CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Toelichting ontwerpbestemmingsplan

commissie Ontwikkeling 2 november 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Ter inzage leggen ontwerpbestemmingsplan Rootz (FR)22.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Toelichting

Rootz Ontwerp

DNS Planvorming BV Amsterdam, NL.IMRO.0392.BP9120020-co01

Rootz

"Rootz" (ontwerp)

2

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel bestemmingsplan 1.2 Opzet bestemmingsplan 1.3 Ligging en begrenzing van het plangebied 1.4 Geldende planologische regelingen 1.5 Bestemmingsplanprocedure 1.6 Leeswijzer plantoelichting

6 6 6 6 7 8 9

Hoofdstuk2 Ontwikkeling 2.1 Bestaande situatie en omgeving 2.2 Beoogde ontwikkeling

10 10 10

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal- en regionaal beleid 3.3 Provinciale Omgevingsverordening NH2020 3.4 Gemeentelijk beleid

15 15 17 17 18

Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieuzonering 4.2 Bodem 4.3 Asbest 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Duurzaamheid en energie 4.8 Mobiliteit 4.9 Waterparagraaf 4.10 Cultuurhistorie 4.11 Archeologie 4.12 Groenparagraaf 4.13 Natuurwaarden 4.14 Stikstof 4.15 Vliegverkeer 4.16 Bezonning 4.17 Windhinder 4.18 Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen 4.19 Mer-beoordeling

29 29 30 31 31 32 33 34 35 37 39 40 41 42 43 44 44 44 45 45

Hoofdstuk5 Juridische aspecten 5.1 Inleiding 5.2 Juridische planopzet 5.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels 5.4 Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels

47 47 47 49 50

Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.3 Handhaving

51 51 51 53

"Rootz" (ontwerp)

3

"Rootz" (ontwerp)

4

"Rootz" (ontwerp)

5

Toelichting

"Rootz" (ontwerp)

6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel bestemmingsplan

Het projectgebied van ROOTZ maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Schalkwijk-Midden. In samenspraak met de eigenaren is het ontwikkelkader ‘Schalkwijk-Midden, stad tussen de bomen’ opgesteld, dat de raad op 8 juli 2017 heeft vastgesteld. Dit ontwikkelkader gaat uit van een transitie van het gebied naar een intensief, hoog stedelijk woon-werkgebied, dat wordt gekenmerkt door een groene buitenruimte met veel bomen. Uitgangspunt voor Schalkwijk-Midden is dat zoveel mogelijk van de huidige behoudenswaardige bomen blijven staan of worden verplaatst en nieuwe bomen worden aangeplant. Op 27 mei 2021 is in vervolg op 'Stad tussen de bomen' ook het 'Beeldkwaliteitplan Schalkwijk-Midden' vastgesteld dat als kader zal dienen bij het beoordelen van de bouwplannen. Op 26 oktober 2021 is het stedenbouwkundig plan ROOTZ Schalkwijk-Midden vastgesteld (Bijlage 1). Het stedenbouwkundig plan ‘ROOTZ’ voorziet in de herontwikkeling van het voormalige belastingkantoor en omgeving (Belcanto-locatie) tot een hoogwaardige stedelijke omgeving met maximaal 697 woningen in diverse prijscategorieën verdeeld over 7 appartementengebouwen, een ‘paviljoen’, een ondergrondse parkeergarage en een (bovengrondse) gebouwde parkeervoorziening. In verschillende gebouwen zijn in de plint maatschappelijke en/of commerciële voorzieningen voorzien.

Het stedenbouwkundig plan is een uitwerking van de kaders zoals door de Raad vastgelegd in het ‘Ontwikkelkader Schalkwijk-Midden’. Voorliggend bestemmingsplan biedt de planologisch-juridische titel voor de transformatie. In het bestemmingsplan is enige flexibiliteit opgenomen in verband met de verdere planuitwerking. Waar mogelijk en wenselijk wordt in het plan ruimte geboden voor functieverandering of aanpassing van de bebouwingsmogelijkheden. Bij een afwijking hoeft het bestemmingsplan niet te worden aangepast, bij een wijziging wel. Dergelijke afwijkingen en wijzigingen kunnen doorgaans worden toegepast, indien dit leidt tot een verbetering in de ruimtelijke en functionele structuur en is aangetoond dat zich geen negatieve gevolgen voor de omgeving voordoen. In de planregels zijn de exacte voorwaarden vastgelegd.

1.2

Opzet bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De regels bevatten juridische regels over het gebruik van de ruimte. Deze regels geven aan of, en zo ja, hoe ruimte bebouwd mag worden en welke functies (bestemmingen) zijn toegestaan. De verbeelding geeft de exacte plaats van de bestemmingen aan, en verwijst naar de regels. De toelichting, tenslotte, is de onderbouwing van regels en verbeelding. Hierin staan het doel van het bestemmingsplan en de toekomstige ontwikkeling van het gebied. De toelichting gaat in op onderwerpen die voor die ontwikkeling van belang zijn, zoals de stedenbouwkundige structuur, de haalbaarheid van het plan en milieuaspecten.

1.3

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied van bestemmingsplan ROOTZ ligt in Schalkwijk en wordt aan de noordzijde begrensd door de Kennedylaan, aan de oostzijde door de Amerikaweg, aan de zuidzijde door het Antillenpad en aan de westzijde door de Europaweg (zie afbeelding 1.2). Het gebied beslaat een oppervlak van ca. 2 ha.

"Rootz" (ontwerp)

7

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied

1.4

Geldende planologische regelingen

Binnen het plangebied ROOTZ gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan

Datum vaststelling

Bestemmingsplan Schalkwijk-Midden

06-06-2013

Parapluplan Parkeernormen Haarlem 2018

17-05-2017

Reparatieplan B Haarlem 2019

21-11-2019

Reparatieplan C Haarlem 2020

22-04-2021

"Rootz" (ontwerp)

8

Afbeelding 1.2: Uitsnede uit het vigerende bestemmingsplan Schalkwijk-Midden De gronden hebben in hoofdzaak de bestemming 'Gemengd - 5' en daarnaast de bestemming Verkeer. Op basis van deze bestemming zijn diverse functies toegestaan: Kantoren, praktijk- en atelierruimten, (zakelijke) dienstverlening, maatschappelijke doeleinden, bedrijven, horeca (waar dat is aangegeven op de verbeelding), en aan de hoofdfunctie ondergeschikte en daarmee verbonden detailhandel en horeca. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. De maximale bouwhoogte is door middel van hoogteaanduidingen vastgelegd op de verbeelding en is in overeenstemming met de daadwerkelijke hoogte van de bestaande bebouwing. Langs de Europaweg bevond zich een tankstation ten behoeve waarvan de bestemming 'Bedrijf' is opgenomen. Dit tankstation is inmiddels geheel gesloopt en komt ook niet meer terug. De overige geldende planologische regelingen bestaande uit 'Parapluplan Parkeernormen Haarlem 2018', 'Reparatieplan B Haarlem 2019' en 'Reparatieplan C Haarlem 2020' zijn meer generiek van aard en hebben geen directe gevolgen voor bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het plangebied van ROOTZ. De ontwikkeling ROOTZ is in strijd met het huidige bestemmingsplan Schalkwijk-Midden.

Rootz voorziet in het realiseren van woonfuncties (en voorzieningen) in nieuw te realiseren gebouwen. De functie wonen is niet toegestaan in het bestemmingsplan Schalkwijk-Midden. De nieuwbouw is voorzien buiten de in het bestemmingsplan Schalkwijk-Midden opgenomen bouwvlakken en de bouwhoogtes. Bij de inwerkingtreding van het bestemmingsplan ROOTZ zullen de in het schema genoemde plannen komen te vervallen, voor zover het de delen betreft die liggen in onderhavig plangebied. Voor zover in het verleden bouw- of omgevingsvergunningen zijn verleend in afwijking van de vigerende bestemmingsplannen, zijn deze wijzigingen direct vastgelegd in het onderhavige plan.

1.5

Bestemmingsplanprocedure

Het bestemmingsplan doorloopt de wettelijke procedure. Het conceptontwerpbestemmingsplan wordt op basis van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegestuurd aan de verschillende (semi)overheden en belangenorganisaties. Ook wordt in het kader van participatie overleg gevoerd met de betrokken wijkra(a)d(en) in het plangebied. De gemaakte opmerkingen van de wijkra(a)d(en) en de reacties op basis van het wettelijke vooroverleg, kunnen leiden tot aanpassing van het conceptontwerpbestemmingsplan. Vervolgens geeft het college van burgemeester en wethouders het ontwerpbestemmingsplan vrij voor tervisielegging volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Na publicatie wordt het ontwerp "Rootz" (ontwerp)

9 gedurende zes weken ter inzage gelegd. In die tijd kan iedereen mondeling, digitaal dan wel schriftelijk zienswijzen indienen bij de gemeenteraad. Het ontwerpbestemmingsplan wordt ter informatie aan de raadscommissie Ontwikkeling gestuurd. Na verwerking van de zienswijzen en mogelijke ambtelijke aanpassingen besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. Na aanpassing van het bestemmingsplan met inachtneming van de door de raad aangebrachte wijzigingen wordt het vastgestelde bestemmingsplan weer zes weken ter inzage gelegd (aanvang beroepstermijn). Vervolgens kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1.6

Leeswijzer plantoelichting

De toelichting van het bestemmingsplan dient om een onderbouwing te geven van de in de regels en de verbeelding gestelde kaders. Enerzijds is het van belang om inzicht te krijgen in de ruimtelijke structuur en het functioneren van een gebied. Anderzijds is een inventarisatie van beleidsdocumenten nodig omdat deze documenten immers de basis vormen voor de van toepassing zijnde kaders binnen het plangebied. Hoofdstuk 2 gaat in op de visie op en ontwikkeling van het plangebied. Hierbij wordt eerst ingegaan op de bestaande ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied. De structuur van een gebied is vaak te herleiden op de historische ontwikkeling van het gebied. Door hieraan aandacht te besteden ontstaan inzichten over wat belangrijk en waardevol is in het gebied. In hoofdstuk 3 worden de relevante beleidsdocumenten weergegeven, voor zover van belang voor het plangebied. Per document wordt kort samengevat welke kaders er voor de inrichting en/of voor de functies in het plangebied zijn vastgelegd. Hoofdstuk 4 bevat een inventarisatie van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om alle zaken die kunnen leiden tot ruimtelijke beperkingen. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische aspecten waarbij een toelichting op de planregels en verbeelding wordt gegeven.

Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

"Rootz" (ontwerp)

10

Hoofdstuk 2 2.1

Ontwikkeling

Bestaande situatie en omgeving

In de huidige situatie wordt het bestemmingsplangebied gekenmerkt door de aanwezigheid van werkfuncties. Aan de oostzijde bevinden zich bedrijven met een omvang van ca. 4.100 m2 brutovloeroppervlak (bvo). Op de verdieping wordt gewoond. Aan de westzijde van het plangebied staat het voormalige kantoorgebouw van de Belastingdienst. Dit pand kent een kantoorvolume van 18.000 m2 bvo. Functionele relaties met de directe omgeving zijn er niet. Ten noorden van het plangebied bevindt zich het Spaarne Gasthuis (ziekenhuis) met regionale uitstraling. Aan de zuidzijde zijn een groot deel van de voormalige kantoren al getransformeerd. Aan de west- en oostzijde van het plangebied liggen, op enige afstand, de woonwijken Europawijk en Boerhaavewijk. Deze functioneel van elkaar verschillende gebieden worden van elkaar gescheiden door de wegen Kennedylaan, Europaweg en de Amerikaweg.

2.2

Beoogde ontwikkeling

ROOTZ is niet een op zichzelf staande ontwikkeling maar is onderdeel van 'Stad Tussen de Bomen' en sluit daarom qua ontwerp, materialisering, beplanting en detaillering aan op de rest van het plangebied van 'Stad Tussen de Bomen': stedelijke functies die verweven zijn met het landschap. Als basis voor het ontwerp ligt het document van ZUS gemaakt in opdracht van de Gemeente Haarlem 'Notitie materialen Stad Tussen de Bomen versie 29 juni 2020'. Daarnaast gelden de richtlijnen vanuit het document 'Handboek inrichting openbare ruimte Schalkwijk versie December 2015'. Tevens geldt het Handboek Inrichting Stad tussen de bomen d.d. 4 mei 2017. Het uitgangspunt van het ontwerp van de buitenruimte is om zoveel mogelijk groen en zo min mogelijk verharding te realiseren met een hoge dichtheid aan bomen. 2.2.1

Het stedenbouwkundig plan

Als uitwerking van het ontwikkelkader is er voor gekozen om een gedetailleerd Stedenbouwkundig plan op te stellen, specifiek voor de ontwikkeling ROOTZ. Het stedenbouwkundig plan volgt de plotregels en is op 26-10-2021 vastgesteld door het college. Tijdens het proces zijn de volgende uitgangspunten gedefinieerd om een stedenbouwkundig integraal eindresultaat te kunnen bereiken: De beide kavels worden als 1 ontwikkeling gezien; Een gewijzigde ligging en breedte van de corridor t.b.v. de aansluiting met de ontwikkeling van het Spaarne Gasthuis; Aanpassing van de perceelsgrens aan de Kennedylaan; Optimalisatie van de positie van de hoogteaccenten onderling en in relatie met de (toekomstige) bebouwing van het Spaarne Gasthuis. De stedenbouwkundige structuur gaat uit van heldere, alzijdige gebouwen in het groen die elk hun eigen identiteit hebben. De Europaweg en Amerikaweg als belangrijkste hoofdwegen van Schalkwijk, worden begeleid door de bebouwing in dezelfde rooilijn te zetten. Met de vernieuwing van Schalkwijk wordt de Europaweg veranderd naar een aangename stadsstraat, met minder verharding en meer groen, met adressen en goede fietsvoorzieningen. De twee gebouwen aan de Europaweg begeleiden de straat en zijn de enige gebouwen die niet de dominante richting van Schalkwijk Midden volgen. De gebouwen aan de Kennedylaan staan niet parallel met de weg maar onder een kleine hoek.

Hierdoor ontstaat er aan de Kennedylaan een bepaalde vorm van ontspanning en is er een duidelijke hiërarchie tussen de drie omliggende wegen. Vanwege de financiële en praktische haalbaarheid van het plan zijn er ten opzichte van het stedenbouwkundig plan van 26-10-2021 enkele wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzigingen zijn opgenomen in de Notitie aanpassing stdenbouwkundig plan d.d. 22 juni 2023. De wijzigingen hebben onder meer betrekking op de bouwhoogtes van de blokken B en C, een functieverbreding van blok F en een inkorting van blok E.

"Rootz" (ontwerp)

11

Afbeelding 2.1: Spelregelkaart (bron: Notitie aanpassing stdenbouwkundig plan) Een door groen bepaalde verkaveling zorgt in ROOTZ ondanks de hoge dichtheid voor een prettig stedelijk groen woonmilieu. Doordat de bouwmassas in hoogte aflopen naar het binnengebied, de hoogte-accenten strategisch zijn gepositioneerd en er voldoende ruimte wordt gelaten tussen de individuele volumes hebben gebouwen, buitenruimten en landschap een goede positionering ten opzichte van de zon. De pleinruimte aan de corridor wordt als een open plek in het bomenlandschap ervaren. Het bestaande Belcanto paviljoen wordt met de voorziene horeca en werkplekken het hart van de ontwikkeling. Naast deze tranformatie creëren we tussen de bomen - in het hart van ROOTZ creëren een lichte plek met een bospaviljoen. Deze plek heeft een sterke sociale functie; interactie en recreëren zijn hier vanzelfsprekend. De bebouwingsdichtheid is stedelijk. Deze stedlijkheid stelt in het kader van de visie 'Stad Tussen de Bomen' eisen aan de positie van gebouwen ten opzichte van elkaar. Dit om een goede leefbaarheid te garanderen en voldoende ruimte te laten voor bomen en maaiveld. De bebouwingsdichtheid uitgedrukt in FSI (floor-space-index) bedraagt binnen het plangebied ca. 3,4. De FSI is de verhouding tussen de totale bruto vloeroppervlakte (bvo) van een gebouw en de bijbehorende terreinoppervlakte.

Als een terrein helemaal wordt bebouwd met 1 bouwlaag is de FSI dus 1. De ruime omringende stadsstraten en het groene binnengebied maken het een aangename stedelijke woon- en leefomgeving. De bouwhoogte varieert sterk binnen het plan, tussen 1 en 14 lagen. Deze differentiatie leidt tot een aantrekkelijk stadsbeeld, waar zon en schaduw elkaar afwisselen, waar intimiteit en openheid naast elkaar bestaan. De belangrijkste verblijfsplekken liggen het grootste deel van de dag in de zon. Door de variërende bouwhoogte ontstaan kansen voor daken met groen en/of verblijfskwaliteit. De hoogste daken van de gebouwen zullen voorzien worden van PV-(zonne)panelen.

"Rootz" (ontwerp)

12

2.2.2

Programma

ROOTZ richt zich op zowel oude als nieuwe generatie bewoners voor Schalkwijk Midden. Bewoners die kijken naar het totaalplaatje van de woning en de buurt. Gemak, flexibiliteit, faciliteiten, veiligheid, gezondheid en geborgenheid spelen daarbij een belangrijke rol. In ROOTZ wordt dan ook een scala aan voorzieningen voor de bewoners gerealiseerd. Zo komen er gezamenlijke ruimtes, een loungedak, rooftop tuinen en een gemeenschappelijke horeca- en ontmoetingsruimte. Om het fietsen aantrekkelijk te maken worden er uitstekend toegankelijke (bak)fietsparkeerplaatsen in de gebouwen gerealiseerd op de begane grond. Voor wie geen eigen vervoer heeft wordt ook voorzien in een ruim aanbod van elektrische deelfietsen, scooters en ook deelauto's. In veel steden heeft de druk op de woningmarkt een prijsopdrijvend effect. Zo ook in Haarlem. Vanwege deze druk is het voor jongeren bijna onmogelijk om een start te maken met hun zelfstandige wooncarrière. Met 30% betaalbare koop, co-living woningen en tweekamer huurwoningen in het middeldure segment wordt in ROOTZ ruimte gecreëerd voor jongeren. Ook gezinnen zullen zich in ROOTZ thuis voelen. ROOTZ biedt met driekamerwoningen en stadswoningen genoeg ruimte voor (jonge) gezinnen met opgroeiende kinderen. In het veilige groene binnengebied is volop gelegenheid om te barbecueën en te spelen.

Door de gestegen woningprijzen zien we dat doorstromers een steeds belangrijkere rol op de woningmarkt spelen. In ROOTZ kunnen doorstromers op de woningmarkt die nu een eigen woning hebben of een te grote huurwoning achterlaten zorgeloos genieten in een sociale- en gezonde leefomgeving met alle faciliteiten binnen bereik. Hiervoor is in ROOTZ een groot aandeel driekamerwoningen opgenomen. Met goede multidisciplinaire zorg naast de deur en alle gemakken van het winkelcentrum binnen handbereik is ROOTZ een levensduur bestendige woonomgeving voor een sociale en gezonde oude dag waar eenzaamheid geen kans krijgt. Wonen Het woonprogramma bestaat uit maximaal 697 woningen verdeeld over verschillende categoriën zoals middenhuur, huurwoningen met co-living concept, huurwoningen met zorg op afroep, betaalbare koopwoningen en stadswoningen voor grotere gezinnen. De meeste woningen worden in gestapelde vorm gerealiseerd vanaf de eerste bouwlaag. Er bevinden zich ook woningen aan het landschap op maaiveld. Dit bevordert de levendigheid, de kwaliteit van de plint, de sociale controle. Maar het levert ook bijzondere woningen op, met een terras aan het landschap.

"Rootz" (ontwerp)

13

Afbeelding 2.2: schetsmatige weergave nieuwe situatie (bron: stedenbouwkundig plan) Gastenhuis Er is sprake van de realisatie van een dubbele kleinschalige woonvoorziening 'Het Gastenhuis' in blok D. Per gastenhuis wordt zorg en wonen geboden aan ongeveer 20 tot 22 mensen met dementie, met een WIz-indicatie. Het Gastenhuis is een nieuwe kleinschalige zorgformule voor mensen met dementie. De formule is opgebouwd rondom de (veranderde) behoeften van mensen met dementie, los van de bestaande zorgstructuren. De visie van Het Gastenhuis is dat mensen met dementie er bij gebaat zijn zoveel mogelijk in hun eigen omgeving te blijven en hun eigen levensritme voort te zetten. Het ideale Gastenhuis maakt onderdeel uit van een levendig woon- en werkgebied. Het voelt toegankelijk en gewoon, en biedt een kleinschalige en huiselijke woonomgeving. Het is niet alleen een plek waar mensen wonen, maar ook een plek waar mensen uit de omgeving samenkomen. Elk Gastenhuis wordt geleid door een zorg(echt)paar. Zij zijn volledig verantwoordelijkheid voor hun eigen vestiging. Daarnaast biedt Het Gastenhuis ook ruimte voor dagactiviteiten voor mensen met dementie. Meer concreet zijn de wooneenheden (financieel) toegankelijk voor een brede doelgroep en bieden deze werkgelegenheid voor 20-25 mensen. Naast permanente bewoning wordt ook dagopvang mogelijk gemaakt.

Daarin worden twee woonkamers beoogd, een voor de permanente bewoners en een sociëteitsruimte. Deze sociëteitsruimte fungeert als gezamenlijke ruimte (intern), bijvoorbeeld voor bijeenkomsten en andere gelegenheden. Tevens fungeert deze ruimte als ontmoetingsplek voor ouderen met dementie uit te (nabije) omgeving. Niet-wonen Hiet niet-woonprogramma met een volume van circa 5.800 m2 bestaat uit horeca, maatschappelijke voorzieningen waaronder een 'Zorg Onder Een Dak' (ZOED), en het Gastenhuis, kleinschalige bedrijfsruimte en kantoren (flexplekken). De ruimtes voor het niet-woonprogramma zijn gereserveerd in het plan, zonder ze al precies in te vullen. Daarmee kan op de marktvraag worden ingespeeld, en worden afgestemd met de andere deelplannen in Schalkwijk. De voorzieningen zijn gepositioneerd als ondersteuning van de hoofdroutes over de corridor, rond het bosplein en langs de Europaweg. De units zijn zoveel zoveel mogelijk geclusterd om de flexibiliteit en haalbaarheid te vergroten.

"Rootz" (ontwerp)

14

Afbeelding 2.3: schetsmatige weergave nieuwe situatie (bron: stedenbouwkundig plan)

"Rootz" (ontwerp)

15

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Hiermee kan er ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voor ons liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want onze ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zetten we een proces in gang waarmee we keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter kunnen maken. Zo bouwen we samen aan een mooier en sterker Nederland. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2024 in werking treedt.

Voor dit bestemmingsplan is relevant invulling te geven aan klimaatverandering, de energietransitie, het gebied te verduurzamen, de leefbaarheid van de omgeving te verbeteren en een toekomstbestendige ontwikkeling vorm te geven. In dit bestemmingsplan wordt op verschillende manieren invulling aan deze prioriteiten gegeven. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) wordt onder meer de bescherming van erfgoederen van uitzonderlijk nationaal belang juridisch geregeld. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte heeft de Rijksoverheid de nationale belangen gedefinieerd waarvoor het Rijk verantwoordelijkheid draagt. Een aantal van deze nationale belangen wordt juridisch geborgd via het Barro. In dit bestemmingsplan zijn geen nationale belangen in het geding. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een aantal eisen aan de toelichting bij het bestemmingsplan bij het mogelijk maken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit moet voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling borgen dat er sprake is van een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Doel is om bij de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling te zorgen voor een zorgvuldig of duurzaam gebruik van ruimte, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat daarom een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied bevat het ook een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. "Rootz" (ontwerp)

16

Het Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In het plangebied wordt voorzien in een stedelijke ontwikkeling door de toevoeging van 697 woningen en ca. 5.800 m2 bvo aan niet-woonfuncties waaronder 40 zorgunits. De 'stappen van de ladder' zijn in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 1. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling; 2. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, geeft in de toelichting een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Ad. 1 Haarlem kiest in de Woonvisie Haarlem 2021-2025 'Doorbouwen aan een (t)huis' voor behoud en versterking van de aantrekkelijkheid van Haarlem als kwalitatief goede woonstad. De stad wil een thuis bieden aan een brede groep inwoners met verschillende inkomens, opleidingsniveaus, leeftijden en culturen. Een ongedeelde stad met gemengde wijken waar plaats is voor iedereen.

Om aan een groot deel van de huidige en toekomstige vraag te kunnen voldoen, worden in de periode 2020 tot 2030 8.000 tot 10.000 woningen toegevoegd, waarvan 3.200 tot 4.000 sociale huurwoningen. Daarnaast dient ook geïnvesteerd te worden in de sociale infrastructuur. Ook het verduurzamen van zowel de bestaande als de nieuwe woningvoorraad heeft hoge prioriteit in Haarlem. Uitgangspunt bij nieuwbouw is dat er aandacht wordt besteed aan levensloopbestendig bouwen, flexibiliteit en duurzaamheid. Naast de wens de lokale kwaliteit van 'Haarlem woonstad' te koesteren en te versterken, ervaart Haarlem steeds meer betrokkenheid bij regionale ontwikkelingen. Met de Metropoolregio Amsterdam (MRA) wordt op diverse manieren steeds intensiever samengewerkt. In de MRA wordt samengewerkt aan het aanjagen van de woningproductie en gebiedsontwikkeling voor de korte termijn (tot 2025). In het Actieprogramma Woningproductie 2018-2025 MRA is afgesproken tot 2025 ruim 105.000 woningen te bouwen (15.000 per jaar) en circa 250.000 woningen tot 2040. Met de provincie zijn in dat verband afspraken gemaakt over de regionale woningbouwopgave in het Regionaal Actie Programma Wonen (RAP). Hieraan zal Haarlem ook moeten bijdragen. Ad.2 De 697 woningen, 40 zorgunits en 2.500 m2 bvo aan niet-woonfuncties in het plangebied bevinden zich binnen bestaand stedelijk gebied.

De behoefte aan woningbouw staat hierboven beschreven. De niet-woonfuncties in het plangebied hebben een sterke relatie met het woonprogramma. Het betreffen bijvoorbeeld wijkgerichte maatschappelijke voorzieningen zoals een gezondheidscentrum en ruimte voor flexwerkplekken waar de bewoners van het gebied gebruik van kunnen maken en op de eigen bewoners gerichte winkelruimte van maximaal 180 m2. Niet-woonfuncties die in potentie zouden kunnen concurreren met het winkelcentrum worden in het bestemmingsplan niet mogelijk gemaak. Het bovenstaande toont aan dat aan de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt voldaan. 3.1.4

Conclusie toetsing Rijksbeleid

Het bestemmingsplan is niet in strijd met nationale belangen. Ook voldoet het bestemmingsplan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er is voldoende regionale vraag naar de beoogde woningen.

"Rootz" (ontwerp)

17

3.2

Provinciaal- en regionaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050 (2018)

De Omgevingswet integreert een groot deel van de wetgeving op het gebied van ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Eén van de kerninstrumenten van de Omgevingswet is de Omgevingsvisie. De omgevingsvisie NH2050 is op 26 november 2018 vastgesteld. Daarmee komen de wettelijke verplichte provinciale plannen (Structuurvisie, het Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan, het Milieubeleidsplan en de Watervisie) te vervallen. Door de provincie Noord Holland is een Omgevingsvisie opgesteld om koers te zetten richting de toekomst in de wetenschap dat de wereld om ons heen continu in verandering is en deze veranderingen steeds sneller gaan. Belangrijke veranderingen zijn onder meer klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, grote woningbehoeftes, bodemdaling en verminderde biodiversiteit. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden van de provincie ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding.

Economische kansen bijvoorbeeld van energietransitie, ingegeven door de gunstige ligging van Noord-Holland. Kansen voor mooie aanvullende woonmilieus en aansprekende landschappen, om de mensen die in de Provincie wonen, werken en op bezoek komen in een prettig leefbare omgeving te verwelkomen. Kansen ook om nieuwe mobiliteitsconcepten uit te proberen in een gebied met bereikbaarheidsopgaven. Mogelijkheden voor de ontwikkeling van circulaire economie door slimmer om te gaan met de al aanwezige grondstoffen. En uitdagingen om in een drukker wordende provincie oplossingen te bedenken waardoor het hier leefbaar blijft. De Omgevingsvisie pretendeert daarbij niet te kunnen voorspellen hoe de wereld en Noord-Holland in het bijzonder er in 2050 uitziet. De visie probeert, vanuit de bestaande kwaliteiten en de kansen die veranderingen met zich meebrengen, een richting uit te zetten om houvast te bieden naar die onzekere toekomst. Die richting bestaat uit het benoemen van een aantal bewegingen naar de toekomst toe, een aantal ontwikkelprincipes die ons moeten helpen om in samenhang naar ontwikkelingen te kijken. En uiteindelijk ook een aantal randvoorwaarden waar soms ook gewoon regels bij horen om iedereen duidelijkheid te geven over de letterlijke en figuurlijke ruimte die er is om de veranderingen die op ons afkomen in goede banen te leiden.

Dit bestemmingsplan geeft een bijdrage aan de provinciale ambities om de geschetste uitdagingen te vertalen in toekomstgerichte nieuwe omgevingen en voldoet daarmee aan de omgevingsvisie NH2050.

3.3

Provinciale Omgevingsverordening NH2020

De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Er wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Voor dit bestemmingsplan zijn alleen de regels ten aanzien van een nieuwe stedelijke ontwikkeling relevant. Een ruimtelijk besluit of plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt een ontwikkeling verstaan als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Omdat het voorliggende bestemmingsplan de transformatie van een kantorengebied naar een gemengd woongebied betreft, is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die in overeenstemming dient te zijn met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.

Uit het regionaal woonbeleid en paragraaf "Rootz" (ontwerp)

18 3.1.3 blijkt dat de ontwikkeling past in het regionaal woonbeleid en voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Visie ontwikkelzone Europaweg

Haarlem heeft een grote uitdaging om woningen bij te bouwen en moet er tegelijkertijd voor zorgen dat huidige en toekomstige bewoners zich thuisvoelen in de stad. Om de uitdagingen en kansen bij elkaar te brengen zijn er acht gebieden waar het merendeel van in totaal 10.000 woningen gebouwd worden. Voor de acht ontwikkelzones legt de gemeente de randvoorwaarden vast waarbinnen de gebieden zich kunnen ontwikkelen. De ontwikkelzones zijn toekomstwijken waar geëxperimenteerd wordt met nieuwe mobiliteitsconcepten, circulaire economie en versterking van de sociale samenhang. De ontwikkelzone Europaweg is een van die gebieden. De ontwikkeling ROOTZ ligt binnend de ontwikkelzone Europaweg in het deelgebied Schalkwijk-Midden. In dit deelgebied werken vastgoedeigenaren en de gemeente samen aan de transformatie van het voormalige kantorengebied tussen Centrum Schalkwijk en het Spaarne Gasthuis. Dit gebied met veel leegstaande kantoorruimte wordt een aantrekkelijk, levendig en groen woonwerkgebied. Het wordt ook wel 'stad tussen de bomen' genoemd vanwege de groene identiteit. Het boslandschap is in alles het leidende principe. Het wordt een levendig gebied met een mix aan functies en een prettige plek om te verblijven. Het gebied wordt het domein van voetgangers en fietsers.

Het autoverkeer is daaraan sterk ondergeschikt en wordt aan de randen van het gebied afgevangen en direct naar de gebouwde parkeervoorzieningen geleid. Centraal door het gebied loopt van noord naar zuid “de corridor”. Deze route voor voetgangers en fietsers door het gebied is de ruggengraat van het plan en verbindt een drietal centrale pleinruimtes. Het gebied kent verschillende eigenaren. De fasering van de ontwikkeling is zo opgezet dat iedere plot zich in zijn eigen tempo kan ontwikkelen. 3.4.2

Schalkwijk-Midden, stad tussen de bomen

Het projectgebied van ROOTZ maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Schalkwijk-Midden. In samenspraak met de eigenaren is het ontwikkelkader ‘Schalkwijk-Midden, stad tussen de bomen’ opgesteld, dat de raad op 8 juli 2017 heeft vastgesteld. Dit ontwikkelkader gaat uit van een transitie van het gebied naar een intensief, hoog stedelijk woon-werkgebied, dat wordt gekenmerkt door een groene buitenruimte met veel bomen. Uitgangspunt voor Schalkwijk-Midden is dat zoveel mogelijk van de huidige behoudenswaardige bomen blijven staan of worden verplaatst en nieuwe bomen worden aangeplant. Iedere eigenaar van een plot kan aan de hand van het ontwikkelkader in eigen tempo het eigendom transformeren waarbij een deel van het eigendom aan de gemeente wordt overgedragen om de openbare groene buitenruimte te kunnen aanleggen. Bovendien dragen zij financieel bij, in ruil voor mogelijkheden om te transformeren. Op 27 mei 2021 is in vervolg op 'Stad tussen de bomen' ook het 'Beeldkwaliteitplan Schalkwijk-Midden' vastgesteld dat als kader zal dienen bij het beoordelen van de bouwplannen. 3.4.3

Stedenbouwkundig plan ROOTZ Schalkwijk-Midden

Op 26 oktober 2021 is het stedenbouwkundig plan ROOTZ Schalkwijk-Midden vastgesteld (Bijlage 1). Het stedenbouwkundig plan ‘ROOTZ’ voorziet in de herontwikkeling van het voormalige belastingkantoor en omgeving (Belcanto-locatie) tot een hoogwaardige stedelijke omgeving met maximaal 697 woningen in diverse prijscategorieën verdeeld over 7 appartementengebouwen, een ‘paviljoen’, een ondergrondse parkeergarage en een (bovengrondse) gebouwde parkeervoorziening. In verschillende gebouwen zijn in de plint maatschappelijke en/of commerciële voorzieningen voorzien. Het stedenbouwkundig plan is een uitwerking van de kaders zoals door de Raad vastgelegd in het ‘Ontwikkelkader Schalkwijk-Midden’.

"Rootz" (ontwerp)

19

3.4.4

Omgevingsvisie 2045

Haarlem wil ook in 2045 een aantrekkelijke stad zijn om in te wonen, te werken en te bezoeken, maar hoe bereiken we dat met elkaar? In de omgevingsvisie komen uitdagingen, kansen en keuzes samen en wordt de koers voor de ontwikkeling van Haarlem geschetst. Zes strategische keuzes Haarlem maakt zes strategische keuzes voor de leefomgeving. Energie, klimaat, wonen en werken zijn onderwerpen die vragen om optimaal gebruik te maken van de bestaande ruimte in de stad, om slimme koppelingen en scherpe keuzes te maken. Daarnaast heeft Haarlem richting en kaders nodig om alle lopende ontwikkelingen in de stad en er omheen in goede banen te leiden. Dit komt samen in zes strategische keuzes: Mengen en verdichten Buurtgericht ontwikkelen Vergroenen en vernatten Bevorderen gezonde leefomgeving Ruimte voor energietransitie Mobiliteitstransitie Project ROOTZ sluit naadloos aan bij de in de Omgevingsvisie geschetste koers. Het betreft een buurtgerichte, binnenstedelijke herontwikkeling van een verouderd kantoren/bedrijvengebied waarbij niet alleen plek is voor nieuwe woningen maar ook voor economische activiteiten. Ten opzichte van de bestaande situatie neemt de totale verharding af en worden veel bomen toegevoegd. Er is in het plan rekening gehouden met waterbuffering en vertraagde afvoer van regenwater. Duurzaamheidsmaatregelen en mobiliteitsoplossingen worden in hoofdstuk 4 besproken.

3.4.5

Structuurvisie openbare ruimte

De Structuurvisie openbare ruimte Haarlem 2040 groen en bereikbaar. In die titel ligt de ambitie voor Haarlem besloten: een stad waar ruimte is om met elkaar te kunnen wonen, leven en verblijven. De Structuurvisie beschrijft de keuzes die Haarlem in de toekomst groen en bereikbaar houden. Haarlem kiest voor een stad waar de openbare ruimte uitnodigt tot ontmoeten, kinderen die kunnen spelen op de stoep, een stad waar alles op loop- en fietsafstand is, ook voor ouderen en mindervaliden. Een stad waar ruimte is voor stadsnatuur, met gezonde straatbomen, waarin je gemakkelijk kan bewegen naar recreatiegebieden rondom de stad. Een stad die bij nieuwe inrichtingen rekening houdt met klimaatveranderingen en klimaatadaptatie. Waar je gemakkelijk kunt kiezen voor verschillende vervoersvormen. Een stad waar auto’s die niet in Haarlem hoeven te zijn zoveel mogelijk om de stad worden geleid. Met het oog daarop zal, waar mogelijk, bij de inrichting van de openbare ruimte gekeken worden naar het belang van voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en tot slot de auto. Doel is Haarlem ook de komende decennia een groene en bereikbare stad te laten blijven, waar mensen wonen, ondernemen en elkaar ontmoeten.

Het bestemmingsplan ROOTZ sluit zo veel als mogelijk aan op de gedachten uit de Structuurvisie openbare ruimte en geeft onder meer invulling aan meer groen en meer ruimte voor ontmoeting en het primaat voor voetgangers. Dit is verder uitgewerkt in 'Schalwijk-Midden stad tussen de bomen' en 'Stedenbouwkundig plan ROOTZ Schalkwijk-Midden'. Zie daarvoor de paragrafen 1.1 en 2.2.1 en 2.2.2. 3.4.6

Nota Ruimtelijke Kwaliteit

In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2012) wordt een integrale stadsbrede visie gegeven op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. Met deze visie wil de gemeente kernachtig uitdragen waar haar kracht en haar ambitie ligt. De relatie tussen duurzaamheid, in de zin van toekomstbestendigheid en de kwaliteit van de leefomgeving, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk thema van de visie. In de nota ruimtelijke kwaliteit is het regieniveau bepaald en zijn gebiedstypen en -structuren "Rootz" (ontwerp)

20 aangegeven. Het middengebied van Schalkwijk heeft in de nota het niveau transformatie regie gekregen. De transformatie regie is bedoeld voor de (relatief jongere) stadsdelen waar de stedelijke structuur een veranderingsproces doormaakt. De ruimtelijke dynamiek is hoog. De gemeente stuurt hier door middel van gebiedsvisies waarin de bestaande en de nieuwe kwaliteiten van bebouwing en de openbare ruimte in samenhang met de bredere context, worden verbeeld en toetsbaar gemaakt. De Amerikaweg en de Europaweg hebben het niveau bijzondere regie gekregen omdat deze als lange lijn deel uitmaken van de structuur van de stad en gebied overschrijdend zijn. Ze hebben een gecompliceerd karakter: ze verbinden of begrenzen woonwijken en bieden oriëntatie. Toetscriteria zijn opgenomen in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Het middengebied is in de nota aangemerkt als gebiedstype 'Divers' omdat binnen het gebied het stratenpatroon en bebouwing weinig relatie met elkaar hebben. De Amerikaweg en de Europaweg vormen een specifieke stedenbouwkundige ontwerpopgave. Als lijn zijn beide een belangrijke kwaliteit van de aanliggende stadsdelen: een volwassen groenstructuur van voldoende omvang. In gebieden met transformatie regie mogen ontwikkelingen van grotere woonbuurten zich onderscheiden van hun stedenbouwkundige context.

Bij grootschalige transformatie wordt uitgegaan van behoud van bestaande groen- en waterstructuren die een positieve bijdrage leveren aan de openbare ruimte. Er zijn vrijheden in stratenpatroon, bouwbloktype of architectonische uitwerking binnen de aangegeven richting. Bij transformatie is duurzaamheid (waterhuishouding, materiaalkeuze etc.) een nieuwe opgave. Ingrijpende transformatieplannen moeten integraal uitgewerkt zijn in een ruimtelijke verkenning of gebiedsvisie, die na vaststelling als nader beoordelingskader geldt. Zo is voor ROOTZ een Stedenbouwkundig plan vastgesteld. 3.4.7

Woonvisie en uitvoeringsagenda Haarlem 2021 - 2025

De doelstelling van de Woonvisie 2021-2025 is op hoofdlijnen: meer, betaalbaarder en energiezuiniger woningaanbod in de Haarlemse wijken te realiseren voor verschillende woningzoekenden samen met betrokken partners zodat de wijken vitaal en veerkrachtig blijven. Uitgesplitst naar de hoofdthema's betekent dit het volgende: Beschikbaarheid: Het tekort aan woningen is groot. Haarlemmers met lage en middeninkomens vinden steeds moeilijker betaalbare woonruimte. Samen met partners, willen we meer, betaalbaarder en energiezuiniger aanbod van woningen realiseren. Betaalbaar wonen: Naast voldoende aanbod van betaalbare woningen, willen we dat de woonlasten voor huurders en kopers in balans zijn met hun inkomen. Bijzondere doelgroepen: Haarlem wil graag een toegankelijke, diverse en inclusieve stad zijn die een thuis biedt aan een breed scala van doelgroepen. Duurzaam en toekomstbestendig: Voor de bestaande bouw hebben we de uitdaging in te zetten op energietransitie en klimaat adaptief. Vitale en veerkrachtige wijken: De woningbouwopgave in Haarlem zal uitsluitend worden gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied. We willen een ongedeelde stad zijn, een stad die een thuis biedt aan alle Haarlemmers met vitale en veerkrachtige wijken. Waar achterstanden in wijken zichtbaar zijn, willen we zorgen voor verbetering.

Samenwerking: De opgaven waar we voor staan, kunnen we alleen met onze partners tot stand brengen. In 2030 is het woningaanbod van Haarlem gegroeid en sluit het aanbod beter aan op de vraag, met behoud van de ruimtelijke kwaliteit van de stad. We brengen de Haarlemse woningmarkt meer in balans door: woningen toe te voegen, voornamelijk door nieuwbouw, maar ook door functieverandering, woningsplitsing en optoppen. meer passende en betaalbare woningen te hebben voor lage en middeninkomens de bestaande voorraad beter te benutten. Om aan een groot deel van de huidige en toekomstige vraag te kunnen voldoen, worden in de periode "Rootz" (ontwerp)

21 2020 tot 2030 8.000 tot 10.000 woningen toegevoegd, waarvan 3.200 tot 4.000 sociale huurwoningen. Een gedifferentieerd nieuwbouwprogramma zorgt los van elkaar toevoeging van aanbod en via doorstroming voor dat zowel starters als alleenstaanden, ouderen en gezinnen naar wens wonen in Haarlem. We benutten de bestaande voorraad optimaal en toewijzings- en voorrangsregels zorgen voor een evenwichtige verdeling van de sociale huurwoningen. De gemeente stuurt daarbij op een evenwichtige groei met behoud van de stedelijke kwaliteit en de juiste balans tussen wonen, werken, voorzieningen, groen en mobiliteit. De bouw en realisatie van woningen in Haarlem trekt aan. Het is de wens dat voor de periode 2016 tot en met 2025 de woningbouw verdeeld is in 40% sociale huur, 40% middensegment huur en koop en 20% overige woningen. In de nota 'Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment' staat welke uitgangspunten en voorwaarden de gemeente hanteert voor (nieuwbouw)ontwikkelingen vanaf 30 woningen. Vanaf de vaststelling van de nota kaders in 2019 gelden de spelregels voor alle nieuwe (woningbouw)projecten. Stadsdeel Schalkwijk wijkt met zijn grote hoeveelheid naoorlogse woningen af van de overige stadsdelen. Schalkwijk is ruim en groen van opzet en kenmerkt zich door de scheiding van functies, zoals dat in de jaren zestig gebruikelijk was.

Er is relatief veel ruimte voor extra woningen. Doordat veel woningen in een korte tijd zijn gebouwd, is er weinig differentiatie in woonmilieus, zowel in type als in prijssegment. In dit stadsdeel is bijna 60 procent van de woningen van corporaties. Vooral Boerhaavewijk en Meerwijk hebben veel sociale huurwoningen. Er is een nogal eenzijdige samenstelling van de bevolking. Schalkwijk is een van de meest vergrijsde stadsdelen in Haarlem: een op de vijf inwoners is 65 jaar of ouder. Tegelijkertijd zijn er in Schalkwijk volop kansen door de ruime opzet van de wijk. Er zijn twee ontwikkel-zones in Schalkwijk. Er wordt hard gewerkt aan het weerbaarder en vitaler maken van dit stadsdeel. We verwachten dat door extra woningen in verschillende segmenten en typen een nieuw elan ontstaat en de bevolkingsopbouw naar leeftijd en inkomen gedifferentieerder wordt. De aandachtspunten voor Schalkwijk zijn: We stellen ons tot doel dat er eind 2025 circa 2.350 woningen extra zijn in de ontwikkelzones Europaweg en Schipholweg. Voor de periode 2025-2030 is dit aantal circa 3.100 (bron: plancapaciteit gemeente Haarlem). Er zijn veel sociale huurwoningen in Meerwijk en Boerhaavewijk. Overeenkomstig de nota Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment bepalen we bij nieuw te bouwen woningen in deze wijken per situatie of een lager percentage sociale huurwoningen passend is.

De concentratie van kwetsbare bewoners in bepaalde delen en wooncomplexen van Schalkwijk is een aandachtspunt. We onderzoeken met corporaties wat we eraan kunnen verbeteren. In Schalkwijk wonen veel ouderen alleen of als stel in eengezinswoningen (empty nesters). Behalve woningen bouwen die voor ouderen geschikt zijn, willen we stimuleren dat ouderen doorstromen binnen de wijk. We werken mee aan nieuwe woonvormen voor ouderen, zoals beschutte woonvormen tussen zelfstandig wonen en verpleegtehuis in, met aandacht voor de (woon- en leef)omgeving in de wijk. We willen de van oorsprong monofunctionele inrichting van het stadsdeel verder doorbreken. Bijvoorbeeld door wonen en werken te mengen in ontwikkelzone Europaweg, door innovatie en door te experimenteren met andere woonvormen. We werken samen met partners in de stad aan imagoverbetering van de wijk, bijvoorbeeld door positieve berichtgeving over opgeleverde woning-bouwprojecten te publiceren. Bovendien gaan we meer en betere informatie delen over ontwikkelingen in Schalkwijk. Rapport Groeipotentie (gemeente Haarlem, 2019) laat zien dat in dit stadsdeel in de ontwikkelzones kansen liggen voor jonge stellen (38,9%), jonge gezinnen (13,3%), (beneden)modale 60+'ers (13,2%), jonge alleenstaanden (12,6%), (beneden)modale 50- tot 65-jarigen (medioren) (10,2%), welvarende empty nesters (11,1%).

ROOTZ Het woonprogramma binnen ROOTZ bestaat uit circa 697 woningen verdeeld over verschillende categoriën zoals middenhuur, huurwoningen met co-living concept, huurwoningen met zorg op afroep, betaalbare koopwoningen en stadswoningen voor grotere gezinnen. Met deze ontwikkeling wordt daarmee een substantiële bijdrage geleverd aan de ambitie vastgelegd in "Rootz" (ontwerp)

22 de Woonvisie. 3.4.8

Mobiliteitsbeleid

De Haarlemse gemeenteraad heeft op 23 september 2021 nieuw Mobiliteitsbeleid vastgesteld. Hiermee wil Haarlem een aantrekkelijke, gezonde en goed bereikbare stad blijven, terwijl de stad groeit. Het bereikbaar houden van de groeiende stad is een grote uitdaging. Oude oplossingen als het verbreden of toevoegen van wegen en parkeerplaatsen zijn niet meer voldoende. Het vraagt om een verandering waarbij voorrang wordt gegeven aan schone manieren van vervoer, die zo min mogelijk ruimte innemen: de mobiliteitstransitie. Met dit Mobiliteitsbeleid maakt Haarlem de keuze hoe vorm te geven aan deze transitie. Met de vaststelling van dit beleid gaat Haarlem de bereikbaarheid anders aanpakken. Dit betekent: De fiets en de voetganger krijgen prioriteit. Een snelheid van 30km uur wordt de norm en bij alle nieuwe wegontwerpen wordt voortaan eerst gekeken naar de ruimte voor de fietser en de voetganger. Het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) wordt evenwichtiger over de stad verdeeld en het autoverkeer wordt zoveel mogelijk gebundeld op de hoofdroutes. Een uitrol voor gereguleerd parkeren wordt opgesteld. Het streven is dat in 2030 het merendeel van de korte afstanden binnen Haarlem per fiets of te voet afgelegd worden en dat meer dan de helft van de verplaatsingen vanuit of naar Haarlem met het openbaar vervoer (OV) of de fiets plaatsvinden.

In paragraaf 4.8 wordt het aspect verkeer en vervoer voor het onderhavige plan nader uitgewerkt. 3.4.9

Water

Vanaf 22 december 2009 is de Waterwet van kracht. Deze wet regelt het beheer van grond- en oppervlaktewater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op basis van deze wet is in december 2015 het Nationaal Waterplan 2016-2012 vastgesteld. In het Nationaal Waterplan worden antwoorden geformuleerd op ontwikkelingen op het gebied van klimaat, demografie en economie en investeren in een duurzaam waterbeheer voor Nederland. De gemeente heeft de zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater. Voor nieuwbouw en herinrichting hanteert de gemeente het afval- en hemelwater gescheiden af te voeren. Voor nieuwbouw locaties wordt 100% van het hemelwater van particulier terrein geïnfiltreerd op eigen terrein of afgevoerd naar het oppervlaktewater. Hierbij kan overwogen worden om voorzieningen voor waterberging en infiltratie te realiseren. Als een perceel direct grenst aan oppervlaktewater, dan schrijft de gemeente voor dat het hemelwater daar, bij voorkeur met enige vertraging, op wordt geloosd. Voor het grondwater geldt een ontwatering van minimaal 0,70 meter onder wegen en 0,90 meter onder vloerpeil van bebouwing. Het Hoogheemraadschap van Rijnland is oppervlaktewaterbeheerder. Het behoud en de bescherming van het totale watersysteem of een verbetering ten opzichte van de huidige situatie is hierbij het vertrekpunt.

In het Waterbeheerplan 2016-2021 geeft het Hoogheemraadschap van Rijnland (hierna te noemen: Rijnland) zijn ambities aan en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. De hoofddoelen zijn: waterveiligheid: bescherming tegen overstromingen vanuit zee en de rivieren; voldoende water: er is voldoende water. Niet te veel en niet te weinig, passend bij het gebruik; schoon en gezond water: Rijnlands water is schoon, zodat de mens, de natuur en economie er optimaal gebruik van kunnen maken; waterketen: het afvalwater wordt optimaal gezuiverd en de grondstoffen hergebruikt. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. "Rootz" (ontwerp)

23

Wat betreft het waterbeheer gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden. Daarbij wil Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomstvast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Dit geldt voor de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van zowel het grondwater als het oppervlaktewater. Het hoogheemraadschap van Rijnland hanteert hierbij de volgende richtlijnen: Kwantitatief is het eerste uitgangspunt dat de functiewijzigingen geen verstoringen veroorzaken in het watersysteem. Bij toenemende verharding in het plangebied moeten er maatregelen binnen het plangebied genomen worden om de negatieve effecten van deze ruimtelijke ontwikkeling op de waterhuishouding te voorkomen, waarbij de voorkeursvolgorde van infiltreren, bergen, afvoeren wordt toegepast. Als richtlijn voor compensatie hanteert het waterschap dat 15% van de toename van verharding gecompenseerd moet worden. Het tweede uitgangspunt is dat de klimaatontwikkeling geen verstoring veroorzaakt van het watersysteem. Nieuwe systemen dienen daarom met extreme buien te worden getoetst. Kwalitatief is het uitgangspunt dat de functiewijziging niet mag leiden tot verslechtering van de waterkwaliteit ten opzichte van de huidige situatie.

Er wordt gestreefd om een gescheiden stelsel aan te leggen waarbij geen overloop van vervuild water naar de omgeving of het grondwater plaatsvindt. Overigens is het Hoogheemraadschap van Rijnland voor het aspect grondwater uitsluitend bevoegd gezag met betrekking tot het uitvoeren van grondwateronttrekkingen (bemalingen en bronnen). Uiteraard probeert Rijnland met de gemeente mee te denken en integraal te werken wat betreft het grondwaterbeheer. Rijnland dient haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder adequaat te kunnen uitvoeren. 3.4.10 Keur van Rijnland De “Keur” is een verordening van de waterbeheerder met juridisch bindende regels (gebod- en verbodsbepalingen). Zo zijn werken en werkzaamheden in en bij waterkeringen (dijken, kaden, duinen) en watergangen (sloten, vaarten, plassen) zonder of in afwijking van een vergunning op grond van de Keur niet toegestaan. Ook het aanbrengen van verhard oppervlak (bebouwing, bestrating) en het onttrekken van grondwater zijn in veel gevallen vergunningplichtig. In de “Beleidsregels” die bij de “Keur” horen, is het beleid van Rijnland nader uitgewerkt. 3.4.11 Integraal waterplan Haarlem De gemeente Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben eind 2004 het Integraal Waterplan Haarlem vastgesteld. Dit plan is in 2014 geactualiseerd. Het doel van het waterplan is tweeledig: 1.

Een toetsingskader bieden voor watergerelateerde projecten 2. Een plan van aanpak bieden om bestaande knelpunten in het watersysteem op te lossen en het watersysteem toekomstbestendig maken. Centrale doelstelling van het Integraal Waterplan is: de gemeente Haarlem en het hoogheemraadschap van Rijnland streven naar een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond, toekomstbestendig watersysteem, met een hoge belevingswaarde en relevante gebruiks- en natuurfuncties. Het waterplan functioneert als strategisch kader voor gerelateerde beleidsvelden zoals het grondwater-, afvalwater-, en baggerbeleid. Om ervoor te zorgen dat het Haarlemse waternetwerk bestand is tegen klimaatsverandering (hoger zeeniveau, toename van de hoeveelheid en intensiteit van de neerslag), inklinking van de bodem, en verstedelijking (toename verhard oppervlak) is ruimte voor oppervlaktewater nodig. Het fijnmazige watersysteem van Haarlem is hierop berekend en het afstromend hemelwater wordt zo veel mogelijk ter plekke vastgehouden en geborgen alvorens te worden afgevoerd. Uitbreiding van het waternetwerk wordt gerealiseerd door: verbreden, opwaarderen en met elkaar in verbinding brengen van bestaande watergangen; graven van nieuwe watergangen en weer open graven van gedempte grachten; "Rootz" (ontwerp)

24 combineren van waterberging met natuur en agrarisch gebruik langs de groene randen van Haarlem, door flexibel peilbeheer en tijdelijke piekberging. 3.4.12 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Het Verbreed Gemeentelijk Riolerings Programma (VGRP) is een beleidsmatig en strategisch plan waarin het verbreed rioleringsbeheer (inclusief grondwaterbeheer) en de visie op riolering (en grondwater) voor de langere termijn worden beschreven. Met het VGRP beschikt de gemeente over een instrument om systematisch inzicht te krijgen in de te beheren en onderhouden rioleringsobjecten en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de wettelijke (milieu)eisen. Door het opstellen van het VGRP wordt het verbreed rioleringsbeleid inzichtelijk en toetsbaar. De nadruk in het VGRP 2014-2017 ligt op onderzoek. Hierdoor kunnen in het opvolgende VGRP (2018 en verder) onderbouwde keuzes gemaakt worden voor de noodzakelijke investeringen, om zo te kunnen blijven voldoen aan de gemeentelijke zorgplicht. In 4.9 wordt nader ingegaan hoe het aspect water is meegnomen in de planvorming. 3.4.13 Groenbeleidsplan Haarlem zet in op een groene toekomst, gericht op een leefbare stad in 2030, waar alle Haarlemmers, mensen én dieren, prettig leven. Het Groenbeleidsplan geeft vorm aan hoe deze ambitie bereikt wordt door een aantal sporen te schetsen.

Deze sporen om de stad te vergroenen worden toegepast als onderdeel van gebiedsgerichte programma’s of zelfstandig als thematische programma’s waar die gebiedsgerichte programma’s er nog niet zijn. Het vervangt het voorgaande Groenstructuurplan uit 1991 en geeft opvolging aan de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie uit 2015. De uitwerking van de sporen is opgenomen in onderliggend beleid zoals het Ecologisch beleidsplan en wordt opgenomen in nog vast te stellen beleid zoals het Bomenbeleidsplan. 3.4.14 Economische visie Haarlem De Economische visie Haarlem en bijbehorende agenda 2020-2024 bouwen verder op de Economische Agenda Samen Doen 2016. De Economische visie Haarlem geeft richting aan het economisch beleid op de lange termijn en is leidend voor de versterking van het ondernemings- en vestigingsklimaat. Het doel is het behouden, stimuleren en aantrekken van werkgelegenheid. De visie draagt bij aan een duurzame, inclusieve en vitale stad. 3.4.15 Strategisch plan Klimaatadaptatie Het college heeft begin 2022 het Strategisch plan Klimaatadaptatie vastgesteld. Met dit plan geeft het college uitvoering aan de ondertekende intentieovereenkomst 'Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland'. In de MRA is het basisveiligheidsniveau afgesproken.

Hierin hebben gemeenten, hoogheemraadschappen, provincie en marktpartijen samen bepaald waaraan nieuwbouw zou moeten voldoen. Er is afgesproken dat alle partijen dit basisveiligheidsniveau gaan hanteren. Voor alle nieuwbouw in Haarlem wordt het daarom voortaan als eis meegegeven. Het strategisch plan bevat verder een beleidsrichting waarmee de gemeente inzet op klimaatadaptieve stad. Dit wordt komend jaar verder uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma en voorgelegd aan de gemeenteraad.

"Rootz" (ontwerp)

25

3.4.16 Duurzaamheid en energie Het Haarlems beleid ten aanzien van Duurzaamheid kent eisen en wensen. De Richtlijn Duurzaam Bouwen Haarlem (Vastgesteld door het college op 25 februari 2020) vat dit beleid samen in concrete 'randvoorwaarden' en 'doeleinden' voor het bouwen. Randvoorwaarden zijn gebaseerd op het rijksbeleid of bestaande wetten zoals bijvoorbeeld aardgasvrij bouwen en compensatiemaatregelen voor water en ecologie. Doeleinden zijn ambities van de gemeente zoals natuurinclusief en circulair bouwen. Wanneer nieuw beleid wordt gemaakt of wordt aangescherpt wordt dat in de richtlijn toegevoegd. Bij elk project kan bepaald worden of er doeleinden zijn die als aanvullende randvoorwaarden gesteld worden. Bij elke stap van het ontwikkelproces wordt het pakket aan duurzaamheidsmaatregelen scherper geformuleerd: Initiatieffase: In de eerste fase worden de duurzaamheidskansen en -risico's van de locatie gesignaleerd en verwoord in de startnotitie. Het ambitieniveau ten aanzien van duurzaamheid wordt (zo specifiek mogelijk) vastgesteld. Er wordt beoordeeld of/welke doeleinden toegevoegd kunnen worden aan de randvoorwaarden. Definitiefase: Het pakket aan randvoorwaarden wordt op haalbaarheid onderzocht en opgenomen in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE). Door vaststelling in de Raad van dit stuk worden de randvoorwaarden bestendigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13380479/1