CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 - Trendrapportage Gewoon in de Wijk 2025

commissie Samenleving 13 november 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20.45u Trendrapportage Gewoon in de Wijk 2025 (DL)16.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wat betekent dit voor Buurts? Buurts zal voor Haarlem een belangrijke rol spelen in de uitvoering van dit akkoord. Al is er op dit moment nog een hoop onduidelijk. Zo komen er middelen per 2026, maar hoe en in welke verdeling gemeenten deze middelen krijgen is nog onduidelijk. De gemeente zal Buurts goed blijven informeren rond deze ontwikkeling.

4.7

Hervormingsagenda Jeugd

In juni 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd28 vastgesteld. Deze bevat een groot pakket maatregelen om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen en te houden. 27

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, juli 2025

28

Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, juni 2023

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

17

De regionale jeugdhulp heeft als één van de uitgangspunten bij normaliseren en afbakenen dat niet elke opvoed- of ontwikkelvraag professionele jeugdhulp vereist. Hierbij wordt ingezet op het versterken van de eigen kracht van gezinnen, het verstevigen van de pedagogische basis en het voorkomen van onnodige inzet van specialistische hulp. Soms zijn een paar gesprekken met een medewerker van een lokaal team of een cursus passend. Ook kan een interventie in achterliggende gezinsproblematiek beter passen of is iemand gebaat bij laagdrempelig aanbod voor jongeren die bijvoorbeeld kampen met sombere gevoelens of lotgenotencontact. Hierbij kan gedacht worden aan het bundelen van expertises van professionals uit het voorveld en de specialistische jeugdhulp. Dus de jongerenwerker organiseert bijvoorbeeld samen met een jeugdhulpverlener bijeenkomsten over het omgaan met sombere gevoelens.

4.8

Stevige Lokale Teams

Verschillende landelijke ontwikkelingen, zoals de Hervormingsagenda Jeugd, het TKS en het AZWA, vragen om een basis waarin deze kunnen landen: een goed werkende toegang en stevige lokale teams voor alle inwoners van 0-100 jaar. Vanuit het Rijk wordt hier dan ook flink op ingezet. Het gaat hierbij niet om de organisatievorm van deze teams, maar wel om de basiskenmerken en -competenties waar het lokale team aan moet voldoen met als beoogde ingangsdatum eind 2028. Een lokaal team is een team dat integraal, generalistisch, interdisciplinair en outreachend werkt voor de ondersteuning en dienstverlening die een bepaalde gemeente biedt aan haar inwoners (0-100 jaar) in het kader van de sociaaldomeinwetten (Jeugdwet, Wmo, Participatiewet, Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening). De teams vormen voor inwoners het vertrouwde gezicht en blijven zo lang als nodig het aanspreekpunt. Ze bieden zelf laagdrempelige ondersteuning en zijn daarnaast ook vaak de toegangspoort voor diverse vormen van ondersteuning zoals bijvoorbeeld die van de Jeugdwet of de Wmo. Deze rollen hoeven niet in één organisatie te zijn belegd en kunnen op lokaal niveau verspreid zijn over meerdere teams. Dit is ook in Haarlem het geval met het CJG, JGZ en de wijkteams van Buurts die nauw met elkaar moeten samenwerken.

Zo kan hulp gevonden worden bij het CJG als de oorzaak van het probleem bij de opvoeding of ontwikkeling ligt. Wanneer er sprake is van problematiek bij ouders of volwassenen is het wijkteam het meest passend. Wanneer er sprake is van beide, is de samenwerking tussen het CJG en de wijkteams essentieel.

29

De verschillende landelijke ontwikkelingen vragen dus om stevige lokale teams. Dit heeft geleid tot het opstellen van het Richtinggevend Kader (RK)29 door de VNG. Het RK geeft inzicht in de verantwoordelijkheden van gemeenten bij het organiseren van de toegang tot (jeugd)hulp en de inrichting van de lokale teams. Ook vertaalt het RK de belangrijkste plannen en uitgangspunten uit de verschillende landelijke ontwikkelingen, om gemeenten te helpen bij het realiseren van toegankelijke, integrale en effectieve ondersteuning voor inwoners. In het RK zijn drie centrale waarden gesteld, met dertien uitgangspunten waar een stevig lokaal team aan moet voldoen. Wat betekent dit voor Buurts? In het traject van de ontvlechting van CJG en JGZ Kennemerland uit Viva! Zorggroep is regionaal een inhoudelijke verdieping gestart op het onderwerp stevige lokale teams. Uit de verkenning naar de huidige en gewenste situatie in Zuid-Kennemerland en IJmond blijkt dat er een goede basis ligt om toe te werken naar de stevige lokale teams zoals omschreven in het RK. Om te komen tot stevige lokale teams moeten nog wel wat stappen worden gezet. Zo zal er per gemeente in kaart worden gebracht in hoeverre de lokale teams voldoen aan het RK en welke verbeterstappen nodig zijn.

Door deze lokale beelden naast elkaar te leggen, wordt inzichtelijk welke acties op lokaal niveau nodig zijn en wat er regionaal gedaan kan worden om te voldoen aan het RK. Het is van belang dat Buurts goed aangesloten is en ook in 2026 blijft bijdragen aan dit traject. De gemeente neemt het voortouw in de organisatie en facilitering hiervan. Buurts en het CJG bieden samen een gezinsgerichte en integrale aanpak aan gezinnen met zorgen over veiligheid en meervoudige problematiek. Het doel is om vroegtijdig een breed beeld van het gezin te vormen en zo preventief mogelijk in te zetten, zodat zwaardere problematiek en escalatie wordt voorkomen. De rol van casusregisseur wordt hiervoor uitgewerkt met onder andere de AVE-methodiek, omdat deze rol volgens landelijke ontwikkelingen bij de lokale teams komt te liggen. Centraal staan daarbij de uitgangspunten normaliseren, het versterken van het netwerk en de eigen kracht van het gezin, zodat ondersteuning duurzaam kan worden belegd en de inzet van specialistische hulp zoveel mogelijk beperkt blijft.

Richtinggevend kader. Toegang, lokale teams en integrale dienstverlening, februari 2025

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

18

4.9

Verbinding met Jeugdhulp

De vier consortia jeugdhulp hebben verschillende innovatievoorstellen ingediend 30. Eén gaat er over een integrale gezinsgerichte aanpak om uithuisplaatsing te voorkomen. Deze innovatie richt zich op het versterken van de autonomie van gezinnen en beschrijft een nauwe samenwerking met verschillende domeinen, zoals schuldhulpverlening, sociale zekerheid en de Wmo. Met aandacht voor vijf kerngebieden—steun, wonen, school en werk, inkomen en welzijn—worden gezamenlijk doelen vastgesteld en prioriteiten bepaald. De aanpak focust zich op het herstellen van relaties en gezinsdynamiek met als doel: uithuisplaatsing voorkomen en gezinnen helpen duurzame stabiliteit te bereiken. Dit gebeurt door samenwerking, het versterken van netwerken en het inzetten van preventieve ondersteuning, zodat kinderen veilig en stabiel in hun eigen omgeving kunnen opgroeien en toekomstige escalaties worden vermeden. In lijn met de adviezen van de beoordelingscommissie heeft de regionaal programmadirecteur jeugdhulp in 2025 de vier innovatievoorstellen goedgekeurd. Deze worden de komende periode gefaseerd gefinancierd en uitgewerkt. Wat betekent dit voor Buurts? De consortia jeugdhulp zullen vanuit het innovatievoorstel ‘Integrale gezinsgerichte aanpak ter voorkoming van uithuisplaatsing’ naar verwachting de samenwerking met Buurts opzoeken. Het is van belang dat Buurts goed aangesloten is.

4.10 Stadsdeal Ouderenhuisvesting De opgave op het gebied van wonen en zorg voor ouderen is sinds 2022 uitgewerkt in de Stadsdeal Ouderenhuisvesting31 met de gemeente zorgaanbieders en woningcorporaties. Sindsdien hebben partijen de opgave verwerkt in diverse gebiedsontwikkelingen; de mogelijkheden en kansen in de bestaande corporatievoorraad op hoofdlijnen in kaart gebracht; en er zijn stappen gezet om op stadsdeelniveau nadere invulling te geven aan het versterken van inclusieve/levensloopbestendige wijken. Ook Buurts is betrokken bij deze samenwerking. Zo is vanuit deze samenwerking het concept met als werktitel ‘Gewoon Thuisflat’ opgepakt. ‘Gewoon Thuis’ ondersteunt het langer zelfstandig blijven wonen van senioren binnen de bestaande bouw door in te zetten op gemeenschapsvorming en het 30 31

Innovatiebudget Jeugdhulp, april 2025 Stadsdeal Ouderenhuisvesting, februari 2022

stimuleren van de zelf- en samenredzaamheid. In een ‘Gewoon Thuisflat’ werken medewerkers vanuit wonen, welzijn en zorg samen in een team. Het team werkt vraaggericht, en versterkt en ondersteunt de zelf- en samenredzaamheid van de bewoners. Wat betekent dit voor Buurts? Buurts is betrokken bij alle ontwikkelingen op het gebied van wonen en zorg door deelname aan bestuurlijke overleggen en werkgroepen. Buurts is een cruciale partij bij het verder invullen van het concept zorgzame wijk, in het verlengde van de eigen wijkprogrammering. Daarnaast is Buurts een partij bij het bevorderen van gemengd wonen. In het bijzonder bij het invulling geven aan gemeenschappelijke ruimten. Daarbij is het steeds de vraag hoe community building in deze ruimte zich verhoudt tot community building in de wijk. In dat laatste geval heeft Buurts in elk geval een rol, terwijl het in het eerste geval een afweging is die Buurts elke keer moet maken. In 2025 wordt een verkenning uitgevoerd van kansrijke complexen voor ‘Gewoon Thuisflats’ in Haarlem. Vanuit deze verkenning is het voornemen om in 2026 te starten met een aantal locaties waarin dit concept wordt vormgegeven. Naast inzet vanuit de corporaties en zorgpartijen, wordt inzet vanuit Buurts gevraagd bij deze ontwikkeling.

4.11 Kleinschalige woonvoorzieningen Jeugdhulp Er wordt gestreefd naar 0 kinderen in een gesloten jeugdhulpinstelling. Het doel is kinderen zo thuis mogelijk hulp bieden als thuis wonen niet meer mogelijk is 32. Kleinschalige woonvoorzieningen (kwv’s) in de wijken zijn een alternatief, waar jongeren langer durend en ‘zo thuis mogelijk’ kunnen wonen. Als bovenregionale opdracht worden de kwv’s verspreid over de jeugdhulpregio Zuid-Kennemerland en IJmond. Op regionaal niveau wordt in 2025 gestart met een gezamenlijk plan van aanpak voor de realisatie en spreiding van kwv’s. Er wordt gewerkt aan een actueel regionaal beeld van het aantal jeugdigen dat wacht (vanuit een thuissituatie of een andere verblijfsvorm) op plaatsing in een kwv of doorstroom naar een andere woonvorm. De eerste schatting is dat er op termijn minimaal 15 extra plekken nodig zijn in de regio.

32 Kamerbrief passende zorg voor jeugdigen die bescherming en veiligheid nodig hebben, juli 2022

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

19

Wat betekent dit voor Buurts? De aanwezigheid van kwetsbare jongeren in wijken beïnvloedt de vraag naar en het aanbod van meer passend en divers jeugd- en jongerenwerk. Ook neemt de vraag naar andere vormen van ondersteuning specifiek voor jongeren, zoals Waardevol werk, toe. Er zijn kwv’s in Haarlem met kinderen tot 23 jaar. Een deel van deze jongeren zoekt een passende dagbesteding wanneer regulier werk of studie niet haalbaar blijkt.

4.12 Speeltuinen Speeltuinverenigingen spelen een belangrijke rol in de diverse wijken. Veel speeltuinverenigingen beschikken over een gebouw dat gebruikt wordt voor wijkactiviteiten. Hierbij ligt de focus op activiteiten voor kinderen en gezinnen, maar er worden ook activiteiten voor ouderen georganiseerd in de avonduren. Buurts trekt samen met de gemeente op om de functie van speeltuinverenigingen zo goed mogelijk te benutten. In 2025 wordt er vanuit de gemeente nieuw beleid opgesteld om een aantal problemen op te lossen. Zo is er momenteel een achterstand in de staat van onderhoud van speeltoestellen en moet er geïnvesteerd worden om het aantal speeltoestellen in de speeltuinverenigingen op peil te houden. Met specifieke aandacht voor inclusieve speeltoestellen, zodat ook kinderen met een handicap kunnen spelen. Daarnaast is er op dit moment soms sprake van verschillende lopende afspraken, waarin we duidelijkheid willen scheppen door die meer gelijk te trekken. Bijvoorbeeld bij speeltuintoezicht, de inzet van vrijwilligers en onderhoud. Wat betekent dit voor Buurts? De gemeente wil in samenwerking met Buurts dit nieuwe beleid voor speeltuinverenigingen opstellen.

Hierin zal onder andere aandacht zijn voor de rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen, de mogelijkheden voor structureel meer budget voor onderhoud, het speeltuintoezicht, het inzetten van vrijwilligers en wat er verder nodig is om een speeltuin meer inclusief in te richten.

jeugdcriminaliteit in het kader van Preventie met Gezag 33. Met dit programma wil het Rijk een aantal specifieke gemeenten stimuleren om extra inzet te leveren op het voorkomen dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 8 tot en met 27 jaar in de criminaliteit terecht komen of daar verder in afglijden. Eén van de vier projecten waaraan deze subsidie besteed wordt is het ‘2% Straathoekwerk’. De term 2% verwijst naar een kleine subcategorie van jongeren binnen algemene categorie ‘risicojongeren’. Bij de 2%-jeugd doelgroep gaat het om jeugd tussen 10 en 18 jaar, waarover ernstige zorgen zijn. Zij raken al jong betrokken bij ernstige overlast en eerste delicten. Ook komt deze doelgroep (of hun ouders/verzorgers) veelal niet zelf met een hulpvraag of is niet altijd gemotiveerd om mee te werken. Daardoor blijft deze groep buiten beeld. Vooral de moeilijker te bereiken groep die niet vanuit zichzelf het aanwezige jongerenaanbod gebruikt. Wat betekent dit voor Buurts? Nadat geconstateerd is dat het bestaande jongerenwerk en straathoekwerk op dit moment onvoldoende aansluiting heeft bij de 2%-jeugd, is de opdracht voor het 2% straathoekwerk bij Buurts belegd.

Hiermee kan incidenteel extra straathoekwerk worden ingezet dat zich richt op jongeren van 10 tot 18 jaar, dat ambulant aanwezig is in de stad en ook raad weet met jongeren met gedragsproblemen en/of die in beeld komen met overlast of criminaliteit. Wanneer deze incidentele inzet positieve resultaten oplevert, zal Buurts gevraagd worden dit te borgen binnen de opdracht.

4.14 Programma Participatiewet in Balans De huidige Participatiewet is te complex en gaat onvoldoende uit van vertrouwen. Daarom is in 2023 het beleidsplan Participatiewet in balans gepresenteerd 34. Hiermee wil het Rijk concrete stappen zetten om de regels te vereenvoudigen en meer ruimte te geven voor maatwerk. In het plan staan drie sporen benoemd: maatregelen voor de korte termijn (spoor 1), voor de lange termijn (spoor 2) en de vakkundigheid van de professionals vergroten zodat zij meer ruimte hebben om naast de bijstandsgerechtigde te staan (spoor 3).

4.13 Preventie met Gezag Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft Haarlem voor de periode van 1 juli 2024 tot 1 juli 2027 een subsidie toegekend van € 1.500.000 voor de preventieve aanpak van 33

Preventie met gezag, september 2024

34

Programmaplan Participatiewet in Balans, december 2023

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

20

Inmiddels heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Participatiewet in balans (spoor 1)35. Het voorstel, dat naar verwachting per 1 januari 2026 ingaat, omvat ruim 20 maatregelen om de wet op korte termijn te vereenvoudigen en te verbeteren. Het pakket aan maatregelen geeft de professional meer ruimte om te doen wat nodig is om mensen goed te ondersteunen bij de stap naar werk of andere vormen van participatie en te zorgen voor een toereikend inkomen. Met de maatregelen worden de bijverdiengrenzen verruimd, zodat het aantrekkelijker wordt om te werken naast de uitkering en komen er ruimere mogelijkheden voor het geven van mantelzorg. In aanloop naar deze wetswijziging heeft Haarlem eind 2023 al gekozen om een aantal maatregelen eerder toe te passen, zoals het werken met een voorschot na melding uitkering, af te wijken van de ‘vierwekenzoektermijn’ voor jongeren en het invoeren van een bijverdienpremie bij parttime werk in de uitkering. Op onderdelen doet Haarlem al meer, zoals het verhogen van de giftendrempel naar €1.800 euro in plaats van de €1.200 in het wetsvoorstel. Ook verstrekt Haarlem de individuele inkomenstoeslag al ambtshalve voor inwoners die drie jaar of langer een laag inkomen hebben en nog geen recht hebben op de AOW.

Verder is in 2024 al gestart met het project versterken van vakmanschap (spoor 3) om professionals in staat te stellen inwoners met een uitkering zo goed mogelijk te ondersteunen. Dit project zal ook in 2026 doorlopen. Spoor 2 vraagt een herziening van de Participatiewet en een nieuw wetstraject en zal naar verwachting pas in 2026 starten. Wat betekent dit voor Buurts? Het is belangrijk dat Buurts en alle onderaannemers op de hoogte zijn van de wettelijke wijzigingen, dat er ruimte is voor menselijk maat en er helder is bij wie van de gemeente zij terecht kunnen. Zodat de inwoner die de stap naar werk kan maken of een uitkering nodig heeft warm wordt overgedragen door Buurts. Daarbij is het belangrijk dat Buurts een actieve rol neemt in het signaleren en adresseren van belemmeringen voor inwoners in het switchen tussen uitkering en werk en andersom (simpel switchen).

35

Wetsvoorstel Participatiewet in balans, juni 2025

4.15 Regionale ontwikkelingen: Strategische arbeidsmarktagenda 2023-2027 en oprichting Werkcentrum Zuid-Kennemerland en IJmond in 2025 In de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond werken de zeven regiogemeenten, UWV, onderwijs en werkgevers- en werknemersorganisaties aan een goed functionerende en toekomstbestendige regionale arbeidsmarkt. anuit deze samenwerking is de ‘Regionale strategische arbeidsmarktagenda Zuid-Kennemerland & IJmond 2023-2027’ opgesteld 36. De ambities hiervan zijn: een inclusieve arbeidsmarkt, een duurzame plek op de arbeidsmarkt, en de realisatie van de maatschappelijke opgaven. Om deze ambities te realiseren is de keuze gemaakt om focus aan te brengen op het ondersteunen van de sectoren Zorg & Welzijn, Onderwijs en Techniek en om jaarlijks eventuele focus op specifieke groepen werkzoekenden vast te stellen. Voor 2025 is gekozen om te blijven focussen op mensen die vallen onder de banenafspraak, mensen met een psychische kwetsbaarheid en de groep statushouders. Op deze manier kunnen middelen en capaciteit gerichter worden ingezet. In 2025 zijn ook de focussectorplannen verder vormgegeven. Deze plannen zullen de komende jaren richtinggevend zijn voor projecten binnen deze sectoren.

Verder is in de regio toegewerkt naar één digitaal én fysiek loket waar alle werkzoekenden, werknemers en werkgevers in de regio met hun hulpvraag over werk en scholing terecht kunnen: het Werkcentrum. Het ‘no-wrong-door’- principe is hierin leidend. Het Werkcentrum is een netwerksamenwerking tussen gemeenten, UWV, onderwijs, vakbonden en werkgeversorganisaties. Het ‘ eerwerkloket’, ‘Werkgeversservicepunt ZKIJ’ en het ‘Regionaal Mobiliteitsteam ZKIJ Werkt Door’ gaan op in het Werkcentrum. In 2024 is het Werkcentrum van start gegaan met een digitaal loket, en verschillende spreekuren in Haarlem en in de IJmond. Op landelijk niveau wordt er nog nader invulling aangegeven aan de Werkcentra en op basis daarvan wordt het Werkcentrum in 2025 verder doorontwikkeld.

36

Regionale strategische arbeidsmarktagenda Zuid-Kennemerland & IJmond 2023-2027, september 2023

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

21

Wat betekent dit voor Buurts? Het is belangrijk dat Buurts wordt meegenomen in deze ontwikkelingen en weet dat inwoners terecht kunnen bij het Werkcentrum met vragen op het gebied van leren, werken en loopbaan. In de rol van werkgever kan Buurts de komende jaren profiteren van de aangebrachte focus op de sector Zorg & Welzijn.

4.16 Aanpak armoede, geldzorgen en schulden

met problematische schulden wel tot acht jaar wachten voordat zij hulp zoeken. Om de drempel te verlagen, de dienstverlening landelijk gelijk te trekken en overal schuldhulp van hoge kwaliteit te bieden zijn er in 2024 bestuurlijke afspraken voor Basisdienstverlening schuldhulpverlening38 getekend. Aan deze landelijke afspraken wordt de komende tijd verder invulling gegeven. Zo heeft de gemeente Haarlem zich per 1 juli 2025 aangesloten bij het Convenant lokale overheid. Hierdoor is voor inwoners met schulden bij de gemeente, Cocensus of het waterschap direct schuldenrust geregeld. Bij problematische schulden zijn die veelal grote schuldeisers. Wat betekent dit voor Buurts? De genoemde acties ontwikkelingen zullen deze jaren, waar passend en nodig, met elkaar vertaald moeten worden in kennisdeling, beleid en uitvoering. Een algemeen aandachtspunt zit in het zowel vanuit de gemeente als Buurts onvoldoende bereiken van inwoners met problematische schulden met het brede hulpaanbod. Een kenmerkend aspect hierbij is dat zowel inwoners, vrijwilligers als professionals het bespreken van de schulden om diverse redenen vermijden. Ook is er onvoldoende bekendheid met de wettelijke halvering van de aflossingstermijn tot 18 maanden in de schuldhulpregeling. Dit vraagt om nadere afspraken in de strategische samenwerking.

Tot slot kunnen de gemeente en Buurts verder samen optrekken om wijkgerichte campagnes voor preventie/vroegsignalering op te zetten.

In februari 2025 is de integrale beleidsvisie Armoede en Schulden 37, waarmee het lopende beleid is geactualiseerd en gecontinueerd wordt met een aantal toegevoegde accenten: 1. Het bereik verhogen van huishoudens met een laag inkomen en/of geldzorgen; 2. Het onderzoeken van mogelijke vereenvoudiging van het aanvragen c.q. ambtshalve toekennen van aanvragen voor minimaregelingen; 3. Het verder invulling geven aan de landelijke Basisdienstverlening schuldhulpverlening met als doel overal schuldhulp van hoge kwaliteit; 4. Het realiseren van een aanpak voor financieel kwetsbare jongeren in de leeftijd van 16 - 27 jaar met focus op de overgangsfase 18- / 18+; 5. Het uitvoering geven aan de door de raad geselecteerde maatregelen in lijn met de kaders van het Raadsbesluit A-dossier Kinderarmoede. In de beleidsvisie zijn verdere actiepunten benoemd die tussen 2025 en 2029 uitgevoerd moeten worden. Deze actiepunten worden nog verder uitgewerkt, maar bij een aantal is Buurts specifiek als samenwerkingspartij benoemd: • Geldstress-campagnes van SZW en Geldfit inzetten samen met Buurts, Nova College en InHolland; • Samenwerking Buurts, HATKA en organisaties in de stad intensiveren en op buurtniveau inwoners ondersteunen met geldzaken, geldzorgen en schulden • Strategische samenwerking met Buurts en HATKA en Buurtplaatsen verder versterken en onderling nog beter verbinden.

• Met Buurts optrekken op het speerpunt Geldzorgen en Rondkomen • Continueren van NewFuture voor jongeren en versterken van de aanpak. Ook samen ook met Buurts omdat de complexiteit van de jongeren is toegenomen

4.17 Wijkgerichte aanpak kinderarmoede In het A-dossier Kinderarmoede39 zijn vorig jaar gezamenlijk stappen gezet om te komen tot het bestrijden van kinderarmoede en het geven van meer kansen aan kinderen. Hierbij zijn vier doelstellingen benoemd: • Gelijke kansen voor alle Haarlemse kinderen. Alle kinderen uit gezinnen met een laag inkomen hebben toegang tot en worden geleid naar aanvullende educatieve programma’s, zoals culturele en sportactiviteiten. Haarlem zet zo in op het creëren van gelijke kansen door het verzachten van de gevolgen van een laag inkomen. • Ondersteuning en versterken van de gezinnen. Gezinnen met een laag inkomen maken gebruik van financiële en sociale ondersteuningsprogramma’s. Gezinnen worden ondersteund bij het zelf verbeteren van hun leefsituatie.

Vanuit de Wet Schuldhulpverlening ondersteunt de gemeente inwoners met geldzorgen en bij schulden zorgen ze zo snel mogelijk voor schuldenrust. Onderzoek wijst uit dat inwoners 37

Beleidsvisie Armoede en Schulden ‘in Haarlem meer kansen voor financieel kwetsbaren’ 2025-2028, januari 2025

38 39

Bestuurlijke afspraken voor basisdienstverlening schuldhulpverlening, ministerie van SZW, feb 2024 A-dossier 2024: aanpak kinderarmoede, gemeente Haarlem

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

22

•

•

Toegankelijkheid en regie. Haarlem zet in op het verbeteren van de toegankelijkheid van de gemeentelijke diensten en voorzieningen. Dit gebeurt samen met de partners in de stad en met behulp van ervaringskennis. Gezonde ontwikkeling. Op de lange termijn zijn de scores van fysieke en mentale gezondheid bij kinderen in armoede verbeterd.

In januari 2025 is de nieuwe aanpak vastgesteld door de Haarlemse gemeenteraad met daarin keuzes om kinderarmoede te bestrijden als onderdeel van de actualisatie van de beleidsvisie Armoede en Schulden. Hierbij is ook een selectie van maatregelen gedaan om in de komende beleidsperiode aan de doelstellingen te werken. Het zijn niet alleen maatregelen die verzachten, maar ook maatregelen die versterken en op lange(re) termijn tot verandering en verbetering moeten leiden. Samenwerking tussen gemeente, Buurts, HATKA en andere partners in de stad is hierbij cruciaal. Wat betekent dit voor Buurts? Voor het succesvol uitvoeren en onder de aandacht brengen bij inwoners van de maatregelen is samenwerking tussen de gemeente, Buurts, HATKA en andere partners in de stad, zoals scholen en geloofsgemeenschappen, cruciaal. Ook vragen de hoofddoelstellingen vanuit het A-dossier om nog meer aandacht voor kinderen te hebben. Ook wanneer inwoners contact met Buurts hebben over andere onderwerpen kan de focus op kinderen uit gezinnen met een laag inkomen worden gelegd en kunnen ouders geholpen worden om een beroep te doen op de regelingen voor kinderen.

vertrouwensverlies en het herstellen hiervan. Zij kunnen dat opbouwen door participatie goed vorm te geven, zeggenschap te faciliteren en initiatieven te omarmen. De gemeente Haarlem zet met het Programma Versterken Lokale Democratie in op het verbeteren van de betrokkenheid van haar inwoners. Met dit Programma wordt onderzocht hoe Haarlemmers beter betrokken kunnen worden bij beleidsvorming en de eigen leefomgeving. Zo is er geëxperimenteerd met het burgerberaad en uitdaagrecht. Ook is het project Wijk aan Zet als instrument ingezet om bewoners te activeren bij het vormgeven van hun leefomgeving. De ideeën in dit project geven de behoeften, wensen en eigen kracht binnen een wijk goed weer. Bij het uitvoeren van Wijk aan Zet wordt duidelijk dat de bijvangst haast net zo belangrijk is als de hoofdvangst. De samenwerking met partijen in de buurt, sleutelfiguren en de gemeente zorgt ervoor dat veel ideeën van inwoners die niet ‘wonnen’, toch waargemaakt kunnen worden. Verder wordt het filmproject Stadsreporters ingezet, waarbij inwoners het inwonersperspectief in beeld brengen door belangrijke plekken in hun eigen wijk filmen. Zij laten zien wat zij waardevol vinden. Al doende ontstaan er nieuwe gemeenschappen. Bij vertoningen in de wijk, bij Buurts en in het gemeentehuis ontstaan gesprekken tussen inwoners, professionals en vrijwilligers over wat van waarde is in de wijk.

Bewonersinitiatieven worden waar nodig gefaciliteerd en in het zonnetje gezet. Wat betekent dit voor Buurts? Buurts moet op de hoogte zijn en worden meegenomen in de ontwikkelingen rond de versterking van de participatie. Verder zijn de lokale netwerken en kennis van Buurts cruciaal voor het functioneren en laten slagen van projecten als Wijk aan Zet en Stadsreporters. Buurts is belangrijk als kenner van de buurt en in een meer faciliterende rol bij het verspreiden van informatie en het ondersteunen van plannenmakers.

4.18 Versterken Participatie en Lokale Democratie De ‘Wet versterking participatie op decentraal niveau40’ is in 2025 ingegaan en helpt om participatie én zeggenschap sterker te verankeren in de praktijk van de gemeente. Het samenspel tussen inwoners, gemeente, maatschappelijke partners en bewonersgroepen onderling vereist aandacht. De verwachting van inwoners dat instituten, zoals de lokale overheid, van alles voor hen regelen is niet meer reëel. Daarbij komt dat er verharding plaatsvindt tussen inwoners onderling en tussen inwoners en instituten. Het vertrouwensverlies dat daarmee gepaard gaat, kan ertoe leiden dat inwoners geen vertrouwen meer hebben in elkaar en dat kwetsbare inwoners wegblijven van voorzieningen en diensten die hen kunnen helpen. Gemeente en lokale partners hebben een rol in het voorkomen van

4.19 Zorgzame wijken en sterke gemeenschappen

40

42

41

Wet versterking participatie op decentraal niveau, juni 2024 Een thuis voor iedereen, mei 2022

In lijn met de landelijke programma’s ‘ en thuis voor iedereen’ 41 en ‘Wonen en Zorg voor ouderen’42 heeft de gemeente het Actieprogramma Wonen en Zorg 2025-2030 opgesteld: Gewoon samen thuis43. In dit programma worden de woonzorgopgave en de te ondernemen acties beschreven voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, mensen die dakloos zijn, mensen met een beperking, ouderen en jeugdigen. Mensen met een zorg- of ondersteuningsbehoefte zullen steeds vaker in een zelfstandige woning wonen. Dit vraagt

43

Wonen en Zorg voor ouderen, november 2022 Actieprogramma Wonen en Zorg 2025-2030. Gewoon samen thuis, mei 2025

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

23

om voldoende geschikte woningen en woonvormen waar zorg en ondersteuning passend kan worden aangeboden. Wat dit betekent voor Buurts voor mensen met psychische kwetsbaarheid, mensen die dakloos zijn, ouderen en jeugdigen staat benoemd in de paragrafen 4.1, 4.10 en 4.11. Daarnaast zijn voor deze beweging zorgzame wijken en buurten nodig, met sterke gemeenschappen waarin mensen naar elkaar omkijken, met ruimte voor ontmoeten en bewegen en toegankelijke en nabije voorzieningen. Sterke gemeenschappen zijn er al veel in Haarlem en niet alleen op het niveau van wijken en buurten. Wijken en buurten zijn wel een belangrijke vindplaats voor bewoners en hun gemeenschappen. De wijkprogrammering en de toepassing van de ABCD-methode voor opbouwwerk door Buurts, zijn belangrijk voor het ontwikkelen en behouden van gemeenschappen. Soms speelt Buurts alleen een rol op de achtergrond, soms heeft een wijk of buurt intensievere ondersteuning nodig bij gemeenschapsvorming. Ook interventies vanuit het programma Versterken Lokale Democratie (zie 4.18) en de gemeentelijke wijkaanpakken kunnen bijdragen aan gemeenschapsvorming. Tot slot ondersteunt Buurts nu al veel zogenaamde ‘vrijwilligersorganisaties zonder personeel’ (VOZP), die ook beschouwd kunnen worden als lokale gemeenschappen. De wijk of buurt is ook belangrijk als nabije (fysieke) leefomgeving.

Dan gaat het om de nabijheid van (maatschappelijke) voorzieningen en een openbare ruimte die toegankelijk is en uitnodigt tot ontmoeten en bewegen. De spreiding en kwaliteit van Huizen van de Wijk en buurtkamers speelt hierin een belangrijke rol. Daarnaast wordt Buurts als (kennis)partner ingezet bij de (her)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Wat betekent dit voor Buurts? Het is belangrijk dat Buurts doorgaat met het intensiveren van de stadsbrede toepassing van de ABCD-methodiek en haar wijkprogrammering laat bijdragen aan het ontwikkelen en behouden van gemeenschappen; interventies vanuit het programma Versterken Lokale Democratie en de wijkaanpakken benut voor gemeenschapsvorming en de ondersteuning van ‘vrijwilligersorganisaties zonder personeel’ continueert. Daarbij is en blijft Buurts voor gemeente, corporaties en ontwikkelaars een belangrijke samenwerkingspartner bij projecten voor (her)inrichting van openbare ruimte en (her)ontwikkeling van maatschappelijke voorzieningen (vooral ontmoetingsruimten).

44

4.20 Gebiedsopgaven 2027-2030 Elke vier jaar stelt de gemeente Haarlem samen met verschillende stakeholders een gebiedsopgave per gebied op. Deze gebiedsopgaven bevatten een aantal prioriteiten en doelstellingen waar de komende jaren op ingezet zal worden. Deze opgave is ‘hoog over’. Vervolgens wordt er elk jaar in een gebiedsplan beschreven welke maatregelen, gelinkt aan een of meerdere doelstellingen uit de gebiedsopgave, dat jaar uitgevoerd zullen worden. Zoals de wijkaanpakken in Meerwijk, Rozenprieel. Delftwijk en de Transvaal, maar ook in de Slachthuisbuurt waar intensief met Buurts wordt samengewerkt om de zelfredzaamheid en weerbaarheid van inwoners te versterken. De huidige gebiedsopgaven lopen af in 2026 44, waardoor er medio 2026 voor de periode 2027-2030 nieuwe gebiedsopgaven geformuleerd zullen worden. Wat betekent dit voor Buurts? Buurts heeft een belangrijke rol in deze gebiedsopgaven en -plannen. Met name op het sociale component. Aan de ene kant, omdat Buurts als strategisch partner in de stad kan aangeven welke opgaven er in de gebieden zijn. Aan de andere kant kan Buurts met de opdracht Gewoon in de Wijk bijdragen aan de verschillende doelstellingen en kunnen vanuit de gebiedsopgaven en -plannen de mogelijkheden tot domeinoverstijgende samenwerkingen verder vergroot worden.

Buurts moet daarom goed en tijdig betrokken wordt bij het opstellen van de opgaven en plannen. Zodat de prioriteiten en doelstellingen breed gedragen worden en aansluiten bij wat Buurts signaleert en doet .

5. Reflectie op het Jaarverslag 2024 Het derde element van de trendrapportage is een reflectie op het jaarverslag van Buurts. In het jaarverslag legt Buurts uit hoe zij in 2024 uitvoering hebben gegeven aan de opdracht Gewoon in de Wijk. Daarbij geeft het jaarverslag inzicht in de kwaliteit, het bereik, de resultaten en de ervaren effectiviteit van de opdracht en geeft het een beschrijving van de voortgang op de uitvoering van de speerpunten.

Gebiedsopgaven Haarlem 2023-2026, juli 2023

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

24

oor Buurts stond 2024 in het teken van ‘Krachtig doorpakken’. De gemeente herkent en waardeert de inspanningen die Buurts samen met haar partners heeft geleverd om toe te werken naar een sociaal domein zonder drempels; waar inwoners dichtbij en in de wijk ondersteund worden; en uitgenodigd en gestimuleerd worden om mee te doen. De hoofdopgave van Buurts: werken aan een duurzaam en betaalbaar stelsel binnen de opdracht Gewoon in de Wijk is geen eenvoudige. Toch is Buurts in 2024 in staat geweest inwoners kwalitatief goed en ervaren effectief te ondersteunen op het gebied van redzaam zijn en meedoen en binnen het beschikbare budget. In Bijlage 4 is het hele jaarverslag terug te lezen. In de volgende paragrafen worden een aantal onderdelen uitgelicht.

5.1 Gebiedsgericht werken wordt verder uitgewerkt Om optimaal aan te sluiten bij de mogelijkheden en behoeften van inwoners én de kracht van de wijk te kunnen benutten, is gebiedsgericht werken een belangrijk onderdeel van de opdracht Gewoon in de Wijk. Dat Buurts in 2024 is overgestapt naar een verregaande gebiedsgerichte organisatie ziet de gemeente dan ook als een zeer positieve ontwikkeling. Hiermee kan er steeds integraler worden gewerkt aan de opgaven per gebied. Zo geeft Buurts in de paragraaf ‘realisatie in de gebieden’ de belangrijkste ontwikkelingen in de verschillende gebieden weer. Buurts kiest duidelijk voor een co-creatieve samenwerking in de aanpak van ontwikkelingsvraagstukken met inwoners en samenwerkingspartijen, zoals de gemeente en woningcorporaties. Dit versterkt de oplossingsmogelijkheden en leidt tot gedragen plannen die passen bij de behoeften in de stad. Goede voorbeelden hiervan zijn de doorontwikkeling van de Roos en Cronjé 1a/b. Ook zijn de OZP’s en onderaannemers van Buurts steeds meer onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak. Dit zien we bijvoorbeeld terug in het meer gebiedsgericht bepalen van hun inzet en een verbeterde samenwerking in de Huizen van de Wijk. Ten slotte heeft Buurts in 2024 beter met de wijkprogrammering als methodiek kunnen werken bij het bepalen van prioriteiten en inzet in de gebieden.

Hoewel de integrale samenwerking in de gebieden rondom jeugd- en jongerenwerk er in 2024 nog niet was, werd en wordt hier wel hard aan gewerkt. Buurts heeft zich ingespannen om het aanbod van jeugd- en jongerenwerk in heel Haarlem op orde te krijgen, maar dit blijft kwetsbaar door het beperkte budget. Er is sprake van een waterbedeffect: waar in het ene gebied meer jongerenwerk wordt ingezet, kan er in andere gebieden minder worden ingezet. Dit is niet te wijten aan Buurts of de keuzes die zij hierin maken. In samenwerking met de gemeente wordt hard gewerkt om per gebied inzicht te krijgen in de behoeften en mogelijkheden in het jeugd- en jongerenwerk. Dit loopt naast het traject dat Buurts met

Radar Advies en alle jeugd- en jongerenwerkpartijen uitvoert om tot een gezamenlijke visie te komen. Beide trajecten tonen aan dat er nog een belangrijke opgave ligt om tot een stevig en passend aanbod te komen in alle gebieden.

5.2

Integrale ondersteuning door de wijkteams

Buurts merkt dat de vragen van inwoners stijgen en complexer worden, maar toch zijn ze er in 2024 goed in geslaagd om de wijkteams nog beter toe te rusten en inwoners met verschillende ondersteuningsvragen verder te helpen. Niet alleen met trainingen en deskundigheidsbevordering voor de wijkteams, maar ook door de samenwerking met de onderaannemers in de sociale basis en met andere partijen zoals de OGGZ-keten, het medisch domein en de FACT-teams te versterken. Ook het door Buurts ontwikkelde product co-begeleiding ziet de gemeente als een mooi voorbeeld van het integraal en laagdrempelig uitvoeren van de opdracht Gewoon in de Wijk. Hierin werken de wijkteams en de partners van Buurts ieder vanuit de eigen mogelijkheden en expertise samen met de inwoner aan het toekomstplan. en inwoner wordt niet meer ‘doorverwezen’ of ‘overgedragen’, maar houdt het vaste gezicht uit het wijkteam. Ook kunnen hierdoor wachtlijsten bij partners verkort worden én ontstaat er kennisuitwisseling: de partners leren wat het wijkteam kan betekenen en wijkteams leren van de expertise van de partner. Het ziekteverzuim bij Buurts blijft een belangrijk aandachtspunt. Bij de start van de opdracht was het verzuim al hoog. Hier zijn in 2023 al acties op ingezet, maar ook in 2024 daalde het percentage moeizaam. Dit is zorgelijk, maar de gemeente waardeert de inzet die Buurts hierop pleegt.

Zo zet Buurts sterk in op vitaliteit, verlagen van de werkdruk, gerichte interventies op afdelingsniveau en het versterken van de teams met trainingen en deskundigheidsbevordering. Ook is er overgestapt van arbodienst, een werkgeluk- en werkdruktool geïntroduceerd en is eind 2024 een plan van aanpak opgesteld om de werkprocessen te verbeteren. Hopelijk leidt al deze inzet tot de gewenste verzuimverlaging.

5.3

Collectiviseren en samenwerken op de grensvlakken

Het bieden van collectieve oplossingen voor individuele hulpvragen van groepen inwoners ziet de gemeente als een essentieel onderdeel om binnen de opdracht inwoners hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. De noodzaak tot het ontwikkelen van collectief aanbod blijft onverminderd groot. Het is positief om terug te zien dat het steeds vaker lukt om een individuele vraag, naar tevredenheid van de inwoner, met collectief aanbod te ondersteunen. Al liggen er nog wel kansen die zorgvuldig ingezet en doorontwikkeld kunnen

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

25

worden, zoals Buurts zelf ook stelt in het jaarverslag. Zo zijn in 2023 wijkcontactvrouwen aangesteld en de sociaal makelaars aan de wijkteams verbonden en in 2024 zijn medewerkers en vrijwilligers getraind in, onder andere, de ABCD-methodiek en zijn er meer activiteitenbegeleiders en sociaalverbinders aangesteld. Een vervolgstap is om op basis van de lessen uit de experimenten, de randvoorwaarden voor collectiviseren verder op orde te brengen en te versnellen. Hopelijk draagt dit ook bij aan het benutten van de verschillende collectiviseringskansen die we signaleren op de grensvlakken van de samenwerking met andere partners en de gemeente. Het is namelijk duidelijk dat Buurts een steeds grotere rol speelt in de samenwerking op de grensvlakken. Rond allerlei opgaven en ontwikkelingen zit Buurts als strategisch partner aan tafel. Zo zijn in de samenwerking met het CJG verdere samenwerkingsafspraken gemaakt en wordt er gewerkt aan een soepelere overgang van 18-/18+. Buurts geeft aan dat hier nog kansen liggen voor verdere verbetering van de samenwerking, maar ook op het gebied van collectief aanbod voor jongeren op het grensvlak met jeugdhulp liggen er kansen. Andere collectiviseringskansen liggen er bijvoorbeeld in de samenwerking met het medisch domein of in de samenwerking op het grensvlak van Buurts en Beschermd Thuis.

Met name in het samen optrekken rond het landen in de wijk.

5.4

Werken aan strategisch partnerschap

De gemeente heeft het tweede jaar van Gewoon in de Wijk als intensief en prettig ervaren. Over het algemeen wordt gemerkt dat het samenwerken in partnerschap meer oplevert. Er zijn meer vaste gezichten waarmee ‘gebouwd’ wordt en er is een sterkere aansluiting op de kennis en ervaring uit het werkveld met kortere lijnen en betere oplossingen. De samenwerking is steeds meer gericht op het versterken van elkaars belangen en gericht op het inhoudelijk verder brengen van een vraagstuk. In de onderlinge relatie staat het ‘prettig met elkaar samenwerken’ duidelijk voorop, maar daarbinnen wordt ook ‘gebotst’. Soms in de relatie, soms rond een verschil van inzicht in ‘wat werkt’ en soms in de aanpak van het proces van samenwerken. In 2024 is met verschillende bijeenkomsten het samenwerken in strategisch partnerschap verder onderzocht. Hieruit zijn verschillende acties gekomen die de gemeente graag samen met Buurts verder uitwerkt, zoals het strategisch samen sturen; het blijvend vertellen en uitdragen van de visie en het verhaal van Gewoon in de Wijk; en het meer borgen van geleerde lessen. Ook is er behoefte om scherper met elkaar te onderzoeken hoe bij een beleidsambitie of vraag vanuit de stad een nieuwe samenwerking start en hoe we rond ontwikkelopgaven tot meer samenhang kunnen komen.

Tot slot beschrijft Buurts in het jaarverslag dat er een disbalans wordt ervaren in beschikbare beleidscapaciteit tussen gemeente en Buurts. De gemeente herkent dat hierin veel op Buurts afkomt. Dit leidt tot frustraties over en weer, omdat een door de gemeente gewenste deelname of inzet van Buurts niet altijd haalbaar is. Ook de overlap in verschillende programma’s die net even een ander perspectief hebben, is groot. De hierboven geschetste constateringen zijn niet nieuw en ook zeer herkenbaar in andere gemeenten. Voor 2026 zijn Buurts en de gemeente van plan hier verdere oplossingen voor te vinden. Hierbij wordt gedacht aan oplossingen die passen bij de opgaven van Buurts: efficiënt en effectief werken en vanuit de gemeente beter aansluiten bij een de (meerjaren)beleidsagenda van Buurts.

6 Prioriteiten 2026 Hoewel de kaders van de opdracht Gewoon in de Wijk zijn vastgesteld in de Uitnodiging tot Inschrijving en de Uitvoeringsafspraken, kunnen er wel accenten worden meegegeven aan Buurts. Dit zijn geen grote veranderingen, maar op basis van de analyses uit voorgaande hoofdstukken ziet het college een aantal prioriteiten voor 2026 en verder.

6.1

Investeer in sterke gemeenschappen en inwonersinitiatieven

Het sociaal domein komt steeds verder onder druk te staan. De huidige inrichting van het stelsel is niet houdbaar richting de toekomst. De uitdaging is om het sociaal domein toekomstbestendig te maken en te houden, met name voor inwoners die dat het hardste nodig hebben. Als antwoord hierop is de gemeente Haarlem de afgelopen jaren het pad ingeslagen om de vorming van sterke gemeenschappen en zorgzame wijken te stimuleren en te faciliteren. Zoals beschreven in Paragraaf 4.19 heeft Buurts hier ook al een grote rol in, maar de komende jaren verwacht het college van Buurts een nog grotere inzet op gemeenschapsvorming. De gemeente en Buurts gaan komend jaar samen met andere betrokkenen de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden verduidelijken. Zo is op het niveau van woongemeenschappen (gemengd wonen, Gewoon Thuisflats) Buurts niet altijd de eerstverantwoordelijke partij, maar wel een hele belangrijke partner. Terwijl Buurts op het niveau van wijken en buurten de centrale partij is bij het ondersteunen, ontwikkelen en in stand houden van inwonersinitiatieven en sterke gemeenschappen, waarin mensen omkijken naar elkaar. Het college wil de inzet hierop volgende jaren graag intensiveren. De wijk of buurt is daarnaast ook belangrijk als nabije (fysieke) leefomgeving met voldoende

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

26

(maatschappelijke) voorzieningen in de nabijheid en een openbare ruimte die toegankelijk is en uitnodigt tot ontmoeten en bewegen. Zo is Buurts een belangrijke (kennis)partner bij de (her)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en speelt de spreiding en kwaliteit van Huizen van de Wijk en buurtkamers een belangrijke rol. In dat kader blijft ook de samenwerking op het Huisvestingsplan Gewoon in de Wijk45 essentieel.

6.2

Investeer in collectiviseren en de samenwerking op de grensvlakken

Het is goed om te zien dat het al regelmatig lukt om inwoners met vergelijkbare individuele ondersteuningsvragen met collectief aanbod te ondersteunen. Het college verwacht dat Buurts hierin een vervolgstap stap kan zetten door op basis van de opgedane lessen, de randvoorwaarden voor collectiviseren verder op orde te brengen en te versnellen. Hierbij verwacht het college wel dat Buurts oog blijft houden voor wat individueel nodig blijft. Hopelijk draagt deze vervolgstap ook bij aan het benutten van de verschillende collectiviseringskansen die we gezamenlijk signaleren op de grensvlakken. Zoals uiteengezet staat in Hoofdstuk 4 zijn de vele grensvlakken van Gewoon in de Wijk volop in ontwikkeling met als rode draad de verdere beweging ‘naar voren’: meer in de eigen leefomgeving en wijk, meer preventief en meer collectief. Net als vorig jaar wil het college benadrukken dat het samen optrekken met elkaar en het gezamenlijk collectiviseren van aanbod prioriteit heeft en van Buurts een blijvende aanjagende rol vraagt. Voor komend jaar vraagt het college om te blijven investeren in de samenwerking op deze grensvlakken. Bijvoorbeeld door de samenwerking met het CJG en de Jeugdhulpconsortia verder te verbeteren en de kansen voor collectief aanbod op het grensvlak met Jeugdhulp verder te verkennen.

Of door op het grensvlak van Buurts en Beschermd Thuis samen op te blijven trekken rond het landen in de wijk en de collectiviseringskansen die hier liggen.

6.3

inwoners die dat nodig hebben. Daar zijn we nog niet, maar er zijn grote stappen in de juiste richting genomen en er is een mooie beweging in gang gezet. Het is daarom ook belangrijk dat dit geborgd wordt, landt in de reguliere praktijk en breder ingezet, waarbij de samenwerking met de gemeente ook een grote rol speelt. Zo willen we aandacht hebben voor vragen als: ‘doen we de goede dingen goed?’, maar ook onderwerpen als: het strategisch samensturen, het blijvend vertellen en uitdragen van de visie en het verhaal van Gewoon in de Wijk, en hoe start een nieuwe samenwerking bij een beleidsambitie of vraag vanuit de stad. Daarom wil het college voor 2026 samen met Buurts stappen zetten om de ingezette beweging en het ontwikkelde stelsel verder te borgen.

6.4

Evalueren van drie jaar Gewoon in de Wijk

Buurts is in 2025 aan het derde jaar van de uitvoering van opdracht Gewoon in de Wijk gestart. In de contractafspraken staat dat er na het derde en na het zesde jaar een evaluatie plaatsvindt op zowel het stelsel (integraliteit van de opdracht, strategisch partnerschap en taakgerichte bekostiging) als op de prestaties van Buurts. Het doel van deze evaluatie is om inzicht te verkrijgen in de inrichting, werking en de resultaten van "Gewoon in de Wijk" na de eerste drie jaar, met het oog op verdere ontwikkeling en sturing richting de beoogde doelen voor 2030. In het kader van strategisch partnerschap en het leren en verbeteren in dialoog werken de gemeente en Buurts samen om de evaluatie verder voor te bereiden door de vorm, invulling en de te evalueren onderwerpen samen te bepalen. Zo wordt momenteel gewerkt aan een opdrachtomschrijving voor een extern bureau met de belangrijkste elementen en focuspunten voor deze evaluatie, gebaseerd op de uitgangspunten en doelen zoals vastgelegd in de Uitnodiging tot Inschrijving. Voor 2026 vraagt het college aan Buurts om samen op te blijven trekken bij deze evaluatie. Zowel bij de voorbereiding, de uitvoering en het leren en verbeteren van de uiteindelijke resultaten van de evaluatie.

Borg de ingezette beweging en het stelsel

In het jaarverslag 2024 geeft Buurts aan dat in de komende jaren het duurzaam borgen van het uitvoeren van de opdracht Gewoon in de Wijk centraal zal staan. Het college onderschrijft deze uitspraak. Er is de afgelopen jaren volop gebouwd en ontwikkeld aan een toekomstbestendig en betaalbaar sociaal domein dat duurzaam ondersteuning biedt voor 45

Huisvestingspan Gewoon in de Wijk, juni 2024

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16156709/1