CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1 Samenvatting

commissie Beheer 10 maart 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Uitvoeringsprogramma Regionale Energie Strategie (RES) Noord-Holland Zuid (NHZ)19.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

- We zorgen voor een zo volledig mogelijke informatievoorziening over de noodzaak en onvermijdelijkheid van de energietransitie. - We geven aan hoe lokale opwek van duurzame energie past binnen het gemeentelijke beleid voor verduurzaming en verbetering van het leefklimaat. - We verkennen met de inwoners wat de perspectieven/mogelijkheden zijn van lokale opwek met betrekking tot ruimtelijk en sociale koppelkansen (energie-armoede). - We zetten samen met energiecoöperaties of andere partijen in op financiële participatie en lokaal eigendom. - We geven jongeren een stem. De RES gaat vooral over hun toekomst. - We zorgen voor continuïteit. Het RESproces loopt al meer dan 2 jaar. In de energieregio’s is in het proces naar de RES 1.0 met ruim 3.000 mensen gesproken, waaronder de belangrijkste belangenorganisaties op het gebied van natuur en milieu, economie en werkgelegenheid, bewonersorganisaties en energiecoöperaties. Het NP RES heeft een Werkblad Participatie opgesteld met handvatten voor het organiseren van participatie op weg naar RES 2.0. Ook de website Energieparticipatie.nl is hiervoor een nuttig hulpmiddel.

RES 1.0

Lokaal eigendom en financiële participatie In Noord-Holland zetten we ons samen met betrokkenen in voor minimaal 50% lokaal eigendom per project. Daarnaast streven we ernaar de delen van onze grond en daken van ons vastgoed die niet (volledig) ingezet hoeven worden voor de opwekking van energie voor de eigen bedrijfsprocessen of andere opgaven, beschikbaar te stellen voor lokale initiatieven. Om gemeenten te ondersteunen bij het inrichten van lokaal eigendom en financiële participatie is een ‘Leidraad financiële participatie bij duurzame energieprojecten’ opgesteld. Op basis van de fasen van initiatief tot vergunning worden hierin de mogelijkheden om te sturen geschetst. De provincie kan de gemeenten (financieel) ondersteunen bij het realiseren van financiële participatie. Verder is door de Participatiecoalitie Noord-Holland een Handreiking Lokaal eigendom in de praktijk opgesteld met tips en voorbeelden voor gemeenten. Tijdens de uitvoeringstafel participatie zijn veel ideeën en suggesties aangedragen voor participatie. Een overzicht hiervan is te vinden in dit document.

Noord-Holland Zuid

39

Publiekscommunicatie

4.3 Communicatie Procescommunicatie RES 2.0 Voor de totstandkoming van de RES 1.0 hebben we een uitvoerig proces doorlopen. De inzet is om dit proces naar RES 2.0 te vervolgen. Mede-overheden, netbeheerders, maatschappelijke organisaties, ondernemers, inwoners en energiecoöperaties worden weer actief en inhoudelijk meegenomen. Daarnaast kijken we goed naar de rol van de volksvertegenwoordigers in het proces. In de communicatie naar inwoners en belanghebbenden wordt veel aandacht besteed aan inzicht in het besluitvormingsproces, zodat duidelijk is wat al besloten is en wat nog niet. Er worden regionale en lokale bijeenkomsten georganiseerd, waarbij ook reflecties, alternatieve plannen en visies van de deelnemers worden meegenomen in de uitwerking naar de RES 2.0. Ook jongeren worden hierbij actief betrokken.

Het verhaal dat we tot nu toe over de RES vertellen gaat over de noodzaak van de energietransitie en de opgave uit het Klimaatakkoord om de CO2-uitstoot te reduceren. Dit verhaal wordt niet altijd gedeeld. Zeker niet bij mensen die zich zorgen maken over de schade op hun leefomgeving of gezondheid en de hinder van duurzame energieopwek. De vraag is of gemeenten, provincie, waterschappen en andere partners van de energieregio’s in de publiekscommunicatie hier een ander verhaal naast kunnen plaatsen. Een nieuw verhaal dat ook gaat over de mogelijkheden en kansen van de energietransitie en over de manier waarop de energietransitie ontwikkelingen in gang kan zetten, die steden, dorpen, wijken, bedrijven en verenigingen sterker en leuker maakt. Kortom, een verhaal waarmee we inwoners perspectief en argumenten aanreiken waarmee het gesprek ook gaat over de voordelen van de energietransitie. Dit zonder loze woorden of vergezichten – eerlijk, met aansprekende projecten uit onze omgeving en een duidelijke handelingsperspectief. De nieuwe verhaallijn stellen we beschikbaar aan de partners van de energieregio en ondersteunen we met één of meerdere video’s. Partners ontvangen hiervoor een toolkit met, naast de video(‘s) ook een set ‘key

Uitvoeringsprogramma RES

visuals’ en teksten, zodat er een basis is om het gesprek met de inwoners van de energieregio op een inhoudelijk consistente manier aan te gaan. Hieronder staan de contouren van het nieuwe narratief. De komende maanden maken we op basis hiervan een verhaallijn. De contouren zijn gemaakt na consultatie van deskundigen, de werkgroep XXL, communicatieadviseurs en de deelnemers van uitvoeringstafel publiekscommunicatie. De concept-verhaallijn wordt getoetst bij bewoners.

1. Vertel een eerlijk verhaal: Ja, het gaat impact hebben, maar het kan Redeneer vanuit de onvermijdelijkheid van de verandering van het energiesysteem en de energievoorziening, maar voorkom dat de energietransitie zelf centraal staat. Sluit vooral aan bij waar mensen zich zorgen over maken.

2. Maak het klein, behapbaar en dichtbij Zet consequenties en opbrengsten voor gemeenten en bewoners centraal. Breng het dichtbij. Maak duidelijk wat de lokale voor- en nadelen zijn, help bestuurders om moeilijke keuzes te verantwoorden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van twee perspectieven, namelijk lokale autonomie en verlaging van de Noord-Holland Zuid

40

kosten. De opwek van duurzame energie vindt in de toekomst steeds vaker decentraal en lokaal plaats. Dit zorgt voor meer autonomie voor gemeenten. Duurzaam opgewekte energie is daarbij nu al goedkoper dan fossiele brandstoffen.

3. Focus op de sociale aspecten van de energietransitie De energietransitie kan ‘een feestje’ worden, wanneer we actief de sociale mogelijkheden van de transitie benutten: eerlijk, rechtvaardig en gelijkwaardig.

4. Samen krijgen we het voor elkaar Vertel het verhaal vanuit het collectief: samen zijn we in staat om grote uitdagingen tot een goed einde te brengen. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van verhalen over andere grote uitdagingen die wij tot een goed einde hebben gebracht, zoals de strijd tegen het water met de Deltawerken en Ruimte voor de Rivier.

4.4 Evaluatie participatie en communicatie Voor de energieregio wordt een evaluatie uitgevoerd van de participatie en communicatie tijdens het proces naar de RES 1.0. Op basis van de uitkomsten worden aanbevelingen geformuleerd. Deze aanbevelingen worden meegenomen in het proces naar de RES 2.0. De evaluatie is in het eerste kwartaal van 2022 gereed.

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

41

4.5 Activiteiten

Wat Gemeenten borgen de RES in het omgevingswetinstrumentarium. Dit is wederom een moment voor participatie (bij beleidsvorming) en inspraak (bij besluitvorming). Gemeenten communiceren via hun eigen middelen met inwoners over het proces, de wijze van participatie en de tijdslijnen. Gemeenten bieden gelegenheid aan belanghebbenden uit de aangrenzende gemeente om te participeren en maken afspraken met de betreffende gemeente over de communicatie naar deze belanghebbenden. Bij grotere projecten waar de provincie bevoegd gezag is, werkt de provincie samen met de gemeente in het participatieproces Initiatiefnemer stelt participatieplan op. Bevoegd gezag beoordeelt participatieplan. In de vergunningsfase maken initiatiefnemer en bevoegd gezag – veelal de gemeente – afspraken met elkaar over het proces, de tijdslijnen, de inrichting van de participatie en lokaal eigendom. Om inwoners te informeren en te betrekken wordt aan gemeenten een aantal communicatiemiddelen en -instrumenten aangereikt die bijdragen aan transparantie en inhoudelijke consistentie. Het gaat hier om de toolbox met het nieuwe narratief, de RES-viewer, feiten en cijfers, handreikingen etc. Het beschikbaar stellen van informatie over het proces naar de RES 2.0 aan partners en belanghebbenden. Partners gebruiken deze informatie voor hun eigen communicatie met inwoners.

De Participatiecoalitie Noord-Holland en het Servicepunt Duurzame Energie ondersteunen participatietrajecten.

Uitvoeringsprogramma RES

Wanneer 2022-2025

Wie Gemeenten

2022-2025

Gemeenten

2022-2025

Gemeenten

2022 - 2025

Provincie en gemeenten

2022-2025 2022-2030 2023 - 2030

Initiatiefnemer Bevoegd gezag Initiatiefnemer en bevoegd gezag – veelal de gemeente

2022-2025

Programmaorganisatie RES samen met gemeenten/provincie/ waterschappen

2022-2023

Programmaorganisatie RES samen met gemeenten/provincie/ waterschappen Participatiecoalitie Noord-Holland en Servicepunt Duurzame Energie

2022- 2025

Noord-Holland Zuid

42

5. Kennisdeling, innovatie en arbeidsmarkt Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

43

5.1.2 Organisatie

5.1 Kennisdelen 5.1.1 Opgave De energietransitie is groot en complex en kennis hierover is volop in ontwikkeling. In zoekgebieden worden lokaal projecten ontwikkeld en gerealiseerd en in samenspraak met de omgeving wordt gekeken hoe dit het beste vormgegeven kan worden. Het is hierbij voor de overheden en belanghebbenden van belang om toegang te hebben tot kennis over de laatste ontwikkelingen.

Met de uitvoering van de RES 1.0 gaan we een nieuwe fase in. In deze fase passen nieuwe thema’s en is kennisdeling voor aanvullende doelgroepen relevant. Zo wordt voor gemeenten en provincie de kennis en expertise van de collega’s van ruimtelijke ordening en juridische zaken steeds belangrijker en ook de rol van omwonenden, marktpartijen, energiecoöperaties en meer lokale en regionale belangenorganisaties. Ook partijen als de omgevingsdienst, het ondernemersloket, het MRA bureau en MilieuCentraal zijn belangrijk voor kennisdeling. Om bovenstaande redenen is er vanuit ons een uitvraag onder RES-partners gedaan over relevante onderwerpen. Daaruit zijn thema’s gekomen als financiële participatie, het komen van zoekgebied tot opweklocatie en burgerberaad. Tijdens de uitvoeringstafel kennisdeling hebben professioneel betrokkenen bij het RESproces, (georganiseerde) inwoners en lokale stakeholders deze inventarisatie aangevuld. Ook is aan deze tafel opgehaald wat geschikte vormen voor kennisdeling zijn.

Uitvoeringsprogramma RES

Voor kennisdeling hoeven we niet het wiel opnieuw uit te vinden. Diverse partijen delen al kennis. Dit geldt zowel voor de programmaorganisatie RES, provincie, Participatiecoalitie als het Servicepunt Duurzame Energie (SpDE). Daarnaast bieden op nationaal niveau het Nationaal Programma RES, Expertise Centrum Warmte (ECW), het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Netwerk Aquathermie (NAT) kennis aan. Om tot een goede en effectieve kennisdeling voor alle doelgroepen te komen, hebben we afspraken gemaakt met de kennispartners om een gezamenlijk RES-Kennisprogramma op te stellen. In dit Kennisprogramma wordt ingegaan op de verschillende doelgroepen. Daarnaast wordt vormen van kennisdeling toegelicht, variërend van lezingenseries tot excursies. Ook gaan we inventariseren wat de mogelijkheden zijn om tot een gezamenlijke kennisbank te komen. In bijlage V staat een eerste inventarisatie van onderwerpen die we uit de uitvraag en de uitvoeringstafel hebben gehaald. Dit is geen statisch overzicht, het wordt aangevuld met actuele thema’s.

Noord-Holland Zuid

44

5.1.3 Operationele doelen

5.1.4 Activiteiten

Doelstelling

Operationele doelen

Wanneer Q1 2022

Een up-to-date kennisbasis voor betrokkenen bij de RES

In Q1-2022 RES-kennisprogramma voor de vastgestelde onderwerpen. De lijst met onderwerpen wordt regelmatig herijkt.

Wat Kennispartners stellen samen een RES-kennisprogramma op Overzicht houden van relevante subsidieregelingen Verkenning kennisdeling vanuit private partijen (garantiefondsen, Invest-NL, banken)

2022-2030

Uitvoeringsprogramma RES

Q2 2022

Wie Programmaorganisatie RES, Provincie, NP RES, RVO, Participatiecoalitie en Servicepunt Duurzame Energie RES-programmaorganisatie Programmaorganisatie RES initieert

Noord-Holland Zuid

45

5.2.2 Activiteiten

5.2 Innovatie 5.2.1 Opgave Overheden jagen initiatieven en innovaties aan. Daarbij gaat het niet alleen om technische, maar ook om sociale en ruimtelijke innovaties. Design challenges zijn geïdentificeerd als een krachtig instrument om innovaties aan te jagen. Kortom, innovaties komen op vele fronten terug in de RES.

Op de actielijnen uit de innovatieagenda wisselen we in Noord-Holland de geleerde lessen uit en leren we van elkaar. Belangrijk is dat stakeholders die andere inzichten en perspectieven bieden, hierbij betrokken worden. We leggen de verbinding met de Innovatie en Realisatie Road Map van NP RES. Hierin wordt gebouwd aan een landelijk lerend netwerk dat zich richt op de volgende vijf innovaties: ontwikkelen van energiehubs en energielandschappen, toepassen van opslag en conversie, multifunctionele toepassing van zonne-energie, drastische piekverlaging in opwekprojecten en digitalisering (‘digital twins’). Wat

Wanneer

Wie

Ontwikkelen innovatieagenda Verbinding met Realisatie Road Map NP RES

Q1-2022

RES-programmaorganisatie, ROM

Q1-2022

Programmaorganisatie RES

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

46

5.3 Arbeidsmarkt 5.3.1 Opgave De opgave bij de arbeidsmarkt is om te komen tot voldoende arbeidskrachten die over de juiste kennis en vaardigheden beschikken. Ingeschat wordt dat dit in Nederland rond de 100.000 banen betreft, nieuwe en bestaande. Het niet tijdig beschikbaar komen van gekwalificeerd personeel is een groot risico voor het realiseren van de RES-opgave. Er is behoefte aan actie, want er zijn nu al grote tekorten aan gekwalificeerd personeel. Er is aandacht nodig voor de overdracht van kennis naar het onderwijs zodat onderwijsontwikkelingen gelijke tred houden met de ontwikkeling van de energietransitie. Daarnaast is focus nodig op beroepsgericht onderwijs: welke richting, met welke middelen en met welk resultaat. De markt moet dit in eerste aanleg definiëren.

Onderwijs- en arbeidsmarktissues overstijgen het niveau van de individuele gemeenten en vragen op regionaal niveau om samenwerking tussen en met lokale en regionale werknemers- en werkgeversorganisaties. Hiervoor zijn middelen nodig die vormgeven aan die samenwerking. In Noord-Holland doen we dit onder andere via de Human Capital Agenda Klimaatopgave (HCAK).

5.3.2 Activiteiten Met onderstaande activiteiten wordt in NoordHolland ingezet op voldoende arbeidskrachten die over de juiste kennis en vaardigheden beschikken.

Wat

Wanneer

Wie

Op basis van de Human Capital Agenda werken stakeholders samen aan de uitvoering van het Klimaatakkoord op het gebied van arbeidsmarkt en scholing. Een gezamenlijke aanpak wordt ontwikkeld aan de hand van een governancemodel vanuit de provinciale visie Arbeidsmarkt & Onderwijs.

Q1 2022

MRA, House of Skills, de provincies Flevoland en Noord-Holland

Afspraken worden gemaakt over de samenwerking en de ontwikkeling van instrumenten waarin de arbeidsmarktopgaven die voortvloeien uit de RES’en worden meegenomen.

Q2 2022

Uitvoeringsprogramma RES

Dit model

2022-2030

Provincie, gemeenten, UWV, netbeheerder, Techniek NL, Bouwend Nederland, FNV en onderwijsinstellingen (mbo, hbo, wo) Provincie, gemeenten, UWV, netbeheerder, Techniek NL, Bouwend Nederland, FNV en onderwijsinstellingen (MBO, HBO en WO)

wordt momenteel getoetst, onder andere vanuit het samenwerkingsverband MRA en stakeholders van de provincie

Noord-Holland Zuid

47

6 Monitoring Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

48

6.1 Opgave Het belangrijkste doel van monitoren is om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang in de realisatie van de RES-ambities en de daaraan gerelateerde afspraken. De verkregen inzichten dienen: 1. als startpunt voor het bestuurlijk gesprek: om knelpunten te agenderen, het lopende proces te evalueren en waar nodig bij te sturen 2. om in te zetten als communicatiemiddel over de voortgang 3. als input voor andere trajecten, die gerelateerd zijn aan doelstellingen van de RES, zoals kennisdeling, participatie en de Taskforce Energie-infrastructuur In dit uitvoeringsprogramma maken de RESpartijen afspraken om tot een gezamenlijke

monitoringssystematiek te komen. Cijfers, data en informatie komen van verschillende bronnen, waaronder de Klimaatmonitor. Informatie hieruit kan worden aangeleverd voor de monitoring. Cijfers dienen eenduidig, vergelijkbaar en optelbaar te zijn. We leveren tijdig de benodigde informatie om tot een compleet overzicht te komen. Daarbij is het van belang dat ook de kaarten kloppend zijn met de laatste stand van zaken. We spreken af dat de monitoring start op basis van de informatie en instrumenten die momenteel beschikbaar zijn, te weten de RES-viewer en de gebiedspaspoorten. Gemeenten leveren bij de provincie data aan voor de zoekgebieden die in de RES-viewer worden getoond. De RES-viewer wordt door de provincie gehost. De verantwoordelijkheid voor de juistheid van de data over de getoonde zoekgebieden en zoals die zijn opgenomen in de gebiedspaspoorten blijft bij de gemeenten als bronhouder van deze data. Dit geldt ook voor de getoonde AVG-gegevens in de RES-viewer en de gebiedspaspoorten. De provincie is bronhouder van verschillende andere kaartlagen in de RES-viewer en is dan

Uitvoeringsprogramma RES

ook verantwoordelijk voor de juistheid en actualiteit van die data.

In 2022 doen we ervaring op met de monitoringssystematiek. Dat betekent a) dat niet alle beoogde onderdelen in het eerste jaar gemonitord kunnen worden en b) dat de monitor zich de komende jaren zal ontwikkelen in termen van inzichtelijkheid en toegankelijkheid. In Q4-2022 evalueren we en maken we afspraken over de volgende punten om op te pakken in de monitor van 2023. Datzelfde herhalen we in 2023, 2024 en 2025, zodat er een proces van continue verbetering ontstaat. Een belangrijk uitgangspunt is dat we zo goed mogelijk aangehaakt blijven op de landelijke monitoringssystematiek zoals ontwikkeld door NP RES. Op die manier kan ook de informatie die NP RES/PBL aan ons vraagt eenvoudig geleverd worden.

Noord-Holland Zuid

49

doelstelling of betreft het meer, zoals realisatie van koppelkansen? Dat biedt verdere sturing aan het inrichten van de monitor.

6.2 Voortgang realisatie RES-ambitie Om te kunnen monitoren moeten we weten wanneer we op koers zijn. De periode tot 2030 is daarvoor erg lang. Daarom maken de RES-partijen afspraken over tussendoelen voor 2023 en 2025, zodat het mogelijk is voor bestuurders om tijdig bij te sturen. We monitoren deze tussendoelen en activiteiten. In Q4-2022 bezien we de mogelijkheid om te monitoren op de effecten van de activiteiten (bereiken deze het gewenste doel?), als onderdeel van de evaluatie. In Q1-2022 organiseren we het bestuurlijk gesprek over de vraag: wanneer zijn we tevreden? Is dat bij het behalen van de

De monitoring voor 2022 richt zich zowel op de cijfermatige voortgang (van duurzame elektriciteit en warmte) van de uitvoering van de RES 1.0 als op de procesmatige voortgang van de zoekgebieden. Bijlage VI.I geeft een gedetailleerd overzicht van alle te monitoren punten. Een aantal zaken wordt landelijk gemonitord. Deze vormen input voor onze monitor, maar worden niet door de RES-partijen zelf aangeleverd. Het betreft onderzoek naar biodiversiteit bij zonneparken (WUR) en lokaal eigendom (RVO, EnergieSamen). Niet elk onderwerp zal in het eerste jaar even diepgaand worden gemonitord: 2022 geldt vooral als een ervaringsjaar. Voor het onderdeel participatie spreken we af om in 2022 te onderzoeken hoe dit kwalitatief gemonitord kan worden. De RES-programmaorganisatie initieert dit gesprek, waarbij stakeholders in elk geval de gemeenten, provincie, waterschappen, Participatiecoalitie en energiecoöperaties zijn.

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

50

6.3 In te zetten rapportages De RES-partijen spreken af twee keer per jaar te monitoren.

Volledige rapportage, 1x per jaar (voorjaar)

Light versie, 1x per jaar (najaar)

Voor deelregio en Energieregio ✓ Voortgang zoekgebieden  via gebiedspaspoorten ✓C  ijfers zon en wind  Via Klimaatmonitor, CBS (gerealiseerd) en RVO (pijplijn) ✓E  nergie-infrastructuur  via netbeheerders ✓U  itvoering warmte  via RES-viewer (moet nog ontwikkeld worden door provincie). Gemeenten updaten info. ✓V  oortgang activiteiten Uitvoeringsprogramma  via RESprogrammaorganisatie en samen met partners.

Voor deelregio ✓V  oortgang zoekgebieden  gemeenten updaten info

Uitvoeringsprogramma RES

De monitoring richt zich met name op het in beeld brengen van de mutaties, dit om de workload behapbaar te houden. Gemeenten hoeven qua cijfers niets aan te leveren. Voor het monitoren van de cijfers wordt gebruik gemaakt van landelijke cijfers. De provincie zorgt voor een verzameling en rapportage van deze cijfers, op provinciaal, RES-regio en deelregio niveau.

Liander maakt 2x per jaar een analyse van de ‘voorkeursvolgorde zoekgebieden’, waaruit duidelijk wordt of de zoekgebieden op korte, middellange, of lange termijn aangesloten kunnen worden.

Noord-Holland Zuid

51

6.4 Rolverdeling Voor de monitoring spreken we de volgende doorlopende activiteiten af: Partij Gemeenten Provincie

RES-programmaorganisatie

Liander Energie Samen en Hier Opgewekt Taskforce Energieinfrastructuur

Actie Actueel houden (min 2x per jaar) van de informatie in de RES-viewer (zoekgebieden en gebiedspaspoorten) en RSW-viewer (in ontwikkeling) • Beheer en ontsluiten van data via de RES-viewer • Ondersteuning gemeenten bij RES-viewer (werksessies, GIS-capaciteit), uitvraag gemeenten update RES-viewer en gebiedspaspoorten • Doorontwikkelen RES-viewer: het vereenvoudigen van kaartlagen, downloadfunctie, rapportagetool en inlogfunctie • Ontwikkelen RSW-viewer • Afstemming met landelijke ontwikkelingen op het gebeid van data en monitoring • Uitvraag bij gemeenten en Liander • Trekker monitoringscyclus • Koppeling met landelijke RES-monitoring • Communicatie over voortgang uitvoering RES • Onafhankelijke blik op aangeleverde cijfers door gemeenten Cijfers, voortgang zoekgebieden in relatie tot netcapaciteit Lokaal eigendom (o.a. via lokale energiemonitor)

De RES-programmaorganisatie richt een ambtelijke werkgroep monitoring in, die bestaat uit een afvaardiging van de verschillende RES-partijen, om de jaarlijkse cyclus op te starten, de voortgangsrapportage op te stellen, te signaleren wat wel en niet goed loopt en gezamenlijk te werken aan verbeterpunten voor de monitoringssystematiek. De werkgroep monitoring maakt in elk geval afspraken over: - welke informatie uit de gebiedspaspoorten gepresenteerd wordt in de monitoringsrapportages. Zie bijlage VI.I voor de focus voor 2022. - inrichting van de werkprocessen De monitoringsrapportage verschijnt twee keer per jaar. Deze wordt opgedeeld in een eenvoudig toegankelijke versie (de managementsamenvatting) en de uitgebreide monitoringsrapportage (PDF). De RESprogrammaorganisatie draagt er zorg voor dat de monitor wordt aangekondigd via de eigen communicatiemiddelen. De werkgroep Communicatie maakt nadere afspraken over de communicatie rondom de monitoring. In bijlage VI.II is de gedetailleerde planning voor 2022 opgenomen.

Programmeren energiesysteem

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

52

Daarnaast spreken de RES-partijen de volgende activiteiten af:

Wat

Wanneer

Wanneer

Bestuurlijk gesprek: wanneer is de regio tevreden? Vervolg werkgroep monitoring. Afspraken over bevoegdheden, werkprocessen, te presenteren informatie Afspraken communicatie & verspreiding monitoringsinformatie Onderzoek kwalitatief monitoren participatie

Q1-2022

RES-programmaorganisatie initieert

Q1-2022

RES-programmaorganisatie initieert

Q1-2022

RES-programmaorganisatie initieert

Q2-2022

Evaluatie monitor & verbeterpunten. Incl. monitoring effecten activiteiten en relatie elektrificatie warmtevraag en opwek duurzame elektriciteit Evaluatie monitor & verbeterpunten

Q4-2022

RES-programmaorganisatie initieert. Tevens minimaal betrokken: werkgroep monitoring, Participatiecoalitie en energiecoöperaties Werkgroep monitoring, RESprogrammaorganisatie initieert

Evaluatie monitor & verbeterpunten

Q4-2024

Evaluatie monitor & verbeterpunten

Q4-2025

Q4-2023

Uitvoeringsprogramma RES

Werkgroep monitoring, RESprogrammaorganisatie initieert Werkgroep monitoring, RESprogrammaorganisatie initieert Werkgroep monitoring, RESprogrammaorganisatie initieert

Noord-Holland Zuid

53

7 Uitvoeringsorganisatie Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

54

Met het afronden van de RES 1.0 is een stap gezet in een transitieproces naar duurzame energie en duurzame warmte voor de bebouwde omgeving. Een stap in een proces dat nog zeker 30 jaar in beslag zal gaan nemen.

overneemt. Mocht dit niet het geval zijn, dan zullen wij een deel van de taken die in dit uitvoeringsprogramma staan niet kunnen uitvoeren.

7.1 Aanvullende middelen nodig Een deel van de taken om dit uitvoeringsprogramma uit te voeren ligt al bij ons als bevoegd gezag, zoals het verlenen van vergunningen of handhaving op deze vergunningen. Maar een deel van de taken komt voort uit de afspraken uit het Klimaatakkoord en komt boven op het takenpakket dat wij als gemeenten, provincie en waterschappen hebben.

In bijlage VII geven wij inzicht in de aanvullende taken zoals deze zijn opgenomen in het ROB-advies.

Raad voor Openbaar Bestuur, ‘Van Parijs naar praktijk’ (2021).

Om tot realisatie van de afspraken uit het Klimaatakkoord te komen, hebben overheden dan ook aanvullende middelen nodig. De Raad voor Openbaar Bestuur onderbouwt dit in een advies aan het kabinet. De verwachting is dat een nieuw kabinet het ROB-advies in ieder geval voor een deel

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

55

7.2 RESprogrammaorganisatie Om een verdere stap te zetten in dit proces en om tot realisatie te komen van dit uitvoeringsprogramma continueren we de samenwerkingsrelaties en – activiteiten en de gelijkwaardige samenwerking tussen de partijen. Hiervoor richten we een vergelijkbare samenwerkingsstructuur in als die gehanteerd is bij het opstellen van de RES 1.0. De onafhankelijke RES-programmaorganisatie houden we in stand. De RES-regio's hebben hiervoor een vergoeding van het Rijk ontvangen. De organisaties RES NHN en RES NHZ blijven samenwerken, maar hebben elk een eigen werkgroep, ambtelijke opdrachtgevers en stuurgroep. In bijlage VII.II gaan wij in op de middelen die nodig zijn voor de RES-organisatie en de financiering.

Aanvullende ondersteuning voor het participatieproces

Randvoorwaarden voor de voortzetting van het RES-programma

De provincie ondersteunt de gemeenten bij de verdere uitwerking van de zoekgebieden.. Een nog nader te onderzoeken mogelijkheid hiervoor is een provinciale bijdrage, gericht op het ondersteunen van het participatieproces door de gemeenten. Ook wordt de mogelijkheid van ondersteuning van gemeenten bij de vormgeving van lokaal eigendom onderzocht, waarbij we een grote rol zien voor de energiecoöperaties.

• Regiocoördinator per deelregio • Ambtelijk en bestuurlijk trekker per gemeente, provincie en waterschap (RES én RO) • Ondersteuning vanuit provincie voor databeheer & monitoring, onderzoek, communicatie, participatie, ruimtelijke samenhang en kennisdeling • Capaciteit en budget bij gemeenten. Het is nog onduidelijk of er (voldoende) middelen vanuit het Rijk worden gedecentraliseerd conform het uitgevoerde ROB artikel 2 onderzoek (zie paragraaf 7.1). Om deze reden wordt een voorbehoud gemaakt op de uitvoering van de gemeentelijke en provinciale taken gekoppeld aan de uitvoering van het Klimaatakkoord.

Looptijd programmaorganisatie Het bereiken van de doelstelling in 2030 zoals beschreven in de RES 1.0 vraagt om doorpakken. Een aantal momenten is daarbij van belang, zoals het moment dat besloten wordt over de RES 2.0, de RES 3.0 etc., maar ook het moment waarop de ondersteuning van de SDE-subsidie vervalt. Dit laatste is van belang voor het haalbaar en betaalbaar maken van de businesscase van initiatieven. Om die reden houden we de RES-programmaorganisatie tot halverwege 2025 (vaststelling RES 3.0) in stand. Daarbij gebruiken we het moment van vaststelling RES 2.0 in 2023 als evaluatiemoment.

Uitvoeringsprogramma RES

Het beleggen van de taken (landelijk, RESprogrammaorganisatie, deelregio, gemeente/ provincie/waterschap) wordt weergegeven in bijlage VII.III.

Noord-Holland Zuid

56

Figuur 5: Structuur RES organisatie na RES 1.0

Kop van Noord-Holland

Gemeenten

Alkmaar Westfriesland

Programma RES NHN/NHZ

Provincie Noord-Holland

Zaanstreek/Waterland IJmond & Zuid Kennemerland

Waterschappen

Amsterdam Haarlemmermeer

Netbeheerder

Amstelland Gooi & Vechtstreek

Per RES-regio

Per RES-regio

Per RES-regio

Stuurgroep

Portefeuillehouders regio

College/GS/DB/Directie

Werkgroep

Deelregio werkgroep

Raden/PS/AB/Directie

Ambtelijke opdrachtgevers

Stakeholders

Stakeholders

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

57

Bijlagen

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

58

Kwaliteitsimpuls zon op land

I Ondersteuningsaanbod provincie De provincie Noord-Holland biedt gemeenten ondersteuning in het realiseren van winden zonprojecten en de ruimtelijke inpassing daarvan. Hieronder staan een aantal bestaande middelen.

Ruimtelijke handreiking wind op land Deze handreiking helpt gemeenten en initiatiefnemers op weg met de gevraagde zorgvuldige ruimtelijke inpassing. De handreiking biedt een aantal ontwikkelprincipes voor het plaatsen van windturbines, zowel grote als kleine.

We streven naar zonneparken met een zo hoog mogelijke bijdrage aan de fysieke leefomgeving. Het provinciaal beleid kent een aantal spelregels voor het inpassen van zonneparken in het landschap. Deze brochure laat zien hoe deze spelregels in de praktijk kunnen worden toegepast.

Leidraad landschap en cultuurhistorie De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving.

Adviescommissie Ruimtelijke Ordening (ARO) De Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling is een onafhankelijke adviescommissie die vroeg in het planproces om advies kan worden gevraagd over de ruimtelijke kwaliteit van plannen.

Uitvoeringsprogramma RES

Taskforce Ruimtewinst (TFR) Noord-Hollandse gemeenten die professionele hulp nodig hebben bij ruimtelijke ontwikkelingen die moeilijk van de grond komen, kunnen de Taskforce Ruimtewinst (TFR) inschakelen. Op verzoek van een gemeente kan de Taskforce een 'assist' organiseren om een nieuwe impuls te geven.

Boven(deel)regionale afstemming en samenhang De provincie neemt de regie bij het uitwerken van bovenlokale zoekgebieden. Voorbeelden hiervan zijn de trajecten rondom de A7 en A9, Diemerscheg, Groene Hart etc. Ook bij gebieden waar afstemming over gemeenteof provinciegrenzen heen belangrijk is en/of niet voldoende plaatsvindt, kan de provincie gemeenten ondersteunen (voorbeeld hiervan is de Omgevingstafel A2/A9).

Noord-Holland Zuid

59

I.I Ontwikkeling duurzame opwek

I.II Subsidies en regelingen provincie

Vanuit de provincie zijn verschillende instrumenten beschikbaar, ter ondersteuning van de ontwikkeling van duurzame elektriciteit.

Subsidie verduurzamingsinitiatieven woningcorporaties

Park the sun De openbare tool Park the Sun genereert voor alle parkeerplaatsen in Noord-Holland gratis en eenvoudig quickscans inclusief businesscase voor Solar Carports. De tool analyseert luchtfoto’s en aanvullende data en geeft aan waar het plaatsen van zonnepanelen boven parkeerplaatsen kansrijk is. Daarbij wordt niet alleen het beschikbare oppervlak beschouwd, maar bijvoorbeeld ook de schaduwwerking van bomen en gebouwen. Instructievideo’s zijn ook openbaar beschikbaar.

Zonatlas en Atlas grote daken Voor nu zijn dit de tools waarmee iedereen in Noord-Holland inzicht krijgt in de zonpotentie van daken in Noord-Holland. Waarschijnlijk worden deze tools Q1-2022 vervangen door ‘Zonnedakje’, een tool ontwikkeld door Sobolt die nauwkeurig overzicht verschaft in het gerealiseerd en potentieel zonvermogen op alle daken in Noord-Holland.

Deze subsidie stimuleert woningcorporaties om samen te werken bij het innovatief verduurzamen van de woningvoorraad.

Subsidie verduurzaming sportaccommodaties Deze subsidie helpt verenigingen die een accommodatie in eigendom of beheer hebben bij het verduurzamen. Denk hierbij aan LEDverlichting, isolatie en zonnepanelen.

HIRB+ Ondersteuning Dit is subsidieregeling voor bijvoorbeeld het organiseren en begeleiden van verduurzamingsmaatregelen op bedrijventerreinen

Verduurzaming culturele instellingen Deze subsidie helpt culturele instellingen te investeren in energiebesparing en de opwek van duurzame energie.

Verduurzaming maatschappelijk vastgoed Deze subsidie stimuleert maatschappelijke instellingen te investeren in energiebesparing en/of de opwek van duurzame energie.

Subsidie Duurzaamheidsinitiatieven burgercollectieven Een subsidie voor verenigingen, coöperaties en stichtingen met als doel duurzaamheidsinitiatieven te realiseren.

De Schooldakrevolutie Stichting Schooldakrevolutie is een non-profit organisatie die gemeenten en schoolbesturen namens de provincie ondersteunt in het realiseren van zonnepanelen op schooldaken. Door subsidies en opdrachten van overheden kan de stichting belangeloos adviseren vanuit het belang van het schoolbestuur.

HIRB+ Duurzaamheid Deze subsidie helpt bij de verduurzaming van bedrijven(terreinen) en is gericht op energiebesparing en opwek van duurzame energie.

Uitvoeringsprogramma RES

Ontzorgingsprogramma Maatschappelijk Vastgoed Er wordt gewerkt aan een regeling voor kleine maatschappelijke vastgoedeigenaren.

Noord-Holland Zuid

60

de projecten maakt het programma gebruik van een gefaseerde aanpak. Deze bestaat uit een voorverkennings-, verkennings-, planvormings-, realisatie- en exploitatiefase.

II Programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) Via het programma OER (Opwek van Energie op Rijksvastgoed) stelt de Rijksoverheid haar gronden ter beschikking voor het opwekken van hernieuwbare energie. Decentrale overheden kunnen middels een aanvraag bij de minister een beroep doen op dit aanbod.

De eerste drie fasen hebben betrekking op voorbereiding van het project. In de realisatiefase vindt de openbare inschrijvingsprocedure plaats en wordt de overeenkomst voor de realisatie van het energiepark gegund. In de exploitatiefase realiseert en exploiteert de winnende marktpartij het energiepark. Bij de voorbereiding wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken van de locatie en de omgeving. Binnen de verschillende fasen is ruimte om maatwerk te leveren om op de projectspecifieke behoeften in te spelen. In de RES Noord-Holland Zuid is de A9-A5 opgenomen in de voorverkenningsfase.

Het OER-programma werkt concreet aan het voorbereiden en aan de markt aanbieden van locaties voor de opwekking van hernieuwbare energie. Bij de voorbereiding en uitvoering van

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

61

III Voorstel voor de governance van de warmtetransitie III.I Kernpunten - De warmtetransitie-opgave staat centraal. - De regie voor deze opgave ligt bij de gemeenten, waarbij samenwerking met andere partijen en bewonersparticipatie cruciaal is. - De voorgestelde regionale samenwerking beperkt zich tot die aspecten van de opgave waarvan de deelnemende partijen gezamenlijk ook de meerwaarde van samenwerking zien. - Met name kleine gemeenten hebben

ondersteuning nodig. De provincie NoordHolland wil hierin – binnen de mogelijkheid die de provincie heeft – voorzien. - Waar mogelijk wordt aansluiting gezocht bij bestaande organisatiestructuren. - Per activiteit is gezocht naar wat meest logische niveau daarvoor is: • Het publiek-private kernteam warmte blijft bestaan als platform voor kennisdeling en evt. kennisontwikkeling op regionaal niveau en wordt gefaciliteerd vanuit het Servicepunt Duurzame Energie; • Per warmteregio wordt door de gemeenten een werkgroep gevormd met alle voor die warmteregio relevante spelers op het warmtedossier. De gemeenten stellen, indien gewenst, in samenwerking met en met steun van de provincie hiervoor een warmtecoördinator aan. • Warmtecoördinatoren van de verschillende warmteregio’s stemmen periodiek met elkaar af en één van hen heeft een coördinerende rol op provinciaal niveau (daarbij hoort bijv. het informeren en voorbereiden van de stuurgroep). • Voor afstemming tussen de warmteregio’s en voor inzet op gezamenlijke acties wordt aangesloten op de

Uitvoeringsprogramma RES

(publiek-private) stuurgroepen uit de huidige RES governance. - Het voorgestelde model is niet een blauwdruk voor de eeuwigheid. Periodiek moet worden bezien of en welke aanpassingen wenselijk zijn om in te kunnen spelen op actuele vraagstukken.

Een warmteregio is een regio waarbij de gemeenten iets met elkaar hebben qua warmte, bijv. omdat ze op een gezamenlijk warmtenet zitten, of rond een grote warmtebron die zij gezamenlijk kunnen benutten.

Noord-Holland Zuid

62

1. De sectortafel Gebouwde omgeving uit het Klimaatakkoord gaat over woningen en utiliteitsgebouwen. Hierin zijn de volgende landelijke doelen gesteld: in 2030 moet in de bebouwde omgeving een CO2-reductie zijn bereikt van 3,4 Mton. Van de landelijke doelstellingen uit het Klimaatakkoord wordt de doelstelling afgeleid voor de provincie Noord-Holland. De totale Nederlandse woningvoorraad bestaat uit circa zeven miljoen woningen. Daarvan dient in 2030 21 procent verduurzaamd te zijn. De provincie Noord-Holland telt ongeveer 1,3 miljoen woningen. Uitgaande van een evenredige bijdrage, betekent dit dat in onze provincie in 2030 circa 260.000 woningen verduurzaamd moeten zijn. Deze opgave, zorgen dat er in 2030 ca. 260.000 woningen van het aardgas zijn, vormt de centrale opgave van de warmtetransitie in Noord-Holland.

2. De regie voor deze opgave ligt bij gemeenten. Zij zijn verantwoordelijk voor het aardgasvrij maken van de woningen en gebouwen in de eigen gemeenten.

3. Afgesproken is dat de gemeenten daartoe meerdere producten opleveren, zoals een TransitieVisie Warmte (TVW) eind 2021 vast te stellen door de gemeenteraad, één of meerdere wijkuitvoeringsplannen (WUP) vast te stellen door het college van B&W, en een regionale structuurvisie warmte (RSW) iedere twee jaar vast te stellen door de gemeenteraad (en door provinciale staten). Naast deze ‘papieren documenten’ is door de gemeenten afgesproken dat er ook daadwerkelijk warmtebedrijven aanbesteed worden die de ontwikkeling, realisatie en exploitatie voor warmtenetten uit gaan voeren (het aanwijzen van warmtekavels wordt met de komst van de Wet Collectieve warmte naar verwachting een wettelijke taak van gemeenten). Gemeenten zullen ook voor wijken waar geen warmtenet voorzien is, maar waar bijv. individuele all electric oplossingen of oplossingen met waterstof/groen gas logischer lijken, zorgen dat deze wijken van het aardgas gaan.

4. Niet alleen gemeenten spelen een rol in de warmtetransitie, maar ook warmtebedrijven, netbeheerders, warmtebronnen, waterschappen, provincies, vastgoedeigenaren, woco’s, het rijk e.d. Alleen gezamenlijk kan de warmtetransitie gestalte krijgen.

Uitvoeringsprogramma RES

5. Ook bewoners (individueel of georganiseerd in bijv. een energiecorporatie) spelen uiteraard een belangrijke rol in de warmtetransitie. Een goede betrokkenheid van bewoners is cruciaal voor het realiseren van de opgave van de warmtetransitie.

6. Met name kleine gemeenten hebben ondersteuning nodig om de taken die zij wettelijk toebedeeld hebben gekregen goed uit te kunnen voeren. De provincie Noord-Holland biedt daarom diverse ondersteuningsmiddelen aan gemeenten en heeft de intentie om dit aanbod te verbreden. Deze ondersteuning krijgt bijv. vorm via de mogelijkheid om experts of warmtecoördinatoren in te huren, inzet op kennisdeling en -ontwikkeling via het SPDE, samenwerking op geothermie, dataverzameling e.d. Gemeenten kunnen bij de provincie aangeven of zij behoefte hebben aan enige vorm van ondersteuning. Deze ondersteuning is daarmee vraaggestuurd en reactief/adaptief. Zie bijlage III.III ‘Wat doet de provincie’.

Noord-Holland Zuid

63

Hoewel dit voorstel betrekking heeft op de provincie NH, is het cruciaal dat in ieder geval ook Almere betrokken wordt omdat deze stad onlosmakelijk verbonden is met bijv. Amsterdam.

 Amsterdam bijvoorbeeld heeft met City Deal partners al een structuur die goed functioneert.

7. De warmtetransitie is een grote en complexe opgave met een ambitieuze doelstelling, die ook vraagt om inzet op verschillende niveaus. Behalve een inzet op lokaal niveau, gaat het daarbij ook om inzet op deelregionaal (bijv. warmtenetten), regionaal (bijv. geothermie) en nationaal niveau (beïnvloeding van regelgeving en zoeken naar financieringsbronnen). Louter een vraaggestuurde ondersteuning dekt daarmee dus nog niet de volledige lading. Daarnaast is het de wens van zowel publieke als private partijen om met elkaar in gesprek te gaan/blijven om gezamenlijk de opgave uit te voeren. De governance van de RES organisatie is vaak als goed voorbeeld aangehaald. Dat brengt ons op het volgende model. Zie ook bijlage 1 ‘Schema warmte governance’. a) Voor iedere ‘logische warmteregio’ (dat is een regio waarbij de gemeenten iets met elkaar hebben qua warmte, bijv. omdat ze op een gezamenlijk warmtenet zitten, of rond een grote warmtebron die zij gezamenlijk kunnen benutten) wordt – waar deze nog niet bestaat – een werkgroep ingericht. De samenwerking in deze warmteregio’s beperkt zich tot die aspecten van de opgave waarvan de deelnemende partijen gezamenlijk ook de

meerwaarde van samenwerking zien. In die werkgroep nemen deel de ambtelijke vertegenwoordigers vanuit de gemeenten, de provincie, warmtebedrijven, waterschappen, woco’s, warmtebronnen etc. Iedereen die een relevante rol heeft in die regio op warmte. In de werkgroepen wordt gesproken over wat er nodig is in die regio om de wijken van het gas te halen, welke ondersteuning hierbij gewenst is, waar de kansen liggen en wie dan wat moet doen om die kansen te verzilveren. In de werkgroepen kan ook gewerkt worden aan WUP’en, participatieplannen, kavels berekenen, binnenhalen van bijv. financiering voor warmtenetten, gezamenlijke lobby punten in kaart brengen, aanvragen voor PAW schrijven, nota’s voor B&W en Raad maken, kennisontwikkeling en kennisdeling. Hands on, uitvoeringsgericht. De werkgroepsessies moeten dermate interessant en relevant zijn dat iedereen hier actief aan mee wil doen. Indien gewenst, kan een warmteregio aanspraak maken op kennis, expertise en capaciteit vanuit de flexpool van de provincie. Financiering van deze inzet gebeurt door zowel de provincie, als door de gemeenten en de warmtebedrijven in de warmteregio.

Uitvoeringsprogramma RES

Wat een logische warmteregio is, wordt bepaald door de relevante partijen binnen een (deel)regio zelf die het beste kunnen inschatten waar de samenhang zit. De warmteregio bepaalt zelf het tempo, de frequentie van samenkomen en de samenstelling van de groep. De samenstelling van de werkgroepen zal verschillen per regio en per fase. b) Iedere warmteregio wijst zelf een trekker aan die optreedt vanuit of namens een overheid. Deze bereidt de werkgroep in de regio voor en stuurt deze aan. Te overwegen is om deze trekker de rol van warmtecoördinator te geven voor de regio. ‘De warmte coördinator brengt de ambities en de plannen van de partijen in kaart. Op basis van dat overzicht maken de partijen gezamenlijke afspraken over welke wijken wanneer van het aardgas af gaan.’ Deze warmtecoördinator is aanspreekpunt voor de bestuurders in de warmteregio en bereidt deze voor op het onderwerp warmte.

Voor marktpartijen geldt dat gemeenten deze via een transparante procedure betrekken bij de werkgroep; er moet sprake zijn van een level playing field. Een uitzondering hierop zouden de warmtebedrijven kunnen vormen die al een warmtenet hebben in de warmteregio. Maar ook voor deze bedrijven geldt dat zij kavels voor nieuwe warmtenetten alleen in concurrentie kunnen verwerven.

c) De warmtecoördinatoren uit de verschillende warmteregio’s stemmen periodiek met elkaar af waarbij het zowel gaat om het zoeken van aansluiting waar dat nodig en wenselijk is, als om het

Noord-Holland Zuid

64

bespreken van bijv. gezamenlijke acties richting het rijk of het voorbereiden van stuurgroepen op provinciaal niveau. d) Eén van de warmtecoördinatoren heeft daarbij een meer uitgebreide rol en combineert zijn/haar taak in de eigen warmteregio, met taken op het niveau van de regio als geheel. Daarbij gaat het m.n. om het voorbereiden van gezamenlijke acties richting het rijk, het zoeken naar aansluiting bij nationale en Europese programma’s / fondsen en het voorbereiden van stuurgroepen op provinciaal niveau. e) Op regionaal niveau (provincie NoordHolland) komt er een ‘kleine stuurgroep’ met daarin van iedere deelregio een vertegenwoordigend portefeuillehouder vanuit de gemeenten, provincie en waterschappen. Deze ‘kleine stuurgroep’ gaat over het proces, niet over de inhoud en wordt met een zekere regelmaat georganiseerd. De vertegenwoordigend portefeuillehouder consulteert de portefeuillehouders binnen de deelregio en koppelt daaraan terug. In de ‘kleine stuurgroep’ zit daarnaast een aantal belangenorganisaties, zoals de

netwerkbeheerder, natuur beherende organisaties, energiecoöperaties, woningbouwcoöperaties en vertegenwoordiging namens het bedrijfsleven. f) Advies is om voor de kleine stuurgroep gebruik te maken van de RES stuurgroep (uit te breiden met mogelijk de woningbouwcoöperaties). Belangrijk hierbij is wel dat de vertegenwoordigend portefeuillehouder ook daadwerkelijk vooruitgeschoven kan zijn om op dit onderwerp op proces te sturen. g) Er komt daarnaast een ‘grote stuurgroep’ met publieke en private partijen. Deze stuurgroep gaat over de inhoud en wordt ingepland wanneer daar aanleiding voor is. De stuurgroep stuurt niet direct maar besluit meer over de koersbepaling en of we met elkaar nog op de goede weg zitten. Het gaat in de stuurgroep vooral om de inhoudelijke afstemming tussen partijen. De private partijen hebben in deze stuurgroep de rol van inhoudelijk adviseur. Deze grote stuurgroep bespreekt strategisch vraagstukken zoals bijv. de betaalbaarheid van de warmtetransitie, groeistrategieën, gaan we voor snel of voor zorgvuldig etc. Vraagstukken die iedereen aangaan. Ook

Uitvoeringsprogramma RES

kan in deze stuurgroep gekeken worden naar bijv. gemeenschappelijke/provinciale lobby punten, groeifondsaanvragen, geo allianties, lange termijn vraagstukken e.d. Inhoudelijke bespreking en afstemming over bijv. regionale/gemeentegrens overschrijdende warmtebronnen en warmtenetten, RSW vindt plaats in deze grote stuurgroep. Besluitvorming hierover vindt plaats bij de individuele gemeenten, provincie en/of waterschappen (bevoegd gezag). h) Op basis van de voorliggende agenda kan de keuze gemaakt worden om als publieke partijen binnen de grote stuurgroep met elkaar het gesprek te voeren. Voorafgaand of aansluitend worden in die voorkomende gevallen de private partijen eventueel gevraagd om advies. i) Voor de grote stuurgroep die bij elkaar komt over inhoudelijke kwesties zou in beginsel kunnen worden aangesloten bij de bestaande stuurgroep RES XXL, die dan zou moeten worden aangevuld met vertegenwoordigers van private partijen. Voorwaarde daarbij is wel dat de bestuurders die in de RES stuurgroep zitten, ook warmte in hun portefeuille hebben. In

Noord-Holland Zuid

65

het geval dat er veel gemeenten zijn waarbij de wethouder warmte een andere is dan de wethouder RES is het logisch om een aparte stuurgroep op te richten. j) Het voorzitterschap van de grote stuurgroep wordt ingevuld door één van de bestuurlijke deelnemers op voordracht van de stuurgroep. Hij/zij is technisch voorzitter en bereidt de stuurgroep voor in samenspraak met de warmtecoördinator met een uitgebreide rol. De voorzitter van de kleine stuurgroep is bij voorkeur ook de voorzitter van de grote stuurgroep. k) Zowel de kleine als de grote stuurgroep worden ambtelijk voorbereid door de warmtecoördinator met een uitgebreide rol in samenspraak met de andere warmtecoördinatoren en in afstemming met vertegenwoordigers van de andere leden in de stuurgroep.

m) In aanvulling op de inzet op deelregionaal niveau (binnen de warmteregio’s) blijft er ook sprake van periodieke afstemming op regionaal (provinciaal) niveau (tussen de warmteregio’s). Het warmteteam (dat tot dusver elke 4 weken onder regie van de MRA warmteregisseur bijeenkwam) blijft dan ook in dit nieuwe model bestaan. Daarbij kan de regie liggen bij de warmtecoördinator met een uitgebreide rol Het secretariaat en de voorbereiding/ begeleiding kan worden ondergebracht bij het Servicepunt. De publiek/private community blijft daarmee behouden en de kennisdeling- en ontwikkeling ook. n) Gegeven het uitgangspunt om de behoeften van de gemeenten op dit thema centraal te stellen, ligt het voor de hand dat – bijv. 1x per jaar – ook met gemeenten wordt besproken of de ondersteuning die het Servicepunt biedt aansluit op de behoeften vanuit de opgave.

8. De discussie over de financiering heeft pas zin zodra er meer duidelijkheid is over de vorm van het nieuwe model. Belangrijk daarbij is bijv. ook in hoeverre er ook in de nieuwe situatie nog behoefte bestaat om als gezamenlijke regionale partijen (publiek en overig) te investeren in kennisontwikkeling. Wel weten we dat de inzet van experts vanuit de flexpool van de provincie geld kost. De financiering van deze extra capaciteit wordt gedaan door de provincie en de publieke en private deelnemers van de betreffende warmteregio.

9. Bewonersparticipatie en de link met de eindgebruiker verdient veel aandacht en moet geborgd worden.

l) De taken die tot dusver werden uitgevoerd door het warmteteam o.l.v. de MRA warmteregisseur zullen deels worden overgenomen door de warmtecoördinatoren en deels door het Servicepunt Duurzame Energie. Daarmee komt de rol van MRA warmteregisseur te vervallen.

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

66

III.II De contouren voor een nieuw model Programmaorganisatie Warmte/ Koude

?

Sturing

Opdrachtgever

Werkgroep

Ondersteuning

• Stuurgroep (proces) • Stuurgroep XXL (inhoudelijk)

• Opdrachtgevers overleg

• Amstelland / Amsterdam / Haarlemmermeer / Almere • Gooi en Vechtstreek, IJmond & Zuid-Kennemer land • Zaanstreek / Waterland

• Servicepunt Duurzame Energie (SPDE) • Omgevingsdienst ECW (NPRES) Kennis • Programma Aardwarmte • Netwerkbeheerder • Expertpool PNH • MRA Programma’s (bijv energiearmoede) • Energieloket • Participatiecoalitie •…

Stuurgroep: - Portefeuillehouder per regio - Gedeputeerde - DB waterschappen - Netwerkbeheerder - Belangenvertegenwoordigers

Programmasecretaris

- Directeur per regio - Directeur provincie - Directeur waterschappen - Directeur netwerkbeheerder - Directeuren bedrijfsleven/woningbouwcorporaties

per deelregio*: - Regiocoördinator** - Gemeenten (evt via Omgevingsdienst) - Provincie Noord-Holland en Flevoland - Waterschappen - Netwerkbeheerder - Bedrijfsleven - Woningbouwcorporaties - Energie coöperaties Agendalid: - Ministerie EZK/BZK

Stuurgroep XXL: - Idem + - Alle gemeenten / waterschappen portefeuillehouders - Bedrijfsleven - Woningbouwcorporaties

Kennisborging, ontwikkeling en deling met de gezamenlijke kennispartners (mede met voormalig kernteam W/K)

* Een warmteregio is een regio waarbij de gemeenten iets met elkaar hebben qua warmte, bijv. omdat ze op een gezamenlijk warmtenet zitten, of rond een grote warmtebron die zij gezamenlijk kunnen benutten. ** Eén van de regiocoördinatoren is tevens ‘overall’ coördinator

Ondersteuning in uitvoering

Programma-ondersteuning

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

67

III.III Rol van de provincie Noord-Holland

Wat doet de provincie ? De provincie intensiveert een actieve faciliterende rol bij de gemeentelijke warmtetransitie, door: • We breiden het aanbod van het Servicepunt Duurzame Energie uit (naast warmte nu ook elektra) en bieden ook mogelijkheid tot organiseren van kennis uitwisseling sessies publiek/privaat. • We leveren extra handjes en kennisontwikkeling met de oprichting van een expertpool waar gemeenten een beroep op kunnen doen. Wij kunnen bijv. helpen en meefinancieren van een warmtecoördinator, een projectleider, een expert. • We onderkennen verschil in ondersteuningsbehoefte op gemeentelijk/bovengemeentelijk en regionaal niveau en zoeken de logica in het formeren van de samenwerking op uitvoeringsniveau.

• We helpen gemeenten met het op orde hebben van kennis voor de introductie van de Wet Collectieve Warmtevoorziening. • We zorgen voor kennisontwikkeling en kennisdeling op het gebied van warmtebronnen (denk aan aquathermie/ geothermie/restwarmte data centra etc). • We voeren de regie op de warmte data – warmtedata register, warmte viewer. • We ontwikkelen (financiële) instrumenten ( o.a. bijv. subsidies/garantstellingen/revolverend fonds e.d) ter ondersteuning van de uitvoering van de warmtetransitie. • Samenwerking in collectief aanvragen van subsidie mogelijkheden (vb Elena).

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

68

IV Participatie: Relevante documenten • Website energieparticipatie NP RES • Werkblad Participatie NP RES (2021) • Leidraad financiële participatie bij duurzame projecten • Ideeën en suggesties uitvoeringstafel Participatie (2021) • Adviesrapport Betrokken bij Klimaat (maart 2021) • (2021) Thematafel RES in uitvoering met als eindproduct Leidraad Lokaal eigendom • (2020) Handreiking praktijk: lokale initiatieven en eigendom • (2019) Expertsessie participatie • (2019) Handreiking en keuzemenu voor lokale participatie RES Op pagina 15 staan veel links en bronnen.

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

69

V Eerste inventarisatie onderwerpen kennisdeling Onderwerp

Toelichting

Waar al meer informatie te vinden is

Technisch Technische aspecten realisatie zonneenergie

Hoe ga je om met de ondergrond? Wat stimuleert biodiversiteit? Hoe regel je de verzekering? Etc.

Veel informatie is te vinden op hieropgewekt.nl. De provincie heeft veel kennis hierover beschikbaar (zie bijlage I).

Goede ruimtelijke inrichting zon

Energiesysteem

Warmte

Gedeeld inzicht creëren in de randvoorwaarden die aan projecten gesteld worden (bijv. biodiversiteit, vogelbescherming, schittering voor omwonenden). Maar ook natuurinclusieve zonneparken en bijkomende risico’s. Onderdeel hiervan is hoe dit zich verhoudt tot vergunningen en of gemeenten ook in gunningscriteria voor zonneparken hier randvoorwaarden over opnemen. We gaan toe naar decentrale opwek. De wens is om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Op piekmomenten is er te veel stroom en die brengt dan vervolgens weinig rendement. Er zijn slimme combinaties mogelijk van zon en wind. Opslag wordt steeds meer een noodzaak. Kennisdeling van pilotprojecten is noodzakelijk om de grootschalige netcongestie waar mogelijk op te lossen en bij nieuwe duurzame opwekprojecten te voorkomen. Kennisdeling in de breedste zin. Financiering, financiële risico’s in de energietransitie, vollooprisico, houdbaarheid op de lange termijn/ ontwerpvragen. Ook verschillende typen warmtebronnen bijv. geothermie.

Uitvoeringsprogramma RES

Het Servicepunt Duurzame Energie organiseert in opdracht van de provincie bijeenkomsten/ leerlabs en dergelijke over warmte en stemt aanbod af met landelijke programma’s en kennisproducten (EWC en PAW). Noord-Holland Zuid

70

Onderwerp Organisatie en beleid RES-proces

Zon en windbeleid

Toelichting

Waar al meer informatie te vinden is

Transparant proces, welke mijlpalen zijn er de komende twee jaar, inzicht in uitvoering van de RES, welke overheidslaag is daar rol/bevoegd gezag in, wanneer hebben bewoners en belanghebbenden een rol.

Servicepunt helpt nu een paar gemeenten met concretiseren van de RES1.0. Dat leidt tot concrete kleine leerproducten (bijv. afwegingskader, participatieaanpak) die gedeeld kunnen worden via de RESprogrammaorganisatie.

Verankering omgevingsbeleid

Wat moet/kan in het gemeentelijke beleid over zon en wind, waar moet het aan voldoen? De RES krijgt pas een juridische status als het verankerd is. Transparantie en navolgbaarheid zijn hierbij essentieel.

Instrumentenkoffer duurzame opwek

‘Stok en wortel': hoe faciliteer je als overheid dat initiatieven ontstaan? Wat zijn beleidskaders waar initiatieven aan moeten voldoen?

Modellen/ stappenplannen voor ‘nieuwe’ ontwikkelingen Vergunningverlening voor duurzame opwerk Energiebesparing

Bijvoorbeeld ten aanzien van zon op parkeerplaatsen. Dit kan gaan over waar financieel op gelet moet worden.

Hierover is in maart 2021 kennissessie geweest, in kennissessie december 2021 opnieuw op agenda Oktober 2021 heeft een RES-kennissessie plaatsgevonden over financiële participatie, een onderdeel van de instrumentenkoffer Over zon op parkeerplaatsen is in januari 2021 RES- kennisessesie geweest. Delen van praktijkervaringen is ook belangrijk

Kennisdeling tussen overheden en met duurzame opwekinitiatieven over vergunningverlening. Waar lopen partijen tegenaan, wat is mogelijk? Energiebesparing in de breedste zin. De verschillende mogelijkheden om warmte en elektriciteit te besparen.

Uitvoeringsprogramma RES

Servicepunt Duurzame Energie heeft een Leerlab Aardgasvrij-ready en geeft over dit thema ook vaak kennissessies, bijv. gericht op energiearmoede, standaard- en streefwaarden.

Noord-Holland Zuid

71

Onderwerp Juridisch Mogelijkheid tot verplichting zon op dak Implicaties Omgevingswet & energietransitie

Toelichting

Waar al meer informatie te vinden is

Juridische kennis van o.a. het bouwbesluit. Kennis op het gebied van toezicht en handhaving. In maart 2021 is er een kennissessie over borging RES in omgevingsinstrumenten geweest, delen praktijkervaringen gemeenten van belang

Participatie en financiële participatie Burgerinitiatieven Tips en trucs. Hoe (burger)initiatieven te organiseren en te begeleiden? Hulp met het opzetten van een organisatiestructuur en rolbepaling ten aanzien van de overheid. Energiecoöperaties Financiële mogelijkheden

Burgerberaad Financiële participatie Energiecoaches blijvend opleiden op nieuwe ontwikkelingen

Een beraad of forum waarmee inwoners aanbevelingen (kunnen) doen over beleid. Kennisdeling over financiële participatie. Het delen van goede voorbeelden en handvatten. Energiecoaches opleiden om advies te geven op het gebied van energiebesparing en duurzaam energieverbruik.

Uitvoeringsprogramma RES

Participatiecoalitie heeft hier veel kennis van

Over warmte/elektriciteit deelt EnergieSamen veel kennis. Ook de Participatiecoalitie en het Servicepunt Duurzame Energie kunnen geraadpleegd worden.

7 oktober 2021 is een kennissessie gehouden over nieuwe leidraad financiële participatie.

Noord-Holland Zuid

72

Onderwerp

Toelichting

Waar al meer informatie te vinden is

Financieel Inrichting effectieve subsidieregelingen

Inrichting effectieve subsidieregelingen Welke subsidieregelingen zijn beschikbaar? Wie kan hier aanspraak op maken?

Onderzoeken in het kader van mogelijke kennisbank RES

Wat voor impact hebben windturbines op gezondheid? Waar is de juiste informatie te vinden? Veiligheid van elektrisch vervoer, energie-infrastructuur en innovatieve technieken als waterstof.

Bij expertisecentrum RIVM/GGD is al veel informatie te vinden. Ook bij NP RES. Informatie beschikbaar op de website van de veiligheidsregio’s. Hoe een Veilige Energietransitie gerealiseerd kan worden, van systeem tot lokale toepassingen, is een specifiek aandachtsgebied van de brandweer. Er zijn meerdere handreikingen die gebruikt kunnen worden.

Overig Wind en gezondheid Veiligheid

Verduurzaming bedrijventerreinen Innovaties

Bijvoorbeeld opleiding van parkmanagers of kennisdeling over beschikbare subsidies. Bijvoorbeeld warmteopslag, innovaties op gebied van zonneparken, drijvende zonnepanelen.

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

73

VI Monitoring VI.I Focus 2022 De monitoring in 2022 richt zich op de volgende punten:

Wat? Zon/wind (uitgesplitst in zon op land, zon op dak en wind (> 15 KWp) a. te onderzoeken nieuwe opwek in de zoekgebieden [GWh] b. planning voor realisatie [fase aangeven* en planning in jaartal] c. geplande opbrengst projecten ‘pijplijn’ (vergund en SDE) [GWh] d. opbrengst gerealiseerde projecten (operationeel) [GWh]

Cijfers. Voortgang zoekgebieden (proces)

Door wie informatie aanleveren?

Databron

Frequentie

a. Gemeenten (via RES-viewer) b. G  emeenten (via RES-viewer) c. Provincie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12267756/1