2 Bijlage 1 Startnotitie Actieprogramma wonen en zorg
Tekst van het document
Actieprogramma wonen en zorg Haarlem Startnotitie 19 december 2023 [Naam] Afdelingen MO/ECDW/JOS
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Afbakening doelgroepen
4
3. Uitgangspunten
6
4. Resultaat
7
5. Proces, planning en participatie
9
Bijlage 1: Beleidsachtergrond
10
Landelijke kaders en ontwikkelingen
10
Regionale kaders en ontwikkelingen
13
Lokale kaders en ontwikkelingen
15
Grensvlakken met andere beleidsvelden
16
2
1. Inleiding Het aantal ouderen neemt toe en de ouderen worden steeds ouder; de meeste ouderen willen bovendien zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Ook mensen die psychisch kwetsbaar zijn wonen steeds vaker zelfstandig in de wijk. Bij kwetsbare jeugd wordt uithuisplaatsing zoveel mogelijk voorkomen; wanneer toch meer zorg nodig is, wordt dat bij voorkeur geboden in kleinschalige woonvormen in de wijk. Ook raken er meer mensen om economische redenen dakloos. Al deze groepen doen een groter beroep op de toch al schaarse betaalbare woningvoorraad. In sommige complexen of buurten ontstaan spanningen vanwege een concentratie van groepen of door problemen in de begeleiding van mensen die ondersteuning nodig hebben. Gemengde woonvormen en gemengde buurten kunnen bijdragen aan een oplossing, voor een aantal groepen zijn woningen met specifieke kenmerken en zorg nodig. Dat is de aanleiding voor het ontwikkelen van een Haarlems Actieprogramma wonen en zorg. De landelijke programma’s Een thuis voor iedereen en Wonen en zorg voor ouderen ondersteunen deze analyse en roepen gemeenten op een woonzorgprogramma of woonzorgvisie op te stellen en hierbij regionaal samen te werken.
Het opstellen van een woonzorgprogramma als onderdeel van een volkshuisvestingprogramma wordt een verplichting voor gemeenten als het wetsvoorstel Versterken regie volkshuisvesting wordt aangenomen door het parlement. Het Actieprogramma wonen en zorg wordt opgesteld tegen de achtergrond van diverse landelijke, regionale en lokale kaders en ontwikkelingen; daarnaast zijn er grensvlakken met kaders en ontwikkelingen op andere beleidsterreinen (zie bijlage 1). In deze startnotitie wordt de afbakening van doelgroepen van het Actieprogramma wonen en zorg vastgesteld (hoofdstuk 2), worden de belangrijkste uitgangspunten benoemd (hoofdstuk 3) en wordt een doorkijk gegeven naar de inhoud van het actieprogramma: wat vragen we de gemeenteraad straks met het actieprogramma vast te stellen? Deze startnotitie sluit af met een beschrijving van de te doorlopen processtappen en bijbehorende planning (hoofdstuk 4).
3
2. Afbakening doelgroepen Het Actieprogramma wonen en zorg Haarlem richt zich primair op doelgroepen die naast een woonvraag ook een zorg of ondersteuningsvraag kennen. Deze doelgroepen zijn onderdeel van de aandachtsgroepen die zijn benoemd in het rijksprogramma Een thuis voor iedereen en het programma Wonen en zorg voor ouderen. Het Rijk is voornemens om voor een aantal van deze groepen een wettelijk urgentie (huisvestingswet) vast te stellen. Daarnaast wordt via wetgeving getracht een evenwichtige en evenredige verdeling van aandachtsgroepen over de regio tot stand te brengen (zie bijlage 1). Voor een groot deel van deze urgente en aandachtsgroepen zijn in de woonvisie de doelstellingen en/of activiteiten benoemd en in uitvoering genomen (woonwagenbewoners, arbeidsmigranten, studenten). In 2025 zal de woonvisie worden vernieuwd of zal een nieuw volkshuisvestingsprogramma worden opgesteld. Hierin zullen de uitgangpunten en de inzet op de opgaven voor deze groepen worden geactualiseerd. Voor dit actieprogramma richten we ons op een aantal groepen met specifieke woon/zorg vraag.
Mensen met psychische kwetsbaarheid De toewijzing van woningen en het aanbod van verschillende woonvormen voor mensen die kunnen uitstromen uit een instelling is afgelopen jaren niet voldoende gebleken, de wachtlijst van mensen voor een beschermde woonvorm wordt niet korter, mensen verblijven (te) lang in de maatschappelijke opvang, en de instroom neemt niet af. Deze ervaringen, in combinatie met de opgaven om van beschermd wonen (in een instelling/voorziening) naar zoveel mogelijk beschermd thuis te gaan (met een eigen huurcontract met passende ondersteuning en gedeeltelijk in een aangepaste woonvorm), geeft aanleiding om in het Actieprogramma wonen en zorg nadrukkelijk in te gaan op de kwantitatieve en kwalitatieve woon- en zorgopgaven voor mensen met psychische kwetsbaarheid1. Gelet op de verschuivingen in financieringsvormen (Wlz, Wmo) en de wens naar scheiden van wonen en zorg wordt voor de opgaven gekeken naar een breed spectrum aan woonen zorgvraag voor deze groep (van zelfstandig wonen met begeleiding tot intramuraal, beschermd wonen in een voorziening). Kwetsbare jeugd Voor de doelgroep kwetsbare jeugd ligt er vanuit jeugdhulp de opgave om enerzijds de instroom in de residentiële jeugdhulp te voorkomen of te beperken, en anderzijds om de bestaande accommodaties te transformeren.
De transformatie richt zich op het ombouwen van grootschalige instellingen – zowel gesloten als open – naar kleinschalige woonvormen in de wijk, waar jongeren langer durend en ‘zo thuis mogelijk’ kunnen blijven wonen. Voor de gesloten jeugdhulp is het streven dat deze in 2030 geheel is afgebouwd. Het beperken van de instroom richt zich op het voorkomen van uithuisplaatsingen door extra inzet van ambulante hulp in gezinnen. Zowel in de thuissituatie als in kleinschalige woonvormen is het van belang dat jongeren kunnen doorstromen of uitstromen naar een volgende passende woonplek, al dan niet met een vorm van begeleiding. Ouderen met (op termijn) behoefte aan zorg of ondersteuning Het aantal 65+-ers neemt de komende jaren sterk toe, het aantal 80+-ers zal in 2040 zijn verdubbeld. De groep ouderen die (zware) zorg of (lichte) ondersteuning nodig heeft, wordt steeds groter. Naast passende zorg zijn geschikte woningen essentieel voor het zelfstandig kunnen wonen. De komende jaren neemt de vraag naar geschikte woningen voor ouderen toe. Deze vraag is divers wat 1
Hieronder worden ook verstaan: (dreigend) dak- en thuislozen, slachtoffers van huiselijk geweld en inwoners met een verstandelijke beperking.
4
verschillende financieringsklassen, doelgroepen en woonvormen betreft. Grofweg kan een onderscheid gemaakt worden in een opgave voor geschikte, zelfstandige woningen voor ouderen en een opgave voor geschikte huisvesting voor (intramurale) verpleeghuiszorg. Deze opgaven zijn uitgewerkt in de Stadsdeal ouderenhuisvesting. Sinds het vaststellen van deze stadsdeal wordt door het Rijk echter sterker ingezet op zwaardere (Wlz-)zorg bij mensen thuis of in geclusterde woonvormen, als alternatief voor uitbreiding van intramurale verpleeghuiszorg. Voor het Actieprogramma wonen en zorg zal de opgave voor ouderenhuisvesting daarom worden herijkt. Overige aandachtsgroepen Het actieprogramma zal niet ingaan op de opgaven van andere groepen die door het Rijk zijn opgenomen in het programma Een thuis voor iedereen: arbeidsmigranten, studenten, woonwagenbewoners en vergunninghouders. De inzet en activiteiten voor deze groepen volgen de woonvisie en worden in 2025 geactualiseerd. De Haarlemse opgave voor woonwagenbewoners is reeds in 2019 in beeld gebracht en er wordt gewerkt aan uitbreiding van het aantal plaatsen via het Actieplan woonwagenstandplaatsen. Voor de opgaven op het gebied van huisvesting voor arbeidsmigranten wordt aangesloten bij een regionaal onderzoek (Zuid-Kennemerland/IJmond) dat begin 2024 verschijnt.
Voor studenten wordt de druk gemonitord via de landelijke studentenmonitor en het landelijk Actieplan studentenhuisvesting. De toekomstige opgaven voor de huisvesting van statushouders kunnen beperkt in beeld gebracht worden, de huisvesting van deze groepen is een doorlopend proces waarbij aan de hand van actualiteiten al of niet aanvullende inzet wordt gepleegd. Het Actieprogramma wonen en zorg richt zich ook niet op de opvang van asielzoekers en Oekraieners. Het actieprogramma zal wel aandacht besteden aan economisch daklozen. Dit zijn personen die niet door multiproblematiek dakloos zijn geworden of blijven, maar vooral vanwege economische tegenslag, al dan niet als gevolg van een relatiebreuk. Zij ondervinden primair op het leefdomein huisvesting problemen; op andere leefdomeinen zijn zij meer zelfredzaam.
5
3. Uitgangspunten Op basis van de vastgestelde landelijke, regionale en lokale uitgangspunten kunnen reeds een aantal uitgangspunten worden benoemd die leidend zijn bij de uitwerking van het Actieprogramma wonen en zorg. Evenwichtig en evenredig Vanuit het perspectief van een evenwichtige en evenredige verdeling van woningen voor aandachtsgroepen en overige woningzoekenden is het uitgangspunt dat er sprake is van verdeling van aandachtsgroepen over en tussen gemeenten en wijken. Naast de zorg voor aanbod voor regulier woningzoekenden is het van belang voor wijken en complexen dat er mensen met diverse achtergronden wonen. Aansluiten bij de uitgangspunten van het initiatiefvoorstel Samen beter wonen Op 29 juni 2023 heeft de gemeenteraad het initiatiefvoorstel Samen beter wonen aangenomen. Het voorstel roept op om meer collectieve woonvormen tot stand te brengen. Het betreft woonvormen voor een brede groep, maar het uitgangspunt om meer collectiviteit tot stand te brengen biedt ook goede aanknopingspunten voor aandachtsgroepen, bijvoorbeeld als onderdeel van gemengde woonvormen. Inwoner centraal ‘Herstellen’ of ‘zelfredzaam zijn’ is niet voor alle inwoners altijd mogelijk. Het gaat er om dat inwoners zich prettig voelen en veerkrachtig zijn; dat zij zich kunnen redden in hun omgeving en kunnen omgaan met hun beperkingen en tegenslagen in het leven.
Hulp of ondersteuning die aangeboden wordt, komt vaak ook uit die omgeving en ontstaat door zelf iets te betekenen voor de omgeving. Dit zorgt voor het normaliseren van problematiek en wederkerigheid die voor iedereen betekenisvol is. Op deze manier wordt het welzijn van inwoners en de leefbaarheid in wijken vergroot en het gewone leven herstelt. Een dergelijke aanpak resulteert in duurzame oplossingen voor inwoners en hun omgeving. Waar nodig worden tijdelijk combinaties van specialistische ondersteuning en beschermde woonvormen ingezet. Zo thuis mogelijk In woonwensen zijn kwetsbare inwoners hetzelfde als alle inwoners. Wonen doen de meeste mensen bij voorkeur thuis in een eigen woning. Woonruimte is een belangrijk sociaal grondrecht voor alle inwoners. Een goede en veilige woonplek is dan ook een belangrijke behoefte van iedere inwoner en een voorwaarde voor maatschappelijke participatie. Dit betekent dat mensen altijd ‘zo thuis mogelijk’ moet kunnen wonen en dat ondersteuning zoveel mogelijk naar de inwoner toe komt. Inwoners betalen zoveel mogelijk hun eigen huur. Als er echt opvang nodig is, dan is het belangrijk dat er voorzieningen beschikbaar zijn waar iemand tijdelijk kan verblijven. Verhuizen is ingrijpend en we streven naar zo min mogelijk verhuisbewegingen.
Een deel van de inwoners zal doorstromen naar een langdurige (Wlz-)voorziening; ook die moet beschikbaar en passend zijn. Inclusieve wijken We streven naar inclusieve wijken. Dat zijn wijken waar oud en jong, sterk en kwetsbaar samen leven, waar mensen zo veel mogelijk regie over hun eigen leven houden en deel uitmaken van de samenleving. Dat betekent ook dat er op wijkniveau randvoorwaarden geschapen moeten worden ten aanzien van toegang tot zorg en ondersteuning, toegankelijkheid van de woonomgeving en toegang tot andere voorzieningen.
6
4. Resultaat Conform het wetsvoorstel Versterken regie volkshuisvesting wordt het Actieprogramma wonen en zorg onderdeel van het gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma, dat in de plaats komt van de woonvisie. De huidige woonvisie loopt echter tot en met 2025. Uiterlijk in 2025 zal een nieuwe of geactualiseerde woonvisie (i.c. volkshuisvestingsprogramma) moeten worden vastgesteld. Vaststelling van het actieprogramma wonen en zorg in 2024 loopt hierop vooruit. Het actieprogramma is lokaal, voor de gemeente Haarlem. De uitgangspunten, opgave en uitvoering voor mensen met psychische kwetsbaarheid is echter voor een belangrijk deel een regionale opgave voor de gemeenten in Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer. Voor die onderdelen zal dus instemming van de regiogemeenten nodig zijn middels een regionale woonzorgvisie. Daarnaast wordt aansluiting gezocht bij de regionale woonzorganalyse en is er afstemming met de woonzorgaanpak op het niveau van de MRA. Het op te leveren actieprogramma bestaat grofweg uit drie delen: uitgangspunten, opgave en uitvoeringsstrategie. Uitgangspunten Het actieprogramma omvat allereerst een uitwerking van landelijke en regionale visies en uitgangspunten op lokaal, gemeentelijk niveau.
Daarnaast worden de bestaande lokale visies en uitgangspunten op het gebied van wonen en zorg (zie hoofdstuk 3) in het actieprogramma verder uitgewerkt en waar nodig bijgesteld. De uitgangspunten zullen zich ook vertalen naar een afwegingskader voor het wel of niet meewerken aan woonzorginitiatieven van bewoners, zorgpartijen, corporaties of marktpartijen, de keuze voor locaties voor de huisvesting van (kwetsbare) aandachtsgroepen, alsmede voor afwegingen bij het invullen van vrijkomend vastgoed. Opgave Op basis van de uitgangspunten kan een kwalitatieve opgave voor wonen en zorg in Haarlem (en de regio) worden geformuleerd. In het actieprogramma wonen en zorg zal dit worden aangevuld met een kwantitatieve opgave. Voor verschillende doelgroepen (ouderen met (op termijn) behoefte aan zorg of ondersteuning, mensen met psychische kwetsbaarheid en kwetsbare jeugd/jongeren) zal bepaald worden wat de vraag naar verschillende typen woonzorgarrangementen in 2040 (en tussenliggende jaren) zal zijn, en hoe deze vraag zich verhoudt tot het beschikbare en te ontwikkelen aanbod. Hiervoor zijn inmiddels verschillende onderzoeken in gang gezet.
Om verschillende redenen is het urgent om zicht te krijgen op de woonzorgopgave voor mensen met psychische kwetsbaarheid: • druk op de maatschappelijke opvang (stagnerende uitstroom); • wachtlijsten bij beschermd wonen; • aanbesteding voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang (ontwikkelagenda); • doordecentralisatie en oprichting van een Gemeenschappelijk Orgaan voor beschermd wonen; • afwegingsvraagstukken bij vrijkomend vastgoed. Om die reden wordt ernaar gestreefd de opgave voor deze doelgroep al begin 2024 te beschrijven in de regionale woonzorgvisie (zie bijlage 1). Uitvoeringsprogramma en -strategie In het actieprogramma wordt een uitvoeringsprogramma opgenomen met daarin de projecten en activiteiten die moeten bijdragen aan het realiseren van de opgave. Onderdeel daarvan kan zijn dat
7
bestaande regelgeving (zoals de huisvestingsverordening, de Wmo-verordening of het omgevingsplan) aangepast moet worden, dat bijstelling van de afspraken met partners nodig is (zoals het Pact voor Uitstroom of de prestatieafspraken met woningcorporaties) en dat investeringen in maatschappelijk vastgoed worden opgenomen in het Investeringsplan en de P&C-cyclus. Tegelijkertijd kan uit al het voorgaande opgemaakt worden dat het werken aan de woonzorgopgave zeer complex is, dat er veel verschillende belangen een rol spelen en dat de context waarin gewerkt wordt veranderlijk is. Dat maakt sturing op de opgave uitdagend en een verantwoordelijkheid van alle partijen samen. Een belangrijke voorwaarde is dan ook dat alle betrokkenen de uitgangspunten delen en zich committeren aan de opgave. Daarvoor is het proces om te komen tot het actieprogramma wonen en zorg belangrijk (zie volgend hoofdstuk). Maar ook belangrijk is hoe na vaststelling samen met partners de uitgangspunten worden toegepast, uitgewerkt en bijgesteld; hoe de realisatie van de opgave wordt gemonitord en wat er met die informatie gebeurt; en op welke wijze het overleg tussen alle betrokkenen wordt georganiseerd. Een uitvoeringsstrategie – als onderdeel van het actieprogramma – moet hier richting aan geven. In die uitvoeringsstrategie worden in elk geval twee onderwerpen nader uitgelicht.
De eerste is een uitwerking van het gemeentelijk communicatie- en participatiebeleid toegespitst op de huisvesting van kwetsbare inwoners. Dit moet zorgen voor een ‘zachte landing’ van inwoners in de wijk en draagvlak bij omwonenden. Het tweede is een afwegingskader dat duidelijkheid moet bieden over de rol en verantwoordelijkheid van zorgaanbieders, corporaties, marktpartijen en de gemeente bij de ontwikkeling, het eigendom en het beheer van maatschappelijk vastgoed ten behoeve van maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Gezien de eerder genoemde urgenties van de woonzorgopgave voor mensen met psychische kwetsbaarheid is het streven de hoofdlijnen van dit afwegingskader al begin 2024 op te stellen.
8
5. Proces, planning en participatie Het Haarlemse Actieprogramma wonen en zorg sluit aan bij de ontwikkeling van regionale (MRA en Zuid-Kennemerland/IJmond) documenten, besluitvorming en inzichten. Er is deels sprake van een parallel proces, waardoor goede uitwisseling en afstemming kan plaatsvinden. Voor ZuidKennemerland/IJmond zullen in het eerste kwartaal van 2024 de opgaven en uitgangspunten voor wonen en zorg in de regio worden vastgesteld, hierbij worden de gemeenteraden betrokken. 2023 dec
jan
feb
mrt
apr
mei
2024 jun jul
aug
sep
okt
nov
dec
Koersdocument regio (portefeuillehouders) Uitgangspunten Haarlem Analyse Haarlem Woonzorgvisie regio (college, bespreken in cie) Opgave Haarlem Uitvoeringsprogramma Haarlem Concept-Actieprogramma wonen en zorg Haarlem (college) Inspraak Haarlem Actieprogramma Haarlem vaststellen (gemeenteraad)
Het actieprogramma wordt zoveel mogelijk in samenwerking met de partners en belanghebbenden ontwikkeld: • (Vertegenwoordigers van) inwoners, huurders en cliënten • Woningcorporaties in Haarlem en de regio • Zorg- en welzijnsaanbieders (alle doelgroepen, ook regionaal) • Regiogemeenten (bestuurlijk en ambtelijk; sociaal en fysiek domein) • Marktpartijen (ontwikkelaars, beleggers, makelaars, verhuurders, hofjesbesturen etc) Voor de ontwikkeling van het actieprogramma met alle belanghebbenden wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande overlegtafels. Waar nodig worden ad hoc bijeenkomsten georganiseerd of tijdelijke werkgroepen ingesteld. De Participatieraad zal om advies gevraagd worden. Aan de hand van de bespreking van de regionale woonzorgvisie kan de gemeenteraad aandachtspunten meegeven voor het Haarlemse actieprogramma.
9
Bijlage 1: Beleidsachtergrond Landelijke kaders en ontwikkelingen Nationale woon- en bouwagenda Het Rijk heeft in maart 2022 de Nationale Woon- en Bouwagenda vastgesteld, waarmee het Rijk de diverse woon- en bouwopgaven in samenhang met andere belangen wil aanpakken, financieren en monitoren. De agenda kent een aantal programma’s: Woningbouw, Betaalbaar wonen, Verduurzaming gebouwde omgeving, Leefbaarheid en veiligheid, Een thuis voor iedereen en Wonen en zorg voor ouderen. Meer dan voorheen neemt het Rijk hierbij de rol van normsteller en bewaker van nationale doelen die gerealiseerd dienen te worden. Het rijksprogramma Een thuis voor iedereen is erop gericht om de huisvesting van kwetsbare mensen (dak- en thuislozen, mensen die uitstromen uit een intramurale instelling, statushouders, sociaalmedisch urgenten, waaronder slachtoffers van huiselijk geweld) te verbeteren. Daarnaast richt het programma zich op de huisvesting van arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en studenten. Belangrijk uitgangspunt van het programma is een evenwichtige verdeling van kwetsbare groepen, en dat iedere gemeente daaraan bijdraagt door behoud en/of realisatie van voldoende sociale huurwoningen en toewijzing aan urgente groepen (fair share). Het rijksprogramma Wonen en zorg voor ouderen richt zich op de totstandkoming van voldoende geschikte woningen voor ouderen.
Het programma sluit aan bij het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor ouderen waarin het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het voortouw neemt. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang Andere relevante ontwikkelingen op het snijvlak van wonen en zorg zijn de ingezette doordecentralisatie van Beschermd wonen en het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis. De doordecentralisatie betekent dat niet de centrumgemeenten (waaronder Haarlem) maar iedere individuele gemeente zich in moet zetten voor inwoners die behoefte hebben aan beschermd wonen. De insteek hierbij is dat mensen met psychische problemen zoveel mogelijk ondersteuning thuis (ambulant) of in de eigen woonplaats kunnen ontvangen. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis stelt als ambitie om dakloosheid fors en structureel terug te dringen, aansluitend bij de verklaring van Lissabon2 om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Inzet is om toe te werken naar afbouw van langdurige en grootschalige opvang en in plaats daarvan – met zo min mogelijk tussenstappen – toe te werken naar het bieden van een stabiele woonplek met – gescheiden daarvan – de juiste begeleiding.
2
In de Declaration on Combatting Homelessness die op 21 juni 2021 door de 27 EU lidstaten is ondertekend, is opgenomen dat in 2030 niemand meer onvrijwillig op straat mag slapen omdat er geen veilige opvang is, het verblijf in opvanghuizen zo kort mogelijk moet duren, dakloze mensen die een zorginstelling, detentie of ziekenhuis verlaten passende huisvesting moeten krijgen, huisuitzettingen moeten worden voorkomen en niemand uit huis mag worden gezet zonder dat er een alternatief wordt geboden.
10
Regie op de volkshuisvesting Om door middel van wet- en regelgeving de regie op de volkshuisvesting te versterken is een concept-Wet versterking regie Volkshuisvesting in procedure gebracht3. In de concept-wet is opgenomen dat gemeenten verplicht worden een volkshuisvestingsprogramma vast te stellen. Het volkshuisvestingsprogramma vervangt de (verplichte) woonvisie en wordt ondergebracht onder de Omgevingswet. Volgens de concept-wet zal het Rijk voorschrijven wat gemeenten moeten opnemen in het volkshuisvestingsprogramma. Het woonzorgprogramma of de woonzorgvisie is een verplicht onderdeel hiervan, en bevat de lokale uitwerking van de nationale programma’s Een thuis voor iedereen en Wonen en zorg voor ouderen. De wet geeft verder aan dat regionale afstemming verplicht is, en dat het woonzorgprogramma de basis vormt voor (prestatie)afspraken met woningcorporaties en zorgorganisaties.
Figuur 1. Onderdelen toekomstig volkshuisvestingsprogramma Aandachts- en urgente groepen Het Rijk is voornemens om een aantal urgente groepen wettelijk vast te stellen (zie onderstaand schema). In de concept-wet is opgenomen dat gemeenten in de regio afspraken moeten maken over de toewijzing van deze urgente groepen, zodat er sprake is van evenwichtige verdeling over de regio. Wanneer dit niet tot stand komt kan de provincie tot vaststelling van kaders overgaan, zodat er alsnog sprake is van evenwichtige verdeling. De provincie stelt ook de regio vast waarbinnen deze afspraken tot stand moeten worden gebracht.
3
Het wetsvoorstel is in juli 2023 voor advies naar de Raad van State gestuurd en zal met het advies van de Raad van State te zijner tijd aan de Tweede Kamer worden aangeboden.
11
In de loop van 2024 zal de nadere afbakening en definitie van de verschillende groepen worden vastgesteld. Een aantal van de (nieuwe) wettelijke groepen zijn in de vigerende huisvestingsverordening reeds opgenomen als urgente groep. Mantelzorgers en mantelzorgontvangers, sociaal-medisch urgenten, en mensen die te maken hebben gekregen met huiselijk geweld (vrouwenopvang) komen in aanmerking voor een urgentie waarmee zij zelf met voorrang een andere woning kunnen vinden. Statushouders en mensen die met begeleiding uitstromen uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen, klinische geestelijke gezondheidszorg, jeugdzorg en forensische zorg (volgens de afspraken uit het Pact voor uitstroom), kunnen via directe bemiddeling met voorrang een woning toegewezen krijgen. Integraal Zorg Akkoord Of mensen nu zelfstandig thuis wonen of in een intramurale zorgomgeving, overal dient zorg en ondersteuning passend te zijn. Door alle zorgpartijen in Nederland (inclusief zorgverzekeraars, zorgkantoren, Rijk en gemeenten) is daarvoor het Integraal Zorg Akkoord (IZA) ondertekend. Doel van dit akkoord is de zorg in Nederland toegankelijk, betaalbaar en van voldoende kwaliteit te houden. Daartoe wordt onder andere ingezet op gezondheid en welzijn (preventie) en het beter organiseren van zorg en ondersteuning in de thuissituatie.
Het IZA hangt samen met andere landelijke programma’s en akkoorden, zoals het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en de Hervormingsagenda Jeugd.
12
Regionale kaders en ontwikkelingen Metropoolregio Amsterdam (MRA): koploperprogramma Onderdeel van het rijksprogramma Een thuis voor iedereen is het werken met zogenaamde koploperregio’s. Vooruitlopend op wetgeving wordt in de koploperregio’s gestart met het uitvoeren van diverse acties uit het programma. De MRA is een van de koploperregio’s waarvoor een programma is opgezet. In 2023 is voor de MRA regio de verdeling over de regio van de in het programma benoemde aandachtsgroepen in beeld gebracht en kennis en ervaring tussen gemeenten en regio’s uitgewisseld. Metropoolregio Amsterdam (MRA): Woondeal In maart 2023 hebben gemeenten en provincies die deel uitmaken van de MRA met het Rijk een Woondeal gesloten. In de Woondeal bundelen de krachten van de verschillende overheidslagen zich met als doel om voldoende (betaalbare) woningen te behouden en te realiseren in de regio. Partijen hebben afspraken gemaakt over verantwoordelijkheden, inspanningen, de kwantitatieve en kwalitatieve opgaven (tot 2030) en de randvoorwaarden die gelden om die opgaven te realiseren. In de Woondeal is opgenomen dat iedere gemeente streeft naar 30% sociale huur in de woningvoorraad, en dat gemeenten die hieronder zitten betekenisvolle afspraken maken om naar deze voorraad toe te groeien. Dit moet helpen de opgaven die zijn geformuleerd onder het programma Een thuis voor iedereen tot stand te brengen.
In de Woondeal zijn daarnaast de opgaven voor woningbouw voor ouderen en verpleegzorgplekken geagendeerd. Afspraak is dat de gemeenten in hun woonzorgprogramma’s of woonzorgvisies aandacht besteden aan de woon-, zorgen ondersteuningsbehoeften van ouderen. Zuid-Kennemerland/IJmond: regionale woonzorgvisie De gemeenten in Zuid-Kennemerland/IJmond werken samen in het kader van het regionaal Woonakkoord 2021-2025 Samen bouwen aan een toekomstbestendige regio. Een van de thema’s is de huisvesting van doelgroepen. In verband met maatschappelijke ontwikkelingen en rijksbeleid hebben de regiogemeenten afgesproken een gezamenlijke, regionale woonzorgvisie op te stellen met behulp van subsidie uit het Woonfonds van de provincie. Doel is te komen tot een analyse, opgave en agenda voor alle aandachtsgroepen van het programma Een thuis voor iedereen (inclusief ouderen). Er heeft inmiddels een eerste data-analyse plaatsgevonden en er is met een groot aantal belanghebbenden gesproken.
Dit resulteert in de volgende eerste contouren van de opgave: Meer mensen hebben zwaardere zorg nodig Ouderen zijn een grote groep, maar dit is primair een lokaal vraagstuk Er is een grote behoefte aan zelfstandige huisvesting en geclusterde woonruimtes Regionaal verdelingsvraagstuk vooral voor mensen met psychische kwetsbaarheid Zuid-Kennemerland/IJmond: jeugdhulp Op het gebied van jeugdhulp werken de gemeenten in Zuid-Kennemerland/IJmond nauw samen. Een van de thema’s is de transformatie van de residentiële jeugdhulp, waarin op een nieuwe manier zorg en kleinschalig wonen wordt vormgegeven ter verbetering van de kwaliteit en effectiviteit. In het Toekomstperspectief afbouw JeugdzorgPlus regio Zuid-Kennemerland en IJmond staat deze opgave beschreven. De regionale inzet draagt bij aan een dekkend zorglandschap op de schaalgrootte van Noord-Holland, zoals verwoord in het bovenregionale plan Een Thuis voor Noordje en in de visie Open Driemilieusvoorzieningen; op weg naar kleinschalige woonvormen. Zuid-Kennemerland/IJmond en Haarlemmermeer: ontwikkelingen opvang, wonen en herstel Regionale samenwerking rond beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang vindt plaats op het niveau van Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer. Haarlem is
13
centrumgemeente voor deze taken, hetgeen betekent dat zij de rijksmiddelen hiervoor ontvangt en de taken uitvoert namens, en in afstemming met de andere gemeenten. De eerder genoemde doordecentralisatie van beschermd wonen krijgt in onze regio gestalte door de oprichting van een gemeenschappelijk orgaan. Door middel van dit orgaan zal deze taak per 2024 door de gemeenten gezamenlijk uitgevoerd worden. Voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang is een nieuwe aanbesteding in voorbereiding. Middels deze aanbesteding wordt onder andere ingezet op een duidelijker scheiding van wonen en zorg. Daarnaast wordt ingezet op een gezamenlijke ontwikkelagenda voor de spreiding en beschikbaarheid van voldoende passende huisvesting voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Met het beleidskader en uitvoeringsprogramma Opvang, wonen en herstel wordt in ZuidKennemerland/IJmond en Haarlemmermeer gewerkt aan vier speerpunten: Versterken van preventie Verbeteren van ondersteuning op maat Vergroten tijdelijke en structurele woonoplossingen Realiseren van stabiele uitstroom Met name het derde speerpunt overlapt met het actieprogramma wonen en zorg. Een urgent aandachtspunt is de druk op de maatschappelijke opvang. Dat komt enerzijds doordat centrumgemeente Haarlem een ruimhartig opvangbeleid onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) hanteert.
Anderzijds blijkt het lastig om mensen die wel kunnen uitstromen ook snel te laten uitstromen. De centrumgemeente werkt aan beleid en regelgeving om de reikwijdte van de toegang tot de maatschappelijke opvang te beperken, andere groepen op andere manieren te huisvesten en de huidige populatie in de opvang te laten uitstromen. Een andere relevante ontwikkeling is het Pact voor Uitstroom in de regio ZuidKennemerland/IJmond. Doel van dit pact is het bevorderen van de uitstroom van inwoners uit intramuraal verblijf naar zelfstandig wonen met begeleiding, maar de afspraken kunnen ook gebruikt worden om instroom te voorkomen. Het betreft afspraken tussen zorg- en welzijnsaanbieders, woningcorporaties en gemeenten. Er is inmiddels ruim twee jaar ervaring met de uitvoering van het pact; een goed moment om de balans op te maken en waar nodig bijstellingen te doen. Tot slot zijn er plannen voor een nieuwbouwlocatie in Haarlem voor de huidige 26 plekken voor de vrouwenopvang in Kennemerland. Die 26 plekken zijn op dit moment verdeeld over een locatie in Haarlem met 14 plekken en 12 satellietwoningen in de IJmond. De vrouwenopvang biedt opvang en hulp aan mishandelde of met mishandeling bedreigde vrouwen en hun eventuele kinderen.
Het zijn vrouwen die zich in een ernstige crisissituatie bevinden en te kampen hebben met psychosociale en relationele problemen als gevolg van lichamelijk, geestelijk en of seksueel geweld, waar veiligheid voorop staat. Daarnaast zijn er ook plekken beschikbaar voor mannelijke slachtoffers met eventuele kinderen. De Huisvestingswet regelt dat alle gemeenten urgentie moeten verlenen aan slachtoffers van geweld die in de opvang verblijven (artikel 12). Gemeenten mogen hier niet van afwijken en geen bindingseisen stellen. Uitstroom uit een de opvang kan dus naar alle gemeenten.
14
Lokale kaders en ontwikkelingen Woonvisie Haarlem en uitvoeringsagenda 2021-2025: Samen Doorbouwen aan een duurzaam (t)huis In de woonvisie zijn de doelstellingen verwoord ten aanzien van beschikbaarheid, betaalbaarheid, duurzaamheid, doelgroepen en leefbaarheid. In de uitvoeringsagenda is opgenomen welke maatregelen genomen worden om de doelstellingen te bereiken. Voor starters, ouderen, jongeren, studenten, woonwagenbewoners, vitale beroepsgroepen en internationals zijn opgaven, uitgangspunten en te ondernemen activiteiten vastgesteld. Voor het actieprogramma wonen en zorg wordt in beeld gebracht of er aanleiding is om de vastgestelde opgaven en uitgangspunten aan te passen of te actualiseren. De woonvisie heeft een looptijd tot eind 2025, de uitvoeringsagenda (inclusief financiële middelen) loopt reeds eind 2024 af. In 2024 zal in beeld worden gebracht wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoeringsagenda, en welk proces en planning doorlopen zal worden voor de totstandkoming van een nieuwe woonvisie/volkshuisvestingsprogramma. De vaststelling van het actieprogramma wonen en zorg kan vooruitlopen op de vaststelling van het totale volkshuisvestingsprogramma.
Afspraken met partners Op basis van de woonvisie zijn prestatieafspraken gemaakt voor de periode 2021 tot en met 2025 met de Haarlemse woningcorporaties en huurdersorganisaties voor alle in de woonvisie opgenomen aandachtsvelden. Voor sommige onderdelen zijn aanvullende afspraken gemaakt, waaronder de afspraken met corporaties en ouderenzorgorganisaties in de vastgestelde Stadsdeal ouderenhuisvesting (inclusief uitvoeringsagenda), het Actieplan woonwagenstandplaatsen en het Convenant uitstroomregeling pact (regionaal). Daarbij is nadrukkelijk ook gekeken naar de verbinding met welzijn en zorg. Voor het actieprogramma wonen en zorg wordt uitgegaan van bestaande uitgangspunten en afspraken, waarbij er vastgesteld wordt of aanpassing of actualisatie gewenst is. Actieplan Housing First Een belangrijke lokale ontwikkeling in het kader van Opvang, wonen en herstel is de uitvoering van het in 2023 vastgestelde Actieplan Housing First. Doel van het actieplan is de instroom en verblijfsduur in de maatschappelijk opvang zoveel mogelijk te beperken. Dakloze inwoners worden zo veel mogelijk op basis van eigen regie ondersteund in hun herstel.
Het actieplan kent vier actielijnen: Versterken van de bestaande praktijk van Housing First Pilot met een nieuwe aanpak om instroom in de maatschappelijke opvang te voorkomen Breder toepassen van de principes van Housing First in de aanpak van dakloosheid Uitbreiden van woonvariaties voor dakloze mensen Met name de vierde actielijn overlapt met het actieprogramma wonen en zorg. Stadsdeal ouderenhuisvesting Het Haarlemse college heeft in 2021 samen met de woningcorporaties en ouderenzorgorganisaties in Haarlem de kwantitatieve en kwalitatieve opgaven voor ouderenhuisvesting vastgesteld in de Stadsdeal ouderenhuisvesting: Een fijn (t)huis voor nu en later. Sindsdien wordt in gezamenlijkheid, en in lijn met een uitvoeringsagenda, toegewerkt naar de totstandkoming van de opgaven. De opgave van (intramurale) plaatsen voor verpleging en verzorging is onderdeel van deze opgaven. Het Rijk heeft echter in 2023 bepaald dat uitbreiding van de verpleeghuiszorg capaciteit nog slechts beperkt kan plaatsvinden. De (verpleeghuis)zorg die ouderen in de toekomst nodig hebben zal voor het grootste deel aan huis worden verstrekt, waarbij clustering van woningen waarbinnen die
15
verpleging plaats kan vinden essentieel is. Dit besluit betekent dat voor de realisatie en de financiering van het vastgoed waar mensen die zorg kunnen ontvangen een groter beroep gedaan zal worden op partijen buiten de zorgaanbieders, en een andere kwantitatieve en kwalitatieve opgave dan in de Stadsdeal ouderenhuisvesting is opgenomen. Domein
Wonen
Landelijk
* Nationale woon- en bouwagenda * Wonen en zorg voor ouderen (WOZO) * Een thuis voor iedereen * Wetsvoorstel Versterken regie op de volkshuisvesting
MRA
* Woondeal * Koploperprogramma Een thuis voor iedereen
VRK
Zorg en Ondersteuning
* Nationaal Actieplan Dakloosheid * Beschermd thuis * Integraal Zorg Akkoord (IZA) * Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) * Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming * Hervormingsagenda Jeugd * Wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen
* Opvang, Wonen en Herstel * Aanbesteding BW/MO (2023) * Doordecentralisatie BW (2024) * Geweld hoort nergens thuis * Gezondheidsbeleid
ZK/IJmond
* Woonakkoord * Pact voor uitstroom * Regionale woonzorgvisie (2024)
* Regioplan IZA (2023) * Toekomstperspectief afbouw JeugdzorgPlus
Haarlem
* Woonvisie * Stadsdeal ouderenhuisvesting * Actualisatie kaders en spelregels sociale huur en middensegment * Prestatieafspraken woningcorporaties
* Opinienota toegang MO * Actieplan Housing First * Gewoon in de Wijk * Uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel * Logeeropvang * Gezondheidsbeleid * Strategische agenda Jeugd
Figuur 2. Kaders en ontwikkelingen naar beleidsdomein en schaalniveau
Grensvlakken met andere beleidsvelden Het actieprogramma wonen en zorg gaat over wonen, zorg en (individuele) ondersteuning. Op het niveau van visie en opgave worden deze beleidsvelden verbonden met relevante aangrenzende beleidsvelden: Sociale basis De sociale basis omvat alle ondersteuning aan en activiteiten voor inwoners die dat in hun eigen leefomgeving nodig hebben en actief willen zijn. Het gaat bijvoorbeeld om hulp bij het invullen van formulieren, opvoedondersteuning, jongerenwerk, voorlichting op scholen, ontmoetingsactiviteiten, maatjesprojecten, speeltuinwerk, praktische diensten (vervoer, klussen) en het bieden van waardevol werk. De sociale basis omvat tevens het faciliteren en ondersteunen van inwoners die iets voor een ander willen betekenen zoals bewonersinitiatieven, vrijwilligers, mantelzorgers, lotgenoten
16
en ervaringsdeskundigen. Ondersteuning in de sociale basis is vrij toegankelijk en laagdrempelig. De uitvoering en ondersteuning van activiteiten in de sociale basis is in Haarlem ondergebracht bij één organisatie: Buurts. Voor ouderen draagt een sterke sociale basis bij aan wonen in inclusieve, levensloopbestendige wijken. Dat wil zeggen: wijken waar oud en jong samen leven, waar je als oudere regie over je leven houdt en deel blijft uitmaken van de samenleving, waar eenzaamheid geen kans krijgt. Waar je prettig kunt blijven wonen in je eigen wijk, ook als je ouder wordt en (meer) zorg nodig hebt. Wijken met een woonomgeving die bijdraagt aan de gezondheid en het welbevinden, die je in staat stelt om met behoud van kwaliteit van leven je dagelijkse activiteiten te kunnen doen en die ook in de toekomst waardig wonen mogelijk maakt. Voor mensen met psychische kwetsbaarheid draagt de sociale basis bij aan het voorkomen van zwaardere zorg en onzelfstandig wonen, een ‘zachte landing’ in de wijk bij uitstroom uit een intramurale woonvoorziening, en maatschappelijk draagvlak bij omwonenden. Maatschappelijke voorzieningen Voor passende woonzorgarrangementen is ook de beschikbaarheid en spreiding van locaties van maatschappelijke voorzieningen relevant.
Op het (investerings)programma van een deel van deze voorzieningen heeft de gemeente directe of indirecte invloed, zoals onderwijshuisvesting, sportlocaties of wijkcentra en andere welzijnsvoorzieningen. Het actieprogramma wonen en zorg en dit (investerings)programma zullen op elkaar afgestemd moeten worden. Op de beschikbaarheid en spreiding van andere voorzieningen heeft de gemeente geen of weinig invloed, zoals gezondheidscentra/huisartsen. Hiervoor zal afstemming plaatsvinden met externe belanghebbenden. Omgevingsvisie Wanneer de concept-wet Versterking regie volkshuisvesting wordt vastgesteld zullen gemeenten waarschijnlijk een verplicht volkshuisvestingsprogramma moeten vaststellen onder het gesternte van de Omgevingswet. In de loop van 2024 zal meer duidelijkheid ontstaan welke betekenis dit heeft voor de opzet en inhoud van het actieprogramma wonen en zorg. Het programma zal aansluiten bij de in de omgevingsvisie benoemde identiteit (oog voor elkaar), visie (inclusieve en sociale stad) en benoemde integrale opgaven (waaronder: versterken aantrekkelijke woon- en werkstad voor iedereen, versterken sociaal weefsel en gezonde stad). In het beleidshuis van de Omgevingswet krijgt het een plek onder het thema mengen en verdichten.
Alhoewel onder de Omgevingswet het vaststellen van programma’s een bevoegdheid van het college is, is het uitgangspunt dat, vanwege het kaderstellende karakter, de gemeenteraad een nadrukkelijke rol krijgt bij vaststelling van zowel het actieprogramma wonen en zorg als het volkshuisvestingsprogramma. Uiteraard zal op enigerlei wijze ook moeten worden voldaan aan de vereisten vanuit de Omgevingswet ten aanzien van digitaliseren.
17
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 19 december 2023
________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 18