CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage A startnotitie start opstellen volkshuisvestingsprogramma (VHP) Haarlem 2026-2030

commissie Ontwikkeling 12 december 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20.55 uur Startnotitie ' Volkshuisvestingsprogramma Haarlem 2026-2030' (FR)2.832 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie

Onderwerp

Start opstellen volkshuisvestingsprogramma (VHP) Haarlem 2026-2030

Start uitvoering

November 2024

Volkshuisvestingsprogramma Haarlem 2026 tot en met 2030 Duurzaam goed wonen 1. Inleiding Aanleiding/context De woonvisie Haarlem “Samen Doorbouwen aan een Duurzaam (t)huis” loopt tot-en-met 31 december 2025. Op dit moment zijn gemeenten nog verplicht om elke vijf jaar een nieuwe woonvisie vast te stellen op basis van de Woningwet. Dit verandert met het wetsvoorstel ‘Versterking regie Volkshuisvesting’ die waarschijnlijk dit najaar door de Tweede Kamer wordt vastgesteld. Wanneer de concept-wet in werking treedt (op z’n vroegst 1 juli 2025) wordt volkshuisvesting een doel onder de Omgevingswet en wordt het volkshuisvestingsprogramma een verplicht programma onder de Omgevingswet (en daarmee onder de omgevingsvisie van Haarlem). Het volkshuisvestingsprogramma vervangt daarmee de woonvisie onder de Woningwet. Met het aflopen van de looptijd van de woonvisie en de ontwikkeling van nieuwe wetgeving is het voornemen om een document op te stellen wat voldoet aan de vereisten en kaders van nieuwe wetgeving, maar conform vigerende wetgeving wordt vastgesteld door de raad. In deze startnotitie worden de kaders hiervoor vastgelegd en wordt inzicht gegeven in de inhoudelijke thematiek, planning en voorgenomen participatie.

2. Resultaat Op het moment van schrijven is de Wet ‘Versterking regie Volkshuisvesting’ nog niet vastgesteld. In de conceptregelgeving bij de wet is een aantal onderwerpen bepaald die in elk geval een plek moeten krijgen in het Volkshuisvestingsprogramma. Het streven is om een volkshuisvestingsprogramma op te leveren dat een helder overzicht geeft van de beleidsdoelstellingen, maar vooral ook van de activiteiten en producten die nodig zijn om deze beleidsdoelstellingen voor de komende 5 jaar te behalen (2026-2030) met een doorkijk naar 2035 (voor wat betreft de ontwikkeling van de voorraad). De inhoudelijke analyse en afwegingen die geleid hebben tot dit programma, worden in een bijlage bij het volkshuisvestingsprogramma toegevoegd. Mochten er tijdens besluitvorming van de Wet ‘Versterking regie Volkshuisvesting’ nog inhoudelijke aanvullingen komen of vormvereisten dan wordt het volkshuisvestingsprogramma hierop aangepast.

1/10

3. Thema's Het volkshuisvestingsprogramma staat niet op zichzelf, maar bouwt voort op de huidige Woon- en Omgevingsvisie. De grote thema's binnen de volkshuisvestelijke opgaven zijn nog steeds relevant en actueel. In het volkshuisvestingsprogramma komen daarom de vertrouwde hoofdthema's terug, met daaronder de beleidsonderwerpen die daarbinnen vallen. Per hoofdthema komen daar naar verwachting wel nieuwe onderwerpen bij, of kan de prioritering verschuiven. Daarnaast leidt een nieuwe analyse op deze thema’s ongetwijfeld door veranderende politieke, economische en maatschappelijke ontwikkelingen tot nieuwe doelstellingen en beoogde resultaten. De verwachting is dat vanuit de Omgevingswet er mogelijk ook onderwerpen zijn, waar vooral de koppeling met aanverwante beleidsproducten van andere afdelingen goed moet worden geborgd, maar die niet inhoudelijk primair in het volkshuisvestingsprogramma zullen landen. Eventuele essentiële raakvlakken met dit beleid worden benoemd, afgestemd c.q. naar verwezen. Conform de Omgevingswet en het wetsvoorstel "Versterking regie Volkshuisvesting’ valt het volkshuisvestingsprogramma onder de Haarlemse omgevingsvisie. Het volkshuisvestingsprogramma betreft geen integrale visie op stedelijke ontwikkeling.

Naast het volkshuisvestingsprogramma wordt er onderzoek gedaan naar strategieën voor het toevoegen van onder andere woningen voor de periode na 2030. De thema’s die hieronder worden genoemd, zijn de hoofdthema’s met daaronder een aantal voorbeelden van onderwerpen die daar onder vallen. Dit is geen compleet overzicht. Naast de thema’s die in de huidige woonvisie aan bod komen en thema’s die vanuit de 'Wet Versterking Regie Volkshuisvesting’ en de Omgevingswet worden toegevoegd, kunnen er mogelijk vanuit het participatieproces en de input vanuit de raad nog extra thema’s worden toegevoegd. Beschikbaarheid & betaalbaarheid In dit hoofdstuk komen diverse onderwerpen aan bod waaronder de plancapaciteit, bouwambitie met de doelgroepen, de prijsklassen, waar we ons op richten, het behoud van de bestaande voorraad en passendheid van de woningvoorraad en de gewenste ontwikkelingen. Op basis van de woningbehoefteramingen, de bestaande plancapaciteit en de (on)mogelijkheden binnen de bestaande woningvoorraad, zal onder het thema beschikbaarheid de inzet voor het toevoegen van woonruimte voor de korte, middellange en lange termijn worden bepaald, waarbij aandacht besteed wordt aan het beter in balans brengen van de Haarlemse wijken (ongedeelde stad). Hiermee raakt het volkshuisvestingsprogramma het nog te starten onderzoek naar strategieën voor onder andere woningbouw na 2030.

Aandachtsgroepen & bijzondere doelgroepen In dit hoofdstuk komen alle doelgroepen aan bod waar apart beleid op wordt gemaakt, waaronder starters, senioren, uitstroom uit Maatschappelijke Opvang (MO) en Beschermd Wonen (BW), woonwagenbewoners, arbeidsmigranten etc. Inhoudelijk heeft dit hoofdstuk een duidelijke overlap met het Actieprogramma Wonen en Zorg (besluitvorming naar verwachting in Q1 2025). In het volkshuisvestingsprogramma wordt voor dit thema in basis aangesloten bij de koers die wordt uitgezet in het Actieprogramma Wonen en Zorg.

2/10

Duurzaam & toekomstbestendig In dit hoofdstuk komen de thema’s aan bod die gaan over een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. Daarbij wordt in elk geval aandacht geschonken aan thema’s als funderingsproblematiek, energietransitie van de bestaande voorraad (isolatie, opwek, aardgasvrij) en het thema toekomstbestendige bouw (energie, circulariteit (houtbouw), klimaatadaptatie, natuur inclusieve woning en woonomgeving en gezondheid. Wijken & leefbaarheid In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan thema’s als kwetsbare complexen, wijken die extra aandacht nodig hebben, kwaliteit van de woningen, zowel vanuit fysieke als sociale factoren. Het gaat om de kwaliteit van de woon- en de leefomgeving, toegankelijkheid, veiligheid, voorzieningen en het prettig samen wonen, de inclusieve wijk en de aanpak van woonfraude. De toename van huisvesting van aandachtsgroepen in de wijk vraagt iets extra’s van de toegankelijkheid, inclusiviteit en toekomstbestendigheid van de openbare ruimte, woningen en complexen. Verder besteden we aandacht aan de instrumenten die we hierbij kunnen benutten vanuit bijvoorbeeld de huisvestingsverordening of de Wet goed verhuurderschap. Samenwerking In dit hoofdstuk wordt de samenwerking binnen de regio, met de Metropoolregio Amsterdam (MRA), met de provincie Noord-Holland, met stakeholders en bewoners toegelicht.

Zo hebben we de Woondeal MRA medeondertekend en voeren we de afspraken uit. We werken binnen ZuidKennemerland samen aan de hand van de Zuid-Kennemer agenda. Binnen het beleidsterrein wonen werken we samen met de regiogemeenten Zuid-Kennemerland/ IJmond, de provincie Noord-Holland en de regionale corporaties aan de uitvoering van het regionaal Woonakkoord Zuid-Kennemerland/ IJmond. Deze samenwerkingsverbanden hebben invloed en dragen bij aan diverse doelen uit het volkshuisvestingsprogramma, waar we genoemde partijen nodig hebben. Daarnaast worden na vaststelling van het volkshuisvestingsprogramma nieuwe prestatieafspraken met de corporaties gesloten.

4. Proces en planning Onderstaand is de planning en een beschrijving van processtappen verwoord. De planning is om eind 2025 het volkshuisvestingsprogramma gereed te hebben. De participatie wordt in de volgende paragraaf toegelicht. Er is een aantal momenten waarop de raad wordt betrokken. Naast de bespreking van de startnotitie in de raad, zal de raad in april 2025 om richting gevraagd worden aan de hand van een opinienota. De uitkomsten van de discussie worden meegenomen in het concept volkshuisvestingsprogramma. Tijdens de inspraakperiode wordt vervolgens het concept volkshuisvestingsprogramma ter bespreking aan de raad aangeboden. De raad stelt tot slot het definitief volkshuisvestingsprogramma eind 2025 vast.

3/10

5. Participatie Participatie heeft een prominente plek gekregen in de Omgevingswet, en zal dan ook een belangrijk onderdeel worden van het volkshuisvestingsprogramma. Om een helder beeld te krijgen van welke behoeftes en dilemma's er zijn, welke knelpunten er spelen en welke kansen en uitdagingen er liggen, is het belangrijk om het gesprek te voeren met de stad. De wooncrisis is nog altijd onderdeel van onze dagelijkse realiteit, waardoor gesprekken met partners en bewoners in de stad van grote waarde zijn bij het opstellen van dit programma. We geven het participatieproces vorm conform het recent vastgestelde participatiebeleid 1. Onderdelen van participatie Naast het intern betrekken van collega's wordt er in Q1 2025 een stakeholderssessie georganiseerd waarbij alle relevante stakeholders zo veel mogelijk in gezamenlijkheid worden geïnformeerd over het volkshuisvestingsprogramma en het traject, en waarbij op een interactieve manier, via thematafels, met elkaar in gesprek wordt gegaan. Stakeholders zijn onder andere: marktpartijen, samenwerkingspartners (o.a. Samen Anders), corporaties, provincie Noord-Holland, onderwijsinstellingen, regiopartners (o.a. MRA, Zuid-Kennemerland/ IJmond), vertegenwoordiging platforms belangenorganisaties van bewoners.

Daarnaast worden ook in Q1 2025 twee bewonersavonden georganiseerd, waarbij onder begeleiding van een extern bureau op een interactieve manier in gesprek wordt gegaan met bewoners over het thema 'Volkshuisvesting'. Met behulp van team Versterken Lokale Democratie zal worden gewerkt aan een interactief en toegankelijk programma. In aanvulling hierop wordt gebruik gemaakt van beschikbare data die jaarlijks wordt opgehaald via de bewonerspeiling, en mogelijk wordt er aanvullend nog een online een participatiemogelijkheid gecreëerd voor bewoners. Als het volkshuisvestingsprogramma in concept gereed is, start de inspraakperiode, die naar alle waarschijnlijkheid zal lopen van begin augustus tot half september.

6. Budget Voor het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma en voorgestelde participatie is circa 40.000 euro gereserveerd. 1 De ‘Verordening participatie en uitdaagrecht gemeente Haarlem 2024’.

4/10

Bijlage 1: Wettelijk kader Wet versterking Regie op de Volkshuisvesting en Omgevingswet Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting2 De Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting (Wvrv) heeft als doel het juridisch instrumentarium van gemeenten, provincies en het Rijk te versterken, omdat de actuele opgave groot is en er gecoördineerde en sturende inspanning van alle overheden nodig is. Het voorstel bevat wijzigingen in verschillende wetten, zoals de Omgevingswet, Woningwet, Huisvestingswet 2014 en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Deze wijzigingen zullen middels lagere regelgeving worden uitgevoerd. Er zijn drie maatschappelijke opgaven waar het wetsvoorstel zich op richt: (1) regie op aantallen woningen en locaties, (2) regie op betaalbare woningen en evenredige verdelingen van de woningen en (3) verstevigen van de lokale prestatieafspraken. (1) Regie op aantallen woningen en locaties In het wetsvoorstel wordt Volkshuisvesting toegevoegd aan de doelen van de Omgevingswet. In de omgevingsvisie wordt het woonbeleid op hoofdlijnen uitgezet, in samenhang daarmee wordt in het wetsvoorstel een verplicht volkshuisvestingprogramma voorgeschreven. Hierin concretiseren Rijk, provincie en gemeenten hun woonbeleid met een aantal verplichte volkshuisvestelijke onderdelen.

De realisatie van voldoende aantallen betaalbare koopwoningen en sociale huurwoningen is daarbij een expliciet verplicht onderdeel. Het volkshuisvestingprogramma is getrapt opgebouwd; het gemeentelijke volkshuisvestingprogramma sluit aan op het provinciale volkshuisvestingprogramma en deze sluit aan op het volkshuisvestingprogramma van het Rijk. Hiermee wordt beoogd duidelijkheid over de te realiseren opgave te scheppen, ook richting corporaties en marktpartijen. Met de toevoeging van Volkshuisvesting als doel aan de omgevingswet komt het volledige instrumentarium uit de Omgevingswet ter beschikking aan Rijk en provincies om invulling te geven aan dit doel. Denk hierbij aan instructieregels en -besluiten waarmee Rijk en provincies kunnen ingrijpen in het omgevingsplan van gemeenten en deze in lijn kunnen brengen met de volkshuisvestingprogramma’s van Rijk en overheden. Daarnaast beoogt het wetsvoorstel een goede balans te creëren tussen het belang van de bezwaarmaker (zoals een omwonende), en het belang van de woningzoekende bij 2Op basis van samenvatting WvrV van Aedes

5/10

woningbouwprocedures. Daarbij kunnen categorieën projecten worden aangewezen waarvan versnelde uitvoering gewenst is vanwege zwaarwegende maatschappelijke belangen. Dit gaat o.a. over het in beroep gaan bij één instantie, uitspraak van de bestuursrechter in 6 maanden en het voorschrijven van versnelde behandeling van het beroep. (2) Regie op betaalbare woningen en evenredige verdelingen van de woningen Er moet een meer evenwichtige verdeling komen in de woningvoorraad, zodat de woningen voor de juiste doelgroepen zijn en op de juiste manier gebruikt worden. Beoogd wordt om tot een evenwichtige verdeling in de woningvoorraad te komen met als doel de bouw van twee derde betaalbare woningen. Om dit op lange termijn te borgen komt er een nieuwe definitie voor sociale huur. Deze definitie geeft gemeenten een instrument in handen om gericht in de nieuwbouw te sturen op 30% sociale huur. Landelijk, provinciaal en in de regio komt er een verplichting om twee derde van de nieuwbouwopgave te laten bestaan uit betaalbare woningen (betaalbare koop, middenhuur, sociale huur). Daarnaast moeten gemeenten verplicht 40% van hun nieuwbouwopgave voor middeninkomens realiseren. Gemeenten die een lager aandeel sociale huur dan het landelijke gemiddelde hebben, zijn verplicht van hun totale nieuwbouwopgave 30% uit sociale huur te laten bestaan.

Hierbij wordt een bepaling opgenomen dat in gemeenten met meer dan 30% sociale huur in de bestaande voorraad, ze minder sociale huur hoeven te bouwen waardoor ze juist meer bouwen in het middensegment. Daarnaast beoogt het wetsvoorstel meer kansengelijkheid te creëren in de huisvesting van urgente aandachtsgroepen. De vormgeving van urgente categorieën wordt landelijk bepaald. Gemeenten worden verplicht een urgentieregeling als onderdeel van de huisvestingsverordening op te nemen. Hierin worden een aantal verplichte urgente categorieën opgenomen, ongeacht de mate van schaarste. Gemeenten krijgen de verplichting afspraken te maken met gemeenten in de regio over de verdeling van urgente groepen. (3) Verstevigen van lokale prestatieafspraken Corporaties worden geacht naar redelijkheid bij te dragen aan het nieuwe gemeentelijke volkshuisvestingprogramma. Meer regie zal plaatsvinden door voor meer wederkerigheid te zorgen tussen gemeenten, corporaties en huurderorganisaties. Het mandaat van de bestaande Adviescommissie geschilbeslechting prestatieafspraken Woningwet wordt verbreed. Waar eerst enkel de gemeente zich kon wenden tot de adviescommissie kunnen straks ook corporaties en huurdersorganisaties zich wenden tot de adviescommissie die oordeelt over het geschil in het maken en uitvoeren van de lokale prestatieafspraken.

De adviescommissie kan oordelen over de rol van elke partij in het geschil. Tevens wordt in het wetsvoorstel het werkgebied van corporaties aangepast aan de grenzen van de woningmarktregio naar de grenzen van de provincie waarin de corporatie haar hoofdzetel heeft. Op deze manier kunnen corporaties die daarvoor middelen hebben, bijdragen aan de provinciale opgave.

Omgevingswet De Omgevingswet biedt een instrumenteel kader voor de fysieke leefomgeving, waarbij het Rijk sturend op kan treden en regie kan voeren. De nationale omgevingsvisie legt de hoofdlijnen van het te voeren beleid vast en bij AMvB stelt het Rijk regels over activiteiten die gevolgen kunnen hebben

6/10

voor de fysieke leefomgeving. Het Rijk en provincies beschikken over het instrumentarium van instructieregels, waarmee gericht over de inhoud van een omgevingsplan een instructie gegeven kan worden. De provincie heeft bovendien de taak een coördinerende rol op regionaal niveau te vervullen. Het wetsvoorstel ‘Versterking regie Volkshuisvesting’ stelt dat de Omgevingswet daarom een geschikt kader biedt voor de verhouding tussen Rijk, provincie en gemeenten, dat ook het terrein van de volkshuisvesting bruikbaar is. “Volkshuisvesting” wordt daarom toegevoegd als een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. “het bevorderen van een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad” wordt daarnaast als taak toegevoegd aan de Wet. Het opstellen van een woonvisie was een verplichting voor gemeenten op grond van de Woningwet. Deze zal vervangen worden door de plicht om op grond van de Omgevingswet de omgevingsvisie vast te stellen en het hierin opgenomen beleid gericht op de volkshuisvesting verder uit te werken in een verplicht volkshuisvestingsprogramma. 1.Omgevingsvisie Met het toevoegen van “bevordering van voldoende woongelegenheid” als maatschappelijke doel omvatten de bepalingen van de omgevingsvisie inherent de taak dat de omgevingsvisie ook over de ontwikkeling en beheer van de woningvoorraad en de bevordering van voldoende woongelegenheid gaat.

De omgevingsvisie bevat het beleid op hoofdlijnen. 2.Volkshuisvestingprogramma Er wordt een verplichting toegevoegd aan de Omgevingswet voor gemeenten, provincies en het rijk om een volkshuisvestingprogramma vast te stellen. Het doel van het volkshuisvestingprogramma is de verdere uitwerking van de visie op het woonbeleid en om concrete maatregelen te bevatten om tot realisering van het beleid te komen. Er wordt een onderzoek- en monitoringsplicht toegevoegd aan dit woonprogramma. Op basis van de Omgevingswet dienen gemeenten dit volkshuisvestingprogramma in regionaal verband met andere gemeenten af te stemmen en ook met de provincie. De verplichting tot het opstellen van een volkshuisvestingprogramma gaat naar verwachting in op 1 januari 2026. Tot die tijd behouden de huidige beleidsstukken hun werking. Het volkshuisvestingprogramma geeft een beschrijving van het beleid voor in ieder geval de eerstkomende vijf jaar. Hierin wordt aandacht besteed aan de gevolgen van bevolkingsprognoses voor woonbehoefte en daarmee samenhangende opgave voor woningbouw en passende huisvesting. Beoogd wordt dat de provinciale woondeals onderdeel gaan uitmaken van het woonprogramma van de provincies en het Rijk. Het volkshuisvestingprogramma vormt de basis voor de lokaal te maken prestatieafspraken.

7/10

Impact op besluitvormingsprocedure De hierboven beschreven wijzigingen worden formeel pas van kracht wanneer de Wet versterking regie Volkshuisvesting is vastgesteld en de ingangsdatum ook formeel bekend is gemaakt (verwachting is 1 januari 2026). Gezien de looptijd van de huidige woonvisie Haarlem (loopt af eind 2025) is dit het juiste moment om te starten met het opstellen van een volkshuisvestingsprogramma. Er wordt daarbij zoveel mogelijk voorgesorteerd op deze nieuwe wetgeving. Omdat deze formeel nog niet is ingegaan, wordt de besluitvormingsroute van een traditionele woonvisie gevolgd en ligt daarmee besluitvorming bij de raad. Volgens de Omgevingswet zal een volkshuisvestingsprogramma straks als een collegebesluit in routing kunnen worden gebracht. De verwachting is dat er een overgangstermijn zal worden vastgesteld, waarmee ook traditionele Woonvisies met een looptijd voorbij vaststelling van deze Wet nog een periode van kracht zullen blijven, als zijnde een volkshuisvestingsprogramma onder de Omgevingswet. Gezien de gevolgde besluitvormingsprocedure zal dit dan ook gelden voor dit volkshuisvestingsprogramma, al is dit inhoudelijk al in lijn met de nieuwe wetgeving.

Mocht uiteindelijk blijken dat hiermee de geldigheid van dit volkshuisvestingsprogramma niet voor de volledige looptijd juridisch passend is gedekt, dan wordt op dat moment bekeken of aanvullende besluitvorming nodig is.

8/10

Bijlage 2: Toelichting op procesplanning volkshuisvestingsprogramma

9/10

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14871806/1