CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Rapport Quickscan Inkoop Jeugdhulp Gemeente Haarlem (geanonimiseerd)

commissie Samenleving 23 januari 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21:40u Quickscan Inkoop Jeugdhulp Gemeente Haarlem (BL) - Fabricius8.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Inkoop Jeugdhulp Gemeente Haarlem

Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.

21

Datum 9 september 2024

Opdrachtgever Gemeente Haarlem

Onderzoeksteam Marjanne Sint Janneke Jansink Irene Niessen ,

,

Referentie HG106/rapport

bezoekadres postadres

Maliebaan 16 Postbus 85198

3581 CN Utrecht 3508 AD Utrecht

telefoon website

+31 30 236 30 30 www. aef. nl

1

/

Inhoud / 1

Aanleiding en vraag aan AEF

3

/ 2

Het nieuwe systeem op papier

5

2. 1 2. 2 2. 3 2. 4 2. 5

Een nieuw aanbestedingsbeleid voor Jeugdhulp Perceel 1 – Complexe jeugdhulp door consortia Perceel 2 – Enkelvoudige jeugdhulp door vrijgevestigden en instellingen Sturing en governance op regionale jeugdhulp Reflectie op het nieuwe systeem

5 6 7 8 9

/ 3

Het nieuwe systeem in de praktijk

12

3. 1 3. 2 3. 3 3. 4

Tussen gemeenten en perceel 1 Binnen perceel 1 Tussen gemeenten en perceel 2 Binnen perceel 2

12 14 15 16

/ 4

Conclusies en adviezen

17

4. 1 4. 2

Conclusies Adviezen

17 18

2

/ 1

Aanleiding

AEF

en vraag aan

Sinds begin 2023 werkt de gemeente Haarlem binnen de Jeugdregio Zuid-Kennemerland met een nieuw model van contracteren en financieren van jeugdhulp. De regio heeft gekozen voor taakgerichte financiering van vier consortia die elk de hele keten van complexe jeugdhulp (perceel 1) dienen te leveren en een contractduur van drie jaar. De gekozen aanbestedingsvorm verschilt fundamenteel van de tot dan toe gehanteerde systematiek en vraagt nog veel ontwikkeling. Daarnaast is voor de enkelvoudige jeugdhulp (perceel 2) gekozen voor p x q financiering met een budgetplafond per aanbieder. De wethouder jeugd signaleert dat de wachttijden in perceel 1 oplopen en dat aanbieders in perceel 2 bekend hebben gemaakt dat ze grote problemen hebben met de initiële verdeling van de aan dit perceel toegekende budgetten en de late bekendmaking daarvan. Dat is directe aanleiding voor uw vraag aan AEF: Gegeven de uitgangspunten en de kaders van de aanbesteding alsmede het feit dat deze een grote transformatie vragen zet de gemeente Haarlem dan de juiste stappen om dit te realiseren? ,

,

U heeft ons opdracht gegeven een quickscan te doen van de nieuwgekozen aanbesteding van jeugdhulp. Om uw vraag te beantwoorden hebben we eerst op een rij gezet hoe het stelsel op papier zou moeten werken. Hiervoor hebben we de volgende documenten gebruikt: Regiovisie jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond Regionale verwervingsstrategie jeugdhulp Preselectiedocument jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond Gunningsleidraden perceel 1 en 2 Overeenkomsten van opdracht jeugdhulp regio’s IJmond en Zuid-Kennemerland perceel 1 en 2 Visiedocument m. b. t. onderwijs Collegebesluiten Meerjarenbegroting jeugd De inzichten uit deze documenten hebben we aangevuld met enkele interviews binnen gemeente Haarlem en het resulterende beeld van hoe het stelsel bedacht is hebben we geverifieerd bij de opdrachtgever. U vindt deze beschrijving in hoofdstuk 2. Vervolgens hebben we gekeken hoe het systeem in de praktijk werkt op basis van gesprekken waarin we ervaringen ophalen van verschillende betrokkenen (in bijlage 1 staat de volledige lijst): Gemeente Haarlem: wethouder en directeur beleidsmanagers contractmanagers financiële controller en adviseur ambtelijk opdrachtgevers en projectleider implementatie Perceel 1: directie van de vier consortia: Hyperionhelpt PlanetYoung Combikracht ZIJ Sparq Perceel 2: vrijgevestigden vanuit vereniging 0-tot-23 Het CJG Samenwerkingsverband PO-ZK ,

,

,

,

,

,

,

Het beeld dat hieruit volgt vindt u in hoofdstuk 3. We hebben ervan afgezien met cliënten te spreken omdat we in deze quickscan op zoek zijn naar een overkoepelend beeld over het systeem van ,

,

3

aanbesteden. Bovendien heeft de Raad van Haarlem een hoorzitting gehouden waarin specifieke casussen aan de orde zijn gekomen waardoor deze problematiek bestuurlijk bekend is. Op basis van bovenstaande bevindingen vindt u conclusies en adviezen voor verbeteringen binnen het stelsel in hoofdstuk 4. ,

4

/ 2

Het nieuwe systeem op papier Voordat wij bekijken hoe het nieuwe systeem werkt in de praktijk is het belangrijk om helder te hebben hoe het systeem op papier moet werken. In dit hoofdstuk beschrijven wij wat de bedoeling van de transitie naar een nieuwe inkoopvariant van de jeugdhulp is. We gaan in op het nieuwe aanbestedingsbeleid van jeugdhulp de invulling daarvan binnen perceel 1 en perceel 2 en de sturing daarop door de regio. Afsluitend reflecteren wij op de keuze voor het nieuwe systeem en de risico’s die dit met zich meebrengt. ,

,

2. 1

Een nieuw aanbestedingsbeleid voor Jeugdhulp De jeugdhulpregio’s Zuid-Kennemerland/IJmond kopen specialistische jeugdhulp gezamenlijk in. De Regiovisie jeugdhulp Zuid-Kennemerland/IJmond geeft richting aan wat de gemeenten willen bereiken in de jeugdhulp voor de regio. Hiertoe zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: 1. Ouders en jeugdigen kunnen met steun van hun omgeving omgaan met de gewone hobbels in het opvoeden en opgroeien. 2. Kinderen en jongeren krijgen tijdig de best passende hulp (zo licht als mogelijk zo zwaar als nodig). 3. Kinderen en jongeren groeien zo thuis mogelijk op. 4. Kinderen en jongeren groeien veilig op. 5. Jeugdhulp en onderwijs zetten zich in samenhang in voor de ontwikkeling van Jeugdigen. ,

,

,

De contracten met jeugdhulpaanbieders liepen per 1 januari 2023 af. De gemeenten in de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond zijn gezamenlijk een inkoopprocedure voor de verwerving van de jeugdhulp gestart. Zij hebben gekozen voor een taakgerichte bekostigingsvariant en een beperkt aantal consortia waarin aanbieders samenwerken die gezamenlijk de hele keten van noodzakelijke jeugdhulp dekken. De beoogde doelstellingen hiervan zijn: Cliënten worden niet meer van het kastje naar de muur gestuurd schotten tussen organisaties worden weggehaald en doorverwijzing op- of afschaling vindt binnen één samenwerkingsverband plaats; De professionaliteit van de organisatie wordt direct gebruikt omdat daar de kennis aanwezig is over wat goed is voor de cliënt; Voor het kind en gezin geeft het geborgenheid: ze komen zo veel mogelijk onder de hoede van één aanbieder en hoeven hun verhaal niet steeds opnieuw te vertellen; Daarnaast wordt met een financiële prikkel namelijk de lumpsum gepoogd consortia efficiënt en effectief te laten werken; Dit systeem verlaagt ook de administratieve lasten omdat er minder geregistreerd hoeft te worden als je niet alles op cliëntniveau hoeft te verantwoorden. ,

,

,

,

,

,

Het systeem is gebaseerd op strategisch partnerschap: gemeenten en strategische partners (jeugdhulpaanbieders) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de inhoudelijke en financiële keuzes binnen de Jeugdhulp. Als uitdrukking van het door de regio en gemeente Haarlem gewenste partnerschap is gekozen voor een lumpsum als bekostiging en een contractduur van drie jaar waarbij twee keer verlenging van drie jaar mogelijk is. In totaal gaat het dus om negen jaar. Daarbij wordt uitgegaan van een implementatiefase van één jaar en vervolgens een transitiefase waarin gewerkt wordt aan het verbeteren van de jeugdhulp. ,

,

5

Vrijgevestigden gaven aan niet goed mee te kunnen doen in de aanbesteding. Op verzoek van de gemeenteraad van Haarlem is daarom gekozen voor een scheiding in twee percelen namelijk complexe jeugdhulp (perceel 1) en enkelvoudige jeugdhulp (perceel 2). In perceel 1 wordt gewerkt met consortia in perceel 2 wordt gewerkt met vrijgevestigden of zorginstellingen. Er kan van perceel 2 naar perceel 1 worden opgeschaald als de zorgvraag te complex is. Anders kan niet van perceel 1 naar perceel 2 worden afgeschaald: consortia bieden ook enkelvoudige hulp als het vervolgzorg is. Wel kunnen consortia een aanbieder uit perceel 2 als onderaannemer inschakelen. ,

,

De toegang tot zowel perceel 1 als perceel 2 loopt altijd via de wettelijke verwijzers (huisartsen jeugdartsen medisch specialisten rechters en GI’s) of het CJG. Jeugdigen en gezinnen kunnen zich niet rechtstreeks bij een consortium melden. De verwijzers beoordelen of er sprake is van een enkelvoudige of meervoudige hulpvraag. Jeugdige en gezin maken in overleg met de verwijzer de keuze voor een consortium/jeugdhulpaanbieder (afhankelijk van het perceel). De verwijzers melden zich bij een meervoudige hulpvraag bij de voordeur van één van de consortia bij een enkelvoudige hulpvraag bij een vrijgevestigde of zorginstelling. ,

,

,

,

De consortia en de aanbieders in perceel 2 hebben een acceptatieplicht. Hier kan alleen van afgeweken worden in overeenstemming met de verwijzer. In het geval van wachttijden informeert de jeugdhulpaanbieder de verwijzer proactief. De jeugdhulpaanbieder geeft actief informatie aan de gemeente jeugdigen en/of ouders die daarom vragen over wachttijden en het voeren van wachttijdbeheer. Een stop toeleiding jeugdigen (‘cliëntenstop’) ingesteld door de aanbieder in het kader van wachttijden is alleen mogelijk na schriftelijke toestemming van de gemeente. ,

2. 2

Perceel 1 – Complexe jeugdhulp door consortia In perceel 1 zijn er eind 2022 vier consortia gecontracteerd die per 1 januari 2023 met de implementatie van het nieuwe beleid moesten starten. Binnen perceel 1 wordt gewerkt met een lumpsum. Het budget vanuit de regio is verdeeld tussen consortia op basis van de omzet van de partijen in het consortium in 2021. Daarbij zijn verschillende knelpunten opgelost betreffende omzetverschillen 2021-2022 uitbreiding capaciteit en toevoeging van aanbieders. De consortia de deelnemende aanbieders en hun budgetten in 2023 zijn opgenomen in onderstaande tabel: ,

,

Consortium Combikracht ZIJ

,

Aanbieders FamilySupporters Het Huis Haarlem Fibbe Studie Centrum voor Leerontwikkeling De Zorgcoach Leger des Heils W&G Noordwest SIG Zebra-Zorg Unalzorg Philadelphia Terwille Timon Terminal 18. Nuhoff Psychotherapie Megakids en Yes We Can Clinics Stichting 's Heerenloo Zorggroep Dyslexiecollectief William Schrikker Stichting Gezinsvormen Carehouse/Léveocare/De opgroeipraktijk De Velse GGZ Pedagogenpraktijk Ria Balm Praktijk WIJS 1801 Onderwijsadvies en Stichting Taalhulp. Ons Tweede Thuis Levvel ZIJN Parlan iHUB De Opvoedpoli en GGZNHN Kenter Jeugdhulp Parnassia Groep Youz de Hartekamp Groep Stichting ’t Kabouterhuis Stichting Happy2Move Regionaal Instituut voor Dyslexie ,

,

,

,

Budget €8. 923. 364

,

,

,

,

,

,

,

Hyperionhelpt

,

€9. 591. 974

,

,

,

,

,

,

,

,

Planet Young Sparq Jeugdhulp

,

,

,

,

,

,

€21. 733. 412

,

,

€35. 973. 364

,

6

Totaal

€73. 982. 203 1

Er is een aantal eisen gesteld aan consortia: Integraliteitseis: uitgangspunt is dat iedere hulpvraag door het consortium passend kan worden opgepakt. Actieve samenwerking met het onderwijs en de jeugd- en kernteams daarbinnen waardoor wordt ingezet op preventie. Consortia organiseren gezamenlijk een crisisdienst. De crisisdienst is gericht op crisissituaties van jeugdigen met psychische of psychiatrische problematiek een (licht) verstandelijke beperking en/of jeugd- en/of opvoedproblematiek. 2 Als laatste zijn maximale wachttijden uitgewerkt voor ambulante en residentiële hulp. Deze wachttijden gelden voor beide percelen. ,

,

2. 3

Perceel 2 – Enkelvoudige jeugdhulp door vrijgevestigden en instellingen Het perceel enkelvoudige jeugdhulp omvat ambulante begeleiding jeugd ggz (diagnostiek basis en specialistisch) en dyslexiezorg op basis van één product. Binnen perceel 2 wordt gewerkt met een p*q bekostiging met een budgetplafond. De gemeenten hebben in het budget rekening gehouden met de kosten voor zorgcontinuïteit bij uittredende aanbieders en ruimte gemaakt voor nieuwe aanbieders. Dat resulteerde in een korting van 20% voor bestaande aanbieders in perceel 2. 3 ,

,

In de fase voor gunning van perceel 2 enkelvoudige jeugdhulp is een formele klacht binnengekomen met betrekking tot de (totstandkoming van) de tarieven. Deze is gegrond verklaard en dit heeft geleid tot uitstel van de inschrijving van perceel 2. Er is een kostprijsonderzoek uitgevoerd en op basis hiervan kon de inkoopprocedure voor de verwerving van de jeugdhulp in perceel 2 voortgezet worden. De overbruggingsovereenkomsten liepen tot 31 december 2023. Vanaf 1 januari 2024 zijn er 61 aanbieders in perceel 2: 17 instellingen 44 vrijgevestigden. Het budget dat is voorzien voor perceel 2 is gebaseerd op de omzet 2023 en bedraagt voor 2024 67 miljoen: 4 miljoen voor de instellingen en 27 miljoen voor de vrijgevestigden. Dit is ongeveer 75% van het totaal in dat jaar in de regio beschikbare budget voor jeugdhulp. Bij de feitelijke aanbesteding is aangegeven dat voortaan op productniveau moet worden gedeclareerd. Voor producten in de ggz geldt een limiet van 1. 050 minuten behandelduur waarna bij overschrijding een nieuwe machtiging bij het CJG moet worden aangevraagd. De tot dan toe bestaande mogelijkheid om andere expertise in te schakelen zonder dit ten laste van de beschikbare behandeltijd van de eerste behandelaar te brengen werd verlaten. Hierdoor is dit onder de nieuwe aanbestedingsregels alleen mogelijk in onderaannemerschap. ,

,

,

,

,

1 Het budget in 2024 is €79. 699. 149 (OVA-indexatie) 2 De crisisdienst is niet gegund omdat de inschrijving op dit onderdeel als onvoldoende is beoordeeld 3 Aan het eind van dit onderzoek is extra budget toegekend aan bestaande aanbieders uit een vrijval van deze 20%

7

2. 4

Sturing en governance op regionale jeugdhulp Sturing en monitoring op perceel 1 Sturing en monitoring vindt plaats op twee niveaus. Het eerste niveau is binnen het consortium en het tweede niveau is op het geheel van Jeugdhulp. Voor het eerste niveau wordt verwacht van consortia dat zij zelf trends analyseren acties ondernemen en hierover rapporteren. Doel van het eerste niveau is de (zorginhoudelijke en budgettaire) beheersing van de Jeugdhulp binnen het eigen consortium. Het tweede niveau staat onder regie van de gemeenten en wordt gevuld op basis van het iJwberichtenverkeer (cliëntstromen) de dataset en wanneer van toepassing het iJw-berichtenverkeer van perceel 2. Van de consortia wordt verwacht dat ze hieraan meewerken en lerend oefenen met data-analyse casuïstiek en besprekingen om Jeugdhulp beheersbaar te houden en de transformatie vorm te geven. ,

,

,

Randvoorwaardelijk is dat ieder consortium als één partij functioneert waar het monitoren sturen en rapporteren betreft. Consortia-overstijgende zaken worden vastgelegd in een centrale database onder regie van de gemeenten zodat gezamenlijk kan worden gestuurd op het geheel van Jeugdhulp. Op deze manier zou het partnerschap invulling moeten krijgen. Het gehele systeem van sturing en monitoring zou per 2024 operationeel moeten zijn. ,

,

Sturing en monitoring op perceel 2 Als het gaat om sturing en monitoring vergelijken de samenwerkende gemeenten data uit het iJw Berichtenverkeer voor analyse inzichten en sturing. Middels het iJw Berichtenverkeer is het de bedoeling dat de gemeenten met de aanbieders gezamenlijk de volgende zaken monitoren: Instroom: het aantal unieke Jeugdigen waarvoor in een bepaalde periode de Jeugdhulp is gestart onderverdeeld naar productgroepen; Uitstroom: het aantal unieke Jeugdigen waarvoor in een bepaalde periode de Jeugdhulp is beëindigd onderverdeeld naar productgroepen per periode. ,

,

,

De gemeente voert de regie over de data komend uit het iJW-berichtenverkeer en rapporteert hierover. Het bijhouden van de uitputting van het toegekende budgetplafond is de verantwoordelijkheid van de aanbieders in perceel 2. Regionale governance De gemeenten werken samen op het niveau van Zuid-Kennemerland/IJmond maar niet binnen een Wgr. Er zijn regionale werkgroepen voor specifieke onderwerpen en bestuurlijke en ambtelijke overleggen. Besluiten moeten op het niveau van de zeven gemeenten gezamenlijk worden genomen. ,

,

Budgetverdeling binnen de regio Voor de verdeling van het regionale budget dat bestemd is voor de consortia (ca. 73 miljoen) over de gemeenten wordt gewerkt met een verdeelsleutel die gebaseerd is op de uitgaven voor jeugdhulp van elke gemeente vóór de nieuwe aanbesteding. De hoogte is bepaald op basis van het berichtenverkeer tussen gemeenten en de werkelijke uitgaven per gemeente. Hiervoor is 2021 als basisjaar gebruikt. Vervolgens is voor 2022-2023 een indexatie uitgevoerd op basis van de OVA en is de verdeling aangepast op basis van het woonplaatsbeginsel. Van het regionale budget wordt 7% afgezonderd als regionaal budget bestemd voor jeugdhulp die niet is te herleiden tot individuele kinderen (o. a. voor begeleiding van kinderen in groepsverband op scholen). De overige 93% volgt de verdeelsleutel. ,

8

Er vindt geen nacalculatie plaats wanneer de uitgaven afwijken van het toegekende budget. Uitgaven voor maatwerkvoorzieningen – die in algemeen plaatsvinden wanneer in urgente zeer complexe gevallen de wachttijden te hoog oplopen – worden opgevangen binnen de begroting van de woonplaats van het betreffende kind. ,

2. 5

Reflectie op het nieuwe systeem De gemeenten hebben een moedige keuze gemaakt door voor een fundamenteel ander systeem te kiezen De gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond hebben een moedige keuze gemaakt om door middel van een nieuw aanbestedingsbeleid voor Jeugdhulp een systeem te kiezen dat is gebaseerd op partnerschap taakgerichte bekostiging en een contractduur van drie jaar. Dit getuigt van bereidheid om de status quo te doorbreken en nieuwe innovatieve oplossingen te verkennen. Door de verantwoordelijkheid voor jeugdhulp bij aanbieders te leggen binnen de consortia erkennen de gemeente de expertise en capaciteiten van deze aanbieders om gezamenlijk de hele keten van noodzakelijke jeugdhulp te dekken. Daarnaast illustreert de keuze voor een lange contractduur van 9 jaar (of in ieder geval 3 jaar als niet verlengd wordt) een duidelijke langetermijnvisie en de ambitie om strategisch partnerschap op te bouwen. ,

,

Er zijn echter ook risico’s aan het gekozen systeem De keuze voor dit systeem brengt echter ook risico’s met zich mee. Dit is altijd zo welk systeem men ook kiest: elk systeem heeft voor- en nadelen. Het onderkennen daarvan is noodzakelijk om mitigerende en/of compenserende maatregelen te nemen. Wij signaleren dat aan de voorkant van de introductie van het nieuwe aanbestedingssysteem in 2022 enkele beslissingen zijn genomen die de effectiviteit en de efficiëntie ervan negatief kunnen beïnvloeden. Wij lichten deze beslissingen en de risico’s ervan hierna toe. ,

De keuze voor twee percelen geeft risico’s binnen een systeem van taakgerichte financiering Zoals beschreven kozen de gemeenten voor een taakgerichte bekostigingsvariant waarbij ieder consortium de hele keten van noodzakelijke jeugdhulp dekt. Het doel hiervan was om een integraal beeld te hebben van de jeugdhulp waardoor beter kan worden besloten over wat er nodig is in de regio. Bij politiek besluit is gekozen voor een scheiding in twee percelen. Hierdoor wordt een gedeelte van de zorg eruit geknipt waarop ook het zicht deels verdwijnt. Het doel van een integraal beeld wordt hiermee verstoord en er is geen sprake meer van populatiefinanciering. Daarmee vallen prikkels om te investeren in preventie of lichtere zorg voor een deel weg. Ook wordt het voor gemeenten moeilijker om te sturen: in plaats van sturing op een beperkt aantal consortia moeten zij sturen op de consortia in perceel 1 en daarnaast de vrijgevestigden en instellingen in perceel 2. De harde knip tussen de twee percelen is niet bevorderlijk voor een holistische benadering van jeugdhulp wat wel het doel van het nieuwe systeem is. ,

,

,

,

De knip tussen twee percelen maakt de ontwikkeling van sturings- en monitoringsdata moeilijker Voor het ontwikkelen van een “dashboard” over de effectiviteit en efficiëntie van jeugdhulp is het opbouwen en analyseren van cruciale sturings- en monitoringsdata essentieel. Dit kost inspanningen tijd en geld aan beide kanten: van de kant van de regio en die van de aanbieders. De mogelijkheden tot opbouw en analyse van sturings- en monitoringsdata verschilt echter: voor de in consortia

,

9

samenwerkende aanbieders in perceel 1 is dit – in theorie – beter te organiseren dan voor aanbieders in perceel 2. Door geen eisen te stellen aan de inrichting van de consortia bestaat een risico op bestendiging van het bestaande Er zijn geen specifieke eisen gesteld aan de organisatie van de consortia. Hoe zij achter hun voordeur omgaan met de verdeling van het beschikbare budget over de deelnemers en met het vormgeven aan de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van het consortium voor de gehele keten van jeugdhulp in de regio is vrijgelaten. Dit verschilt van bijvoorbeeld de gemeente Utrecht waar dergelijke eisen wel aanwezig zijn. Dit gebrek aan eisen kan ertoe leiden dat bestaande structuren en werkwijzen van aanbieders binnen een consortium bestendigd worden en dat daarmee de noodzakelijke innovatie en verbetering die met een nieuw systeem beoogd werden moeilijker van de grond komt. ,

,

De keuze voor vier consortia zonder duidelijke afbakening geeft een risico op ongelijkheid Het besluit om vier consortia te contracteren zonder vooraf duidelijke toedeling van jeugdigen naar aard of naar woonplaats aan de consortia brengt het risico op een ongelijke verdeling van cliënten met zich mee. Zo kunnen er onevenredig veel cliënten en/of evenredig veel zeer complexe cliënten terechtkomen bij één consortium. Dit kan impliciet door keuzes van verwijzers beïnvloed worden wat kan leiden tot een onevenwichtige belasting van de consortia en ondergraven van het uitgangspunt dat elk consortium in staat is de hele keten van noodzakelijke jeugdhulp te dekken. ,

,

Er is geen rekening gehouden met implementatiekosten en structurele coördinatiekosten Hoewel het nieuwe aanbestedingssysteem is gebaseerd op een ingrijpende transformatie die jeugdhulp effectiever en efficiënter moet maken is in de huidige opzet is geen vergoeding opgenomen voor de daarmee gepaard gaande implementatiekosten en structurele coördinatiekosten. De implementatiekosten voor het opzetten en inrichten van het consortium zijn deels tijdelijk maar er zijn er structurele kosten verbonden aan de coördinatie de opbouw en het gebruik van data en het managen van het consortium. Het ontbreken van voldoende middelen hiervoor kan de slagkracht en het succes van het nieuwe systeem ondermijnen. ,

,

,

Door het budget alleen voor prijsontwikkeling te corrigeren is aangenomen dat volumeontwikkelingen binnen het budget kunnen worden opgevangen Het budget is gecorrigeerd voor prijsontwikkeling (OVA) en het woonplaatsbeginsel maar niet voor volumegroei terwijl er landelijke groei in de vraag naar jeugdhulp te zien is. Daarmee wordt impliciet verondersteld dat deze groei kan worden opgevangen door op korte termijn te realiseren inverdieneffecten. ,

,

,

De aanbesteding is niet inhoudelijk geladen Op het moment van contracteren waren veel relevante inhoudelijke aspecten nog niet vastgelegd zoals prioritering van de zorgvraag. Het was toen niet duidelijk hoe om wordt gegaan met zorg die niet in het vierkant van de lumpsum van consortia valt in combinatie met de zorgplicht van de gemeenten en de consortia. De bedoeling van het systeem is om dit uit te werken als onderdeel van het strategisch partnerschap. Het risico is dat de daarvoor benodigde informatie nog niet van voldoende kwaliteit is en daardoor dit inhoudelijke gesprek ingewikkeld is zeker wanneer de onderliggende processen om dat gesprek te voeren nog onvoldoende zijn ingericht. Dit brengt de meeste risico’s met zich mee voor het tijdig leveren van noodzakelijke jeugdhulp die niet in standaardcategorieën past. ,

,

,

10

Voor zo’n grote transformatie is de regionale governance erg licht ingericht De regionale governance voor een transformatie als deze is licht ingericht. Duidelijke mandatering of een inhoudelijk afwegingskader waaraan alle deelnemende gemeenten zich hebben gecommitteerd ontbreken. Alle keuzes moeten worden gemaakt op het niveau van de zeven gemeenten. Dit kan het moeilijk maken om richtinggevende keuzes te maken als het stelsel zich niet zo ontwikkelt als verwacht of gehoopt.

,

De regiovisie biedt onvoldoende handvatten om het gezamenlijke gesprek over prioritering aan te gaan

De regionale visie verwoordt de doelstellingen inzake jeugdhulp en de uitgangspunten voor de daarop gebaseerde contractvorm en duur. Voor een succesvolle doorvoering van de door de regio gewenste transformatie naar een effectiever en efficiënter stelsel van jeugdhulp ontbreekt echter de concretisering hoe dit zich verhoudt tot de in de regio aanwezige problematiek en de prioritering die op basis van de per definitie beperkte middelen noodzakelijk is. Als deze overkoepelende blik (‘koers’) ontbreekt kan dat problemen opleveren in de uitvoering van het nieuwe systeem. ,

De financiering in perceel 2 op productniveau kan ertoe leiden dat vaker een beroep op de consortia wordt gedaan Zoals beschreven zijn in perceel 2 de producten gebaseerd op enkelvoudige hulp. Vanuit behandelingsperspectief kan het noodzakelijk zijn om aanvullende expertise in te zetten omdat de hulpvragen complexer zijn dan één product. De aanbieder in perceel 2 dient dan de jeugdige te verwijzen naar één van de consortia in perceel 1. Hierdoor kunnen jeugdigen soms op wachtlijsten terechtkomen waar zij in eerdere jaren voor de gewijzigde aanbesteding bij de hoofdbehandelaar bleven en de aanvullende expertise afzonderlijk kon worden ingekocht en gedeclareerd. Van de optie om in onderaannemerschap van de behandelaar gebruik te blijven maken wordt in de praktijk weinig gebruik gemaakt. ,

,

11

/ 3

Het nieuwe systeem in de praktijk Nu inzichtelijk is gemaakt hoe het systeem zou moeten werken en wat daarvan de risico’s zijn beschrijven we hoe het nieuwe systeem in de praktijk werkt. We staan zowel stil bij hoe het gaat in de praktijk tussen gemeenten en perceel 1 en 2 als binnen perceel 1 en 2. ,

,

Voordat wij dit uitwerken signaleren wij een fundamenteel punt met betrekking tot de splitsing tussen perceel 1 en perceel 2. ,

3. 1

De splitsing tussen perceel 1 en perceel 2 De knip op inhoud en de knip op geld zijn niet congruent De aanbesteding gaat ervan uit dat perceel 2 inhoudelijk alleen strikt enkelvoudige zorg op basis van één product levert. Naarmate het complexer wordt en meerdere producten nodig zijn dienen cliënten overgeheveld te worden naar perceel 1. Dit was voor de nieuwe aanbesteding anders: vrijgevestigden geven aan dat zij destijds ook complexere zorg oppakten. Het budget van perceel 2 is gebaseerd op de omzet van de vrijgevestigden in 2023 waar ook die complexere zorg in zat. Die cliënten komen met de nieuwe aanbesteding terecht in perceel 1. Dat betekent dat er budget is toebedeeld aan perceel 2 dat eigenlijk aan perceel 1 had moeten worden toebedeeld aangezien het voor complexe cliënten is. ,

,

,

,

Andersom is het mogelijk dat enkele consortiumpartners voorheen ook enkelvoudige zorg leverden en nu niet meer. De betreffende cliënten zouden in het huidige systeem in perceel 2 terecht komen terwijl het budget hiervoor aan perceel 1 is toebedeeld.

,

De omvang van beide effecten is niet bekend. Er is geen zicht op welk gedeelte van de omzet van vrijgevestigden complexere cliënten betrof die onder perceel 1 vallen. Dit zal ook per vrijgevestigde verschillen. Ook is niet bekend of en hoeveel enkelvoudige zorg voorheen geleverd werd door consortiumpartijen en of die op dit moment inderdaad niet meer geleverd wordt. ,

Wel is zeker dat bepaalde cliënten die eerst werden behandeld door aanbieders in perceel 2 nu in perceel 1 terechtkomen terwijl de middelen daarvoor niet meekomen. Dit kan één van de redenen zijn voor het geldtekort in perceel 1 maar het is ook denkbaar dat de verkeerde toedeling de andere kant op een even groot of zelfs groter effect betreft. ,

,

3. 2

Tussen gemeenten en perceel 1 Er is draagvlak voor het systeem bij zowel de gemeente als de consortia Uit de gesprekken met vertegenwoordigers van zowel gemeenten als consortia blijkt dat er draagvlak is voor de uitgangspunten van het nieuwgekozen systeem. Beide partijen onderschrijven dat taakgerichte financiering meerjarige contracten en partnerschap – mits goed ingevuld - leiden tot een beter beeld van wat er nodig is aan jeugdhulp en tot integrale samenwerking over de hele keten van jeugdhulp. ,

12

De samenwerking tussen consortia en gemeenten is nog fragiel maar wel verbeterd Het opbouwen van strategisch partnerschap kost tijd en het is zowel voor de consortia als voor de gemeenten zoeken naar een nieuwe rol. Hoewel dit nog fragiel is is er sprake van een opbouwende relatie tussen consortia en gemeenten. De intentie om de contractduur van 9 jaar waar te maken is er vanuit beide partijen. ,

Vernieuwing in het stelsel komt (nog) niet van de grond In de praktijk blijkt dat vernieuwing van het jeugdhulpstelsel nog niet van de grond komt. Er wordt binnen de consortia nog overwegend op een traditionele manier gewerkt zonder de beoogde verschuiving van curatieve naar preventieve zorg. Dit betekent dat vroegsignalering een belangrijk aspect van effectieve jeugdhulp in het gedrang komt. Innovatie en transformatie blijven achterwege en aanbieders ervaren onvoldoende ruimte om na te denken over nieuwe werkwijzen of methoden om de zorg te verbeteren. Zij wijten dit mede aan het gebrek aan financiële slagkracht. De discussies gaan te veel over het ontbreken van voldoende middelen om de beoogde transformatie te bewerkstelligen en onvoldoende over de inhoudelijke vernieuwing die nodig is om in de loop van de duur van het contract de besparingen te realiseren. ,

,

,

,

Het inhoudelijke gesprek moet nog op gang komen De aanbestedingsroute en de keuze om de transitie tot een gezamenlijke verantwoordelijkheid van regio en aanbiedende consortia te maken blijkt in de praktijk tijdrovender en weerbarstiger dan voorzien. In plaats daarvan draait de discussie voornamelijk om financiële kwesties. Daarnaast is er geen duidelijke prioritering van hulpvragen en is de reikwijdte van de jeugdhulp nog niet goed gedefinieerd. Bovendien is de regiovisie nog niet vertaald naar praktische toepassing. Dit zorgt voor een gebrek aan koers en richting. In een partnerschap zou er juist een gedeeld beeld moeten zijn van wat er in de regio nodig is. Er is middels inkoop geprobeerd een stelselverandering te bewerkstelligen in plaats van dat gewerkt is aan een stelselverandering met inhoudelijke mijlpalen en prioriteiten waarop de inkoop is gebaseerd. ,

Aanbieders ervaren geen gedeelde regionale visie op jeugdhulp Aanbieders van jeugdhulp ervaren een grote afstand tussen hun vraagstukken en die van de gemeenten. Er is geen integraal beeld over de behoefte aan jeugdhulp in relatie tot de kenmerken van de regio. Aanbieders ervaren dat op regionaal niveau de governance ontbreekt om deze kwesties te bespreken. Gesprekken vinden voornamelijk plaats met Haarlem en Velsen als aanspreekpunt maar aanbieders geven aan dat de informatie en afspraken de rest van de regio niet altijd bereiken. Dit leidt ertoe dat toezeggingen soms niet worden nagekomen. De bestuurlijke en politieke druk maakt het bovendien moeilijk om een solide partnerschap op te bouwen tussen aanbieders en de regio; er is ook enige luwte nodig om deze relaties te versterken. Ook het CJG ervaart dat met verschillende gemeenten uiteenlopende afspraken gemaakt moeten worden wat voor verwarring en inefficiëntie zorgt. ,

,

De budgetten in perceel 1 knellen Er zijn verwachtingsverschillen over het beschikbare budget ten opzichte van de uitgaven die de consortia moeten doen in de implementatiefase. Bij de toekenning van budgetten is wel rekening gehouden met de omvang van de verleende jeugdhulp in voorgaande jaren (2021/2022) maar niet met de aanloopkosten in de implementatiefase en met de volumeontwikkeling in het jaar voorafgaand aan de aanbesteding. Daardoor knellen de budgetten. Een aantal aanbieders binnen de consortia hebben zo’n precaire financiële positie dat er geen mogelijkheden zijn om tijdelijk eigen ,

,

13

middelen in te zetten. Het knellen van de budgetten in perceel 1 heeft inhoudelijke consequenties zoals het stopzetten van groepen op scholen en het oplopen van wachtlijsten.

,

De wachtlijsten lopen sterk op waardoor noodverbanden ontstaan De wachtlijsten lopen sterk op. Consortia proberen het verlies van vorig jaar goed te maken door hogere budgettaire reserveringen te doen waardoor zij minder cliënten kunnen behandelen met als gevolg dat de wachtlijsten nog verder oplopen. CJG-coaches proberen noodgedwongen de zorgplicht in te vullen door een vorm van overbruggingszorg te leveren aan urgente cliënten op de wachtlijst terwijl zij niet in alle gevallen voldoende expertise hebben voor de juiste overbruggingszorg. ,

,

De informatie om te sturen en te monitoren biedt nog onvoldoende houvast om te bepalen of de aangeboden jeugdhulp past bij de karakteristieken van de regio De sturings- en monitoringsinformatie op basis waarvan de gemeenten inzicht krijgen in de mate waarin de beoogde transitie tot stand komt en de aanbieders kunnen zien of hun hulpverlening aansluit bij de karakteristieken van de regio is nog niet op orde. Volgens de gesprekspartners is er incongruentie in de cijfers die consortia zelf hebben de cijfers die (de verschillende gemeenten in) de regio heeft. Hierdoor loopt de implementatiefase in de praktijk door in 2024 terwijl was voorzien dat deze in 2023 zou zijn afgerond. ,

,

3. 3

Binnen perceel 1 De implementatie van één voordeur per consortium is in 2023 gelukt Het is de consortia gelukt om één voordeur te creëren per consortium waar verwijzers kunnen aankloppen om een cliënt door te verwijzen. Waar het CJG in het oude systeem alle aanbieders moest rondbellen kunnen zij in perceel 1 nu verwijzen naar één consortium dat vervolgens de cliënt en diens zorgvraag moet oppakken. Hierbij dient aangetekend te worden dat nog niet alle huisartsen deze voordeur weten te vinden en daardoor soms nog rechtstreeks naar een aangesloten aanbieder verwijzen. ,

,

,

Waar nodig is er samenwerking tussen consortia De consortia vinden elkaar in het gesprek met de gemeente over hun gemeenschappelijke belangen. Het contact tussen de consortia is goed ze weten elkaar makkelijk te vinden. Ook inhoudelijk werken zij samen: als een cliënt een specifieke behandeling nodig heeft zoeken ze elkaar op. Deze samenwerking is zonder interne verrekeningsprijzen en niet op basis van onderaannemerschap. ,

Het uitgangspunt dat elk consortia alle vormen van hulp moet kunnen bieden blijkt in de praktijk niet altijd haalbaar In de aanbesteding is vastgelegd dat alle consortia alle zorgvragen moeten kunnen oppakken. Hierbij wordt uitgegaan van het idee dat de consortia gelijk zijn. In de praktijk is dat niet zo: de consortia verschillen van elkaar in omvang samenstelling werkgebied de wijze waarop ze georganiseerd zijn en de ontwikkelsnelheid. In de praktijk geven enkele gesprekspartners aan dat vooral de kleinere consortia (Hyperionhelpt en Combikracht ZIJ) bepaalde dienstverlening (nog) niet kunnen aanbieden. Het lijkt erop dat de meest complexe gevallen vooral bij de twee grotere consortia terechtkomen (Sparq en PlanetYoung). Dit is echter niet te verifiëren in verband met het gebrek aan monitoring. De verschillen tussen de consortia worden op dit moment niet onderkend en de sturing wordt daar ook niet op aangepast. ,

,

Het is niet duidelijk of de toedeling

,

van cliënten

,

in lijn is met de budgetverdeling

14

Zoals beschreven zijn de budgetten voor de consortia verdeeld op basis van hun eerdere omzet. Er is echter geen zicht op of de toedeling van cliënten in lijn is met die budgetverdeling. Sparq en PlanetYoung geven aan dat de meest complexe cliënten bij hen terechtkomen maar de extra middelen daarvoor komen niet mee. Het financiële systeem is ook niet ingericht op slimme samenwerking tussen consortia: volgens onze gesprekspartners zijn er geen interne verrekeningsprijzen en volgt het geld de cliënt niet. Het zicht op de toedeling van cliënten en of dit in lijn is met de budgetverdeling is van essentieel belang om grip te hebben op het systeem. Op dit moment worden in dringende gevallen financiële maatwerkoplossingen aangeboden maar de bedoeling van het systeem is dat deze zorg binnen de consortia wordt opgepakt en dat de bijbehorende middelen daarvoor toereikend zijn. Naar het oordeel van de consortia is dat nu niet het geval. ,

,

De uitvoering van jeugdhulp vindt veelal plaats in de oorspronkelijke organisaties Het doel van het systeem is dat de consortia werken als één integrale organisatie maar in de praktijk wordt de uitvoering van jeugdhulp doorverwezen naar een van de deelnemende aanbieders die werken op basis van p*q binnen het aan hen toegewezen deel van het consortiumbudget. Deze keuze versterkt de gerichtheid op de individuele bedrijfsvoering van de aanbieders en consolideert daarmee de gevestigde belangen. Wij tekenen daarbij aan dat het voor bovenregionaal werkende aanbieders ook lastiger is hun administratie in te richten naar de keuze die is gemaakt. Alleen Hyperionhelpt bewaakt de totale lumpsum op consortium niveau. ,

De interne sturing binnen consortia is beperkt Aansluitend is er binnen de meeste consortia geen structurele tegenmacht richting de individuele aanbieders. Drie van de vier consortia hebben weliswaar één penvoerder (de gemeenschappelijke “voordeur”) maar deze werkt vanuit een individuele aanbieder en niet vanuit een overkoepelende coördinerende organisatie die het geheel overziet en stuurt. Dit is een logisch gevolg van de keuze om geen eisen aan de organisatie van de consortia te stellen maar maakt het moeilijker om grip te krijgen op het systeem voor de consortia en daarmee ook voor de gemeente. ,

,

,

3. 4

Tussen gemeenten en perceel 2 Op de budgetten van bestaande aanbieders in perceel 2 is een forse korting toegepast Bij de aanbesteding is besloten om op de budgetten voor bestaande aanbieders voor 2024 20% korting toe te passen om ruimte te maken voor nieuwe aanbieders en zorgcontinuïteit van cliënten die nu nog bij niet gecontracteerde aanbieders worden behandeld. Voor de vrijgevestigden is een budgetkorting onderdeel van het ondernemersrisico maar 20% is fors en het is de vraag hoe veel ruimte er voor nieuwe aanbieders moet zijn. Een deel van die 20% is recent vrijgevallen en daarmee wordt het budget van de vrijgevestigden opgehoogd. Dit proces heeft echter voor veel onrust gezorgd. ,

De invulling van partnerschap tussen de gemeenten en de vrijgevestigden is niet van de grond gekomen Nadat de aanbesteding van perceel 2 met een jaar werd uitgesteld zijn in 2023 diverse overleggen geweest tussen de gemeenten en de vrijgevestigden met name die zijn verenigd in 0 – 23. Bij deze vrijgevestigden is het beeld ontstaan dat een vorm zou worden gevonden om de tot dan toe bestaande praktijk te continueren van inschakeling van andere expertise zonder dat dit ten laste van het eigen budget gaat. Dit bleek bij de nota van inlichtingen niet zo te zijn. Toen vervolgens pas bij de ,

,

15

toekenning van budgetten aan het eind van Q1 bleek dat hierop voor bestaande aanbieders een korting van 20% was toegepast is een vertrouwensbreuk ontstaan. Deze is op het moment van schrijven van deze rapportage nog niet opgelost. ,

Door de budgetten voor bestaande aanbieders in perceel 2 alleen te baseren op de omzet in 2023 ontstaat een scheef beeld De gemeenten hebben ervoor gekozen om de budgetten voor bestaande aanbieders in perceel 2 in 2024 te baseren op de omzet van één jaar namelijk de omzet die de aanbieders binnen perceel 2 in 2023 hebben gemaakt. Vrijgevestigden uit perceel 2 geven aan dat dit een scheef beeld geeft omdat sommige vrijgevestigden in 2023 door omstandigheden minder hebben gewerkt en nu (veel) minder budget voor 2024 krijgen. ,

,

3. 5

Binnen perceel 2 Voor hulpvragen in de categorie ggz is de maximale behandelduur van 1. 050 minuten over het algemeen toereikend Onze gesprekspartners die werkzaam zijn in perceel 2 en zijn verenigd in het samenwerkingsverband 0 – 23 geven aan dat de gestelde limiet van 1. 050 behandelminuten over het algemeen toereikend is wanneer er sprake is van een hulpvraag die valt in onder een enkelvoudig product in de categorie ggz. Dit geldt volgens hen niet voor de complexere cliënten die voorheen ook door hen behandeld werden. Niet alle enkelvoudige zorg kan binnen één product worden aangeboden De scheiding tussen enkelvoudige zorg en complexere zorg leidt ertoe dat wanneer in de loop van een traject blijkt dat de betreffende jongere meerdere productcategorieën nodig heeft volgens de aanbestedingsregels overheveling moet plaatsvinden naar perceel 1. De voorheen bestaande mogelijkheid om zelf meerdere producten aan te bieden (zonder dat het meteen valt onder complexe zorg) is daarmee vervallen waardoor de cliënten niet meer bij dezelfde aanbieder in perceel 2 kunnen blijven. De overheveling naar perceel 1 gaat veelal gepaard met wachttijden. In de overbruggingsperiode is geen zorg beschikbaar met het risico op verergering van de bestaande problematiek van het kind. ,

,

De financiering van perceel 2 is niet ingericht op samenwerking binnen dit perceel Hoewel de aanbestedingsregels niet uitsluiten dat binnen het perceel wordt samengewerkt met andere vrijgevestigden bij de behandeling is dit alleen mogelijk ten laste van het budget van de hoofdbehandelaar. Zeker in combinatie met de doorgevoerde korting van 20% op het budget ervaren de vrijgevestigden geen ruimte om deze naar hun oordeel efficiëntere vorm van zorgverlening nog langer te hanteren. ,

16

/ 4

Conclusies

4. 1

Conclusies

en

adviezen

Er ligt een basis om op voort te bouwen maar het systeem is nog lang niet volwassen Er is draagvlak bij zowel de regio als de consortia voor de gekozen aanpak van de aanbesteding en daarmee ligt er een basis om voort te bouwen op het gekozen systeem. Het systeem is echter nog lang niet volwassen: het beoogde partnerschap op inhoud tussen regio en aanbieders komt onvoldoende tot stand mede door het gebrek aan een heldere visie op de gewenste inhoud en prioriteiten van de regio. Aanbieders ervaren geen eensgezindheid vanuit de regio. Ook de samenwerking binnen de consortia komt nog onvoldoende van de grond. ,

,

De knip tussen percelen op inhoud enerzijds en financiën anderzijds is mogelijk niet congruent Aanbieders die nu gecontracteerd zijn voor enkelvoudige zorg geven aan voorheen soms ook complexere zorg te leveren. In dat geval vallen deze cliënten nu onder perceel 1 maar is het bijbehorende budget toebedeeld aan perceel 2. Het is mogelijk dat ook andersom budget aan het verkeerde perceel is toebedeeld (als consortiumpartijen voorheen enkelvoudige zorg leverden). Het is niet duidelijk wat de omvang is van beide bewegingen. Het is daardoor niet duidelijk of de budgetten die aan de percelen zijn toebedeeld passen bij de opgave. Ook op uitvoeringsniveau levert de knip knelpunten op: als kinderen in perceel 2 complexer blijken te zijn dan binnen de financiële randvoorwaarden van perceel 2 past en overgeheveld worden naar perceel 1 staan ze lang op de wachtlijst. ,

,

,

De toedeling van kinderen en budget naar consortia is niet congruent Er is geen afbakening tussen de consortia terwijl de budgetten wel op voorhand vaststaan. Het is niet duidelijk of de toedeling van kinderen congruent is met deze budgetten: hier wordt niet op gestuurd of zelfs gemonitord. Daarnaast blijkt het uitgangspunt dat alle consortia alle hulp kunnen bieden in de praktijk niet haalbaar. Consortia schakelen elkaar ook nauwelijks in als onderaannemer waardoor er een risico bestaat dat kinderen die jeugdhulp uit verschillende consortia nodig hebben geen passende hulp krijgen. ,

,

In perceel 1 knelt het financieel Het knelt bij de aanbieders op dit moment waar het gaat om de inzet van financiële middelen om tegemoet te komen aan de vraag naar meervoudige jeugdzorg. Dit heeft naast bovenstaande incongruentie in de knip tussen de percelen twee oorzaken. Ten eerste moet uit de beschikbare lumpsum naast jeugdhulp ook de opbouw van het sturings- en monitoringssysteem worden bekostigd. Ten tweede zijn volumeontwikkelingen sinds het basisjaar 2021 onvoldoende meegenomen. Gezien de precaire financiële positie van een aantal aanbieders binnen de consortia zijn er geen mogelijkheden om tijdelijk eigen middelen in te zetten. Het draagvlak voor de gewijzigde inkoop in perceel 2 ontbreekt op dit moment volledig De beperking tot enkelvoudige zorg in combinatie met een te laat bekendgemaakt budget – gebaseerd op de omzet van 2023 – hebben partijen tegenover elkaar gezet. Dit werd nog eens versterkt door de korting van in eerste instantie 20% op het budget voor de gecontracteerde aanbieders.

17

4. 2

Adviezen Voor de regio Investeer in de doorontwikkeling van het gekozen systeem Contractueel zijn er geen mogelijkheden om het systeem op korte termijn te veranderen. Bovendien kost iedere verandering veel energie die niet naar jeugdhulp gaat. Systeemveranderingen hebben daardoor vaak een kostenopdrijvend effect. Bouw daarom voort op het gekozen systeem en het daarin vastgelegde uitgangspunt van partnerschap met de gecontracteerde consortia. Creëer in de regio de ruimte om gezamenlijk de geconstateerde knelpunten op te lossen. ,

Werk de regiovisie uit naar een concreet beeld van de benodigde jeugdhulp inclusief prioritering Breng de toekomstige vraag naar jeugdhulp in beeld door voort te bouwen op de binnen de regio bij enkele gemeenten beschikbare trendanalyses. Gebruik dit beeld als basis voor het inhoudelijke gesprek met de consortia hoe hierin de beoogde vernieuwing naar effectieve en efficiënte jeugdhulp (de transitiefase) te realiseren en welke prioritering hiervoor nodig is. ,

Richt in overleg met de consortia een adequaat sturings- en informatiesysteem in Inzicht in de kwaliteit van de geleverde hulp de hiervoor beschikbare capaciteit bij de aanbieders en de hiermee gepaard gaande reële kosten vormen de basis voor sturing en monitoring. Maak afspraken welke informatie onontbeerlijk is om de besteding van het jeugdhulp budget te verantwoorden en welke informatie nodig is om te beoordelen in hoeverre de beoogde transitie van de jeugdhulp te bewerkstelligen. ,

Ga na of de knip tussen perceel 1 en 2 congruent is Voor een robuust stelsel moeten de financiën congruent zijn met de inhoud. Op dit moment is niet duidelijk of dat het geval is. Het zou op basis van de declaraties uit eerdere jaren mogelijk moeten zijn om per aanbieder de verhouding tussen enkelvoudige en complexe jeugdhulp te bepalen en zo vast te stellen wat de budgetverdeling zou moeten zijn. Indien wordt vastgesteld dat bij de toedeling van de budgetten aan de percelen een substantiële incongruentie is ontstaan zijn er twee mogelijke opties om dit te ondervangen: Deel het budget strikt toe op basis van de in de ijkjaren verleende enkelvoudige jeugdhulp. Dit kan leiden tot een herverdeling tussen de beide percelen. Gezien de gevoeligheid hiervan bij aanbieders is het noodzakelijk hier tijdig en zorgvuldig over te communiceren. Als blijkt dat teveel budget is toebedeeld aan perceel 2 is het een optie om te accepteren dat in het aan perceel 2 toebedeelde budget een aandeel zit voor het verlenen van hulp die meer dan één product bevat. De aanbesteding geeft ruimte om ruimhartiger om te gaan met het vergoeden hiervan via herindicaties door het CJG. Deze optie lost op een pragmatische manier de problemen met de knip tussen de percelen op cliëntniveau op.

Een nadeel is dat de sturing op complexe zorg lastiger wordt en dat deze werkwijzen op gespannen voet staat met de geest van de aanbesteding. ,

,

Breng inhoud en financiën bij de consortia beter in balans Bespreek met de consortia op welke manier de verlening van jeugdhulp het beste in lijn is te brengen met de profielen van de aanbieders binnen elk van de consortia. Het uitgangspunt bij de aanbesteding is dat ieder consortium de hele keten van benodigde hulp dekt maar de vraag is of dit voor optimale hulpverlening het meest logische aangrijpingspunt is. In verband met enerzijds de ,

18

aanbestedingseisen en anderzijds de mogelijke gevolgen voor de toedeling van budgetten aan de consortia kan dit het best gekoppeld worden aan de hercontractering. Het gesprek hierover dient ruim tevoren plaats te vinden zodat beide partijen kunnen voorsorteren op mogelijke herschikking van taken. Kom de consortia tegemoet bij het vergoeden van de extra inrichtingskosten Overweeg om de door de consortia daadwerkelijk gemaakte kosten ten behoeve van het organiseren van hun interne samenwerking te vergoeden. Hierdoor valt het geld dat ten laste van het jeugdhulp beschikbare budget is aangewend vrij en kan dit voor hulpverlening worden ingezet. Bespreek in dat kader voorts hoe de consortia de structurele kosten van de samenwerking en zorginnovatie gaan opvangen door interne efficiency. Koppel eventueel tijdelijke overbruggingssteun hiervoor aan duidelijke prestatieafspraken. Communiceer tijdig over de beschikbare budgetten Om strategisch partnerschap te laten werken is het op de eerste plaats belangrijk dat in het vervolg tijdig gecommuniceerd wordt over de budgetten die beschikbaar zijn voor zowel perceel 1 als perceel 2. Aanbieders moeten weten waar ze aan toe zijn zodat zij hun middelen en planning optimaal kunnen afstemmen. Duidelijke tijdige en transparante communicatie over de financiële kaders is een vereiste om dit systeem te laten werken. ,

,

Voor de consortia in perceel 1 Ga een open gesprek aan met de regio over het financieren van maatwerkoplossingen In de regio worden momenteel in specifieke gevallen maatwerkoplossingen gefinancierd buiten de lumpsum om. Deze vormen voor de betreffende gemeenten een onevenredige belasting. Ook vanuit het oogpunt van bestendige jeugdhulp en prioriteren op basis van urgentie is dit een onwenselijke situatie. Een open gesprek is nodig over enerzijds de noodzaak zeer complexe gevallen snel en adequaat te helpen en anderzijds hiervoor de benodigde middelen te reserveren. Beschouw het als een gezamenlijk probleem dat in partnerschap moet worden aangepakt. Denk actief mee over de doorvoering van de beoogde zorginnovatie en leer van ervaring bij anderen Het gekozen aanbestedingssysteem gaat uit van partnerschap en erkenning van de professionaliteit bij aanbieders over de in te zetten jeugdhulp. Hoekstenen hierin zijn zorginnovatie en prioritering binnen de kaders van de beschikbare budgetten voor jeugdhulp. Erken de klem waarin ook de regio financieel zit en denk actief mee over zorginnovaties die bijdragen aan een oplossing. Ga actief op zoek naar goede voorbeelden en ga het gesprek aan over de impact hiervan in de lopende en volgende contractperioden.

Opereer als consortium als één organisatie en organiseer interne checks and balances Naast het hebben van één voordeur komt het de robuustheid van het consortium ten goede wanneer tenminste de penvoering bij een aparte organisatie wordt belegd. Daar waar de penvoerder tevens belanghebbende is kan dit afwegingen uit oogpunt van kwaliteit van jeugdhulp in de weg staan. Het organiseren van counterveiling power en interne checks and balances bevordert de doorontwikkeling van een consortium tot een organisatie die op inhoud als één geheel opereert. Daarnaast kan dit het benutten van schaalvoordelen in de backoffice faciliteren. ,

19

Werk met onderaannemers als noodzakelijke jeugdhulp niet in het consortium aanwezig is De meest effectieve jeugdhulp zeker in zeer complexe gevallen dient voorop de te staan. Wanneer deze onvoldoende binnen het eigen consortium voorhanden is is uitbesteden aan een ander consortium dat die kwaliteit wel in huis heeft aangewezen ondanks de daaraan verbonden financiële gevolgen. ,

,

,

,

Voor de vrijgevestigden in perceel 2 Zoek met de regio een constructieve uitweg uit het gerezen conflict Juridisering van een conflict dat in essentie gaat over erkennen van de toegevoegde waarde van aanbieders in perceel 2 en van de daarmee gemoeide financiering is niet behulpzaam bij het vinden van een duurzame oplossing. De regio wil erkennen dat de late toedeling van budgetten en de aanvankelijke korting van 20% daarop hierin een factor is. Dat geeft ruimte om gezamenlijk een oplossing te zoeken. De kans dat dit lukt is in deze fase groter als terughoudend omgegaan wordt met het zoeken van publiciteit en een juridisch conflict als laatste optie wordt beschouwd.

20

Andersson Elffers Felix

/

_ Bijlage 1: Lijst gesprekspartners #

Naam

1

Bas

2 3 4 5 6 5 6 7 8 9

anisatie Leeuwen

Gemeente

Haarlem

(geanoimserd)

Gemeente

(geanoimserd)

van

Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente

Functie Wethouder Directeur

Beleidsmanager Beleidsmanager Contractmanager Contractmanager Financieel controller Financieel adviseur

Ambtelijk opdrachtgever

Projectleider implementatie Ambtelijk opdrachtgever

CJG

Manager CJG

CJG

Manager CJG

Consortiu Consortiu Consortiu Consortiu Consortiu Consortiu Consortiu

(geano im se rd)

Haarlem

Velsen

Directie Directie Directie Directie Directie Directie Directie

Perceel 2 Vrijgevestigde

Vrijgevestigde

Perceel 2 0-23

Vrijgevestigde

en

Perceel 2 0-23

Vrijgevestigde

en

(geanonimiseerd)

Samenwerkingsverband (geanonimiseerd) Directeur-bestuurder

5

Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.

J Art. 5.1 lid 2 sub e Het belang van de openbaarmaking van deze informatie weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15017686/1