CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 4 bij bijlage 1 Smit Groenadvies 241115 - P240467 AO HM GZ VM Orionhof te Haarlem

commissie Ontwikkeling 8 januari 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20.30 uur Sociaal woningbouwproject Orionhof (FR)4.108 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Adres Telefoonnummer E-Mail Website

Harmenkaag 11 1741 LA Schagen 0224 75 12 75 natuur@smitgroenadvies.nl www.smitgroenadvies.nl

Opdrachtgever

Stichting YMERE

Contactpersoon

R. Leusink

Postadres Adres

Postbus 2412 1000 CK Amsterdam

Document

P240467

Status

Definitief

Versie

1

Datum

15 november 2024

Geldigheidsduur

3 jaar

Auteur

G. R. Luiken

Gecontroleerd door

T. F. Melgers

Disclaimer * Natuur is onvoorspelbaar. Het is mogelijk dat ondanks de zorgvuldige voorbereiding en onderzoek toch beschermde soorten worden aangetroffen tijdens de werkzaamheden. In dat geval heeft de uitvoerder een zorgplicht en is verantwoordelijk voor de verdere gang van zaken. In de Wet is namelijk vastgelegd dat de wettelijke zorgplicht voor de aanwezige natuur gedurende het gehele plan-, uitvoerings- en beheertraject de verantwoordelijkheid is van de opdrachtgever.

Pagina 2 van 21

1 Inleiding .................................................................................................................... 4 1.1

Doel van het onderzoek................................................................................................................................................... 4

1.2

Plangebied ............................................................................................................................................................................... 4

1.1

Resultaten van de quickscan ........................................................................................................................................5

1.2

Leeswijzer ...................................................................................................................................................................................5

2 Methode ....................................................................................................................6 2.1

Onderzoeksmethodiek huismus en spreeuw .................................................................................................. 6

2.2

Onderzoeksmethodiek gierzwaluw .........................................................................................................................7

2.3

Onderzoeksmethodiek vleermuis ............................................................................................................................ 8

3 Resultaten en effecten ...................................................................................... 12 3.1

Huismus en spreeuw ........................................................................................................................................................ 12

3.2

Gierzwaluw .............................................................................................................................................................................. 13

3.3

Vleermuis .................................................................................................................................................................................. 13

3.4

Andere soorten ..................................................................................................................................................................... 15

4 Conclusie ................................................................................................................ 18 5 Literatuur ................................................................................................................ 19 Bijlage ......................................................................................................................... 20 Bijlage I | Wettelijk kader ....................................................................................................................................................................20

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Stichting Ymere is voornemens 46 bestaande woningen te slopen en 91 nieuwe woningen te bouwen. Bij de sloop van de bebouwing worden ook meerdere bomen, verspreid over het terrein gekapt. Uit de ecologische quickscan, uitgevoerd door Smit Groenadvies in december 2023, is gebleken dat in het plangebied potentieel vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn van zwaar beschermde soorten, zoals huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen. Op voorhand zijn negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op de bovengenoemde soorten niet uit te sluiten. Hiermee kan ook niet worden uitgesloten dat een overtreding op de Omgevingswet begaan wordt. Aanvullend soortenonderzoek dient aan te tonen of uit te sluiten dat het plangebied essentiële gebruiksfuncties bevat voor huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen en of de werkzaamheden hiermee vergunningsplichtig zijn. Het aanvullend onderzoek naar huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen is uitgevoerd van april t/m september 2024.

1.1

Doel van het onderzoek

In opdracht van Stichting Ymere is door Smit Groenadvies aanvullend onderzoek uitgevoerd. Het doel van het aanvullend onderzoek is: • • • • •

Vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen; Vaststellen of uitsluiten van vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen; Vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van essentiële gebruiksfuncties voor huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen; Bepalen of de voorgenomen activiteiten een negatief effect op de voorkomende soorten en hun leefgebied hebben; Toetsing van de resultaten aan de Omgevingswet.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt in het noordwesten van Haarlem, in stedelijk gebied (Figuur 1). Op ongeveer 200 meter afstand ten westen van het plangebied ligt de N208. Het plangebied is geen onderdeel van beschermde stadsgezicht. Het plangebied bestaat uit 46 woningen, verdeeld over vijf blokken, met schuine pannendaken. Het gebied tussen de woonblokken in, bestaat uit groenelementen als bosplantsoen, grasvelden en bomen.

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Figuur 1 | Locatie plangebied te Haarlem.

Situering van het plangebied Legenda Plangebied

1.1

Resultaten van de quickscan

1.2

Leeswijzer

Uit de ecologische quickscan is gebleken dat het plangebied mogelijk een functie heeft voor huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen. De openingen bij de dakrand, open stootvoegen en boomholtes bieden potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. De hellende pannendaken, gaten bij de dakrand en scheefliggende dakpannen bieden potentiële verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vogelsoorten.

In hoofdstuk 2 is de methodiek van het aanvullend onderzoek omschreven. In hoofdstuk 3 staan de resultaten van het onderzoek en de effecten van de voorgenomen werkzaamheden per diersoort beschreven. In hoofdstuk 4 staan de conclusie en de eventuele vervolgstappen omschreven.

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

In dit hoofdstuk wordt de methodiek van het onderzoek omschreven. Voor iedere soort is een andere onderzoeksmethode gebruikt, welke hier per soortgroep wordt behandeld. Verder wordt een overzicht gegeven van de volgende zaken tijdens het onderzoek: de datum en tijd waarop de veldbezoeken plaatsvonden, de weersomstandigheden tijdens deze bezoeken en door welke onderzoekers het veldwerk is uitgevoerd.

2.1

Onderzoeksmethodiek huismus en spreeuw

Het onderzoek naar huismussen en spreeuwen is uitgevoerd volgens de onderzoeksmethodes zoals beschreven in het ‘Kennisdocument Huismus 2023’ (BIJ12, 2023) en het soorteninventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (NGB, 2023). Hierdoor wordt het onderzoek op een wetenschappelijke manier uitgevoerd zodat het bij eventuele vervolgstappen als juridische basis kan dienen. Voor de spreeuw is geen apart onderzoeksprotocol opgesteld. De methodiek van het onderzoek naar huismussen biedt voldoende onderzoeksinspanning om ook de spreeuw te onderzoeken gedurende de periode dat er nog geen apart protocol is opgesteld voor de soort. Conform het protocol voldoet het onderzoek aan de volgende eisen: • • • • •

Het onderzoek is uitgevoerd door een ecologisch deskundige; Het onderzoek bestaat uit twee veldbezoeken tussen 1 april en 15 mei; Een veldbezoek duurt minimaal één uur; Tussen de twee veldbezoeken heeft minimaal tien dagen gezeten; Het onderzoek vond op geschikte momenten overdag plaats: 1 à 2 uur na zonsopkomst of 1 à 2 uur voor zonsondergang; • Het onderzoek is uitgevoerd tijdens gunstige weersomstandigheden (geen regen, geen kou en maximaal windkracht 4); Gedurende de twee veldbezoeken is het plangebied en de omgeving (binnen een straal van 500 meter) geïnventariseerd op de aanwezigheid van huismussen, spreeuwen en andere broedvogels. Er is gekeken naar: • •

Nestindicatieve waarnemingen: nest of nestbouw, bezoek van huismus of spreeuw aan waarschijnlijke nestplaats, transport van voedsel en bedelende jongen in een nest; Waarnemingen in potentieel broedbiotoop: een zingend mannetje vanaf een hoge plaats zoals de dakgoot, een paartje bij een potentiële nestplaats of balts- of paringsgedrag, wat aantoont dat een nest aanwezig is.

Daarnaast is de omgeving onderzocht op elementen die als onderdeel van de functionele leefomgeving dienen: foerageer- rust- en slaapplekken als hagen en struiken (essentieel groen), water als drinkplek en zandplekken voor het nemen van een stofbad. De weersomstandigheden en tijdstippen van de onderzoeken staan in tabel 1 weergegeven.

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Tabel 1 | Veldonderzoek naar huismussen.

Datum

Uitgevoerd door

Zonsopgang

Tijdstip

Weersomstandigheden

09-042024

T. Mengelder T. Thijsen M. Wortel T. Melgers J. Eshuis

06:57 uur

8:409:40 uur

11°C, bewolkt 100%, droog, windrichting, ZW 4 Bft

25-042024

T. F. Melgers E. Swart G. R. Luiken J. Larooi D. van den Berg

06:22 uur

9:2010:20 uur

10°C, bewolkt 100%, droog, windrichting, ZW 2 Bft

2.2

Onderzoeksmethodiek gierzwaluw

Het onderzoek naar de aanwezigheid van nesten van gierzwaluw is uitgevoerd volgens de onderzoeksmethodes zoals beschreven in het ‘Kennisdocument Gierzwaluw 2023’ (BIJ12, 2023) en het soorteninventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (NGB, 2023). Het onderzoek is op een wetenschappelijke manier uitgevoerd zodat het bij eventuele vervolgstappen als juridische basis kan dienen en voldoet aan de volgende eisen: • •

Het onderzoek is uitgevoerd door een ecologisch deskundige; Het onderzoek heeft uit minimaal drie veldbezoeken bestaan tussen 15 mei en 15 juli. De optimale periode is 1 juni t/m 15 juli. Minimaal één veldbezoek heeft plaatsgevonden tussen 20 juni en 7 juli (aanwezigheid van jongen); • Tussen de drie veldbezoeken heeft minimaal tien dagen gezeten; • De veldbezoeken hebben plaatsgevonden vanaf minimaal één uur voor zonsondergang tot minimaal een half uur na zonsondergang (tot alle gierzwaluwen zijn ingevlogen/verdwenen uit het plangebied); • Het onderzoek is uitgevoerd tijdens droge weersomstandigheden en bij een maximale windkracht van 3 Bft; Gedurende de onderzoeken is op basis van kenmerkend gedrag van de gierzwaluwen bepaald waar potentiële verblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn. Bij deze potentiële verblijfplaatsen is vervolgens door te posten bepaald of dit een nest betreft. Hierbij is gelet op gierende, bouncende/bangende en in- en uitvliegende individuen. De weersomstandigheden en tijdstippen van de onderzoeken staan in tabel 2 weergegeven. Tabel 2 | Veldonderzoek naar gierzwaluwen.

Datum

Uitgevoerd door

Zonsondergang Tijdstip

Weersomstandigheden

07-06-2024

T. F. Melgers Y. el Hamami N. de Blaauw J. Antenbrink

22:00 uur

20:15 – 21:45 12°C, bewolking 10%, droog, wind NW 1 Bft uur

24-06-2024

L. Kohinor G. Botman M. Iles S. Rutte

22:08 uur

20:15 - 21:45 13°, bewolking 10%, droog, wind uur NO 3 Bft

08-07-2024

G. R. Luiken Y. el Hamami M. Buijsman A. Smulders

22:01 uur

20:30 21:45 uur

18°C, bewolking wind N 2Bft

100%, droog,

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

2.3

Onderzoeksmethodiek vleermuis

Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd volgens het landelijk gestandaardiseerde inventarisatieprotocol, te weten het vleermuisprotocol 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk groene Bureaus, 2021). Het onderzoek is op wetenschappelijke wijze uitgevoerd zodat het bij eventuele vervolgstappen als juridische basis kan dienen. Tijdens de quickscan is gekeken naar vleermuissoorten die in het plangebied kunnen voorkomen. Hiervoor zijn verspreidingsgegevens en de voorkeurshabitat bestudeerd. Daarnaast is in het plangebied zelf gekeken naar de potentiële verblijfplaatsen en andere essentiële functies, zoals foerageergebied en vliegroutes, en voor welke soorten deze functies geschikt zijn. Op basis van deze gegevens is het aanvullend onderzoek gericht op de gebouwbewonende soorten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis. Het is niet uitgesloten dat ook andere vleermuissoorten voorkomen in het plangebied, denkend aan boombewonende soorten die sporadisch gebruik maken van gebouwen. Andere vleermuissoorten die waargenomen zijn, zijn uiteraard ook opgenomen in dit rapport. Tijdens het aanvullend onderzoek is bestudeerd of het plangebied verblijfplaatsen van vleermuizen bevat en/of essentiële functies als vliegroutes en foerageergebied aanwezig zijn. Hiervoor is gelet op in- en uitvliegende, aantikkende en baltsende vleermuizen.

Voor het detecteren van vleermuizen is gebruik gemaakt van batdetectors (modellen: Petterson D240x, Batlogger M2), welke het ultrasoon geluid van vleermuizen detecteren. Ook zijn infrarood camera’s gebruikt als ondersteunend materiaal. Op basis van gedragsobservaties en geluidsfragmenten kan worden bepaald welke functies in het plangebied vervult en of het plangebied een essentieel onderdeel is van het leefgebied van de vleermuizen. Voor de verschillende vleermuissoorten, die tijdens dit aanvullend onderzoek onderzocht worden, gelden verschillende voorwaarden. Deze voorwaarden worden in tabel 3 per soort weergeven. Tabel 3 | Focussoorten voor het aanvullend onderzoek, met per soort de voorwaarden waaraan het onderzoek moet voldoen.

Soort

Zomer- en Kraamverblijven

Paarverblijven

Gewone dwergvleermuis

15 mei – 15 juli 2 x 2 uur (1 x ochtend). Ronde van 2 uur vanaf zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend op zonsopkomst 15 mei – 15 juli 2 x 2 uur (1 x ochtend). Ronde van 2 uur vanaf zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend op zonsopkomst 15 mei – 15 juli 2 x 2 uur (’s avonds) Ronde van 2 uur vanaf zonsondergang 15 mei – 15 juli 2 x 2 uur Ronde van 2 uur vanaf 15 min na zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend 1 uur voor zonsopkomst

15 augustus – 1 oktober 2 x 2 uur Ronde van 2 uur vanaf 1 uur na zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend op zonsopkomst 15 augustus – 1 oktober 2 x 2 uur (1 x rond middernacht) Ronde van 2 uur vanaf 1 uur na zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend op zonsopkomst 1 augustus – 15 oktober 2 x 2 uur (’s avonds) Ronde van 2 uur vanaf zonsondergang 15 augustus – 15 september 2 x 3 uur Ronde van 3 uur vanaf zonsondergang of ronde van 3 uur eindigend op zonsopkomst

Ruige dwergvleermuis

Laatvlieger Meervleermuis

Conform het protocol voldoet het onderzoek aan de volgende eisen: • •

• •

Het onderzoek is uitgevoerd door een ecologisch deskundige; Het onderzoek bestaat uit minimaal vijf onderzoeksrondes tussen 15 mei en 15 september o In de kraamperiode (15 mei t/m 15 juli) zijn drie onderzoeksrondes uitgevoerd om aan te tonen of uit te sluiten dat zomer- en/of kraamverblijfplaatsen in de gebouwen van het plangebied aanwezig zijn. Deze rondes duren in de avond minimaal twee uur vanaf zonsondergang en in de ochtend drie uur voor zonsopkomst. o In de najaarsperiode (1 augustus t/m 15 september/15 oktober/1 december) zijn twee onderzoeksrondes uitgevoerd om aan te tonen of uit te sluiten of paarverblijfplaatsen in de gebouwen aanwezig zijn. Deze rondes zijn in de avond en duren minimaal drie uur vanaf zonsondergang. Er zitten minimaal 20 dagen tussen de veldbezoeken; De onderzoeken zijn uitgevoerd tijdens gunstige weersomstandigheden;

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

• •

o Zomer- en kraamverblijven: >12°C, <5Bft, hoogstens motregen o Paarverblijven: >12°C, <5Bft, hoogstens motregen Maximaal één ronde is uitgevoerd onder suboptimale weersomstandigheden; Tijdens de onderzoeken zijn opnames gemaakt van de sonar- en baltsroepen van de vleermuizen, deze opnames zijn gedetermineerd op soortniveau met behulp van het programma Batexplorer van Batlogger.

Bezoekrondes en/of bezoektijden kunnen tussentijds worden aangepast afhankelijk van de bevindingen tijdens het veldwerk. Bijvoorbeeld als vleermuizen na zonsopkomst nog actief zijn, wordt het veldonderzoek voortgezet totdat alle vleermuizen zijn ingevlogen. De weersomstandigheden en tijdstippen van de onderzoeken staan in tabel 4 weergegeven. Tabel 4 | Veldonderzoek naar vleermuizen.

Datum

Uitgevoerd door

Zonsopgang/ zonsondergang

Tijdstip

Functie

07-06-2024

H. Abrahamse D. Neil D. Dijkshoorn F. de Rooij K. Perkasa N. de Rooij T. Melgers S. Koning Y. el Hamami N. de Blaauw S. Kenter J. Antenbrink G. R. Luiken Y. el Hamami M. Buijsman N. de Blaauw M. van Dijk A. Smulders T. Melgers F. Goevaers S. Koning D. de Leeuw T. Melgers F. Goevaers L. van Dijk M. van der Veen

05:21 uur

02:30 – 05:30 uur

Zomer- en 12°C, bewolking Kraamverblijf 80%, (mot)regen, wind W 4 Bft

22:00 uur

22:00 – 00:00 uur

Zomer- en 12°C, bewolking Kraamverblijf 10%, droog, wind NW 1 Bft

22:01 uur

21:45 00:00 uur

Zomer- en 18°C, bewolking Kraamverblijf 100%, droog, wind N 2 Bft

21:00 uur

20:45 00:00 uur

Paarverblijf

17°C, bewolking 0%, droog, wind W 2 Bft

20:10 uur

20:15 – 23:15 uur

Paarverblijf

16°C, bewolking 100%, droog, wind NW 4 Bft

08-06-2024

08-07-2024

18-08-2024

09-09-2024

Weersomstandigheden

2.3.1 Verdeling startposities vleermuisonderzoek Om het plangebied zoveel mogelijk, maar minimaal 75% te overzien, zijn de onderzoekers verdeeld over het gebied (Figuren 2 t/m 3). Tijdens de kraamperiode is dit van belang om alle uitvliegers in de avonduren of invliegers ’s ochtends waar te nemen. In het najaar tijdens de onderzoeken naar de paarverblijfplaatsen en is het aantal onderzoekers lager. Tijdens deze onderzoeken is gelet op baltsterritoria, hierdoor is er meer door het plangebied gelopen tijdens de onderzoeken.

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Figuur 2 | Startposities van de onderzoekers tijdens de onderzoeken naar de zomer- en kraamverblijven.

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Figuur 3 | Startposities van de onderzoekers tijdens de onderzoeken naar de paarverblijven.

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Tijdens het aanvullend onderzoek is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten en naar de functie van het gebied voor deze soorten. In dit hoofdstuk zijn de resultaten en effecten per onderzochte soortgroep beschreven. Figuur 4 geeft locaties van de waarnemingen weer. Figuur 4 | Waarnemingen van soorten binnen het plangebied.

Waarnemingen in het plangebied Legenda Plangebied Gewone dwergvleermuis Spreeuw Kauw Vliegroute Foerageergebied

3.1

Huismus en spreeuw

Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van huismussen en één verblijfplaats van de spreeuw waargenomen. Het spreeuwennest is waargenomen aan de achterzijde van de Helene Swarthstraat 35 bij de hoek van het pannendak (Figuur 5). Tabel 5 geeft een overzicht van de waarnemingen die tijdens de veldbezoeken gedaan zijn. Tabel 5 | Waarnemingen tijdens de veldbezoeken.

Adres

Locatie

Datum

Soort

Type waarneming: Omschrijving

Helene Swarthstraat 35

Onder dakpannen bij achtergevel

09-04-2024

Spreeuw

Verblijfplaats: Spreeuw man en vrouw invliegend bij hoek van het dak bij de achterzijde van de Helene Swarthstraat 35.

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Figuur 5 | Spreeuwennest hoek van het pannendak bij de achterzijde van de Helene Swarthstraat 35

3.1.1 Effecten De aanwezigheid van huismussen is uitgesloten, daarnaast is de aanwezigheid van spreeuwen vastgesteld. De voorgenomen werkzaamheden hebben een negatief effect op de spreeuw. Als de woningen gesloopt worden gaan de nestenlocaties van de spreeuw verloren.

3.2

Gierzwaluw

Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van gierzwaluwen waargenomen. Wel is er twee straten verderop een invlieger waargenomen bij de Henri Borelstraat.

3.2.1 Effecten De aanwezigheid van gierzwaluwen binnen het plangebied is uitgesloten. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatief effect op de gierzwaluw. De gierzwaluw die twee straten verderop is waargenomen ondervind geen negatieve effecten van de werkzaamheden.

3.3

Vleermuis

Tijdens het veldonderzoek zijn de volgende vleermuissoorten waargenomen binnen het plangebied en in de directe omgeving: • Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) • Laatvlieger (Eptesicus serotinus) In de volgende paragrafen worden aanwezige verblijfplaatsen (type en locatie), foerageergebieden en vliegroutes beschreven. In figuur 4 staat het overzicht van alle waarnemingen.

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

3.3.1 Verblijfplaatsen Tijdens de veldonderzoeken zijn verblijfplaatsen waargenomen binnen het plangebied. Van de gewone dwergvleermuis is één zomerverblijfplaats waargenomen. Deze is gevonden aan de achterzijde van de Helene Swarthstraat 53 (Figuur 6). Tabel 6 geeft een overzicht van de waarnemingen tijdens de vleermuisonderzoeken. Tabel 6 | Waarnemingen tijdens de veldbezoeken.

Adres

Locatie

Datum

Soort

Type waarneming/verblijfplaats: Omschrijving

Helene Swartstraat 53

Onder dakgoot aan de achterzijde

07-06-2024

Gewone dwergvleermuis

Zomerverblijfplaats: 1 aantikkende gewone dwerg aan de achterzijde van de Helene Swarthstraat 53

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Figuur 6 | Zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis bij achterzijde Helene Swarthstraat 53.

3.3.2 Foerageergebieden Gedurende de veldbezoeken zijn meerdere foerageergebieden waargenomen. Deze bevinden zich bij de bomen en struiken, zichtbaar in figuur 4. Gezien de omvang en de hoeveelheid vleermuizen die foeragerend zijn waargenomen wordt het foerageergebied essentieel bevonden. 3.3.3 Vliegroutes Gedurende de veldbezoeken is één vliegroute waargenomen. Deze bevindt zich dwars over het plangebied van de oost naar de westzijde, zichtbaar in figuur 4. De vliegroute is niet essentieel bevonden, omdat er meerdere lijnvormige elementen aanwezig zijn nabij het plangebied. 3.3.4 Effecten De aanwezigheid van vleermuizen is vastgesteld. De voorgenomen werkzaamheden hebben een negatief effect op de vleermuis. Door de voorgenomen werkzaamheden gaat een zomerverblijfplaats verloren en gaat er een essentieel foerageergebied verloren.

3.4

Andere soorten

Binnen het plangebied zijn verblijfplaatsen van kauwen waargenomen (Figuur 4). Gedurende de huismusrondes zijn op vijf verschillende plekken invliegende kauwen gezien. De nesten bevinden zich alle vijf in de schoorsteenpijpen op de daken (Figuren 7 t/m 11). Tabel 7 geeft een overzicht van de waarnemingen die tijdens de veldbezoeken gedaan zijn. Bij de Orionweg 150 en 164 bevindt het nest zich aan de meest oostelijke schoorsteen. Bij de Helene Swarthstraat 35 bevindt het nest zich ook in de meest oostelijke schoorsteen. Bij de Helene Swarthstraat 43 en 47 bevindt het nest zich in de westelijke schoorstenen.

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Tabel 7 | Waarnemingen tijdens de veldbezoeken

Adres

Locatie

Datum

Soort

Type waarneming/verblijfplaats: Omschrijving

Orionweg 150

Schoorsteen

09-04-2024

Kauw

Verblijfplaats:

Invlieger

in

Invlieger

in

Invlieger

in

Invlieger

in

Invlieger

in

schoorsteen. Orionweg 164

Schoorsteen

09-04-2024

Kauw

Verblijfplaats:

schoorsteen. Helene Swarthstraat 35 Helene Swarthstraat 43 Helene Swarthstraat 47

Schoorsteen Schoorsteen

09-04-2024 / 2504-2024 09-04-2024

Kauw

Verblijfplaats:

schoorsteen. Kauw

Verblijfplaats:

schoorsteen. Schoorsteen

Figuur 7 | Kauwennest bij Orionweg 150.

09-04-2024

Kauw

Verblijfplaats:

schoorsteen.

Figuur 8 | Kauwennest bij Orionweg 164.

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Figuur 9 | Kauwennest bij Helene Swarthstraat 35.

Figuur 11 | Kauwennest bij Helene Swarthstraat 47

Figuur 10 | Kauwennest bij Helene Swarthstraat 43.

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Tijdens het onderzoek is de aanwezigheid van spreeuwen, kauwen en vleermuizen vastgesteld. Een overzichtskaart van alle waarnemingen is te vinden in figuur 4. Door de voorgenomen werkzaamheden, namelijk het slopen van de gebouwen gaan verblijfplaatsen van de beschermde soorten verloren, daarnaast gaat door het kappen en verwijderen van de groenelementen essentieel foerageergebied verloren. Dit is in strijd met de Omgevingswet. Voordat de werkzaamheden aan de woningen van start kunnen gaan, dient een vergunning flora en fauna-activiteiten op de Omgevingswet bij de omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) te worden aangevraagd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met een proceduretijd, oplopend tot 30 weken. Voor het verkrijgen van een vergunning dient door een ecologisch deskundige een activiteitenplan opgesteld te worden waarin de mitigerende en compenserende maatregelen worden omschreven. Dit houdt in dat (tijdelijk en permanent) alternatieve verblijfplaatsen moeten worden gerealiseerd in de vorm van vleermuiskasten, spreeuwkasten, neststenen of vergelijkbare voorzieningen. De plaatsing wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen en procedures uit de beschikbare

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Besluit activiteiten leefomgeving (2024). Geraadpleegd https://wetten.overheid.nl/BWBR0041330/2024-01-01/#Hoofdstuk11

op

09-10-2024,

van

BIJ12. (2024). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Utrecht: BIJ12. BIJ12. (2023). Kennisdocument Gierzwaluw. Utrecht: BIJ12. BIJ12. (2023). Kennisdocument Huismus. Utrecht: BIJ12. BIJ12. (2024). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis. Utrecht: BIJ12. Netwerk Groene Bureaus. (2021). Vleermuisprotocol 2021. Geraadpleegd op 09-10-2024, van https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol NGB (Netwerk Groene Bureaus). (2023) Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie november 2023). Geraadpleegd van https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/soortinventarisatieprotocollen/ protocollen-vis-amfibie-reptiel-vogel Van der Gragt, M. (2023). Ecologische quickscan Orionhof te Haarlem. Schagen: Smit Groenadvies. Zoogdiervereniging (z.d.) Laatvlieger. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/laatvlieger

op

09-10-2024,

Zoogdiervereniging (z.d.) Meervleermuis. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/meervleermuis

op

09-10-2024,

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Bijlage I | Wettelijk kader

De Omgevingswet werkt volgens het 'nee, tenzij' principe ten aanzien van beschermde soorten (waaronder alle van nature in het wild levende soorten vallen): schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Specifieke zorgplicht De wet bevat een specifieke zorgplicht voor een ieder die een flora- en fauna-activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de natuurbelangen. Die zorgplicht vereist: • Kennis verzamelen (aanwezige soorten); • Effecten analyseren (vogels, nesten, eieren, gebiedsfuncties); • Uitsluiten nadelige gevolgen; • Preventieve maatregelen om deze gevolgen te voorkomen; • Stoppen van de activiteit of herstellen van de schade als die niet kan worden voorkomen. De specifieke zorgplicht en de verboden zijn bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhaafbaar. Vergunningsplicht Sommige dieren en planten zijn internationaal strikt beschermd in de Europese Unie. Het gaat om beschermde dieren en planten die staan in de Habitatrichtlijn. Ze kunnen ook staan in het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn. Er geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij dier- en plantensoorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bonn en Bern (artikel 11.46, eerste lid, Besluit activiteiten leefomgeving.

Schadelijk handelen De bedoelde diersoorten zijn in het wilde levende soorten van: • de Vogelrichtlijn; • bijlage IVa bij de Habitatrichtlijn; • bijlage II bij het Verdrag van Bern; • bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Schadelijke handelingen bij die dieren zijn de volgende handelingen in hun natuurlijke verspreidingsgebied: • Opzettelijk doden of opzettelijk vangen; • Opzettelijk hun eieren vernielen of rapen in de natuur; • Opzettelijk verstoren: De mate van ‘verstoren’ hangt per soort af van de intensiteit, duur en frequentie van de verstoring. Verder is het effect van de verstoring op de staat van instandhouding van de soort van belang; • Hun voortplantingsplaatsen of rustplaatsen beschadigen of vernielen. Ook als zo’n handeling plaatsvindt tijdens onderzoek dan valt dat onder ‘schadelijke handeling’. De bedoelde plantensoorten zijn soorten in het wild van: • Bijlage IVb bij de Habitatrichtlijn • Bijlage I bij het Verdrag van Bern. Schadelijke handelingen bij die planten zijn het opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van groeiplaatsen in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Onder 'opzettelijk' valt ook 'voorwaardelijke opzet'. Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of een plant.

Zoals de vangst of de dood van dieren of het vertrappen of ontwortelen van planten. Uitzonderingen op deze verboden (door het verlenen van een omgevingsvergunning of een vrijstelling) zijn onder strikte voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of wetenschappelijk onderzoek. De wet regelt ook de jacht, schadebestrijding, populatiebeheer, handel, exoten, en verboden en toegestane vangstmiddelen en -methoden. Als schade niet te voorkomen is, moet de initiatiefnemer een omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteiten aanvragen.

P240467

Aanvullend onderzoek huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen Orionhof te Haarlem

Harmenkaag 11 1741 LA Schagen 0224 751 275 natuur@smitgroenadvies.nl www.smitgroenadvies.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16419450/1