesteld Onherroepelijk NL.IMRO.0392.BP5080003- Spaarndamseweg e.o. 06-06-2013 0003 NL.IMRO.0392.BV5120001- Beheersverordening 08-03-2016 26-05-2016 va01 Deliterrein/Sonneborn NL.IMRO.0392.BP0120001- Parapluplan 17-05-2018 04-07-2018 va01 parkeernormen Haarlem 2018 NL.IMRO.0392.BP0120003- Reparatieplan B 21-11-2019 va01 Haarlem 2019 Tabel 1: Geldende bestemmingsplannen en beheersverordening op moment van opstellen bestemmingsplan. Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan Deliterrein - Schoterkwartier fase 2 zullen de in tabel 1 genoemde plannen, voor het deel dat ligt binnen het plangebied, hun rechtskracht verliezen. De regels van het parapluplan en het reparatieplan worden in het bestemmingsplan Deliterrein - Schoterkwartier fase 2 overgenomen.

11

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

1.6

Bestemmingsplanprocedure Het bestemmingsplan Deliterrein - Schoterkwartier fase 2 doorloopt de wettelijke procedure. Het conceptontwerpbestemmingsplan wordt op basis van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegestuurd aan de verschillende (semi)overheden en belangenorganisaties. De reacties op basis van het wettelijke vooroverleg kunnen leiden tot aanpassing van het conceptontwerpbestemmingsplan Deliterrein Schoterkwartier fase 2. Vervolgens geeft het college van burgemeester en wethouders het ontwerpbestemmingsplan vrij voor tervisielegging volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Na publicatie wordt het ontwerp gedurende zes weken ter inzage gelegd. In die tijd kunnen door eenieder zowel mondeling als schriftelijk zienswijzen worden ingediend bij de gemeenteraad. De gemeente organiseert in deze periode een informatiebijeenkomst waarin het bestemmingsplan wordt toegelicht. Na verwerking van de zienswijzen en mogelijke ambtelijke aanpassingen besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. Na aanpassing van het bestemmingsplan, met inachtneming van de door de raad aangebrachte wijzigingen, wordt het vastgestelde bestemmingsplan weer zes weken ter inzage gelegd (aanvang beroepstermijn).

Belanghebbenden die een zienswijze bij de gemeenteraad hebben ingediend kunnen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen wijzigingen die de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft aangebracht.

1.7

Leeswijzer plantoelichting Dit hoofdstuk van de toelichting is de inleiding van het bestemmingsplan. Vervolgens gaat Hoofdstuk 2 in op de bestaande situatie en de toekomstige ontwikkelingen in het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleidskader. Hoofdstuk 4 bevat een inventarisatie van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten en de resultaten van de verschillende onderzoeken. Het gaat hierbij om alle zaken die kunnen leiden tot ruimtelijke beperkingen. Het uitvoeren van onderzoeken en het maken van analyses van het plangebied is nodig op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische aspecten en licht de planregels, de verbeelding en de regeling voor bebouwing toe. Hoofdstuk 6 beschrijft de financieel-economische uitvoerbaarheid en licht de uitkomsten van het gevoerde vooroverleg toe. Bij de toelichting hoort ook een aantal bijlagen. Daarmee sluit de toelichting af.

12

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Hoofdstuk 2 2.1

ONTWIKKELING

Bestaande situatie en omgeving

2.1.1 Korte historische schets De verstedelijking van de westelijke oever van het Spaarne is vanaf 1910-1920 ter hand genomen. Hierbij ontstonden de Transvaalbuurt en de Indische Buurt, buurten die worden gekenmerkt door arbeiderswoningen in gesloten bouwblokken van meestal twee bouwlagen met een kap. Aan de Spaarne-oever bevonden zich enkele terreinen met industrie, waarvan de ontwikkeling al voor de verstedelijking was begonnen. Juist aan de Spaarndamseweg ziet men een mengeling ontstaan van eenvoudige woningbouw en vroege industrie waarbij beide elkaar gaandeweg in de weg lijken te zitten. In 1908 kwam er een gasfabriek op het Deliterrein, waar zich het onderhavige plangebied bevindt. Zestien jaar later werd de fabriek gesloten. Op het terrein kwam later een stortplaats, een houthandel en zelfs een Shell verlaaddepot. Ook de nu geplande herontwikkeling van het Deliterrein kende een lange geschiedenis. In 2006 begon de sanering van het terrein en kon er plek komen voor woningen en bedrijfsruimten.

Afbeelding 2.1: oude gasfabriek op het Deliterrein

13

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

2.1.2 Ruimtelijke structuur De Deli-locatie is een fraaie binnenstedelijke locatie. Het centrum van Haarlem is op circa drie kilometer afstand gelegen. De ontsluiting is enorm verbeterd met de nieuwe Schoterbrug. Ook de herprofilering van de Spaarndamseweg heeft de wijk goed gedaan. De omliggende buurt kent enkele bedrijven en hoofdzakelijk eengezinswoningen. Een andere kwaliteit van de Deli locatie is de ligging aan het Spaarne. Dat er in de stedenbouwkundige plannen wordt uitgegaan van merendeel laagbouw eengezinswoningen en hoogbouw aan de zijde van het Spaarne is dus evident. Deze locatie is een goede plek om woningen te realiseren die, samen met de woningen op de Shell-locatie, een nieuw aantrekkelijk woonmilieu vormen voor de Haarlemse woningmarkt. Bebouwing Het plangebied is momenteel onbebouwd en begroeid met gras.

Afbeelding 2.2: huidige situatie plangebied

Wegenstructuur Het plangebied bevindt zich op de hoek van de kruising van de Spaarndamseweg, de Industrieweg en de Transvaalstraat. Ten noorden ligt de Bonairestraat. Er lopen geen wegen door het plangebied heen. Water- en groenstructuur Binnen het plangebied bevindt zich geen open water. Ten oosten van het plangebied loopt het Spaarne. De beoogde woningbouw heeft hierop geen invloed. Het plangebied is in het verleden gesaneerd en bouwrijp gemaakt voor woningbouw. Er is er inmiddels weer gras gegroeid. Er bevinden zich geen bomen of struiken in het plangebied met uitzondering van enkele kleine aan de rand van het gebied. Deze zijn echter niet relevant voor de groenstructuur.

14

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

2.1.3 Functionele structuur Bij het plangebied gaat het om een binnenstedelijke locatie. Het plangebied ligt braak en heeft momenteel dan ook geen functie. De omliggende buurt kent enkele bedrijven en hoofdzakelijk eengezinswoningen, maar ook woningen in gestapelde vorm.

2.2

Beschrijving ontwikkeling

2.2.1 Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) en spelregelkaart In 2000 is voor het Deliterrein (Schoterkwartier) een SPvE door de gemeenteraad vastgesteld. In dit SPvE zijn uitgangspunten opgesteld voor de planontwikkeling met wonen als hoofdfunctie. In augustus 2007 is een aangepast SPvE ‘Deli’ door de gemeenteraad vastgesteld (zie Bijlage 1). De aanleiding voor het aanpassen van het SPvE lag primair bij het actualiseren van het woningbouwprogramma, de bouwhoogten en de parkeernormen. Het SPvE 2007 bestaat uit een visie, wensen en eisen en een op hoofdlijnen uitgewerkt stedenbouwkundig plan. Door de crisis in 2010 bleek dit stedenbouwkundig plan, ontworpen op basis van het SPvE 2007 niet haalbaar. In 2013 is de planvorming met projectontwikkelaar AM als eigenaar van het voormalige Shell-terrein opnieuw opgepakt. Uit de planvorming bleek dat een op punten gewijzigde in het SPvE 2007 weergegeven stedenbouwkundige opzet leidde tot een haalbaar plan. De gemeenteraad heeft in 2017 besloten het SPvE op die punten te herzien (zie Bijlage 2). Spelregelkaart In deze partiële herziening is geen gedetailleerde plankaart opgenomen maar een spelregelkaart als basis voor het uit te werken stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan. De spelregelkaart gaat niet uit van een verkaveling maar van bouwvlakken met een aantal spelregels waarbinnen bouwplanontwikkelingen kunnen plaatsvinden.

Het stedenbouwkundig plan wordt niet helemaal vastgelegd, maar er is flexibiliteit ingebouwd waardoor de eigenaar/ontwikkelaar ruimte heeft om eventueel benodigde aanpassingen te doen. De spelregels hebben betrekking op: a. Het bebouwingspercentage; b. De bebouwingsgrenzen (rooilijnen); c. De maximale bouw-, goot- en nokhoogte; d. De bouwvlakken met functieaanduiding; e. De (openbare) ruimte; f. De gebouwde parkeervoorzieningen; g. De oriëntatie. Hieronder is de Spelregelkaart getoond.

15

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Afbeelding 2.3: spelregelkaart

De spelregelkaart is de basis voor het voorliggende bestemmingsplan. 2.2.2 Nieuwbouw Voor de ontwikkeling van het Deliterrein is voor de beoogde nieuwbouw van woningen voor fase 2, waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft, een voorlopig ontwerp (VO) opgesteld (zie Bijlage 3). Het VO gaat uit van 108 woningen.

16

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Afbeelding 2.4: nieuwe situatie (VO)

Bij de in het VO voorziene woningen gaat het voor het grootste deel om gestapelde woningen, met name langs de Spaarndamseweg. Aan de binnenkant van het terrein, komen ook grondgebonden woningen. Opvallend is de woontoren met 18 bouwlagen en een bouwhoogte van maximaal 58 meter als hoogteaccent in de buurt (zie volgende afbeeldingen).

17

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Afbeelding 2.5: impressies nieuwbouw met hoogteaccent

Op de begane grond voorziet het plan in 107 parkeerplaatsen, waarvan 32 ten behoeve van huurwoningen en de overige voor de koopwoningen. Hier bevindt zich ook een stalling voor 396 fietsen en 5 scooters. Op maaiveld worden daarnaast 19 openbare parkeerplaatsen en 9 parkeerplaatsen bij de grondgebonden woningen gerealiseerd.

Afbeelding 2.6: parkeergarage en fietsberging

18

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Groen Aan de westkant van het bouwblok met hoogbouw wordt een groene scheg met park en speelplaats omarmd voorzien. Binnen de scheg wordt een oppervlakte van 602 m2 toegevoegd aan groen.

Afbeelding 2.7: groenvoorzieningen plangebied

In de groene scheg zullen verschillende soorten bomen gepland worden. In overleg met de gemeente is besproken om hier fruitbomen te planten. Voor de groene scheg is inmiddels ook al een schetsontwerp opgesteld (zie Bijlage 4).

Afbeelding 2.8: schetsontwerp groene scheg

19

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Naast de groene scheg, wordt ook aan de noord- en zuidrand van de parkeervoorziening groen aangelegd. Deze groeninvulling zal bestaan uit lage beplanting in de vorm van groenblijvende struiken. In totaal gaat het om 214 m2. 2.2.3 Programma Het programma bestaat uit 108 woningen. In volgende tabel is een overzicht gegeven van de diverse woningtypes, segmentering en gebruiksoppervlak (GBO). Programma fase 2 Segmentering Appartementen - Elan sociale huur Stadswoningen aan Spaarne dure koop Stadswoningen aan groene scheg dure koop Appartementen dure koop Appartementen dure koop Penthouse dure koop Grondgebonden woningen aan dure koop groene scheg Appartementen - Elan Vrije sector huur

20

Aantal 50 12 17 4 14 1 7

GBO 55 - 65 m2 120 - 160 m2 120 - 140 m2 50 - 60 m2 60 - 140 m2 175 - 190 m2 115 - 120 m2

3

55 - 65 m2

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Hoofdstuk 3

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk worden de beleidskaders belicht voor zover die leidend zijn voor het bestemmingsplan. Eerst wordt kort ingegaan op de relevante (ruimtelijke) beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Omgevingswet die volgens de huidige planning in werking zal treden op 1 januari 2023 bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook een Rijksvisie op de leefomgeving, de NOVI. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Het gaat hierbij om: •

de bouw van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen;

•

meer duurzame energie gebruiken;

•

aanpassen aan klimaatverandering;

•

de ontwikkeling van een circulaire economie;

•

omschakeling naar kringlooplandbouw.

Bij de opgaven wordt altijd rekening gehouden met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn 21 nationale belangen opgenomen. Het gaat hierbij om voornamelijk het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland, het zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, een betrouwbare, betaalbare en veilige CO2-arme energievoorziening, waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid en het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. Samen met de NOVI is ook de Uitvoeringsagenda opgeleverd. De Uitvoeringsagenda beschrijft hoe er concreet uitwerking gegeven gaat worden aan de NOVI als één overheid, samen met de samenleving. Naast de instrumenten van de Omgevingswet worden een aantal nieuwe instrumenten en (nationale) programma's ingezet. Instrumenten zoals de Omgevingsagenda's, NOVI-gebieden en regionale verstedelijkingsstrategieën zorgen voor een doorvertaling van de NOVI naar een regionale aanpak. Voorbeelden van programma's zijn het Programma Energiehoofdstructuur, Programma Gezonde Leefomgeving en Nationaal Programma Landelijk Gebied. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de NOVI.

21

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels aan de inhoud van bestemmingsplannen en vergelijkbare besluiten. Dit besluit is uitgewerkt in de onderliggende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De regels van het Barro moeten ervoor zorgen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening voor 13 door de minister genoemde nationale belangen. Geen van de genoemde nationale belangen hebben betrekking op het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan. 3.1.3 Bestuursakkoord Water Het Bestuursakkoord Water (2011) vervangt het Nationaal Bestuursakkoord Water (2003 en geactualiseerd in 2008) en het Bestuursakkoord Waterketen (2007). In het Bestuursakkoord Water zetten het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven in op versterking van de watersector door te investeren in kennis, innovatie en samenwerking mede ter uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water. Het doel is een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Paragraaf 4.17 beschrijft hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan.

3.1.4 Nationaal Waterplan en Deltaprogramma Het in december 2015 vastgestelde Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021 met een vooruitblik richting 2050. In het plan zijn de afspraken uit het Bestuursakkoord Water en de Deltabeslissingen uit het Deltaprogramma opgenomen. Het NWP2 richt zich op een klimaatbestendige inrichting van het watersysteem met een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het Deltaprogramma anticipeert op ons veranderende klimaat en heeft als doel Nederland te beschermen tegen overstromingen en te zorgen voor voldoende zoetwater. Uit het Deltaprogramma zijn vijf zogenaamde Deltabeslissingen voortgekomen, waaronder de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, dat zich richt op een klimaatbestendige (her)ontwikkeling in bebouwd gebied. Paragraaf 4.17 beschrijft hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 heeft Provinciale Staten de Omgevingsvisie NH2050 'Balans tussen economische groei en leefbaarheid' vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van

22

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. De vraag naar woningen en ruimte voor bedrijven houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd wil de provincie de landschappen in de metropool sparen. De bebouwingsopgave moet dan ook zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden, met een voorkeur voor knooppunten van openbaar vervoer. Verdichting vraagt steeds meer inventiviteit en bestuurskracht. De bebouwde omgeving wordt steeds intensiever gebruikt, de plancapaciteit binnenstedelijk blijkt door een andere kijk op stad en stedelijkheid een stuk groter te zijn dan lang is gedacht. En zowel bij bestaande bouw als nieuwbouw moeten worden ingezet op besparing van energie, een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting en bij nieuwbouw ook op circulair bouwen. Dit alles moet samen gaan met de verdere verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving.

Daarbij onderkent de provincie dat verdichting in de kernen leidt tot toenemende druk op het landschap. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij dient oog te worden gehouden voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden. Ook dient er een vinger aan de pols te worden gehouden voor wat betreft de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de vraag door er voor te zorgen dat regionale afspraken over stedelijke ontwikkelingen bij de vraag blijven aansluiten. Conclusie De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningen geven een nieuwe invulling aan een braakliggend terrein binnen bestaand stedelijk gebied. Door de ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de uitbreiding van de woningvoorraad. Hierdoor wordt Haarlem, ook als onderdeel van de regio, versterkt. Daarnaast maakt het bestemmingsplan de verdichting in binnenstedelijk gebied mogelijk. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling zal de bestaande stedelijke structuur worden versterkt. Op deze wijze wordt de beschikbare binnenstedelijke ruimte zo optimaal mogelijk benut en wordt het landschap gespaard. Dit past binnen de hoofddoelstellingen in het provinciale beleid. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie 2050.

23

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 De provincie heeft op 22 oktober 2020 de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Deze is in 2021 tweemaal op onderdelen herzien. In de Omgevingsverordening NH2020 worden de eerste stappen gezet om de sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 te vertalen in juridische regels. Deze sturingsfilosofie luidt als volgt: We gaan uit van het principe 'Lokaal wat kan, regionaal wat moet', gelet op de diversiteit aan regio's, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. Voor dit bestemmingsplan zijn alleen de regels ten aanzien van een nieuwe stedelijke ontwikkeling relevant. Een ruimtelijk besluit of plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt een ontwikkeling verstaan als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

Omdat het voorliggende bestemmingsplan de transformatie van het voormalige terrein van een gasfabriek, dat momenteel braak ligt en al jaren wacht op een nieuwe bestemming, naar een nieuwe woonbuurt mogelijk maakt, is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die in overeenstemming dient te zijn met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Uit het regionaal woonbeleid en paragraaf 4.18 blijkt dat de ontwikkeling past in het regionaal woonbeleid en voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Aanvullend kan nog worden opgemerkt dat het geldende bestemmingsplan (zie paragraaf 1.5) indirect ook al voorziet in een transformatie naar wonen, namelijk via een uitwerkingsbevoegdheid. Het voornemen om het plangebied te transformeren naar wonen is in planologisch opzicht dus niet nieuw. 3.2.3 Watervisie 2021 Met de Watervisie 2021 zoals vastgesteld op 16 november 2015 geeft de provincie Noord-Holland vervolg aan het Provinciaal Waterplan 2010-2015. De Watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water. De Watervisie is een strategisch beleidsdocument voor de periode 2016-2012 en beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040.

De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie. In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. Paragraaf 4.17 beschrijft hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan. 24

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

3.2.4 Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. Deze is 16 april 2020 vastgesteld door Provinciale Staten. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord 'Duurzaam doorpakken'. De provincie Noord-Holland wil met deze Woonagenda zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Speerpunten zijn: Een woning voor iedereen (bestaande uit adaptief en vraaggestuurd programmeren; productie op peil: aanjagen woningbouwproductie; kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod) en een gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. We maken via 'woonakkoorden' afspraken met regio's en gemeenten daarbinnen over woningbouw, programmering en fasering van woningbouwplannen. Uitgangspunt is de juiste balans tussen vraag en aanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief. We maken maatwerkafspraken om tot voldoende, bij de vraag passende woningen te komen en de nieuwbouwopgave zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, natuur- en landschapsinclusief en circulair te kunnen realiseren.

Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. 3.2.5 Regionaal Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2025 De zeven gemeenten in de regio (Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort) bouwen via het Woonakkoord 2021-2025 “Samen bouwen aan een toekomstbestendige regio” de komende vijf jaar samen met de provincie Noord-Holland aan het behoud van een aantrekkelijke en gevarieerde woonregio, die toekomstbestendig is en waar voor alle doelgroepen plek is in samenwerking met betrokken partijen uitvoering en 20 geformuleerde doelen, waaronder: voldoende woningen zijn in relatie tot de huidige en toekomstige vraag. grote variatie aan aantrekkelijke woonmilieus waarover de regio beschikt en verder versterken. een duurzame regio, verduurzamen van de woningvoorraad en realiseren woningbouw in principe binnenstedelijk, bij OV-knooppunten, klimaat adaptief en zoveel mogelijk circulair. toegankelijk blijven voor alle inkomensgroepen. Behoud van een betaalbare voorraad, uitbreiden op basis van de behoefte, en streeft naar een betere spreiding.

Het goed wonen voor allerlei doelgroepen, waaronder senioren en kwetsbare groepen. Woningbouw, bereikbaarheid en economie dienen, voor zover dit mogelijk is, in samenhang ontwikkelen, zodanig dat ze elkaar versterken. In het Woonakkoord 2021-2025 wordt vastgelegd welke bouwopgave elke 25

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

gemeente tot en met 2030 heeft en welke plancapaciteit daarvoor beschikbaar is. De verwachte groei van de woningbehoefte in de periode 2019-2030 is 13.150 woningen. Voor de periode 2020-2030 dient de voorraad ten minste te worden uitgebreid met 11.650 woningen (Haarlem levert 7.400). Gemiddeld gaat het om minimaal zo'n 1.200 woningen per jaar (netto). Toevoeging zal vooral plaatsvinden door woningbouw en transformatie. 3.2.6 Archeologie De provincie heeft een wettelijke taak op het gebied van archeologie. In het Verdrag van Malta ligt vast dat de provincie vindplaatsen in de bodem moet beschermen. Ten tweede moet, wanneer vindplaatsen verstoord worden, archeologisch onderzoek plaatsvinden. En ten derde, moeten de archeologische vondsten toegankelijk zijn voor het grote publiek. Het archeologische beleid van het provinciaal bestuur van Noord-Holland ligt vast in de Provinciale Cultuurnota. Verder geeft de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie informatie over onder andere archeologische verwachtingen. Paragraaf 4.7 werkt het aspect archeologie verder uit.

3.3

Beleid van het hoogheemraadschap

3.3.1 Waterbeheerplan 5 Het hoogheemraadschap van Rijnland is verantwoordelijk voor het watersysteem in haar beheersgebied dat zich uitstrekt van Gouda tot Spaarndam. Het hele plangebied is daar onderdeel van. Elke zes jaar leggen waterschappen het beleid en de aanpak die noodzakelijk zijn om de watertaken goed te kunnen uitvoeren vast in een waterbeheerplan. De belangrijkste taken van Rijnland zijn: veiligheid tegen overstromingen; voldoende, schoon en gezond oppervlaktewater en het zuiveren van afvalwater. Het WBP5 formuleert de ambities van Rijnland voor bovengenoemde taken in de periode 2016 -2021 en werkt deze uit in doelstellingen en maatregelen. Het WBP5 integreert daarbij de actuele hoofdlijnen voor de aanpak voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) zoals voorgeschreven door de Europese Unie. Om initiatieven van burgers, bedrijven en organisaties die het watersysteem kunnen beïnvloeden te reguleren, gebruikt Rijnland de Keur en bijbehorende uitvoeringsregels. Hierin staat waar werkzaamheden die invloed hebben op het watersysteem aan moeten voldoen.

26

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

3.3.2 Keur van Rijnland Om initiatieven van burgers, bedrijven en organisaties die het watersysteem kunnen beïnvloeden te kunnen reguleren, maakt Rijnland gebruik van de Keur en bijbehorende uitvoeringsregels. Hierin staat waaraan werkzaamheden die invloed hebben op het watersysteem moeten voldoen. In de Keur 2015 gaat Rijnland niet langer uit van een 'nee, tenzij' aanpak maar van een 'ja, mits' en geeft daarmee verantwoordelijkheid en flexibiliteit aan de initiatiefnemers waar dat kan en stelt regels waar dat moet. Deze aanpak zorgt voor minder regeldruk en daarmee voor minder vergunningen en meldingen. Ook voor het plangebied is het hoogheemraadschap van Rijnland de waterbeheerder.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Haarlem 2045 De gemeenteraad van Haarlem heeft op 27 januari 2022 de Omgevingsvisie Haarlem 2045 vastgesteld. Deze visie schetst de koers voor de ontwikkeling van Haarlem en laat zien wat de gevolgen zijn van de keuzes die men maakt in de openbare ruimte. Centraal staat de vraag hoe Haarlem ook in 2045 een aantrekkelijke stad blijft om in te wonen, te werken en te bezoeken? De Omgevingsvisie 2045 is opgesteld in samenspraak met veel Haarlemmers. In 2023 gaat de omgevingswet in. Deze wet verplicht elke gemeente om een omgevingsvisie op te stellen. Haarlem heeft met deze visie voldaan aan deze verplichting. Stad voor iedereen Haarlem moet een stad blijven voor iedereen. Voor mensen met verschillende achtergronden en opleiding, een stad voor jong en oud en een stad waar het goed leven is. Juist die veelzijdigheid is wat Haarlem voor velen zo aantrekkelijk maakt. Strategische keuzes voor de toekomst De omgevingsvisie is een integrale visie voor de gemeente. Opgaven zoals wonen, werken, mobiliteit, klimaatadaptatie, energietransitie en sociaal komen erin samen. In de visie worden zes strategische keuzes gemaakt: mengen en verdichten, buurtgericht ontwikkelen, vergroenen en vernatten, bevorderen gezonde leefomgeving, ruimte voor energietransitie en mobiliteitstransitie.

Deze keuzes zijn belangrijk voor de ontwikkeling van Haarlem zodat de schaarse ruimte optimaal wordt benut en alle opgaven van de stad een plek krijgen. Een goede basis om verder te ontwikkelen De zes strategische keuzes worden niet in heel Haarlem op dezelfde manier uitgevoerd, maar houden rekening met de eigenschappen van de verschillende buurten.

27

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

De volgende stap is om de omgevingsvisie verder uit te werken in programma's die gericht zijn op de uitvoering van de visie. De visie wordt concreet in een aantal projecten. Bijvoorbeeld de ontwikkelzones, waar men woningen en werkgelegenheid realiseert en het tien-minuten-netwerk voor fietsers en wandelaars versterkt. Maar ook de zuidstrook Waarderpolder tot een intensief en toekomstbestendig werkgebied maken en het realiseren van de grote OV-knooppunten in de stad. De in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkelingen passen binnen de kaders van de Omgevingsvisie. 3.4.2 Structuurvisie openbare ruimte De Structuurvisie Openbare ruimte Haarlem 2040: Groen en Bereikbaar (2017) beschrijft het beleid met betrekking tot de openbare ruimte. In de Structuurvisie is een zonering van de stad en een twaalftal hoofdkeuzes beschreven. Deze zijn vertaald naar ruimtelijke ingrepen in de stad in de vorm van sleutelprojecten en themakaarten voor onder meer voetganger, fiets, openbaar vervoer en gemotoriseerd verkeer. De doelen van de structuurvisie zijn een aantrekkelijke stad, een gezonde stad, een metropolitane economie en een bereikbare stad. Om dit te bereiken heeft het Haarlemse gemeentebestuur een aantal duidelijke keuzes gemaakt met betrekking tot verkeer en vervoer.

Zo zal het doorgaande autoverkeer via de Regioring rond de stad worden geleid, terwijl woningen en winkels bereikbaar zullen zijn. De ruimere binnenstad wordt het domein van voetgangers en fietsers, auto's zijn te gast. De levendigheid die zich vooral concentreerde in de binnenstad zal zich uitstrekken over een groter oppervlak. De afstanden in de stad lijken korter te worden doordat voorheen drukke verkeersassen makkelijk over te steken zullen zijn. De omliggende wijken worden beter aangesloten op het centrum. Het terugbrengen van oude watergangen, om klimaatveranderingen op te vangen, maken de stad ook aantrekkelijker voor recreatie op en rond het water. Recreatieve routes brengen het buitengebied binnen handbereik. Een fietsring verknoopt (regionale) fietsroutes en biedt een alternatief voor routes door de drukke binnenstad. De aanleg van ruimere fietspaden en meer stallingsmogelijkheden bij winkelgebieden en ov-knooppunten en andere plekken waar veel mensen samenkomen zal mensen ertoe aanzetten vaker de fiets te pakken. Haarlem zal samen met de regio en de provincie de openbaar vervoerverbindingen verbeteren. De HOV-knooppunten bieden de mogelijkheid over te stappen op andere vervoersvormen. Haarlemmers en bezoekers zullen met de trein, tram of bus snel en comfortabel op bestemmingen in en buiten de stad zijn. De gemaakte keuzes zijn vertaald in een visiekaart.

28

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Afbeelding 3.3: uitsnede visiekaart Structuurvisie Openbare ruimte Haarlem 2040

Het onderhavige plangebied bevindt zich in het stedelijke gebied. Buiten het centraal stedelijk gebied en tegen het buitengebied aan liggen de jongste wijken, zowel voor- als naoorlogs. In de vooroorlogse wijken is er meer openbare ruimte dan direct rond het centrum. De wijken beschikken over voldoende groen en parken. Op straat blijft het zoeken naar de juiste balans tussen de verschillende functies. In de naoorlogse wijken is er niet veel menging van wonen en werken. Dit is zichtbaar in de gescheiden woon-, werk- en winkelgebieden. Op straat is er meer ruimte voor groen, bomen, spelen en parkeren dan in het centraal stedelijk gebied. De ligging van deze wijken aan de rand van de stad biedt de mogelijkheid om snel in het buitengebied en de regio te komen. Ontwikkelrichting: De buitenwijken van de stad kennen over het algemeen minder problemen in de openbare ruimte. Er is voldoende ruimte voor verblijven op straat, spelen, de voetganger en bomen. De inrichting van de openbare ruimte nodigt uit om voor verplaatsingen in de wijk steeds meer de fiets te pakken. Aantrekkelijke routes door de wijken brengen ook het buitengebied binnen handbereik van fietsers en voetgangers. De ruimere opzet van de openbare ruimte biedt kansen voor uitbreiding van het waternetwerk en voor de berging van hemelwater. De maatgevende snelheid is 30 km/u zodat een 29

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

combinatie van fietsers en gemotoriseerd verkeer mogelijk is. De Transvaalstraat is aangewezen als een recreatieve route en de Spaarndamsewg maakt onderdeel uit van het fietsnetwerk. 3.4.3 Ruimtelijke kwaliteit In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit wordt een integrale stadsbrede visie gegeven op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. Met de visie wil Haarlem kernachtig uitdragen waar haar kracht en haar ambitie ligt. De relatie tussen duurzaamheid, in de zin van toekomstbestendigheid en de kwaliteit van de leefomgeving, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk thema van de visie. Er zijn tien gouden regels geformuleerd die een prioriteit voor ruimtelijke ontwikkeling in Haarlem uitspreken. Het plangebied van het bestemmingsplan behoort tot onderdeel van de geconsolideerde stad. Dit deel omvat de gebieden in Haarlem waar, net als in de beschermde stad, niet zo snel iets zal veranderen aan de stedelijke structuur. Het gebied is te lezen als een aantal hoofdstructuren met daarachter een schakering van woonbuurten uit verschillende tijdsperiodes met elk hun eigen karakteristiek. Het is het domein van de eengezinswoning en een staalkaart van de ontwikkeling van de woningbouw in Nederland tot 1965. De woonbuurten worden door hun stedenbouwkundige opzet en architectuur beleefd en gewaardeerd als eigen, herkenbare woonomgeving.

In de geconsolideerde stad gaat het wat betreft ruimtelijke kwaliteit letterlijk om de hoofdlijnen: de hoofdstructuren die de woonbuurten begrenzen (Rijksstraatweg, Schoterweg, Jan Gijzenkade, Orionweg, Zaanenlaan, Zijlweg-Rollandslaan, Westergracht, Pijlslaan, Zomerkade-Hofdijkstraat). Daar moet de ruimtelijke kwaliteit in orde zijn. In de woonvelden die achter deze hoofdstructuren liggen is het van belang het onderscheidende karakter van elke woonbuurt te behouden, maar daarbinnen een grote vrijheid te geven aan individuele invulling. Kenmerkend is het ontbreken van een contrast tussen dichtbebouwde plekken en grote onbebouwde pleinen of parken, zo typisch in de beschermde stad. De bescheiden pleinen zijn eerder uitsparingen in de stad dan formele ruimtes. In de Beoordelingskaders Ruimtelijke Kwaliteit geldt voor dit gebied een ‘consolidatieregie’, gericht op het behoud van het onderscheidende karakter van de buurten en - daarbinnen - vrijheid voor individuele invullingen. Plannen en ontwikkelingen moeten zich voegen naar de stedenbouwkundige context: naar het stratenpatroon, het bouwbloktype en de bestaande massa- en gevelopbouw. Er is vrijheid mogelijk in architectonische expressie en materialisering op pandniveau.

3.4.4 Woonvisie 2021-2025 Samen doorbouwen aan een duurzaam (t)huis De doelstelling van de Woonvisie 2021-2025 is op hoofdlijnen: meer, betaalbaarder en energiezuiniger woningaanbod in de Haarlemse wijken te realiseren voor verschillende woningzoekenden samen met betrokken partners zodat de wijken vitaal en veerkrachtig blijven. Uitgesplitst naar de hoofdthema's betekent dit het volgende:

30

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Beschikbaarheid: Het tekort aan woningen is groot. Haarlemmers met lage en middeninkomens vinden steeds moeilijker betaalbare woonruimte. Samen met partners, willen we meer, betaalbaarder en energiezuiniger aanbod van woningen realiseren. Betaalbaar wonen: Naast voldoende aanbod van betaalbare woningen, willen we dat de woonlasten voor huurders en kopers in balans zijn met hun inkomen. Bijzondere doelgroepen: Haarlem wil graag een toegankelijke, diverse en inclusieve stad zijn die een thuis biedt aan een breed scala van doelgroepen. Duurzaam en toekomstbestendig: Voor de bestaande bouw hebben we de uitdaging in te zetten op energietransitie en klimaat adaptief. Vitale en veerkrachtige wijken: De woningbouwopgave in Haarlem zal uitsluitend worden gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied. We willen een ongedeelde stad zijn, een stad die een thuis biedt aan alle Haarlemmers met vitale en veerkrachtige wijken. Waar achterstanden in wijken zichtbaar zijn, willen we zorgen voor verbetering. Samenwerking: De opgaven waar we voor staan, kunnen we alleen met onze partners tot stand brengen. In 2030 is het woningaanbod van Haarlem gegroeid en sluit het aanbod beter aan op de vraag, met behoud van de ruimtelijke kwaliteit van de stad.

We brengen de Haarlemse woningmarkt meer in balans door: • woningen toe te voegen, voornamelijk door nieuwbouw, maar ook door functieverandering, woningsplitsing en optoppen. • meer passende en betaalbare woningen te hebben voor lage en middeninkomens • de bestaande voorraad beter te benutten. Om aan een groot deel van de huidige en toekomstige vraag te kunnen voldoen, worden in de periode 2020 tot 2030 8.000 tot 10.000 woningen toegevoegd, waarvan 3.200 tot 4.000 sociale huurwoningen. Een gedifferentieerd nieuwbouwprogramma zorgt los van elkaar toevoeging van aanbod en via doorstroming voor dat zowel starters als alleenstaanden, ouderen en gezinnen naar wens wonen in Haarlem. We benutten de bestaande voorraad optimaal en toewijzings- en voorrangsregels zorgen voor een evenwichtige verdeling van de sociale huurwoningen. De gemeente stuurt daarbij op een evenwichtige groei met behoud van de stedelijke kwaliteit en de juiste balans tussen wonen, werken, voorzieningen, groen en mobiliteit. De bouw en realisatie van woningen in Haarlem trekt aan. Het is de wens dat voor de periode 2016 tot en met 2025 de woningbouw verdeeld is in 40% sociale huur, 40% middensegment huur en koop en 20% overige woningen. In de nota 'Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment' staat welke uitgangspunten en voorwaarden de gemeente hanteert voor (nieuwbouw)ontwikkelingen vanaf 30 woningen.

Vanaf de vaststelling van de nota kaders in 2019 gelden de spelregels voor alle nieuwe (woningbouw)projecten.

31

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Stadsdeel Noord Haarlem In de woonvisie is voor stadsdeel Noord, waartoe het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan behoort, is voor de komende jaren het volgende aangegeven wat relevant is voor dit bestemmingsplan: We stellen ons ten doel dat er eind 2025 circa 420 woningen extra zijn in de ontwikkelzones Orionweg/Planetenlaan en Spaarndamseweg. Voor de periode 2025-2030 is dit aantal circa 1.000 (bron: plancapaciteit gemeente Haarlem). We zetten project Lelie voort. Dit project richt zich op een duurzame aanpak van ondermijnende criminaliteit rondom het gebied aan de Schoterweg: Frans Halsbuurt en Transvaalbuurt. We stellen ook een gebiedsvisie op voor Transvaalbuurt. Met de Haarlemse corporaties wordt verkend of en wat voor rol zij kunnen spelen bij de aanpak van de problematiek in het gebied van Project Lelie. We behouden wijksteunpunt !Woon als dit nodig is. We monitoren het aantal woningomzettingen en -splitsingen. Er zijn relatief veel eengezinswoningen in Noord, we streven ernaar om ook andersoortige woningen toe te voegen. We onderzoeken hoe we dit kunnen doen. We blijven handhaven op technische kwaliteit van woningen in vooral Transvaalbuurt en Indische buurt. We hebben aandacht voor het spanningsveld in winkelstraten waar geen woningen mogen komen op de begane grond terwijl steeds meer winkels leeg staan, zoals in de Cronjéstraat.

Het rapport Groeipotentie (gemeente Haarlem 2019) laat zien dat in dit stadsdeel in de ontwikkelzones kansen liggen voor jonge stellen (24%), (beneden)modale 60+'ers (18,3%), jonge alleenstaanden (16,9%), jonge gezinnen (14,8%), (beneden)modale 50- tot 65-jarigen (medioren) (13,4%), welvarende empty nesters (12,6%) 3.4.5 Verordening Doelgroepen woningbouw Haarlem 2019 De gemeenteraad heeft in december 2018 de nota Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment vastgesteld. Een onderdeel van de uitwerking betreft de vaststelling van de verordening doelgroepen woningbouw zodat in bestemmings- (en omgevings)plannen en omgevingsvergunningen met uitgebreide Wabo-procedure de categorieën sociale huur, middenhuur en sociale koop opgenomen kunnen worden. Hiermee wordt van de beoogde huuren koopwoningen de prijsklasse, de exploitatieduur, en de beoogde doelgroep vastgelegd. De Verordening is op 27 maart 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. De verordening zorgt ervoor dat nieuwe sociale huurwoningen die niet door corporaties worden verhuurd voor 25 jaar in de sociale huur blijven. De verordening draagt ook er aan bij dat nieuwe middeldure huurwoningen (€ 720,42 tot de € 1007,- (pp 2019) voor een periode van 15 jaar in de categorie middeldure huur verhuurd blijven.

Verder wordt ervoor gezorgd, dat sociale koopwoningen (<€ 200.000) een instandhoudingstermijn van 5 jaar krijgen en de doelgroep kan worden benoemd.

32

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

3.4.6 Mobiliteitsbeleid De Haarlemse gemeenteraad heeft op 23 september 2021 nieuw Mobiliteitsbeleid vastgesteld. Hiermee wil Haarlem een aantrekkelijke, gezonde en goed bereikbare stad blijven, terwijl de stad groeit. Het bereikbaar houden van de groeiende stad is een grote uitdaging. Oude oplossingen als het verbreden of toevoegen van wegen en parkeerplaatsen zijn niet meer voldoende. Het vraagt om een verandering waarbij voorrang wordt gegeven aan schone manieren van vervoer, die zo min mogelijk ruimte innemen: de mobiliteitstransitie. Met dit Mobiliteitsbeleid maakt Haarlem de keuze hoe vorm te geven aan deze transitie. Met de vaststelling van dit beleid gaat Haarlem de bereikbaarheid anders aanpakken. Dit betekent: De fiets en de voetganger krijgen prioriteit. Een snelheid van 30km uur wordt de norm en bij alle nieuwe wegontwerpen wordt voortaan eerst gekeken naar de ruimte voor de fietser en de voetganger. Het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) wordt evenwichtiger over de stad verdeeld en het autoverkeer wordt zoveel mogelijk gebundeld op de hoofdroutes. Een uitrol voor gereguleerd parkeren wordt opgesteld. Het streven is dat in 2030 het merendeel van de korte afstanden binnen Haarlem per fiets of te voet afgelegd worden en dat meer dan de helft van de verplaatsingen vanuit of naar Haarlem met het openbaar vervoer (OV) of de fiets plaatsvinden.

3.4.7 Parkeerbeleid Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat de bestaande behoefte aan parkeerplaatsen verandert, of dat de ruimte die nodig is om goederen te laden of lossen wijzigt. Aan een gewijzigde parkeerbehoefte als gevolg van nieuwe ontwikkelingen dient in beginsel op eigen terrein te worden voldaan. Dit draagt bij aan een goede ruimtelijke ordening en voorkomt verkeers- en parkeeroverlast als gevolg van een tekort aan parkeerplaatsen in een bepaald gebied. Op 6 juni 2013 stelde de gemeenteraad van Haarlem de 'Parkeervisie' vast waarmee de gemeente inzet op een goede bereikbaarheid van Haarlem en voldoende parkeervoorzieningen. Hierbij wordt ingezet op het leveren van maatwerk en het realiseren van de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte. Om te kunnen bepalen welke extra parkeerbehoefte een nieuwe ontwikkeling veroorzaakt, wordt gebruik gemaakt van parkeernormen. De functie en de locatie bepalen de parkeernormen en liggen vast in de 'Beleidsregels parkeernormen Haarlem 2015'. Uitgangspunt daarbij is dat er voldoende parkeerplaatsen en ruimte voor het laden en/of lossen van goederen op het eigen terrein worden gerealiseerd. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om af te wijken van de parkeernormen. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de 'Beleidsregels parkeernormen Haarlem 2015'. Een gewijzigde parkeerbehoefte kan zowel

33

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

gaan over het toevoegen van bouwactiviteiten als over het wijzigen van een functie. Het parkeerbeleid is alleen van toepassing op nieuwe ontwikkelingen. Al bestaande situaties zijn hiervan uitgezonderd. Naast het parkeren van auto's verdient het parkeren van fietsen speciale aandacht. In de Structuurvisie Openbare ruimte is daar invulling aangegeven. Steeds meer fietsers betekent dat er ook meer ruimte moet komen voor het parkeren van fietsen. Niet alleen daar waar mensen wonen, maar ook op de plaats van bestemming. Met name in de binnenstad, bij HOV-haltes en in de buurt van winkels. Voor de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte is het belangrijk dat fietsparkeren goed wordt geregeld. Bij grote vraag naar fietsparkeren gaat de voorkeur uit dit niet op straat op te lossen. Nieuwe woningbouwprojecten beschikken over voldoende fietsparkeerruimte op eigen terrein. Paragraaf 4.2 toont aan dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de 'Beleidsregels parkeernormen Haarlem 2015' die onderdeel uitmaken van het Parapluplan Parkeernormen Haarlem. Op 21 en 27 februari 2019 zijn de 1e respectievelijk 2e Wijziging van de Beleidsregels parkeernormen Haarlem vastgesteld. De 1e wijziging had betrekking op het toevoegen van de categorie ‘sociale huurwoning’ aan de beleidsregels.

De parkeernorm voor sociale huurwoning wordt vastgezet op 0,9 parkeerplaats per woning in het centrum, de schil en rest bebouwde kom. In de 2e wijziging zijn voor woningen de volgende normen aangepast: 1. Centrum gebied, midden: van 1,2 naar 0,9; 2. Centrum gebied, goedkoop: van 1,2 naar 0,6; 3. Centrum gebied, sociale huur: van 0,9 naar 0,6; 4. Schil/overloop, midden: van 1,4 naar 1,3; 5. Schil/overloop, goedkoop: van 1,2 naar 1,0; 6. Rest bebouwde kom, midden: van 1,6 naar 1,5; 7. Rest bebouwde kom, goedkoop: van 1,3 naar 0,8; 8. Rest bebouwde kom, sociale huur: van 0,9 naar 0,8. 3.4.8 Waterbeleid Integraal Waterplan Haarlem De gemeente Haarlem en het hoogheemraadschap van Rijnland hebben eind 2004 het Integraal Waterplan (IWP) Haarlem vastgesteld. Dit plan is in 2014 geactualiseerd. Centrale doelstelling van het IWP is het ontwikkelen en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond watersysteem. Het plan functioneert als strategisch kader voor gerelateerde beleidsvelden zoals het grondwater-, afvalwater-, en baggerbeleid. Om ervoor te zorgen dat het Haarlemse waternetwerk bestand is tegen klimaatsverandering (hoger zeeniveau, toename van de hoeveelheid en intensiteit van de neerslag), inklinking van de bodem, en verstedelijking (toename verhard oppervlak) is ruimte voor oppervlaktewater nodig.

Ruimte voor extra oppervlaktewater kan worden gevonden door het verbreden van bestaande watergangen, het graven van nieuwe watergangen en het weer

34

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

open leggen van gedempte grachten. Doelstelling voor het oppervlaktewater is het creëren van een veilig watersysteem met voldoende afwaterend en bergend vermogen, een adequate doorstroming en maximale benutting van gebiedseigen water. Uit het IWP blijkt dat zich binnen en nabij het plangebied geen watergangen bevinden die verbeterd moeten worden. Tot in ieder geval 2050 zijn er ook geen nieuw aan te leggen watergangen in of nabij het gebied gepland. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Het Verbreed Gemeentelijk Riolerings Programma (VGRP) is een beleidsmatig en strategisch plan waarin het verbreed rioleringsbeheer (inclusief grondwaterbeheer) en de visie op riolering (en grondwater) voor de langere termijn worden beschreven. Met het VGRP beschikt de gemeente over een instrument om systematisch inzicht te krijgen in de te beheren en onderhouden rioleringsobjecten en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de wettelijke (milieu)eisen. Door het opstellen van het VGRP wordt het verbreed rioleringsbeleid inzichtelijk en toetsbaar. De nadruk in het VGRP 2014-2017 ligt op onderzoek. Hierdoor kunnen in het opvolgende VGRP (2018 en verder) onderbouwde keuzes gemaakt worden voor de noodzakelijke investeringen, om zo te kunnen blijven voldoen aan de gemeentelijke zorgplicht.

3.4.9 Ecologische beleidsplan Het ecologisch beleidsplan uit 2013 heeft als doel het kwalitatief verbeteren en verhogen van de ecologische waarden en de richtlijnen uit het beleid verankeren in planprocessen en beheer- en onderhoudsprogramma's. Duurzaamheid, biodiversiteit en participatie zijn onderwerpen die een belangrijke rol spelen bij de invulling en uitvoering hiervan. Het ecologisch beleid bevat een afwegingskader bij projecten en andere ingrepen dat weergeeft waar men op moet letten bij projecten. Hierdoor is er minder kans op vertraging. Ook wordt ingezet op het verbeteren van beheer en inrichting van de locaties met ecologische potentie. Dit kan alleen als beheer en inrichting zoveel mogelijk gebaseerd zijn op ecologische principes. Binnen Haarlem zijn verschillende gebieden aangegeven als ecologische hotspots of als ecologische potentiegebieden. Deze laatste zijn waardevolle groene gebieden die zich door de juiste inrichting en beheer tot hotspots kunnen ontwikkelen. Geen van deze gebieden bevinden zich in het plangebied. Daarnaast omvat het beleidsplan ook het ecologisch actieplan van de gemeente Haarlem met daarin de ambities voor de periode van 2013-2022 voor onder andere het afkoppelen van regenwater en het toepassen van gevelgroen.

Bij de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die binnen het plangebied mogelijk wordt gemaakt, wordt het ecologisch beleidsplan Haarlem betrokken. In het plan staan maatregelen genoemd zoals het inbouwen van faunavoorzieningen (onder meer voorzieningen voor gierzwaluwen, vleermuizen, huismussen en wilde bijen) bij nieuwbouw en renovatie, het verbinden van groenelementen en het ecologisch beheer en onderhoud van de openbare ruimte. 35

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving zijn, gelet op ecologische kaart van de Structuurvisie Openbare ruimte (2017), geen ecologisch waardevolle elementen aanwezig. 3.4.10 Beleidsnota archeologie en Archeologische beleidskaaart Haarlem Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor het behoud van het eigen bodemarchief. Het rijke bodemarchief van Haarlem maakt het niet alleen noodzakelijk, maar ook zeer wenselijk om een gemeentelijk archeologiebeleid te voeren. Het gemeentelijke beleid voor de archeologische monumentenzorg richt zich er in de eerste plaats op waardevolle archeologische vindplaatsen te behouden in de bodem (in situ). De uitgangspunten voor gemeentelijke beslissingen in Haarlem liggen vast in een beleidsnota archeologie. De archeologische verwachtingen die voor het Haarlemse grondgebied gelden zijn vertaald naar de Archeologische Beleidskaart Haarlem (ABH). De kaart geeft aan in welke gebieden bodemverstorende activiteiten van een bepaalde omvang vergunningplichtig zijn. Dit is aangegeven in de vorm van verschillende categorieën. Voor elk van deze categorieën heeft de gemeente bepaald vanaf welke planomvang rekening gehouden moet worden met het (laten) opstellen van een waardestellend archeologisch rapport, het zogenaamde regime.

De regimes gelden voor bodemroerende activiteiten die plaats zullen vinden in het kader van plannen waarvoor in elk geval één van de volgende vergunningen vereist is: een reguliere omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen; een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk binnen beschermd stadsgezicht. Het bestemmingsplangebied is niet aangewezen als een gebied met verwachte archeologische waarden.

36

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (ontwerp)

Hoofdstuk 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Dit hoofdstuk bevat een inventarisatie van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten en de resultaten van de verschillende milieuonderzoeken. Daarbij komen aspecten aan de orde zoals geluid, lucht- en bodemkwaliteit, natuurwaarden en externe veiligheid. Het gaat hier om zaken die kunnen leiden tot ruimtelijke beperkingen in het plangebied. In bijlagen 2 t/m 12 zijn de uitgevoerde onderzoeken voor bodem, externe veiligheid, geluid, ecologie, verkeer en parkeren opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11979057/1