2. Bijlage 1: Update Routekaart Duurzaamheid ‘Route voor CO2-reductie’
Tekst van het document
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid - Route voor CO2-reductie -
Update 30 maart 2023
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
2.
Doelstellingen en Prognose
4
2.1
Doelstellingen
4
2.1.1
Algemene doelstelling
4
2.1.2
Doelstellingen per transitiepad
4
2.1.3
Tussendoelstellingen
4
2.2
3.
Prognose 2030
6
2.2.1
Overzicht streefdoelen en prognose 2030
6
2.2.2
Toelichting
7
Algemeen
7
Rijksdoelen buiten invloedsfeer als taakstelling
7
Transitiepad Wonen
7
Transitiepad Werken
8
Transitiepad Mobiliteit
8
Transitiepad Elektriciteit en Opwek
8
Vervolgproces
Bijlage 1
8 9
2
1.
Inleiding De Routekaart Duurzaamheid – Route voor CO2-reductie – is als informatienota behandeld in de commissie beheer van 10 maart 2022. Deze routekaart ging uit van het CO2 reductiepercentage uit het Klimaatakkoord van 49% en rekende dat om naar de Haarlemse situatie. Inmiddels is er vanuit het Rijk een hogere ambitie vastgesteld, namelijk minimaal 55%. Het Coalitieakkoord 2022-2026 streeft naar een CO2 reductie van 60%. Met deze update van de routekaart willen we de CO2 reductiedoelstelling voor Haarlem laten vaststellen op minimaal 60%. De Routekaart geeft ook een update van de CO2 reductieraming (prognose) van alle activiteiten die uitgevoerd moeten worden voor 2030. Transitiepaden en pijlers We onderscheiden 5 transitiepaden waarbinnen de omslag naar een klimaatneutrale stad moet plaatsvinden. Dit zijn Wonen, Werken, Mobiliteit, Elektriciteit en Opwek en Ketenverantwoordelijkheid. Elk transitiepad bestaat uit een aantal pijlers waarbinnen activiteiten worden uitgevoerd. De update van de Routekaart laat het transitiepad Ketenverantwoordelijkheid buiten beschouwing, omdat deze nog niet gekwantificeerd kan worden. De Haarlemse transitiepaden sluiten aan bij de sectoren uit het nationale klimaatakkoord. Transitiepad
% CO2-uitstoot van totaal (nulmeting 2017)
Sector vanuit nationaal Klimaatakkoord Energievoorziening
27%
Gebouwde omgeving
Gasverbruik en warmte
14%
Gebouwde omgeving, Industrie en landbouw
Gasverbruik en warmte
Mobiliteit
19%
Mobiliteit
Verbruik fossiele Brandstoffen
Elektriciteit en opwek
40%
Elektriciteit
Elektriciteitsverbruik
Wonen Werken
Leeswijzer Deze update begint met de vast te stellen doelstelling en tussendoelen. Daarna volgt een prognose op hoofdlijnen en per transitiepad. De update sluit af met het benoemen van het vervolgproces over het rapporteren en eventueel bijsturen op de CO2-reductie. Een compleet overzicht van alle activiteiten die leiden tot CO-2 reductie in Haarlem staat in bijlage 1.
3
2.
Doelstellingen en Prognose 2.1 Doelstellingen 2.1.1 Algemene doelstelling In het Coalitieakkoord 2022 – 2026 “Actie! Aan de slag voor een sociale, groene en leefbare stad” is opgenomen dat we 60% CO2-reductie in 2030 willen bereiken en we doorgaan met de Routekaart Duurzaamheid. In die Routekaart, besproken als informatienota in Commissie Beheer van 10 maart 2022, is de rijksdoelstelling en de sectorale onderverdeling vertaald naar de Haarlemse situatie. Bij deze update volgen we dezelfde systematiek. We gaan over programmeren, zodat bij tegenvallers de doelstelling binnen bereik blijkt. We hanteren dezelfde marge van 5% als het Rijk. Het Rijk heeft als minimale doelstelling 55% CO-reductie in 2030 en streeft naar 60% CO2-reductie, zodat bij tegenvallers de 55% emissiereductie binnen bereik blijft. Gemeente Haarlem stelt als minimale doelstelling 60% CO2-reductie in 2030 vast ten opzichte van 2017 en streeft naar 65% CO2-reductie, zodat bij tegenvallers de 60% emissiereductie binnen bereik blijft. 2.1.2 Doelstellingen per transitiepad Ieder transitiepad kent een eigen streefdoel. Met de activiteiten binnen de transitiepaden wordt gestreefd naar deze doelen. Als een streefdoel niet bereikt lijkt te worden, kan dit worden opgevangen door een ander transitiepad. Voorwaarde is dat de totale minimale reductie doelstelling van 60% bereikt wordt.
Transitiepad Wonen
Streefdoelen 2030 -59%
Werken
-55%
Mobiliteit
-33%
Elektriciteit en opwek
-87%
Totaal
-65%
2.1.3 Tussendoelstellingen De voortgang van de CO2-reductie monitoren we via de reguliere P&C cyclus (zie hoofdstuk 3 Vervolgproces). Door ook tussendoelen te bepalen kunnen we de realisatie beter monitoren. Daartoe roept de aangenomen motie 2BIS “Ga niet af op gevoel, maar geef een tussendoel (2022/ 1617741)” ook op. De tussendoelen per transitiepad zijn bepaald door de verwachte reductie per activiteit over de jaren te verdelen. De verwachte realisatie van warmtenetten heeft een lange aanlooptijd en zijn daarom in de laatste jaren opgenomen. De verwachte realisatie van isolerende maatregelen en het verschonen van mobiliteit loopt langer en is met een stijgende lijn opgenomen. Alles tezamen levert dit het volgende beeld op:
4
TUSSENDOELEN OP BASIS VAN STREEF PERCENTAGE 600
500
204
190
176
400
161
145
128 107
300
200
100
112
111
82
80
160
159
109
87
107
78
104
76
155
74
151
145
101
60
97
70
92 85
65
136
32 76
58
51 39
124
109
89
67
2028
2029
2030
0 2021
2022
2023
2024
Wonen
2025 Werken
2026
2027
Mobiliteit
Elektriciteit
Het actieplan Schone Energie moet ervoor zorgen dat er uiterlijk in 2030 750 Tj aan elektriciteit wordt opgewekt in Haarlem. De realisatie, tussendoelen en het doel in 2030 zien er als volgt uit:
Actieplan Schone Energie (opwek in TJ)
750
750 700
658
650 573
600 550
488
500 450
408
400 328
350 300
253
250
193
200 150 100 50
34
49
63
2017
2018
2019
148
92
111 108
2020
2021
2022
0 2023
Realisatie
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
(Tussen) Doel
5
2.2 Prognose 2030 2.2.1 Overzicht streefdoelen en prognose 2030 De routekaart laat de opgave voor CO2-reductie zien. We weten daarmee welke activiteiten leiden tot welke CO2-reductie. Naast de berekening van de streefdoelen tot en met 2030, is er ook een update gemaakt van de impact van de activiteiten in de verschillende transitiepaden en pijlers. In de vorige routekaart zijn een aantal van deze activiteiten nog gepresenteerd als aanvullende plannen en bijbehorende begroting. Inmiddels zijn alle activiteiten in gang gezet en kunnen ze, met het beschikbaar komen van de artikel 2 middelen vanuit het Rijk, ook worden uitgevoerd. Voor wat betreft de activiteiten als gevolg van de Transitievisie Warmte betekent dit een versnelling en verbreding om de geambieerde CO2-reductie te behalen. Voor al het beleid geldt dat wanneer wordt geschoven in de uitvoering dit effect kan hebben op de te behalen reductie. In onderstaande grafiek is in beeld gebracht wat de CO2-uitstoot is in de jaren 2017, 2019, en 2021. Daarna staan de streefdoelen in een lijn weergegeven. In 2030 staat uitgesplitst per transitiepad het streefdoel en daarnaast de prognose. Bij het transitiepad Wonen, dat gaat over het reduceren van gasverbruik, is extra inspanning nodig om het streefdoel te halen. Transitiepad Werken bereikt bijna haar streefdoel. Dit pad is deels
afhankelijk van ontwikkelingen waar we niet direct invloed op hebben. Mobiliteit presteert naar verwachting beter dan het streven. Elektriciteit en opwek komt uit op het streefdoel.
6
2.2.2
Toelichting
Algemeen De update van de prognose (of raming) van 2030 is het gevolg van een aantal ontwikkelingen: een nieuw regeerakkoord, er zijn gewijzigde lokale omstandigheden én er is een nieuwe Klimaat en Energie Verkenning gepubliceerd (KEV 2022 van het Planbureau voor de Leefomgeving). Per saldo leiden deze mutaties tot een bijstelling van de vorige routekaart van 50% naar een reductie percentage van de update naar 65%. Hiermee komen we boven de minimale doelstelling van 60% uit. Rijksdoelen buiten invloedsfeer als taakstelling Het Rijk heeft een aantal doelen gesteld die een grote invloed hebben op de CO2 uitstoot in Haarlem. Op twee van deze doelen heeft Haarlem geen invloed: 1. Bijmengverplichting van groen gas door leveranciers 2. Emissiefactor Elektriciteit Daarnaast zijn er autonome ontwikkelingen die zich voordoen, waar de invloed van Haarlem beperkt op is. Bijmengverplichting groen gas Het Rijk heeft als doelstelling dat leveranciers van gas uiterlijk in 2030 groen gas bijmengen in het netwerk. Deze bijmengverplichting draagt in positieve zin bij aan de CO2-reductie in de gebouwde omgeving (Wonen en Werken). Volgens het KEV 2022 lukt loopt het Rijk achter om deze doelstelling te behalen. In de prognose gaan we er vanuit dat het Rijk de doelstelling wel haalt.
Anders zou dat betekenen dat Haarlem extra inzet moet plegen in de transitiepaden Wonen en Werken om het streefdoel te behalen. Emissiefactor Elektriciteit Het Rijk loopt in de doorrekening KEV 2022 van het PBL achter in de verwachte emissiefactor1 reductie. Hetzelfde geldt hier als bij de bijmengverplichting groen gas. Als het Rijk haar doelstelling niet haalt, zou Haarlem meer zelf moeten doen. Ook hier is ervoor gekozen het Rijksdoel vast op te nemen in het transitiepad Elektriciteit en opwek, zodat we kunnen focussen op wat we wel zelf kunnen bewerkstelligen. Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen hebben niet een directe relatie met de Rijksdoelstellingen en zouden ook ontstaan al de gemeente zelf geen regie zou voeren. Deze ontwikkelingen doen zich autonoom voor door verschillende oorzaken. Het gaat dan bijvoorbeeld om bewoners die toch al hun huis zouden renoveren, zelfstandig aan energiebesparing doen, door rijksregelingen een elektrische auto kopen etc. Deze ontwikkelingen kunnen wij als Haarlem vertragen of juist versnellen door ze te stimuleren. Autonome ontwikkelingen nemen we niet op als taakstelling. Ze zijn redelijk stabiel, maar kunnen fluctueren. Transitiepad Wonen Het gaat tot 2030 met name over grote aantallen woningen die geïsoleerd moeten worden.
Het aantal woningen dat voor 2030 van het aardgas af gaat, zit nog niet op het tempo om de leercurve te bereiken zoals die in de Transitievisie Warmte (TVW) staat. Negatief effect heeft het nieuwe plan voor het warmtenet in Schalkwijk, doordat er minder woningen worden aangesloten voor 2030.
1
Emissiefactor Elektriciteit geeft aan hoeveel CO2 er vrijkomt bij de opwek van elektriciteit door de opwek via fossiele brandstoffen als kolen en aardgas. Hoe schoner de opwek, hoe lager de emissiefactor.
7
Het aantal te isoleren woningen is een grote opgave. De uitwerking van de plannen ter ondersteuning van de eigenaren van deze woningen moet ervoor zorgen dat deze aantallen worden gehaald. Belangrijk is dat er een extra inspanningsverplichting wordt gedaan om het streefdoel in 2030 te behalen. Kansen liggen er bij een snelle opschaling van het Zonnewarmte.nl concept en intensievere isolatie bij commerciële huurwoningen. Transitiepad Werken Belangrijkste wijziging is dat er bij Werken nu ook een verwachte reductie bij ‘overige Publieke Dienstverlening’ is opgenomen naar aanleiding van de gegevens van KEV 2022. Hierbij is er rekening mee gehouden dat we op ons eigen vastgoed (inclusief Sport) al een aanzienlijke reductie, namelijk 11% van de opgave in dit transitiepad, gaan realiseren. Het verwachte aantal aan te sluiten WEQ’s2 in de Waarderpolder voor 2030 is hoger. Per saldo komt dit pad vrijwel in de buurt van het streefdoel. Transitiepad Mobiliteit De verwachte CO2-reductie is bij Mobiliteit hoger dan het streefdoel. Dat lukt alleen als het volledige mobiliteitsbeleid, zoals vastgesteld in 2021, wordt uitgevoerd in het beoogde tempo. Het blijft zaak dat goed te monitoren en eventuele mutaties in beleid of tempo door te rekenen in de duurzaamheidsbegroting (zie Hoofdstuk 3 Vervolgproces).
Transitiepad Elektriciteit en Opwek De CO2 uitstoot in dit transitiepad is voornamelijk afhankelijk van de emissiefactor. Deze is dan ook taakstellend opgenomen. Het terugdringen van energieverbruik speelt ook een belangrijke rol evenals het extra verbruik door de opkomst van elektrisch vervoer, 10.000 woningen, elektriciteit om in de warmtevraag te kunnen voorzien en de groei van datacenters. Per saldo komt dit pad uit op haar streefdoel.
3.
Vervolgproces De CO2-reductie doelstelling 2030, het streefdoel per transitiepad en de tussendoelstellingen worden gemonitord met de duurzaamheidsbegroting. De huidige duurzaamheidsbegroting bestaat voor een groot deel uit verantwoording, er wordt in dit document dus teruggekeken op de afgelopen jaren. Op den duur is de ambitie om de duurzaamheidsbegroting op dezelfde wijze in te richten als de begroting en het jaarverslag. Dit is onderdeel van de ontwikkelopgave. Zodra de gegevens van de klimaatmonitor tijdig beschikbaar zijn, kan de cyclus aansluiten. Verwachting is dat vanaf het jaar 2024 er voor het eerst CO2 verantwoording kan plaatsvinden in het jaarverslag 2023. Te zien is dat er bij Wonen en Werken nog een restant opgave is. Dat vergt een extra inspanning met name in aantallen te verduurzamen gebouwen. Welke inspanning en welk effect dat heeft wordt meegenomen in de duurzaamheidsbegroting.
2
130 m2 oppervlakte in een utiliteitsgebouw gelijkgesteld aan een woningequivalent (WEQ)
8
Bijlage 1 Per transitiepad en per pijler is, in de hierop volgende tabel, aangegeven wat (de “wat-vraag”) er nodig is om de benodigde CO2-reductie te realiseren. De activiteiten zijn onderverdeeld in Rijksdoel, Autonoom, Beleid en Beleid in ontwikkeling. Het Rijksdoel is gebaseerd op de doelstelling van het Rijk waar de gemeente geen invloed op heeft. Autonoom betekent dat de genoemde activiteit voornamelijk een autonome ontwikkeling is waar de gemeente een kleine invloed op heeft door dit te stimuleren. Onder Beleid vallen activiteiten die al in gang zijn gezet en waarvoor een vastgesteld beleid aan ten grondslag ligt. Beleid in ontwikkeling zijn activiteiten die al deels lopen, maar waarvoor nog geen toetsbaar beleidsplan ligt. Hierdoor is de “hoe-vraag” nog niet volledig ingevuld en wel duidelijk wat er moet gebeuren.
Transitiepad Wonen CO2-emissie transitiepad
in kton in percentage
Nulmeting Streefdoel Prognose Restant 2017 2030 2030 opgave 163 -96 -90 -6 -59% -55% -4%
Pijler 1: Ontwikkeling Warmtenetten Wonen Beleid Beleid Beleid in ontwikkeling Beleid in ontwikkeling
5.300 WEQ’s op het Warmtenet Meerwijk/Schalkwijk aangesloten 1.200 woningen aangesloten op het ZonneWarmteNet in het Ramplaankwartier
-8 -3
(Minimaal) 800 woningen grenzend aan ontwikkelzones zijn aardgasvrij door aansluiting op de aardgasvrije warmtevoorziening in de ontwikkelzones
-2
Verkenning en opstart traject voor een volgend warmtenet is nodig om versnelling aardgasvrij na 2030 te bewerkstelligen
0
Pijler 2: Stapsgewijs naar aardgasvrij Wonen Autonoom Beleid en in ontwikkeling
Ongeveer 9.000 lage labels koopwoningen nemen tussen 2017 en 2030 individueel maatregelen 11.000 lage labels koopwoningen worden geïsoleerd naar minimaal de standaard door intensief isolatieprogramma.
Beleid en in ontwikkeling
4.600 woningen vanaf 1995 en/of geïsoleerd conform de standaard aardgasvrij gemaakt met de focus op woningen binnen VvE's.
-7
13.000 particuliere woningen hebben een hybride warmtepomp met de focus op die woningen waar groengas in de TVW (Transitievisie Warmte) de eindoplossing is en de woningen die nog niet aan de standaard voor isolatie voldoen
-17
8.000 Sociale huurwoningen lage labels geïsoleerd naar minimaal de standaard
-8
Autonoom en beleid Beleid en in ontwikkeling
-11 -14
Beleid in ontwikkeling
3.000 Huurwoningen commerciële verhuur geïsoleerd naar minimaal de standaard
-2
Rijksdoel
Bijmengverplichting groengas door leveranciers (Doel Rijksoverheid)
-18
9
Transitiepad Werken CO2-emissie transitiepad
Nulmeting 2017
in kton in percentage
Streefdoel Prognose Restant 2030 2030 opgave 86 -47 -46 -1 -55% -54% -1%
Pijler 3: Ontwikkeling warmtenetten werken Beleid
3.000 WEQ's aangesloten op warmtenet Waarderpolder
-4
Pijler 4: Stapsgewijs naar aardgasvrij werken Autonoom en beleid
Besparing gas Commerciële Dienstverlening: Kantoren hoger dan label C, Energiescans, stimulerend toezicht en handhaving
-8
Autonoom
Besparing gas Publieke Dienstverlening
-7
Autonoom en beleid
2.000 bedrijven hebben een hybride warmtepomp met de focus op die gebouwen waar groengas in de TVW de eindoplossing is.
-3
Beleid
Publieke dienstverlening: Eigen vastgoed gemeente
-5
Autonoom Beleid in ontwikkeling
Energiebesparingsplicht industrie
-4
Industrie: 50% aardgasvrije productieprocessen
-5
Rijksdoel
Bijmengverplichting groengas door leveranciers (Doel Rijksoverheid)
-10
Transitiepad Mobiliteit CO2 emissie transitiepad
in kton in percentage
Nulmeting Streefdoel Prognose Restant 2017 2030 2030 opgave 113 -37 -43 6 -33% -38% 5%
Pijler 5: Verminderen en veranderen van mobiliteit Autonoom Opkomst elektrisch rijden Autonoom Groei van de stad en mobiliteit Autonoom Bestuursakkoord zero-emissiebusvervoer Beleid Modal shift van auto naar lopen, fiets en ov Beleid 30 km/u binnen bebouwde kom Beleid Opzetten monitoring
-24 6 -4 -10 0 0,0
Pijler 6: Verschonen van mobiliteit Autonoom Binnenvaart en mobiele werktuigen Beleid ZE-zone bestel en vrachtverkeer Beleid Duurzame inkoop gemeentelijk wagenpark Beleid Duurzame inkoop mobiele werktuigen Beleid Opstellen strategie verschonen mobiliteit
-1 -7 -1 -2 0
10
Transitiepad Elektriciteit en opwek CO2-emissie transitiepad
in kton in percentage
Wonen
in kton in percentage
Rijksdoel Autonoom Beleid Beleid Werken Rijksdoel Autonoom Beleid Beleid in ontwikkeling Mobiliteit Autonoom Beleid
Nulmeting Streefdoel Prognose Restant 2017 2030 2030 opgave 249 -217 -217 0 -87% -87% 0% 78
Daling emissiefactor en verbruik elektriciteit (Doel Rijksoverheid) 10.000 nieuwbouwwoningen Transitie naar aardgasvrij wonen Groei gebruik (hybride) warmtepompen in kton 171 in percentage
-68 -87%
-68 -87%
-149 -87%
-71 2 0 1 -152 -89%
Daling emissiefactor en verbruik elektriciteit (Doel Rijksoverheid) Groeiende vraag datacenters Transitie naar aardgasvrij werken Eisen aan groei datacenters in kton in percentage Opkomst elektrisch rijden: extra elektraverbruik Verduurzamen mobiliteit
Opwek schone elektriciteit (in Tj)
-154 5 0 -3 3 3000% 2 1
0
Doelstelling Realisatie 2021 2030
Doel 2050
Beleid
Zon op woningen
74
395
669
Beleid
Zon op utiliteit
33
170
265
Beleid
Zon en wind in de openbare ruimte
4
186
202
111
751
1136
Totaal
11
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 30 maart 2023
Tekst: Hans Klaren Fotografie: Studio Swanink Ontwerp: Studio Swanink Drukwerk: n.v.t. ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl
12