CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Stedelijk Water, plan 2024-2033

gemeenteraad 29 februari 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Plan Stedelijk Water 2024-203318.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Stedelijk water in Haarlem Plan voor 2024-2033

Samenvoeging gemeentelijk rioleringsplan, integraal waterplan en strategisch plan klimaatadaptatie

Inhoud 1

2

3

4

Stedelijk water in Haarlem

3

1.1

Waarom Haarlem anders met water moet omgaan 3

1.2

Het watersysteem en de waterketen

1.3

Belangrijke partijen bij het waterbeheer 5

1.4

Een integraal beleidsplan

5

1.5

Zo steekt dit plan in elkaar

5

1.6

Leeswijzer

6

5 Klimaatadaptatie: Haarlem klaarstomen voor de gevolgen van klimaatverandering 21 5.1

4

6

Opgaven

21

5.2 Stedelijke ontwikkelingen en transformaties

23

5.3 De openbare ruimte

24

5.4 Particulieren en organisaties

25

Personele capaciteit

27

6.1

Benodigde aantal fte’s

27

6.2 Benodigde groei in fte’s

27

Financiën

28

Stedelijk afvalwater en hemelwater

7

2.1

Wat zijn onze opgaven?

7

2.2 Stedelijke ontwikkelingen en transformaties

7

7.1

Uitgaven waterbeheer

28

2.3 De inrichting van de openbare ruimte

9

7.2

Kosten en kostendekking

29

2.4 Particulieren en organisaties

10

7.3

Rioolheffingstarief

29

Oppervlaktewater

12

7.4

3.1

Wat zijn onze opgaven?

12

Stijging van het kostendekkende rioolheffingstarief

31

3.2 Stedelijke ontwikkelingen en transformaties

7.5

Kostendekking niet-rioolheffing

32

14

3.3 De openbare ruimte

14

3.4 Particulieren en organisaties

15

Bijlage 1: Doelenbomen

Grondwater

17

4.1

Wat zijn onze opgaven?

17

Bijlage 2: Uitgangspunten Kostendekkings­ berekening41

4.2 Stedelijke ontwikkelingen en transformaties

19

4.3 De openbare ruimte

19

4.4 Particulieren en organisaties

19

7

8

Risico’s en beheersmaatregelen

35

36

Bijlage 3: Tabellen Kostendekkingsberekening 43

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

2

1 Stedelijk water in Haarlem 1.1

Waarom Haarlem anders met water moet omgaan

Water is van levensbelang, want zonder water geen groen en geen dieren, geen drinkwater en geen afkoeling, en geen recreatie. Haarlem is een waterrijke stad. Met oppervlak­ tewater zoals de Ringvaart, de Mooie Nel en het Spaarne, dat boezemwater uit de polders en hemelwater via Spaarndam afvoert naar het Noordzeekanaal. Al dat water moet beheerd worden. Als gemeente zijn we onder meer wettelijk verplicht stedelijk afvalwater in te zamelen en af te voeren naar de waterzuivering, water zo min mogelijk te verontreinigen en om hemelwater in te zamelen en te verwerken. Dat gebeurt via ruim vijfhonderd kilometer riool, tientallen gemalen, acht kilometer aan duikers en een groot netwerk van grachten, singels en sloten. Dat uitgebreide watersysteem onderhouden is een serieuze opgave, die moeilijker wordt door een tekort aan personeel. En de klimaatverandering maakt het stedelijk waterbeheer steeds lastiger. We doen als stad wat we kunnen om klimaatverandering zoveel mogelijk tegen te gaan of te vertragen. Onder andere door de stad in 2040 aardgasvrij te maken en in te zetten op duurzame mobiliteit. Ondertussen moeten we ons voorbereiden op extremer weer, en de ergste gevolgen van klimaatverandering in onze stad zien te voorkomen. En dat zal ook moeten, blijkt uit klimaatscenario’s van het KNMI (op basis van de IPCC-rapporten).

Want Haarlem is nu nog niet klaar om ook in de toekomst extreme regenval te verwerken en op te slaan voor tijden van droogte. De klimaatverandering kan grote gevolgen hebben voor onze stad. Als we ons niet aanpassen, dan krijgen we meer en vaker last van extreme neerslag, hitte en droogte. Extreme regen kan wateroverlast veroorzaken. Hitte en droogte zijn nadelig voor onze mensen, planten, bomen, dieren, bebouwing en infrastructuur.

We hebben in het Strategisch Plan Klimaatadaptatie berekend dat de schade voor Haarlem tot 2050 kan oplopen tot 750 miljoen euro (prijspeil 2021). Bij een zware regenbui kan bij duizenden kwetsbare panden water naar binnen stromen. En in warme periodes is eigenlijk overal in Haarlem kans op hittestress: het is zo lang zo warm dat het voor inwoners onaangenaam en ongezond wordt. De Omgevingsvisie gaat om die reden ook al uit van een stad met meer ruimte voor water. Daarom bereiden we onze inwoners en ondernemers in Haarlem voor op klimaatverandering. Dit doen we door de openbare ruimte aan te pakken op veertig locaties waar het risico op wateroverlast en/ of hittestress groot is. En door bij alle andere projecten rekening te houden met klimaatverandering. We houden hierbij de landelijk gangbare normen aan, met als doel een klimaatbestendige stad in 2050. Zo proberen we de gevolgen van klimaatverandering te verminderen. Een voorbeeld van zo’n norm: ‘hevige neerslag van 70 mm in een uur (die nu nog maar eens in de 100 jaar voorkomt) zorgt niet voor schade in en aan gebouwen en infrastructuur’. Zo’n norm zegt dus ook: als de weersextremen heviger worden en vaker voorkomen, en zolang we nog onvoldoende zijn voorbereid, zijn overlast en schade onontkoombaar. Voldoen aan deze normen is een grote, tijdrovende opgave, waarvoor we op veel plekken aan de slag zullen moeten.

Bovendien zijn er meer dringende opgaven in het watersysteem: • In delen van Haarlem zijn de grondwaterstanden structureel hoger dan 0,7 meter onder maaiveld, waardoor bomen en funderingen schade kunnen oplopen. Daarom willen we nog circa tachtig kilometer drainage aanleggen. • Er zijn buurten met veel verharding en weinig oppervlaktewateren, waardoor water niet goed kan worden afgevoerd. Daarom willen we ruim zeven kilometer oppervlaktewateren graven. Dit maakt meteen dat het oppervlaktewatersysteem meer overtollig hemelwater kan verwerken.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

3

• De kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater voldoet nog niet aan de Kader Richtlijn Water (KRW). We gaan daarom verder met het afkoppelen van gemengde riolen, om afvalwater en hemelwater gescheiden te kunnen afvoeren en het aantal riooloverstortingen te verminderen. Het doel is de helft van de gemengde riolen om te bouwen tot een gescheiden rioolstelsel. We kunnen beperkt sturen op de waterkwaliteit van het water dat Haarlem binnenstroomt, daarom blijven we hierover in overleg met het Hoogheemraadschap van Rijnland. • Er is een groot aantal vrijvervalriolen, gemalen en andere voorzieningen dat op leeftijd begint te raken en extra aandacht nodig heeft. Het onderhoud en de vervanging daarvan vergt de komende decennia een flinke inspanning. Het plan Stedelijk Water in Haarlem beschrijft hoe Haarlem de huidige watersystemen in stand wil houden en tegelijkertijd wil inspelen op de klimaatverandering, de kaders waarbinnen dat gebeurt, hoeveel menskracht daarvoor nodig is, welke investeringen dat vergt en hoe dat alles gefinancierd kan worden. De uitwerking ervan hebben we onderverdeeld in de thema’s: ‘stedelijk afvalwater en hemelwater’, ‘grondwater’, ‘oppervlaktewater’ en ‘klimaatadaptatie’. Zo houden we de thema’s behapbaar en sluiten ze beter aan op bestaande plannen.

Per thema hebben we een uitvoeringsprogramma opgesteld, waarin we aangegeven hoe we onze acties richten op nieuwbouw en ontwikkelingen, beheer van de bestaande openbare ruimte en bewoners en bedrijven.

1.2 Het watersysteem en de waterketen De oppervlaktewateren en het grondwater vormen samen het watersysteem, waarbij bodem, oevers en andere onderdelen behoren bij dit watersysteem. Drinkwaterproductie, riolering en rioolwaterzuivering vormen samen de waterketen, waarbij onder meer drinkwaterleidingen, kolken, riolen en gemalen belangrijke onderdelen zijn. Een belangrijk onderscheid is dat het watersysteem overwegend een natuurlijk systeem is, terwijl de waterketen bijna volledig door mensen is aangelegd. Het watersysteem en de waterketen zijn sterk met elkaar verbonden. Drinkwater wordt gewonnen uit grondwater (soms oppervlaktewater), rioolwater wordt na zuivering geloosd op oppervlaktewater en hemelwater proberen we zo snel mogelijk uit de waterketen te houden. Bij extreem weer, zoals hevige neerslag of langdurige droogte, zijn we sterk afhankelijk van het watersysteem om het op te vangen. Er moet ruimte zijn om neerslag op te vangen en af te voeren bij hevige neerslag, ook moet er voldoende water worden vastgehouden in tijden van droogte. De waterketen is aangelegd om iedereen te voorzien van veilig en voldoende drinkwater, het vuile water in te zamelen en te zuiveren om daarmee de volksgezondheid en het milieu te beschermen en de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

4

1.3 Belangrijke partijen bij het waterbeheer Inwoners en bedrijven, de gemeente, het hoogheemraadschap en de provincie zijn belangrijke partijen voor het stedelijk water in Haarlem. Samen zijn ze verantwoordelijk voor een goed functionerend watersysteem, met ieder zijn eigen verantwoordelijkheden. Een aantal belangrijke daarvan zijn: • De gemeente moet stedelijk afvalwater inzamelen en afvoeren. Verder moet zij zich inspannen om hemelwater in te zamelen en te verwerken en om bij structurele grondwateroverlast – als geen andere partij verplicht is iets te doen – te komen tot doelmatige maatregelen in de openbare ruimte. Verder geeft ze toestemming voor bodemlozingen, verleent bouwvergunningen en beheert de eigen oppervlaktewateren. • Hoogheemraadschap van Rijnland (‘het hoogheemraadschap’) moet zorgen voor schoon water, beschermen tegen overstromingen en zorgen voor voldoende water (niet te veel, niet te weinig). Ze zuivert het afvalwater op de afvalwaterzuiveringsinstallaties, beheert de grotere oppervlaktewateren en geeft regels voor het watersysteem (onder andere voor kleinere grondwateronttrekkingen). • De provincie stelt kaders voor de regionale wateren en controleert de werkzaamheden van het hoogheemraadschap. Verder heeft ze een coördinerende rol in het bereiken van de KRW-doelen voor grondwaterlichamen. En ze is verantwoordelijk voor de grotere grondwateronttrekkingen.

• Inwoners en bedrijven moeten het hemelwater dat op eigen terrein valt zelf verwerken, tenzij dit redelijkerwijs niet van hen verlangd kan worden. Daarbij dienen ze bij de bouw van hun panden voldoende rekening houden met grondwater, bijvoorbeeld bij het waterdicht maken van leefruimtes. Bij sommige onderwerpen zijn verschillende partijen tegelijk betrokken. Dit is bijvoorbeeld zo bij de Kaderrichtlijn Water en het grondwatersysteem. Hier hebben provincie, hoogheemraadschap en gemeenten allemaal een verantwoordelijkheid.

1.4 Een integraal beleidsplan Dit beleidsplan bundelt en vervangt het gemeentelijk rioleringsplan uit 2018, het integraal waterplan uit 2014 en het strategisch plan klimaatadaptatie uit 2022. Het plan kunnen we later uitbreiden met

relevant beleid, zoals het groenbeleid, het nautisch beleid en beheer van vaarwegen en met het gebruik van oppervlaktewater en inrichtingsvraagstukken, of met de bouw van woningen en bedrijfspanden. Voor het opstellen van dit plan hebben we gebruik gemaakt van de Omgevingsvisie, als toekomstbeeld voor de gemeente Haarlem. Hier halen we onder meer uit dat de boezemwateren worden versterkt door nieuwe oppervlaktewateren te graven. Vervolgens hebben we eerdere beleidsplannen als basis gebruikt (gemeentelijk rioleringsplan, integraal waterplan, strategisch plan klimaatadaptatie). Deze geven onder meer richting in de normen die we hanteren in de omgang met water, bijvoorbeeld voor de capaciteit van riolen, gewenste grondwaterstanden en voor een klimaatadaptieve leefomgeving. Ook het verwante beleid is meegenomen, zoals de ambitiekaart Haarlemse wateren uit 2018, het groenbeleidsplan uit 2022 en het strategisch beheerplan openbare ruimte uit 2022. Deze geven richting in het beleid als het gaat om het gebruik van oppervlaktewateren, het planten van bomen om hittestress tegen te gaan, de aanleg van natuurvriendelijke oevers, de gevolgen voor de biodiversiteit en de integrale aanpak van buurten om de openbare ruimte te verbeteren.

Om dubbelingen in het beleid te voorkomen blijft de aanpak van deze onderwerpen in de genoemde plannen staan, waar het relevant is sluit het waterbeleid erop aan. En we hebben gebruik gemaakt van overzichten met geplande projecten. Vooral grotere projecten worden soms al enkele jaren voor uitvoering opgestart. Dan beginnen de voorbereidende onderzoeken en planuitwerking. De projectenplanning is gebaseerd op deze – al geplande – projecten. Voor het klimaatbestendig maken van Haarlem hebben we de projecten gebaseerd op een onderzoek naar de knelpunten in het klimaatadaptief maken van Haarlem.

1.5 Zo steekt dit plan in elkaar Dit plan beschrijft eerst de opgaven voor het stedelijk waterbeheer van Haarlem en het beleid om daarmee om te gaan. Daarna laat het zien welke personele inzet dat vraagt en wat de kosten en investeringen zijn. In onderliggende uitvoeringsprogramma’s is dat verder uitgewerkt. Er zijn vier uitvoerings­ programma’s (zie bijlagen): Stedelijk afvalwater en hemelwater Oppervlaktewater, Grondwater en Klimaatadaptatie.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

5

Plan Stedelijk water in Haarlem

Organisatie en financiën

Uitvoerings­ programma Stedelijk afvalwater en hemelwater

Uitvoerings­ programma Oppervlaktewater

Uitvoerings­ programma Grondwater

Uitvoerings­ programma Klimaatadaptie

Figuur 1.1 Plan Stedelijk water in Haarlem en ­bijbehorende uitvoeringsprogramma’s.

1.6 Leeswijzer De volgende vier hoofdstukken behandelen achtereenvolgens de thema’s: Stedelijk afvalwater en hemelwater, Oppervlaktewater, Grondwater en Klimaatadaptatie. In die hoofdstukken gaat het eerst over de opgaven en vervolgens over het beleid per thema. Dat beleid is onderverdeeld in:

1. Stedelijke ontwikkelingen en transformaties (zoals nieuwbouw); 2. Openbare ruimte in de bestaande stad; 3. Particulieren, bedrijven medeoverheden en maatschappelijke organisaties.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

6

2 Stedelijk afvalwater en hemelwater 2.1

Wat zijn onze opgaven?

Als gemeente zijn we wettelijk verplicht om stedelijk afvalwater in te zamelen en af te voeren naar de waterzuivering (Omgevingswet art. 2.16 lid 1-a3). Daarnaast dienen we water zo min mogelijk te verontreinigen en mogen we verontreinigd water pas na zuivering in het milieu te brengen (Wet milieubeheer, art. 10.29a). De basis daarvoor is het huidige systeem van riolen en bijbehorende onderdelen: dat brengt het water naar de juiste plek. En het is een enorme opgave om ruim 500 kilometer riolen en tientallen gemalen goed te laten functioneren.

Hemelwater verwerken Als gemeente zijn we ook verplicht om ons in te spannen om hemelwater in te zamelen en te verwerken (Omgevingswet art. 2.16 lid 1-a1). Het meeste hemelwater voeren we via de gemengde riolering (dus samen met afvalwater) af naar de Afvalwater­zuiverings­installatie (AWZI) van het Hoog­heem­raadschap van Rijnland. Kleinere buien verwer­ken w ­ e zoveel mogelijk lokaal in de ondergrond. Als het heel hard regent, dan kunnen het riool en de bodem het water niet meer opnemen en afvoeren. Het water blijft dan op straat staan, kan gebouwen instromen en wegen onbegaanbaar maken. Ook wordt dan het teveel aan rioolwater geloosd op het oppervlaktewater via riooloverstorten. Hierin moeten we een goede balans vinden: bewoners en maatschappelijke organisaties mogen niet in aanraking komen met stedelijk afvalwater, maar we willen ook niet dat overstortingen grote gevolgen hebben voor natuur en milieu. Dat risico bestaat, omdat het grootste deel van het systeem afvalwater en hemelwater via dezelfde buis afvoert (gemende riolering). Een grote opgave is daarom waar mogelijk voor de afvoer van schoon hemel­water en afvalwater gescheiden systemen aan te leggen.

Nieuwbouw mag omgeving niet belasten Bij nieuwe ontwikkelingen moet voldoende rekening worden gehouden met stedelijk afvalwater en hemelwater. Vooral hemelwater kan de directe omgeving zwaar belasten, omdat tijdens zware regenval over verharde oppervlakken veel hemelwater oppervlakkig afstroomt. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn, zonder dat de druk op de omgeving te verhogen. Dus is er ondergronds voldoende ruimte nodig voor de

benodigde riolen en aansluitleidingen. En is het zaak de onder­grondse inrichting op orde te hebben. Er komen namelijk steeds meer kabels, leidingen en netten bij, met allemaal aftakkingen richting panden. Daarbij hebben ondergrondse afvalcontainers en bomen eveneens ruimte nodig. Het voldoende sturen van deze drukte in de ondergrond is een belangrijke opgave.

Hemelwater (her)gebruiken We willen dat nieuwbouwprojecten hemelwater zoveel mogelijk hergebruiken. Bijvoorbeeld voor huishoudelijke toepassingen of de bewatering van vegetatie. Dit vermindert de belasting van hemelwater op de directe omgeving.

Hemelwater op eigen terrein laten verwerken Door foute aansluitingen en verkeerde lozingen kan het riool dichtslibben of vervuild water op straat of in watergangen (zoals beken en kanalen) terechtkomen. Als grote oppervlakken verhard worden, kan afstromend hemelwater overlast veroorzaken in de directe omgeving. Het is daarom belangrijk dat bewoners en ondernemers hun best doen hemelwater dat valt op eigen terrein zelf te verwerken. Dat is overigens ook hun verantwoordelijkheid, wanneer dit redelijkerwijs gevraagd kan worden.

2.2 Stedelijke ontwikkelingen en transformaties Alle nieuwbouw en herontwikkelingen moeten toekomstbestendig worden. De eisen hiervoor liggen vast in de hemelwaterverordening, het kader voor klimaatadaptieve inrichting en nadere uitwerkingen hiervan. Deze eisen spiegelen we aan regionale en landelijke maatstaven, zodat ze gangbaar en passend zijn. Initiatiefnemers moeten bij de toelichting van een nieuw bestemmingsplan of een aanpassing van het omgevingsplan aantonen dat ze hieraan voldoen. Dit doen we door naast de ‘water­ toets’ ook een ‘klimaattoets’ te vragen, om te laten zien dat aan alle eisen wordt voldaan. Het hoogheemraadschap kijkt daarbij mee. Bij nieuwbouw bekijken we of hemelwater kan worden (her)gebruikt, zodat er minder afvalwater afgevoerd hoeft te worden en drinkwater kan worden bespaard. Dat laatste is ook mogelijk met waterbesparende apparaten (douche, toilet).

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

7

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

8

Ontwikkelaars informeren

Streven: helft gemengd riool afkoppelen

Aanvullend hierop is overleg en afstemming mogelijk. Al in een vroeg stadium kan een initiatiefnemer vrijblijvend in gesprek gaan over de plannen, via het digitale ‘waterspreekuur’ met de gemeente en het hoogheemraadschap. We kijken mee of en hoe het onderdeel water en klimaatadaptatie is meegenomen in het stedenbouwkundig plan.

Hemelwater gescheiden houden van rioolwater brengt veel voordelen. Zoals minder vervuiling van oppervlaktewater bij riooloverstortingen. We zetten daarom in op het afkoppelen van hemelwater, waar dat doelmatig is. Dit afwegingskader wordt beschreven in het Uitvoeringsprogramma stedelijk afvalwater en hemelwater (zie bijlage). Vooral in bredere straten is dit mogelijk, vanwege de ruimte voor een extra leiding in de ondergrond. Ook de afstand tot het oppervlaktewater is belangrijk, omdat bij een grotere afstand een groter en dieper gelegen riool nodig is. Op basis van de eerdere afkoppelvisie en een analyse van de breedte van straten is onze inschatting dat ongeveer 50 procent van de straten met een gemengd riool doelmatig kan worden afgekoppeld. Dit afkoppelen nemen we mee bij projecten in de openbare ruimte.

2.3 De inrichting van de openbare ruimte Wil een rioolsysteem goed blijven werken, dan is gedegen beheer noodzakelijk. Voor alle onderdelen plannen we via beheerplannen onderhoud, renovatie en vervanging van alle onderdelen van het systeem. Beheerders bepalen welke werkzaamheden hiervoor nodig zijn en pakken die planmatig op. Bij de planning van integrale projecten geven we een hoge weging aan riolering, omdat werkzaamheden aan de riolering ingrijpend zijn voor de omgeving en daarom bepalend zijn voor de (her) inrichting van de straat.

Circulaire oplossingen We houden zoveel mogelijk oog voor circulaire oplossingen. Dat doen we door waar mogelijk grondstofgebruik te verminderen, hernieuwbare grondstoffen te gebruiken, de levensduur van objecten te verlengen en grondstoffen te hergebruiken.

Stedelijk afvalwater inzamelen en afvoeren Stedelijk afvalwater zamelen we in en voeren we af. Zo zorgen we dat vuil water niet in het milieu terechtkomt, maar eerst wordt gezuiverd op de RWZI van het hoogheemraadschap. Nieuwe panden moeten daarom altijd worden aangesloten op het riool. Soms zijn alternatieve manieren mogelijk om afvalwater in te zamelen en te verwerken. Dat willen we alleen als ze op lange termijn eenzelfde zuiveringsrendement kunnen bieden als de afvalwaterzuivering. Het is natuurlijk het beste als water niet vervuild raakt. Bijvoorbeeld door materialen te gebruiken die geen vervuiling afgeven. Daarbij moeten stedelijk afvalwater en hemelwater zoveel mogelijk gescheiden blijven. Bij nieuwbouw is dat verplicht. En als het mogelijk is wordt (hemel)water (her)gebruikt, zodat er minder afvalwater ontstaat.

Zo veel mogelijk hemelwater infiltreren Het schonere hemelwater willen we infiltreren in de bodem. Dit kan door het weghalen van verharding, het maken van hoogteverschillen die aflopen richting groen en oppervlaktewater en door speciale voorzieningen (zoals wadi’s), die hemelwater in de bodem infiltreren. In de openbare ruimte geven we het goede voorbeeld door overbodige verharding zoveel mogelijk weg te halen. In de particuliere ruimte stimuleren we dat. En als er door particuliere werkzaamheden een goede mogelijkheid bestaat om hemelwater meteen te bergen of te infiltreren, dan verplichten we dit via een hemelwater­verordening.

Er is een grens aan wat de riolering kan verwerken Het inzamelen en verwerken van hemelwater kent zijn grenzen. De buien worden heviger en daardoor wordt het steeds moeilijker om hinder, overlast en schade te voorkomen. We doen dus ons best, maar weten dat we niet alle overlast en schade kunnen voorkomen. Als kader houden we hiervoor aan: • Bij een bui die eens in de twee jaar voorkomt willen we geen water op straat (tenzij dit al de bedoeling was van het ontwerp). Vroeger hielden we hiervoor aan dat er 20 mm in een uur moest kunnen worden verwerkt door ondergrondse riolering, tegenwoordig houden we 29 mm in een uur aan bij vervanging en bij nieuwbouw. • Bij een bui die eens in de 100 jaar voorkomt willen we geen water in panden en geen langdurig onbruikbare hoofdwegen (voor hulpdiensten). Met de huidige buienstatistiek voor het jaar 2050 is dit ongeveer 70 mm neerslag in een uur. Er mag dan een grote hoeveelheid water op straat en in

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

9

tuinen staan, maar we willen voorkomen dat het panden instroomt. Dit kan alleen als toegangen tot panden (deuren, kelderramen, etc.) voldoende hoger liggen dan de straat. • Bij de meest extreme weersomstandigheden kan het zijn dat problemen niet te voorkomen zijn, ook als er maatregelen zijn genomen. Dan proberen we grote gevolgen zoveel mogelijk te beperken.

Actief sturen op inrichting ondergrond Om voldoende ruimte te hebben en te houden in de ondergrond, gaan we actiever sturen op de inrichting ervan. Dit doen we met de HIOR (Handboek Inrichting Openbare Ruimte), waarin we de ondergrond ook hebben opgenomen. En dit doen we door het eigendom van huisaansluitleidingen op het riool duidelijker te beleggen, waarbij we het deel van de leiding onder openbare ruimte in eigen bezit willen hebben.

2.4 Particulieren en organisaties Om ervoor te zorgen dat iedereen weet wat een goede omgang is met stedelijk afvalwater en hemelwater, informeren we bewoners en ondernemers hierover. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater. De gemeente hoeft alleen het hemelwater afkomstig van particulier terrein te verwerken, als het niet redelijk is om van de houder van het verzamelde hemelwater te verlangen het hemelwater zelf te verwerken. Dit betekent dat particulieren, bedrijven, mede-overheden en maatschappelijke organisaties zoveel

mogelijk voorzieningen moeten treffen die hemelwater op eigen terrein opvangen. Bijvoorbeeld door het ontstenen van tuinen, het plaatsen van infiltratiekratten en het leggen van groene daken. Om meer duidelijkheid te krijgen over de verantwoordelijkheden werken we toe naar het altijd in eigendom hebben van de verbindingen tussen panden en het riool onder openbare grond.

Buurtgericht coördineren De gemeente is verantwoordelijk voor het openbaar gebied en particulieren voor het eigen terrein. De gemeente heeft een coördinerende rol. Daarin willen wij inwoners en ondernemers laten weten hoe ze zich kunnen voorbereiden op en aanpassen aan te veel water op straat. Dan is autorijden bijvoorbeeld even niet mogelijk en is een verzekering tegen schade aan te raden. Verder is er een calamiteitenorganisatie om in te grijpen en te waarschuwen. Ook schadeherstel is een aandachtspunt: bij extreem weer worden de ‘zwakke plekken’ zichtbaar, daarom is het belangrijk dat de gemeente en eigenaren deze plekken herstellen en waar mogelijk verbeteren.

Verordeningen met heldere regels We willen een eerlijke verdeling van de gebruikskosten van de riolering. We onderzoeken hoe dit kan en welke invloed dit zou hebben op de rioolheffingsverordening. Bij kleinschalige nieuw- en verbouw moet iedereen zich houden aan de regels in de hemelwaterverordening.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

10

Uitwerking voor stedelijk afvalwater en hemelwater In het uitvoeringsprogramma stedelijk afvalwater beschrijven we de uitvoering van dit beleid. Enkele belangrijke veranderingen hebben we hier benoemd. In het uitvoeringsprogramma is dit volledig uitgewerkt. • De technische levensduur van de vrijvervalriolen verhogen we van 65 naar 80 jaar. Dit betekent dat we verwachten dat een gemiddeld vrijvervalriool ongeveer 80 jaar goed blijft functioneren. • Voor rioolvervanging werken we met de buurtaanpak die beschreven is in het Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte. Dit betekent dat wij aangeven in welke buurten relatief veel vrijvervalriolen in slechte staat zijn, om hiermee de buurten te selecteren die de komende jaren worden aangepakt. In veel buurten is er geen uniforme leeftijdsopbouw, daarom gaan we er vanuit dat de eerste jaren gemiddeld 40% van het riool in zo’n buurt moet worden vervangen.

• Afkoppelen van hemelwater nemen we mee met rioolvervanging, waar we voorheen niet beschreven hoe we dit gingen doen. Als het redelijkerwijs mogelijk is om hemelwater af te koppelen van het riool, dan doen we dit. Er zijn echter allerlei factoren die afkoppelen moeilijk en duur maken, zoals ruimtegebrek, grote afstand tot oppervlaktewater en vervuilde oppervlakken. We verwachten dat afkoppelen bij ongeveer 50% van de rioolvervangingen redelijkerwijs mogelijk blijkt te zijn, waar we voorheen uitgingen van het afkoppelen bij 40% van de rioolvervangingen. • Huisaansluitleidingen onder openbare grond willen we in eigendom krijgen, om meer grip te krijgen op de ondergrond.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

11

3 Oppervlaktewater 3.1

Wat zijn onze opgaven?

Oppervlaktewater is al het water dat zichtbaar is in de leefomgeving (grachten, sloten, plassen, Spaarne, Ringvaart, Mooie Nel). Om overtollig hemelwater te verwerken is een goed functionerend oppervlaktewatersysteem nodig. Daarom is het belangrijk dat ons oppervlaktewater voldoende bergings- en afvoercapaciteit heeft. Bovendien moet de waterkwaliteit goed zijn. Oppervlaktewater dient naast het bergen en afvoeren van water nog meer functies zoals natuur, beroepsvaart, recreatie, landbouw en belevingswaarde. Alle oppervlaktewateren hebben meerdere functies en daarom is een goede belangenafweging belangrijk om de verschillende functies mogelijk te houden. Het boezemwatersysteem voert water van een groot gebied af door het Spaarne richting het Noordzeekanaal. Afstemming en samenwerking met andere overheden is derhalve erg belangrijk. Het gaat daarbij om gemeenten in dat gebied, Hoogheemraadschap van Rijnland, de provincie Noord-Holland en het Rijk.

Oppervlaktewateren goed beheren Om de functies te garanderen worden de oppervlaktewateren van Haarlem beheerd. Hiervoor is de samenwerking met Hoogheemraadschap van Rijnland erg belangrijk. Zij bezitten de grootste wateren en beheren (bijna) alle oppervlaktewateren in Haarlem. De gemeente is wel verantwoordelijk voor een deel van het onderhoud, zoals het onderhoud en vervan­-

ging van duikers, het schonen van watergangen en het verwerken van baggerspecie. In een overeenkomst uit 2008 is vastgelegd hoe de taken verdeeld zijn tussen ons en het hoogheem­raadschap.

Verbeteren waterkwaliteit Om de waterkwaliteit te verbeteren is in 2000 binnen de Europese Unie in de Kaderrichtlijn Water (KRW) afgesproken dat de waterkwaliteit van oppervlaktewateren en grondwaterlichamen wordt beschermd en waar mogelijk hersteld. Dit is per oppervlaktewaterlichaam uitgewerkt tot concrete eisen en aanpassingen. Hoogheemraadschap Rijnland heeft hierin een belangrijke taak: ze doet de analyses en trekt de gebiedsprocessen om te komen tot de juiste maatregelen. De verplichtingen voor een goede waterkwaliteit dienen echter ook deels ingevuld te worden door de gemeente. Als gemeente hebben we de opgave om diffuse bronnen van oppervlaktewatervervuiling (denk aan vervuiling van afstromend hemelwater, bladval, hondenpoep) en puntbronnen van oppervlaktewatervervuiling (bijvoorbeeld riooloverstorten) aan te pakken.

Tekort aan waterberging verkleinen Uit studies is gebleken dat er op bepaalde plekken een waterbergingstekort is bij hevige regenval. We willen het tekort aan waterberging oplossen, onder andere door meer watergangen (zoals kanalen en grachten) aan te leggen in deze gebieden. In het uitvoeringsprogramma Oppervlaktewater (zie bijlage) staat beschreven waarom bepaalde plekken in aanmerking komen voor extra watergangen.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

12

Figuur 3.1 Oppervlaktewater in Haarlem en verwachte locaties van nieuwe watergangen.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

13

3.2 Stedelijke ontwikkelingen en transformaties In Haarlem willen we toe naar een ‘groen-blauw’ netwerk van watergangen, sloten en wadi’s en aansluitende groene structuren. (Een wadi is een groene greppel die tijdelijk hemelwater kan opvangen.) Het is daarom belangrijk dat de huidige watergangen behouden blijven, omdat zij de hoofdtakken vormen van dit netwerk. Op sommige locaties zijn nieuwe watergangen nodig, soms is er ruimte nodig voor sloten of wadi’s. Dit vullen we in binnen de stedelijke transformaties. Voor nieuwe ontwikkelingen zijn er regels voor watercompensatie (verharding boven een bepaald aantal vierkante meters moet goedgemaakt worden met open water) en klimaatadaptatie vanuit het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Water en bodem sturend laten zijn Vroeger werden watersystemen dikwijls aangepast als dit nodig was voor de inrichting van het gebied. Zo verdwenen grachten, greppels en sloten, en kon water minder goed worden afgevoerd. Juist rond die plekken blijkt nu vaak een hogere kans op wateroverlast. Landelijk is er met ‘water en bodem sturend’ aangegeven dat nieuwe functies ergens pas een plek kunnen krijgen als het water- en bodemsysteem past bij die functie. Dit moet ook in Haarlem worden ingevuld. In Haarlem liggen enkele polders, waarvoor het belangrijk is dat ze voldoende waterberging hebben. Voor de ontwatering van polders zijn gemalen nodig en die hebben altijd een maximumcapaciteit. De waterberging is nodig om pieken in de neerslag op te vangen.

3.3 De openbare ruimte

Nieuwe watergangen graven We willen meer watergangen aanleggen in de gebieden met een verwacht tekort aan water­ berging. Acht tracés worden hiervoor in komende periode onderzocht. In dit onderzoek bekijken we de haalbaarheid van verschillende invullingen, bijvoorbeeld een vaart of een wadi. Dit werken we in het uitvoeringsprogramma uit voor: • Amsterdamse vaart • Centrale Watergang – Haven • Haarlem noord/ Spaansevaartstraat • Westergracht • Gedempte oude gracht • Floris van Adrichemlaan • Aziëweg • Waterverbinding Houtvaart-Delft

Het onderhoud van de oppervlaktewateren en bijbehorende voorzieningen voeren we uit met onze partners. Het Hoogheemraadschap van Rijnland is hiervoor belangrijk. De samenwerkingsovereenkomst die we hebben geeft hiervoor de basis. We onderhouden oevervoorzieningen en duikers, we schonen watergangen en we verwerken (verspreidbare) baggerspecie.

Zorgen voor een goede waterkwaliteit Om de waterkwaliteit te beschermen en waar nodig te verbeteren maken we samen met het hoogheemraadschap plannen. Hierbij richten wij ons op de vervuiling die van het grondgebied van Haarlem afkomstig is, omdat we daar als gemeente invloed

Figuur 3.2 Watergang aan de Briandlaan in Schalkwijk (Europavaart)

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

14

op hebben. Zo richten we ons op het verminderen van de vervuiling uit riooloverstortingen, letten op de vervuiling die meestroomt met hemelwater (zoals hondenpoep en bladeren) en op het verwijderen van zwerfafval uit het oppervlaktewater. We spreken met het hoogheemraadschap over de kwaliteit van het oppervlaktewater dat Haarlem instroomt. De kwaliteit van het boezemwater heeft te lijden van vervuiling die bovenstrooms plaatsvindt. Hier heeft de gemeente Haarlem dus weinig invloed op.

• Oppervlaktewateren aaneengesloten structuren vormen, met een eenduidige inrichting (bijvoorbeeld uitsluitend kade of alleen natuuroever).

3.4 Particulieren en organisaties

Particulieren, bedrijven, medeoverheden en maatschappelijke organisaties dienen verstandig om te gaan met oppervlaktewateren. Dit betekent dat alleen wordt gezwommen op officiële zwemwaterlocaties en dat er geen activiteiten plaatsvinden die de waterkwaliteit van oppervlaktewater nadelig beïnvloeden.

Om in het drukke, dichtbebouwde Haarlem te zorgen voor voldoende en schone oppervlaktewateren is de samenwerking met particulieren en organisaties belangrijk. Zij kunnen hierbij een grote rol spelen, door bijvoorbeeld te zorgen dat er minder water afstroomt van hun perceel en door vervuiling te voorkomen. Ook kunnen ze veel baat hebben bij een goede inrichting van de oppervlaktewateren, omdat het kansen biedt voor recreatie, biodiversiteit en een gezonde inrichting. We vinden het belangrijk dat: • Omwonenden kunnen meepraten over de inrichting van oppervlaktewateren in hun directe omgeving.

• Oppervlaktewateren een toegevoegde waarde hebben voor de omgeving. • Oppervlaktewateren multifunctioneel worden gemaakt, zodat ze veel waarde hebben voor het drukke, dichtbebouwde Haarlem.

Handhaven van regels over waterkwaliteit

We handhaven de al doorgevoerde ‘kleine’ maatregelen, zoals de verplichting om hondenpoep op te ruimen en het verbod om vogels te voeren. Aanvullend onderzoeken we ontmoediging van ‘uitlogende’ bouwmaterialen, die langzaam in water oplossen, zoals zink en lood.

Figuur 3.3 Het Spaarne heeft meerdere functies: regionale doorvoer van water, recreatie, beroepsvaart, aanzicht/beeld­ bepaling en het verwerken van lokaal overtollig hemelwater.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

15

Uitwerking voor oppervlaktewateren In het uitvoeringsprogramma oppervlaktewateren beschrijven we de uitvoering van dit beleid. Enkele belangrijke veranderingen hebben we hier benoemd. In het uitvoeringsprogramma is dit volledig uitgewerkt. • Vanuit een analyse naar verhard oppervlak en afstand tot oppervlaktewateren komen een aantal gebieden naar voren waar behoefte is aan meer oppervlaktewater. Met tracéstudies werken we uit wat het beste tracé is en of het haalbaar is om dit te realiseren. Voor deze tracés hebben oppervlaktewateren de voorkeur, maar kan een groen-blauwe verbinding een alternatief vormen.

• Om de waterkwaliteit te verbeteren zetten we in op het verminderen van het aantal overstortingen door het afkoppelen van hemelwater van het riool, het verminderen van de afstroming van vervuiling, voldoende baggeren van watergangen en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. Het hoogheemraadschap heeft ook een belangrijke rol om de waterkwaliteit te verbeteren, daarom hebben we regelmatig overleg.

• We hebben de functies van oppervlaktewateren benoemd. Dit kunnen meerdere functies zijn. Bij aanpassingen en ontwikkelingen gebruiken we dit om te komen tot een eenduidige uitwerking.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

16

4 Grondwater 4.1 Wat zijn onze opgaven? De klimaatverandering heeft ook gevolgen voor het grondwatersysteem. Want terwijl de winters natter worden, valt er in de lente en zomer juist vaker minder neerslag dan voorheen. Daardoor kan het vaker voorkomen dat we meer water nodig hebben dan wat er aan regen valt en via rivieren en vaarten ons land binnenstroomt en beschikbaar is voor Haarlem. En dan is er een tekort aan water. Grote delen van Haarlem zijn van nature natte gebieden, vooral de relatief lagere delen van de stad aan de flanken van de duinen en langs oude strandwallen. In de natte gebieden geldt dat zonder maatregelen de grondwaterstand zo hoog is dat de dat de huidige functie niet zou kunnen bestaan. Doordat Haarlem in vergelijking met andere steden behoorlijk ‘versteend’ is, bereikt weinig hemelwater het grondwater (er is onvoldoende infiltratie) en stroomt veel water af naar het oppervlaktewater.

van de buur (overheid of particulier).

Tekort aan grondwater tegengaan

Drainages aanleggen en beheren

Droogte kan een tekort aan grondwater veroorzaken. Door lagere grondwaterstanden kan de bodem extra verzakken. Dit kan weer problemen met de fundering van gebouwen en infrastructuur tot gevolg hebben. Ook kunnen bomen en planten verdorren. En de waterkwaliteit kan verslechteren, omdat concentraties vervuilende stoffen toenemen.

De gemeente beheert het grondwaterpeil in de openbare ruimte op veel plekken via drainage, zodat de grondwaterstand niet te hoog kan worden.

Een overmaat aan grondwater beperken Door hoge grondwaterstanden kan vocht optrekken in woningen en funderingen aantasten. Dit kan leiden tot natte kelders en gezondheidsproblemen door schimmelvorming. Ook kunnen wegen, planten en bomen eronder lijden.

Uitvoeren gemeentelijke zorgplicht grondwater Als gemeente zijn we wettelijk verplicht om ons in te spannen om op een doelmatige manier ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk structureel nadelige gevolgen zijn van de grondwaterstand (Omgevingswet art. 2.16 lid 1-a2).

We hebben de opgave om onze drainage te beheren en om nieuwe drainage aan te leggen waar nodig. In het uitvoeringsprogramma grondwater is opgenomen waar en onder welke voorwaarden we dat doen. In meerdere particuliere woningen en tuinen verspreid door Haarlem wordt grondwateroverlast ervaren. Het lijkt erop dat er vaak naast maatregelen op openbaar terrein, ook maatregelen op particuliere terreinen nodig zijn om deze grondwateroverlast weg te nemen. De grondwaterstand bij woningen wordt dan onvoldoende beïnvloed door de drainage in de openbare ruimte. Afstemming met de gemeente is dan belangrijk, zeker als zij het grondwater ergens moeten lozen.

Particulieren zijn primair zelf verantwoordelijk voor het grondwater op/onder eigen terrein en de eventuele maatregelen die ze daartegen willen nemen. Dit geldt voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

17

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

18

4.2 Stedelijke ontwikkelingen en transformaties Bij nieuwbouw en herbouw houden we de natuurlijke bodem- en waterstructuren zoveel mogelijk in stand. Dit betekent dat we kijken naar het gebied om te bepalen hoe de inrichting eruit komt te zien. En we leggen het zo aan dat de omgeving geen last ervaart. Dit werken we uit binnen de plannen. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt de inrichting van het bodem- en watersysteem getoetst in de watertoets.

4.3 De openbare ruimte Grondwaterstanden in openbaar gebied mogen de functies van dat gebied niet belemmeren en indien mogelijk moeten ze de functies juist ondersteunen. Daartoe reguleren we op veel plekken het grondwater. Vaak gaat het om te veel grondwater. Daarom is op veel plekken een drainagenetwerk nodig. We onderhouden de drainage en leggen waar nodig extra drainage aan. Ook onderhouden we het grondwatermeetnet, het grondwatermodel (een computermodel van het grondwatersysteem) en waar nodig breiden we deze uit.

Streven naar circulaire oplossingen We dragen bij aan het omschakelen naar een circulaire economie door waar mogelijk grondstofgebruik te verminderen, het gebruiken van hernieuwbare grondstoffen, de levensduur van objecten te verlengen en grondstoffen te hergebruiken.

Grondwaterstanden reguleren Grondwaterstanden schommelen, onder andere door neerslag en wisselende oppervlaktewaterpeilen. Om grondwateroverlast te voorkomen streven we naar enigszins stabiele grondwaterstanden, van 0,7 meter onder maaiveld. Hiervoor kijken we in principe alleen naar de grondwaterstand onder wegen, omdat we alleen daar een wettelijke opgave voor hebben en omdat we beperkte invloed hebben op de grondwaterstand onder particulier terrein. Gebiedsgericht kunnen hierop uitzonderingen worden gemaakt, als de omstandigheden vragen om een andere grondwaterstand. Bijvoorbeeld als we weten dat de funderingen, bomen en infrastructuur in het gebied een andere grondwaterstand nodig hebben. Of als structureel overlast wordt ondervonden in een relatief groot gebied.

Wisselingen in grondwaterstanden kunnen nadelig uitpakken voor bomen en ander groen. Dat geldt voor tijdelijk hoge grondwaterstanden, maar ook voor langdurige droogte. Een stabiele grondwaterstand helpt dus om te komen tot gezond en gevarieerd groen. Daarbij is hoogteverschil belangrijk: het groen moet voldoende hoog ten opzichte van de grondwaterstand worden geplant. Vooral in parken is dit mogelijk, door dit mee te nemen in het ontwerp. En anders kan er met drains en leidingen worden gewerkt. Dit speelt vooral bij groen in straten.

4.4 Particulieren en organisaties Particulieren zijn eerst zelf verantwoordelijk voor het grondwater op/onder eigen terrein en de eventuele maatregelen die ze daartegen willen nemen. Dit geldt voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door handelen of nalaten van anderen in de buurt (overheid of particulier). Als gemeente hebben we de zorgplicht om onder voorwaarden maatregelen te treffen tegen structurele grondwaterover- en onderlast onder particulier terrein.

Gebiedsgericht werken aan grondwater De gemeente beheert het grondwaterpeil in de openbare ruimte op veel plekken via drainage (ontwateren); het afvoeren van grondwater via greppels en sloten of drainagebuizen. Dat doen we opdat de grondwaterstand niet te hoog en niet te laag kan worden. De grondwaterstand op particulier terrein wordt daarmee slechts beperkt beïnvloed. In meerdere particuliere woningen en tuinen verspreid door Haarlem wordt er grondwateroverlast ervaren. Het lijkt erop dat er vaak naast maatregelen op openbaar terrein, ook maatregelen op particuliere terreinen nodig zijn om deze grondwateroverlast weg te nemen. De afstemming met de ons is belangrijk, zeker als wij het grondwater ergens moeten lozen.

Onderzoek: infiltrerend maken van drainages Een nieuwe mogelijkheid is dat we actief oppervlaktewater inlaten in drainagesystemen, om grondwatertekorten aan te vullen. Of dit voldoende werkt is, nog onduidelijk en is onder andere afhankelijk van de beschikbaarheid van oppervlaktewater. Om hier meer gevoel mee te krijgen doen we eerst proeven. De uitkomsten gebruiken we om te bepalen of en hoe dit kan worden opgeschaald.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

19

Uitwerking voor grondwater In het uitvoeringsprogramma grondwater beschrijven we de uitvoering van dit beleid. Enkele belangrijke veranderingen hebben we hier benoemd. In het uitvoeringsprogramma is dit volledig uitgewerkt.

• We doen proeven met drainage-infiltratie­ systemen met toevoer van oppervlaktewater. Zo willen we achterhalen in welke mate zo’n systeem op lange termijn zorgt voor vermindering van overlast en schade.

• Om droogte tegen te gaan zetten we in op meer infiltratie van hemelwater in de bodem. Dit doen we door nieuwbouw klimaatadaptief aan te laten leggen en door particulieren te stimuleren om zoveel mogelijk hemelwater te infiltreren. • Met drainage blijven we sturen we op een grondwaterstand in de openbare ruimte van maximaal 70cm onder maaiveld, waarbij er 10% van de tijd een overschrijding mag zijn. We kunnen hiervan afwijken als we merken dat de functies in het gebied baat hebben bij een andere grondwaterstand. Als we afwijken, dan werken we dit uit met de buurt.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

20

5 Klimaatadaptatie: Haarlem klaarstomen voor de gevolgen van klimaatverandering 5.1 Opgaven Het veranderende klimaat zorgt voor hogere temperaturen, meer en hevigere neerslag en ook langere en intensere perioden van droogte. Dit geeft een grotere kans op wateroverlast, hittestress, problemen door droogte en problemen door overstromingen. In het Strategisch Plan Klimaatadaptatie is daarom al het doel gesteld om in 2050 voorbereid te zijn op de veranderende weersomstandigheden. Dit sluit aan bij het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, wat hetzelfde doel meegeeft voor alle overheden. Haarlem moet dus aangepast worden om het andere, meer extreme weer, zonder problemen te kunnen verwerken. We gaan vooralsnog uit van de klimaatscenario’s van het KNMI van 2014. Zodra de nieuwe klimaatscenario’s gepubliceerd worden, wordt de opgave bijgesteld.

Haarlem aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering Op veel plekken is Haarlem kwetsbaar voor wateroverlast, hittestress en droogteproblemen. Overstromingsrisico’s zijn beperkt. De openbare ruimte voldoet op veel plekken niet aan het toetsingskader van het Strategisch Plan Klimaatadaptatie.

vastgelegd in ons Strategisch Plan Klimaatadaptatie. Alle nieuwbouw en herinrichtingen moeten hieraan voldoen. Particulieren laten bijdragen aan klimaatadaptatie Het grootste deel van het Haarlems grondgebied is in particulier bezit (in sommige wijken tot 70 procent). De opgave om Haarlem klimaatadaptief te maken ligt op de openbare en particuliere grond. Vooral in de voor klimaatverandering kwetsbare wijken is de openbare ruimte vaak al drukbezet. Het is daarom belangrijk dat iedereen hier meewerkt aan het oplossen van de opgave. Weersomstandigheden kunnen altijd nog extremer zijn, dan waar de leefomgeving op is ingericht. Het is dan belangrijk dat bewoners en ondernemers zelfredzaam zijn en weten wat ze moeten doen op het moment dat er toch overlast optreedt door water, hitte of droogte.

Zo kan de bereikbaarheid van Haarlem onder druk komen tijdens extreme weersomstandigheden. Vooral laaggelegen wegen en onderdoorgangen zijn kwetsbaar voor wateroverlast. Extreme hitte kan pleinen en fietsroutes erg warm maken en kan ertoe leiden dat bruggen niet meer goed open en dicht gaan. Het is belangrijk dat de hoofdverbindingen beschikbaar blijven.

Nieuwbouw klimaatadaptief laten ontwikkelen Om in 2050 klimaatadaptief te zijn is het belangrijk dat het bij nieuwbouw in één keer goed gaat. Dit zijn immers de gebieden waar - na aanleg - niet snel nieuwe werkzaamheden nodig zullen zijn. Daarvoor is er de ‘Landelijke Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’. Deze is in Haarlem al ingevuld met het Basisveiligheidsniveau klimaatadaptieve nieuwbouw, dat samen samenwerking de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is opgesteld en

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

21

Figuur 5.1 Locaties van de wateroverlast en hittestress knelpunten in Haarlem

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

22

5.2 Stedelijke ontwikkelingen en transformaties In het kader voor klimaatadaptieve inrichting leggen we uit wat de vereisten zijn voor nieuwbouw en herontwikkelingen. Dit leggen we als eisen op, omdat nieuwbouw een kans biedt om alle aanpassingen in één keer goed te doen en ervoor te zorgen dat het gebied voor langere tijd klimaatadaptief is.

Hulpdiensten en zorginstellingen Extra aandacht voor belangrijke functies en infrastructuur Bij stedelijke ontwikkelingen hebben we extra aandacht voor belangrijke functies en infrastructuur. Hulpdiensten moeten overal kunnen komen, zorginstellingen moeten voldoende beschermd zijn en

drinkwater moet zoveel mogelijk beschikbaar blijven. Zoals in de eisen is opgenomen, leggen we daarom hogere eisen op aan vitale functies en infrastructuur. We maken hiervoor een overzicht van de functies en infrastructuur die we extra aandacht geven. Dit stemmen we ook regionaal af, omdat deze vaak een regionale functie hebben.

Kader voor klimaatadaptieve inrichting In onderstaande tabellen staan de eisen voor nieuwbouw en het streven voor bestaande bouw, afkomstig vanuit basisveiligheidsniveau klimaatadaptieve bouw MRA en vastgesteld in het Strategisch Plan Klimaatadaptatie. Ook staan er de regels voor klimaatadaptieve inrichting vanuit de waterschapsverordening van het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Wateroverlast

Voorschrift

Hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm in een uur) zorgt niet voor schade in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm in een uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar.

Een groot deel van de neerslag (range 40-70 mm*) van een hevige bui op het bebouwd deel van privaat terrein wordt verwerkt op het terrein zelf of in extra (water)voorzieningen in of toegerekend aan het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd af (niet extra naar riolering of watersysteem) en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar. In het gebied is natuurlijke en oppervlakkige afwatering zoveel mogelijk aanwezig. Bij een waterdiepte van 20 cm op rijbaan door extreme regen en/of overstromingen mag er geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar. De ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden, in de bodem gebracht en hergebruikt in het plan­ gebied.

* In Haarlem gaan we uit van 70 mm, zoals uitgewerkt in de hemelwaterverordening.

Droogte

Voorschrift

Bij langdurige droogte (potentieel maximaal neerslagtekort 300 mm, eens per 10 jaar) wordt schade aan bebouwing, wegen, groen en vitale en kwetsbare functies voorkomen.

De verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte zijn sturend voor de inrichting van het plangebied.

Hitte

Voorschrift

Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Er is tenminste 40% schaduw voor langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken in het plangebied tijdens de hoogste zonnestand in de zomer.

Gebiedsspecifiek worden een restzettingseis en bijbehorende maatregelenset tegen bodemdaling gekozen die over de levensduur van zestig jaar maatschappelijk het meest kosteneffectief zijn voor openbaar en privaat terrein. Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte.

Koele plekken (minimaal 200 m2) zijn op loopafstand (maximaal 300 meter) aanwezig. Tenminste 50% van alle horizontale en verticale oppervlakten worden warmtewerend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied en gebouwen zelf te verminderen. Vitaal en kwetsbare functies blijven beschikbaar bij hitte. Koeling leidt niet tot opwarming van de (verblijfs) ruimtes in de directe omgeving.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

23

Overstromingen

Voorschrift

Afhankelijk van de plaatselijke overstromingskans en optredende waterdiepte wordt ingezet op het voorkomen van schade, het beperken van schade of het voorkomen van slachtoffers. Voor vitale en kwetsbare functies gelden aanvullende eisen. Welke eisen van toepassing zijn op het plangebied is dus afhankelijk van de overstromingskans en diepte. Wat de overstromingskans per waterdiepte is, is te vinden in de klimaateffectatlas.

Bij overstromingen mag er geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar.

Natuurinclusiviteit en biodiversiteit

Voorschrift

Groen-blauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt via het leidende principe in het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen dat ecologische oplossingen altijd de voorkeur hebben boven ‘puur technische’ oplossingen (‘groen, tenzij…’).

Ecologische oplossingen en oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen van het specifieke gebied hebben altijd de voorkeur boven ‘puur technische’ oplossingen, ook bij gelijke maatschappelijke prestaties en kosten (Total Cost of Ownership-benadering).

Er dienen maatregelen genomen te worden om schade te beperken in een geval van een overstroming, mits deze doelmatig zijn Er moeten maatregelen getroffen worden om veilig te kunnen schuilen of te evacueren in het geval van een overstroming.

Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren en ecosystemen in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 30% groen op buurtniveau, boomkroonoppervlak telt mee). Het plangebied creëert, afhankelijk van de grootte, een hoogwaardige habitat voor een of meer soortencategorieën.

Regels voor klimaatadaptieve inrichting Waterschapsverordening Hoogheemraadschap van Rijnland

Naam regel

Voorschrift

20 millimeter-regel

Om ervoor te zorgen dat een gebied droogte aankan, moet de bodem in een gebied een normale bui van 20 mm in 24 uur op kunnen nemen en kunnen vasthouden voor droge periodes.

90 millimeter-regel

Om ervoor te zorgen dat een gebied extreme neerslag aankan, moet een gebied een regenbui van 90 millimeter in 24 uur op kunnen vangen. Dat opvangen kan in de bodem, sloten, open water of andere vormen van wateropslag.

Natuurinclusieve regels

Om de waterkwaliteit en de biodiversiteit te versterken en te ondersteunen, moeten brede sloten en ander water van voldoende en afwisselende diepte en een schuine kant worden aangelegd in plaats van ondiepe, smalle slootjes. De oevers moeten natuurvriendelijk zijn (schuine kant, beplanting).

5.3 De openbare ruimte Wateroverlast in de openbare ruimte door extreem grote regenbuien willen we voorkomen, waarbij we tegelijk ook genoeg water overhouden voor als er te weinig regen valt (opvang van kleine buien). We zetten daarom in op maatregelen zoals hemelwater bergen in groen (bijvoorbeeld verlaagd groen) en het verwijderen overbodige verharding. De eisen hiervoor liggen vast in het kader voor klimaatadaptieve inrichting en het HIOR (Handboek Inrichting Openbare Ruimte).

Knelpunten aanpakken Alle werkzaamheden in de openbare ruimte grijpen we aan om klimaatadaptief te herontwikkelen. Daarnaast hebben we een lijst knelpunten geprogrammeerd en gebudgetteerd om de komende jaren aan te pakken.

Figuur 5.2 In de wadi aan het Roemeniëpad wordt hemelwater lokaal opgevangen en geïnfiltreerd.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

24

5.4 Particulieren en organisaties Met informatie en stimuleringsacties proberen we bewoners en ondernemers hun eigen gebouw en terrein klimaatadaptief te laten maken. Met onder andere advies over de tuininrichting, bewustzijnsacties en subsidies helpen we ze op weg om de benodigde aanpassingen te doen.

Calamiteitenplan Naast de plannen voor een klimaatadaptieve inrichting, werken we ook aan een calamiteitenplan voor de juiste acties voor, tijdens en na extreem weer. Zo zijn we er ook voorbereid als het een keer misgaat.

Met de buurt werken In de buurten waar de klimaatproblemen het grootst zijn kijken we buurtgewijs naar een klimaatadaptieve inrichting. Door dit in een groter plan op te nemen zorgen we voor samenhang.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

25

Uitwerking voor klimaatadaptatie In het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie beschrijven we de uitvoering van dit beleid. Enkele belangrijke veranderingen hebben we hier benoemd. In het uitvoeringsprogramma is dit volledig uitgewerkt. • Nieuwbouwplannen toetsen we aan de hand van het kader voor klimaatadaptatie, zoals dat eerder is vastgesteld.

• Met deze aanpak accepteren we dat de gevolgen van extreem weer te merken zijn. Daarom maken we plannen voor mogelijke calamiteiten door extreem weer, waarbij we benoemen wie er dan handelt en we leggen de communicatie hierover vast.

• In bestaand gebied hanteren we hetzelfde kader, maar we weten dat het lastiger is om het overal ingevuld te krijgen. Daarom richten we ons op de aanpak van knelpunten, het meenemen van klimaatadaptatie bij werkzaamheden in de openbare ruimte en het stimuleren van het klimaatadaptief maken van particuliere terreinen. De knelpunten zijn in beeld gebracht en meegenomen als projecten.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

26

6 Personele capaciteit 6.1 Benodigde aantal fte’s In 2023 is een onderzoek uitgevoerd naar de personele capaciteit voor de gemeentelijk watertaken in onze gemeente. Voor de analyse is de nieuwe formatietool van Stichting RIONED gebruikt. Hieruit is gebleken dat de huidige personele bezetting onvoldoende is voor een goede invulling van de watertaken. Er is momenteel 5,6 fte in dienst en/of ingehuurd bij de gemeente Haarlem voor het uitvoeren van de watertaken. Uit de formatiescan blijkt dat er een benodigde formatie is van 10,8 fte. Deze extra formatie is onder andere nodig voor de extra taken die voortkomen uit: • De toenemende leeftijd van de vrijvervalriolen. Het is belangrijk dat we goed zicht houden op de kwaliteit van het riool. We moeten goede planningen maken en die afstemmen met andere werkzaamheden in de openbare ruimte. Ontwerpen moeten toekomstgericht zijn en alle belangen voldoende meenemen. • Klimaatverandering en de opgaves die dit geeft voor Haarlem. We gaan de grootste klimaatknelpunten aanpakken, klimaatadaptief herinrichten, nieuwbouw klimaatadaptief maken en stimuleren dat particuliere percelen klimaatadaptief worden

• De knelpunten rondom grondwater. Waarvoor we een goed beeld moeten hebben van grondwaterstanden en -veranderingen. Er is goed onderhoud nodig van alle drainage en op een aantal locaties zijn extra drains nodig. • Samenvallende belangen in de oppervlaktewateren, terwijl die onder druk komen te staan door langdurige neerslag en perioden van droogte. Hiervoor moeten we voldoende ruimte maken voor het water, door nieuwe watergangen aan te leggen. Ook willen we de oevers zo goed mogelijk gebruiken. En we geven extra aandacht aan waterkwaliteit.

6.2 Benodigde groei in fte’s Om het tekort in te lopen, wordt de personele capaciteit voor de beleids- en beheertaken de komende jaren 1 fte per jaar uitgebreid. De groei voor investeringsprojecten gaat sneller, waarbij de financiering van deze fte’s wordt meegenomen in de investeringen. Dat is nodig om voldoende beleidsmedewerkers, strategisch beheerders en gegevensbeheerders te hebben voor het groeiend aantal opgaves en projecten.

Stedelijk water in Haarlem | Plan voor 2024-2033

27

7 Financiën De maatregelen in dit beleidsplan worden vooral bekostigd vanuit de rioolheffing. Met een kosten­ dekkingsberekening hebben we alle uitgaven voor de komende 80 jaar in beeld gebracht en bepaald wat dat betekent voor het rioolheffingstarief. De beleidswijzigingen van dit Plan Stedelijk water en de daarbij horende financiële wijzigingen gaan in vanaf 2025. Met een reeds beschikbaar gesteld bedrag van € 500.000,- beginnen we met onderdelen van het nieuwe beleid al in 2024.

Niet toe te rekenen aan de rioolheffing Er zijn ook kosten die niet of deels aan de rioolheffing mogen worden toegerekend. Deze kosten zijn: • Maatregelen ter bestrijding van hittestress. Deze hebben namelijk geen verband met de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. • Werkzaamheden aan kades, kanten en walmuren. Enkel als het nodig is om hemelwater in te zamelen, te bergen of af te voeren, wordt het functionele deel van de kosten toegerekend. Dit betekent dat bijvoorbeeld duikers wel kunnen worden toegerekend, maar bruggen en gemetselde muren niet. Als er een nieuwe watergang wordt aangelegd, dan worden de kosten voor het ‘functionele’ deel toegerekend. • Straatvegen wordt voor 50% toegerekend aan de rioolheffing, omdat het helpt om vervuiling uit het riool te houden en daarmee kosten bespaard voor de rioolheffing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13836892/1