CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Ruimtelijk en Technisch PvE Zwembad Noord

commissie Samenleving 6 juni 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 22:00u Krediet beschikbaar stellen voor nieuwbouw zwembad De Planeet (ER)32.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

buitenwanden en vloeren van kelders waterdicht zijn; geprefabriceerde betonnen elementen, inclusief verankering/bevestiging, hun eigenschappen en hoedanigheid behouden, niet afschilferen, niet gaan roesten en reparaties niet loslaten; geen vermindering van doorzicht door condensatie, filmvorming of stofvorming tussen ruiten van meerbladig geprefabriceerd glas zal ontstaan (uitgezonderd ruitbreuk); geen glasbreuk kan ontstaan ten gevolge van onjuiste plaatsing van het glas, geen randbeschadigingen van de ruiten of een ander verborgen gebreken optreden; beglazingssystemen in buitenkozijnen wind- en waterdicht blijven;

42

anodiseerwerk van aluminium en/of moffelwerk op aluminium en/of stalen bouwdelen en bouwmaterialen een goede hechting vertoont en dat geen storende kleurveranderingen optreden; buitenwanden zodanig zijn dat er geen vochtdoorslag als gevolg van regen, hagel en sneeuw optreedt en dat ze blijven voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van de bouwfysische eisen; metalen buitenkozijnen, buitenramen, en buitendeuren en dergelijke wind- en waterdicht zullen blijven, geen gebreken zullen vertonen met betrekking tot de deugdelijkheid van de toegepaste materialen, de sterkte van de constructie, de goede werking van de constructies en afwerking; houten en metalen trappen geen constructieve gebreken zullen vertonen; timmerwerk geen houtrot vertoont; de toegepaste kitten en na-isolatiematerialen hun eigenschappen en hoedanigheid behouden; de vloerconstructie van toilet-, bad- en doucheruimten niet lekt en de wandconstructies van deze ruimten geen vochtdoorslag vertoont, inclusief aansluitingen en tegen losraken, en op de hechting van, of van scheurtjes in de glazuurlaag; leidingen van vloerverwarming- en vloerkoeling niet lekken; alle coatings, moffellagen en poedercoatingsafwerklagen geen onderhoud behoeven; het rendement van PV-panelen gedurende de garantietermijn van 10 jaren niet onder de opgegeven waarde komt; de gemiddelde verlichtingssterkte gehandhaafd blijft van LED-verlichting;

de beweegbare bodem naar behoren blijft functioneren en er geen vervormingen optreden; geen vermindering van doorzicht, dan wel een onafwisbaar grauwwaas zal optreden door condensatie, aanslag op of aantasting van de glasplaten aan de spouwzijden in verband met een gebrek aan de isolerend glaseenheid. Garantieperiode 6 jaar De ON verstrekt een garantie die inhoudt dat: beweegbare houten delen in de buiten- en binnenkozijnen niet meer dan 4 mm ten opzichte van de loodlijn kromtrekken; het buitenschilderwerk, met uitzondering van de in groep I vallende onderdelen, gedurende deze periode geen onderhoud behoeft; beweegbare metalen delen in de buiten- en binnenkozijnen niet meer dan 1 mm ten opzichte van de loodlijn kromtrekken; vloerbedekking goed op zijn plaats blijft liggen en geen noemenswaardige slijtplekken vertoont; in cementgebonden dekvloeren geen blaren, scheuren, losse en holle plekken, schilferen, ruw worden door het aanbrengen van vloerbedekking e.d. en dergelijke gebreken.

de slijtvaste vloerbedekking en bovendien tegen stofvorming, glad worden, roesten en onregelmatige slijtage; het losraken en scheurtjes in de glazuur-/toplaag van het granitowerk op vloeren (indien van toepassing) en wandaansluitingen, niet voorkomt; de kitvoegvullingen niet uitzakken, los krimpen, vuil worden van omringend materiaal, vlekken vertonen en afschilferen; kitvoegvullingen door en door elastisch/plastisch blijvende; de rioleringen zodanig zijn uitgevoerd, dat deze waterdicht zijn en stankvrij blijven functioneren en het veroorzaken van geen hoger geluidsniveau dan aangegeven in de NEN 1070, tabel 4; tegels en/of stukadoorwerken (inclusief spuitpleisters) niet scheuren, losraken en niet afschilferen; in gebouwen geen vocht optrekt in de fundering tot boven de bovenzijde van de begane grondvloer; vloerconstructies van bad- en doucheruimten niet lekken en de wandconstructie van deze ruimten geen vochtdoorslag vertonen; systeemwanden en systeemplafonds hun eigenschappen en hoedanigheid behouden; alle buitenkozijnen met ramen en deuren goed blijven functioneren; alle overheaddeuren en paneelwanden incl. bedieningen goed blijven functioneren; de vaste en beweegbare gevelschermen incl.

toebehoren goed blijven functioneren; timmerwerk geen houtrot vertoont; wand- en plafondafwerkingen, niet zullen loskomen van de ondergrond en een goede hechting zullen vormen voor de in de handel zijnde muurverven; geen roestvorming optreedt op thermisch verzinkte onderdelen; de gehele drainage installatie goed blijven functioneren; de dakgoten en hemelwaterafvoeren goed blijven functioneren; gehele binnen- en buitenriolering waterdicht is en goed blijft functioneren; 43

hekken en poorten goed blijven functioneren en er geen roestvorming optreedt. Garantieperiode 2 jaar De ON verstrekt een garantie voor: de goede werking van motorisch draaiende onderdelen in bouwkundige installaties. het hang- en sluitwerk goed functioneert. Dit te garanderen door de ON, fabrikant, leverancier, installateur; alle civieltechnische en cultuurtechnische werkzaamheden; de liftinstallatie; de gehele waterinstallatie; alle sanitaire toestellen; de gehele brandbestrijdingsinstallatie; de gehele verwarmingsinstallatie; de gehele ventilatie- en luchtbehandelingsinstallatie; de gehele koeltechnische installatie; de gehele meet- en regelinstallatie; de gehele elektrotechnische installatie en communicatie installaties met uitzondering van de LED-verlichting en bij toepassing van batterijen in noodverlichting deze voorzien van een door de leverancier afgegeven garantieperiode van minimaal 4 jaar; de gehele brandmeld- en ontruimingsinstallaties; de gehele waterbehandelingsinstallatie.

Garantieperiode 1 jaar De ON verstrekt een garantie die inhoudt dat: draairamen in buitenkozijnen niet meer dan 3 mm ten opzichte van de loodlijn kromtrekken; binnendeuren in binnenkozijnen niet meer dan 3 mm ten opzichte van de loodlijn kromtrekken tussen twee verwarmde ruimten; binnendeuren in binnenkozijnen niet meer dan 5 mm ten opzichte van de loodlijn kromtrekken tussen een verwarmde ruimte en een onverwarmde ruimte; straatwerk minder dan 0,1 % van het bestraten deel verzakt is (water blijft staan). Algemeen Niet onder de hiervoor in genoemde garanties vallen: gebreken ten gevolge van normale slijtage; de verwaarlozing van onderhoud; het onjuist onderhouden; het onjuiste gebruik. De ON heeft hierbij de plicht te bewijzen dat sprake is van één van bovenstaande omstandigheden. De hiervoor genoemde garanties voor onderdelen en de eventuele uitzondering(en) hierop laten onverminderd de verplichtingen van de ON ten aanzien van de aansprakelijkheid van de ON na de oplevering. De navolgende garantieverklaringen moeten door een verzekering worden gedekt (verzekerde garantie): de waterdichtheid van daken en aansluitingen; dat geen vermindering van doorzicht, dan wel een onafwisbaar grauwwaas zal optreden door condensatie, aanslag op of aantasting van de glasplaten aan de spouwzijden in verband met een gebrek aan de isolerend glaseenheid.

De polissen van verzekerde garanties dienen gelijktijdig met garantieverklaringen beschikbaar te worden gesteld aan de OG. De garanties: moeten overdraagbaar zijn naar toekomstige nieuwe eigenaren; 44

betreffen altijd per onderdeel het materiaal, de uitvoering en de samenhang hiervan. Bovendien dient de ON naast de onderdelen, de samenhang der onderdelen te garanderen; verstrekt door de fabrikant en/of leverancier van bouwstoffen en/of bouwonderdelen welke de in deze annex voorgeschreven termijn overschrijden, zullen onverkort blijven gelden voor de verkrijger van het gegarandeerde goed en zullen ook bij de overdracht van het goed binnen de door de fabrikant en/of leverancier genoemde garantietermijn in stand blijven. Dit houdt in dat de verkrijger van het gegarandeerde goed op grond van een door hem verkregen garantie van de fabrikant en/of leverancier, recht heeft op de garantie. Buiten bovenstaande garanties gelden de reguliere garanties en/of in STABU, RAW vermeldde gebruikelijk te verstrekken garanties, die door de fabrikant en/of leverancier van bouwstoffen en/of bouwonderdelen worden verstrekt, en die in deze Vraagspecificatie niet vermeld worden, Deze garanties dienen tevens door de ON aan de OG te worden verstrekt. Voor zoveel gevraagd c.q. nodig of wenselijk geacht door de fabrikant/leverancier, dienen aan de garantieverklaringen onderhoudsadviezen te worden toegevoegd.

45

46

Bijlage 2

Richtlijn Duurzaam Bouwen

27

Richtlijn Duurzaam Bouwen

Bijgewerkt 2e kwartaal 2022 31 augustus 2022 Hans Klaren ECDW

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

3

2.

Achtergrond

3

2.1

Doel

3

2.2

Scope

4

2.3

Doelgroepen

4

2.4

Opzet en werking

4

Energie

6

Klimaatadaptatie

9

Natuurinclusiviteit en biodiversiteit

13

Circulariteit

16

Mobiliteit

19

Bijlage 1: Duurzaamheid in het planproces

23

Bijlage 2: Duurzaamheid in tenders

24

Bijlage 3: Duurzaamheid in transformatieplannen

25

2

1.

Inleiding In 2040 wil Haarlem aardgasvrij en circulair zijn. Daarnaast moet in 2050 de openbare ruimte zo zijn ingericht dat deze klimaatbestendig is. Dat betekent dat er nog veel werk te doen is. Niet alleen voor de gemeente, maar ook voor onze partners, inwoners en ondernemers. De woningbouw gaan we versnellen. Het streven is 10.000 woningen erbij te bouwen, uiterlijk in 20301. Dit doen we met oog voor voorzieningen en leefbaarheid van wijken en buurten, inclusief het groen. Nieuwe woningen zijn klaar voor de toekomst: duurzaam, energieneutraal en gebouwd naar de woonwensen van nu. De ontwikkelzones zijn toekomstwijken. Hier bouwen we natuurinclusief, klimaatbestendig, energieneutraal, sociaal, met lage parkeernormen en een fietsparkeernorm. Vanaf 2025 wordt minimaal 20 procent van de nieuwbouw biobased gebouwd, conform de afspraken in de MRA. Hiernaast kiezen we ervoor om te verkennen of voedselvermalers bij nieuwbouw tot minder druk op de openbare ruimte en een hoger scheidingspercentage kunnen leiden. Duurzaamheidsuitgangspunten op verschillende duurzaamheidsthema’s voor bouwprojecten zijn verwoord in diverse beleidsstukken. Deze richtlijn Duurzaam Bouwen formuleert op concrete wijze wat de gemeente vraagt aan bouwende partijen en verenigt het beleid uit verschillende beleidsstukken. Het gaat daarbij om alle nieuwbouwplannen die een relevante omvang.

2.

Achtergrond Voor het opstellen van dit document is een beleidsanalyse uitgevoerd en zijn interviews gehouden met themaspecialisten. De op deze manier opgehaalde informatie is samengevat tot een lijst met eisen (randvoorwaarden) en een lijst met ambities (doeleinden). Dit document wordt jaarlijks herzien, omdat zowel regelgeving als ambities vol in ontwikkeling zijn.

2.1 Doel Het doel van de richtlijn Duurzaam Bouwen in Haarlem is: • De beleidsdoelstellingen ten aanzien van duurzaamheid te verzamelen en te vertalen in concrete uitgangspunten voor bouwontwikkelingen in Haarlem. • Duurzaamheid op de juiste manier en op het juiste moment een plek te geven in het planproces. • Ambities ten aanzien van duurzaamheid van de gemeente eenduidig naar interne en externe partijen te communiceren. • Vanuit het gelijkwaardigheidsbeginsel aan initiatiefnemers eenduidige eisen te stellen en toch een mate van flexibiliteit te behouden om maatwerk te kunnen verrichten.

1

Coalitieakkoord 2022 – 2026: ACTIE! Aan de slag voor een sociale, groene en leefbare stad.

3

2.2 Scope De richtlijn heeft betrekking op alle projecten waarbij de gemeente vroegtijdig betrokken is, en die een relevante omvang hebben: • Bouwprojecten • Ontwikkelingsgebieden • Tenders • Openbare ruimte inrichting bij particuliere ontwikkelingen. (Aan de eigen inrichtingsplannen stelt de gemeente reeds hogere eisen)

2.3 Doelgroepen Deze richtlijn is bedoeld voor: • Initiatiefnemers van projecten in Haarlem zodat zij in een vroegtijdig stadium weten wat zij kunnen verwachten op het vlak van duurzaamheid • Beleidsmedewerkers van de gemeente Haarlem zodat zij éénduidig kunnen adviseren over duurzaamheid bij bouwprojecten en om dit meenemen bij de visievorming • Ontwerpers van bouwprojecten zodat zij de uitdagingen op het vlak van duurzaamheid kunnen verwerken in hun ontwerpen • Projectmanagers van de gemeente Haarlem om de dialoog over duurzaamheid met initiatiefnemers te kunnen voeren en afspraken erover te kunnen maken • Vergunningsmedewerkers om de plannen bij indiening te kunnen toetsen op de gestelde eisen ten aanzien van duurzaamheid

2.4 Opzet en werking Deze richtlijn vertaalt het Haarlemse duurzaamheidsbeleid naar specifieke uitgangspunten op het projectniveau. Deze uitgangspunten worden onderverdeeld in vijf verschillende duurzaamheidsthema’s: • Energie • Klimaatadaptatie • Natuurinclusiviteit en biodiversiteit • Circulariteit • Mobiliteit Sommige uitgangspunten zijn door de wet of door het gemeentelijk beleid reeds verankerd. Bij andere is meer sprake van een beleidsambitie. Er wordt daarom in deze richtlijn onderscheid gemaakt in eisen (randvoorwaarden) en ambities (doeleinden). De randvoorwaarden vinden hun grondslag in: concreet en vigerend rijksbeleid, provinciaal of gemeentelijk beleid. Wettelijke eisen, zoals het uit bouwbesluit, horen daarbij.

4

Hogere eisen dan het bouwbesluit: Bij grondbezit kunnen bovenwettelijke duurzaamheidsambities worden uitgevraagd via tenders. Bovenwettelijke duurzaamheidseisen voor nieuwbouw in de gehele gemeente worden gestimuleerd, maar kunnen nog niet geëist worden. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zal tegelijk met de Omgevingswet in werking treden, vooralsnog op 1 januari 2023. In de Kamerbrief van 12 april 2022 kondigt de Minister van Volkshuisvesting onder meer aan dat lokale maatwerkregels voor de energie- en milieuprestatie in het Bbl zullen worden heroverwogen. Daarbij geeft de minister ook te overwegen de Crisis- en Herstelwet te verlengen. Onzeker is hiermee of en hoe de gemeente bovenwettelijke duurzaamheidseisen kan stellen aan nieuwbouw. Wettelijke eisen / beleid provincie, De uitgangspunten die als ambitie zijn gedefinieerd, bevatten een hogere ambitieniveau of komen voort uit gemeentelijk beleid waarvan de consequenties nog niet geconcretiseerd zijn in uitgangspunten op het schaalniveau van gebouwen en kavels. Deze uitgangspunten zijn aangevuld met uitgangspunten die zowel relevant zijn als relatief makkelijk toe te passen zijn (‘quick-wins’). Dit zijn over het algemeen maatregelen in de ontwerpfase. Bij elk project worden minstens de eisen gerealiseerd.

De wijze waarop het plan wordt ontwikkeld, de eigendomssituatie en de juridisch-planologische context bepalen vervolgens of er daarnaast nog hogere eisen worden gesteld. In het geval dat de situatie zich daarvoor leent, zoals in het geval van een tender, een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte of omgevingsplan, kunnen ambities meegegeven worden als Eisen. Dat gebeurt in de definitiefase en wordt door de Raad vastgesteld. Hierbij wordt maatwerk verricht door keuzes te maken die passend zijn voor het specifieke plan op de specifieke locatie. Geadviseerd wordt om dan minstens de ‘quick -wins’ ambities mee te geven als Eisen.

Nadere toelichtingen over toepassingen in het planproces, tenders en gebiedsontwikkeling staan in de bijlagen.

5

Energie 6

De gebouwde omgeving is een grote energiegebruiker en ook een potentiële energieproducent. Het algemene uitgangspunt is dat energieverbruik zo veel mogelijk wordt gereduceerd en de potentiële duurzame energie-opwek zo veel als mogelijk wordt benut. De gemeente maakt gebruik van de mogelijkheden die regelgeving biedt om energieneutraliteit bij de bouw te bevorderen. Eis: Aardgasvrij bouwen Doel: Vermindering gebruik fossiele brandstof en afhankelijkheid aardgas Omschrijving: Het Rijk heeft per 1 juli 2018 de gaswet gewijzigd waardoor nieuwe gebouwen in principe geen gasaansluiting meer krijgen. Dit komt door een wijziging van de gasaansluitplicht. De wetswijziging betekent dat nieuwbouw met een kleinverbruikersaansluiting niet meer mag worden aangesloten op het gasnet. Grondslag: Gaswet (2018) Eis: Bijna energieneutraal bouwen (BENG) Doel: CO2 reductie door zo laag mogelijk energieverbruik en duurzame energie opwek Omschrijving: Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat alle aanvragen van omgevingsvergunningen per 1 jan 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG ). Grondslag: BENG-eisen, Rijksbeleid Onderwerp

Energie

Indicator

Wettelijk

BENG 1: maximale energiebehoefte voor verwarming en koeling (in kWh/m2/jaar)

Grondgebonden: ≤55 Gestapeld: ≤65

BENG 2: maximaal primair fossiel energiegebruik Grondgebonden: ≤30 (in kWh/m2/jaar) Gestapeld: ≤50 BENG 3: minimaal aandeel hernieuwbare energie Grondgebonden: ≥50 (in %) Gestapeld: ≥40

Ambitie: BENG Energieneutraal (Brons), nul op de meter NOM (Zilver) of Energiepositief (Goud) Doel: CO2 reductie door zo laag mogelijk energieverbruik en duurzame energie opwek Omschrijving: Haarlem heeft de ambitie meer te doen aan minimaal energie verbruik en maximale opwek dan wettelijk verplicht. Vanuit het toetsingskader uit het, nog te implementeren, convenant Toekomstbestendige Woningbouw wordt ambitie vertaald in brons, zilver en goud. Onderwerp

Energie

Indicator

Brons

BENG 1: maximale Grondgebonden: ≤55 energiebehoefte voor verwarming en koeling Gestapeld: ≤65 (in kWh/m2/jaar)

Zilver

Goud

Grondgebonden: ≤52,5

Grondgebonden: ≤50

Gestapeld: ≤60

Gestapeld: ≤55

Nul-op-de-meter BENG 3: minimaal Energieneutraal Grondgebonden: aandeel Grondgebonden: ≥100 NoM hernieuwbare energie (in %) Gestapeld: ≥80 Gestapeld: ≥80

Energiepositief Grondgebonden: ≥100 Gestapeld: ≥100

Grondslag: • Woonvisie 2021-2025 • Actieplan Schone Energie • Haarlemse Routekaart Duurzaamheid (Route voor CO2 reductie) • Motie 21.07 Haarlemmer Stroom zet nieuwe standaard zonne-energie • Convenant Toekomstbestendige Woningbouw (voltooiing implementatie 1-1-2023)

7

Ambitie: Over dimensionering warmtevoorziening nieuwbouw waardoor bestaande bouw aardgasvrij gemaakt kan worden Doel: CO2 reductie verminderen door bestaande bouw aardgasvrij te maken Omschrijving: Ontwikkelzones en grootschalige nieuwbouw worden aardgasvrij opgeleverd. De aardgasvrije warmteoplossing wordt met overcapaciteit gebouw, waardoor omliggende bestaande gebouwen hierop kunnen aansluiten en aardgasvrij worden. Grondslag: • Woonvisie 2021-2025 • Haarlemse Routekaart Duurzaamheid (Route voor CO2 reductie). Ambitie: inpandig bouwen van middenspanningsruimtes Doel: voldoende beschikbare capaciteit elektranet Omschrijving: Om de toekomstige vraag en aanbod te faciliteren is uitbreiding van het elektranet noodzakelijk. Dit houdt in dat er bij alle ontwikkelingen inpandig middenspanningsruimtes moeten worden gebouwd om aan de te verwachtten energiebehoefte te voldoen. Hierbij wordt in samenhang met de directe omgeving gekeken naar beschikbare capaciteit en de mogelijkheden voor uitbreiding. De ruimte reservering is 1 transformator per 50 á 75 woningen. Grondslag:

8

Klimaatadaptatie

9

Klimaatbestendig ontwerpen is een integrale opgave die rekeningen houdt met water, hitte en droogte. We hebben water nodig om droogte te voorkomen én we hebben bomen en oppervlaktewater nodig om hittestress aan te pakken. Haarlem heeft de intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw ondertekend en het Strategische Plan Klimaatadaptatie vastgesteld. Klimaatadaptatief bouwen wordt hiermee vanzelfsprekend bij het realiseren van nieuwbouw. De gebouwde omgeving kan sterk bijdragen aan de klimaatadaptieve stad. Dit kan bijvoorbeeld door middel van groene gevels en daken of waterberging in, onder, of op het gebouw te organiseren. Bij elk plan wordt bekeken hoe de meest effectieve klimaatadaptieve omgeving bereikt wordt. Eis: Watertoets en -compensatie Doel: Verminderen van wateroverlast en -tekort Omschrijving: Het watersysteem wordt robuust ingericht met waterbergings- en afvoermogelijkheden conform de watertoets. Een ontwikkeling mag niet leiden tot verslechtering van de waterhuishouding of een versnelde toename van de af- en aanvoer van water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden op naastgelegen percelen/gebieden en er wordt rekening gehouden met de gewenste stroombaan van het hemelwater. De watertoets is een wettelijke verplichting bij planvorming en moet uitwijzen of/hoeveel gecompenseerd dient te worden.

(Richtlijn: 100% van het verlies wateroppervlak en 15% van de toename van verhard oppervlak.) De watertoets is geen toets achteraf, maar een proces waarmee de waterbeheerder vroegtijdig wordt betrokken bij het ontwerp. Grondslag: • Waterwet 2009 (tot invoering Omgevingswet) • Handreiking Watertoets 2011, Hoogheemraadschap Rijnland • SOR 2017 (Structuurvisie Openbare Ruimte), Gemeente Haarlem • VGRP 2018 – 2023 (Verbreed gemeentelijk rioleringsplan), Gemeente Haarlem • Omgevingsvisie Haarlem 2045 (2021) • Intentieovereenkomst Klimaatbestendige nieuwbouw MRA (2022) • Strategisch Plan Klimaatadaptatie (2022) • Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA (2022) Eis: Basisveiligheidsniveau Klimaatbestendige nieuwbouw Doel: Voorkomen schade door neerslag Omschrijving: Hevige neerslag zorgt niet voor schade in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Bij hevige neerslag blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar. Onderwerp

Klimaat adaptatie

Thema

Wateroverlast

Indicator

a) Waterberging privaatterrein b) Natuurlijke afwatering c) Waterdiepte d) Waterneutraal

Basisveiligheidsniveau Hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm in een uur) zorgt niet voor schade in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm in een uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar.

Grondslag: • Omgevingsvisie Haarlem 2045 (2021) • Intentieovereenkomst Klimaatbestendige nieuwbouw MRA (2022) • Strategisch Plan Klimaatadaptatie (2022) • Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA (2022)

10

Eis: Aanpak droogte en hittestress Doel: Voorkomen schade door langdurige droogte en schade door hitte. Omschrijving: Bij langdurige droogte wordt schade aan bebouwing, wegen, groen en vitale en kwetsbare functies voorkomen. Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Haarlem moet zich voorbereiden op droogte en hittestress. Een gebiedsontwikkeling mag niet bijdragen aan een versnelde bodemdaling, verslechtering van waterkwaliteit en toename van hittestress in bestaand stedelijk gebied. Onderwerp

Klimaat adaptatie

Klimaat adaptatie

Thema

Indicator

Basisveiligheidsniveau

Droogte

a) Droogtebestendige inrichting b) Bodemdaling c) Vitale en kwetsbare functies

Bij langdurige droogte (potentieel maximaal neerslagtekort 300 mm, eens per 10 jaar) wordt schade aan bebouwing, wegen, groen en vitale en kwetsbare functies voorkomen.

Hitte

a) Schaduw b) Koele plekken c) Horizontale en verticale oppervlakten d) Vitale en kwetsbare functies e) Binnen temperatuur

Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Grondslag: • Waterwet 2009 (tot invoering Omgevingswet) • Handreiking Watertoets 2011, Hoogheemraadschap Rijnland • SOR 2017 (Structuurvisie Openbare Ruimte), Gemeente Haarlem • VGRP 2018 – 2023 (Verbreed gemeentelijk rioleringsplan), Gemeente Haarlem • Omgevingsvisie Haarlem 2045 (2021) • Intentieovereenkomst Klimaatbestendige nieuwbouw MRA (2022) • Strategisch Plan Klimaatadaptatie (2022) • Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA (2022) Ambitie: Toekomstbestendig watersysteem Doel: Verminderen van wateroverlast en -tekort Omschrijving: Haarlem moet zich voorbereiden op wateroverlast. Het extra hemelwater wordt zoveel bovengronds geborgen en afgevoerd naar open water. Bij nieuwbouw geven we als eis mee dat er een toekomstbestendig watersysteem wordt aangelegd met waterbergingscapaciteit. Dat de ontwikkeling een normbui van 1 keer per 100 jaar (minimaal 70 mm water per m2 peiljaar 2022) moet kunnen bergen op eigen terrein gedurende een etmaal. Onderwerp

Klimaat adaptatie

Thema

Indicator

a) Schade voorkomen Overstromingsb) Schadebeperking risico c) Schuilen en evacueren

Basisveiligheidsniveau Afhankelijk van de plaatselijke overstromingskans en optredende waterdiepte wordt ingezet op het voorkomen van schade, het beperken van schade of het voorkomen van slachtoffers. Voor vitale en kwetsbare functies gelden aanvullende eisen. Welke eisen van toepassing zijn op het plangebied is dus afhankelijk van de overstromingskans en diepte. Wat de overstromingskans per waterdiepte is, is te vinden in de klimaateffectatlas.

Grondslag: • Waterwet 2009 (tot invoering Omgevingswet) • Handreiking Watertoets 2011, Hoogheemraadschap Rijnland

11

• • • • • • •

SOR 2017 (Structuurvisie Openbare Ruimte), Gemeente Haarlem VGRP 2018 – 2023 (Verbreed gemeentelijk rioleringsplan), Gemeente Haarlem HIOR (Handboek inrichting openbare ruimte), Gemeente Haarlem Omgevingsvisie Haarlem 2045 (2021) Intentieovereenkomst Klimaatbestendige nieuwbouw MRA (2022) Strategisch Plan Klimaatadaptatie (2022) Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA (2022)

12

Natuurinclusiviteit en biodiversiteit

13

Een gezonde en toekomstbestendige verdichte stad is een stad met veel groen en water. Haarlem zet in op het behouden en versterken van de kwantiteit en kwaliteit van natuur en groen in de stad. Dat gebeurt nu nog met name in de openbare ruimte, maar ook de gebouwde omgeving kan daaraan bijdragen. Initiatieven uit de stad, van bewoners bijvoorbeeld, die bijdragen aan een groenere stad, zoals groene daken en geveltuintjes, worden verwelkomd. Ook bij de realisatie van bouwprojecten kan meer geanticipeerd worden op vergroening en ecologie. De ambitie is om bij projecten meer te kijken naar de kansen voor natuur. Als er zich kansen voordoen voor het verbeteren van een reeds redelijk goede ecologische kwaliteit worden deze benut; bij slechte ecologische kwaliteit vindt er altijd verbetering plaats. De ambitie is om bij elk project af te wegen hoe natuurinclusief bouwen mogelijk en relevant is. Eis: Natuurtoets en compensatiemaatregelen Wet Natuurbescherming Doel: Behoud van de ecologische waarden en biodiversiteit Omschrijving: Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moeten de effecten op wettelijk beschermde flora en fauna met een natuurtoets worden beoordeeld. Een quickscan in het kader van de Wet Natuurbescherming maakt standaard deel uit van de uit te voeren onderzoeken. Uit de quickscan komt naar voren of aanvullend onderzoek naar een specifieke beschermde soort(groep) nodig is.

Dit ecologisch onderzoek kan als basis dienen voor een mitigatie- of compensatieplan in het kader van een ontheffingsaanvraag. Het ontwerp houdt rekening met uitkomsten van het ecologisch onderzoek en wordt hierop aangepast en past, als behoud niet mogelijk is, compenserende maatregelen toe. De compenserende maatregelen worden genomen voor de aangetroffen (beschermde) soorten. Grondslag: • Wet natuurbescherming 2017 • Ecologisch Beleidsplan 2013-2030, gemeente Haarlem • Bomenbeleidsplan 2009-2019 (wordt herzien) • Nota ruimtelijke kwaliteit Eis: Natuurinclusief bouwen Doel: Behoud en bevordering van de ecologische waarden en biodiversiteit. Omschrijving: Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet de natuur een volwaardige plaats krijgen bij het ontwerpen van nieuwbouw en (openbare) ruimte hier omheen. Dit is een kernwaarde van gemeente Haarlem. Onderwerp

Natuur inclusiviteit en biodiversiteit

Subdoel

Indicator

Hoogwaardige habitats

De soortencategorie zijn verdeeld in vijf hoofdgroepen: − Gebouw bewonend − Boom bewonend − Aan struweel gebonden − Aan bloemrijk grasland gebonden − Aan water en oevers gebonden

Brons

Zilver

Goud

Kleinschalig project: Hoogwaardige habitat voor ten minste gebouw bewonende soorten

Kleinschalig project: Bovenop de eis voor brons minstens een hoogwaardige habitat voor 1 andere soort.

Kleinschalig project: Bovenop de eis voor zilver minstens een hoogwaardige habitat voor 1 andere soort.

Middelgroot project: Bovenop eis voor kleinschalig project ook hoogwaardige habitat voor een andere soortencategorie

Middelgroot project: Bovenop de eis voor brons minstens een hoogwaardige habitat voor 1 andere soort.

Middelgroot project: Bovenop de eis voor zilver minstens een hoogwaardige habitat voor 1 andere soort.

14

Groenblauwe structuren

Grootschalig project: Hoogwaardige habitat voor ten minste 3 soorten categorieën.

Grootschalig project: Bovenop de eis voor brons minstens een hoogwaardige habitat voor 1 andere soort.

Grootschalig project: Bovenop de eis voor zilver minstens een hoogwaardige habitat voor 1 andere soort.

Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 30 % biodivers en hoogwaardig groen op buurtniveau, boomkroonoppervlak telt mee)

Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 40 % groen op buurtniveau, boomkroonoppervlak telt mee)

Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 50 % groen op buurtniveau, boomkroonoppervlak telt mee)

Grondslag: • Ecologisch Beleidsplan 2013-2030, gemeente Haarlem • Intentieovereenkomst Klimaatbestendige nieuwbouw MRA • Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA (2022) • Ambitie om middels een puntensysteem of op andere wijze natuurinclusief bouwen te verankeren is nog niet in gang gezet, er loopt een pilot en op basis van de resultaten hiervan Ambitie: Versterken ecologische structuur Haarlem (Natuur Netwerk Haarlem) Doel: Behoud en bevordering van de ecologische waarden en biodiversiteit, versterken samenhangend netwerk van natuurlijke groenstructuren Haarlem. Omschrijving: Om biodiversiteit in de stad te stimuleren, is het van belang dat de ecologische structuur door de stad zo veel mogelijk wordt verbonden. Wanneer ontwikkelingen plaatsvinden op locaties in of aan het Natuur Netwerk Haarlem, worden de ecologische waarden behouden en versterkt. Ontbrekende schakels in het Natuur Netwerk Haarlem worden aangevuld. Grondslag: Natuur Netwerk Haarlem 2022 (nog niet vastgesteld, kaart wel al in concept vastgesteld in Groenbeleidsplan Besluitenlijst BenW 25 januari 2022 10:00:00, Gemeente Haarlem, punt 18, bijlage 2: Bijlagen Groenbeleidsplan).

15

Circulariteit 16

Haarlem wil stappen zetten in de richting van een circulaire economie. De doelstelling is dat Haarlem per 2040 circulair is. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld door circulair in te kopen en door in ontwikkelzones te experimenteren met circulaire economie. Gebouwen zijn bij uitstek objecten waar veel winst te behalen. Op twee manieren kan circulair gebouwd worden. Ten eerste door de toepassing van gebruikte materialen in nieuwe gebouwen en ten tweede door bij het ontwerp van nieuwbouw rekening te houden met hergebruik van het gebouw en diens materialen. De bestaande stad is tenslotte de grondstoffenmijn van de toekomst. Eis: Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) Doel: Verminderen vraag naar grondstoffen en belasting op het milieu Omschrijving: Met ingang van 1 juli 2021 is de wijziging van het Bouwbesluit 2012 van kracht: de aanscherping van de Milieuprestatie voor gebouwen (MPG). Hierdoor moeten bouwers meer circulair en milieuvriendelijker gaan bouwen. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. Er geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 0,8. Dat is een norm voor de ‘schaduwkosten’ van de toegepaste materialen.

De MPG is opgebouwd uit vier pijlers: (1) de milieubelasting van de productie van het materiaal, (2) de milieubelasting van het gebruik van het materiaal, (3) de milieubelasting van het afval na de sloop of vervanging van het materiaal en (4) de milieuwinst of -verlies van het materiaal door hergebruik. (Het gaat hierbij om nieuwbouwwoningen en nieuwe kantoorgebouwen die groter zijn dan 100m²) Onderwerp

Indicator

Wettelijk

Circulair

MPG score: versimpelde weergave LCA. Schaduwkosten in

0,8 (2021)

€/m2 BVO/jaar

0,5 (2030)

Grondslag: Bouwbesluit 2012 en wijziging per 1 juli 2021 Ambitie: verbeterde MPG Doel: Verminderen vraag naar grondstoffen en belasting op het milieu Omschrijving: Uit onderzoeken blijkt dat wettelijke verplichtingen als de MPG goed te behalen zijn. Daarom hanteren we als ambitie de volgende tabel: Onderwerp

Indicator MPG score: versimpelde weergave LCA. Schaduwkosten in

Circulair

Brons

Zilver

Goud

0,75

0,50

0,20

≥30

≥45

≥55

€/m2 BVO/jaar Massapercentage (%) van grondstoffen is non virgin of biobaed

Onder leiding van de woningbouwcoördinator stimuleren we dat marktpartijen pilots opzetten voor circulaire nieuwbouwprojecten, zoals houtbouw. We stimuleren onze partners kennis te halen en te brengen in het Bouwlab. Vanaf 2025 moet minimaal 20% van de nieuwbouw biobased worden gebouwd, conform het convenant Green Deal Houtbouw MRA. Grondslag: • Actie! Aan de slag voor een sociale, groene en leefbare stad (Coalitieakkoord 2022-2026) • Grondstoffenakkoord • Woonvisie 2021-2025 • Convenant Green Deal Houtbouw MRA • Convenant Toekomstbestendige Woningbouw (voltooiing implementatie 1-1-2023).

17

Eis: Werkwijze Green Deal Duurzame GWW Doel: Verlaging milieu impact (spoor-, grond-, weg- en waterbouw) Omschrijving: Bij de inkoop zal de gemeente volgens circulaire principes gehandeld worden, door het ondertekenen van de greendeal Duurzaam GWW 2.0. De Aanpak Duurzaam GWW helpt om op een uniforme en systematische manier de juiste processtappen te zetten. Ze procesonderdelen zijn: ambitieweb opstellen, omgevingswijzer opstellen en een MKI berekening (Milieu Kosten Indicatie) uitvoeren. Bij oplevering van eventueel aangelegd openbare ruimte dient een materialenpaspoort ingevuld te zijn. Mits de openbare ruimte wordt terug geleverd aan de gemeente. Grondslag: • Grondstoffenakkoord (2017) • Grondstoffenplan • Green Deal Duurzaam GWW 2.0 • Aanpak Duurzaam GWW Ambitie: Afvalinzameling integreren in ontwerp Doel: Hoogwaardige, duurzame afvalinzameling Omschrijving: In een vroege fase van het ontwerp dient contact opgenomen te worden met Spaarnelanden. Bij nieuwbouw wordt vaak onvoldoende rekening gehouden met voorzieningen voor de (gescheiden) inzameling van restafval en grondstofstromen zoals papier, PBD, glas en GFT. De voorzieningen voor (gescheiden) inzameling van afval dienen bij de oplevering van nieuwbouwlocaties al op orde te zijn, zodat geen noodoplossingen hoeven te worden ingezet.

Daarom dienen voorzieningen zoals ondergrondse en eventuele inpandige containers in overleg met de Spaarnelanden in een vroege fase van het ontwerp geïntegreerd te worden. Hierbij dient o.a. rekening gehouden te worden met voldoende (werk)ruimte rondom de locatie van de voorzieningen, bereikbaarheid van de locatie door het inzamelvoertuig, voldoende inzamelcapaciteit, serviceniveau (loopafstanden voor bewoners). Afvalscheiding is met name bij hoogbouw een grote uitdaging. Denk aan de inzet van voedselresten vermalers. Deze beperken de ruimteclaim en vergroten de mogelijkheid op circulariteit. Grondslag: • Strategisch Plan Afvalscheiding (2016) • Afvalstoffenverordening (2021) en uitvoeringsbesluit

18

Mobiliteit

19

Meer woningen betekent ook meer inwoners en dus meer vervoersbewegingen. Om de groeiende stad zowel bereikbaar als leefbaar te houden, wordt ingezet op een duurzame mobiliteitstransitie. Dat houdt onder andere in dat de stad zo wordt ingericht dat het meer vanzelfsprekend is om met te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer te gaan. Deze vormen van mobiliteit nemen relatief de minste ruimte in, zowel rijdend als stilstaand. Bovendien zorgen ze, ten opzichte van het gebruik van de auto, voor minder uitstoot van schadelijke stoffen. We streven er naar dat het aantal auto’s in 2030, ondanks de groei van de stad, niet is toegenomen en dat de aanwezige auto’s zo schoon (emissieloos) mogelijk zijn . Een duurzame mobiliteitstransitie vraagt wezenlijke veranderingen; zowel van de inwoners, ondernemers als bezoekers. Nieuwe mobiliteitsconcepten die bijdragen aan de doelstellingen van de gemeente worden aangemoedigd. Eis: In ruimtelijke ontwikkelingen wordt op duurzame wijze in de mobiliteitsbehoefte voorzien. Doel: De mobiliteitstransitie in ruimtelijke ontwikkelingen stimuleren. Omschrijving: De gewenste mobiliteitstransitie vormt in Haarlem het vertrekpunt voor hoe fiets- en autoparkeren in een ruimtelijke ontwikkeling wordt opgelost. De aanleg van voldoende, kwalitatief hoogwaardige fietsparkeerplaatsen heeft prioriteit.

Als bewoners of werknemers snel en gemakkelijk bij hun fiets kunnen, zullen zij eerder geneigd zijn om de fiets te gaan gebruiken. Voor autoparkeren geldt juist het tegenovergestelde. De auto moet een minder prominente plek krijgen in de manier waarop een nieuw gebouw wordt ontworpen. Grondslagen: • Nota Bouwen en Parkeren (2022) • Mobiliteitsbeleid Haarlem 2030 Eis: In ruimtelijke ontwikkelingen wordt voldoende laadinfrastructuur aangelegd. Doel: Voorzien in de (toekomstige) behoefte aan laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Omschrijving: Het aantal elektrische voertuigen neemt in Nederland gestaag toe. Deze ontwikkeling maakt het van belang om in ruimtelijke ontwikkelingen op eigen terrein laadinfrastructuur aan te brengen en voorbereidingen te treffen om de laadinfrastructuur uit te kunnen breiden. In artikel 5.14 t/m 5.16 van het Bouwbesluit 2012 zijn eisen opgenomen ten aanzien van laadinfrastructuur. Het Bouwbesluit vormt landelijk geldende wet- en regelgeving: • Een woongebouw met parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel, met meer dan tien parkeerplaatsen, heeft leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ieder parkeervak.

• Een gebouw, anders dan een woongebouw, met parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel, met meer dan tien parkeerplaatsen, heeft ten minste een oplaadpunt en leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ten minste een op de vijf parkeerplaatsen. Grondslagen: • Bouwbesluit 20122 • Strategie Laadinfrastructuur 2023 Ambitie: Stimuleren fiets en voetgangers door de bebouwing Doel: De bebouwing zo inrichten dat het aanzet te voet, met de fiets of met het OV te gaan Omschrijving: Voor iedere nieuwe woning schrijft het Bouwbesluit 2012 voor om een eigen berging voor het stallen van fietsen en scootmobielen met een minimale oppervlakte te realiseren. Op grond van de gelijkwaardigheidsbepaling mag er op een andere manier aan worden voldaan dan is 2

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de technische bouwvoorschriften uit het Bouwbesluit 2012 opgenomen in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL).

20

aangegeven. De “Beleidsregel bergingen nieuwe woongebouwen Haarlem 2018” geeft voorwaarden aan. Tevens wordt er bij woongebouwen rekening gehouden met levensloopbestendigheid (d.m.v. stalling voor scootmobielen).” Grondslagen: • Bouwbesluit 2012 • Beleidsregel bergingen nieuwe woongebouwen Haarlem 2018 • Mobiliteitsbeleid Haarlem 2030 Ambitie: Stimuleren fiets en voetgangers door de openbare ruimte Doel: Openbare ruimte zo inrichten dat het aanzet te voet, met de fiets of met het OV te gaan Omschrijving: Mobiliteit begint al bij de deur van de woning. Belangrijke uitgangspunten voor het ontwerpen zijn dat de voetganger en de fietser een prominentere rol krijgen binnen de stad (omgekeerd ontwerpen: eerst ruimte voor de fietser en voetganger zoeken). De fiets wordt zelfs het belangrijkste vervoermiddel binnen de stad (denk aan comfort, routes, parkeren). Het aantal autoritten moet gereduceerd worden en het is de bedoeling dat er minder parkeerplaatsen in de openbare ruimte komen. Ook bij (ver)bouwprojecten moet dit principe leidend zijn. Bijvoorbeeld met een aantrekkelijke looproute naar de dichtstbijzijnde HOV-halte of NS-station, autoparkeren op afstand en voldoende en comfortabele fietsenbergingen of -stallingen die gemakkelijker bereikbaar zijn dan de parkeerplaatsen voor auto’s.

Vanuit het huidige beleid wordt uit onderstaande tabel (Toetsingskader Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA) minimaal Brons gehanteerd. Onderwerp

Indicator

Loop- en fietsroutes

Wettelijk

Brons

-

Realiseer toegankelijke, aantrekkelijke, logische, vindbare, veilige en comfortabele loop- en fietsroutes van en naar scholen, OV-haltes, winkelcentra en – indien van toepassing – parkeervoorzieningen op afstand.

-

Er dient een Er dient een Stimuleer ontwikkelaars deelmobiliteitsconcept deelmobiliteitsconcept deelmobiliteitsconcepten aan te aangeboden te aangeboden te bieden worden voor % van worden voor % van bewoners. bewoners.

Mobiliteit

Deelmobilitieit

Zilver

Goud Realiseer toegankelijke, aantrekkelijke, logische, vindbare, veilige en comfortabele loop- en fietsroutes van en naar alle belangrijke bestemmingen in het gebied.

Grondslag: • Mobiliteitsbeleid Haarlem 2030 • Structuurvisie openbare ruimte • Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA (2022) Ambitie (quick-win): Duurzaam mobiliteitsplan Doel: mobiliteitstransitie, verminderen CO2uitstoot, stimuleren beweging Omschrijving: Haarlem zet in op een mobiliteitstransitie. Binnen het parkeernormenbeleid is het mogelijk om gebruik te maken van een mobiliteitsplan. Het uitwerken van een locatie specifiek mobiliteitsplan is een goede methode om bij te dragen aan de duurzame mobiliteitstransitie waarmee de benodigde hoeveelheid parkeerruimte voor de auto wordt verminderd Het mobiliteitsplan wordt opgesteld door de initiatiefnemer en kan drie elementen bevatten: de ligging van een ontwikkellocatie nabij het hoogwaardig openbaar vervoer, inzet van deelauto’s en inzet van (verschillende soorten) deelfietsen Grondslagen:

21

• • • •

Coalitieakkoord ‘Duurzaam Doen 2018-2022’ Nota Bouwen en Parkeren Green Deal Zero Emissie stadslogistiek Mobiliteitsbeleid Haarlem 2030

Ambitie: Fietsparkeren in ontwerp Doel: mobiliteitstransitie, verminderen CO2uitstoot, stimuleren beweging Omschrijving: De fiets speelt een belangrijke rol in de gewenste duurzame mobiliteitstransitie. Fietsparkeren is daarom een van de speerpunten van het college. In het ontwerp moet er aandacht zijn voor het fietsparkeren voor bewoners, maar ook voor bezoekers. Slimme locaties, goed bereikbaar en zeer comfortabel waardoor gebruikers verleid worden de fiets te verkiezen boven de auto. Het fietsparkeren neemt minder ruimte in dan autoparkeren, maar het ruimtebeslag is niet nihil. Bovendien komen er steeds meer soorten fietsen (bakfietsen, elektrische fietsen). Een goede integratie van (voldoende) fietsparkeren in het ontwerp moet als doel hebben de ruimtelijke kwaliteit vergroten én om het gebruik van de fiets te stimuleren. Grondslagen: Mobiliteitsbeleid Haarlem 2030 Ambitie: Smart Mobility in ontwikkelzones Doel: Mobiliteitstransitie en versnellen woningbouwopgave Omschrijving: De coalitie streeft er naar tot 2025 10.000 woningen te realiseren, grotendeels in ontwikkelzones. Dit worden duurzame toekomstwijken, waarbij op het gebied van mobiliteitsconcepten geëxperimenteerd wordt en met zo efficiënt mogelijke ruimtebehoefte wordt gebouwd. Binnen een experiment is veel mogelijk, maar we moeten voorkomen dat het leidt tot overlast van omliggende wijken.

Initiatiefnemers worden uitgedaagd om te komen met een passend experiment voor een mobiliteitsconcept, waarbij ze ook oog hebben voor de bestaande omgeving. Parkeerregulering kan hier een rol spelen. Grondslag: Mobiliteitsbeleid Haarlem 2030

22

Bijlage 1: Duurzaamheid in het planproces Bij grootschalige plannen is de gemeente aan het begin van de planvorming betrokken. De geformuleerde duurzaamheidseisen kunnen dan worden opgenomen in/afgestemd met de ruimtelijke en programmatische kaders die worden opgesteld, zoals een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE). Zoals gezegd kunnen deze bestendigd worden in privaatrechtelijke overeenkomsten (samenwerkingsovereenkomst, anterieure overeenkomst) of publiekrechtelijke kaders (SPvE, omgevingsplan). Als er een omgevingsplan (of bestemmingsplan met verbrede reikwijdte) opgesteld gaat worden is er de mogelijkheid om de duurzaamheidsmaatregelen te vertalen naar de beleidsregels van het omgevingsplan. De omgevingswet voorziet daartoe in meer ruimte dan de huidige bestemmingsplannen. (In huidige bestemmingsplannen kunnen dit soort regels alleen opgenomen worden als ze een ruimtelijke relevantie hebben en worden ingegeven door ruimtelijke motieven). • Initiatieffase: In de eerste fase worden de duurzaamheidskansen en -risico’s van de locatie gesignaleerd en verwoord in de startnotitie. Het ambitieniveau ten aanzien van duurzaamheid wordt (zo specifiek mogelijk) vastgesteld. Er wordt beoordeeld of/welke ambities toegevoegd kunnen worden aan de eisen.

• Definitiefase: Het pakket aan eisen wordt op haalbaarheid onderzocht en opgenomen in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE). Door vaststelling in de Raad van dit stuk worden de eisen bestendigd. Daarnaast kan het vastgelegd worden in afspraken als: samenwerkingsovereenkomst of anterieure overeenkomst. • Ontwerpfase: De eisen worden verwerkt in het ontwerp door de ontwikkelende partij in een Stedenbouwkundig Plan (SP) en Inrichtingsplan (IP). De gemeente toetst het resultaat aan het eind van deze fase, vóór bestuurlijke vaststelling (College B&W). • Voorbereidingsfase: In het geval van een omgevingsplan kunnen de eisen vertaald worden in beleidsregels van het Omgevingsplan (OP). Daarmee zijn de uitgangspunten ook juridisch geborgd.

-

-

-

-

-

-

23

Bijlage 2: Duurzaamheid in tenders Als er sprake is van verkoop van gemeentelijke grond via een tender kunnen de duurzaamheidsambities via de tenderstukken worden vastgelegd. De duurzaamheidsuitgangspunten worden dan opgenomen in de tendereisen en -criteria. De gemeente kan bij tenders de selectiecriteria zodanig opstellen dat ontwikkelaars gestimuleerd worden een plan te maken dat optimaal aansluit bij de duurzaamheidsambities van Haarlem. Hiervoor wordt de pijler duurzaamheid voor minimaal dertig procent (in betekenende mate)

24

meegewogen bij alle selecties van ontwikkelplannen en ontwikkelende partijen. De gemeente hanteert hierbij het wegingsinstrument GPR. De exacte invulling en weging van de duurzaamheids-selectiecriteria staat niet van tevoren vast maar wordt per afzonderlijk project bepaald op basis van deze richtlijn. Bij tenders worden de eisen in ieder geval als minimale vereisten (uitsluiting) opgenomen. Aanvullend kan van de ambities uit deze richtlijn bepaald worden welke als minimale vereisten (uitsluiting), welke als wegingscriteria (selectie) worden opgenomen en welke geheel niet toegepast worden. Tendercriteria sturen op de kwaliteit van het uiteindelijke plan. Het zijn daarmee ook ontwerpmiddelen. Er is een sterke samenhang tussen de pijlers ruimtelijke kwaliteit, programma en duurzaamheid. Er vindt een afweging plaats of bepaalde ruimtelijke uitgangspunten in het SPvE en/ of in de tender landen. Voor het behalen van het optimale resultaat, is het daarom van belang dat het team welke de selectiecriteria een vertegenwoordiging heeft van OMB, PCM en BBOR welke in staat moeten zijn om de verschillende duurzaamheidsuitgangspunten en ambities op te stellen.

Voorbeelden van de samenhang tussen de pijlers ruimtelijke kwaliteit, programma en duurzaamheid: • De balans tussen vergroening (duurzaamheid) en verdichting (programma) • Toepassing van een groen dak en / of een dak met pv-panelen (duurzaamheid) in relatie tot de oriëntatie van het gebouw en het daklandschap (ruimtelijke kwaliteit) • Het behoud en hergebruik van bestaande bouwwerken (ruimtelijke kwaliteit/programma) in relatie tot de energieprestatie of hergebruik materialen (duurzaamheid) • De balans tussen een maximaal verdichte locatie (ruimtelijke kwaliteit/programma) en de

mogelijkheid om deze energieneutraal te maken

Bijlage 3: Duurzaamheid in transformatieplannen De ambitie Haarlem Aardgasvrij 2040 is ook van toepassing op de bestaande bouw. Het is wenselijk om in de huidige energietransitie (grootschalige) transformaties uit te voeren die onder andere rekening houden met een aardgasvrije toekomst en die ook toekomstbestendige woningen opleveren. Daarmee voorkomen we extra kosten voor verplichte maatregelen die in de toekomst

25

van kracht zullen worden. De duurzaamheidsmaatregelen moeten een integraal deel uitmaken van de transformatie.3 Bij transformatie en renovatie van bestaande bebouwing wordt dus in beginsel uitgegaan van dezelfde eisen. Dit is echter niet altijd haalbaar of van toepassing, bijvoorbeeld wegens de monumentale status of de bouwkundige staat. Er zal daarom per transformatieplan maatwerk geleverd worden, wat betekent dat er afgewogen wordt welke duurzaamheidsmaatregelen voldoende resultaat opleveren ten opzichte van de nadelen (monumentale status, functie, financiën). Bij de aanpak van een monument wordt met behulp van een DuMo scan inzichtelijk gemaakt wat de mogelijkheden zijn om het monument te verduurzamen. Dat kan reden zijn om af te wijken van de gestelde eisen en een maatwerkpakket samen te stellen. De bewijslast voor deze afweging zal door de initiatiefnemer geleverd worden.

26

Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, [Kies datum]

Tekst: Hans Klaren, Joram de Ruijter, Onno Oosterhof, Rudie de Vries, Martijn van Minderhout, Arno Dekker, Bjorn Kossen, Marcel van Westerhoven, Peter Tobben, Marie-Therese Mathijsen, Eline Hin, Hellen Jennissen, Edwin van der Gracht. Fotografie: [Naam], Ontwerp: [Naam], Drukwerk: [Naam] ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14198669/1