CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1Ontwerp-bestemmingsplan Louis Pasteurstraat

commissie Ontwikkeling 23 november 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Louis Pasteur en ontwerpbesluit hogere waarde Wet geluidhinder ter inzage leggen (FR)26.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

vormingsprocessen (in tegenstelling tot duinen) niet geschikt zijn geweest voor bewoning of andere vormen van intensief landgebruik, zoals landbouw. Binnen de maximale boordiepten (330-400 cm -mv/3-3,5 m -NAP) zijn geen (zandige) afzettingen onder het veen aangeboord. Op basis van een DINO-boring, die centraal in het plangebied is uitgevoerd, blijkt dat op deze locatie tot 3,6 m -NAP veen en hieronder een dunne laag klei en vanaf 4 m ?NAP zand aanwezig is. De resultaten van het huidige onderzoek ondersteunen de hypothese uit het bureauonderzoek dat het plangebied in een strandvlakte lag en dat in het plangebied géén hoger liggende zandopduikingen (Oude Duinen) aanwezig zijn. Op basis van vergelijkbaar booronderzoek in de omgeving worden zulke geomorfologische eenheden hoger dan 3,1 m -NAP verwacht. Hoewel niet alle boringen tot dieper dan 3,1 m -NAP konden worden doorgezet, wordt de kans op de aanwezigheid van Oude Duinen erg klein geacht. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan de lage archeologische verwachting voor het plangebied worden gehandhaafd. Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.

Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). 4.7.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.8

Cultuurhistorie

4.8.1 Inleiding Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar deel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen 4.8.2 Onderzoek Het plangebied is niet gelegen binnen het beschermd stadsgezicht. Daarnaast heeft de bebouwing binnen het plangebied geen cultuurhistorische of monumentale waarden. 66

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

4.8.3 Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.9

Duurzaamheid en energie

4.9.1 Inleiding In paragraaf 3.5.12 is reeds het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en energie besproken. Middels deze paragraaf wordt in gegaan op de maatregelen die worden genomen ten behoeven van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot duurzaamheid en energie. 4.9.2 Onderzoek Behoud bestaande groenstructuren Het beleid van de gemeente Haarlem is gericht op het zoveel mogelijk behouden van de bestaande groenstructuren. Uitgangspunt is behoud van veel van de bestaande bomen en de mogelijkheid om als extra vergroening waar mogelijk ook gevels en daken te vergroenen. Uitgangspunt is dat de biodiversiteit moet worden behouden en zo mogelijk versterkt. Het groen (en water) moet zo veel mogelijk een aaneengesloten structuur vormen, met zo min mogelijk onderbrekingen. De openbare ruimte met zoveel mogelijk groene, onverharde ruimte krijgt prioriteit (SOR). Hiervoor is een inrichtingsplan opgesteld door Hosper, waar aandacht besteed wordt aan de groene invulling van buitenruimte én gebouwen. In paragraaf 4.10 wordt hier nader op ingegaan. Natuurinclusief De bebouwing dient zo veel mogelijk natuur-inclusief te worden, bijvoorbeeld met groene daken, gevelgroen en nestgelegenheid voor allerlei soorten. Bij het aanbrengen van nieuw groen op de planlocatie moet ten minste 80% van de beplanting uit inheemse soorten bestaan.

Om de biodiversiteit te borgen dient er gewerkt te worden met een variatie aan soorten (i.t.t. grote aantallen van één of enkele soorten).Bij nieuwbouw moet er natuurinclusief gebouwd worden. Onder natuurinclusief bouwen valt onder andere het aanbrengen van inbouwkasten voor vleermuizen en verschillende vogelsoorten, zoals huismus en gierzwaluw, en afhankelijk van aanwezige vogelsoorten op locatie ook voor andere soorten. Daarnaast valt onder natuurinclusief bouwen ook het aanbrengen van zo veel mogelijk groene ruimte op, aan en om gebouwen: groene daken, groene gevels, en groene ruimte om nieuwbouw heen. In het plan worden vleermuisverblijven en nestkasten voor huismus, bijen, gierzwaluw en insecten gerealiseerd in afstemming met beplanting en invulling buitenruimte. Duurzame warmtevoorziening

67

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

De warmtevoorziening van nieuwe ontwikkelingen in Haarlem moeten aardgasvrij worden uitgevoerd. Ook de nieuwbouw is geheel aardgasvrij en gebaseerd op duurzame warmtebronnen. Potentiële warmtebronnen voor een collectief warmtenet zijn aardwarmte en restwarmte van nabijgelegen datacenters. Voor de nieuw te realiseren nieuwbouw binnen dit project is gekozen voor een systeem met individuele ventilatie warmtepomp. Energietransitie Op grond van globale - en landelijke afspraken zal een transitie van energieopwekking, gebaseerd op fossiele brandstoffen, naar energie opgewekt uit duurzame bronnen (zon, wind en biomassa) plaats vinden. Naast het beperken van energiegebruik, is de opgave om energie zoveel mogelijk lokaal op te wekken, op te slaan en te gebruiken (smart grid). Dit houdt in dat de daken en gevels van de gebouwen zoveel mogelijk gebruikt worden voor het produceren van duurzame energie. In het ontwerp zijn PV-panelen op de daken meeontworpen om op een duurame manier energie te produceren (in samenhang met de warmtepompen). Minimaal BENG Voor de nieuw te bouwen woningen is het goed om te kijken waarin verder gegaan kan worden dan de voorgeschreven BENG. In het project worden de BENG eisen gerespecteerd. Circulair bouwen Circulair bouwen betekent grofweg dat de materialen van het gebouw opnieuw gebruikt kunnen worden.

Bij nieuwbouw kan mogelijk gebruik worden gemaakt van materialen uit de sloop van de bestaande panden. Om de materialen van de nieuwe gebouwen in de toekomst goed te kunnen gebruiken is het belangrijk om te werken welke materialen gebruikt zijn en hoe deze gemonteerd zijn. Momenteel wordt er nagedacht hoe vastgelegd kan worden dat voor nieuwe gebouwen verplicht de materialen in Madaster (materialenlogboek) worden vastgelegd.en een demontage plan (hoe haal je de materialen uit het gebouw) wordt opgesteld. Voor de openbare ruimte heeft de gemeente al duurzame Grond-Weg en Waterbouw afspraken. Voor werkzaamheid in de openbare ruimte wordt gewerkt met een materialenpaspoort. Ook voor de bouwlogistiek moet aandacht zijn. Van toekomstige bouwbedrijven wordt gevraagd na te denken over materialenhubs om (gezamenlijk) zo efficiënt mogelijk de bouwlogistiek te organiseren met zo min mogelijk overlast voor omwonenden en weggebruikers.

68

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

In het ontwerp wordt gebruik gemaakt van een materialenpaspoort en bouwen in hout. Klimaatbestendig ontwerpen: waterstress Om Haarlem met het oog op klimaatveranderingen ook in de toekomst leefbaar te houden worden eisen gesteld aan de afvoer van water. Bij nieuwe ontwikkelingen moet 90mm/h neerslag verwerkt kunnen worden zonder dat er water de bebouwing in stroomt of schade veroorzaakt. In het riool/waterbeleid geldt verder als hoofdeis dat regenwater en afvalwater gescheiden worden ingewonnen en getransporteerd. Afvalwater wordt via DWA-riool (droogweerafvoer) afgevoerd naar de rioolzuivering. Regenwater wordt apart van afvalwater ingewonnen en getransporteerd naar open water (in de omgeving van het plangebied). Indien dit niet mogelijk is dient regenwater op eigen terrein te worden verwerkt. Om op het openwater te mogen aansluiten is toestemming van Hoogheemraadschap van Rijnland (waterbeheerder) nodig. Aan verwerking op het maaiveld of in de ondergrond worden ook specifiek eisen gesteld. De nieuwe regenwaterriolering kan maximaal 30 mm/h (bui 9) verwerken. Dat betekent dat 70 mm/h neerslag via het maaiveld moet worden verwerkt zonder dat er schade in bebouwing ontstaat of wordt afgewenteld op de omgeving.

Dit vraagt om integraal ontwerpen met simulatie-software waarbij er simulatie van maatregelen gedaan kan worden om schade te voorkomen en de openbare ruimte zoveel als mogelijk begaanbaar te houden. Er wordt nieuw oppervlaktewater gegraven (gracht aan zuidzijde projectgebied) waar het hemelwater naar afgevoerd kan worden. Dit nieuwe water ligt net buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Daarnaast wordt een wadi gerealiseerd om het hemelwater tijdelijk vast te houden en uiteindelijk af te voeren naar de nieuwe watergang. Mobiliteit Het fietsgebruik wordt gestimuleerd door voldoende fietsenbergingen te realiseren. De inrichting van de openbare ruimte maakt onderdeel van de bestaande langzaamverkeersroutes in dit deel van de stad die een verbinding maken van noord naar zuid en van west naar oost. Ook ligt het plangebied op goede loop- en fietsafstand van HOV-verbindingen (R-nethaltes en toekomstig HOV knooppunt Haarlem Nieuw Zuid). 4.9.3 Conclusie In lijn met de beleidskaders en ambities van gemeente Haarlem wordt op voldoende wijze ingezet op duurzaamheid en energie bij de beoogde ontwikkeling. Hierbij wordt aandacht besteed aan circulair bouwen, het natuurinclusief bouwen, klimaatadaptie en een groene inrichting van openbaar gebied.

69

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

4.10 Groenparagraaf 4.10.1

Inleiding De hoofdgroenstructuur ligt vast in het Groenbeleidsplan 2022. Doelstelling is zowel versterking van groen met ecologische waarde als van groen met stedelijke waarde. Alleen de bomen aan de Floris van Adrichemlaan maken deel uit van de Hoofdbomenstructuur. Behoud van deze bomen is verplicht, alsook het bieden van een goede groeiplaats waarin de bomen een leeftijd van 80 jaar kunnen bereiken. Verder is de Floris van Adrichemlaan ook een ecologische verbindingszone, aangewezen in het Natuur Netwerk Haarlem. Daarnaast gelden vanuit het Groenbeleidsplan de volgende uitgangspunten: Het huidig groenoppervlak voor de herinrichting dient minimaal gelijk te blijven en/of in kwaliteit te zijn verbeterd. Er wordt natuurinclusief ingericht om te voldoen aan vigerend beleid en geldende wet- en regelgeving. De focus ligt op kwaliteit, niet op kwantiteit: beter één goede boom op de juiste plek die zijn volle levensduur kan volmaken, dan twee kwarrende bomen die voortijdig sneuvelen. Voor nieuwe beplanting geldt dat een beplantings- en boomassortiment wordt toegepast dat klimaatbestendig is (kan tegen droogte en warmte). Van belang is het behoud van gebiedseigen (inheemse/autochtone) soorten. Deze hebben de grootste waarde voor de biodiversiteit en kunnen zich beter aanpassen aan de nieuwe omstandigheden en het veranderende klimaat.

De inheemse soorten die toegepast worden zijn gebiedseigen, soortecht/ongecultiveerd en afkomstig uit biologische kweek. Er wordt een divers plantensoortenbestand aangeplant: meerdere (boom)soorten op locatie/straat in plaats van één (boom)soort per straat. Er wordt gewerkt volgens de 3-30-300 regel. Definitie: vanuit elke woning zicht op ten minste 3 bomen, ten minste 30% van de openbare ruimte is groen, het is hoogstens 300 meter vanuit elke woning naar een groengebied van ten minste 0,5 ha groot. (Groen van ten minste 1 ha groot is op maximaal 750 m van elke woning aanwezig.) En de volgende uitgangspunten uit het Ecologisch Beleidsplan: Voor ontwikkelingen geldt dat bij herinrichting rekening wordt gehouden met bestaande waarden, tot 5 jaar na de werkzaamheden. Bij afname van het groenoppervlak wordt voorzien in de realisatie van nieuwe waardevolle gebieden en/of vergrote natuurwaarden van het restgebied. Belangrijke bestaande ecologische elementen, zoals bermen en watergangen, worden hierbij in stand gehouden. De beplanting die wordt toegepast, sluit aan op de omstandigheden van de locatie, zoals grondsoort, waterstand en voedselrijkdom. Hiervoor wordt vooronderzoek gedaan naar de standplaats van het groen, zoals grondwaterstand en grondsoort. Invasieve uitheemse soorten worden niet toegepast.

Verontreiniging en verrijking van grond wordt voorkomen en aangevoerde grond is humusarm. 70

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Groen wordt zoveel mogelijk aanééngesloten, zonder barrières voor fauna, gerealiseerd. In plaats van ondoordringbare omheiningen wordt bijvoorbeeld gewerkt met gemengde hagen. Die voorkomen barrièrewerking voor grondgebonden dieren en hebben een gunstige uitwerking op diverse fauna. Wanneer een afscheiding onvermijdelijk is, worden onderaan openingen van ten minste 10 centimeter hoog aangebracht zodat grondgebonden dieren zoals de egel hier onderdoor kunnen. Het gerealiseerde groen wordt in principe ecologisch beheerd en ingericht. De inrichting en het beheer zijn dan ook niet alleen afgestemd op menselijke functies, maar ook op leefvoorwaarden van flora en fauna. Toepassing van groen dat veel onderhoud vergt (denk aan kleine snippers groen of vormbomen) wordt beperkt. Minimaal 50% van de beplantingstoepassing dient inheems te zijn in het ''stedelijk gebied''. In parken en grotere groenzones is dit minimaal 80%. De gemeente Haarlem beschikt verder over een Haarlemse Monumentale Bomenlijst (2009). Door de waarden van monumentale bomen zal in beginsel geen omgevingsvergunning voor het kappen worden verleend voor deze bomen. De Bomenverordening Haarlem beschermt monumentale bomen. In aanvulling daarop zijn alle bomen van 50 jaar en ouder beschermwaardig en is een collegebesluit nodig indien deze gekapt moeten worden. Behoud is het uitgangspunt.

Dit geldt voor bomen in het algemeen, maar in het bijzonder voor beschermwaardige bomen. Indien bomen niet behouden kunnen worden, dient dit onderbouwd te worden met een bomenonderzoek en/of Boom Effect Analyse (BEA). Het uitvoeren van een BEA is verplicht voor ruimtelijke ontwikkelingen. Herplant van bomen is verplicht op plekken met zowel voldoende boven- als ondergrondse groeiruimte. Bij de registratie van een herplante boom, dient duidelijk te worden welke gekapte boom hiermee vervangen is (door middel van de naam/code van de boom). Nieuwe bomen krijgen een duurzame groeiplaats waarin ze volledig tot ontwikkeling kunnen komen.

71

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

4.10.2

Onderzoek Boerhaavewijk is een relatief groene wijk met een aantal hoofdboomstructuren. Deze hoofdstructuren liggen vooral op doorgaande routes zoals de Amerikaweg, de Floris van Adrichemlaan, Boerhaavelaan, Professor Eijkmanstraat en de Louis Pasteurstraat. De bomen zijn net als de wijk zo’n 45 jaar oud en beeldbepalend voor de uitstraling van de wijk. Het aanwezige groen is enigszins versnipperd; vooral tussen de bebouwing en langs de Floris van Adrichemlaan. De kwaliteit van het groen is vaak goed, maar de gebruiksfunctie is niet optimaal. Het is niet overal goed toegankelijk. Dat geldt vooral voor het noordelijk deel en de randen van de wijk. Vaak zijn het achterkanten van bebouwing en plinten met bergingen die het gebruik van het groen bemoeilijken. Het aanwezige groen langs de Amerikavaart en de Aziëweg markeren de rand van de wijk. Ondanks de parkachtige inrichting is ook hier het gebruik beperkt. Verder ligt aan de oostzijde de Poelpolder enigszins verscholen in de wijk. Alleen bewoners die hier direct aan wonen, hebben zicht op en toegang tot het openbare groen van deze polder; een natuurlandschap met weinig recreatieve mogelijkheden.

Afbeelding 4.5: Uitsnede monumentale bomenkaart nabije omgeving plangebied. In het plangebied is door Groenadvies Amsterdam bv een bomeninventarisatie uitgevoerd (d.d. 9 september 2020). De rapportage is terug te vinden als bijlage 7.

72

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

De locatie van de onderzochte bomen is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Afbeelding 4.6: overzichtstekening bijlage 1 Bomeninventarisatie 9 september 2020 Binnen de projectgrenzen zijn 134 bomen aangetroffen. Het betreft 21 verschillende soorten bomen. Bijna een derde van de bomen is volgroeid. Ongeveer twee derde van de bomen is halfwas en 10% van de bomen is jong. Het merendeel van de jonge

73

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

bomen is niet kapvergunningsplichting, maar is wel opgenomen omdat ze duidelijk als boomvormers zijn aangeplant. Bijna de helft van de bomen vertoont een redelijke tot goede scheutgroei. De helft van de bomen vertoont een matige scheutgroei. Circa 5% vertoont een slechte scheutgroei. Het merendeel van de bomen staat in de open grond, in gazon of heestervak. De overige bomen staan in het voetpad. Een klein deel van de bomen, circa 10%, vertoont beschadigingen aan de stam of stamvoet. Eén boom, nummer 9, heeft een afwijkende stamvoet. Dit betreft een Hongaarse eik. Van deze soort zijn problemen met een breukvastheid van de vergoeiing van de ent met de onderstam bekend. Daarom wordt geadviseerd om deze boom nader te laten onderzoeken. Door het vrij graven van de stamvoet moet beoordeeld worden of er een risico is voor de openbare veiligheid. Drie bomen, de nummers 103, 104 en 105, zijn spontaan gegroeid binnen een hekwerk dat bedoeld is als houvast voor klimrozen. De bomen vertonen een goede groei, maar zijn binnen deze hekwerken niet duurzaam te behouden. De stammen vergroeien deels met de hekwerken en vertonen diverse beschadigingen. De kwaliteit van bomen wordt over het algemeen uitgedrukt in de conditie en de levensverwachting.

Conditie De conditie is bepaald aan de hand van de groei, de aan- dan wel afwezigheid van scheut- en taksterfte, de knopzetting en de mate van overgroeiing van snoei- en andere wonden. Onder de huidige omstandigheden: verkeren 116 bomen in een redelijke conditie verkeren 16 bomen in een matige conditie verkeren 2 bomen in een slechte conditie Levensverwachting De levensverwachting is bepaald aan de hand van de conditie in samenhang met de aangetroffen gebreken en de lokale groeiplaatsomstandigheden. Uitgangspunt daarbij is dat de groeiplaatsomstandigheden niet wijzigen. De levensverwachting bedraagt voor: 109 bomen méér dan 10 jaar 18 bomen 5 á 10 jaar 2 bomen 1 á 5 jaar 5 bomen minder dan 1 jaar Bijzondere waarden Vanwege het formaat en de goede toekomstverwachting hebben de volgroeide lindes (nummers 93 t/m 100) en moseiken (nummers 101 en 102) een hogere 74

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

waarde dan de overige bomen binnen de projectgrenzen. Inventarisatie waarrdevolle bomen De bomen aan weerszijden van het pad, 8 grote Hollandse iepen, in het binnengebied zijn waardevol voor het karakter van de binnengebied. Iets noordelijker staan nog twee grote moseiken. De zomereiken aan de westkant van de Roordastraat geven deze straat aan weerszijden een groen karakter. Aan de noordrand staan drie Huntington iepen, waarvan de middelste volgroeid en in redelijke conditie, de twee andere hebben een matige conditie. Bestaande bomen in relatie tot het voorstel: 22 bomen verdwijnen voor bouwvelden, (waarvan 9 tegen het einde van de levensduur), mogelijk verdwijnen nog 2 bomen langs de straat (waarvan 1 tegen het einde van de levensduur), 2 bomen kunnen worden verplaatst; er verdwijnen 2 bomen >50 jaar), en mogelijk nog 1 extra (van matige kwaliteit) ca. 16 bomen verdwijnen voor de gracht, ca. 4 bomen kunnen hiervan worden verplaatst. In onderstaand figuur is dit inzichtelijk gemaakt:

75

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Afbeelding 4.7: Overicht te behouden en te verwijderen bomen Nieuwe situatie Kenmerkend voor het plangebied is de aanwezigheid van het groen. De beoogde ontwikkeling kan het bestaande groen versterken en uitbreiden, door de gebruikswaarde te optimaliseren. Op een aantal manieren wordt groen geïmplementeerd in het ontwerp. Blok C wordt voorzien van een binnentuin. De binnentuin wordt vormgegeven door groen. Blok A en B worden omgeven door groen. Ook zonder binnentuin speelt groen hier een grote rol in het ontwerp. De (bestaande) bomen staan langs de verkeersroutes en geven beschutting en schaduw. Tussen de bouwblokken zijn groenstroken vormgegeven voor openbaar gebruik. 76

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Naast de nieuw te realiseren bomen is ook aandacht voor lage beplanting in de vorm van vaste planten, heesters, hagen en oeverbeplanting. De grasveldjes worden ingericht als bloemrijk gazon. Wat mogelijk is op het groene dak, wordt bepaald indien de draagkracht van dit dak bekend is. Gestreefd wordt naar een ecologische dakbeplanting (vaste planten/grassen/kruiden en misschien zels krentenboompjes). Wadi Er wordt een wadi aangelegd. In de wadi infiltreert het hemelwater van de daken in de bodem. Ook zorgt de wadi bij extreme buien voor een vertraagde afvoer naar het open water van de gracht. De wadi wordt voorzien van specifieke wadi beplanting, passend bij een natte en droge biotoop. Natuurinclusief bouwen In het kader van natuurinclusief bouwen wordt niet enkel een groen dak gerealiseerd, maar worden vleermuisverblijfplaatsen en nestkasten voor huismus, gierzwaluw en insecten meeontworpen in de te realiseren gebouwen.

77

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Afbeelding 4.8: Ontwerp buitenruimte (bron: Hosper, maart 2023) 78

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

4.10.3

Conclusie In het plangebied wordt het huidige groen versterkt en nieuw groen toegepast. Dit onderdeel staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.11 Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen 4.11.1

Inleiding In bestemmingsplannen worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben en/of van belang zijn in het kader van beheer, externe veiligheid of gezondheidsrisico's. Het gaat dan altijd om de hoofdtransportstructuur. De planologisch relevante leidingen. De ligging van de leiding is globaal vastgelegd op provinciale risicokaarten. In elk bestemmingsplangebied bevinden zich uiteraard ook kabels en leidingen voor distributie en huisaansluitingen, maar die worden niet in het plan opgenomen.

4.11.2

Onderzoek Er bevinden zich geen kabels en leidingen in het plangebied waarvoor een specifieke regeling nodig is. In dit licht zijn er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan. Het plangebied ligt daarnaast buiten het invloedsgebied van de hogedrukaardgasleiding. In paragraaf 4.4 van deze toelichting is nader op deze ligging ingegaan en geconcludeerd dat deze leiding geen belemmering vormt voor dit bestemmingsplan.

4.11.3

Conclusie De aanwezige kabels en leidingen vormen geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

4.12 Natuurwaarden 4.12.1

Inleiding Er is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. Daarnaast kan de provincie ervoor kiezen om een gebied aan 79

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

te wijzen als bijzonder nationaal natuurgebied- of landschap of als Nationaal Natuurnetwerk (NNN). Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Nationaal Natuurnetwerk De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. In 2013 veranderde de naam van Ecologische Hoofdstructuur naar Nationaal Natuurnetwerk (NNN). NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in of in de nabijheid van het NNN gelegen is, verlangt de provincie een 'nee-tenzij-toets'. Beleid Het ecologisch beleidsplan uit 2013 heeft als doel het kwalitatief verbeteren en verhogen van de ecologische waarden en de richtlijnen uit het beleid verankeren in planprocessen en beheer- en onderhoudsprogramma's.

Duurzaamheid, biodiversiteit en participatie zijn onderwerpen die een belangrijke rol spelen bij de invulling en uitvoering hiervan. Het ecologische beleid bevat een afwegingskader bij projecten en andere ingrepen dat weergeeft waar men op moet letten bij projecten. Hierdoor is minder kans op vertraging. Ook wordt ingezet op het verbeteren van beheer en inrichting van de locaties met ecologische potentie. Dit kan alleen als beheer en inrichting zoveel mogelijk gebaseerd zijn op ecologische principes. Binnen Haarlem zijn verschillende gebieden aangegeven als ecologische hotspots of als ecologische potentiegebieden. Deze laatste zijn waardevolle groene gebieden die zich door de juiste inrichting en beheer tot hotspots kunnen ontwikkelen. Geen van deze gebieden bevinden zich in het plangebied. Daarnaast omvat het beleidsplan ook het ecologisch actieplan van de gemeente Haarlem met daarin de ambities voor de periode van 2013-2022 voor onder andere het afkoppelen van regenwater en het toepassen van gevelgroen. Bij nieuwe relevante ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plangebied wordt het ecologisch beleidsplan Haarlem betrokken. 4.12.2

Onderzoek Soortenbescherming Door Groenadvies Amsterdam bv is zowel een ecologische quickscan als een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn opgenomen in respectievelijk bijlage 8 en bijlage 9 van deze toelichting. De resultaten worden hieronder verkort weergegeven. Ecologische quickscan 80

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Binnen het projectgebied zijn beschermde soorten aangetroffen of te verwachten. In de bomen, struiken en hagen rondom de flats kunnen algemene broedvogels zoals winterkoning, merel, heggenmus, houtduif en ekster tot broeden komen. Geadviseerd wordt om de kap van de bomen en het verwijderen van de struiken en hagen rondom de flats buiten het broedseizoen te laten plaatsvinden (de veilige periode daarbij ligt tussen 1 september en 1 maart). Voorafgaand aan de kap dient een schouw uitgevoerd te worden omdat soorten als Turkse tortel en houtduif jaarrond tot broeden kunnen komen. Bij het veldbezoek zijn bij de flats geen huismussen en gierzwaluwen waargenomen. Ook troffen we geen andere soorten met een jaarrond beschermd nest aan. In de struiken en hagen rondom de flats kunnen algemene zoogdiersoorten zoals egel en huisspitsmuis voorkomen. Deze soorten zijn opgenomen in de Verordening vrijstellingen soorten Noord-Holland. Dit houdt in dat bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ingrepen, waar het huidige werk onder valt, de wettelijke bescherming vervalt. Wel dient er voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een melding gedaan te worden bij de desbetreffende Omgevingsdienst. Rondom de flats zijn bomen aanwezig die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten.

In alle drie de flats zijn openingen beschikbaar voor gebouwbewonende vleermuissoorten. Voor het vaststellen van de aanwezigheid en het eventuele terreingebruik door vleermuizen is nader onderzoek noodzakelijk. Nader onderzoek vleermuizen Bij het dit jaar uitgevoerde onderzoek werden drie soorten vleermuizen waargenomen. Laatvlieger en rosse vleermuis werd een aantal keer langsvliegend waargenomen. Ze hebben geen verblijfplaatsen in de flats. De derde soort is de gewone dwergvleermuis. Deze werden vrijwel elk bezoek in aantal bij de boomgroepen rond de flats waargenomen. Kleinere aantallen werden bij de flats zelf foeragerend aangetroffen, deels tot hoog langs de gevels. De bomen zijn van belang voor deze dieren en maken deel uit van het essentiële foerageergebied van de soort. Er zijn nauwelijks alternatieve foerageergebieden in de directe omgeving aanwezig. Ten westen van het projectgebied waren voorheen een aantal boomgroepen aanwezig, maar deze zijn gekapt om plaats te maken voor nieuwbouw. Indien de bomen binnen het projectgebied verwijderd worden heeft dit een negatieve invloed op het foerageergebied van gewone dwergvleermuis binnen en in de directe omgeving van het projectgebied. In de zomer zijn in alle drie de flats kraamkolonies van gewone dwergvleermuis vastgesteld. Het gaat om vijf kraamkolonies met in totaal circa 150 dieren.

In het najaar werden er op elf locaties baltsende gewone dwergvleermuizen vastgesteld. Het gaat dan om paarverblijven met telkens 1 a 2 mannetjes. Er werden tijdens de nazomerbezoeken nergens zwermende vleermuizen aangetroffen. De aanwezigheid van (massa)winterverblijven met meerdere 81

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

dieren kan hierdoor worden uitgesloten. Door de geplande sloop van de flats zullen alle kraamkolonies en paarverblijven van de gewone dwergvleermuis verloren gaan. Ook verdwijnt essentieel foerageergebied door de kap van bomen rond de flats. Het is daarom noodzakelijk een ontheffing Wet natuurbescherming aan te vragen en mitigerende en compenserende maatregelen toe te passen om zo negatieve effecten op de soort te voorkomen. Op basis van bovengenoemde resultaten dienen er als mitigerende maatregel 20 kraamkasten en 44 paarkasten opgehangen te worden. Deze dienen buiten het projectgebied maar wel binnen 200 meter afstand van de huidige flats geplaatst te worden. Bekend is dat er nauwelijks flats grenzend aan het projectgebied in eigendom zijn van Elan Wonen. Het kan daarom lastig zijn om geschikte locaties voor de kasten te vinden. Een optie kan zijn om meerdere palen met kraam- en paarkasten nabij het projectgebied te plaatsen. Deze methode is nog vrij nieuw maar heeft bij meerdere projecten al positieve resultaten opgeleverd. In de nieuwe bebouwing dient dan de permanente compensatie geplaatst te worden. Daarbij dient ook gerekend te worden met een factor 4 voor elk verblijf dat verloren gaat. Om geschikte kraamverblijven te creëren, is het wenselijk om op meerdere locaties drie aaneengesloten kasten te plaatsen zodat grotere verblijven ontstaan.

Deze tellen dan voor de vereiste compensatie als één kast. Om verlies aan essentieel foerageergebied te compenseren dienen de te kappen bomen gecompenseerd te worden. Het is hierbij van belang dat het foerageergebied zo goed en zo snel mogelijk de oorspronkelijke situatie (gaat) benaderen wat betreft hoogte, dichtheid, structuur, oriëntatie en dergelijke. Het vervangende foerageergebied moet tijdig voor aanvang van de activiteiten aanwezig zijn om de dieren het nieuwe gebied te laten ontdekken, zodat het voor hen kan functioneren. Ook moet het bij voorkeur gelegen zijn nabij het oorspronkelijke foerageergebied maar buiten de invloedssfeer van de activiteiten. Ontheffing vleermuizen Conform het advies van Groenadvies is een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd met daarin de mitigerende en compenserende maatregelen opgenomen. Op basis van de jurisprudentielijn is het bestemmingsplan uitvoerbaar aangezien er zicht is op het verkrijgen van de ontheffing nu het onderzoek is afgerond en er mitigerende maatregelen getroffen worden. Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied ligt op 4 km afstand (Kennemerland-Zuid). Dat is het gele gebied op onderstaande kaart. In Kennemerland-Zuid liggen meerdere stikstofgevoelige gebieden. Het dichtstbijzijnde ligt op 3,8 km afstand.

De gebieden in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) overlappen met de Natura2000 gebieden maar zijn aangevuld met de aangrenzende weidegebieden die vanwege hun waarde voor weidevogels zijn aangewezen. De dichtstbijzijnde gebieden zijn de polder bij

82

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Vijfhuizen ten zuidoosten en de oeverlanden Buiten Liede ten noorden van het projectgebied. Deze gebieden liggen op circa 1,7 km afstand van het projectgebied. Er zullen diverse werkzaamheden plaatsvinden die mogelijk een negatieve invloed hebben op de omliggende Natura2000 gebieden. Voor de natuurwaarden in de Natuur Netwerk Nederland gebieden, anders dan de al genoemde Natura2000 gebieden, zijn vanwege de afstand en beperkte omvang van de werkzaamheden geen nadelige gevolgen te verwachten. In het kader van de mogelijke effecten op de stikstofgevoelige gebieden is door Cauberg Huygen in april 2023 een stikstofberekening uitgevoerd (zie bijlage 10). Uit de berekeningen blijkt dat er voor de bouw- en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is dus geen vergunning benodigd ingevolge de Wet natuurbescherming. 4.12.3

Conclusie Voor de aangetroffen verblijfplaatsen en foerageergebied van vleermuizen wordt een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd bij de provincie Noord-Holland. Met inachtneming van de te treffen maatregelen staat het aspect natuurwaarden de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.13 Verkeer en parkeren 4.13.1

Inleiding Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen verkeer- en parkeeraspecten in kaart te worden gebracht. Daarbij is de parkeerbehoefte, verkeersgeneratie en de ontsluiting van belang. Hierdoor kan de realisatie van voldoende parkeerplaatsen worden gewaarborgd en worden ongewenste of onveilige verkeerssituaties tegengegaan.

4.13.2

Onderzoek Autoparkeren Door Bono Traffics is de totale parkeervraag voor de voorgenomen ontwikkeling berekend. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte zijn de normen voor parkeren van de afzonderlijke functies bepaald o.b.v. de parapluplan parkeernorm Haarlem 2018 en CROW 381. De gemeente Haarlem hanteert in de basis de parkeernormen zoals beschreven in de Nota parkeernormen (30 maart 2023 vastgesteld door de gemeenteraad). Conform de nota valt het plangebied binnen de schil 'stedelijk' van Haarlem. Dit onderzoek uit juli 2023 is opgenomen als bijlage 11 van deze toelichting. Er zijn een aantal uitgangspunten die gehanteerd worden in de berekening. Zo wordt rekening gehouden met dubbelgebruik en wordt de bestaande parkeervraag van de nu aanwezige woningen gesaldeerd. Op basis van de Nota parkeernormen worden twee mobiliteitscorrecties toegepast: de aanwezigheid van HOV in de vorm van de R-net halte Aziëweg en het inzetten van deelauto's. Elan Wonen is voornemens om drie deelauto's in te zetten. 83

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Parkeervraag per moment De toename van de parkeervraag van de ontwikkeling aan de Louis Pasteurstraat is per doelgroep en per moment weergegeven in onderstaande tabel. De toename bestaat uit de vraag van het toekomstige programma min de vraag van het bestaande programma. De toename van de parkeervraag bedraagt maximaal, afgerond conform de Nota parkeernormen van Haarlem, 51 parkeerplaatsen op het maatgevende moment, de werkdagavond.

Afbeelding 4.9: Toename parkeervraag plangebied, bron: BonoTraffics Restcapaciteit directe omgeving De Verkeerstellers hebben in mei 2022 een parkeertelling gedaan in het omliggende gebied om te kunnen bepalen hoeveel restcapaciteit aanwezig is in de openbare ruimte en op het terrein van Pre Wonen. De telling is uitgevoerd op een aantal (maatgevende) momenten. Alle onderzochte secties vallen binnen het invloedsgebied van de ontwikkeling en binnen een loopafstand van 100 meter, daarmee is een kortere loopafstand gehanteerd dna de in de Nota parkeernormen aangegeven 200 meter. Sectie 1 (westzijde Pasteurstraat) is wat betreft de capaciteit buiten beschouwing gelaten maar wat betreft de bezetting wel meegeteld. Dit omdat deze capaciteit benut gaat worden door bewoners van het wooncomplex Damiate. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de telling opgenomen. Het beleid van de gemeente Haarlem geeft aan dat maximaal tot 85% van de openbare capaciteit benut mag worden ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling. Hiervan uitgaande is de restcapaciteit in de openbare ruimte maximaal 46 parkeerplaatsen op de werkdagavond.

Afbeelding 4.10: Restcapaciteit openbaar (binnen 100 meter), bron: BonoTraffics Restcapaciteit Pré Wonen Direct ten zuidoosten van de ontwikkeling ligt het woonblok van Pre Wonen. Dit woonblok beschikt over een eigen parkeerterrein. Met Pré Wonen is de afspraak gemaakt dat de restcapaciteit op het parkeerterrein benut kan worden voor de ontwikkeling. Het parkeerterrein is feitelijk openbaar toegankelijk waarbij geen sprake is van parkeerregulering. De huidige entree is gevestigd aan de Roordastraat. Gezien de beperkte (loop)afstand tussen dit 84

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

parkeerterrein en de woonblokken is dit een goede optie om te voorzien in de vraag. In het parkeeronderzoek is de capaciteit en bezetting van het parkeerterrein van Pre Wonen in beeld gebracht. Het privé terrein van Pré Wonen mag voor 100% worden benut. In onderstaande tabel zijn de resultaten van het onderzoek samengevat. Uit de tabel blijkt dat op het terrein van Pre Wonen nog een restcapaciteit is van maximaal 37 parkeerplaatsen op de werkdagmiddag.

Afbeelding 4.11: Restcapaciteit Pre Wonen, bron: BonoTraffics Parkeerclaim Damiate Binnen het aangeven plangebied ligt nog een 'parkeerclaim' vanuit het naastgelegen gebied waar het plan 'Damiate' wordt ontwikkeld. In de parkeerbalans van Damiate is er rekening mee gehouden dat de parkeervraag deels wordt opgevangen aan de oostzijde van de Louis Pasteurstraat. Het gaat om 4 parkeerplaatsen. Nieuwe te realiseren plaatsen openbaar. Parallel aan de ontwikkeling van de nieuwe woningen en kantoorruimte wordt gewerkt aan een plan voor de openbare ruimte en het parkeren rondom de bouwblokken. De sommatie van de parkeerplaatsen levert het beeld op zoals weergegeven op onderstaande afbeelding (dit is nadrukkelijk geen maaiveldontwerp). Een aantal bestaande langsparkeervakken komt te vervallen en er worden nieuwe haakse parkeervakken aangelegd. Daarnaast wordt ruimte gereserveerd voor een toegang tot een parkeergelegenheid in het noordelijke bouwblok. Het plan moet nog worden uitgewerkt maar het uitgangspunt is dat er netto geen parkeerplaatsen verloren gaan in het openbaar gebied. De openbare parkeerplaatsen gelegen aan de westzijde van de Louis Pasteurstraat zullen in de toekomst in gebruik zijn door de bewoners en bezoekers van 'Damiate' en zijn buiten beschouwing gelaten.

85

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Afbeelding 4.12: Schets plangebied, globale inrichting, bron: BonoTraffics Verdwijnen plekken terrein Pre Wonen Naast de wijzigingen van het parkeren in de openbare ruimte wordt het terrein van Pre Wonen heringericht. Dit kan betekenen dat het aantal parkeerplaatsen minder wordt. Uitgangspunt is dat de parkeercapaciteit met maximaal 6 parkeerplaatsen afneemt. Dit is in de berekening meegenomen. Totaal aanbod parkeerplaatsen In onderstaande tabel is het totaal van het aantal beschikbare en te gebruiken 86

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

parkeerplaatsen weergegeven.

Afbeelding 4.13: Aanbod parkeerplaatsen, bron: bonoTraffics Parkeerbalans In onderstaande tabel is de parkeerbalans voor de ontwikkeling aan de Louis Pasteurstraat weergegeven. Uit de tabel blijkt dat de toename van de parkeervraag op de drukste momenten kan worden opgevangen binnen de bestaande restcapaciteit in het openbare gebied en bij Pre Wonen. In de tabel staat een aantal keer 'nb'. Dit betekent 'niet bekend'. Van deze momenten zijn geen telgegevens bekend. Op basis van de aanwezigheidspercentages van het CROW kan worden aangenomen dat deze momenten qua parkeren niet drukker zijn dan de getelde (drukke) momenten.

Afbeelding 4.14: Parkeerbalans Pasteurstraat, bron: BonoTraffics Volgens de Nota parkeernormen dient de parkeerbehoefte in de basis op eigen terrein te worden opgelost. De mogelijkheid om gebruik te maken van openbare parkeerplaatsen heeft Haarlem ingekaderd. Dit is namelijk alleen mogelijk voor het faciliteren van de parkeerbehoefte van sociale woningbouw. In de voorliggende situatie is echter sprake van een combinatie van functies, namelijk sociale woningbouw, middeldure woningen, een woonwinkel en een kantoorruimte. In overleg met de gemeente Haarlem is daarom besloten om de parkeervraag van de middeldure woningen, de woonwinkel en de kantoorruimte als eerste te salderen ten opzichte van de huidige situatie. Met uitzondering van de werkdagochtend en de werkdagmiddag is de toekomstige parkeervraag van deze functies lager dan de parkeervraag van de huidige situatie. Uit het parkeeronderzoek is daarnaast gebleken dat gedurende de werkdag voldoende parkeerruimte resteert op het terrein van Pre Wonen. Onderstaande tabel illustreert een rekenvoorbeeld van deze wijze van salderen voor de werkdagmiddag en de werkdagnacht. Van de werkdagochtend zijn geen telgegevens bekend. Op basis van de aanwezigheidspercentages van het CROW kan worden aangenomen dat dit moment qua parkeren niet drukker is dan de getelde (drukke) momenten.

87

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Afbeelding 4.15: Rekenvoorbeeld salderen en gebruik eigen terrein exclusief toevoeging sociale woningbouw, bron: BonoTraffics De resterende toekomstige parkeervraag wordt dus veroorzaakt door de sociale woningbouw. Deze parkeervraag wordt gedeeltelijk gesaldeerd en gedeeltelijk opgevangen op het terrein van Pre Wonen. Tevens is nog sprake van een reductie als gevolg van de inzet van deelauto?s. De resterende parkeerbehoefte van de sociale woningbouw wordt opgevangen door gebruik te maken van openbare parkeerplaatsen. Daarmee wordt voldaan aan de eis dat enkel de parkeerbehoefte van de sociale woningbouw in de openbare ruimte wordt opgevangen. Uit de totale parkeerbalans is reeds gebleken dat op ieder weekmoment sprake is van een overschot van parkeerplaatsen. Parkeervraag en -aanbod fiets Dubbelgebruik In de nieuwe situatie worden de koop-/huurwoningen voorzien van een gezamenlijke bergingscapaciteit voor fietsen van bewoners. De huurwoningen krijgen ieder een eigen berging voor fietsen van bewoners. Voor personeel van het kantoor en de woonwinkel wordt tevens een eigen gezamenlijke fietsenstalling aangelegd. Deze stallingen zijn daarmee niet beschikbaar voor dubbelgebruik. Voor bezoekers van de woningen en de woonwinkel wordt openbaar toegankelijke stallingscapaciteit aangelegd.

Tussen de bezoekers van de woningen en de bezoekers van de woonwinkel is dus wel dubbelgebruik mogelijk. Salderen parkeervraag fiets Voor de fiets wordt voor het vaststellen van de parkeervraag niet gesaldeerd met de huidige vraag naar fietsparkeren. De Nota parkeernormen biedt wel de mogelijkheid om dit te doen met fietsparkeerplaatsen die op dit moment openbaar toegankelijk zijn. Het is echter nauwelijks vast te stellen hoeveel openbare parkeerplekken voor fietsen op dit moment aanwezig zijn in het ontwikkelgebied. Parkeervraag fiets koop-/huurwoningen De koopwoningen worden conform de Nota parkeernormen voorzien van voldoende bergingscapaciteit. In onderstaande tabel is weergegeven wat de totale vraag is.

88

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Afbeelding 4.16: Parkeervraag fiets koop/huurwoningen, bron BonoTraffics Parkeervraag fiets huurwoningen De huurwoningen worden conform het Bouwbesluit voorzien van voldoende bergingscapaciteit. In de volgende tabel is weergegeven wat de totale vraag is die moet worden opgevangen bij de huurwoningen.

Afbeelding 4.17: Parkeervraag fiets huurwoningen, bron BonoTraffics Parkeervraag fiets werknemers Voor het personeel van de woonwinkel en het kantoor van Elan wonen wordt, zoals beschreven, een eigen fietsenstalling gerealiseerd. In de volgende tabel is op basis van de Nota parkeernormen weergegeven hoeveel stallingscapaciteit nodig is in deze stalling.

Afbeelding 4.18: Parkeervraag fiets werknemers, bron: BonoTraffics Parkeervraag bezoekers per moment Voor de bezoekers van de woningen en de woonwinkel is dus wel sprake van dubbelgebruik. In de volgende tabel is per moment de parkeervraag voor fiets parkeren weergegeven voor bezoekers.

89

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Afbeelding 4.19: Toename parkeervraag plangebied fiets Op het piekmoment hebben de bezoekers 90 stallingsplekken nodig. Elan wonen is voornemens deze parkeervraag doormiddel van fietsnietjes op te vangen. Op basis van het uitgangspunt dat een fietsnietje twee fietsen kan opvangen, zijn de bezoekers in totaal 45 nietjes nodig. Conclusie parkeren Sluitende balans autoparkeren De ontwikkeling van de nieuwe appartementen en kantoorruimte in het gebied gelegen aan de Pasteurstraat heeft een toename van de parkeervraag tot gevolg van maximaal 51 pp op een werkdagavond en 49 pp op de zaterdagavond. De toename van de parkeervraag kan op alle drukke momenten worden opgevangen binnen de bestaande restcapaciteit in het direct omliggende openbare gebied en op het terrein van Pre Wonen, zo blijkt uit de tellingen en berekeningen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de gewenste wijzigingen aan de parkeerplaatsen in het openbare gebied en op het terrein van Pre Wonen en de 'claim' qua parkeren van de naastgelegen ontwikkeling Damiate. Het maatgevende moment in de balans is de nachtperiode. Dan is de toename van de parkeervraag weliswaar kleiner dan in de avondperiode, maar is minder restcapaciteit beschikbaar. In de nachtperiode is het berekende overschot beperkt tot 4 parkeerplaatsen.

Hierbij moet worden opgemerkt dat in de berekening, conform het beleid van de gemeente Haarlem, rekening is gehouden met een maximale bezettingsgraad in het openbare gebied van 85%. Daarbij is rekening gehouden met de door de gemeente ingekaderde mogelijkheid voor het parkeren in de openbare ruimte. Dit is namelijk alleen mogelijk voor het faciliteren van de parkeerbehoefte van sociale woningbouw. Toevoeging parkeerplaatsen Elan De theoretische parkeerbalans houdt geen rekening met een parkeervraag van de kantoorruimte in de nachtperiode. Omdat in de praktijk mogelijk toch ook in de nachtperiode auto's van Elan aanwezig zullen zijn in het gebied, wordt een extra parkeergelegenheid gerealiseerd van circa 16 parkeerplaatsen in het noordelijke bouwblok, specifiek voor personeel en bezoekers van Elan. Hiervan zijn er 12 parkeerplaatsen "binnen het hek" en 4 parkeerplaatsen erbuiten. Van deze 4 zijn er 3 bedoeld voor deelautostandplaatsen. Hiermee kan niet alleen de mogelijke parkeervraag in de nachtperiode ruimschoots worden opgevangen maar wordt ook de toename van de parkeerdruk in de omgeving op andere momenten verder beperkt. Zoals beschreven worden drie van deze zestien parkeerplaatsen gereserveerd voor de inzet van de deelauto's. 90

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Fietsparkeren Wat betreft fietsparkeren dient Elan wonen conform het Bouwbesluit en de Nota parkeernormen te voorzien in voldoende stallingscapaciteit bij de koopen huurwoningen. Voor de koop-/huurwoningen betekent dit dat voor bewoners in totaal stallingscapaciteit voor 90 fietsen gerealiseerd moet worden. De huurwoningen vragen voor bewoners een capaciteit van 464 fietsen. Het kantoorpersoneel en het personeel van de woonwinkel hebben een stallingsvraag van 62 plekken. Voor bezoekers van de woonwinkel en de woningen moeten op het maatgevende moment (de zaterdagavond) 90 openbaar toegankelijke stallingsplaatsen gerealiseerd worden. Elan wonen is voornemens deze parkeervraag op te vangen met fietsnietjes. In dat geval zijn 45 fietsnietjes nodig om voldoende capaciteit te bieden. Bij het indienen van de aanvraag voor de omgevingsvergunning dient Elan wonen aan te tonen dat wordt voldaan aan de eisen voor wat betreft het aanbod van fietsparkeren. Verkeersgeneratie Om de verkeersgeneratie te berekenen is gebruik gemaakt van de kencijfers van het C.R.O.W. (publicatie 318, 2008, Toekomstbestendig parkeren). Hierbij wordt aangesloten bij de maximale kencijfers voor verkeersgeneratie voor de middeldure koop-/huurwoningen, sociale huurwoningen en kantoor met en zonder baliefunctie. Dit leidt tot de volgende tabel:

In totaal zijn 614 verkeersbewegingen per etmaal te verwachten in de nieuwe situatie. Opgemerkt moet worden dat er op dit moment 84 sociale huurwoningen aanwezig zijn. Deze kennen op basis van de kencijfers een verkeersgeneratie van 218 verkeersbewegingen per etmaal. Per saldo betekent dit dus een toename van 396 verkeersbewegingen per etmaal. Deze bewegingen zijn goed op te vangen door het bestaande verkeersnetwerk. Ontsluiting Het plangebied is op een goede manier ontsloten, zowel per auto, per openbaar vervoer (OV) als per fiets en te voet. Binnen 100 meter van het plangebied bevindt zich een bushalte van citybus lijn 3. Deze rijdt 4 keer per uur naar winkelcentrum Schalkwijk, het centrum van Haarlem, het station en door naar IJmuiden. Op circa 500 meter bevindt zich nog een aantal bushaltes, onder ander op de N205 (Burgemeester Reinaldapark). Hier halteert een aantal lijnen tussen Haarlem centrum en Amsterdam. Het plangebied ligt op acceptabele fietsafstand van het centrum van Haarlem (2,5 km) en het station (3 km). Ook het centrum van Schalkwijk (op circa 500 meter) is met de fiets 91

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

goed bereikbaar. Ditzelfde centrum Schalkwijk ligt zelfs voor voetgangers op een realistische loopafstand. De verkeersstructuur voor de auto is op te vatten als een ringstructuur (wijkontsluitingsring) welke ook nog wordt kortgesloten door de Floris van Adrichemlaan, die dwars door de wijk loopt. In de toekomst wordt de Floris van Adrichemlaan opgeheven voor doorgaand autoverkeer. Het snellere autoverkeer wordt buiten de wijk omgeleid over de route Amerikaweg Boerhaavelaan. De wijk zelf wordt ontsloten via de route Louis Pasteurstraat Professor Eijkmanlaan - Kochlaan - Professor Donderslaan. Belangrijkste wijziging in het netwerk is het opheffen van Floris van Adrichemlaan voor doorgaand autoverkeer. De weg is als 30 km/uur weg wel te gebruiken voor lokaal verkeer. Ook de busroute blijft vooralsnog over de Floris van Adrichemlaan lopen. 4.13.3

Conclusie De verkeer- en parkeeraspecten vormen geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.14 Vliegverkeer 4.14.1

Inleiding Met ingang van 1 februari 2003 is het zogenoemde Luchthavenindelingbesluit (LIB) van kracht. In het LIB, onderdeel van de gewijzigde Wet Luchtvaart (ofwel de "Schipholwet"), is rond de luchthaven Schiphol een beperkingengebied aangewezen. Hierbinnen gelden beperkingen van de maximale hoogte van objecten, en van vogel aantrekkende bestemmingen en vogel aantrekkend gebruik. De hoogtebeperkingen zijn opgelegd om ervoor te zorgen dat vliegtuigen op een veilige manier van en naar de luchthaven Schiphol kunnen vliegen. De beperkingen voor de vogel aantrekkende bestemmingen en vogel aantrekkend gebruik zijn opgelegd om te voorkomen dat zich in de nabijheid van de luchthaven concentraties vogels bevinden, die hinderlijk kunnen zijn voor vliegtuigen.

4.14.2

Onderzoek Onderhavig plan ligt niet in een beperkingen gebied met betrekking tot hoogte, geluid en externe veiligheid. Wel ligt het plangebied binnen de zones 'beperking aantrekken vogels' en 'toetszone windturbines en lasers'. Er worden echter geen functies gerealiseerd (zoals een viskwekerij) die van invloed zijn op het aantrekken van vogels. Ook wordt er met dit plan geen windturbine of laser mogelijk gemaakt.

4.14.3

Conclusie Het aspect vliegverkeer vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

92

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

4.15 Waterparagraaf 4.15.1

Inleiding Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. Waterbeheerders worden in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken bij het proces van ruimtelijke planvorming. De Watertoets is hiervoor het wettelijk geregelde procesinstrument, zie www.dewatertoets.nl. De resultaten van het doorlopen van dit proces van afstemming zijn weergegeven in deze waterparagraaf. Deze paragraaf benoemt de waterbeheerder, beschrijft het relevante beleid en het huidige watersysteem en gaat in op de effecten daarop van ruimtelijke ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt.

4.15.2

Onderzoek De waterbeheerder in het plangebied Het hoogheemraadschap van Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. In het proces van ruimtelijke planvorming heeft Rijnland een adviserende rol. In de uitvoerings- en beheerfase van ruimtelijke plannen heeft Rijnland een regelgevende rol. Huidige situatie plangebied Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt buiten de beschermingszone van de regionale waterkering, zie onderstaande uitsnede van de Legger Regionale Waterkering.

93

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Afbeelding 4.8: ligging en beschermingszone regionale waterkeringen (bron: Legger Hoogheemraadschap Rijnland) Grondwater en ontwatering Het grondwaterbeleid van de gemeente is erop gericht om grondwateroverlast op openbaar terrein te voorkomen. Daarom wordt in veel wijken in Haarlem de grondwaterstand verlaagd door een drainagesysteem. Deze systemen zorgen ervoor dat de grondwaterstanden gereguleerd kunnen worden. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsprogramma is het beleid met betrekking tot grondwaterbeheer en riolering opgenomen. Dit is reeds aan bod gekomen in hoofdstuk 3. De grondwaterstanden in Haarlem zijn over het algemeen vrij hoog. Om grondwateroverlast te voorkomen zijn dan ook onder een groot aantal wijken drainagesystemen aangelegd. Deze systemen hebben grote invloed op het functioneren van het lokale grondwatersysteem. In voorliggend plan worden er geen kelders gegraven, zo vindt het parkeren op maaiveld plaats, waardoor de invloed van het plan op de grondwaterstand beperkt blijft. Bovendien is Schalkwijk opgehoogd met circa 2 meter zand en kent het een grondwaterstand die relatief diep is, minimaal 1 meter minus maaiveld (in droge perioden meer) en dat sprake is van wegzijging (=grondwaterstroming naar diepere watervoerende lagen). Compensatieregeling Indien verharding in een gebied toeneemt, zullen waterhuishoudkundige 94

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

maatregelen getroffen moeten worden om waterbezwaar als gevolg van de toegenomen verharding te voorkomen. Het Hoogheemraadschap van Rijnland stelt als richtlijn dat - indien gebouwd wordt en hierbij meer dan 500 m2 onverhard oppervlak omgezet wordt naar verhard oppervlak - minimaal 15 procent van de toename aan verharding gecompenseerd dient te worden in de vorm van oppervlaktewater. Het uiteindelijk te compenseren oppervlak hangt af van overige maatregelen die de waterhuishouding in een gebied ten goede kunnen komen, zoals het vertraagd afvoeren van hemelwater middels grasdaken en ontkoppeling van het rioolstelsel, waarbij het ontkoppelde water in de bodem geïnfiltreerd wordt. In voorliggend plan is sprake van een toename aan verharding van meer dan 500 m2. Er dient dan minimaal 15% van deze toename aan verharding gecompenseerd te worden.

In totaal moet 327 m2 aan (open) water gecompenseerd worden. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt in het kader van de te realiseren nieuwbouw van het project Damiate een nieuwe watergang gegraven langs de Floris van Adrichemlaan. Hier wordt in totaal 1.300 m2 aan watergang gegraven. Voor het project Damiate was slechts 268 m2 aan compensatie nodig. Het nieuw te graven water is voldoende groot om ook de compensatie van voorliggend project Pasteur op te vangen. In overleg met de gemeente kan via de Berging Rekening Courant (BRC) een financiële bijdrage geleverd worden om gebruik te maken van deze compensatie. Dit is vastgelegd in de anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. In dit bestemmingsplan is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen (artikel 6.3.2) die waarborgt dat er 327 m2 aan water wordt gecompenseerd in de nieuwe watergang langs de Floris van Adrichemlaan. Wadi Infiltratie op deze locatie is niet de meest doelmatige oplossing en het is beter om open water te maken. In dit plangebied kan het inderdaad niet helemaal opgelost worden, omdat er veel bestaande bomen staan. De plek van de wadi is de enige locatie waar het kan, en die is niet groot genoeg. Het realiseren van open water wordt dan ook gedaan net buiten het plangebied met de nieuw te realiseren watergang langs de Floris van Adrichemlaan zoals hierboven al vermeld.

Wel is er de ruimte om een wadi aan te leggen voor tijdelijke waterberging / vertraagde afvoer in geval van extreme regenval. In de wadi infiltreert het hemelwater van de daken in de bodem. Ook zorgt de wadi bij extreme buien voor een vertraagde afvoer naar het open water van de gracht. 95

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

De te realiseren wadi is 271 m2 groot en 40 cm diep (waarvan maximaal 35 cm water). Dat betekent dat de wadi een capaciteit heeft van 61.5 m3. Het totale dakoppervlak is 4158 m2. In geval van een maatgevende 70 mm bui bedraagt de hoeveelheid water op de daken 291 m3. De capaciteit van de wadi is onvoldoende om zo'n extreme bui te kunnen bergen. Zoals aangegeven zal het nieuw te graven water net buiten het plangebied het hemelwater kunnen bergen. Een dergelijke bui komt gemiddeld 1x in de 100 jaar voor. Minder extreme buien komen veel vaker voor. Zo valt er tijdens een normale bui tussen de 1 en 3 mm regen, tijdens een flinke bui tussen de 3 en 10 mm regen, tijdens een hoosbui 25 mm regen en tijdens een stortbui 40 mm regen. De wadi kan een bui opvangen van 14 mm. Daarmee kan de wadi alle normale en flinke buien prima opvangen. In de praktijk komt dat neer op het overgrote merendeel van de buien. In geval van extreme neerslag loost de wadi het overige water via een overstort naar de (nieuw te graven) gracht.

96

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

Figuur 4.9: wadisysteem (bron: Voorloping ontwerp, maart 2023, Hosper) Afvalwater en riolering In de huidige situatie is het plangebied gemengd gerioleerd. Dat betekent dat huishoudelijk afvalwater en regenwater gezamenlijk worden ingezameld en afgevoerd naar de AWZI. Bij hevige regenbuien is de capaciteit van de riolering echter te klein om al het water te ontvangen en stort rioolwater over op de Amerikavaart (zie onderstaande afbeelding). Het afvalwater gaat naar AWZI Schalkwijk. Deze wordt binnen enkele jaren gesloten. Dan gaat het afvalwater naar AWZI Zwanenburg. In het plangebied is geen 97

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (ontwerp)

afvalwatertransportleiding aanwezig.

Figuur 4.10: locatie overstorten riolering (bron: Hoogheemraadschap Rijnland) Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is een gescheiden rioolstelsel verplicht. Hierbij wordt alleen huishoudelijk afvalwater via de riolering afgevoerd naar de AWZI. Schoon hemelwater wordt direct afgevoerd op oppervlaktewater (of via een infiltratiezone). Door het oppervlaktewater in de buurt is de afvoer van schoon regenwater naar oppervlaktewater eenvoudig te realiseren. Uitwerking vindt plaats in overleg met gemeente Haarlem en HHR. Extreme regenval vloeit weg via de straten, daarom moeten de drempelhoogtes voldoende boven straatniveau liggen. Dit wordt in het ontwerp meegenomen. Het huishoudelijk afvalwater wordt ingezameld en aangesloten op het vuilwaterriool van Schalkwijk. Uitwerking vindt plaats in nauwe afstemming met de rioolbeheerder in verband met de capaciteit van het ontvangende rioleringssysteem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13477155/1