2 Deelprogramma Speelvriendelijke Openbare Ruimte
Tekst van het document
Deelprogramma Speelvriendelijke Openbare Ruimte Haarlem Voorbij het hek van de openbare speelplek
18 november 2025 Sophie Bodeving Thérèse Tetteroo-Mathijsen BBOR
Marie-
Inhoudsopgave Samenvatting
4
Begrippenlijst
5
1. Aanleiding
7
1.1 Het belang van buitenspelen
7
1.2 Buitenspelen staat onder druk
7
1.2 Actualisatie Speelruimtebeleid
8
1.3 Leeswijzer
8
2. Bestaand Kader
10
2.1 Internationale en landelijke regelgeving
10
2.2 Lokale regelgeving
11
2.3 Speelruimtebeleid
13
2.3.1 OBB-normen
14
3. Actualisatie: Van beleid naar uitvoering
15
3.1 Interpretatie van de OBB-normen
15
3.2 Bouwstenen van de Speelvriendelijk Stad
17
3.2.1 Speelwaarde van speelruimte
18
3.2.2 Categorie van formele speelplekken
20
3.3 De speelvriendelijke openbare ruimte
20
3.3.1 Inrichting van speelruimte bij vervanging of nieuwe speelplekken
21
3.3.1 Trends en ontwikkelingen
24
3.4 Participatie
25
3.5 Budget
25
Bijlagen
2
3
Samenvatting Buitenspelen is essentieel voor de gezondheid en ontwikkeling van jonge Haarlemmers. Het bevordert motorische, mentale en sociale vaardigheden, en draagt bij aan een gezonde levensstijl en betere schoolprestaties. Daarnaast versterkt buitenspelen de sociale samenhang in de buurt en verlaagt het gezondheidskosten op lange termijn. Echter, buitenspelen staat onder druk, met een groeiend aantal kinderen dat nauwelijks buiten speelt. Dit heeft negatieve gevolgen voor hun gezondheid en welzijn. Het Speelruimtebeleid van Haarlem uit 2013 is geactualiseerd om beter in te spelen op de behoeften van jonge Haarlemmers, met meer nadruk op meervoudig ruimtegebruik. Het deelprogramma 'Speelvriendelijke Openbare Ruimte', geeft invulling aan het recht op spelen en gelijkwaardig meedoen voor alle jonge Haarlemmers en houdt rekening met diverse gemeentelijke beleidsplannen en wetgeving, zoals de Omgevingswet, het Mobiliteitsbeleid en de Jeugdwet. Het doel is om jonge Haarlemmers goede ontwikkelkansen te bieden, door een eerlijke verdeling van speelruimte over de doelgroepen en de wijken. Het deelprogramma biedt een interpretatie van de OBB-normen over de formele en informele openbare ruimte en aanwezige speelwaarde om tot een beoordeling van speelplekken te komen. De OBB-normen zijn ontwikkeld door het bureau OBB.
De Speelvriendelijke Stad wordt geïntroduceerd en biedt zicht op de verschillende bouwstenen die bijdragen aan buitenspelen: de fysieke speelruimte, de activering & sociale programmering en de organisatie & de samenhang van het aanbod. Het belang van samenwerking vanuit het fysiek domein en sociaal domein voor buitenspelen wordt benadrukt. De essentie van de Speelvriendelijke Stad is dat de speelwaarde van speelruimte in een buurt of wijk goed aansluit bij de verschillende speelbehoeften van jonge Haarlemmers, ongeacht leeftijd, cultuur, achtergrond of beperking. Het is van belang dat speelruimte uitdagend en gevarieerd ingericht wordt om te bewegen, sporten, ontdekken, ontspannen en ontmoeten. Dit zorgt voor een efficiënte en betere verdeling van speelruimte, waarbij zowel formele als informele speelruimte worden geoptimaliseerd en gebruikt. Voor de Speelvriendelijke Openbare Ruimte worden concrete uitvoeringsaspecten beschreven met handvatten voor passende, inclusieve en groene speelruimte. Hierbij wordt rekening gehouden met trends zoals natuurlijk spelen, risicovol spelen en spelen voor iedereen. (Jeugd)participatie is essentieel om te komen tot passende speelruimte en vindt plaats bij reguliere (her)inrichtingsprojecten, ontwikkelprojecten en groot onderhoud. Jonge Haarlemmers van 0 tot 19 jaar zijn de primaire doelgroep.
Volwassenen en ouderen zijn de secundaire doelgroep. Dit deelprogramma is tot stand gekomen met een licht participatie traject. De Kinderraad, Kinderburgemeester, Jongerenraad, Platform Groen en de Ambassadeurs van Toegankelijk Haarlem, Stichting SportSupport Kennemerland, Buurts en Spaarnelanden zijn betrokken. De uitvoering van vervanging, herinrichting of het creëren van nieuwe speellocaties wordt gefinancierd vanuit bestaande budgetten, via het beheer- en onderhoudscontract met Spaarnelanden en investeringsbudget vanuit ruimtelijke en civiele projecten. De bijlagen geven nadere uitwerking van de Speelvriendelijke Stad en het Uitvoeringsplan 20262028.
4
Begrippenlijst Jonge Haarlemmers: alle inwoners van 0 tot 19 jaar in Haarlem. Kinderen: Jonge Haarlemmers van 0 tot 6 jaar. Jeugdigen: Jonge Haarlemmers van 6 tot 12 jaar. Jongeren: Jonge Haarlemmers van 12 tot 19 jaar. WAS: Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023, Nederlandse wetgeving speeltoestellen. Speel- en sporttoestellen: toestellen die geplaatst zijn in de openbare ruimte, bedoeld zijn om te spelen en moeten voldoen aan de WAS en Europese wetgeving. Speel- of valondergrond: een ondergrond die geplaatst is voor valdemping, of om aan te zetten tot (veilig) spel. Speelaanleidingen: Objecten die niet persé bedoeld zijn om te spelen, maar wel kunnen aanzetten tot spel. Openbare speelplek: openbare ruimte met als hoofdfunctie spelen, in gericht met speel- en/of sporttoestellen, speelaanleidingen en speel- of valondergrond, die uitnodigt en om te bewegen, te sporten, te ontdekken, te ontspannen en te ontmoeten. Speeltuinvereniging: Een speeltuin afsluitbaar met een hek, ingericht om te bewegen, ontdekken en ontmoeten. Voor toegang wordt meestal een financiële bijdrage of lidmaatschap gevraagd. Open- en sluitingstijden zijn afhankelijk van de beheerder en/of vrijwilligers. Een speeltuinvereniging is eigenaar van de speeltoestellen en organiseert en financiert eigen onderhoud en beheer.
Openbaar toegankelijk schoolplein: Buitenruimte in eigendom van schoolbesturen, die buiten schooltijden een buurtfunctie heeft en openbaar toegankelijk is voor jonge Haarlemmers. Gemeente Haarlem draagt bij aan de inrichting van openbaar toegankelijke schoolpleinen door hier met speeltoestellen in eigendom van de gemeente te gast te zijn. Openbaar sportpark: Buitensportaccommodatie ingericht voor verenigingssport die openbaar toegankelijk is Formele openbare speelruimte: het totaal aan speelplekken in de openbare ruimte. Formele speelruimte: het totaal aan speelplekken met als hoofdfunctie spelen, die bestaat uit speelplekken in de openbare ruimte én speeltuinverenigingen, openbaar toegankelijke schoolpleinen, sportparken en speelruimte op terrein van wooncorporaties of VVE's. Informele speelruimte: het totaal aan vrij openbare ruimte waar geen toestellen zijn geplaatst maar die wel geschikt is om te spelen. Speelroutes: veilige routes en verbindingen tussen formele en informele speelruimte. Fysieke speelruimte: formele speelruimte, informele speelruimte en de speelroutes in totaal. Speelvriendelijke openbare ruimte: formele openbare ruimte, informele speelruimte en de speelroutes in totaal. Speelplek: een openbare speelplek, speeltuinvereniging, openbaar toegankelijk schoolplein., openbare sportpark of een speelplek op grond van wooncorporaties of VVE's.
Blokspeelplek: een kleine speelplek bedoelt voor één specifieke leeftijdsgroep of voor een enkele straat of woonblok bij een te grote afstand van de buurtspeelplek. Buurtspeelplek: een centrale speelplek in de buurt waar jonge Haarlemmers van 0 tot 12 jaar kunnen bewegen, ontdekken en ontmoeten. Wijkspeelplek: een grotere speel- en sportplek waar jonge Haarlemmers van 0 tot 19 jaar uit verschillende buurten samenkomen om te bewegen, sporten, ontspannen, ontdekken en
5
ontmoeten. Bovenwijkse speelplek: een bijzondere speelplek, specifieke sportplek of een hele grote speelplek waar Haarlemmers van alle leeftijden kunnen bewegen, sporten, ontspannen, ontdekken en ontmoeten.
6
1. Aanleiding 1.1 Het belang van buitenspelen Haarlem telt ruim 34.000 inwoners met een leeftijd tot 19 jaar. Dat is ruim 20% van de Haarlemmers 1. Buitenspelen is van groot belang voor de gezondheid en het welzijn van jonge Haarlemmers. Buitenspelen biedt niet alleen plezier en ontspanning, maar is ook essentieel voor hun ontwikkeling. Door te bewegen, te sporten, te ontdekken, te ontspannen en te ontmoeten, leren jonge Haarlemmers belangrijke vaardigheden op het motorische, mentale en sociale vlak wat zij de rest van hun leven met zich meenemen. Door buiten te spelen wordt de basis gelegd voor gezond bewegen en een sterk lichaam. Ze leren op zichzelf te vertrouwen, wat ze leuk vinden, waar ze goed in zijn en ze leren risico's inschatten. Jonge Haarlemmers ontdekken stap voor stap hun eigen stad en de natuurlijke omgeving en ze leren met andere kinderen en volwassen om te gaan en samen te leven. Regelmatig buitenspelen helpt jonge Haarlemmers ook gezond opgroeien. Ze hebben minder kans op gezondheidsrisico's en ze presteren beter op school2. Investeren in buitenspelen heeft daardoor ook economische meerwaarde. Een gezonde jonge generatie leidt Figuur 1 Ontwikkelkansen van buitenspelen tot lagere zorgkosten op lange termijn en vergroot de kansen op de arbeidsmarkt. Een omgeving waar veel buiten wordt gespeeld maakt de buurt prettiger om in te wonen.
Ook volwassen Haarlemmers profiteren hiervan. Bewoners voelen zich vaker meer betrokken, waardoor sociale cohesie en een buurtgevoel wordt versterkt en bewoners met verschillende achtergronden met elkaar verbinden.
1.2 Buitenspelen staat onder druk Ondanks de voordelen die buitenspelen heeft voor de maatschappij en de economie, staat buitenspelen in Nederland onder druk. Het aantal kinderen, jeugdigen en jongeren dat nooit of bijna nooit buiten speelt, groeit. In 2024 is dit aantal alarmerend gestegen tot 32% ofwel, 416.000 kinderen van 6-12 jaar3. Dit heeft grote gevolgen voor de fysieke en mentale gezondheid van kinderen, jeugdigen en jongeren. Overgewicht, een laag zelfbeeld, slechtere schoolprestaties en sociale angst zijn groeiende problemen4. Meer buitenspelen draagt bij aan het voorkomen van 1 Haarlem in cijfers - Dashboard - Bevolking - Haarlem. 2 Belang van buitenspelen – de Vries en van Veenendaal - 2012. 3 Onderzoek buitenspelen 2024 – Rapport – Jantje Beton. 4 HBSC 2021 Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland.
7
deze problemen. Maar hoeveel kinderen, jeugdigen en jongeren daadwerkelijk buitenspelen is sterk afhankelijk van de beschikbaarheid en kwaliteit van speelruimte. Spelen kan in principe overal, op voorwaarde dat de ruimte veilig, divers én uitdagend is, zodat aangesloten wordt bij verschillende speelbehoeftes5.
1.2 Actualisatie Speelruimtebeleid Het Speelruimtebeleid uit 2013-2020 biedt de visie en het kader van de gemeente Haarlem op spelen. Het doel van de het beleid is om jonge Haarlemmers goede ontwikkelkansen te bieden, door een eerlijke verdeling van speelruimte over de doelgroepen en de wijken. De visie en het kader van dit beleid zijn sterk en nog steeds actueel. Tegelijkertijd heeft de afgelopen periode laten zien dat deze zich niet makkelijk laten vertalen naar uitvoering. Deze actualisatie voorziet daarom in een goede vertaalslag van visie en kader naar uitvoering. Haarlem is een verdichte stad en het aantal Haarlemmers en woningen neemt in de komende jaren toe. Openbare ruimte is beperkt en dit vraagt om meervoudig ruimtegebruik en maakt integraal werken noodzakelijk. Sinds de vaststelling van het Speelruimtebeleid is ander (gemeente)beleid vastgesteld wat van invloed is op spelen in Haarlem, zoals de Omgevingsvisie, het Mobiliteitsbeleid, het Groenbeleidsplan, de Haarlemse Routekaart Duurzaamheid, het Actieprogramma Circulaire Economie, Natuur Netwerk Haarlem, het Plan Stedelijk Water, het Beleidsplan Sporten en Bewegen in de openbare ruimte, het Beleidsplan Dierenwelzijn Haarlem en de Agenda Toegankelijk Haarlem. Al deze opgaven dienen meegewogen te worden bij de inrichting van de openbare ruimte, en dus ook bij de inrichting van speelruimte.
Voor jonge Haarlemmers is een integrale inrichting een win-win situatie. Ten eerste omdat spelen niet alleen maar op een openbare speelplek kan, maar breder in de stad. Ten tweede omdat een natuurlijke omgeving, toegankelijkheid, recreatie en sport zorgen voor een grotere variatie in het aanbod. Zo zorgen we dat speeltoestellen niet langer één op één vervangen worden en dat de mogelijkheid tot spelen niet langer stopt bij het hek van de speelplek. Conform de werkwijze die wordt opgelegd door de Omgevingswet, geven we de actualisatie vorm als deelprogramma met de titel 'Speelvriendelijke Openbare Ruimte'. Het deelprogramma vervangt het beleid 'Speelruimte Integraal bekeken', inclusief de bijlage 'Speelruimte verbreden' uit 20112020.
1.3 Leeswijzer Het deelprogramma 'Speelvriendelijke Openbare Ruimte' geeft invulling aan het recht op spelen en gelijkwaardig meedoen voor alle jonge Haarlemmers. Hoofdstuk 2 beschrijft het actuele kader, inclusief wetgeving, VN-rechten, de Haarlemse visie op spelen en de OBB-normen voor informele en formele speelruimte. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe we uitvoering gaan geven aan het beleid, inclusief de bouwstenen om toe te werken naar het principe van de Speelvriendelijke Stad en aspecten die de uitvoering van de Speelvriendelijke Openbare ruimte ondersteunen. De bijlagen geven nadere uitwerking van de Speelvriendelijke Stad en het Uitvoeringsplan 2026-2028.
5 Speelvriendelijke steden – Helleman - 2024.
8
9
2. Bestaand Kader In dit hoofdstuk wordt de belangrijkste wet- en regelgeving, die van belang is voor de gemeente Haarlem op het gebied van spelen, kort beschreven.
2.1 Internationale en landelijke regelgeving VN-rechten Kinderen hebben recht op spelen en vrije tijd6. Het VN-kinderrechtenverdrag beschrijft dat spel en recreatie belangrijk zijn voor de ontwikkeling van kinderen en essentieel is voor de gezondheid en het welzijn. Alle kinderen moeten daarom de tijd en de ruimte krijgen om te spelen en te recreëren. De overheid moet ervoor zorgen dat ieder kind hierin gelijke kansen heeft. Kinderen hebben van nature de neiging om te spelen, maar er zijn een aantal omgevingsactoren nodig om Artikel 31 uit te oefenen. Het verdrag noemt hier onder andere de vrijheid van stress, een veilige omgeving, tijd en ruimte om te spelen zonder controle van volwassenen, andere kinderen om mee te spelen, en erkenning van de samenleving van het recht op spelen. Er moeten voldoende veilige speelplekken zijn in eigen buurt of wijk. En bovendien dient er een variëteit van aanbod te zijn om aan te sluiten bij verschillende speelbehoeften. Naast het recht op spelen hebben kinderen met een beperking of een chronische aandoening het recht om volwaardig mee te doen in de samenleving7. Daarmee wordt bedoeld dat speelruimte inclusief wordt ingericht voor álle jonge Haarlemmers, ongeacht leeftijd, gender, cultuur, achtergrond of beperking. Jeugdwet De Jeugdwet regelt hoe hulp aan kinderen en gezinnen in Nederland georganiseerd is.
De Jeugdwet heeft onder andere als doel preventie van opvoedings- of ontwikkelproblemen. Preventie door buitenspelen draagt bij aan het voorkomen van mentale en fysieke problemen op een later moment. De gemeente draagt daarom ook verantwoordelijkheid voor het stimuleren van buitenspelen en een passende inrichting. Omgevingswet De Omgevingswet gaat over de ruimte waarin mensen wonen, werken en ontspannen. Voor kinderen specifiek staat in de Omgevingswet bescherming bovenaan, met name op het gebied van gezondheid en veiligheid. De Omgevingswet heeft betrekking op de kwaliteit van de speelplekken. Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) De meeste veiligheid voor kinderen ontstaat wanneer zij zelf risico’s leren inschatten. Daarbij hoort het opzoeken van grenzen, met vallen en opstaan. Maar tegelijkertijd moeten toestellen die in de openbare ruimte staan veilig zijn en voldoen aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen, kortweg WAS genoemd. Het WAS brengt ook de wettelijke verplichting tot inspecties van speeltoestellen met zich mee. In principe is de eigenaar of de huurder van de grond onder het toestel verantwoordelijk voor de veiligheid. Soms wordt de verantwoordelijk overgedragen aan anderen, zoals bij een school, speeltuin- of sportverenging.
6 VN-kinderverdrag Artikel 31. 7 VN-verdrag Handicap.
10
2.2 Lokale regelgeving Omgevingsvisie (2021) De gemeenteraad heeft in december 2021 de Omgevingsvisie Haarlem 2045 vastgesteld. Deze visie is de leidraad voor al het Haarlemse beleid en schetst de ruimtelijke ontwikkeling van de stad richting 2045. Conform de vereisten van de Omgevingswet en de Omgevingsvisie wordt het geactualiseerde Speelbeleid vormgegeven als deelprogramma onder ‘Buurtgericht ontwikkelen’ en ‘Gezonde leefomgeving’. Het vaststellen van een deelprogramma is een collegebevoegdheid. Het deelprogramma vervangt het Speelruimtebeleid uit 2013. Mobiliteitsbeleid (2021) Mobiliteit heeft een grote invloed op buitenspelen in Haarlem. Afhankelijk van de leeftijdsgroep waar een openbare speelplek voor is ingericht, moet deze lopend of fietsend te bereiken zijn. En verkeer en het wegennetwerk kan een fysieke barrière zijn voor de leeftijdsgroepen van 0-5 jaar en 6-11 jaar. Een gebiedsontsluitingsweg van 30 km per uur kan bijvoorbeeld een barrière zijn en zorgen voor een beperkte bereikbaarheid van speelruimte. En een veilige oversteek helpt juist om te voorkomen dat eenzelfde speelruimte op twee plekken in een buurt ingericht dient te worden. Beperkte ruimte in de smalle woonstraten in relatie tot de grote hoeveelheid auto’s zorgt ervoor dat auto’s op de stoep, op straathoeken en in groenstroken geparkeerd staan.
Hierdoor worden trottoirs en straten ontoegankelijk, met name voor kinderen, mensen met een beperking (in een rolstoel), ouderen en nood- en hulpdiensten. Dit leidt tot veel klachten en onbegrip van bewoners. Het Mobiliteitsbeleid van Haarlem ziet daarom toe op het zoveel mogelijk ruimte (gaan) bieden aan voetgangers en fietsers. De parkeerdruk staat op gespannen voet met het kunnen spelen op straat en verkeersveiligheid van kinderen op straat. Recente verlaging in snelheid van 50km naar 30km op veel Haarlemse wegen hebben hier een positief effect op. Groenbeleidsplan (2022) Speelplekken liggen vaak centraal in de buurt en wanneer we ze vergroenen kunnen deze plekken bijdragen aan de gemeentelijke ambitie van het 'groen, tenzij-principe' en de 3-30-300 vuistregel. Informele speelplekken zoals groenstroken, grasvelden en parken worden steeds meer ingericht als verblijfsruimte, in plaats van puur beleefruimte. Dit kan zorgen voor een toename van het gebruik van informele ruimte en meer variatie in groenstructuren bij herinrichting. Doordat jonge Haarlemmers de natuurlijk inrichting gebruiken voor spel wordt natuurlijk materiaal verplaatst. Dit kan bijdragen aan nieuwe leefplekken voor planten en dieren. Sommige groenstructuren kunnen echter niet gebruikt worden als informele speelruimte. De natuurwaarde is hierbij leidend.
Voorwaardelijk zijn de natuurwaarden zoals nestplaatsen of zeldzame beplanting. Natuur Netwerk Haarlem (2022) Het Ecologisch beleidsplan en Natuur Netwerk Haarlem bieden het kader voor het behoud en de versterking van de ecologie in Haarlem. Bij speelplekken wordt beplanting vaak gebruikt als afscheiding tussen functies. Bij de inrichting van speelruimte dient daarom rekening gehouden te worden met ecologisch beleid en kan een positieve bijdrage geleverd worden aan het versterken van de biodiversiteit. In woonwijken dient minimaal 50% van de beplanting inheems te zijn. In parken en het buitengebied geldt dat dit minimaal 80% is. Omdat kinderen veel in aanraking komen met de beplanting op speelplekken bestaat er vanuit die functie een voorkeur voor beplanting die niet prikt of irriteert en die niet giftig is of allergieën versterkt. Actieprogramma Circulaire Economie (2023) Het Actieplan Circulaire Economie verwoordt de gemeentelijke ambitie om in 2040 een volledig circulaire stad te zijn. De gemeente geeft hierin zelf het goede voorbeeld door bij aanpassingen in
11
de openbare ruimte te sturen op lokaal hergebruik, verantwoord materiaalgebruik en circulaire inkoop. Dit dient ook bij de inkoop en materiaalkeuze van speeltoestellen betrokken te worden. Beleidsplan Dierenwelzijn Haarlem (2024) Voor de keuze van verlichting bij speelplekken is het Beleidsplan Dierenwelzijn Haarlem van belang. Verlichting verstoort natuurlijke ritmes van dieren en insecten. Haarlem wil meer donkerte toevoegen om de aanwezige fauna een natuurlijke leefomgeving te bieden en te beschermen. Tegelijkertijd willen we speelplekken veilig houden en houden we rekening met gevoelens over sociale veiligheid. De keuze in verlichting op een speelplek, of de route daar naartoe vraagt daarom om een zorgvuldige afweging. Plan Stedelijk Water (2024) Het veranderende klimaat zorgt voor hogere temperaturen, meer en hevigere neerslag en ook langere en intensere perioden van droogte. Dit geeft een grotere kans op wateroverlast, hittestress, problemen door droogte en problemen door overstromingen. In het Strategisch Plan Klimaatadaptatie is daarom het doel gesteld om in 2050 voorbereid te zijn op de veranderende weersomstandigheden. De opgave om Haarlem klimaatadaptief te maken ligt zowel in de openbare als op particuliere grond8. Vooral in de voor klimaatverandering kwetsbare wijken is de openbare ruimte vaak al drukbezet.
Met het Plan Stedelijk Water zijn ook de knelpunten in kaart gebracht waar klimaatadaptieve maatregelen noodzakelijk zijn. Daar waar dit samengaat met een speelplek, dient dus rekening gehouden te worden met deze opgave. Beleidsplan Sporten en bewegen in de openbare ruimte (2024) Het beleidsplan Sporten en bewegen in de openbare ruimte richt zich op de doelgroep vanaf 13 jaar. Dit beleid raakt het Speelruimtebeleid voor 0 tot 19 jaar. Jonge Haarlemmers van 0 tot 6 jaar en 6 tot 12 jaar spelen door te bewegen, ontdekken en ontmoeten in hun eigen buurt en wijk. Voor jonge Haarlemmers van 12 tot 19 jaar gaat spelen, als zij volwassen worden, geleidelijk over naar sporten, ontspannen en ontmoeten. Ook kunnen zij verder reizen binnen hun wijk en de stad. Idealiter is de openbare ruimte geschikt voor alle generaties Haarlemmers. Het Speelruimtebeleid richt zich met name op het niveau van buurt en wijk. Deze sluit aan op de bovenwijkse en stedelijke niveau van beleidsplan Sporten en bewegen in de openbare ruimte. Het gezamenlijke doel is om te komen tot multifunctionele ruimte, een fijnmazige padenstructuur voor een loop- en fietsvriendelijke stad, laagdrempelige beweegaanleidingen en openbare sportparken. Voor jonge Haarlemmers betekent het stapelen van functies een verrijking van speelruimte.
Actieprogramma Wonen en Zorg 2025 -2030 (2025) Een zorgzame wijk is een woonomgeving waarin alle inwoners, ongeacht hun achtergrond, leeftijd, beperkingen of sociaaleconomische situatie, zich thuis voelen en actief kunnen deelnemen aan het dagelijks leven. Het creëren van zo'n wijk is een gezamenlijke opgave, waarbij inwoners, maatschappelijke organisaties en de gemeente samenwerken om een veilige, toegankelijke en ondersteunende omgeving te bouwen. Om dit te ondersteunen zijn maatregelen in de fysieke ruimte nodig in de vorm van ruimte voor ontmoeten, een toegankelijke omgeving en nabijheid van voorzieningen. Speelruimte draagt bij aan een zorgzame wijk voor Haarlemmers van jong en oud. Agenda Toegankelijk Haarlem (2025) Kinderen met een beperking kunnen vaak niet meespelen en worden door sociale en fysieke drempels buiten spel gezet. Haarlem zet in op toegankelijke speelplekken waar kinderen met én zonder beperking elkaar kunnen ontmoeten en samen kunnen spelen. Bij herinrichting van 8 Het grootste deel van het Haarlems grondgebied is in particulier bezit (in sommige wijken tot 70
procent).
12
bestaande speelplekken en inrichting van nieuwe speelplekken streven we vanuit de Uitvoeringsagenda Toegankelijk Haarlem 2025 -2027 naar de 100-70-50 samenspeelrichtlijn van het SamenSpeelNetwerk. Dit betekent een speelplek waar Iedereen 100% welkom is, 70 % van de speelaanleidingen bereikbaar is voor iedereen en 50 % van de speelaanleidingen bespeelbaar is voor ieder kind en gericht is op het stimuleren van ontmoeting en samenspelen. De Uitvoeringsagenda beschrijft ook dan in 2030 heeft elke speeltuinvereniging tenminste één inclusief speeltoestel. Vanaf 2025 wordt jaarlijks een gesprek met de Kinder- en Jongerenraad georganiseerd over het aanbod van het speelareaal en spelen in de openbare ruimte voor kinderen met een beperking. Verder wordt voor de inrichting bewegen en sporten in de openbare ruimte rekening gehouden met toegankelijkheid. Bijvoorbeeld in de vorm van voldoende rust- en herkenningspunten.
2.3 Speelruimtebeleid Jonge Haarlemmers hebben van nature de neiging om te spelen en spelen kan in principe overal op voorwaarde dat de ruimte veilig, divers én uitdagend is zodat aangesloten wordt bij verschillende speelbehoeftes. De visie van de gemeente Haarlem zet in op voldoende speelruimte die jonge Haarlemmers plezier én ontwikkelkansen biedt op motorisch, mentaal en sociaal gebied, door een eerlijke verdeling van speelruimte over de doelgroepen en de wijken. Om zo iedere jonge Haarlemmer van 0 tot 19 jaar de mogelijkheid te bieden om dichtbij huis te bewegen, te sporten, te ontdekken, te ontspannen en te ontmoeten. Speelruimte bestaat uit drie onderdelen: formele speelruimte, informele speelruimte en de routes om zich te verplaatsen naar en tussen de speelruimtes. In het Speelruimtebeleid werd formele openbare speelruimte gedefinieerd als het totaal aan openbare speelplekken, speciaal ingericht om te spelen en te recreëren met speel- en sporttoestellen. Informele openbare speelruimte beslaat alle openbare ruimte in de stad waar geen toestellen zijn geplaatst maar die wel geschikt is om te spelen. Informele speelruimte omvat bijvoorbeeld brede stoepen, een plein, een grasveld, plantsoen of park. Speelroutes zijn veilige looproutes en verbindingen tussen speelruimte binnen een buurt. Het speelweefsel omvat het geheel van informele en formele openbare speelruimte, routes.
De kwaliteit en de speelwaarde van speelruimte wordt bepaald door een goed ontwerp met aandacht voor ruimte, ligging, bereikbaarheid, aansluiting bij de doelgroep, gevarieerde inrichting, betrokkenheid van gebruikers en omwonenden, en esthetische kwaliteit. Jonge Haarlemmers zijn dé speelexperts. Speelruimte wordt ingericht vanuit hun perspectief. Om goed aan te sluiten bij de speelbehoefte is jeugdparticipatie daarom altijd onderdeel van participatie. Iedere doelgroep heeft haar eigen belangen. De primaire doelgroep van het speelruimte beleid zijn jonge Haarlemmers van 0 tot 19 jaar. Het is belangrijk dat de speelruimte wordt ingericht voor ieder kind en dat de inrichting aansluit bij hun unieke speelbehoeftes. Volwassenen zijn de secundaire doelgroep. Ook zij hebben baat bij speelruimte. Ouders en opvoeders denken mee over veiligheid en toezicht en hebben daarmee een grote invloed op het buitenspelen van kinderen. Verder kunnen ook volwassenen gebruik maken van de speelruimte om te bewegen, te sporten, te recreëren en elkaar te ontmoeten.
13
2.3.1 OBB-normen Haarlem maakt gebruik van de OBB-normen9 om het aanbod aan formele en informele openbare speelruimte voor de kinderen van 0 tot 6 jaar en jeugdigen van 6 tot 12 jaar te toetsen. Daarnaast gelden er aparte OBB-normen voor jongeren van 12 tot 19 jaar. De OBB-normen zijn ontwikkeld door het bureau OBB. De OBB-speelnorm omvat de formele en informele openbare ruimte, en combineert informatie op verschillende niveaus (oppervlakte, aantallen kinderen, leeftijden, actieradius, speelwaarde, etc.) om tot een beoordeling van de waarde van speelplekken te komen. OBB-norm: formele speelruimte
OBB-norm: informele speelruimte
De OBB-normen zijn opgebouwd uit een aantal lagen die niet allemaal even specifiek zijn geformuleerd. Dat maakt het moeilijk om na te gaan of speelplekken in de openbare ruimte van Haarlem voldoen aan de OBB-normen en of buurten voldoende speelaanbod hebben. Dit is de voornaamste aanleiding voor de actualisatie van het Speelruimtebeleid van Haarlem.
9 Vernoemd naar ontwerp advies bureau wat norm heeft opgesteld.
14
3. Actualisatie: Van beleid naar uitvoering 3.1 Interpretatie van de OBB-normen Het Speelruimtebeleid van Haarlem maakt gebruik van de OBB-normen voor een verdeling van openbare formele en informele speelruimte voor de verschillende leeftijdsgroepen. Dit kader uit het Speelruimtebeleid blijft in stand met deze actualisatie. Wat echter ontbreekt, is een heldere vertaling van de gelaagde OBB-norm. Het geactualiseerde beleid ziet wel toe op een heldere interpretatie van de normen om speelruimte meetbaar te maken en richting te geven aan (her)inrichting van speelruimte. Met een heldere en concrete interpretatie van de norm kunnen we toetsen hoe Haarlem ervoor staat ten opzichte van de ambitie en kunnen we inspelen op een veranderende speelbehoefte van de aanwezige doelgroepen. Ook worden de leeftijdsgroepen uit de verschillende OBB-normen overzichtelijk in één overzicht geplaatst. Formele speelruimte Voor formele speelruimte geldt dat we de OBB-normen in het vervolg als volgt interpreteren: Voor een goede spreiding en bereikbaarheid van formele speelruimte is het belangrijk dat speelplekken op loop- of fietsafstand zijn. De actieradius uit de OBB-norm vertalen we daarom naar loopafstand. De loopafstand van 100 meter voor de leeftijdsgroep van 0 tot 6 jaar wordt niet meer gebruikt, omdat de praktijk leert dat zij niet zelfstandig naar speelruimte toe gaan, maar onder begeleiding.
Ook heeft in het verleden inrichting op 100 meter geresulteerd in speelruimte met een te beperkte speelwaarde. Voor de leeftijdsgroepen 0 tot 6 jaar en 6 tot 12 jaar hanteren we om die reden een loopafstand van 400 meter. De loop- of fietsafstand voor jongeren van 1000 meter is toegevoegd aan de interpretatie. Het verzorgingsgebied geeft het bereik weer van de speelruimte. Het verzorgingsgebied is gebaseerd op de loopafstand en voor de leeftijdsgroep van 0 tot 6 jaar en 6 tot 12 jaar wordt deze begrensd door fysieke barrières zoals gebiedsontsluitingswegen, erftoegangswegen, een spoorlijn of grote watergang. Jonge Haarlemmers uit de leeftijdsgroep van 12 tot 19 jaar zijn in staat om een grotere afstand te overbruggen. Het verzorgingsgebied is daarom groter en heeft geen fysieke barrières, maar bedient wel eigen wijk. Het aantal kinderen woonachtig in actieradius is onderdeel van de balans tussen formele en informele speelruimte en wordt verder toegelicht in dit hoofdstuk bij balans. Het niveau van de speelplek geeft de functiecategorie van een speelplek weer en wordt nader toegelicht in Hoofdstuk 3.2.2. Voor de benodigde oppervlakte van formele speelruimte wordt gerekend met een gemiddelde van 10m² per jonge Haarlemmer.
De oppervlakte van de speelruimte wordt omsloten door: hekwerk, erfscheiding, natuurlijk beplanting, heesters, verhoging in het landschap, metselwerk en open of gesloten verharding. De voorzieningen zijn geïnterpreteerd naar verdere uitwerking van de speelwaarde van een specifieke openbare speelplek. Speelwaarde wordt bepaald door ruimte, ligging, bereikbaarheid,
15
aansluiting bij de doelgroep, gevarieerde inrichting, betrokkenheid van gebruikers en omwonenden, en esthetische kwaliteit. De voorzieningen worden geïnterpreteerd om uitdaging en variatie zichtbaar te maken. Een minimaal aantal toestellen is uitdagend voor de leeftijdsgroep en het totaal aanbod (toestellen en speelprikkels) biedt voldoende variatie. De variatie is voor jonge Haarlemmers van 0-12 jaar bewegen, ontdekken en ontmoeten. Voor jonge Haarlemmers van 1219 jaar wordt dit uitgebreid met sporten en ontspannen. Uitdaging en variatie wordt gekoppeld aan data die af te leiden is uit catalogus informatie van de toestellen. Een openbare speelplek bevat verder minimaal een bank en een afvalbak. Speelprikkels worden voortaan speelaanleidingen genoemd. Speelaanleidingen zijn objecten die niet persé bedoeld zijn om te spelen, maar wel spel kan stimuleren. Ook inrichting in het landschap, zoals hoogteverschillen, kan een speelaanleiding zijn. We werken toe naar het meetbaar maken van hiervan. De vertaling van de OBB-normen voor formele speelruimte is weergegeven in bijlage 1. Informele speelruimte Voor informele speelruimte geldt dat we de OBB-normen in het vervolg als volgt interpreteren: Voor benodigde oppervlakte (voorheen omvang) van informele speelruimte rekenen we met 20m² per jonge Haarlemmer.
De invulling van informele speelruimte wordt bepaald door voldoende veilige en obstakelvrije ruimte om te kunnen spelen. De oppervlakte van informele speelruimte bestaat uit een brede stoep (meer dan 2,10m), plein, gras, beplanting, plantsoen en park. Hondenlosloopplaatsen en hotspots uit het Natuur Netwerk Haarlem zijn niet geschikt als informele speelruimte. Speelwaarde voor informele speelruimte is niet meetbaar. Speelwaarde is ook niet toe te wijzen aan informele speelruimte omdat dit om vrije ruimte gaat die ook voor andere doeleinden kan dienen. We werken wel toe naar het meetbaar maken van de speelwaarde van formele speelruimte. Verkeer en fysieke barrières (gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen, een spoorlijn of grote watergang) beperken informele speelruimte voor de leeftijdsgroepen van 0 tot 6 jaar en 6 tot 12 jaar. Bedreigingen worden geregistreerd vanuit overlastmeldingen. De vertaling van de OBB-normen voor informele speelruimte is weergegeven in tabelvorm in bijlage 1. Balans Hoe meer een wijk verdicht is en hoe minder informele speelruimte een wijk bevat, des te belangrijker wordt de formele speelruimte. Een goede balans tussen informele en formele speelruimte, met goede en veilige routes daartussen is van belang voor voldoende aanbod en de spreiding van speelruimte.
Om zicht te krijgen op de balans tussen formele en informele speelruimte is de OBB-beslisboom verwerkt in tabelvorm in bijlage 3. De tabel is opgesteld conform de OBB-beslisboom om te bepalen hoe een buurt of wijk scoort op basis van formele en informele speelruimte en is in bijlage 2 te vinden. Daarbij is het van belang dat we werken aan het continue verbeteren van de datakwaliteit in het gemeentelijke beheersysteem. Hoe nauwkeuriger de datakwaliteit in het beheersysteem van de gemeente wordt, hoe beter de analyses op basis van de OBB-normen en OBB-beslisboom worden. De weging van de balans tussen formele en informele speelruimte wordt in de vanuit het Uitvoeringsplan Speelvriendelijke Openbare Ruimte verder uitgewerkt.
16
De tabel over formele speelruimte helpt bepalen of er voldoende aanbod aan formele speelruimte aanwezig in een buurt of wijk. Voor de spreiding van formele speelruimte wordt het aantal kinderen woonachtig binnen de actieradius gebruikt om te toetsen of alle kinderen in een buurt of wijk binnen het verzorgingsgebied van speelruimte vallen. Wegens privacygevoelige informatie wordt de spreiding gebaseerd op adressen en niet op het aantal kinderen per adres. De oppervlakte van formele speelruimte wordt bepaald door het totale oppervlak van openbare speelplekken én van andere formele speelruimte zoals speeltuinverenigingen en openbaar toegankelijke schoolpleinen bij elkaar op te tellen. Of er voldoende formele speelruimte is, hangt af van het aantal jonge Haarlemmers per leeftijdsgroep in buurt of wijk10 en wordt getoetst tegen de benodigde oppervlakte van 10 m² per jonge Haarlemmer. Voor de leeftijdsgroep van 0 tot 6 jaar en 6 tot 12 jaar wordt getoetst of er voldoende speelruimte is per buurt. Voor volledige doelgroep van 0 tot 12 jaar wordt getoetst of er voldoende speelruimte is per wijk. Dit is niveau gekoppeld aan de loopafstand van de leeftijdsgroepen. De tabel over informele speelruimte helpt bepalen of er voldoende aanbod aan informele speelruimte in een buurt of wijk aanwezig is. Deze wordt afgelezen van het totaal aan beschikbare informele ruimte.
Of er voldoende informele speelruimte is in een buurt of wijk, hangt af van het aantal jonge Haarlemmers per leeftijdsgroep in de buurt of wijk11 en wordt getoetst tegen de benodigde oppervlakte van 20m² per jonge Haarlemmers. Voor de leeftijdsgroep van 0 tot 6 jaar en 6 tot 12 jaar wordt getoetst of er voldoende speelruimte is per buurt. Voor volledige doelgroep van 0 tot 12 jaar wordt getoetst of er voldoende speelruimte is per wijk. Dit is niveau gekoppeld aan de loopafstand van de leeftijdsgroepen.
3.2 Bouwstenen van de Speelvriendelijk Stad Om de visie van het Speelruimtebeleid uit te voeren, is het van belang om zicht te hebben op de verschillende onderdelen die bijdragen aan buitenspelen. In het Speelruimtebeleid werd daar ook wel de term speelweefsel voor gebruikt. Maar er is meer nodig dan speelweefsel alleen om tot een goed aanbod aan speelruimte te komen. In lijn met de opgaven uit de Omgevingsvisie en ander vigerend gemeentelijk beleid werken we daarom aan de 'Speelvriendelijke Stad'. De Speelvriendelijke Stad is opgebouwd uit drie bouwstenen: de fysieke speelruimte, de activering & sociale programmering, en organisatie & samenhang van het aanbod.
10 Gebaseerd op CBS-data.
Figuur 2 Bouwstenen van de Speelvriendelijke Stad
11 Gebaseerd op CBS-data.
17
Fysieke speelruimte De fysieke speelruimte omvat de totale buitenruimte in Haarlem waar jonge Haarlemmers kunnen spelen conform het speelweefsel uit Speelruimtebeleid. Om te komen tot de Speelvriendelijke Stad worden ook de speeltuinverenigingen, openbaar toegankelijke schoolpleinen, openbare sportparken en ingerichte speelruimte in eigendom van wooncorporaties of VVE's meegenomen in het totaal aan speelaanbod in een buurt of wijk. Door ook deze plekken mee te wegen in de beoordeling van het aanbod, kunnen we de inrichting van de formele en informele speelruimte hierop afstemmen. Daarnaast maken we helder waar speelruimte formeel of informeel is. Dit helpt om te bepalen of de WAS van toepassing is. Formele speelruimte is ingericht met speel- en/of sporttoestellen, speelaanleidingen en speel- of valondergrond, die uitnodigt en om te bewegen, te sporten, te ontdekken, te ontspannen en te ontmoeten. In informele openbare ruimte kunnen ook speelaanleidingen geplaatst worden, zoals keien, stapstenen of een wilgentunnel, maar is het duidelijk dat de nadruk van de ruimte niet op spelen ligt. Activering & sociale programmering Om het buitenspelen te stimuleren is meer nodig dan een uitnodigende fysieke speelruimte. Hoe omwonenden de speelruimte beleven, is net zo belangrijk om te komen tot een succesvolle Speelvriendelijke Stad.
Met name voor doelgroepen die minder buitenspelen, kan activering helpend zijn om bijvoorbeeld het gevoel van veiligheid te vergroten, nieuwe vaardigheden te leren en kennis te maken met jonge Haarlemmers in de buurt. Activering wordt bijvoorbeeld verzorgd op Cruyff Courts en Krajicek Playgrounds door buurtsportcoaches. Sociale programmering is bijvoorbeeld communicatie en voorlichting van ouders, opvoeders en omwonenden over het belang van buitenspelen. Organisatie & samenhang van het totale aanbod De Speelvriendelijke Stad vraagt om een nieuwe manier van werken in het samenspel tussen activiteiten die van oudsher bij het fysieke domein, of bij het sociale domein van de gemeente waren belegd. Het belang van nauwere samenwerking tussen het fysieke en sociale domein krijgt steeds meer aandacht zodat aanpassing van de fysieke speelruimte door een optimale combinatie van fysiek en sociaal gestuurd kunnen zijn. Daarnaast dient actief samengewerkt te worden met andere partners zoals uitvoeringsorganisaties, scholen, speeltuinverenigingen en woningcorporaties om te sturen op maatwerk voor voldoende speelruimte en passende speelwaarde, afgestemd op de demografie en de speelbehoefte binnen buurt en wijk. Daarbij is het van belang dat er heldere afspraken zijn over het beheer en onderhoud van de fysieke speelruimte.
Bij meerdere eigenaren of beheerders zijn helder afspraken over onderhoud en beheer vastgelegd in een beheersovereenkomst. 3.2.1 Speelwaarde van speelruimte De speelwaarde bepaalt of een speelplek ook daadwerkelijk passend is voor de doelgroep. De speelwaarde van meerder speelplekken bij elkaar in een buurt of wijk bepalen of de speelwaarde van de totale speelruimte passend is. Een passende speelruimte voor de doelgroep is de essentie van de Speelvriendelijke stad. Vanuit de visie van het speelruimtebeleid wordt de kwaliteit en de speelwaarde van speelplekken bepaald door ruimte, ligging, bereikbaarheid, aansluiting bij de doelgroep, gevarieerde inrichting, betrokkenheid van gebruikers en omwonenden, en esthetische kwaliteit. In dit hoofdstuk worden de aspecten die van belang zijn voor speelwaarde kort beschreven.
18
Ruimte, Ligging en bereikbaarheid De beschikbare ruimte, ligging en bereikbaarheid bepaald hoeveel jonge Haarlemmers daadwerkelijk gebruik kunnen van een speelplek. Ruimte wordt bepaald door de oppervlakte van een speelplek, passend bij het aantal jonge Haarlemmers. De ligging en bereikbaarheid in een buurt of wijk wordt bepaald door de loopafstand van de verschillende leeftijdsgroepen. Uitdagend spelen De basis van een kwalitatief goede speelplek is gebaseerd op een goede aansluiting bij de doelgroep die bediend wordt op die plek, ofwel op voldoende uitdaging voor de verschillende leeftijdsgroepen. Uitdagend betekent dat de speelruimte jonge Haarlemmers uitdaagt om nieuwe vaardigheden op te doen. Het leren van nieuwe vaardigheden gaat in kleine stappen. Er wordt uitgegaan van een gemiddelde ontwikkellijn en daarom wordt uitdaging gekoppeld aan de leeftijd. Een speelruimte moet ruimte geven voor verschillende leeftijden, omdat het ontwikkel- en vaardigheidsniveau per jonge Haarlemmer sterk kan verschillen. Juist door vrij te spelen kunnen jonge Haarlemmers zelf beslissen hoe en wanneer zij spelen en welke uitdaging zij aan gaan. Hierdoor groeit hun zelfvertrouwen en veerkracht. Een uitdagende speelruimte zorgt ervoor dat jonge Haarlemmers langer en geconcentreerder spelen, waardoor de ontwikkelkansen vergroot worden.
Een veilige speelruimte is dus per definitie géén saaie speelplek. Een saaie speelplek daagt kinderen niet uit en biedt geen ontwikkelkansen. Als ze zich vervelen blijven jonge Haarlemmers weg van de plek. Ook kan het tot gevolg hebben dat de speelruimte oneigenlijk wordt gebruikt en vandalisme toeneemt. Speelwaarde wordt dus mede bepaald door passende uitdaging voor de doelgroep van de speelruimte. Gevarieerde speelruimte Gevarieerd spelen draagt bij aan het speelplezier en biedt jonge Haarlemmers activiteiten en vaardigheden op het gebied van lichamelijk, geestelijk en sociaal gebied. Deze vaardigheden staan verder uitgewerkt in bijlage 5a. Dit wordt concreet vertaald naar de mogelijkheden om vaardigheden op te doen op het gebied van bewegen, ontdekken en ontmoeten. Een gevarieerde plek biedt een diversiteit in kleur, hoogte, ondergrond, materiaal, toestellen, speelaanleidingen, vorm van het ontwerp en activiteiten. De voorkeur voor soort spel is per kind uniek, waarbij gender en leeftijd ook een rol speelt. Een gevarieerde speelplek biedt minimaal aanbod op alle drie de speltypes bewegen, ontdekken en ontmoeten. Afhankelijk van de speelbehoefte bij een locatie kan er wel nadruk gelegd worden op één speltype. Bewegen en sporten De bewegingsontwikkeling vormt de basis voor een sterk en gezond lichaam.
Op jonge leeftijd starten met verschillende vormen van bewegen, zorgt ook voor een meer stabiele actieve leefstijl met volwassenen leeftijd. Naarmate jonge Haarlemmers opgroeien wordt bewegen steeds meer verbreed naar sporten. Ontdekken en ontspannen Door te spelen ontdekken jonge Haarlemmers stap voor stap zichzelf en de wereld om hen heen. Naarmate kinderen steeds meer zelfstandig door de buurt of wijk mogen bewegen, wordt hun wereld ook geleidelijk groter. Als deze vaardigheden voldoende ontwikkeld zijn, gaat ontdekken voor jongeren en volwassenen natuurlijk over in ontspannen en recreëren in de buitenruimte. Ontmoeten Buitenspelen in eigen buurt en wijk geeft de kans om Haarlemmers van verschillende leeftijden, interesses en culturele achtergrond te ontmoeten. Ontmoeten stimuleert sociale vaardigheden en
19
leert jonge Haarlemmers om samen te leven. Ook voor volwassen is het belangrijk dat zij elkaar kunnen ontmoeten in eigen buurt en wijk. Betrokkenheid en esthetische kwaliteit In hoeverre omwonende zich betrokken voelen bij een speelplek en de esthetische kwaliteit, wordt bepaald door de inrichting van een speelplek in relatie tot de beleving van omwonenden. Een speelplek heeft als randvoorwaarde fysieke veiligheid en sociale veiligheid. Verder is het van belang dat speelplekken inclusief, groen en klimaatadaptief zijn. Bepaalde voorzieningen worden gekoppeld aan de esthetische kwaliteit, zoals voldoende zitgelegenheden, een watertappunt en een prullenbak zodat de speelplek schoon blijft. Een speelplek moet ook een uitnodigende uitstraling hebben, dit komt terug in de keuze voor inrichting en materialen en onderhoud en beleving. (Jeugd)participatie is belangrijk voor de betrokkenheid van omwonende en de esthetische kwaliteit van een speelplek. 3.2.2 Categorie van formele speelplekken Op basis van de interpretatie van de OBB-normen en de speelwaarde wordt een speelplek (openbare speelplekken, speeltuinverenigingen en openbaar toegankelijke schoolpleinen) gecategoriseerd in de functie die een speelplek heeft voor de buurt of wijk. Dit zijn blok-, buurt- en wijkspeelplekken. In bijlage 4 is zijn de aspecten van speelwaarde gekoppeld aan de categorie van een speelplek.
Op deze manier kan formele speelruimte efficiënt op elkaar afgestemd worden. Daarnaast onderscheiden we speciale bovenwijkse speelplekken waar een specifiek aanbod te vinden is, zoals een natuurspeelplek of urban sports. Het overzicht van de bovenwijkse plekken is bijgesloten in bijlage 6. Het streven is naar minimaal één buurtspeelplek in elke buurt, waar jonge Haarlemmers van 0 tot 12 jaar kunnen bewegen, ontdekken en ontmoeten. Meestal heeft een buurt meerdere buurtspeelplekken om aan te sluiten bij het aantal jonge Haarlemmers. Blokspeelplekken worden alleen ingezet voor een specifieke leeftijdsgroep of bij een te grote afstand van de buurtspeelplek. Een blokspeelplek kent een kleine omvang en heeft vaak een lagere speelwaarde dan een buurt- of wijkspeelplek omdat er maar één leeftijdsgroep wordt bediend. Elke wijk heeft minimaal één wijkspeelplek, waar jonge Haarlemmers van 0 tot 19 jaar uit verschillende buurten samenkomen om te bewegen, sporten, ontdekken, ontspannen en ontmoeten. Een wijkspeelplek, fungeert dus ook als buurtspeelplek. Bij voldoende ruimte worden wijkspeelplekken bij voorkeur ingericht voor alle Haarlemmers van 0 tot 100 jaar. Daarbij wordt gekeken naar de evenredige verdeling van het speel- en sportaanbod zodat elke buurt en wijk wordt voorzien van een passend aanbod.
Aanvullend op het buurt- en wijknetwerk worden bovenwijkse speelplekken ingericht waar jonge Haarlemmers van 0-19 jaar uit andere wijken naartoe reizen. Een bovenwijkse speel- of sportplek kan ook fungeren als wijkspeelplek of een buurtspeelplek voor jonge Haarlemmers die dichtbij de plek wonen.
3.3 De speelvriendelijke openbare ruimte Het grootste aandeel van de Speelvriendelijke Stad wordt geleverd door de speelvriendelijke openbare ruimte. Kunnen spelen in de openbare ruimte betekent dat kinderen altijd toegang hebben tot gratis speelaanbod. De speelvriendelijke openbare ruimte bestaat uit formele speelruimte in de openbare ruimte, informele speelruimte in de openbare ruimte en speelroutes
20
die in de openbare ruimte liggen. Elke wijk en buurt in Haarlem is uniek. Afhankelijk van de demografische inrichting en de structuur is daarom ook elke openbare ruimte anders. Om de visie van het Speelruimtebeleid uit te voeren noemen we hieronder aspecten die van belang zijn bij het ontwerpen en inrichten van de openbare ruimte zodanig dat deze vanuit speelwaarde12 bijdraagt aan het creëren van de Speelvriendelijke Stad: ▪ Elke buurt heeft voldoende en passende speelruimte voor jonge Haarlemmers van 0 tot 12 jaar om te bewegen, te ontdekken en te ontmoeten ▪ Elke wijk heeft voldoende en passende speelruimte voor jonge Haarlemmers van 0 tot 19 jaar om te bewegen, te sporten, te ontdekken, te ontspannen en te ontmoeten ▪ De speelvriendelijke openbare ruimte wordt afgestemd op bestaande formele speelruimte, informele speelruimte en speelroutes om te komen een gevarieerd en uitdagend aanbod. ▪ De speelvriendelijke openbare ruimte wordt integraal ingericht. In het ontwerp van speelruimte wordt rekening gehouden met andere opgaven zoals ecologie, vergroening, klimaatadaptatie, toegankelijkheid en versterking van sociale cohesie, mobiliteit, sport, duurzaamheid en circulariteit om te komen tot meervoudig ruimtegebruik. 3.3.1 Inrichting van speelruimte bij vervanging of nieuwe speelplekken Formele speelplekken worden ingericht voor een levensduur van ongeveer 15 jaar.
Toestellen en valondergronden worden vervangen op basis van technische staat. Om te komen tot goede speelplekken worden deze bij voorkeur ingericht voor meerdere leeftijdsgroepen. Ook wordt rekening gehouden met de verdeling van uitdagende en gevarieerde speelruimte over een wijk voor de verwachte leeftijdssamenstelling over 15 jaar. Omdat het eerder ontbrak aan een duidelijke interpretatie van de OBB-norm werden toestellen die afgekeurd werden, veelal vervangen door hetzelfde of een vergelijkbaar toestel. Door de technische staat nu te kunnen koppelen aan een duidelijke interpretatie van de OBB-norm, kunnen we de functie formele speelplek in de openbare ruimte vastleggen. Ook wordt beter inzichtelijk waar vervanging geprogrammeerd moet worden op basis van technische staat, speelwaarde en de aanwezige doelgroep. We vervangen dus niet langer een wipkip voor een wipkip, maar borgen een Haarlems speelaanbod dat past bij de aanwezige of veranderende doelgroep. Daarnaast hebben we veel opgaven die we een plek moeten geven in de openbare ruimte. Dat vraagt om meervoudig ruimtegebruik, ook op speelplekken. Door multifunctionele en gecombineerde oplossingen, die meerdere doelen tegelijk dienen, mee te nemen in een nieuw ontwerp werken we toe naar een toekomstbestendige stad.
Tegelijkertijd zijn er activiteiten die zich niet met een formele speelplek in de openbare ruimte laten combineren omdat ze haaks staan op een veilige speelplek (bijvoorbeeld aanwezigheid van honden, zie APV) of niet bijdragen aan een gezonde levensstijl (bijvoorbeeld roken, vapen of alcoholhoudende drank, zie APV). Speelplekken worden daarom als geheel beoordeeld, afgestemd op de totale fysieke speelruimte, gemeentelijke opgaven en de technische staat van de speellocatie. Op het moment dat toestellen en valondergronden aan vervanging toe zijn, kijken we naar de locatie als geheel in een buurt en wijk en niet langer alleen naar de toestellen en valondergronden. Zo doorbreken we de trend van één-op-één vervanging, terwijl de leeftijd of het aantal aanwezige jonge Haarlemmers in de tussentijd misschien wel gewijzigd is én maken we de overstap naar een integrale aanpak om de vele opgaven het hoofd te bieden. Dezelfde aanpak wordt gevolgd wanneer een nieuwe speelplek wordt ingericht. Hieronder wordt beschreven welke aspecten meegenomen worden bij de inrichting van speelruimte bij vervanging of nieuwe speelplekken.
12 Zie ook bijlage 5a, Inrichtingsprincipes speelwaarde van openbare speelplek.
21
Leeftijd doelgroep Er wordt rekening gehouden met trends over meerdere jaren. Bij nieuwe ontwikkelingen en verdichting wordt rekening gehouden met het extra aantal jonge Haarlemmers die in een buurt komt wonen, om te bepalen of er voldoende speelruimte is, of dat nieuwe speelruimte moet worden toegevoegd. Ligging Een kwalitatief goede speelruimte maakt efficiënt gebruik van beschikbare ruimte en de ligging in een buurt of wijk. Om te komen tot een gevarieerd en uitdagend aanbod zijn grotere speelplekken die bestemd zijn voor meerdere leeftijdsgroepen meer wenselijk dan veel kleine speelplekken met een beperkte inrichting. De ligging van een speelplek ligt idealiter centraal in de buurt op loopafstand van de woningen. Voor de fysieke en sociale veiligheid ligt een speelplek in het zicht van woningen. Omdat kinderen doorgaans te voet naar de speelplek gaan, is verkeersveiligheid essentieel. De speelplekken kunnen bereikt worden met veilige oversteekplaatsen. Speelplekken liggen niet direct aan 50 km/u wegen, erftoegangswegen en gebiedsontsluitingswegen, grote watergangen of een spoorlijn. Daarnaast liggen formele speelplekken ook niet in groen met ecologische waarde13 en hondenlosloopgebieden14. Uitdagende en gevarieerde speelruimte De voorkeur voor soort spel is per kind uniek, waarbij gender en leeftijd ook een rol speelt.
Met het ontwerp van een speelplek wordt rekening gehouden met een heldere zonering, zodat er onderling genoeg ruimte is voor de voorkeur van iedere jonge Haarlemmer. De variatie en uitdaging van speelplekken wordt binnen een buurt en wijk op elkaar afgestemd, om te komen het totaal van passende uitdagende en gevarieerde speelruimte voor doelgroep. Leeftijden van de doelgroepen bepalen wat uitdagende en gevarieerde speelruimte is. Voor de doelgroep 0 tot 6 past bijvoorbeeld bewegen op een lager klimtoestel en voor jonge Haarlemmers uit de doelgroep 12 tot 19 heeft 'hangen' een functie. In bijlage 5a wordt uitdaging en variatie nader toegelicht richting aspecten die voor de inrichting van belang zijn, deze wordt actueel gehouden in de HIOR. Inclusie Een speelplek die aan de voorwaarden 100-70-50 voldoet noemen we een samenspeelplek. Op samenspeelplekken zoeken we -net als op alle speelplekken- de balans tussen veiligheid en uitdaging. Die balans is voor iedere jonge Haarlemmer anders. 100% toegankelijk voor iedereen is niet mogelijk én niet wenselijk. 100% welkom is wel mogelijk én noodzakelijk. We streven naar minimaal één samenspeelplek per buurt. In bijlage 5c wordt inclusie nader toegelicht richting aspecten die voor de inrichting van belang zijn.
13 Hotspots, NatuurNetwerk Haarlem. 14 Zie kaart.haarlem.nl.
22
De totale speelruimte in een buurt of wijk is inclusief zodat jonge Haarlemmers ongeacht leeftijd, gender, sociaal-economische achtergrond, culturele achtergrond of beperking, met verschillende achtergronden elkaar kunnen ontmoeten en er samen kunnen spelen (inclusie). Een inclusieve speelplek is een speelplek voor ieder kind. Nieuwe speelruimte en bestaande speelruimte wordt niet meer ingericht voor een beperkte doelgroep, bijvoorbeeld jongens van 6-12 jaar. Dit zorgt voor uitsluiting van andere doelgroepen. Speelruimte voor een specifieke groep wordt Figuur 3 Inclusie in de samenleving bij voorkeur ook niet meer apart naast een speelplek (segregatie) of apart binnen een speelplek (integratie) ingericht. Specifieke inrichting voor een inclusieve speelruimte is verder uitgewerkt in bijlage 5c en wordt actueel gehouden in de HIOR. Haarlem maakt gebruik van deze specifieke inrichting om speelruimte voor alle jonge Haarlemmers te verrijken. Een gevarieerde speelstructuur voor bewegen, sporten, ontdekken, ontspannen en ontmoeten bevordert inclusiviteit. Het streven is toegankelijke multifunctionele speelplekken waar iedereen zich welkom voelt, ingericht met een goede variatie en een duidelijke zonering, geschikt voor verschillende speeltypes, speelactiviteiten, voor verschillende vaardigheden en behoeften.
Sociale veiligheid De sociale veiligheid bepaalt of jonge Haarlemmers zich veilig voelen op een speelplek en er ook daadwerkelijk gebruik van maken. Het gevoel van veiligheid is een voorwaarde voor kinderen om te kunnen genieten van het spelen en te kunnen profiteren van de ontwikkelkansen. Ook is het belangrijk dat ouders en opvoeders een speelplek als sociaal veilig ervaren. Dit bepaalt vaak of een kind (zelfstandig) mag buitenspelen, wat van invloed is op hoe vaak kinderen buitenspelen. De sociale veiligheid begint met de ligging van een speelplek. Voldoende speelplekken dichtbij huis, zijn bekend en vertrouwd. De nabijheid van woningen zorgt voor informeel toezicht. Ook is de toegankelijkheid van een speelplek van belang, zoals voldoende entrees, zichtlijnen, verlichting en het voorkomen van doodlopende paden. Verder zijn de positionering, de uitstraling en het gebruik van open of gesloten speeltoestellen en beplanting of water van invloed op het gevoel van veiligheid en geborgenheid. Hoe meer jonge Haarlemmers gebruik maken van een speelplek, hoe sociaal veiliger deze voelt voor de buurt. Activering en sociale programmering hebben een positieve invloed op de sociale veiligheid. Aanwezigheid van groen en volwassenen helpt ook bij dit gevoel.
Meervoudig ruimtegebruik Er zijn veel opgaven in de openbare ruimte (groen en klimaatadaptatie, toegankelijkheid, sport, duurzaam en circulair materiaalgebruik) en weinig ruimte. Daarom is een integrale benadering noodzakelijk. Speelruimte wordt groener en meer klimaatadaptief. Voor de keuze van groenstructuren op formele speelplekken wordt rekening gehouden met veiligheid, beheer, speelwaarde, biodiversiteit, schaduw en intensief gebruik. Op speelplekken waar een knelpunt bestaat op het gebied van wateroverlast, kan waterberging worden gecombineerd met een speelelement en kan schaduw bij een speeltoestel worden gecreëerd door het planten van een boom met een goed
23
kroonvolume. Groene aspecten die van belang zijn voor de inrichting van formele speelplekken zijn te vinden in de bijlage 5b. Deze worden actueel gehouden in de HIOR. Tijdens het verouderen breken de materialen waar speeltoestellen van zijn gemaakt langzaam af. Deze resten komen in de omgeving terecht. Naast toegankelijkheid en veiligheid is het daarom bij het selecteren van materialen voor de speelinrichting en ondergronden van belang om rekening te houden met het Actieprogramma Circulaire Economie. Binnen de speelvriendelijke stad wordt ingezet op circulariteit door het hergebruik van bestaande speeltoestellen en onderdelen. Dit stimuleert lokaal hergebruik, voorkomt verspilling van materialen en kapitaal en verlengt de levensduur van voorzieningen. Bij nieuwe inrichting wordt zoveel mogelijk gekozen voor duurzame en biobased materialen, zoals hout, natuurlijke speelaanleidingen en hernieuwbare grondstoffen. Speelplekken worden modulair en flexibel ingericht, zodat ze eenvoudig kunnen worden aangepast aan veranderende wensen en behoeften. Onderhoud en reparatie worden actief ingezet om toestellen langer bruikbaar te houden, wat bijdraagt aan een lagere milieubelasting en een efficiënter beheer van de openbare ruimte. Hoe lager het aanbod van speelruimte in een buurt of wijk, hoe meer functies gestapeld moeten worden en hoe hoger de speelwaarde van een speelplek moet zijn.
Vanuit de visie van het Speelruimtebeleid wordt de kwaliteit en de speelwaarde van openbare speelplekken bepaald door ruimte, ligging, bereikbaarheid, aansluiting bij de doelgroep, gevarieerde inrichting, betrokkenheid van gebruikers en omwonenden, en esthetische kwaliteit. Met de OBB-normen worden ruimte, ligging en bereikbaarheid meetbaar. Speelwaarde maken we meetbaar aan de hand van variatie en uitdaging. Deze worden niet alleen bepaald door toestellen en vragen een nadere uitwerking. Ook speelaanleidingen en natuurlijke inrichting zorgen voor variatie en uitdaging. 3.3.1 Trends en ontwikkelingen Naast deze aspecten wordt voor de inrichting van speelvriendelijke openbare ruimte, conform het Speelruimtebeleid rekening gehouden met trends en nieuwe vormen van spelen. Natuurlijk spelen Natuurlijk spelen biedt voor jonge Haarlemmers ontwikkelkansen voor het ontdekken van de zintuigen, het ervaren van de seizoenen en het ontdekken van flora en fauna. Natuureducatie kan ook een expliciet onderdeel zijn van de speelinrichting. Spelen in de natuur draagt ook bij aan de gezondheid, bijvoorbeeld bij het verminderen van allergieën of voorkomen van astma. Speelruimte in Haarlem wordt daarom zoveel mogelijk groen en klimaatadaptief ingericht om natuurlijk spelen te bevorderen. Natuurlijk spelen kan in veel verschillende vormen.
Van speelplekken met speeltoestellen en valondergronden met een natuurlijke uitstraling, tot informele speelruimte waar alleen de natuur en speelaanleidingen voldoende zijn. Welke vorm passend is, hangt af van de speelbehoefte en de mogelijkheden en structuur van de wijk. Ook valondergronden kunnen van los natuurlijk materiaal zijn, maar Figuur 4 Strategisch model Letselpreventie