CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1: Uitvoeringsprogramma CAS

gemeenteraad 20 april 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Uitvoeringsprogramma Continuering Afvalscheiding (CAS)14.035 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Continuering Afvalscheiding (CAS) Uitvoeringsprogramma 2023-2026 14 maart 2023

Samenvatting Het uitvoeringsprogramma Strategisch Plan Afvalscheiding (SPA) is in 2022 afgerond. Het afvalscheidingspercentage is toegenomen van 38% in 2016 tot ruim 51% aan het einde van 2022. Het restafval per inwoner per jaar is afgenomen van 265 kg in 2016 tot 200 kg aan het einde van 2022. Dat is dus een flinke stap in de richting van de ambitie, zijnde 68% afvalscheiding en 130 kg restafval per inwoner. Om de scheidingsambities alsnog zoveel als mogelijk te realiseren wordt Uitvoeringsplan Continuering Afvalscheiding (CAS) ingezet dat doorbouwt op de al ingezette maatregelen en daarnaast aanvullende maatregelen opstart. Uitgangspunt hierbij is het continueren van de met SPA uitgerolde inzamelstructuur voor bronscheiding met inzamelvoorzieningen voor de belangrijkste herbruikbare bestanddelen. De maatregelen van CAS richten zich (naast het verminderen van het restafval) vooral op het scheiden van de belangrijkste herbruikbare grondstoffen die nu nog steeds oververtegenwoordigd zijn in het Haarlemse restafval. Er wordt dus prioriteit gegeven aan de grootste scheidingskansen, zijnde de grondstoffracties die in tonnage en/of in milieubelasting achterblijven in de Haarlemse afvalscheiding ten opzichte van de best presterende vergelijkbare gemeente. Voor Haarlem liggen die kansen met name bij GFT, textiel, glas en klein grof afval.

Door nieuwe maatregelen in te zetten op het benutten van het bijhorende scheidingspotentieel wordt het programmageld zo effectief mogelijk ingezet. Naast het verminderen (tonnage en milieubelasting) van het restafval gaat het er ook om dat de kwaliteit van de gescheiden ingezamelde grondstoffen hoog blijft. Naast het scheidingspercentage gaat het erom het hergebruikpercentage zo hoog mogelijk te krijgen en te houden door vervuiling te voorkomen. Pas dan wordt echt een bijdrage geleverd aan de gewenste circulariteit. Hierbij wordt aansluiting gezocht en samengewerkt met Actieprogramma Haarlem Circulaire Economie 2023-2025. Het coalitieprogramma roept op tot Actie! Met de volgende maatregelen wordt hier uitvoering aan gegeven: • Meer en beter GFT scheiden (3 pilots worden omgezet naar reguliere inzameling) • Recyclewagen (mobiele milieustraat waarmee klein grof huishoudelijk afval wordt ingezameld) • Recycletas (speelgoed, boeken, elektrische apparaten en textiel aan huis ingezameld) • Verbeteren huidige inzamelstructuur (o.a.

van bovengrondse naar ondergrondse containers) • Verminderen van de ruimteclaim (vooral bij ontwikkelzones met nieuwe technieken) • Voedselrestenvermalers (innovatieve inzamelmethode voor GFT in nieuwe hoogbouw) • Kaders RO en OR (aanscherpen van het werkproces) • Textiel (inrichten fijnmaziger netwerk van textiel verzamelcontainers) • Glas (evaluatie van de inzamelresultaten en op basis daarvan bijsturen) • Nascheiding PBD (bij galerijflats die achterblijven in de bronscheiding) • Communicatie (herhaalde gedragscampagne dat aanzet tot scheiding en preventie) Met deze maatregelen wordt 60% afvalscheiding mogelijk en blijft het restafval beperkt tot 163 kg per inwoner. De nieuw berekende ambitie (voor enkele jaren later) is 61,5% en 157 kg.

2

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Doel CAS

5

1.3

Besluitvormingsproces

6

Terugblik

7

2.1

Behaalde resultaten met SPA

7

2.2

De invloed van Covid-19

8

2.3

Het werkproces

9

2.4

De volgende stap

9

Focus op kansen

10

3.1

Afval voorkomen

10

3.2

Bronscheiden

12

3.3

Nascheiden

14

3.4

Afval scheiden belonen

15

3.5

Afvalverwerking

16

3.6

Nieuwbouw

17

Actie

19

4.1

Meer en beter GFT scheiden

19

4.2

Recyclewagen

21

4.3

Recycletas

22

4.4

Verbeteren van de huidige inzamelstructuur

23

4.5

Verminderen van de ruimteclaim

24

4.6

Voedselrestenvermalers

25

4.7

Kaders voor RO en (her)inrichting OR

27

4.8

Textiel

28

4.9

Glas

28

4.10 Nascheiding

29

4.11 Communicatie

29

3

5.

4.12 Maximeren van klepopeningen restafval

31

Prestaties, kosten en planning

32

5.1

Prestatie prognose

32

5.2

Kosten en dekking

32

5.3

Planning

33

4

1.

Inleiding 1.1 Aanleiding Het uitvoeringsprogramma Strategisch Plan Afvalscheiding (SPA) is in 2022 afgerond. Dit betekent dat nu in de hele stad voor bijna iedere Haarlemmer op loopafstand inzamelvoorzieningen beschikbaar zijn om het huishoudelijk afval gescheiden aan te bieden. Dat hier al redelijk goed gebruik van wordt gemaakt blijkt uit de inzamelcijfers. De behaalde scheidingsresultaten lopen in lijn met de ambities. Het afvalscheidingspercentage is toegenomen van 38% in 2016 tot ruim 51% aan het einde van 2022. Het restafval per inwoner per jaar is afgenomen van 265 kg in 2016 tot 200 kg aan het einde van 2022. Dat is dus een flinke stap in de richting van de ambitie, zijnde 68% afvalscheiding en 130 kg restafval per inwoner. De goede inzamelcijfers vertalen zich door naar een beter resultaat op de grondstoffenbalans. Dat is het gevolg van minder verbrandingskosten en -belasting door de kleiner geworden hoeveelheid te verbranden restafval. En ook de hogere opbrengsten dan wel lagere verwerkingskosten van de ingezamelde grondstoffen dragen bij aan het betere resultaat. De huidige coalitie heeft ervoor gekozen het extra resultaat van de grondstoffenbalans in te zetten voor een nieuw aansluitend programma om de afvalscheiding verder te verbeteren. Dit programma zal zich richten op het zoveel als mogelijk realiseren van het laatste deel van de oorspronkelijke ambitie.

In het coalitieakkoord Actie! is geld gereserveerd voor de gehele coalitieperiode. Hierdoor kunnen de maatregelen uit de nota Versterkers Duurzaam Doen ook in de komende jaren worden ingezet. Samengevat gaat het om de volgende drie zaken: • Continuering afvalscheiding - voortzetting van de maatregelen uit de nota Versterkers Duurzaam Doen met de recyclewagen, de recycletas, het GFT-container-reinigingsvoertuig, de inzet van afvalcoaches en het bijhorende communicatie/gedragsprogramma, • Extra inzet scheiding groente- fruit en tuinafval (GFT) - het uitvoeren van drie verschillende pilots met alternatieve inzamelmethoden en op basis hiervan gericht uitrollen in reguliere dienstverlening, • Impuls afvalscheiding (pilot voedselrestenvermalers) - projecten gericht op het verminderen van de benodigde openbare buitenruimte. Met name voedselrestenvermalers kunnen hier een onderscheidende bijdrage aan leveren. Daarnaast zijn aanvullende middelen nodig om uitvoering te geven aan de extra maatregelen die noodzakelijk zijn om de ambitie te kunnen realiseren. Onderliggend uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de uitwerking van de op basis van het coalitieakkoord in te zetten maatregelen. Het programma wordt CAS genoemd als afkorting van Continuering Afvalscheiding, zijnde de opvolger van SPA.

1.2 Doel CAS De realisatie van de ambitie van 68% afvalscheiding van SPA uit 2016 is enigszins buiten beeld geraakt als gevolg van drie vooraf niet geheel voorziene oorzaken: • Ten eerste was bij SPA oorspronkelijk rekening gehouden met een stevige financiële prikkel tot afval scheiden dat afval scheiden belonen wordt genoemd. Bij de vaststelling van SPA is afgesproken dat de invoering van deze beloningsmaatregel zal worden uitgesteld totdat duidelijk is wat het maximale resultaat is dat met bron- en nascheiding bereikt kan worden,

5

• De tweede oorzaak ligt in de moeilijkheid om groente-, fruit-, tuinafval en etensresten (GFT) goed te scheiden. Dat is vooral bij hoogbouw en in de binnenstad een lastige afvalstroom om apart in te zamelen, omdat het door inwoners als nat, vies en geurig wordt ervaren. GFT is een derde van het gewicht van het huishoudelijk restafval. Een tegenvallende GFT-scheiding drukt dus stevig op het scheidingsresultaat, • De derde reden is het tegenvallend resultaat van nascheiding van restafval bij AEB. De verwachting was dat daarmee het afvalscheidingspercentage met 10 procentpunt kon worden verhoogd. De situatie in 2022 is dat dit rond de 4 procentpunt schommelt. Met de overstap naar HVC komt hier verbetering in, maar het bron gescheiden restafval mag vanaf 2023 niet meer worden nagescheiden (zie paragraaf 3.3). Daarnaast waren er bijzondere omstandigheden als gevolg van de Covid-maatregelen. Hierdoor heeft een grote verschuiving plaatsgevonden van bedrijfsafval naar huishoudelijk afval (thuiswerken, horeca dicht) met als gevolg dat de beschikbare inzamelcapaciteit zwaar belast werd. Dit heeft een negatief effect op de hoeveelheid restafval per inwoner gehad. Het is hierbij nog de vraag of het meer thuiswerken niet blijvend is.

Om de scheidingsambities alsnog zoveel als mogelijk te realiseren wordt CAS ingezet dat doorbouwt op de al ingezette maatregelen en daarnaast aanvullende maatregelen opstart. Uitgangspunt hierbij is het continueren van de met SPA uitgerolde inzamelstructuur voor bronscheiding met inzamelvoorzieningen voor de belangrijkste herbruikbare bestanddelen.

1.3 Besluitvormingsproces CAS bevat een aantal nieuwe keuzes die voortbouwen op de met SPA ingeslagen weg. Hoewel voor een belangrijk deel de grondslag hiervoor is terug te lezen in het coalitieakkoord Actie! is het ook van belang dat het onderliggende uitvoeringsprogramma bestuurlijk wordt vastgesteld. Zo wordt dit document formeel het uitgangspunt voor elke activiteit met betrekking tot afvalinzameling en verwerking in de komende vier jaren en schetst het de kaders waarbinnen geopereerd wordt. In de Commissie Beheer van 15 april 2021 is de opinienota (2021/104155) besproken waarin een drietal scenario's als vervolg op SPA zijn gepresenteerd. Met de daaropvolgende informatienota (2021/541766) werd invulling gegeven aan de eerste keuzes en deze nota is op 9 december 2021 met de commissie besproken. In de nota Versterkers Duurzaam Doen werd € 870.000,- aan incidenteel geld beschikbaar gesteld om in 2022 alvast aan de slag te gaan. Met het coalitieakkoord is voor de looptijd van de coalitieperiode (2023-2026) aangegeven dat extra middelen beschikbaar komen voor afvalscheiding. Nu kan ook op een meer structurele wijze invulling worden gegeven aan de scheidingsambitie. In 2022 is gekozen voor HVC als nieuwe verwerker van het Haarlemse restafval en is het dagelijkse beheercontract (DBC) met Spaarnelanden voor de komende 8 jaar overeengekomen.

Bij de afwegingen die voor beide overeenkomsten zijn gemaakt is rekening gehouden met de gewenste richting van CAS. Zo is bij het opstellen van de nieuwe zogenoemde resultaatbladen (onderdeel van DBC) een stelpost opgenomen voor niet reguliere werkzaamheden, waarmee een bijdrage aan het realiseren van het onderliggende uitvoeringsplan wordt geleverd. Spaarnelanden is immers de belangrijkste partner van Haarlem in de realisatie van CAS.

6

2.

Terugblik 2.1 Behaalde resultaten met SPA De gemeenteraad heeft in juni 2016 het Strategisch Plan Afvalscheiding (SPA) vastgesteld en daarmee de ambitie uitgesproken om het afvalscheidingspercentage te verhogen naar 68% en het restafval per Haarlemmer te verlagen naar maximaal 130 kg. Deze ambitie is gebaseerd op het inzetten van bronscheidingsmaatregelen, het nascheiden van het restafval en het invoeren van een beloningssysteem om restafval te scheiden. Gestart is met het plaatsen van grondstofcontainers en het beloningssysteem is achter de hand gehouden. 70%

65%

60%

55%

50%

45%

40%

35%

30% 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026 AMBITIE

Realisatie

Figuur 1: De ontwikkeling van het afvalscheidingspercentage door de jaren heen Voor het verbeteren van de gescheiden inzamelmogelijkheden voor grondstoffen zijn bij alle laagbouwwoningen met een tuin en achterom nog ongeveer 6.000 extra rolcontainers voor GFT en ongeveer 30.000 duo-rolcontainers voor de combinatie PBD (plastic, blik en drinkpakken) en papier/karton uitgezet. Voor alle overige woningen zijn ongeveer 400 verzamelcontainers voor PBD en papier/karton en 1.200 GFT-rolcontainers op standaard in de openbare ruimte geplaatst. Vanaf 2018 tot en met 2022 is het restafval ook nagescheiden door verwerker AEB om zoveel mogelijk extra grondstoffen uit het restafval te kunnen hergebruiken. Dat leverde een extra bijdrage aan het scheidingspercentage op. Flankerend aan deze maatregelen zijn verschillende opeenvolgende communicatiecampagnes onder de vlag Wij Haarlemmers scheiden ons afval uitgevoerd met achtereenvolgend de slogans Samen scheiden werkt!, Elke kilo telt! en Afval scheiden, dat doe je goed! Deze campagnes waren gericht op bewustwording en daarna ook op gedragsbeïnvloeding.

7

300 280 260 240 220 200 180 160 140 120 100 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Realisatie

Figuur 2: De ontwikkeling van de hoeveelheid restafval per inwoner in kg door de jaren heen In 2016 was het scheidingspercentage 38% en het restafval 265 kg per inwoner per jaar in Haarlem. Door de invoering van SPA wijk voor wijk is het scheidingspercentage gestaag toegenomen en de hoeveelheid restafval afgenomen. De laatste fase van SPA is in najaar 2022 uitgevoerd in de Binnenstad. Wat rest zijn enkele locaties met oponthoud door bezwaarprocedures van bewoners. Het jaar 2022 is afgesloten met een scheidingspercentage van 51,2% en de hoeveelheid restafval is teruggelopen naar 200 kg per inwoner.

2.2 De invloed van Covid-19 De invloed van Covid-19 op de inzamelcijfers in 2020 en 2021 is aanzienlijk. Er werden veel meer restafval en grondstoffen aangeboden. Dit komt onder andere door het vele noodzakelijke thuiswerken. De horeca en de meeste winkels waren gesloten. Er werden hierdoor meer dan ooit goederen, pakketten en maaltijden thuisbezorgd. Dit zorgde voor een verschuiving van bedrijfsafval naar huishoudelijk afval1. Het thuisblijven leidde ook tot het opruimen van zolders en schuren en tot het klussen in en om het huis. Met als gevolg een grote hoeveelheid extra grof afval. De abrupte en grote toename van het huishoudelijke afval werd zichtbaar in Haarlem. Vooral het enorme extra aanbod van papier en karton is terug te zien in overvolle papiercontainers. Door de uitrol van SPA is het aantal containers en daardoor de inzamelcapaciteit flink toegenomen. Dit was alleen niet toereikend voor de extreme toename als gevolg van Covid-19. Dit bleek overigens een landelijke trend. De inzamelcapaciteit was niet afgestemd op de nieuwe werkelijkheid. De vraag is nog wat de nieuwe werkelijkheid zal gaan worden. De verwachting is dat er structureel meer thuis gewerkt gaat worden en dat er ook structureel meer thuisbezorgd gaat worden. Hierop worden de inzamelvoorzieningen en -middelen en de inzamelcapaciteit afgestemd.

De realisatie van beide ambities laat in 2020 en 2021 een duidelijke in de grafieken afleesbare dip zien. Als gevolg van Covid-19 is het aanbiedgedrag van de Haarlemmers veranderd. Berekeningen

1

Voor de goede orde: afval is afval. Het verschil is dat de inzameling en verwerking van bedrijfsafval een verantwoordelijkheid is die aan de markt (particuliere inzamelaars) wordt overgelaten en de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval een wettelijke taak (zorgplicht) van de gemeente is.

8

van het Covid-effect laten zien dat de trend zonder dit effect wel degelijk is vastgehouden. De jaren 2021 en 2022 laten zien dat SPA wederom effect heeft en de oude lijn wordt hervat. Na de afronding van SPA is eind 2022 een bewonerspeiling uitgevoerd met behulp van het Haarlemse Digipanel, net als eerder in 2017 en 2019. Haarlemmers geven zichzelf door de jaren heen een steeds hoger rapportcijfer (8) voor afvalscheiding. Negen van de tien Haarlemmers zegt papier, glas en PBD te scheiden. En vier op de vijf geïnterviewden gaven aan textiel te scheiden en twee op de drie GFT. Dat is duidelijk hoger dan de inzamelcijfers op basis van gewicht laten zien. Het gedrag wordt dus enigszins overschat. Als belangrijkste motivatie om aan afvalscheiding te doen geven Haarlemmers vooral het milieu als reden aan. De bereidheid voor het scheiden van PBD is sterk gestegen. Dat komt met name omdat de laagbouwbewoners hiervoor eigen inzamelmiddelen (duo-containers) hebben gekregen. Degenen die niet meedoen aan afvalscheiding geven aan dat dit komt door gebrek aan ruimte in en om het huis, geen voorziening in de buurt of die zit vol of omdat het te veel tijd en/of moeite kost.

2.3 Het werkproces Met vereende krachten is in Haarlem de nieuwe inzamelstructuur gerealiseerd. Nieuwe aanbiedlocaties met inzamelvoorzieningen (400 ondergrondse containers en 1.200 GFT-containers) zijn met aanwijzingsbesluiten vastgesteld, waarbij belanghebbenden in de gelegenheid zijn gesteld om hierop zienswijze in te brengen. Van die gelegenheid is regelmatig door vooral omwonenden van containerlocaties gebruik gemaakt. In een aantal gevallen heeft dit geleid tot een wijziging van de locatie. Daarnaast hebben nog 6.000 huishoudens de beschikking gekregen over een GFTrolcontainer. Inmiddels heeft hierdoor bijna iedere Haarlemmer op een korte loopafstand (maximaal 150 meter) de mogelijkheid om huishoudelijk afval gescheiden aan te bieden. Met de uitrol van de vernieuwde inzamelstructuur werd ook veel aandacht besteed aan het informeren, instrueren, motiveren en ondersteunen van bewoners bij het juist aanbieden van afval- en grondstofstromen. Haarlemmers werden hierin zoveel als mogelijk gefaciliteerd en opgeroepen mee te doen. De campagne vond per wijk plaats met veel aandacht voor persoonlijke communicatie via afvalcoaches, bewonersavonden, promotieacties en interventies om gedragsverandering te ondersteunen.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan gft-startpakketten voor de hoogbouw en de nudging (faciliteren van het gewenste gedrag, waardoor onbewust de juiste keuze wordt gemaakt) in en rondom afvalcontainers (zoals uniforme stickers per afvalsoort en straatgraffiti als geheugensteun voor het juist aanbieden). Daarnaast is er een aantal Haarlembrede campagnes ingezet. In de beginfase met name gericht op bewustwording en geleidelijk meer gericht op motivatie. Bijvoorbeeld de campagnes gericht op het belonen van bewoners voor het goed scheiden van hun afval met een klein presentje.

2.4 De volgende stap Uit de groei van het scheidingspercentage en de daling van de hoeveelheid restafval per inwoner door de jaren heen is af te leiden dat SPA zeker effect heeft opgeleverd. De doelen waren in 2016 verwoord als streefwaarden en technisch doorgerekend op basis van ervaringscijfers elders en het aanwezige scheidingspotentieel. Hiermee rekening houdende kan gesteld worden dat het behaalde scheidingsresultaat met de overige maatregelen volledig voldoet aan het gestelde doel. De ambitie uit 2016 moet met de alternatieve maatregelen uit CAS zoveel als mogelijk worden gerealiseerd. Het weggevallen aandeel van afval scheiden belonen en de nascheiding dienen hierbij te worden gecompenseerd. Op basis van de huidige inzichten dienen dus opnieuw de streefwaarden ambitieus te worden berekend en te worden vastgesteld.

9

3.

Focus op kansen De aanpak van CAS zal zich (naast het verminderen van het restafval) vooral richten op het scheiden van de belangrijkste herbruikbare grondstoffen die nu nog steeds oververtegenwoordigd zijn in het Haarlemse restafval. Deze grondstoffen zijn aan te wijzen op basis van uitgevoerde sorteeranalyses van het restafval (procentuele gewichtsverdeling in bestanddelen) en het meest recente benchmarkrapport van de branchevereniging NVRD en Rijkswaterstaat (RWS) waarin de Haarlemse prestaties worden vergeleken met andere gemeenten. Er wordt dus prioriteit gegeven aan de grootste scheidingskansen, zijnde de grondstoffracties die in tonnage en/of in milieubelasting achterblijven in de Haarlemse afvalscheiding ten opzichte van de best presterende vergelijkbare gemeente. Voor Haarlem liggen die kansen met name bij GFT, textiel, glas en klein grof afval. Met klein grof afval wordt afval bedoeld dat niet bij het restafval mag, maar te klein is om hiervoor apart naar het milieuplein te rijden. Door nieuwe maatregelen in te zetten op het benutten van het bijhorende scheidingspotentieel wordt het programmageld zo effectief mogelijk ingezet. Naast het verminderen (tonnage en milieubelasting) van het restafval gaat het er ook om dat de kwaliteit van de gescheiden ingezamelde grondstoffen hoog blijft.

Naast het scheidingspercentage gaat het erom het hergebruikpercentage zo hoog mogelijk te krijgen en te houden door vervuiling te voorkomen. Pas dan wordt echt een bijdrage geleverd aan de gewenste circulariteit.

3.1 Afval voorkomen Tot nu toe heeft de nadruk vooral gelegen op het faciliteren van afvalscheiding en het stimuleren van bewoners om hun afval te scheiden gericht op recycling (R5 in figuur 3). Dat is een belangrijke stap om te komen tot circulariteit, maar er zijn alternatieven met een hogere circulariteitswaarde. Immers het beste afval is geen afval! Hoewel het voorkomen van afval niet bedraagt aan het verlagen van het scheidingspercentage draagt het wel bij aan het verminderen van het restafval. De mate van circulariteit wordt bepaald aan de hand van de zogenoemde R-ladder. Hoe hoger een strategie of maatregel op deze lijst (ladder) staat, hoe groter de bijdrage aan de circulariteit. De R van recycling staat op R5 en dat betekent dat er nog vier alternatieven (R1 t/m R4) zijn met een grotere circulariteitswaarde. Want een lagere R-waarde duidt op een hogere circulariteit.

Met afval voorkomen (afvalpreventie) kan iedere gemeente een (bescheiden) beïnvloedende rol spelen: • R1 (Refuse en Rethink), het niet kopen (van nieuwe spullen), weigeren van gratis spullen, alternatieven voor kopen heroverwegen (huren en delen), • R2 (Reduce), het minder kopen (hoeveelheid, frequentie), verspilling tegengaan (volledig gebruiken), • R3 (Reuse), het hergebruiken (tweede leven) en • R4 (Repair, Refurbish, Remanufacturing en Repurpose), het repareren, opknappen, vermaken of een nieuwe bestemming geven. Voor Haarlem wordt afvalpreventie gedefinieerd als alle geweigerde en afgedankte huishoudelijke materialen en spullen die niet als afval of grondstoffen ter inzameling worden aangeboden. Het afgedankte meubel dat naar de kringloop wordt gebracht of via Marktplaats een plek krijgt in een andere huiskamer is daarmee een preventieve oplossing (R3). En ook het GFT dat op de composthoop in de tuin beland krijgt een nieuwe bestemming (R4). En de etensresten die als kliekjes bewaard worden in de koelkast en op een volgende dag alsnog worden opgegeten (R2). En

10

van een andere orde: het reclamedrukwerk dat vermeden wordt door het nieuwe ja-sticker beleid (R1).

Figuur 3: De gewenste circulariteit verdeeld in prioriteiten en voorkeuren

Voor de gemeente samen met uitvoeringsorganisatie Spaarnelanden liggen hier mogelijkheden om Haarlemmers hiervan meer bewust te maken en te ondersteunen. Door inwoners, en tot op zekere hoogte de Haarlemse ondernemers, te motiveren om met afvalpreventie aan de slag te gaan, informatie te verspreiden hoe ze afval kunnen verminderen en afvalpreventie te faciliteren door een goed ondernemersklimaat neer te zetten of door zelf faciliterende initiatieven op te zetten. Afvalpreventie en circulariteit is ook een belangrijk thema binnen de Routekaart Circulaire Economie (CE) 2040 Haarlem. Een samenwerking met het programmateam Duurzaamheid ligt hier dus voor de hand. Door de overlap in beide uitvoeringsprogramma's te benutten kan makkelijker met beperkte middelen een beter en groter resultaat worden gerealiseerd dan afzonderlijk mogelijk is. Afvalinzameling als schakel in de gehele productlevenscyclus biedt Haarlem kansen, maar ook de andere schakels in de keten dienen hun bijdrage te leveren; met name de producenten en de verwerkers. Ter illustratie: de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor textiel wordt momenteel uitgewerkt. De textielproducenten en -distributeurs worden samen met hun branchevereniging uitgedaagd om te komen tot gezamenlijke afspraken.

Zo kan het ontwerp beter worden afgestemd op de gewenste circulariteit en het tegengaan van milieuvervuiling (duurzame stoffen, minder chemische kleurstoffen, geen microplastics) en hergebruik van de vezels (geen gebruik van stoffenmelanges). Vooralsnog is dat nog redelijk vrijblijvend en niet erg vooruitstrevend. De gemeenten, die wettelijk verantwoordelijk zijn voor de inzameling van afgedankt huishoudelijk textiel, zijn hierin wel partij, maar bekleden nog geen volwaardige positie. Voor het maken van het verschil is vooral landelijke samenwerking nodig (VNG, MRA, NVRD, Tweede Kamer) om op te komen voor de gemeentelijke belangen. Haarlem dient hieraan ook voor zover mogelijk een bijdrage te leveren.

11

Met de uitbreiding van het statiegeld op kleine plastic flesjes en medio 2023 ook op blikjes wordt voorkomen dat deze verpakkingen na eenmalig gebruik tot (rest)afval verworden. Met de inzameling van monostromen (statiegeld artikelen) wordt de kwaliteit gegarandeerd, en vervuiling tegen gegaan. Statiegeld stimuleert consumenten in hun scheidingsgedrag en voorkomt vervuiling van de omgeving met zwerfafval. Haarlem stimuleert lokale ondernemers nu al in het gebruik van statiegeld verpakkingen, milieuvriendelijkere verpakkingen en in het gebruik van minder verpakkingen. Hier zijn nog meer mogelijkheden in te zetten. Ook hier ligt het voor de hand om gezamenlijk op te trekken met het programmateam Duurzaamheid en aan te sluiten bij landelijke samenwerkingen. Met afvalpreventie dient de gemeente het goede voorbeeld te geven. Dit kan door bijvoorbeeld afscheid te nemen van de wegwerpbekers en suiker- en melkzakjes bij de koffieautomaten. Hiermee wordt dan vooruitgelopen op het landelijke beleid dat de komende jaren verplicht wordt. Ook kunnen de cadeaus die aan ambtenaren tijdens feestdagen en activiteiten worden gegeven gericht zijn op een duurzame toekomst met minder materialen(gebruik). Laatste voorbeeld: het papiergebruik bij kopieerapparaten en scanners kan verder worden ontmoedigd. En zo zijn er vast nog vele voorbeelden te verzinnen.

3.2 Bronscheiden De Haarlemse inzamelstructuur is nooit af en er valt altijd nog meer en beter afval te scheiden. Hiervoor is blijvende aandacht nodig voor het afvalgedrag van de inwoners en ondernemers van Haarlem en het verder optimaliseren van de inzamelstructuur. Anders zakken de prestaties terug, zo leert de ervaring. De inzamelstructuur is het netwerk van aanbiedplaatsen met inzamelvoorzieningen (verzamelcontainers) in de openbare ruimte en de inzamelmiddelen (veelal (duo)rolcontainers) die bij huishoudens in gebruik zijn. De inzamelstructuur faciliteert het bronscheiden en met name de loopafstand bepaalt het serviceniveau (lees: de bereidheid van Haarlemmers om afval te scheiden). Door ingrepen in de stad (nieuwbouw, herontwikkelingen, herinrichtingen, verdichtingen enzovoort) zal de inzamelstructuur moeten mee veranderen en worden uitgebreid. Daarnaast kunnen ervaringen (overlast, hotspots) en wensen (ondergronds brengen van bovengrondse containers) leiden tot aanpassingen. Met de vaststelling van het Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte is er ingestoken om de beheeropgaven buurtgewijs op te pakken en te combineren met beleidsopgaven. En hiervoor is ook apart een budget gereserveerd.

Als een straat als gevolg van een beheeropgave (riool bijvoorbeeld) wordt heringericht, dan biedt dit mogelijkheden om tegelijkertijd meer of andere ruimte te claimen voor afvalinzameling en deze opgave mee te nemen in het groot onderhouds- of herinrichtingsproject. Uitgaande van een goede inzamelstructuur resteert het gedragsvraagstuk als belangrijkste aandachtspunt voor het bereiken van een hoger scheidingspercentage. Want als iedere Haarlemmer in de gelegenheid is om op een acceptabele loopafstand de gescheiden grondstoffen apart ter inzameling aan te bieden waarom doet hij of zij dit dan nog niet volledig? En daarbij zit verschil in houding (attitude), wens en daadwerkelijk gedrag. Uit de meest recente sorteeranalyse blijkt dat GFT (met name het organische deel uit de keuken) nog steeds de grootste fractie in het restafval is. De inzamelvoorzieningen en middelen die mede door SPA hiervoor worden ingezet dragen nog niet optimaal bij aan het scheidingsresultaat. Het zogenoemde scheidingspotentieel is dus groot. CAS zet daarom in op maatregelen die hieraan bijdragen. De aanpak sluit aan op de verschillende bebouwingstypen (centrum, laagbouw en

12

hoogbouw), omdat de inzamelstructuur en de bereidheid afval te scheiden hiervoor verschillend zijn en de prestaties daardoor afwijken. Daarnaast is het kleine grof huishoudelijk afval een categorie met relatief veel scheidingspotentieel. In gewicht niet direct de grootste categorie, maar in milieubelasting zeker relevant. Het gaat hier om grof afval dat niet bij het restafval mag worden aangeboden, maar wel vaak in het restafval terechtkomt, omdat het te klein is om apart naar het milieuplein te brengen. Denk hierbij bijvoorbeeld elektrische apparaten en verfblikken. Textiel is een derde categorie die wat betreft scheiding beter kan. Een enorm vervuilend product met een hoge afdankfactor (13 kg per inwoner per jaar) in Haarlem. Slechts 3 kg daarvan wordt gescheiden ingezameld. Met een maatregel die een aanvullende inzamelmethode invoert naast de textielcontainers, kan hieraan een flinke impuls worden gegeven, waarbij ook vervuiling (restafval) in het textiel wordt voorkomen. Daarnaast zal een kortere loopafstand naar verzamelcontainers kunnen bijdragen aan meer textiel. Glas is de laatste te noemen categorie die een flinke bijdrage kan leveren aan het verbeteren van het scheidingspercentage. Door het hoge soortelijk gewicht levert een klein volume een relatief grote bijdrage in kilo's en dus in het scheidingspercentage.

Glas heeft een lange geschiedenis in afval scheiden, maar behoeft in Haarlem hernieuwde aandacht. De afgelopen jaren lag in Haarlem en ook in het landelijke VANG programma in de rapportages vooral de nadruk op de kwantiteit van (bron)scheiden. Zo geeft het afvalscheidingspercentage uitdrukking van het inzamelresultaat, maar zegt het niets over de kwaliteit van de gescheiden ingezamelde grondstoffen. Het hergebruikpercentage geeft dit inzicht in kwaliteit wel. Immers alleen die grondstoffen die van goede zuivere kwaliteit zijn kunnen worden ingezet in een nieuw circulair product. Spaarnelanden heeft zich altijd goed ingespannen om de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen te bewaken. Dit komt onder andere tot uitdrukking in het zeer lage afkeurpercentage GFT (afwezigheid van vervuiling) en dat is een noemenswaardige prestatie van formaat met niet afgesloten verzamelcontainers. Maar de toelaatbare vervuilingswaarden worden steeds weer verscherpt en de opgave dus steeds uitdagender. Voor het berekenen van het hergebruikpercentage dient ook inzicht te worden verkregen in de resultaten van de verwerkers. Omdat de verwerking tot nieuwe grondstoffen vaak meerdere bewerkingsstappen met zich meebrengt die uitgevoerd worden door verschillende partijen in de keten, is het boven water krijgen van deze cijfers lastig.

Haarlem zal hierbij aansluiten op het moment dat landelijk afspraken zijn gemaakt over berekeningsmethoden en ketenpartners bereid zijn deze cijfers te delen. Binnen de gemeente wordt hierbij een verbinding gemaakt met het Actieprogramma Haarlem Circulaire Economie 2023-2025. Met SPA heeft Haarlem zich inmiddels opgewerkt naar een goede middenmoter met betrekking tot het afval scheiden. Van 37% in 2016 (start SPA) tot 51% in 2022 doet Haarlem het relatief goed in de categorie A. In deze categorie zitten de gemeenten (waaronder Haarlem) met het hoogste percentage hoogbouw (50-100%). Omdat in de hoogbouw het afval scheiden lastiger is met verzamelcontainers dan in de laagbouw met rolcontainers wordt dit onderscheid gemaakt om vergelijking mogelijk te maken. Die gemeente met de beste prestatie in categorie A geeft het verbeterpotentieel voor Haarlem weer.

13

65%

60%

55%

50%

45%

40%

35%

30% 2016

2017

2018

2019

Ambitie

2020

2021

Realisatie

2022

2023

2024

2025

2026 AMBITIE

Prognose

Figuur 4: De gerealiseerde en geprognotiseerde ontwikkeling van het afvalscheidingspercentage Met het wegvallen van een groot deel van de mogelijkheid om het PBD uit het restafval te kunnen nascheiden is ook de scheidingsambitie (68%) opnieuw berekend naar een ambitieuze maar realistische waarde. Die nieuwe ambitie ligt nu op 61,5%, waarvan het grootste deel (60%) naar verwachting met CAS kan worden gerealiseerd.

3.3 Nascheiden Hoewel met het beschikbaar komen van nieuwe technieken steeds meer en beter afval kan worden nagescheiden blijft bronscheiden te prefereren als het gaat om kwaliteit en kosten. Daarnaast is slechts een beperkt aantal herbruikbare bestanddelen van het restafval met nascheiding te scheiden. GFT, papier en textiel zijn niet na te scheiden, omdat deze fracties te vervuild raken voor hergebruik. Voor Haarlem is het geherformuleerde uitgangspunt: bronscheiden waar het kan, nascheiden waar het moet. En dat is daarmee gelijkluidend aan die van HVC, zijnde de nieuwe verwerker van Haarlems restafval. De verpakkingsindustrie heeft met het Afvalfonds een belangrijke grip op de vergoedingen die voor de inzameling en scheiding van (plastic)verpakkingen worden uitgekeerd aan gemeenten. Nu de vergoeding voor nascheiding van plastic-arm restafval komt te vervallen is het voor Haarlem niet meer mogelijk plastic na te scheiden. Immers er worden geen vergoedingen uitgekeerd voor het nascheiden van restafval dat reeds bij de bron is gescheiden. In de nascheidingsinstallatie van AEB werd in 2022 nog het plastic-arm restafval van Haarlem gemixt met bijvoorbeeld het plastic-rijk restafval van Amsterdam. Het hiermee behaalde scheidingsresultaat is hierdoor vertekend voor de prestaties van Haarlem.

In 2023 zal Haarlem door het wegvallen van de nascheiding van PBD en dit meelifteffect naar verwachting met ongeveer 4%-punten terugvallen in scheidingspercentage. Iedere gemeente in Nederland dient nu (per woonadres) te kiezen voor bronscheiding of nascheiding van PBD. Alleen PBD-rijk restafval mag dan nog in nascheidingsinstallaties worden verwerkt en restafval van adressen met bronscheiding moet direct naar de afvalverbranding worden afgevoerd. Dit is het gevolg van afspraken tussen het rijk en het Afvalfonds om de vergoeding voor nascheiding na bronscheiding stop te zetten en de beperkte

14

nascheidingscapaciteit voortaan in te zetten voor plastic-rijk restafval. Hiermee wordt Haarlem gedwongen om de oorspronkelijke keuze uit het afvalscheidingsbeleid, bronscheiding van PBD gevolgd door nascheiding, bij te sturen. Haarlem haalt goede resultaten met het bronscheiden van PBD en heeft ook een potentieel om dit verder te verbeteren. Haarlem kiest voor bronscheiden van PBD. Echter bij ongeveer 10% van de Haarlemse adressen (vooral galerijflats in Schalkwijk) blijven de resultaten achter bij de rest van de stad en zal ingezet worden op nascheiding in plaats van bronscheiding.

300 280 260 240 220 200 180 160 140 120 100 2016

2017

2018

Realisatie

2019 Prognose

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026 AMBITIE

Ambitie

Figuur 5: De gerealiseerde en geprognotiseerde ontwikkeling van kg restafval per inwoner Naast het nascheiden met behulp van een scheidingsinstallatie worden er ook metalen uit de bodemas gehaald. Het blik dat dus niet uit het restafval gevist wordt, omdat het niet meer wordt nagescheiden, wordt dus alsnog uit het bodemas teruggewonnen. Dit was met nascheiding van PBD ook al zo en blijft in de nieuwe situatie onveranderd. De bron- en nascheiding en de inspanningen op het gebied van afvalpreventie tezamen moeten leiden tot een flinke reductie van de hoeveelheid restafval per inwoner. Dat levert de grootste bijdrage aan de gewenste circulariteit, de vermindering van de milieubelasting bij de afvalverwerking (CO2 en stikstof) en een positieve financiële bijdrage aan de grondstoffenbalans (minder kosten door minder restafval). Met de terugval als gevolg van het wegvallen van de nascheiding van plastic-arm restafval wordt in 2023 de hoeveelheid restafval in eerste instantie weer meer. Met alle maatregelen uit het uitvoeringsprogramma wordt de trend van het verminderen van restafval opnieuw stevig opgepakt en blijft naar verwachting 163 kg per inwoner over. De ambitie is gesteld op 157 kg.

3.4 Afval scheiden belonen In de opinienota die in 2021 is besproken met de Commissie Beheer is opnieuw bekeken op welke wijze het beste de scheidingsambitie van 68% kan worden gerealiseerd. Gesteld werd dat de invoering van afval scheiden belonen te kostbaar is als ingezet wordt op diftar (afvalstoffenheffing

15

op basis van hoeveelheid ter inzameling aangeboden (rest)afval) en dat er ook op andere minder kostbare wijze invulling gegeven kan worden aan de scheidingsambitie. Mogelijk dat afval scheiden belonen in een later stadium, al dan niet in een lichtere vorm, alsnog succesvol kan worden ingevoerd. Diftar, wat staat voor gedifferentieerde tarieven, is een tarief van afvalstoffenheffing dat niet meer is gebaseerd op de omvang van het huishouden (wat overigens ook een indicatie is voor de hoeveelheid afval), maar op het daadwerkelijke aanbod in kilogrammen of volume van met name het restafval. Met de financiële prikkel op het beter afval scheiden kan naar blijkt uit gemeenten met dit systeem een flinke stap gezet worden in het verbeteren van het scheidingspercentage, maar vaak ook in het beheersen van de totale afvalbeheerkosten. Voor de invoering van diftar zijn in Haarlem flinke investeringen noodzakelijk om de hoeveelheid afval per huishouden te kunnen vaststellen (weeg- en scanapparatuur op inzamelvoertuigen en registratiesystemen (had- en software) op de verzamelcontainers. Bij diftar is het van belang dat ook omliggende gemeenten met soortgelijke plannen aan de gang gaan om afvaltoerisme te voorkomen. Daarmee wordt het aanbieden van afval bij buurgemeenten, omdat daar nog niet op volume of gewicht wordt afgerekend, bedoeld.

HVC heeft inmiddels ervaring opgebouwd in het implementeren van vormen van diftar. Zij noemen dit: recycletarief. Nu Haarlem aandeelhouder is geworden van HVC kan gemakkelijk gebruik worden gemaakt van de hiermee opgedane kennis. Haarlem zal zich blijvend oriënteren op de mogelijke inzet van afval scheiden belonen in de verdere toekomst. Er zal dan wel een passend antwoord voor stedelijke gebieden gevonden dienen te worden voor de gewenste betaalbaarheid (investeringen in toegangssystemen), het risico op vervuilde grondstoffen (PBD en GFT) en afvaltoerisme. Een (tussentijds) alternatief voor afval scheiden belonen is de invoering van een tarief bij het meer dan proportioneel aanbieden van restafval. Huishoudens krijgen bijvoorbeeld de mogelijkheid om x keer per maand binnen de bestaande afvalstoffenheffing hun restafval in de afvalcontainer aan te bieden. Bij meerdere keren wordt een kostendekkend tarief in rekening gebracht of de afvalpas geblokkeerd. De x wordt zodanig vastgesteld dat alleen bij buitensporige hoeveelheden restafval het maximum wordt bereikt. Het merendeel van de Haarlemmers komt hier nooit bij in de buurt. En ook het aanbieden van meerdere (kleine) zakjes per week blijft gewoon mogelijk. Met deze maximering worden alleen de niet-scheiders aangezet hun afval- en grondstoffen te gaan scheiden.

Daarnaast wordt misbruik voorkomen, zoals bedrijfsafval en bouw- en sloopafval aanbieden in een ondergrondse container met een afvalpas voor huishoudens. Met een aangenomen motie is een voorstel gedaan om te komen tot een betere verdeling in de afvalstoffenheffing over de grootte van huishoudens. Momenteel is er een onderscheid in twee categorieën: eenpersoons en meer persoons. Door voor huishoudens met 2, 3, 4 en meer personen aparte tarieven te berekenen, zou dit tot een eerlijkere verdeling kunnen leiden. Tot op heden heeft het uitgewerkte voorstel de raad niet weten te bekoren. Het is wel een stap die genomen kan worden om de kosten eerlijker te verdelen onder de Haarlemmers. Maar hierin zit geen (financiële) prikkel voor het beter scheiden van afval- en grondstoffen en draagt als maatregel dus niet bij aan het verbeteren van het scheidingspercentage. Het is daarom geen onderdeel van CAS.

3.5 Afvalverwerking Door het inbesteden bij HVC van het verwerken van het huishoudelijk restafval is de gemeente Haarlem samen met Zandvoort een van de grootste aandeelhouders van HVC geworden. HVC is

16

hierdoor een verbonden partij van de gemeente waardoor Haarlem invloed kan uitoefenen op het beleid van HVC. Haarlem wil duurzaam zijn en verlegt daarom ook de focus van zo goedkoop mogelijk verbranden van restafval naar zo duurzaam mogelijk verwerken tegen maatschappelijk acceptabele kosten. De combinatie Haarlem-Zandvoort heeft stemrecht voor bijna 7 procent. Helemaal als met andere aandeelhoudende gemeenten (in de regio) wordt opgetrokken is de kans groot dat in stemming gebrachte voorstellen worden vastgesteld. Overigens is het tijdens de aandeelhoudersvergadering van HVC zelden noodzakelijk een stemming te houden. In bijna alle gevallen zijn alle aandeelhouders het al unaniem met elkaar eens. Zoals eerder aangegeven is voor het kiezen van het hergebruikpercentage als nieuw beleidsdoel inzicht noodzakelijk in de ketenpartners. Niet alleen HVC, maar ook de afnemers van de verwerkingsproducten van HVC. Met de bodemaswasinstallatie komt zo'n product tot een betere en hoogwaardigere toepasbaarheid. En de scheidingsinstallatie van HVC levert een beter resultaat van die van AEB. Daarnaast dient voorkomen te worden dat er lekstromen ontstaan, waarmee alsnog bijvoorbeeld gebruikte plastic verpakkingen uit Nederland terechtkomen in de natuur (van een (ver) buitenland). Hiermee valt nog een verschil te maken.

Hierbij wordt ook de samenwerking gezocht met het Actieprogramma Haarlem Circulaire Economie 2023-2025. Met uitgebreide(re) rapportages wil Haarlem goed inzicht in de prestaties van HVC krijgen. Het onderzoek dat is uitgevoerd ter voorbereiding van de toetreding tot HVC geeft hiervoor een aantal aanknopingspunten die in afstemming tussen HVC en Spaarnelanden worden opgepakt. Met het antwoord op de wensen en bedenkingen van de raad bij het principe besluit voor toetreding tot HVC heeft het college toegezegd actief in gesprek te gaan en te blijven met de HVC over het verminderen van de uitstoot van stikstof en CO2. Wat kan HVC nog meer doen gericht op een duurzamer verwerkingsproces?

3.6 Nieuwbouw Bij nieuwbouw is het gebruikelijk te werken met een anterieure overeenkomst (AOK). In deze overeenkomst staat dat bij uitbreiding van het areaal (met nieuwe woningen) 382,50 euro per aansluiting in rekening wordt gebracht op basis waarvan Spaarnelanden de inzamelvoorzieningen en -middelen zal aanschaffen en plaatsen. De huidige tekst uit de AOK luidt: De kosten voor de ondergrondse afval- en grondstoffencontainers worden apart in rekening gebracht. De vaste bijdrage per nieuwe woning bedraagt op moment van ondertekenen van deze overeenkomst EUR 382,50 (prijspeil maart 2022) (aantal nieuw te realiseren woningen of appartement minus aantal te slopen woningen of appartementen). Deze bijdrage wordt, op basis van de dan geldende bedragen, door de gemeente in rekening gebracht nadat een bouwvergunning voor de realisatie van het plan onherroepelijk is geworden In de praktijk werkt dit redelijk, maar er zijn ook twee grote nadelen: (1) bij kleine en hele grote aantallen woonaansluitingen blijkt deze bijdrage de kosten niet te dekken en (2) de projectontwikkelaars zijn van mening dat ze met het betalen van de bijdrage geen verantwoordelijkheid meer hebben met betrekking tot de realisatie van de afvalvoorzieningen. Om te komen tot een betere afstemming is het aanpassen van de werkwijze gewenst.

Door bijvoorbeeld in de AOK melding te maken van een gezamenlijke afvalopgave van de projectontwikkelaar en de gemeente. De kosten die in rekening worden gebracht bij de

17

ontwikkelaar zijn dan niet meer gebaseerd op een vast bedrag per nieuwe aansluiting, maar gebaseerd op de kostprijs van de inzamelvoorzieningen en de plaatsingskosten. Er wordt op basis van het voorlopig ontwerp (VO) van de buitenruimte met woonblokken, ingangen en aantal aansluitingen per ingang in gezamenlijkheid een uitwerking gemaakt van het aantal benodigde inzamelvoorzieningen en de bijhorende locaties gebaseerd op de capaciteitsberekeningen van Spaarnelanden en de locatierichtlijnen van de gemeente. Hierbij wordt ingestoken op een kwalitatieve buitenruimte met een zo bescheiden mogelijke ruimteclaim. Binnen CAS is er ruimte voor een aantal projecten waarbij voedselrestenvermalers gesubsidieerd worden ingezet voor de inzameling van GFT. Uitgangspunt voor het te voeren afvalbeleid zijn de afvalstoffenverordening en het bijhorende uitvoeringsbesluit. Beide documenten sluiten momenteel voldoende aan op het meest actuele VNG-modelverordening en CAS, maar bij een van de volgende gewenste wijzigingen zal een geheel vernieuwde verordening vastgesteld worden. Op basis van CAS zijn noodzakelijke wijzigingen te verwachten als bijvoorbeeld GFT-pilots overgenomen worden in de reguliere inzamelstructuur. Ook de overstap van AEB naar HVC zal leiden tot een wijziging met betrekking tot het te vestigen alleenrecht.

Daarnaast dient bij herinrichtingen en in ontwikkelzones aansluiting gevonden te worden bij de vernieuwde uitgangspunten zoals beschreven in dit hoofdstuk. Hiervoor dienen de teksten die opgenomen worden in de anterieure overeenkomsten en de programma's van eisen leefomgeving (PvEL) te worden aangepast. Bij het bouwen van nieuwe hoogbouw ligt een kans om direct ook het afvalvraagstuk op een structurele wijze aan te pakken en bij te dragen aan een hoge afvalscheiding. Met gebruikelijke inzameling van GFT met behulp van verzamelcontainers wordt niet deze potentie benut. Na bewezen succesvolle toepassing met voedselrestenvermalers in pilots (onderdeel van CAS) zal een volgende stap gezet worden met verder stimuleren en desnoods afdwingen van deze innovatieve inzameltechniek.

18

4.

Actie Het coalitieprogramma roept op tot Actie! Met de onderstaande maatregelen is deels al gestart met de uitvoering op basis van de nota Versterkers Duurzaam Doen.

4.1 Meer en beter GFT scheiden De meest recente sorteeranalyse geeft aan dat er nog gemiddeld 70 kg GFT per inwoner in het restafval aanwezig is. Daarmee is GFT nog steeds de grootste te scheiden fractie. Twee andere belangrijke redenen zijn: • GFT kan 100% worden hergebruikt. In de regio wordt het Haarlemse GFT verwerkt tot compost en biogas. En dat is een mooie duurzame vorm van recycling, • GFT heeft een hoog soortelijk gewicht en draagt hierdoor flink bij aan het scheidingspercentage dat wordt bepaald op basis van kilogrammen. GFT wordt door veel bewoners geassocieerd met stank, viezigheid en ongedierte. Kortom: iets waar je het liefst zo snel en eenvoudig mogelijk van af wilt. Dit staat ver af van wat GFT ook kan zijn: een zak compost om je tuin mee te bemesten. Het is van belang bewoners blijvend te inspireren en bewust te maken van de waarde van GFT. Bijvoorbeeld door te vertellen hoe duurzaam deze grondstofstroom verwerkt wordt in de regio. Ruimtegebrek speelt een belangrijke rol, met name bij huishoudens met een kleine woonoppervlakte en kleine of geen buitenruimte. Er is een tussenopslag nodig om de afstand tussen de keuken (waar het meeste GF2 ontstaat) en de GFT-rolcontainer of de GFTverzamelcontainer te overbruggen.

Met SPA zijn veel GFT-verzamelcontainers (rolcontainer op standaard in de openbare buitenruimte) geplaatst, zodat alle Haarlemmers de gelegenheid hebben om het GFT dichtbij huis kwijt te kunnen. Vanuit SPA werden er zogenoemde keukenemmertjes uitgereikt. Het in huis scheiden van GF is nog lang niet bij alle Haarlemmers onderdeel van de dagelijkse routine. Dit stimuleren én ervoor zorgen dat iedereen in het huishouden wordt geprikkeld om mee te doen is de uitdaging voor de komende jaren. Kattenbakkorrels, theezakjes, gekookt voedsel, wat mag wel en niet bij het GFT? En dan zijn er ook verpakkingen die met diverse logo's aangeven biologisch afbreekbaar te zijn, maar dat in werkelijkheid niet zijn. Gelukkig is er een aantal makkelijke vuistregels om te onthouden. Communicatie over deze vuistregels is essentieel voor een goede kwaliteit van het GFT. Want alleen schoon GFT geeft schone compost. Er zijn steeds hogere eisen voor het GFT, omdat de compost anders niet door akkerbouwers kan worden gebruikt. Vervuiling kan leiden tot afkeur en daarmee belandt de GFT alsnog in de verbrandingsoven en is de moeite van afvalscheiding voor niets geweest. Jaarlijks verspilt iedere Nederlander nog 34 kilo voedsel per persoon per jaar (bron: Milieu Centraal). Hier valt nog een wereld te winnen. Want voedsel dat niet wordt verspild, komt ook niet in ons restafval of GFT terecht.

Bovendien is het voorkomen van afval (preventie) nog altijd het meest circulair. Voedsel weggooien kan in veel gevallen voorkomen worden. Bewustwording kan hieraan bijdragen. Jaarlijks organiseert de stichting Samen Tegen Voedselverspilling bijvoorbeeld “de verspillingsvrije week”. Dit is een mooi, natuurlijk moment om op aan te haken. 2

De T (tuinafval) komt bij huishoudens in de keuken niet of nauwelijks voor.

19

Zoals hierboven aangegeven zijn er belemmerende factoren die ervoor kunnen zorgen dat GFT in huishoudens niet gescheiden wordt. Oplossingen hiervoor zijn niet voor iedereen gelijk. Maatwerk is nodig. De woonomgeving is van grote invloed op het scheiden van afval. De uitdaging voor inwoners die eigen rolcontainers (laagbouw) hebben ligt anders dan bij inwoners die gebruik maken van een GFT-verzamelcontainer (hoogbouw en binnenstad). Bij deze drie te onderscheiden doelgroepen wordt maatwerk getest door middel van pilots, zodat gemeten kan worden of de interventie die wordt toegepast effectief is, welke respons er te verwachten is en ook om inzicht te krijgen in kosten en ervaringen op te doen. Afhankelijk van de uitkomsten wordt de pilot zo nodig aangepast voordat het over een groter aantal huishoudens wordt toegepast.

• Maatregel 1: Er worden pilots per bewoningstype uitgevoerd waarbij gezocht wordt naar een methode waarmee bewoners beter gestimuleerd en gefaciliteerd worden beter hun gft gescheiden te houden. Op basis van de pilotresultaten wordt het gebied vergroot en de maatregelen zoveel als mogelijk onderdeel van de reguliere inzameling.

Pilot 1: Binnenstad - hoog servicehaalsysteem Het doel van deze pilot in de binnenstad is om met een hoger serviceniveau meer GFT gescheiden in te zamelen met een hoge kwaliteit. Ook de methode van inzameling doet ertoe. Inzet van elektrisch materieel (zoals een bakfiets of kleine elektrische voertuigen) in plaats van fossiel aangedreven materieel zorgt, naast minder uitstoot, ook voor minder overlast doordat er minder zwaar vervoer plaatsvindt door de krappe straten van het binnenstedelijk gebied. Ook de inzamelfrequentie en de inzameltijden zijn van belang. Doel is om de methode van inzameling te toetsen en te kijken of het op grotere schaal uitvoerbaar en betaalbaar is. De gehele binnenstad en wellicht andere compacte wijken komen hiervoor in aanmerking. Pilot 2: Hoogbouw - meer en schoon GFT Het doel van de pilot Hoogbouw is het verbeteren van de kwaliteit van het aangeboden GFT en het verhogen van het scheidingsgedrag in de keuken. In deze pilot wordt ingezet op het wegnemen van belemmerende factoren: het faciliteren van een tussenopslag in huis en het vergroten van de bewustwording en kennis. Door verschillende keukenbakjes aan te bieden waaruit bewoners kunnen kiezen, een gerichte GFT-gedragscampagne en goede communicatie over het gebruik van de verzamelcontainers wordt dit bereikt. De afvalcoaches vervullen hierbij een belangrijke rol.

Pilot 3: Laagbouw - ook keukenafval bij GFT Bij de laagbouw wordt voor het merendeel tuinafval (T) ingezameld en relatief weinig GF. Inwoners worden in deze pilot gestimuleerd om naast het tuinafval ook het keukenafval bij het GFT te doen. Inwoners worden gefaciliteerd met een keukenemmertje. In de pilot is aandacht voor commitment in het huishouden zelf, maar ook ten opzichte van buurtgenoten door de inzet van speciale deurstickers en raamposters. De ervaringen die worden opgedaan met de pilots leiden tot een implementatieplan voor de gehele stad. De pilots moeten uitwijzen of de extra kilo's GFT die zijn berekend ook een reële inschatting is en of door de interventies de scheidingsbereidheid toeneemt. Op basis van de uitkomsten wordt het te verwachte effect bijgesteld. Binnen SPA en CAS is de kwaliteit van GFT een belangrijk aandachtspunt. Want alleen schoon GFT levert schone compost op. GFT-verzamelcontainers op locaties die structureel vervuild werden zijn inmiddels verwijderd. Ook zijn in hoogbouwwijken en de binnenstad de verzamelcontainers met

20

kleinere kleppen geplaatst. Dit gaat veel vervuiling tegen omdat hier geen grote grijze restafvalzak in past. Er zal continue aandacht moeten zijn voor het tegengaan van vervuiling van het GFT. Dat betekent dat steekproefsgewijs moet worden gemonitord en bewoners worden aangesproken op fout aanbiedgedrag. Met SPA is er gekozen voor het plaatsen van GFT-verzamelcontainers (rolcontainer in standaard) als inzamelvoorziening bij de hoogbouw en woningen zonder tuin of achterom. Hiervoor zijn twee belangrijke redenen: (1) deze groene containers worden beter als GFT-verzamelcontainer herkend en daardoor ook als zodanig gebruikt en (2) het is door de beperkte benodigde ruimte eenvoudiger om GFT-verzamelcontainers dichtbij woningen te plaatsen en hierdoor de loopafstand beperkt te houden. Uit ervaring is gebleken dat de afstand bepalend is voor de bereidheid GFT te scheiden. Met het oog op de veronderstelde overlast (zicht en geur) leidt de plaatsing van GFTverzamelcontainers soms tot discussies. De kans is aanwezig dat deze groene verzamelcontainers een geur afgeven tijdens (extreem) warme dagen. Dit komt doordat het groente-, fruit- en tuinafval (GFT) kan gaan rotten. Het verrottingsproces verloopt sneller bij hogere temperaturen. Soms gaat dit eveneens gepaard met fruitvliegjes of maden (larven van vliegen). Begrijpelijk dat mensen deze voorzieningen dan snel vies vinden.

• Maatregel 2: Door de GFT verzamelcontainers regelmatig schoon te spuiten wordt stankoverlast beperkt en blijft het aanbieden van gescheiden GFT op een hygiënische manier mogelijk

De netheid van de GFT-verzamelcontainers helpt mee bij het motiveren en gemotiveerd houden van inwoners om meer GFT te scheiden. Daarom is het noodzakelijk dat de aanwezige GFTverzamelcontainers in de openbare ruimte regelmatig worden schoongemaakt, in ieder geval in de zomermaanden. Schoonmaken op locatie is een veel beter alternatief dan het omwisselen van containers zoals voorheen werd gedaan. Voor het reinigen van de GFT-containers heeft Spaarnelanden een speciaal container-reinigingsvoertuig aangeschaft. Het reinigen vindt plaats met grondwater, zonder toevoeging van chemische middelen. Het afvalwater wordt in het voertuig opgevangen, gezeefd en opnieuw gebruikt. Een continu proces waarbij weinig water wordt verspild. De werkwijze met de nieuwe waswagen is flexibel (snel handelen bij meldingen), duurzaam en efficiënt (minder handelingen).

4.2 Recyclewagen In 2020 lieten de sorteeranalyses zien dat er nog gemiddeld 31 kg klein grof huishoudelijk afval per inwoner in het restafval aanwezig is. Dit komt neer op een percentage van 13,7%. Het gaat onder andere om kleine (kapotte) elektrische apparaten, harde kunststoffen, hout, tempex en piepschuim. Zonde, want dit afval is opnieuw te gebruiken als grondstof. Het blijkt dat bewoners met name de afstand naar het Milieuplein in de Waarderpolder te ver vinden. De afstand vormt voor hen vaak een belemmering om met name kleine hoeveelheden klein grof huishoudelijk afval naar de Milieuplein te brengen. Voor het gratis laten ophalen van grof huishoudelijk afval of kringloopgoederen kunnen bewoners een afspraak maken. Deze mogelijkheid is er niet voor klein grof huishoudelijk afval. Met een mobiel milieuplein wordt in Haarlem een alternatieve inzamelmethode geïntroduceerd. Bewoners kunnen via de zogenoemde Recyclewagen (een inzamelvoertuig dat met het openklappen van deuren een inzamelunit wordt) kleine hoeveelheden klein grof huishoudelijk afval afgeven op een locatie in hun buurt en hoeven daarvoor niet naar het Milieuplein in de

21

Waarderpolder. Door dit hoge serviceniveau wordt naar verwachting voor vele bewoners een drempel geslecht en een grote hoeveelheid klein grof huishoudelijk afval van het restafval gescheiden. Er zijn bakken voor verschillende soorten stromen. Het gaat dan bijvoorbeeld om klein chemisch afval (zoals verfblikken, kwasten en batterijen), kleine elektrische apparaten (zoals een föhn en laptop) of harde kunststoffen (zoals speelgoed en plantenbakjes). Maar ook metalen (zoals een koekenpan of ijzerdraad), hout (zoals een fotolijstje of krukje) en oud papier en karton. De Recyclewagen wordt bemand door de chauffeur en een afvalcoach die naast het aannemen en scheiden van de aangeleverde stromen, bezoekers informeren en adviseren over afvalscheiding. De Recyclewagen is daarmee niet alleen een inleverpunt, maar ook een krachtig communicatiemiddel en levert daarmee een bijdrage aan bewustwording. De Recyclewagen is daarmee ook geschikt voor tal van andere activiteiten, zoals educatie over afvalscheiding gerelateerde onderwerpen, o.a. upcycling, recycling, bron- en nascheiding, het geven van voorlichting, het maken van een afspraak met een afvalcoach en/of handhaver en wervingsacties voor adoptanten. Het klein grof huishoudelijk afval dat bij de Recyclewagen wordt ingeleverd, wordt gerecycled en gebruikt voor nieuwe producten. De Recyclewagen wordt 2 dagen per week ingezet.

Er zijn diverse locaties onderzocht waarbij 4 startlocaties benoemd zijn. De inzet is begin 2023 opgeschaald naar 8 locaties (2 locaties per dag). Deze 8 standplaatsen kennen een frequentie van 1 keer per 2 weken voor gewenning en herkenning voor omwonenden.

• Maatregel 3: Er wordt "klein" grof huishoudelijk afval ingezameld met behulp van een recyclewagen. Hierdoor wordt het mogelijk dat op vaste tijden dicht bij huis door bewoners gescheiden grondstoffen kunnen worden aangeboden.

De dienst is bij start niet beschikbaar in Zandvoort. Wanneer Zandvoort gebruik wenst te maken van de recyclewagen dan kan dit in overleg en tegen vergoeding. Dit zou de kosten die toegerekend worden aan Haarlem enigszins kunnen verminderen. Het concept zal daarom actief aan Zandvoort worden aangeboden.

4.3 Recycletas De BEST-tas (boeken, kleine elektrische apparaten, speelgoed en textiel) is inmiddels een begrip en succesvol in Limburg, Oost- en Noord-Nederland. In het leven geroepen om oude boeken, elektrische apparaten, speelgoed en textiel uit het restafval te houden. Spullen die nu nog te vaak bij het restafval belanden en daar niet in thuis horen. Het zijn waardevolle spullen die prima hergebruikt of gerecycled kunnen worden. Haarlem is met deze inzamelmethode gestart onder de naam De Haarlemse Recycletas. Door de Recycletas krijgen huishoudelijke spullen een tweede leven en worden materialen hergebruikt of gerecycled. Het is een belangrijk instrument om afvalscheiding verder te bevorderen. Tegelijkertijd wordt hiermee de bewustwording richting circulariteit vergroot. Met als gevolg minder restafval en dus winst voor het milieu. Bovendien levert de sortering sociale werkgelegenheid op. Inwoners die mee willen doen kunnen zich aanmelden en krijgen een Recycletas in de brievenbus. Deze tas is gemaakt van duurzaam gerecyclede materialen. De volle tas wordt gemeld bij

22

Spaarnelanden, waarna de tas kosteloos door Spaarnelanden wordt opgehaald. De inwoners ontvangen dan meteen een nieuwe tas in de brievenbus. Herbruikbare en verkoopbare spullen worden verkocht in de kringloopwinkel. Overgebleven kleding en ander textiel gaat naar de Snuffelmug. Van de overige, niet verkoopbare, spullen wordt het materiaal gerecycled. Zo worden de overgebleven boeken verwerkt als oud papier. Elektrische apparaten gaan naar WeCycle Nederland voor verdere sortering en recycling. Speelgoed dat niet verkocht wordt, gaat naar gespecialiseerde recyclebedrijven van bijvoorbeeld harde kunststoffen. De gebruikte Recycletassen worden zoveel als mogelijk hergebruikt en tot slot gerecycled tot nieuwe Recycletassen. De tassen worden ingezameld door middel van een elektrisch voertuig. Bij Spaarnelanden sorteren medewerkers van Spaarne Werkt de inhoud van de tassen naar verkoopbaar en niet verkoopbare producten. Niet verkoopbare producten worden afgeleverd op de milieustraat. Verkoopbare producten worden verkocht in de kringloopwinkel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12649084/2