2 Bijlage Rapport Kwalitatief onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Zuid-KennemerlandIJmond 2025, Public Result
Tekst van het document
Arbeidsmigranten moeten beter toegang krijgen tot voorzieningen op het gebied van taal, gezondheid en participatie. Gemeenten kunnen dit stimuleren door samen met maatschappelijke organisaties en marktpartijen initiatieven op te zetten en te ondersteunen en de informatievoorziening richting arbeidsmigranten over bestaande initiatieven te versterken. Informatie gericht op zorg en welzijn voor arbeidsmigranten, inclusief checklist, is uiteengezet door de VNG in de ‘Handreiking Zorg & Welzijn EU-arbeidsmigranten’.
25
Voorbeeld Om arbeidsmigranten beter te ondersteunen, heeft de regio Greenport Aalsmeer een speciale informatie-app ontwikkeld. De app biedt 24/7 toegang tot actuele informatie in 17 talen over wonen, werken, zorg, onderwijs en lokale voorzieningen, en bevat bovendien een meldpunt voor bijvoorbeeld huurklachten. Met dit instrument wordt de informatievoorziening voor internationale medewerkers toegankelijker, waardoor zij sneller hun weg vinden en gemeente. Verschillende gemeenten werken met een digitaal nachtregister of hebben het voornemen dit te doen. Gemeenten in de regio Rivierenland richten zich op NachtregisterOnline. In andere gemeenten, zoals Montferland, wordt samenwerking gezocht met Platform Arbeidsmigranten. Een digitaal nachtregister zorgt voor meer actuele data en vereenvoudigd het registratieproces voor verblijfsbieders.
5.4 HANDELINGSPERSPECTIEF 4: GEBRUIK KENNIS EN ERVARING VAN MARTKPARTIJEN Huisvestingsinitiatieven voor arbeidsmigranten worden voor een belangrijk deel bepaald door de voorkeuren en belangen van marktpartijen. Hoewel deze uiteenlopen, komen er duidelijke gemene delers naar voren. Zo benadrukken vrijwel alle geïnterviewden het belang van goed beheer op huisvestingslocaties. Een adequaat beheermodel is cruciaal voor veiligheid, hygiëne, conflictbemiddeling en het onderhouden van draagvlak bij omwonenden. De ideale invulling verschilt per situatie, maar op elke (grote) locatie is vorm van beheer noodzakelijk. Gemeenten kunnen hier expliciet op sturen door beheereisen opstellen en concrete afspraken te maken met marktpartijen. Ook de wens om pendelafstanden te verkleinen wordt breed gedeeld. Huisvesting op of nabij de werklocatie, idealiter op fietsafstand, biedt voordelen voor zowel werknemers, werkgevers als overige inwoners van de dorpen en steden. Het voorkomt druk op de woongebieden, vermindert verkeersdrukte en vergroot de beschikbaarheid van woningen voor andere doelgroepen. Gemeenten kunnen deze wens actief ondersteunen door beleidsmatig ruimte te bieden voor huisvesting op of nabij bedrijventerreinen en op het eigen terrein van de werkgever, waar dat ruimtelijk en maatschappelijk passend is.
Regionale afstemming biedt hierbij kansen: door gezamenlijk uitgangspunten vast te leggen over locatiekeuze en bereikbaarheid kan beter worden aangesloten op zowel lokale ambities als praktijkervaringen en behoeften van marktpartijen. Voorbeeld In de gemeente Hardenberg hebben verschillende sessies plaatsgevonden om marktpartijen (uitzenders en huisvesters) te betrekken bij het opstellen van nieuw beleid. De bedoeling was om het beleidskader af te stemmen en in te spelen op de wensen en behoefte van marktpartijen maar ook hun kennis en ervaring te benutten. Zo zijn marktpartijen eerder bereid te investeren en kan in goed overleg goede huisvesting worden gerealiseerd en kunnen ongewenste situaties worden voorkomen.
26
5.5 HANDELINGSPERSPECTIEF 5: WERK ZOVEEL MOGELIJK SAMEN OP REGIONAAL NIVEAU Gezamenlijke oriëntatie op beleid en het afstemmen van kader biedt houvast voor marktpartijen en voorkomt dat gemeenten elkaars tekortkomingen moeten opvangen. Dit helpt om ongewenste waterbedeffecten, grote pendelafstanden en een ongelijk speelveld te voorkomen. Dit kan via samenwerkingsverbanden of door het opzetten van een regionale werkgroep of gesprekstafel. Steeds meer gemeenten zien in dat regionale afstemming essentieel is voor het effectief oppakken van de huisvestingsopgave. In bovenstaande handelingsperspectieven is zichtbaar hoe gezamenlijke beleidsvorming, afstemming van beheereisen en het delen van informatie vruchten kunnen afwerpen. Door regionale werkgroepen, intergemeentelijke afstemming of gezamenlijke beleidsnotities kunnen gemeenten sneller en consistenter opereren. Dit voorkomt dat individuele gemeenten elkaars keuzes of restricties moeten opvangen, zorgt voor meer kennisdeling en efficiëntie en helpt bij het voorkomen van een waterbedeffect. Naast de afstemming op het gebied van ruimtelijke (on)mogelijkheden, is samenwerking mogelijk bij aangrenzende opgaven rondom huisvesting.
Voorbeelden zijn het gezamenlijk aanbesteden van een digitaal nachtregister, het opzetten van een regionale handhavingsteam en het regionaal faciliteren van actuele informatie over wonen en werken in de regio. Daarbij versterkt samenwerking de positie van gemeenten richting marktpartijen en rijksoverheid, en maakt het mogelijk om gezamenlijke afspraken te maken over beheer, registratie of toezicht. Een regionale aanpak betekent niet één uniforme oplossing, maar een gedeelde basis waarop lokaal maatwerk mogelijk blijft. Met een regionale basis en lokale nuances kan een passende aanpak worden opgesteld die aansluit bij de behoeften op regionaal en lokaal niveau. Door ervaringen, formats en data te delen, kunnen gemeenten van elkaar leren en sneller reageren op signalen uit de praktijk. Zo ontstaat een lerende regio die in staat is om proactief te sturen op voldoende en passende huisvesting voor internationale werknemers. Vraag en aanbod van huisvesting beperken zich niet tot de grenzen van de regio ZK/IJ. De druk op de woningmarkt in de Metropoolregio Amsterdam is groot, en dit geldt ook voor de huisvesting van arbeidsmigranten die daar werkzaam zijn. Het is daarom van belang om ontwikkelingen in deze omliggende regio’s nauwlettend te volgen.
Afstemming met de Metropoolregio Amsterdam en andere aangrenzende gebieden is denkbaar en kan wenselijk zijn om zogenoemde waterbedeffecten te voorkomen. Om interregionale samenwerking effectief vorm te geven, is het nodig dat eerst lokaal en regionaal stappen worden gezet. Dit vraagt om een duidelijke visie, en aanpak, op het huisvestingsvraagstuk voor short- en midstay.
27
Voorbeeld Op verschillende plekken wordt op regionaal niveau over het vraagstuk van huisvesting gesproken. Regio Rivierenland heeft een regionaal handelingskader opgesteld en Greenport Aalsmeer een actie-agenda. In de provincie Overijssel wordt samenwerking opgestart via het organiseren van regionale kennissessies, waarin kennisdeling tussen gemeenten centraal staat. Deze overlegstructuren bieden een basis voor concrete samenwerking in de toekomst. Betrokkenheid van alle regiogemeenten bij de verschillende aspecten rondom huisvesting is niet altijd noodzakelijk. Verschillende samenwerkingsverbanden zijn georganiseerd aan de hand van koplopersgroepen of ‘coalition of the willing’. Enkele gemeenten zorgen daarbij voor het aanjagen van bepaalde thema’s of ambities.
5.6 TOEKOMSTSCENARIO’S De bovenstaande handelingsperspectieven bieden verschillende aanknopingspunten om, waar mogelijk in gezamenlijk verband, verder na te denken over de aanpak van de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten in de regio. Om het gesprek hierover te ondersteunen, zijn drie mogelijke scenario’s geschetst. Deze scenario’s representeren uiteenlopende richtingen, van het voortzetten van de huidige koers tot intensievere vormen van regionale samenwerking en beleidsafstemming. Elk scenario kent zijn eigen overwegingen, mogelijkheden en aandachtspunten. Deze zijn nadrukkelijk bedoeld als denkkaders, niet als blauwdrukken. Scenario 1: Doorzetten van huidige koers (beperkte inzet, weinig regie) Bij dit scenario bepalen gemeenten zelfstandig hoe urgent ze de huisvestingsopgave vinden en kiezen hun eigen proces voor beleidsontwikkeling en -uitvoering. Op basis van de huidige koers betekent dit dat concrete kaders voor huisvesting van arbeidsmigranten in de meeste gemeenten ontbreken, evenals structureel overleg met marktpartijen. Enerzijds biedt dit scenario ruimte aan lokale autonomie en flexibiliteit, en vraagt het relatief weinig bestuurlijke en ambtelijke capaciteit. Anderzijds vindt er weinig voortgang plaats rondom het opstellen van beleidskader, onderlinge afstemming en samenwerking met de markt.
Mogelijke gevolgen: De markt heeft veel vrijheid, wat op korte termijn kan leiden tot minder druk op capaciteit en ambtelijke inzet. Tegelijkertijd kan het ontbreken van kaders en onderlinge afstemming ertoe leiden dat verschillen tussen gemeenten verder toenemen. Dit vergroot de kans op zogenoemde waterbedeffecten, bijvoorbeeld bij handhaving of bij pendelbewegingen van arbeidsmigranten tussen gemeenten. Een reactief handhavingsbeleid vergroot het risico dat misstanden zich zowel binnen gemeenten als tussen gemeenten verplaatsen, waardoor ze blijven voortbestaan. De randvoorwaarden voor huisvesting blijven vaak onduidelijk bij ondernemers. Ook blijft de grip op kwaliteit, registratie en naleving beperkt. Scenario 2: Lokaal inzet versterken (lokale versterking, versnipperd tempo) In dit scenario erkennen steeds meer gemeenten het belang van passende huisvesting voor arbeidsmigranten en nemen zij zelfstandig stappen op het gebied van beleidsontwikkeling,
28
uitvoering en toezicht. Er is sprake van een groeiend gedeeld besef dat verbetering noodzakelijk is, maar de aanpak blijft lokaal en verschilt per gemeente. Regionale afstemming kan tot stand komen via bestaande of nieuwe overlegstructuren binnen bijvoorbeeld de domeinen Wonen of Economie, dan wel via informele kennissessies met betrokken partijen, maar afstemming blijft minimaal. Mogelijke gevolgen: Omdat gemeenten hun eigen kwaliteitscriteria hanteren en afzonderlijk in gesprek gaan met marktpartijen, kan dit scenario leiden tot uiteenlopende beleidskaders en uitvoeringstempo’s. Hoewel in sommige gemeenten duidelijke stappen gezet zullen worden, blijft het risico op ongelijkheid, marktverschuiving en inefficiëntie groot. Marktpartijen bewegen naar de meest gunstige gemeenten, wat kan zorgen voor veranderingen in lokale werkgelegenheid, gemeentelijke inkomsten en ruimtelijke ordening. Door te werken met koplopergemeenten kunnen sommige van deze negatieve gevolgen omgebogen worden, o.a. door het delen van goede voorbeelden, maar dit vereist wel goede ondersteuning en begeleiding. Scenario 3: Regionaal stappen zetten (regionale samenwerking, beperkte versnippering) In dit scenario bundelen gemeenten hun krachten en ontwikkelen samen een beleidskader met duidelijke afspraken over kwaliteit, locaties en handhaving. Er wordt ingezet op regionale afstemming en samenwerking.
Structureel overleg vindt plaats met marktpartijen, bijvoorbeeld via een regionaal overlegplatform, en tussen gemeenten onderling. Registratie en informatievoorziening worden eenduidig ingericht, met actieve betrokkenheid van marktpartijen. Door gezamenlijk te sturen op locatiekeuze, beheer en transparante informatievoorziening kan er meer duidelijkheid richting ondernemers ontstaan en kan er worden toegewerkt naar een meer gelijk speelveld. Gevolg: Deze vorm van samenwerking kan leiden tot meer grip op de ontwikkeling en het beheer van huisvesting voor arbeidsmigranten. Door afstemming tussen gemeenten kunnen ongewenste verschuivingen worden beperkt en kan er meer consistentie in beleid en uitvoering ontstaan. De regionale aanpak geeft helderheid voor marktpartijen, wat het draagvlak en het vertrouwen in het beleid kan versterken. Tegelijkertijd vraagt deze aanpak om meer bestuurlijke en ambtelijke inzet, en kan de gezamenlijke besluitvorming meer tijd vergen. Wanneer goed ingebed, biedt dit scenario perspectief op een toekomstbestendige en evenwichtige aanpak van de regionale huisvestingsopgave. De drie scenario’s laten de bandbreedte zien van de mogelijkheden. Er zijn uiteraard ook tussenvarianten denkbaar, waarbij er bijvoorbeeld op specifieke thema’s een aanpak opgesteld wordt.
De scenario’s (en opgaven en handelingsperspectieven) vormen daarmee een startpunt om het gesprek zowel lokaal als regionaal te voeren over het vervolg.
29