2019570273 3. Bijlage 2 Analyse behoeften en vraag zwemwater (nulmeting)
Tekst van het document
BIJLAGE 2 Analyse behoeften en vraag naar zwemwater In de behoeften- en vraag analyse voor ontwikkeling van nieuw zwemaccommodatiebeleid is er onderscheid gemaakt naar modellen met twee zwemaccommodaties (model 1, 2 en 4) en model 3 gericht op nieuwbouw van één zwemaccommodatie ter vervanging van huidige Boerhaavebad en De Planeet.
1.
Renovatie/uitbreiding of nieuwbouw van twee zwemaccommodaties (modellen 1, 2 en 4)
1.1
Vraag naar zwemwater
1.1.1 Kwaliteit zwemwater en voorzieningen De bestaande twee overdekte Haarlemse zwemaccommodaties zijn functioneel gedateerd en de grenzen van de technische levensduur zijn in zicht. Op zich niet verwonderlijk voor accommodaties uit de zeventiger (De Planeet) en begin negentiger (Boerhaavebad) jaren. Omdat er reeds een aantal jaren alleen onderhoud uitgevoerd is als de veiligheid en/of de continuïteit van bedrijfsvoering dat vraagt, maken beide accommodaties een enigszins verwaarloosde indruk. Het vervangen van bijvoorbeeld afdekroosters, startblokken, tegelwerk, toiletten heeft geen prioriteit omdat de veiligheid hiermee niet of gering in gevaar komt. Hoewel deze omgeving geen uitnodigende sfeer creëert, zijn het vooral andere kwalitatieve factoren die het gebruik van de accommodatie beperken. Dit betreft bepalende primaire factoren zoals afmetingen van de bassins, diepte van de bassins, temperatuur van het water en het klimaat in de zwemzalen (luchttemperatuur/ventilatie). De belangrijkste verklaringen hiervoor zijn uiteraard de voortschrijdende zwembadtechniek in de afgelopen 40/50 jaar en de drastische veranderingen van de gebruikerseisen en -wensen in de loop van de tijd.
Omdat de flexibiliteit van een zwembadgebouw te gering is om zich aan veranderde wensen en eisen aan te kunnen passen heeft dat ertoe geleid dat de bestaande zwemaccommodaties - vanuit de gebruikers gezien - op een breed gebied tekortschiet. Sport Op grond van de onderstaande tekortkomingen is de conclusie gerechtvaardigd dat de Haarlemse zwemaccommodaties niet meer voldoen aan de huidige kwaliteitseisen voor de zwemsport in brede zin. In De Planeet kunnen geen zwemwedstrijden meer georganiseerd worden in het kader van de landelijks zwemcompetitie. Het ene bassin is daarvoor te smal (5 in plaats van 6 banen) en het andere bassin heeft geen toeschouwersfaciliteiten. Het Boerhaavebad voldoet nog net aan de minimale competitie-eisen qua zwemmen. Geen van de zwemaccommodaties is geschikt voor nationale zwemwedstrijden op een hoger niveau dan de reguliere zwemcompetitie; zoals regionale of nationale kampioenschappen. In De Planeet en het Boerhaavebad vinden met dispensatie van de KNZB (die jaarlijks aangevraagd dient te worden) wedstrijden van de reguliere nationale waterpolocompetitie plaats. De drie wedstrijdbassins van beide accommodaties voldoen zowel qua breedte als lengte niet aan de voorgeschreven eisen van de zwembond. De verwachting is dat de dispensatiemogelijkheid voor de hoogste nationale afdeling gaat verdwijnen.
Omdat meerdere activiteiten - die elk andere eisen aan de watertemperatuur stellen - in één bassin dienen plaats te vinden, trainen wedstrijdsporters – met name in De Planeet - geregeld in water met een te hoge watertemperatuur (29 graden Celsius). Dit is in strijd met de KNZB
1
voorschriften en leidt bij zwemmers dan ook tot (gezondheids)klachten zoals oververhitting en benauwdheid tijdens trainingen en wedstrijden. In combinatie met de matige ventilatie is het zwemklimaat daarmee ongeschikt voor zwemmers met astmaklachten om een grote inspanning te leveren. De beide zwemaccommodaties zijn niet of nauwelijks geschikt voor nieuwere vormen van de zwem- en duiksport zoals synchroonzwemmen en onderwaterhockey. De combinatie van een hoge watertemperatuur en matige ventilatie leidt ertoe dat het klimaat voor het publiek in De Planeet bij evenementen en wedstrijden onaangenaam is.
Zweminstructie In de afgelopen veertig jaar is de leeftijd voor het starten met zwemles gedaald van 7 naar 4 jaar. Naarmate de leeftijd daalde, steeg de behoefte aan warmer zwemwater bij de zweminstructie. Door het ontbreken van separate instructiebassins in de beide overdekte zwembaden met warmer water heeft dat geleid tot (ongewenste) hogere watertemperaturen in met name één van de twee wedstrijdbassins van De Planeet. Doelgroepen Zowel De Planeet als het Boerhaavebad kunnen niet aan de uiteenlopende vraag voldoen van groepen zwemmers die behoefte hebben aan warmer water van verschillende diepten. Hiervoor ontbreken bassins in separate ruimten die met specifieke voorzieningen voor diverse doelgroepen uitgerust zijn (makkelijke toegang tot het bassin, flexibele bodeminstelling, mogelijkheden voor hogere watertemperatuur en extra perronruimte). Recreatie Het aanbod van het Boerhaavebad op het gebied van de (passieve) zwemrecreatie is zwaar verouderd. Los van de enigszins verwaarloosde indruk die de recreatiezwemzaal maakt vanwege het beperkte onderhoud, voldoen de voorzieningen niet meer aan de standaard die tegenwoordig op zwemrecreatiegebied geldt. De verblijfsruimte op de perrons is zeer beperkt, er ontbreekt een specifieke voorziening voor peuter en kleuters, de horecafaciliteit is uitermate sober en niet uitnodigend.
Parkeren In de loop van de tijd is de parkeerruimte rondom het Boerhaavebad vanwege de komst van onderwijsvoorzieningen en woningbouw sterk gekrompen en op dit moment ligt de beschikbare parkeerruimte voor het zwembad onder de daarvoor geldende landelijke CROW-norm1. De beperkte parkeermogelijkheid heeft negatieve gevolgen voor de aantrekkingskracht van de accommodatie. 1.1.2. Kwantiteit zwemwater Op basis van de bestaande gebruiksroosters van de Haarlemse zwembaden, aangeleverde informatie door de exploitant SRO en de Haarlemse zwemverenigingen en het recente onderzoek van Mulier/TREEM zijn de volgende (belangrijkste) constateringen relevant aangaande de behoefte aan zwemwater (zwemuren): De gebruiksroosters van beide zwemaccommodaties laten nauwelijks tot geen ruimte voor extra activiteiten. In De Planeet kent het rooster van één bassin op slechts twee momenten (ochtend/begin van de middag) in de week enige ruimte voor (nieuwe) activiteiten. Op dit moment (2017) is er een tekort aan beschikbare uren zwemwater op “prime time” (17.00 21.00 uur) voor de volgende gebruikersgroepen: zweminstructie, sport en actieve zwemrecreatie (banenzwemmen). Vanuit de Haarlemse zwemverenigingen ligt er een concrete extra behoefte van 10 extra uren zwemwater voor sport en instructie-activiteiten. Exploitant SRO meldt daarnaast
1
Haarlem hanteert een lagere norm aangepast voor verstedelijkte gebieden.
2
regelmatig verzoeken vanuit de “particuliere markt” (o.a. zwemscholen) voor extra zwemwater (zweminstructie en banenzwemmen) niet te kunnen honoreren. Beide zwemaccommodaties bieden onvoldoende zwemwater dat voldoet aan de eisen die wedstrijd-sportactiviteiten daar aan stellen. Door de druk op het zwemwater trainen wedstrijdsporters regelmatig op momenten die niet acceptabel zijn voor jongere sporters (in de avond na 21.00 uur) en in omstandigheden die optimale inspanningen niet toestaan (te warm water in combinatie met te weinig ventilatiemogelijkheden). Als deze momenten van “ongewenste trainingsuren” meegeteld worden in de behoefte aan extra zwemuren ligt de bestaande extra behoefte aan zwemwater vanuit de zwemverenigingen op ongeveer 20 uur per week. Bij gelijkblijvende zwemdeelname in Nederland tussen 2014 en 2028 zal het aantal zwembadbezoekers in Haarlem - vanwege de groei van de bevolking - toenemen. Mulier/TREEM gaat hierbij van uit dat de zwemdeelname in Haarlem overeenkomt met de zwemdeelname in Nederland; 14% van de bevolking neemt tenminste 1x per jaar deel aan een sportactiviteit, banenzwemmen of doelgroepzwemmen in een zwembad. Tussen 2011 en 2014 is de zwemdeelname in Nederland gedaald van 16 naar 14% (Mulier/TREEM, pag. 14). Of deze daling ook in Haarlem plaats gevonden heeft, kan niet vastgesteld worden.
Exploitatiecijfers geven daarover geen uitsluitsel omdat deze data - met name voor de verenigingen - pas sinds kort nauwkeuriger geregistreerd worden.
1.1.3. Zwemanimo Haarlem Het te ontwikkelen functionele programma van eisen voor een nieuw zwemaccommodatiebeleid dient te voldoen aan de huidige kwantitatieve (urenzwemwater) en kwalitatieve vraag en daarnaast aan de toekomstige extra vraag naar zwemwater op basis van de bevolkingsgroei. Vanuit de kwalitatieve behoefte laten zich de kaders van een functioneel programma eenvoudig vaststellen. Met de eisen vanuit de zwemsport en onderwijs/zweminstructie en de bekende wensen van de actieve en passieve zwemrecreanten worden de kwalitatieve aspecten van een functioneel programma bepaald. Anders ligt dit met de kwantitatieve aspecten zoals de hoeveelheid instructiewater, recreatiewater en sportwater. Dit hangt voor een belangrijk deel af van het te verwachten aantal bezoeken en de daarvan af te leiden gebruiksuren. De bestaande belangstelling voor de Haarlemse zwembaden en de gemeten huidige extra belangstelling vormen een belangrijke kwantitatieve basis voor het functionele programma. Daarnaast is er extra belangstelling te verwachten alleen al op basis van de kwaliteitsimpuls en de Haarlemse bevolkingsgroei. Tabel 1 (absolute stijging inwonersaantallen gemeente Haarlem volgens CBS bevolkingsprognoses)
Jaar 2004 2016 2020 2028 2040
Aantal inwoners 147.343 158.123 163.861 170.742 190.000
Aantal 0-4 jaar 9.513 9.713 9.818
Aantal 5-9 jaar
Aantal 60-80 jaar
9.091 9.499 9.494
28.397 30.640 34.091
Haarlem heeft al een lange periode achter de rug van stabiele groei en de verwachting is dat deze groei zich de komende 25 jaar zal doorzetten. De meest recente Haarlemse bevolkingsprognose tot 2028 gaat uit van 170.742 inwoners en het CBS voorspelt voor Haarlem een bevolkingsomvang in 2040 tussen de 177.000 en 204.000. Omdat deze prognose sterk afhankelijk zal zijn van de vraag of de gemeente erin slaagt om 15.000 woningen in die periode te realiseren is in bovenstaande tabel voorzichtigheidshalve voor 2040 uitgegaan van 190.000 inwoners.
3
Gelet op het gegeven dat de implementatie van een nieuw zwemaccommodatiebeleid niet voor 2025 te verwachten is en 40 jaar een normale levensduur van een zwemaccommodatie is, ligt het voor de hand om bij een functioneel programma voor de het nieuwe zwemaccommodatiebeleid uit te gaan van een verzorgingsgebied van minimaal 190.000 inwoners. Echter een omvang van meer dan 200.000 inwoners lijkt niet uitgesloten. De Haarlemse overdekte zwemaccommodaties hebben in 2017 in totaal ca. 433.000 bezoekers ontvangen. De bezoekersregistratie van exploitant SRO maakt het mogelijk de volgende onderverdeling per categorie te maken. Tabel 2a (bezoekersaantallen Boerhaavebad)
Instructie Schoolzwemmen Doelgroepen Banenzwemmen Recreatiefzwemmen Verenigingszwemmen Totaal
2015 68.356 17.251 11.461 5.648 90.936 35.704 229.356
2016 73.626 19.249 13.965 11.888 75.793 37.013 231.534
2017 54.552 15.837 11.500 15.921 71.534 59.561 228.905
Tabel 2b (bezoekersaantallen De Planeet)
Instructie Schoolzwemmen Doelgroepen Banenzwemmen Recreatiefzwemmen Verenigingszwemmen Totaal
2015 92.727 26.048 6.063 16.141 7.553 63.346 212.878
2016 84.058 17.287 4.552 24.402 6.325 41.847 178.441
2017 50.191 19.640 4.310 30.247 7.632 91.758 203.778
Over de relatie tussen bevolkingsgroei en het zwembadgebruik van de diverse categorie gebruikers kan - mede op basis van het onderzoek door Mulier/TREEM - het volgende opgemerkt worden: Schoolzwemmen Schoolzwemmen was in het verleden de enige activiteit waar er een rechtstreeks verband gelegd kon worden tussen bevolkingstoename en behoefte aan zwemwater. Nu de verplichting van het schoolzwemmen verdwenen is, zijn leerlingenprognoses wel een indicatie voor toe- of afname van de zwemdeelname maar is de werkelijke vraag afhankelijk van het enthousiasme van individuele scholen om van het aanbod gebruik te maken. Tussen 2016 en 2028 neemt het aantal basisschoolleerlingen in Haarlem toe met 8% van 13.097 naar 14.173 leerlingen. Een absolute toename van 1.076 leerlingen, waarvan er 589 voor rekening komen van het stadsdeel Schalkwijk. Mulier/TREEM (pg. 16) concludeert dat bij gelijkblijvende deelname aan het schoolzwemmen het aantal leerlingen dat deelneemt aan het schoolzwemmen zal stijgen. Een gedeelte van deze eventuele extra vraag kan wellicht nog binnen de bestaande uren opgevangen, maar omdat het gebruiksrooster geen mogelijkheden voor uitbreiding biedt, is de vraag naar extra zwemwater al snel aan de orde.
4
Instructiezwemmen Haarlem kent veel aanbieders van zwemles en een aantal daarvan geeft aan nu al behoefte te hebben aan uitbreiding van lesuren vanwege de groei die zij doormaken (particuliere zwemscholen en een enkele zwemvereniging). De vraag naar zwemles zal vooral de komende tien jaar stijgen vanwege de te verwachten groei van het aantal kinderen in de leeftijd 0-9 jaar. Daarnaast is een extra vraag te verwachten als de bevolking van Haarlem doorgroeit van 170.000 naar 190.000 inwoners. In de komende decennia verwacht de gemeente Haarlem de onderstaande bevolkingsgroei. Jaar Aantal Aantal Aantal Aantal inwoners 0-4 jaar 5-9 jaar 60-80 jaar 2004 147.343 2016 158.123 9.513 9.091 28.397 2020 163.861 9.713 9.499 30.640 2028 170.742 9.818 9.494 34.091 2040 190.000 Voor de vraag naar instructiezwemmen is de groei van het aantal kinderen in de leeftijdsklasse van 59 jaar het meest relevant. Tussen 2016 en 2028 bedraagt deze groei 400 kinderen2, gemiddeld 80 kinderen per leeftijdsjaargang in deze leeftijdsklasse. Tussen 2028 en 2040 neemt de bevolking toe met 20.000, waarvan wij aannemen dat 6% 3 kinderen zullen zijn tussen de 5 en 9 jaar, hetgeen neerkomt op een absoluut aantal van 1.200 kinderen in die leeftijdsklasse. Verdeeld over vijf leeftijdsjaargangen betreft dat gemiddeld 240 kinderen.
Het extra potentieel aan leerlingen voor zwemles betreft tussen 2016 en 2040 derhalve 320 kinderen 4. Als aangenomen wordt dat 80%, dus 256 kinderen, aan zwemles deelneemt komt dat neer bij gemiddeld 10 leerlingen per groep en 4 lesgroepen per bassin op 6 uur extra zwemles. Omdat aangenomen wordt dat kinderen 2 leerjaren zwemles volgen zou dat neerkomen op een extra vraag van 12 uur extra zwemles per week. Doordat het mogelijk is om in het 2 e lesjaar met 5 lesgroepen in een bassin te werken kan de extra vraag in 10 a 11 uur opgevangen worden. Overigens komt deze extra vraag niet in zijn geheel terecht bij de twee openbare Haarlemse zwemaccommodaties, een deel zal door particuliere zwemscholen bediend worden. Sport De groei van de Haarlemse bevolking in de afgelopen decennia heeft niet geleid tot een groei van de zwemsport. Landelijk heeft de zwemsport al geruime tijd te kampen met een afname van leden terwijl er sprake is van bevolkingstoename. Een afname die voor een deel verklaard kan worden vanwege de toenemende concurrentie op het gebied van het aanbieden van zweminstructie en vormen van actieve zwemrecreatie door de sterke groei van de particuliere zwemscholen.
Op dit moment geven vier van de vijf grotere Haarlemse zwemverenigingen aan in de afgelopen jaren een stabiel ledenaantal te kennen en in het stadsdeel Schalkwijk is de vraag naar zwemsportactiviteiten recent groeiende. In de voorgaande tabellen is het verenigingsbezoek alleen in het jaar 2017 een indicatie voor het werkelijke verenigingsbezoek omdat in de voorgaande jaren het instructiezwemmen, dat plaats vond bij de verenigingen, niet als bezoeken voor verenigingen geregistreerd is maar als bezoeken voor het instructiezwemmen. Als de gebruiksroosters van de beide overdekte zwembaden als uitgangspunt genomen worden, blijkt het aantal verhuurde uren zwemwater aan verenigingen over een periode van tien jaar echter een stabiel beeld te geven.
2
Bron: rapportage Mulier/TREEM van oktober 2017. In 2016 is ca. 6% van de bevolking tussen 5 en 9 jaar. 4 Toename van 80 kinderen in de periode van 2016 – 2028 en 240 kinderen in de periode 2028 – 2040. 3
5
Het is niet te verwachten dat de groei van de Haarlemse bevolking tot een recht evenredige groei van het aantal leden van de Haarlemse zwemverenigingen zal leiden voor wat betreft de zwemsportactiviteiten. Wel is er mogelijk ledengroei te verwachten vanuit de activiteiten zweminstructie en doelgroepzwemmen. Maar juist op deze gebieden is er in Haarlem stevige concurrentie tussen diverse aanbieders waaronder de exploitant SRO en diverse zwemscholen. Gelet op de reeds bestaande vraag bij de verenigingen naar extra uren op “prime time” en het gegeven dat er op die momenten ook vanuit andere gebruikers extra behoefte aan zwemwater bestaat (zweminstructie en banenzwemmen), is een groei van het aantal m² zwemwater voor sportactiviteiten te onderbouwen. In welke mate de zwemsportactiviteiten (wedstrijdzwemmen, waterpolo en synchroonzwemmen) eventueel van de toekomstige bevolkingsgroei gaan profiteren moet afgewacht worden. Zwemrecreatie Bij deze categorie gebruikers wordt onderscheid gemaakt tussen de actieve en passieve zwemrecreatie. Het Boerhaavebad kent een zwemwateraanbod op laatst genoemd gebied waarbij de voorzieningen zoals warm water, borrelend water, een glijbaan e.d. de wijze van recreatie bepalen. Bij actieve zwemrecreatie zijn niet de voorzieningen maar de zwemmer zelf die de vorm van recreatie bepaalt door zich op een of andere wijze actief te bewegen in het water.
Deze laatstgenoemde vorm van zwemrecreatie heeft in de laatste decennia qua verscheidenheid een enorme vluchtgenomen en dus ook de vraag naar specifieke voorzieningen voor zowel mensen met als zonder handicap. Zowel de zwemverenigingen, de exploitant als particuliere zwemscholen hebben een aanbod op het gebied van de actieve zwemrecreatie waarvan het “onder begeleiding banenzwemmen” de meest voorkomende activiteit is. Daarnaast vormt het “therapeutisch bewegen” in het water een markt die op dit moment slecht bediend kan worden in de Haarlemse zwembaden vanwege het ontbreken van kwalitatief goede voorzieningen. Kwalitatief goede voorzieningen zullen zeker het aandeel van de bevolking dat deelneemt aan vormen van actieve zwemrecreatie doen toenemen (Mulier/TREEM, pg.15). Naast dit ervaringsfeit en de voorziene bevolkingsgroei - met name de forse groei van de ouderen (Namelijk 5.700 ouderen van 60 - 80 jaar tussen 2016 en 2028. Zie tabel 1.) - zal de belangstelling voor vormen van actieve zwemrecreatie zeker doen stijgen. In de laatste jaren is een stijgende belangstelling gaande voor vormen van actieve zwemrecreatie, hetgeen in de bezoekcijfers voor het banenzwemmen (zie tabel 2a en 2b) tot uitdrukking komt. Passieve zwemrecreatie De belangstelling voor deze vorm van zwemrecreatie wordt sterker beïnvloed door de kwaliteit van het aanbod dan door een groeiende bevolking.
Zwemaccommodaties die in een groeiend verzorgingsgebied liggen kunnen te maken hebben met een dalend bezoekersanimo als de kwaliteit van het aanbod terugloopt. Door het aanbod te vernieuwen en de groei van de bevolking zal het zwemanimo in de gemeente Haarlem voor recreatief zwemmen ongetwijfeld toenemen. In de laatste drie jaar is bij een toenemende bevolkingsomvang het zwemanimo gedaald van 0,6 in 2015 naar 0,5 5 in 2017. Bij een toenemende kwaliteit van de voorzieningen zal het animocijfer stijgen. Bij een niveau van 0,7 is bij een bevolkingsomvang van 190.000 een bezoekersaantal van 133.000 te verwachten. Het (gering) verhogen van het aantal m² recreatief zwemwater van 200 naar 250 m² ligt gelet op de toenemende vraag voor de hand, maar er kan ook gekozen worden om het warmere water van het 5
2015: 98.500/158.123 inwoners = 0,6 2017: 79.166/160.000 inwoners = 0,5
6
doelgroep/instructiebassin (200 m²) in te zetten als recreatief bassin. In de verdere uitwerking van de ontwikkeling van de zwembaden kan hierin een keuze gemaakt worden.
2.
Nieuwbouw van één zwemaccommodatie ter vervanging van beide zwembaden (model 3)
2.1
Vraag naar zwemwater
Voor het inzicht in de vraag naar zwemwater - dat ten grondslag ligt aan functionele programma van eisen voor het uit te werken model een centrale Haarlemse zwemaccommodatie - wordt verwezen naar paragraaf 1.1. van deze bijlage. Bij de uitwerking van de keuze voor één centrale zwemaccommodatie staat centraal hoe de vraag naar zwemwater zo doelmatig mogelijk ondergebracht kan worden in één accommodatie. Een voor de hand oplossing door optelling van het aantal m² zwemwater in de nieuwbouwmodellen uit het voorgaande onderzoek is niet aan de orde, omdat voor dit onderzoek andere uitgangspunten gehanteerd zijn. Om het gewenste programma zo doelmatig mogelijk te vertalen in m² zwemwater zijn in dit onderzoek de bestaande roosters nauwkeurig geanalyseerd door de beschikbare capaciteit aan uren af te zetten tegen de werkelijke bezetting van de accommodatie in uren. Uit de analyse van het openstellingsrooster en activiteitenrooster van het Boerhaavebad blijkt het volgende: Het beschikbare zwemwater wordt optimaal gebruikt. Het 25 x 16 meter bassin biedt alleen op de zondag (op incourante tijden - eind van de middag en avond ) nog 8,5 uur ruimte voor extra (structureel) gebruik. Op de zaterdag is er alleen op de zaterdagen, wanneer er geen waterpolocompetitie plaatsvindt, nog incidenteel water gedurende 5,5 uur ter beschikking.
Op werkdagen is er overdag nauwelijks extra structureel gebruik mogelijk, op enkele momenten (van een half uur tot een heel uur) is er in de ochtend enige ruimte op lege plekken in het schoolzwemrooster. Tabel 1. Boerhaavebad (25 x 16 m. bassin)
Ma t/m vr 7.00 – 23.00 uur Zaterdag 7.00 – 23.00 uur Zondag 9.00 – 23.00 uur
Uren capaciteit 90 16 14
gebruiksuren 87 10,5/16 8,5
restcapaciteit 3 5,5/0 5,5
De capaciteit voor zweminstructie wordt vrijwel volledig gebruikt; op de middaguren en vroege avonduren wordt de beweegbare bodem slechts voor 2 uur per week gebruikt voor andere activiteiten dan zweminstructie. Zoals in het onderzoek van medio 2018, na overleg met verenigingen en exploitant, is gebleken dat er diverse aanvragen liggen voor extra zwemwater met name op primetime momenten tussen 16.00 en 21.00 uur. Op deze momenten biedt het huidige gebruiksrooster geen ruimte voor uitbreiding. Het recreatiebassin van het Boerhaavebad is in de loop der jaren steeds meer in gebruik geraakt als algemeen zwembassin; in de ochtend- en middaguren wordt het dagelijks ingezet voor doelgroepactiviteiten en zweminstructie.
7
Tabel 2. De Planeet
Bassin 1 Ma t/m vr 7.00 – 23.00 uur Zaterdag 7.00 – 23.00 uur Zondag 9.00 – 23.00 uur Bassin 2 Ma t/m vr 7.00 – 23.00 uur Zaterdag 7.00 – 23.00 uur Zondag 9.00 – 23.00 uur
Uren capaciteit 90 16 14 Uren capaciteit 90 16 14
gebruiksuren 89,25 16 9 gebruiksuren 87 16 11
restcapaciteit 0,75 0 5 restcapaciteit 3 0 3
Voor De Planeet geldt dat beide bassins optimaal bezet worden. De 3 beschikbare uren overdag in bassin 2 betreft momenten in de ochtend. En de 8 uren op de zondag in bassin 1 en 2 betreft momenten op een incourant tijdstip n.l. de avond. De capaciteit voor zweminstructie wordt vrijwel volledig gebruikt; op de middaguren en vroege avonduren wordt de beweegbare bodem slechts voor 2 uur per week gebruikt voor andere activiteiten dan zweminstructie. Ook voor De Planeet geldt dat er vraag is naar extra zwemwater op primetime momenten tussen 16.00 en 21.00 uur.
In dit onderzoek heeft er echter geen onderzoek plaatsgevonden naar eventuele mogelijkheden van dubbelgebruik. Gebruikers die niet de gehele wateroppervlakte benutten vanwege de aard van de activiteit of door onvoldoende bezetting, kunnen in sommige gevallen het bassin delen. Het samenvoeging van activiteiten - die qua gebruik bij elkaar passen - kan leiden tot extra beschikbaar zwemwater. Niets zou makkelijker zijn dan de twee functionele programma’s van de twee nieuwbouwmodellen uit het vorige onderzoek één op één samen te voegen. Echter deze programma’s zijn niet alleen zo ontworpen vanwege de behoefte aan zwemwater, maar ook van het uitgangspunt van twee kwalitatief volwaardige zwemaccommodaties, hetgeen automatisch leidt tot ‘dubbel’ zwemwater. Duidelijk is in ieder geval dat er voor het onderbrengen van het huidige dagelijkse sportgebruik (zwem-, waterpolo-, synchroon- en duiktraining) en de extra vraag aan sportactiviteiten tenminste drie 25-meterbassins benodigd zijn, die echter meer capaciteit (meer banen) hebben dan de bestaande drie 25 meter bassins en zoveel mogelijk tussen 18.00 en 23.00 uur voor sport en banenzwemmen beschikbaar zijn. Dit laatste is te realiseren door voor het instructiezwemmen tenminste een separaat zwembassin aan te leggen, zodat na 18.00 uur geen aanvangsinstructieactiviteiten in de sportbassins plaats behoeven te vinden.
Door samenvoeging van enkele activiteiten zou er daarnaast wellicht (beperkt) ruimte te winnen zijn, maar aan de andere kant is er door extra vraag en groei van de bevolking meer capaciteit (met name voor banenzwemmen) nodig. Wat betreft competitiegebruik voor waterpolo beschikt Haarlem nu over drie bassins - die qua afmetingen weliswaar niet voldoen - maar voor uitvoering van de competitie door de drie gescheiden speelvelden wel ideaal zijn. Een samenvoeging van twee bassins tot één bassin (25 x 35 m.) is voor trainingsdoeleinden en toernooigebruik geen bezwaar, maar voor competitiegebruik kunnen geen twee wedstrijden tegelijkertijd in dit type bassin plaats vinden. Het gevolg hiervan is dat er slechts twee geschikte bassins tegelijkertijd voor competitiedoeleinden beschikbaar zijn. Dit zal ertoe leiden dat er mogelijk ook op zondag wedstrijden plaats zullen vinden. Naast de sport is vooral de zweminstructie een activiteit die bepalend is voor de benodigde wateroppervlakte en vormgeving van de bassins. Op dit moment hebben de bestaande baden 410 m² oppervlakte aan beweegbare bodems. Die worden op primetime vrijwel geheel voor specifiek instructiegebruik (aanvangslessen zweminstructie) aangewend, terwijl ook het recreatiebassin van het Boerhaavebad op dat moment ingezet voor (gevorderde) instructieactiviteiten en er een groeiende
8
vraag naar zweminstructie in de jaren tot 2040 te verwachten is. Meer specifiek water voor zweminstructie dan de huidige 410 m² aan beweegbare bodems is derhalve gewenst; water dat bovendien zoveel mogelijk vormgegeven is in een apart bassin en in een separate zwemzaal.
9