2. Bijlage 1: Uitvoeringsprogramma CAS
Tekst van het document
• Maatregel 4: Boeken, elektrische apparaten, speelgoed en textiel worden met een Recycletas ingezameld om te voorkomen dat herbruikbare huishoudelijke spullen bij het restafval belanden. In het innovatieprogramma van Spaarnelanden wordt gewerkt aan het opzetten van een circulair ambachtsnetwerk. Dit betreft een netwerk van ondernemers, vrijwilligers en verenigingen die zich inzetten voor het hergebruik van huishoudelijke spullen door ze te repareren, op te knappen of een andere bestemming te geven. Ook hier wordt samengewerkt en afgestemd met het Actieprogramma Haarlem Circulaire Economie 2023-2025.
4.4 Verbeteren van de huidige inzamelstructuur Voor het verder verbeteren van de inzamelstructuur zijn er vier aandachtpunten: • Met de uitrol van uitvoeringsprogramma SPA is regelmatig op een pragmatische uitvoering gegeven aan de plaatsing van nieuwe voorzieningen. Als de ondergrond van de beoogde locatie vol ligt met kabels en leidingen werd gekozen voor bovengrondse containers. Deze containers hebben veel minder inzamelcapaciteit dan een ondergrondse container (2 versus 5 of 7 kuub) en geven een ongewenst straatbeeld. • Ook de structurele aanpak van zogenoemde hotspotlocaties (aanbiedlocaties met regelmatig bijplaatsingen van afval) behoeft aandacht. Mogelijk dat er inzamelcapaciteit ontbreekt, maar regelmatig wordt er afval naast de container geplaatst zonder dat de container vol is. • Er zijn een aantal aanbiedlocaties waarbij de inzamelcapaciteit niet toereikend is. Dit wordt nu opgelost met een hogere inzamelfrequentie en dat levert een minder efficiënte planning en dus extra kosten. Daarnaast is dan de kans op volle containers en dus op bijplaatsingen groter. • Containers zijn vooraf aan SPA geplaatst onder andere richtlijnen. Hierdoor staan er nu ook containers in groenvakken, op voetpaden achter geparkeerde auto’s en andere onveilige of onpraktische locaties. Het aanpakken van deze technische aandachtspunten is nodig.
23
De vier hierboven genoemde categorieën worden meegenomen in de aanpak van het strategisch beheerplan. Met de hierin beschreven buurtgerichte aanpak is het mogelijk verschillende beheeropgaven met elkaar te combineren en daar beleidsopgaven aan toe te voegen.
• Maatregel 5: In de buurten waar de komende jaren gewerkt wordt aan een brede beheeropgave (herinrichtingen bijvoorbeeld) wordt zoveel als mogelijk ook de inzamelstructuur opgepakt.
De uitvoering van de verbeteringen levert niet direct een stijging van het scheidingspercentage op en/of een vermindering van de hoeveelheid restafval, maar indirect zal een nette aanbiedplaats met voldoende inzamelvoorzieningen en inzamelcapaciteit wel de afvalscheiding bevorderen.
4.5 Verminderen van de ruimteclaim In de omgevingsvisie van Haarlem wordt ingezet op mengen en verdichten. Hiermee wordt onder andere bedoeld dat in de bebouwde omgeving kansen worden benut om extra woningbouw te realiseren. Daardoor komen er extra huishoudens in bestaande buurten bij die ook gebruik moeten maken van de in de nabijheid aanwezige inzamelvoorzieningen. Als de capaciteit niet langer toereikend is, zal ingezet moeten worden op de plaatsing van extra voorzieningen. Helaas ontbreekt de buitenruimte hiervoor regelmatig en moet naar andere oplossingen worden gezocht. Met de toekomstige realisatie van extra hoge hoogbouw in met name de ontwikkelzones ontstaan buurten met een hoge concentratie huishoudens met een beperkte openbare buitenruimte. Om zorg te dragen voor een kwalitatief hoogstaand straatbeeld is het de wens en noodzaak om te voorkomen dat grote aantallen afvalcontainers noodzakelijk zijn en een (te) grote claim nodig is op de beschikbare (buiten)ruimte. Op basis van de bovenstaande schets is het noodzakelijk in te zetten op (openbare) ruimtebesparende oplossingen voor afvalinzameling. Er zijn vooruitlopend op een uitvoeriger onderzoek verschillende alternatieve oplossingen verkend. Door de inzamelfrequentie te verhogen zou in theorie een lagere inzamelcapaciteit (aantal containers) kunnen volstaan.
Hiermee kan naar schatting maximaal 1/3 van het aantal containers worden voorkomen. Er dient echter wel rekening gehouden te worden met: (a) de inzamelkosten stijgen flink, (b) het aantal vervoersbewegingen en milieubelasting nemen toe (c) weekendledigingen worden noodzakelijk (meeste afval wordt dan aangeboden) en (d) er ontstaat verlies aan efficiency (er wordt voor restafval niet meer op volmelding gereden). De containers zijn normaal 24/7 beschikbaar, maar meeste huishoudens bieden in het weekend hun afval aan. Door met afvalpassen de toegang tot de containers te reguleren kan een betere spreiding van het aanbod worden verkregen en kan worden volstaan met een lagere inzamelcapaciteit. Met deze regulering is nog geen ervaring opgedaan en het vermoeden is dat dit bijplaatsingen tot gevolg heeft. De service neemt af en mogelijk ook de bereidheid om afval te scheiden. Door afval samen te persen in de container wordt de inzamelcapaciteit vergroot met een factor 2. Persen kan alleen met restafval, PBD en mogelijk met papier. Persen van restafval gaat alleen samen met een hoge respons voor bronscheiding van GFT (vermalen), want: (a) de restafvalcontainers worden te zwaar met te veel GFT, (b) het percolaat van GFT wordt uit het
24
restafval geperst en lekt op straat bij het legen (stank) en (c) het nascheiden van PBD (als daarvoor gekozen wordt) wordt moeilijker door verkleving en vervuiling door het GFT en gaat ten koste van de kwaliteit van het PBD. Bij de inzet van perscontainers dient rekening gehouden te worden met: (d) de hoge aanschafskosten, (e) de noodzakelijke elektriciteitsvoorziening (aanleg en verbruikskosten), (f) de hogere onderhoudskosten (g) er is een zwaardere kraan op het inzamelvoertuig nodig. Momenteel is er een nieuwe aanbieder op de markt die mogelijk een aantal bezwaren weet op te lossen. Dit nieuwe product zal worden beproefd. Ondergrondse containers hebben een standaard inzamelcapaciteit van 5 M3. Er zijn inmiddels ook containers verkrijgbaar met een inzamelcapaciteit van 7 M3 die dezelfde bovengrondse ruimte innemen, maar deze zijn alleen geschikt voor de fracties met een relatief laag soortelijk gewicht. Voor glas en restafval (met ongescheiden GFT) wordt de container te zwaar. Ook hier zijn dan aangepaste kranen en voertuigen nodig en Spaarnelanden heeft die (nog) niet. De toekomst van GFT inzamelen in de hoogbouw is de inzet van een voedselrestenvermaler in iedere keuken (huishouden). Door de hoge service (ontdoen waar het GFT ontstaat) is een hoog scheidingspercentage reëel.
Het restafval wordt hierdoor lichter waardoor verdichten of vergroten van de inzamelcapaciteit mogelijk wordt. Deze oplossing kan goed gecombineerd worden met (4) vergroten inzamelcapaciteit en (3) verdichten van restafval. Van de bovenstaande oplossingen is de voedselrestenvermaler het meest kansrijk vanwege (a) de mogelijke combinatie met andere oplossingen, (b) de potentieel forse bijdrage aan een hoger scheidingspercentage (circulariteit) en (c) de forse besparing op de noodzakelijke buitenruimte en (d) de lagere verwerkingskosten (GFT in plaats van restafval). Nadeel is de noodzakelijke investering voor projectontwikkelaars.
• Maatregel 6: In de ontwikkelzones en op locaties waar ruimtegebrek is voor inzamelvoorzieningen worden proeven gedaan met ruimtebesparende inzamelvoorzieningen. Bij goede resultaten zal dit worden uitgebreid en de standaard worden bij soortgelijke situaties.
Alle bovenstaande oplossingen hebben financiële consequenties. Verdere uitwerking in begrotingen zal moeten uitwijzen hoeveel welke oplossing naar verwachting zal kosten. Ook de dekking van de kosten zal hierin worden meegenomen.
4.6 Voedselrestenvermalers De meest serieuze optie is de inzet van voedselrestenvermalers voor GFT. Met het goed bronscheiden van GFT met de vermaler komen ook andere opties beter tot z’n recht. Met een vermaler in de keuken van iedere woonhuisaansluiting, een gescheiden buizenstelsel van de keukens naar een centrale ruimte met een installatie voor de ontwatering en tijdelijke opslag kan een flinke besparing in de buitenruimte en ook een forse bijdrage aan duurzaamheid (vergroten scheidingspercentage en mogelijkheid tot hoogwaardige toepassingen) worden gerealiseerd. Voor de realisatie van een vermalerssysteem in een nieuw gebouw dient de projectontwikkelaar extra te investeren (aanschaf installatie) en rekening te houden met de exploitatie (beheer). Binnen het huidige anterieure overeenkomst betalen projectontwikkelaars eenmalig 350 euro per woonhuisaansluiting, waarvoor Spaarnelanden inzamelvoorzieningen plaatst (anterieure overeenkomst). Vanuit dit budget is er geen ruimte om de voedselrestenvermalers te subsidiëren.
25
Er zal een andere weg gevonden moeten worden om projectontwikkelaars (financieel) te stimuleren. Het vermalerssysteem bestaat uit verschillende in praktijk beproefde technieken (vermalen, vrij verval buizentransport, ontwateren, opslag), maar de toepassing van de combinatie van technieken is relatief nieuw in Nederland. In Nederland is het (vooralsnog) verboden vermalen GFT via het riool af te voeren. Door het met een separaat buizenstelsel apart op te vangen en af te voeren met de reguliere inzamelvoertuigen wordt ook een hoger circulair resultaat behaald. Projectontwikkelaars zijn veelal onbekend met deze technieken en hierdoor terughoudend en beducht op risico’s. De rolcontainers die gebruikt worden voor de tijdelijke opslag van het ontwaterde GFT zijn gelijk aan de verzamelcontainers die bij de hoogbouw worden gebruikt en worden door Spaarnelanden ter beschikking gesteld en worden in het uitvoeringsbesluit van de afvalstoffenverordening aangewezen als inzamelvoorziening. De bemoeienis van de gemeente of Spaarnelanden met het vermalerssysteem is hierdoor beperkt en de inzamelkosten per ton GFT zijn aanmerkelijk lager dan met de GFT-verzamelcontainers in het rek op straat. De rolcontainers kunnen door de gebouwbeheerders buiten worden gezet en ter lediging worden aangeboden. De lediging kan worden meegenomen in de reguliere GFT-inzamelroutes.
Te zijner tijd kan bij een substantieel volume worden overwogen een aparte route op te zetten om hogere toepassingsalternatieven mogelijk te maken. Op basis van gesprekken met de projectontwikkelaars van Schonenvaert, Schipholpoort en Schalkstad Centrum (fase 2) kan worden geconcludeerd dat Haarlem op dit moment onvoldoende instrumenten heeft om de inzet van voedselrestenvermalers te stimuleren dan wel af te dwingen. Met de voorgestelde maatregel wordt hier verder invulling aan gegeven.
• Maatregel 7: In de ontwikkelzones en bij soortgelijke hoge nieuwbouw wordt ingezet op GFT inzameling met behulp van voedselrestenvermalers. De eerste projecten worden gesubsidieerd en krijgen technische ondersteuning vanuit de proeflocatie.
De volgende acties worden in gang gezet: • De inzet van voedselrestenvermalers zal worden meegenomen in een hoogbouwvisie. Mogelijk kan dit breder worden getrokken onder bijvoorbeeld het thema circulariteit (thema in Woonvisie 2021-2025), • Er wordt aansluiting gezocht bij het programma duurzaamheid en circulariteit voor zover daar mogelijkheden voor zijn, • Er worden beleidsregels voor de inzet van voedselrestenvermalers opgenomen in de afvalstoffenverordening, • Er wordt een subsidieregeling opgezet waarbij het voor projectontwikkelaars financieel aantrekkelijk wordt voedselrestenvermalers op te nemen in hun ontwerp, • Er wordt samen met Rijkswaterstaat en de gemeente Amsterdam geparticipeerd in een proefopstelling. Deze proefopstelling zal ingezet worden als demo voor projectontwikkelaars, gebouweigenaren en andere belanghebbenden. En als onderzoekslab om verschillende praktijkvragen te kunnen beantwoorden, • Er wordt bij alle nieuw te ontwikkelen hoogbouw (met name in de ontwikkelzones) gekeken naar de kansen voor de inzet van voedselrestenvermalers en projectontwikkelaars worden hierbij actief benaderd. Verwacht wordt dat de eerste subsidie in 2024 verleend kan worden.
26
4.7 Kaders voor RO en (her)inrichting OR Het is van belang dat (beleids)kaders gesteld worden met betrekking tot afvalinzameling voor nieuwe hoogbouw. Bijvoorbeeld in een document “Richtlijn Duurzaam Bouwen” van EDCW, programma van eisen leefomgeving (PvEL) en de anterieure overeenkomst.
• Maatregel 8: De kaders voor afval worden aangescherpt bij Ruimtelijke Ontwikkelingen door duidelijke richtlijnen op te nemen in ieder programma van eisen van de leefomgeving (PvEL) en de tekst van de anterieure overeenkomst aan te passen zodat er sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid en een kostendekkende vergoeding.
In het stedenbouwkundig programma van eisen (SPvE) zijn teksten opgenomen met betrekking tot de beleidskaders. Voor afval en reiniging zal de tekst worden aangepast als gevolg van het nieuw te voeren beleid. De nieuwe tekst luidt: In Haarlem vindt bron gescheiden inzameling van huishoudelijk afval plaats. Dit betekent dat de volgende fijn huishoudelijke afvalstromen gescheiden worden ingezameld: GFT, PBD, textiel, papier, glas en restafval. Voor restafval, glas en textiel worden verzamelcontainers ingezet. Voor GFT, PBD en papier worden bij grondgebonden woningen (duo) rolcontainers ingezet en bij de gestapelde bouw verzamelcontainers. De verzamelcontainers zijn zoveel als mogelijk ondergronds (met uitzondering van GFT en textiel) en de locaties worden bepaald aan de hand van vastgestelde criteria. Deze zijn vastgesteld door het College en terug te lezen in het document Richtlijnen inzamelmiddelen en -voorzieningen Afval. Rolcontainers worden per adres verstrekt en dienen op eigen terrein gestald te worden, waarbij toegang tot de openbare ruimte rollend mogelijk is (zonder een noodzakelijke doorgang in de woning zelf). Voor het aanbieden ter lediging dient in de openbare buitenruimte een aanbiedlocatie beschikbaar te zijn die bereikbaar is voor het inzamelvoertuig en voldoende ruimte biedt voor lediging.
Voor het bepalen van de benodigde capaciteit (aantallen containers) en het bepalen van de (aanbied)locaties dient te worden afgestemd met Spaarnelanden. Ook voor het noodzakelijk of gewenst afwijken van de standaard inzamelmethode dient Spaarnelanden te worden betrokken. Voor een kwalitatieve buitenruimte is het gewenst om het aantal verzamelcontainers beperkt te houden. Voor bij hoge nieuwbouw is veel inzamelcapaciteit noodzakelijk en ontbreekt vaak voldoende buitenruimte. Haarlem stimuleert de inzet van voedselrestenvermalers in de hoge nieuwbouw (vanaf 75 aansluitingen). GFT wordt dan beter buiten het restafval gehouden en er hoeven geen aparte verzamelcontainers voor GFT geplaatst te worden. In het coalitieakkoord van Haarlem is ingezet op een aantal pilots met voedselrestenvermalers. Hiervoor is een subsidieregeling voorzien. Met betrekking tot reiniging zijn de volgende beleidskaders van toepassing bij nieuwbouw: Spaarnelanden toetst en bepaalt waar prullenbakken van welk merk, type, inhoudsmaat, kleur en voor welk type afval conform (nieuwe) HIOR in de openbare ruimte komen te staan. Uitgangspunt is zo min mogelijk objecten in de openbare ruimte en waar het kan wordt volstaan
27
met een zwerfafvalklep op een ondergrondse (restafval) container. De overige uitgangspunten met betrekking tot afvalbakken zijn vastgelegd in Beleidsplan Schoon in het afvalbakkenplan. In het coalitieakkoord Actie! ligt de nadruk op de uitvoering. In de bijhorende dialoog tussen college en het netwerkteam Fysiek over het stellen van prioriteiten wordt gepoogd zoveel als mogelijk de handen vrij te houden voor de uitvoering. In aansluiting hierop zal in tegenstelling tot SPA bij CAS niet halfjaarlijks een aparte evaluatie worden opgesteld voor de raad, maar jaarlijks het rapport van de Benchmark Huishoudelijk Afval ter informatie naar de raad worden gestuurd. In de begeleidende informatienota zal een korte analyse die aansluit bij CAS worden opgenomen. Naast de in de bestuursrapportage opgenomen KPI's over scheiding en hoeveelheid restafval zal dit voldoende zijn voor een inzicht in CAS en de daarmee bereikte resultaten. Met het innovatieprogramma van Spaarnelanden worden kansen worden benut gericht op de operational excellence van de dienstverlening. Onderwerpen als de verdere verduurzaming van het wagenpark, professionalisering en de inzet van nieuwe technieken gericht op het verbeteren van de efficiency komen hierbij langs. Door het innovatieprogramma zo veel als mogelijk aan te laten sluiten op onderliggend uitvoeringsprogramma worden synergetische combinaties gemaakt.
4.8 Textiel Met de introductie van de Recycletas wordt een bijdrage verwacht in het verder scheiden van textiel. Maar dat is niet voldoende om het ondertekende MRA convenant waar te maken. Haarlem gaat hiermee de uitdaging aan om van 4 kilo naar 7 kilo gescheiden textiel per inwoner in 2025 te realiseren. Naast de nieuwe fijnmazige structuur van inzamelen met de tas dient ook de inzamelstructuur met de verzamelcontainers te worden verbeterd. Door aan de 50 bestaande verzamelcontainers er 50 extra toe te voegen wordt de gemiddelde loopafstand gehalveerd (350 meter). Hiermee wordt een belangrijke drempel voor textielscheiding geslecht.
• Maatregel 9: Het scheiden van textiel wordt verder gestimuleerd door het verbeteren van de inzamelstructuur en het voeren van een gerichte campagne. Door een analyse te maken van de hoeveelheden ingezameld textiel per containerlocatie afgezet tegen het aantal huishoudens dat daar op basis van de loopafstand gebruik van zou kunnen maken wordt duidelijk welke buurten achterblijven in het gescheiden aanbieden van textiel. Het plaatsen van extra textielcontainers zal naar verwachting flink helpen in combinatie met een gerichte campagne voor de betreffende huishoudens. Daarnaast wordt in kaart gebracht hoe textiel via andere wegen (kringloopwinkels, tweede hands winkels, inzamelacties) een weg vindt naar hergebruik. Mogelijk dat die stromen ook nog verder kunnen worden gestimuleerd. Ook hier wordt afgestemd en samengewerkt met het Actieprogramma Haarlem Circulaire Economie 2023-2025.
4.9 Glas Glas is onbeperkt herbruikbaar. Zonder verlies kan van glas steeds weer nieuw glaswerk worden gemaakt. Daarvoor moet glas wel kleur-gescheiden ingezameld worden zoals we in Haarlem al doen. Haarlem doet het al goed, maar er is nog een goed benutbare scheidingspotentie. Er zit nog steeds glas in het restafval dat eruit kan. En omdat glas een hoog soortelijk gewicht heeft zal het snel een onderscheidende bijdrage kunnen leveren aan het scheidingspercentage.
28
• Maatregel 10: Het scheiden van glas wordt verder gestimuleerd door het verbeteren van de inzamelstructuur en het voeren van een gerichte campagne. Door een analyse te maken van de hoeveelheden ingezameld glas per containerlocatie afgezet tegen het aantal huishoudens dat daar op basis van de loopafstand gebruik van zou kunnen maken wordt duidelijk welke buurten achterblijven in het gescheiden aanbieden van glas. Mogelijk kan het (ver)plaatsen van (extra) glasbakken hierbij helpen in combinatie met een gerichte campagne voor de betreffende huishoudens. Hierbij is het een uitdaging om bij het plaatsen van glascontainers te voorkomen dat er overlast ontstaat (geluid en glasscherven). Hiervoor wordt onder andere ook ingezet op stillere glascontainers.
4.10 Nascheiding In het beleid ten aanzien van afvalscheiding in Haarlem blijft bronscheiding het uitgangspunt. Daarbij zal nu de afweging worden gemaakt voor nascheiden van PBD uit restafval op specifieke locaties waar bronscheiding van PBD niet goed loopt of waar geen ruimte is voor inzamelmiddelen voor bronscheiding (compacte hoogbouw in de ontwikkelzones).
• Maatregel 11: Het nascheiden van PBD bij woningen (veelal galerijflats in Schalkwijk) en het zo nodig verwijderen van de bijhorende PBD verzamelcontainers aldaar.
De communicatie zal gericht blijven op bronscheiding. Dit betekent dat ook voor de Haarlemmers die geen PBD container in de nabijheid van hun woning hebben er een mogelijkheid wordt geboden om PBD gescheiden aan te bieden. Hiervoor zal rondom centrale locaties (winkelcentra, scholen etc.) voorzieningen worden geplaatst.
4.11 Communicatie Haarlemmers zijn de sleutel tot het succes om de restafvalberg verder te verminderen. De afgelopen jaren werd duidelijk dat de meeste Haarlemmers bereid zijn om hun afval goed te scheiden en het zelfs belangrijk vinden. 90% van de Haarlemmers heeft in het onderzoek (2019) aangegeven dit belangrijk te vinden, 62% vindt het zelfs heel belangrijk. Dit aandeel is in vergelijking met 2017 toegenomen (destijds 52%). Voor de toepassing van de juiste interventies en communicatie is het belangrijk om te weten wat Haarlemmers belemmert om afval te scheiden. Uit onderzoek komt een aantal factoren naar voren: het kost te veel moeite; te weinig ruimte in huis; het heeft toch geen zin; de veronderstelling dat men maar weinig afval heeft van een specifieke stroom. Specifiek bij GFT kwam naar voren: het niet hebben van een GFT-bak; het stinkt en is vies. Communicatie gericht op het vergroten en verbreden van bewustzijn wat leidt tot gedragsverandering. Met als doel om, ook als er redenen en omstandigheden zijn om afval niet te scheiden, het dan toch wel te doen. Het bouwen aan een positieve associatie met afvalscheiding; van moeten naar (meer) willen, is daarom de gekozen strategie. Hoe positiever de Haarlemmers denken en voelen over afvalscheiding, hoe vanzelfsprekender ze het vinden om het te doen.
29
Het is veel makkelijker om van jongs af aan gewenst gedrag aan te leren. Het oude gezegde is niet voor niets: jong geleerd is oud gedaan. Kinderen zijn de toekomst. Het is dan ook van groot belang dat de jeugd leert over afvalscheiding en hoe afval kan worden voorkomen. Educatieprogramma’s of communicatie-interventies specifiek gericht op de doelgroep ‘kinderen van 6-12 jaar’ gaan direct, maar zeker ook op de lange termijn, hun vruchten af werpen. De recente start met afvalscheiding op basisscholen ondersteund door Spaarnelanden draagt hieraan ook bij. Bovendien worden kinderen omringd met vele andere doelgroepen zoals (groot)ouders, vriendjes en kennissen via de (sport)verenigingen etc. Via kinderen worden dus ook andere doelgroepen bereikt. Daarnaast is het nodig om te blijven bouwen aan de bewustwording in Haarlem. De campagnes zijn altijd positief en activerend, zodat ze aantrekkelijk zijn voor inwoners en de media. Er is een aantal onderwerpen die speciale aandacht nodig hebben in CAS. Denk aan bijvoorbeeld het scheiden van keukenafval als onderdeel van het GFT en het voorkomen van afval, want voorkomen is altijd beter dan hergebruiken of recyclen. Gedragsverandering kost tijd en de kracht zit in de herhaling. Twee keer per jaar een stadsbrede campagne wordt voortgezet. Hoe persoonlijker de communicatie, hoe effectiever. Dit is wel gebleken.
De inzet van afvalcoaches, het opgebouwde adoptantennetwerk en handhaving zijn allemaal goede instrumenten om Haarlemmers op persoonlijk niveau te stimuleren tot afvalscheiding. De afvalcoaches (samen met handhavers) en grondstofstraatadoptanten werken nauw samen om afvalscheiding te verbeteren. Zij vormen een motor in de stad om inwoners bewust te maken van afvalscheiding, hen te assisteren en zaken die niet goed lopen op te lossen. Dit doen zij samen met inwoners en organisaties in de stad zoals woningcorporaties en wijkraden. Met name de verbinding en aansturing vanuit afvalcoaches naar een groeiende groep van participanten en adoptanten zet een vliegwiel van gedragsverandering in gang. Bij PBD is er sprake van twijfel over wat er wel/niet bij mag zo blijkt uit het Digipanel 2022. Er is voor deze stroom dus gebrek aan kennis over de scheidingsregels. Twee op de drie Haarlemmers geeft aan meer informatie over afvalscheiding te willen krijgen: over waar het heen gaat na inzameling (nut), over waar welke stroom bij moet (regels) en over tips om afvalscheiding makkelijker te maken (faciliteren). Handhaving blijft belangrijk als sluitstuk voor die kleine groep mensen die nog niet meedoet met afvalscheiding.
Bovendien is het demotiverend voor bewoners als ze zien dat grondstoffen door medebewoners worden vervuild, want heeft alle moeite die zijzelf doen dan wel zin? Handhaving is voor de bewoners die zich wel aan alle afvalscheidingsregels houden dan ook een belangrijk instrument ter motivatie.
• Maatregel 12: Het voeren van gerichte campagnes met als doel bewoners aan te zetten tot afvalpreventie en (nog) beter afval scheiden met daarnaast educatieprogramma's voor schoolgaande kinderen.
Met stadsbrede bewustwordingscampagnes en inzet op zo veel mogelijk persoonlijke communicatie door onder andere de inzet van afvalcoaches en grondstofstraatadoptanten wordt gewerkt aan het verbeteren van het Haarlemse afvalgedrag. Daarnaast ligt er focus op de educatie van schoolgaande kinderen.
30
De gemeente en Spaarnelanden verkondigen dat iedere Haarlemmer z'n afval goed moet scheiden en liever nog afval dient te voorkomen. Maar bezoekers van de kantoren van Haarlem zullen tot de conclusie komen dat de gemeente het zelf ook echt beter kan doen. De afvalscheidingsmogelijkheden zijn erg beperkt en dat wat gescheiden kan worden aangeboden belandt regelmatig nog in de restafvalbak. Met name bij de pantry's en in het bedrijfsrestaurant is dit het meest zichtbaar. Het ontbreken van een GFT-bak valt hierbij het meeste op. Hoewel de nieuwe cateraar en de nieuwe koffie(automaten)leverancier een grote stap hebben gemaakt in duurzaamheid is de aandacht voor afval(preventie) onderbelicht gebleven. Met de vaststelling van CAS wordt een impuls gegeven om dit alsnog voor elkaar te krijgen.
• Maatregel 13: De gemeente geeft het goede voorbeeld met afval scheiden en afval voorkomen.
Daarnaast kan het printen en kopiëren verder worden ontmoedigd en kan vooruitlopend op de nieuwe regelgeving afscheid genomen worden van de wegwerpbekers.
4.12 Maximeren van klepopeningen restafval Uit onderzoek van het aanbiedgedrag bij 97 restafvalcontainers blijkt dat Haarlemse huishoudens gemiddeld 8 klepopeningen per maand nodig hebben om afscheid te nemen van hun restafval. Bij 28% van de huishoudens is 10 klepopeningen niet toereikend. Zij bieden gemiddeld 16,25 keer hun restafval aan. Deze kleine groep pasgebruikers maakt dus substantieel meer gebruik (dubbel) van de restafvalcontainer dan te verwachten op basis van een gemiddeld huishouden. Hierbij worden verschillende vormen van misbruik waarschijnlijk geacht. Voorbeelden hiervan zijn: gebruik van de pas voor het aanbieden van bedrijfsafval en het aanbieden van bouw- en sloopafval bij verbouwingen en het slecht tot niet scheiden van afval. Met het beperken van het gebruik van de afvalpas kan dit soort misbruik worden voorkomen. Er zijn hierbij twee mogelijkheden: bij meer aanbieden wordt een tarief in rekening gebracht of bij meer aanbieden wordt de afvalpas geblokkeerd. Door huishoudens de mogelijkheid te geven om 12 keer per maand binnen de bestaande afvalstoffenheffing de restafvalcontainer te gebruiken ontstaat een gelijke situatie met de huishoudens die een rolcontainer voor restafval in gebruik hebben. Alleen bij buitensporige hoeveelheden restafval worden extra kosten worden gerekend of de afvalpas wordt geblokkeerd.
• Maatregel 14: Het voorkomen van misbruik en het aanmoedigen van afval scheiden door het aantal klepopeningen te maximeren.
Deze maatregel kan bijplaatsingen tot gevolg hebben en dient dan ook zorgvuldig voorbereid en uitgerold te worden. Omdat hiervoor de software van de slotsystemen op de ondergrondse containers moeten worden aangepast is dit een kostbare maatregel. Maar daarentegen levert het een forse bijdrage aan de afvalscheiding en het verminderen van het restafval. Omdat verwacht wordt dat deze maatregel gevoelig kan liggen bij inwoners wordt de praktische uitwerking voor invoering met de gemeenteraad gedeeld. Ook zal verder onderzoek gedaan worden of 12 keer aanbieden de juiste limiet is. Bijvoorbeeld door de limiet stapsgewijs te verlagen. Met 12 keer aanbieden per maand kunnen minder mobiele Haarlemmers dus gemiddeld 2 keer per week een kleine (lichtere) zak afval aanbieden.
31
5.
Prestaties, kosten en planning 5.1 Prognose van de prestatie Op basis van de Benchmark Huishoudelijk Afval 2021 zijn voor de categorie A (waar Haarlem onder valt) per fractie de gescheiden ingezameld kilogrammen van de best presterende gemeente beschouwd als de prestatie die tenminste ook door Haarlem behaald kan worden. Op basis hiervan is vastgesteld welke fracties welke bijdrage dienen te leveren aan het behalen van de nieuwe ambitie. En vervolgens met welke maatregelen hieraan een bijdrage wordt geleverd. MAATREGELEN 1: Drie pilots en uitrol 2: Reiniging GFT containers 3: Recyclewagen 4: Recycletas 5: Verbeteren inzamelstructuur 6: verminderen ruimteclaim 7: Voedselrestenvermalers 8: Kaders RO en OR 9: Textiel 10: Glas 11: Nascheiden PBD 12: campagne preventie en scheiden 13: Goede voorbeeld geven 14: Maximeren klepopeningen
TOTAAL
GFT 29% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%
PBD 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 12% 5%
PAPIER 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 3%
GLAS 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 3% 0% 2%
TEXTIEL 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 3% 0% 0% 0%
GROF 0% 0% 2% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%
TOTAAL 29% 0% 2% 1% 0% 0% 0% 0% 3% 3% 12% 11%
12% 41%
3% 21%
3% 7%
2% 7%
3% 7%
14% 17%
38% 100%
Figuur 6: De bijdrage per maatregel en grondstoffractie aan het realiseren van de scheidingsambitie Uit bovenstaand effectmatrix is af te lezen dat de grootste bijdrage aan de scheidingsdoelstelling geleverd wordt met de fracties GFT (41%) en PBD (21%) en dat het resultaat bereikt wordt met de uitrol van de GFT-pilots (29%) en het maximeren van de klepopeningen (38%).
5.2 Kosten en dekking Een belangrijk deel van de kosten wordt gedekt uit reeds gereserveerde gelden in de programmabegroting op basis van het coalitieakkoord. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het positieve geprognotiseerde resultaat uit de grondstoffenbalans. DEKKING Versterkers Duurzaam Doen Gereserveerd: Continuering afvalsch. Gereserveerd: Extra inzet GFT Gereserveerd: ruimteclaim Stelpost DBC Bijdrage uit CE programma Begrotingsmutatie Aanvullende structurele middelen Aanvullende incidentele middelen TOTAAL
€ € € € € €
€
2023 343.000 420.000 350.000 250.000 120.000
€ € € € € (30.500) € € € 1.452.500 €
2024 420.000 350.000 250.000 120.000 35.000 30.500 200.000 633.500 2.039.000
2025
2026
€ € € €
420.000 350.000 250.000 120.000
€ € € €
420.000 350.000 250.000 120.000
€ € €
400.000 € (32.000) € 1.508.000 €
400.000 85.000 1.625.000
2027
€
600.000
€
600.000
€ € € € € € € € € €
Totaal 343.000 1.680.000 1.400.000 1.000.000 480.000 35.000 1.600.000 686.500 7.224.500
Figuur 7: De financieringsbronnen voor CAS De aanvullende structurele kosten (€ 200.000 euro in 2024, € 400.000 in 2025 en vanaf 2027 € 600.000) worden gedekt vanuit de afvalstoffenheffing. In 2024 zijn ook extra kosten als gevolg
32
van de overstap naar HVC (€ 663.000). De stijging van de afvalstoffenheffing kan tijdelijk worden gedempt met de inzet van de opgebouwde egalisatiereserve (€ 450.000). De heffing zal naar verwachting € 2,65 stijgen per meer persoons huishouden bij € 200.000 extra kosten. De reeds reserveerde incidentele middelen zijn niet toereikend waardoor aanvullende middelen (€ 633.500 in 2024 en € 85.000 in 2026) noodzakelijk zijn. Deze zullen in de kadernota worden afgewogen. BEGROTING 1: Drie pilots en uitrol 2: Reiniging GFT containers 3: Recyclewagen 4: Recycletas 5: Verbeteren inzamelstructuur 6: verminderen ruimteclaim 7: Voedselrestenvermalers 8: Kaders RO en OR 9: Textiel 10: Glas 11: Nascheiden PBD 12: Campagne 13: Goede voorbeeld geven 14: Maximeren klepopeningen Interne kosten opdrachtgeverschap TOTAAL
€ € € € € € €
2023 220.000 75.000 183.750 298.750 136.250 75.000 50.000
€ € € € € € €
2024 223.000 72.000 114.500 175.000 100.000 150.000
€ € € € € € €
2025 226.000 69.000 111.500 175.000 100.000 150.000
€ € € € € € €
2026 224.000 71.000 113.500 175.000 125.000 250.000
€ € € € € € €
2027 71.000 101.000 162.500 -
€ €
168.750
€ €
421.000 187.500
€ €
143.000 205.500
€ €
140.000 224.500
€ €
140.000 54.500
€
215.000
€
225.000
€
225.000
€
225.000
€
-
€ € €
30.000 1.452.500
€ € €
341.000 30.000 2.039.000
€ € €
73.000 30.000 1.508.000
€ € €
47.000 30.000 1.625.000
€ € €
47.000 24.000 600.000
€ € € € € € € € € € € € € € € €
Totaal 893.000 358.000 624.250 986.250 136.250 400.000 600.000 844.000 840.750 890.000 508.000 144.000 7.224.500
Figuur 8: De kosten van de maatregelen gedurende de looptijd van CAS De structurele kosten van de stadsbrede uitrol van de GFT-pilots zijn vooralsnog niet meegenomen in bovenstaande begroting van 2027. In 2027 is CAS afgerond en wordt een nieuw programma zo nodig voorbereid.
5.3 Planning De planning sluit aan op de beschikbare capaciteit (menskracht) en de begrote kosten. De evaluaties kunnen leiden tot een bijstelling van de maatregelen. PLANNING 2023 2024 2025 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 1: Drie pilots en uitrol ! " " # ! " " # ! " 2: Reiniging GFT containers " " " " # " " " " " " 3: Recyclewagen ! " " " # " " " # " " 4: Recycletas ! ! " " # " " " # " " 5: Verbeteren inzamelstructuur ! ! " # " " " # " " 6: verminderen ruimteclaim ! " # " " " # " " 7: Voedselrestenvermalers ! ! ! " " " " # " " 8: Kaders RO en OR ! " " " " # " " 9: Textiel ! ! " " " " # " " 10: Glas ! ! " " " " # " " 11: Nascheiden PBD ! " " " # " " " # " " 12: Campagne ! " " ! ! " # ! ! 13: Goede voorbeeld geven ! ! ! ! " " " 14: Maximeren klepopeningen ! ! ! " # " " ! voorbereiding " uitvoering # evaluatie
Q4 " " " " " " " " " " " " " "
2026 Q1 Q2 # ! " " # " # " # " # " # " # " # " # " # " # ! " " # "
Q3 " " " " " " " " " " " ! " "
Q4 " " " " " " " " " " " " " "
2027 Q1 # " # # # # # # # # # # " #
Figuur 9: De planning per maatregel
33
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 14 maart 2023 ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 34