CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Rapport evaluatie pilot trajectbegeleiding voor economisch dakloze individuen en gezinnen 2019-2023 (2023)

commissie Samenleving 14 december 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20.55 uur Evaluatie van het traject begeleiding economisch dakloze mensen (DL)8.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Pilot trajectbegeleiding economisch dakloze mensen Evaluatie 2019-2023 28 augustus 2023 Gemeente Haarlem Maatschappelijke ondersteuning

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding

4

1.1

Evaluatie 2020

5

1.2

Focus evaluatie 2023

5

1.3

Leeswijzer

6

Trajectbegeleiding

7

2.1

Doelen en principes trajectbegeleiding

7

2.1.1

Doelen van trajectbegeleiding

7

2.1.2

Principes van trajectbegeleiding

7

2.2

Doelgroep pilot

7

2.3

Instroom en opstart trajectbegeleiding

8

2.3.1

Intakegesprek

8

2.3.2

Krachteninventarisatie

8

2.3.3

Uitstroom

8

2.3.4

Herindicatie beschikking

8

2.4

3.

4.

Bekostiging

9

Methode evaluatie 2023

10

3.1

Steekproef

10

3.2

Interviews trajecthouders, zorgcoördinatoren en teammanager

10

Resultaten

11

4.1

Economisch dakloze individuen

11

4.1.1

Totstandkoming beschikking en gevolgen

11

4.1.2

Trajectbegeleiding geeft inzicht in het leven van de persoon

11

4.1.3

Uitstroom & trajectbegeleiding

11

4.1.4

Krachteninventarisatie

13

Economisch dakloze gezinnen

13

4.2.1

Beperkte data

13

4.2.2

Algemene indruk

14

4.2

2

5.

Analyse

15

5.1 Doel 1 - Uitstroom naar zelfstandige of passende woonplek, dan wel land van herkomst (binnen tien maanden) 15 5.2

Doel 2 - Cliënt functioneert zo zelfstandig mogelijk

16

5.3

Doel 3 - Gezinsleden zijn fysiek en emotioneel veilig

17

5.4

Doel 4 - Verbeteren ontwikkelingskansen voor kinderen

18

6.

Conclusie

19

7.

Aanbevelingen

21

8.

Bijlage 1 – Vragenlijst

23

9.

Bijlage 2 - Uitstroom economisch dakloze gezinnen '19-'21

24

3

1.

Inleiding Met ingang van 1 juni 2019 is in de gemeente Haarlem een pilot voor anderhalf jaar gestart waarin trajectbegeleiding (verder TB) werd aangeboden aan economisch dakloze individuen en gezinnen in de maatschappelijke opvang (verder MO). De TB is gericht op uitstroom de MO uit en het zoveel mogelijk voorkomen van (verdere) psychische en/of emotionele schade. HVO-Querido en het Sociaal Wijk Team (verder SWT) constateerden namelijk dat economisch dakloze mensen met TB (mogelijk) sneller uit de MO stromen. Eenmaal in de MO, lukten het deze mensen niet om op eigen kracht een woonplek te vinden. Ook werd voor deze pilot aangenomen dat de doelgroep meer problemen heeft dan enkel een woonprobleem (enkelvoudig), zogenaamde meervoudige problematiek. Dat betekent dat men bijvoorbeeld ook problemen heeft op het gebied van verslaving of psychische functioneren. Zodoende werd de pilot TB gestart: twee uur per week begeleiding van een trajecthouder van HVO-Querido die met het individu of gezin een trajectplan opstelt die gericht is op uitstroom. Bij de start van de pilot verbleven de meeste gezinnen langer in de MO dan de maximaal toegestane zes maanden. De pilot had tot doel om binnen tien maanden na de start van het traject, uit te stromen. De pilot is in 2020 door de gemeente in gesprek met de betrokken partijen geëvalueerd en met één jaar verlengd.

Tot 2021 kreeg een select groepje economisch dakloze mensen TB, vanaf 2021 kreeg iedere economisch dakloos persoon TB. Voor 2022 is besloten de pilot met nog één jaar te verlengen, omdat de resultaten van de pilot door de coronacrisis moeilijk te beoordelen waren. Het doel van deze evaluatie is de ervaringen en resultaten van de pilot in kaart te brengen en aanbevelingen te doen ten aanzien van een structurele werkwijze. In 2023 wordt bepaald of en hoe de pilot wordt omgezet naar een structurele werkwijze. Hierbij wordt gekeken naar: • de verblijfsduur in de MO; • het aantal mensen dat is uitgestroomd tijdens de pilot; • de kwaliteit van het traject; • de duurzame uitstroom; • de samenwerking tussen het SWT, Brede Centrale Toegang (verder BCT) en het Centrum voor jeugd en gezin (verder CJG). Trajectbegeleiding kent in Haarlem twee vormen: TB voor de dakloze OGGZ-doelgroep en TB voor de economisch dakloze doelgroep. Deze pilot heeft betrekking op laatstgenoemde en daardoor valt de eerste buiten de scope van deze evaluatie. Wanneer in dit document over TB wordt gesproken, dan heeft dat enkel betrekking op TB voor economisch dakloze mensen.

Onder economisch dakloosheid wordt in de gemeente Haarlem verstaan: dakloze mensen die alleen op het gebied van huisvesting niet zelfredzaam zijn en niet terug kunnen vallen op voorliggende voorzieningen en/of eigen sociale netwerk, worden “economisch dakloze mensen” genoemd. Economisch daklozen gezinnen en individuen uit Haarlem worden, gescheiden van elkaar, opgevangen in de MO locatie Velserpoort. De economisch dakloze doelgroep komt op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (verder Wmo) niet in aanmerking voor de maatschappelijke opvang. In de regio Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer is afgesproken dat iedere gemeente zelf verantwoordelijk is voor de ondersteuning en (eventuele) opvang van de economisch dakloze doelgroep. Om die reden heeft de gemeente Haarlem deze pilot voor deze doelgroep ingericht.

4

Gedurende de pilot liepen verschillende maatschappelijke ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan de Coronacrisis, gevolgd door tijden van oplopende inflatie en een huisvestingscrisis. Dit alles maakt dat dakloze mensen steeds moeilijker een huis kunnen vinden en kunnen betalen.

1.1 Evaluatie 2020 De pilot TB werd in 2020 tussentijds geëvalueerd. De belangrijkste uitkomsten waren toen: 1. Door de TB is meer en eerder zicht op de multi-problematiek, bijvoorbeeld als iemand, naast een huisvestingsvraagstuk, ook kampt met onderliggende GGZ-problemen of problemen op een ander leefgebied; 2. Door de TB worden cliënten geactiveerd om actief te zoeken naar huisvesting; 3. Door TB is meer zicht op de inzet van de client zelf; 4. Tijdens de pilot was de vraag naar begeleiding groter dan het beschikbare aanbod; 5. Het was niet altijd duidelijk wie verantwoordelijk was voor ondersteuning: het SWT of HVOQuerido. De algemene conclusie van de tussentijdse evaluatie was als volgt: Gedurende de pilot zijn iets meer mensen uitgestroomd dan in het jaar voor de pilot. Ook zien we minder mensen die langer dan zes maanden in de MO verblijven. Het is echter nog te vroeg om te zeggen of de TB aan economisch dakloze mensen daadwerkelijk bijdraagt aan een snellere uitstroom. Zo kunnen we de doelgroep met TB niet vergelijken met de groep die geen TB ontvangt, omdat de achtergrond sterk van elkaar verschilt. Wel wordt geconstateerd dat enkelvoudige problemen bijna niet [voorkomen] en dat de onderliggende problematiek sneller in kaart wordt gebracht wanneer een trajecthouder betrokken is.

Door de begeleiding wordt vroegtijdig aan problemen gewerkt en aangestuurd op een passende en duurzame oplossing. Cliënten worden door de traject[houder] aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid en worden daardoor intrinsiek gemotiveerd. […]. De consequentie van de evaluatie uit 2020 was: Omdat op basis van de huidige resultaten het nog te vroeg is om te kunnen zeggen of de pilot daadwerkelijk bijdraagt aan een snelle uitstroom, is de pilot in het kader van de brede aanpak dak- en thuisloosheid met één jaar verlengd. Bij de verlenging is ervoor gekozen om geen onderscheid meer te maken tussen economische dakloze mensen met enkelvoudige of meervoudige problematiek. Vanaf 1 januari 2021 kunnen alle economisch dakloze mensen extra begeleiding krijgen vanuit de pilot. Door de TB voor iedereen beschikbaar te stellen krijgen alle economisch dakloze mensen een trajecthouder, zodat meer wordt gestuurd op uitstroom. De verlenging van de pilot geeft de mogelijkheid om de resultaten over een langere periode te volgen.

1.2 Focus evaluatie 2023 De evaluatie van 2020 wees uit dat bij de doelgroep "enkelvoudige problematiek bijna niet voorkomt", oftewel de doelgroep heeft veelal meervoudige problematiek1. TB richt zich op economisch dakloze mensen: deze groep wordt geacht zelfredzaam te zijn in het oplossen van problemen (enkel- of meervoudig) en daarom is het twijfelachtig of het uitmaakt of deze groep

1

Bijvoorbeeld verslavingsproblematiek of financiële problemen.

5

enkel- of meervoudige problematiek heeft. In de praktijk blijkt het verschil 'zelfredzaam' en 'nietzelfredzaam' dus niet altijd zo zwart-wit te zijn. De consequente van de evaluatie van 2020 was dat (vanaf 1 januari 2021) geen onderscheid meer werd gemaakt tussen economisch dakloze mensen met enkelvoudige en meervoudige problematiek. Hierdoor kreeg iedere economisch dakloos individu en gezin TB, met als doel de uitstroom te bevorderen. De focus van deze evaluatie ligt op (onder andere) op het toetsen van die gedachte: in hoeverre hebben economisch dakloze mensen TB nodig, in hoeverre draagt dat bij aan de uitstroom en hoe beperkt TB (verdere) psychische en/of emotionele schade? De insteek bij de start van de pilot in 2019 was om deze ieder kwartaal te evalueren. Voorafgaand aan de pilot moest een nulmeting met betrekking op de verblijfsduur van de economisch dakloze mensen worden gehouden. Het voornemen was om dan achteraf een een-meting te doen, zodat vergelijken mogelijk was. De verwachting was dat de TB de verblijfsduur aanzienlijk zou verkorten en psychische en/of emotionele schade zou beperken. Uit de data die in 2023 voorhanden is, blijkt dat geen data beschikbaar is over de periode van vóór de TB. Een nulmeting ontbreekt. Een verband leggen tussen TB en snellere uitstroom, kan daardoor via deze evaluatie niet worden gelegd.

Wel kan deze evaluatie iets zeggen over de effecten van TB en de geleerde lessen toe nu toe.

1.3 Leeswijzer Dit rapport is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk gaat over wat trajectbegeleiding is, voor wie het bedoeld is en hoe het wordt bekostigd. Hoofdstuk 3 gaat over de methode van de evaluatie en in hoofdstuk 4 worden de resultaten gepresenteerd. In hoofdstuk 5 worden de resultaten geanalyseerd, gevolgd door hoofdstuk 6 met de conclusies. Tot slot volgen in hoofdstuk 7 de aanbevelingen.

6

2.

Trajectbegeleiding In dit hoofdstuk wordt uiteengezet wat TB is, voor wie het bedoeld is, wat de pilot tot doel heeft en het werkproces.

2.1 Doelen en principes trajectbegeleiding TB aan economisch dakloze mensen betekent wekelijks twee uur aan begeleiding. Zij worden gekoppeld aan een trajecthouder van HVO-Querido die met hen een trajectplan opstelt. Het trajectplan is gericht op (snellere) uitstroom en beslaat alle (tien) leefgebieden. Deze leefgebieden gaan (o.a.) over de financiële situatie, het huisvestingsvraagstuk en woonvaardigheden. De begeleiding is ondersteunend, motiverend van aard en cliënten hebben zelf de regie over hun traject. De trajecthouders zijn op de locatie aanwezig, waardoor de cliënt op locatie een aanspreekpunt heeft. TB kan zowel aan alleenstaanden als aan gezinnen worden gegeven. 2.1.1 Doelen van trajectbegeleiding De TB kent de volgende vier doelen: 1. Uitstroom naar zelfstandig of passende woonplek, dan wel land van herkomst (binnen tien maanden); 2. Cliënt functioneert zo zelfstandig mogelijk; 3. Gezinsleden zijn fysiek en emotioneel veilig; 4. Verbeteren ontwikkelingskansen voor kinderen. 2.1.2 Principes van trajectbegeleiding TB kent een krachtgerichte aanpak en dat betekent dat de begeleiding gericht is op de krachten van de cliënt(en). HVO-Querido hanteert daarover de volgende zes principes: 1. Cliënten hebben het vermogen te herstellen, hun leven weer op te pakken en te veranderen; 2. Focus op de krachten en niet op de tekortkomingen; 3.

De cliënt heeft de regie over de begeleiding; 4. De werkrelatie tussen de cliënt en de begeleider staat op de eerste plaats; 5. Werken in een natuurlijke omgeving; 6. De samenleving als hulpbron.

2.2 Doelgroep pilot De pilot is gericht op economisch dakloze mensen en wordt geboden aan: • Economische dakloze volwassenen van 23 jaar en ouder; • Economisch dakloze gezinnen bestaande uit (minimaal) een volwassene met één of meer inwonende kinderen tot 23 jaar. Kinderen krijgen passende zorg (i.s.m. CJG, SWT, jeugdzorgaanbieders en consultatiebureaus). Kinderen worden bij binnenkomst geregistreerd in MULTIsignaal2. 2

De MULTIsignaal Verwijsindex is een digitaal systeem waarin professionals uit bijvoorbeeld de jeugdzorg of het onderwijs kunnen aangeven, dat zij betrokken zijn bij een jongere (0-23 jaar). Op deze manier kunnen professionals die werken in de domeinen Jeugdhulp, Jeugdgezondheidszorg, gezondheidszorg, onderwijs, Maatschappelijke ondersteuning, Werk & Inkomen en Politie & Justitie met elkaar afstemmen om de jongere en het gezin zo goed mogelijk te ondersteunen.

7

2.3 Instroom en opstart trajectbegeleiding Het traject van TB begint bij de BCT. De BCT geeft de beschikking af voor het plaatsen van economisch dakloze gezinnen en individuen in de Velserpoort3 (VP). In de VP krijgen zij twee uur aan TB per week. 2.3.1 Intakegesprek Twee weken na binnenkomst, volgt een intakegesprek. Bij gezinnen zijn structureel het CJG en SWT aanwezig; bij individuen voeren HVO-Querido en het SWT het intakegesprek. De intake kent twee doelen: 1. Het verder in kaart brengen van de hulpvragen op de verschillende leefgebieden (incl. financiën), maar ook een gesprek over de problemen die worden gesignaleerd; 2. Het nemen van een gezamenlijk besluit of TB nodig is. Dit besluit hangt samen met de geconstateerde problematiek en het antwoord op de vraag in hoeverre een cliënt/gezin op eigen kracht kan uitstromen. Wanneer een TB wordt ingezet, worden de afspraken tussen de cliënt(en) en HVO-Querido in het trajectplan vastgelegd. HVO-Querido neemt hierin een coördinerende rol en treedt op als trajecthouder. 2.3.2 Krachteninventarisatie In de zes weken die volgen, wordt een krachteninventarisatie van de tien leefgebieden opgesteld. Hieruit volgen hersteldoelen voor de cliënt(en). Deze hersteldoelen worden opgenomen in het trajectplan en vertaald in korte termijn acties en zijn gericht op uitstroom. De trajecthouder speelt in de TB een cruciale rol.

De taken van trajecthouder zijn: • In samenspraak met cliënt, SWT en CJG het trajectplan opstellen, evalueren en bijstellen; • Krachteninventarisatie opstellen; • Psychosociale begeleiding; • Voortgangsgesprekken voeren met cliënt(en) en keten; • Crisisbegeleiding in acute situaties; • Signaleren en begeleiden van vraagstukken in de directe leefomgeving van de cliënt(en); • Eindverantwoordelijk voor begeleiding en uitstroom cliënt(en); • Managementinformatie, in overleg met accounthouder, aanleveren; • Cliënt(en) begeleiden bij regelen van praktische zaken en externe afspraken; • Risicotaxatie maken. De TB wordt periodiek met de cliënt(en) en ketenpartners geëvalueerd. De uitkomsten worden vastgelegd in een evaluatieverslag. 2.3.3 Uitstroom Bij uitstroom naar een duurzame vervolgplek, vaak is dit een zelfstandige woonplek, verzorgt HVOQuerido verslaglegging voor de BCT. Met de cliënt vindt een eindgesprek plaats, waarvan HVOQuerido een eindverslag maakt met daarin een samenvatting van het gehele traject. Het eindverslag wordt gedeeld met de BCT. 2.3.4 Herindicatie beschikking Wanneer uit het intakegesprek, de krachteninventarisatie of het verloop van het traject blijkt dat de problematiek van het gezin of individu te zwaar is, dan vraagt HVO-Querido bij de BCT een 3

Locatie opvang economisch dakloze alleenstaanden en gezinnen.

8

herindicatie. Wanneer dat een OGGZ-indicatie is, dan helpt HVO-Querido bij de aanmelding en (wanneer nodig) overplaatsing van het gezin of het individu.

2.4 Bekostiging De pilot wordt gefinancierd vanuit Versterkers duurzaam doen, maar dat liep in 2022 af. Via een resultaatbestemming zijn overgebleven middelen van 2022 ingezet voor 2023. Dat kwam neer op €114.000 en dat lijkt de jaarlijkse kosten ongeveer te dekken. De tarieven van de TB waren in 2022 als volgt:

9

3.

Methode evaluatie 2023 Zoals in 2.3 omschreven, kent TB de volgende resultaten: • Intakegesprek na twee weken; • Krachteninventarisatie van tien leefgebieden; • Trajectplan; • Uitstroom binnen tien maanden. De bovenstaande punten zijn de indicatoren voor deze evaluatie en worden daarom getoetst.

3.1 Steekproef De cases zijn steekproefsgewijs geselecteerd. De twee groepen waaruit is geselecteerd, zijn economisch dakloze individuen (meldcode 10A40) en economisch dakloze gezinnen (meldcode 10A41 en 10A42) die op de VP verblijven. De steekproef is gericht op: • kortlopende trajecten (uitstroom na drie maanden); • recidiverende trajecten (terugkeer in TB); • langdurende trajecten (verblijf langer dan twaalf maanden). Volgens de rapportage van HVO-Querido waren het aantal economisch dakloze mensen dat TB ontving tussen Q4 2021 tot en met Q1 2023 als volgt4: Q4 2021

Q1 2022

Q2 2022

Q3 2022

Q4 2022

Q1 2023

Individuen

4

6

11

14

10

8

Gezinnen

21

24

15

20

20

17

De cases zijn in samenwerking met Data, Informatie en Analyse (DIA) geselecteerd. DIA heeft een dataset geleverd en daaruit zijn semi-steekproefsgewijs cases geselecteerd. Hieruit zijn vijf individuen (twee kort; een recidiverend; twee lang) en negen gezinnen (drie kort; twee recidiverend; vier lang) geselecteerd.

3.2 Interviews trajecthouders, zorgcoördinatoren en teammanager De geselecteerde cases werden besproken met de zorgcoördinator van de VP individuen en de zorgcoördinator van de VP-gezinsopvang en per casus werd de bijbehorende trajecthouder betrokken. Deze gesprekken vonden 11 en 18 juli 2023 plaats. Voor de gesprekken is een leidraad opgesteld (zie bijlage 1). In de gesprekken was ook ruimte voor het open gesprek, zodat ruimte was voor onvoorziene inzichten en deze mee konden worden genomen in deze evaluatie. In navolging van die gesprekken, werd op 25 juli 2023 ook een gesprek met de teammanager van HVO-Querido gevoerd. De uitkomsten van de gesprekken worden in hoofdstuk 4 gepresenteerd. In hoofdstuk 5 worden diezelfde resultaten geanalyseerd en in hoofdstuk 6 volgen de conclusies. Tot slot bevat hoofdstuk 7 twee aanbevelingen. 4

Let op: het gaat hier om het aantal unieke personen dat per kwartaal TB kreeg. Iemand die in Q4 2022 TB kreeg, kan dat in Q1 2022 nog steeds krijgen. De cijfers zeggen dus niks over uitstroom.

10

4.

Resultaten De resultaten die worden gepresenteerd, zijn op basis van drie gesprekken (zie 3.2). De resultaten zijn opgedeeld in twee paragrafen: eerst de economisch dakloze individuen, gevolgd door de economisch dakloze gezinnen. De resultaten worden beschrijvend gepresenteerd; in hoofdstuk 5 worden deze geanalyseerd.

4.1 Economisch dakloze individuen Het gesprek over de TB voor economisch dakloze individuen vond plaats op 18 juli 2023. Van HVOQuerido waren aanwezig: de zorgcoördinator en drie trajecthouders. Vanuit de gemeente Haarlem waren aanwezig: de ketenregisseur MO, de beleidsadviseur MO en de betrokken data-analist. 4.1.1 Totstandkoming beschikking en gevolgen De eerste intake wordt door de BCT uitgevoerd. Deze intake is bepalend, omdat de persoon in kwestie wordt beoordeeld als economisch dakloos of OGGZ-doelgroep. De beoordeling leidt tot een beschikking en dat bepaalt of iemand op grond van de Wmo (OGGZ) of gemeentelijk beleid (economisch) in aanmerking komt voor de MO. De beschikking later in het proces wijzigen, is volgens de respondenten lastig. De mensen die de intake van de BCT doorlopen en als economisch dakloos worden beoordeeld, zijn volgens de respondenten vaak welbespraakt ("streetwise"). Door die welbespraaktheid, komen de “echte” problemen, zoals een lichte verstandelijke beperking of trauma, niet (altijd) aan het licht. Wanneer de BCT meer tijd heeft voor de beoordeling, kunnen zij een casus beter beoordelen. Aangezien economisch dakloze mensen alleen een woonprobleem lijken te hebben, krijgen zij het label economisch dakloos.

In de periode daarna, bij de VP, komen meestal ook andere problemen aan het licht, bijvoorbeeld sociale problemen door een licht verstandelijk beperking al dan niet in combinatie met verslavingsproblematiek (dat blijkt ook uit onderzoek5). TB levert inzichten die reden geven om de BCT te vragen opnieuw te indiceren. Die herindicatie resulteert regelmatig in een omzetting van economisch dakloos naar OGGZ. 4.1.2 Trajectbegeleiding geeft inzicht in het leven van de persoon De trajecthouders gaven aan dat TB inzicht geeft in het leven van de economisch dakloze persoon. Zij hebben over een langere periode contact met de persoon, stellen een trajectplan op en hebben daardoor meerdere gesprekken met elkaar. Ook het verblijf in de voorziening en de signalerende functie die het team daar heeft, biedt veel informatie. De informatie die de trajecthouders ophalen, leidt tot meer inzichten in de problematiek van de persoon. Die inzichten leidden meer dan eens tot een herindicatie, waarna de persoon als OGGZ wordt beoordeeld in plaats van economisch dakloos. 4.1.3 Uitstroom & trajectbegeleiding Uitstroom als gevolg van TB aan economisch dakloze mensen verloopt moeizaam. Volgens de respondenten ligt dat aan het feit dat zij geen of nauwelijks rechten op de woningmarkt hebben6 of

5 6

Huisvesting en ondersteuning economisch dak- en thuisloze(n) [mensen] door Platform31 (2021); Geen recht op Pact-woning, lange wachttijd voor sociale huurwoning.

11

aanspraak kunnen maken op andersoortige uitstroommogelijkheden, zoals bijvoorbeeld tussenvoorzieningen of anti-kraak7. De gemeente Haarlem heeft geen sociaal pension8, terwijl dat wel geschikt is voor economisch dakloze mensen. Daarnaast is de huidige wachttijd voor een sociale huurwoning in Haarlem 8,1 jaren9. Daardoor maken economisch dakloze mensen zonder een dergelijke inschrijftijd geen enkele kans op een sociale huurwoning in Haarlem10. Wanneer de persoon wél de benodigde inschrijftijd heeft, dan zijn de regels omtrent het toewijzen van een sociale huurwoningen het volgende struikelblok. Zo hebben economisch dakloze mensen soms een baan, waardoor zij teveel verdienen voor een sociale huurwoning. Hierdoor zijn zij aangewezen op de vrije sector woningen en daar voldoet deze groep (meestal) ook niet aan de eisen (inkomenseis van vier keer de kale maandhuur). Daarnaast is door de hoge inflatie van de afgelopen jaren, ook die laatste optie voor steeds meer mensen ontoereikend. De uitstroommogelijkheden in Haarlem frustreren de resultaten die TB kan boeken. Het doel van TB is zo snel mogelijk de MO uitstromen, maar dat is alleen mogelijk wanneer daarvoor genoeg (passende) uitstroommogelijkheden beschikbaar zijn. Dat is nu niet het geval. De respondenten blijven ondertussen samen met de cliënt zoeken naar een geschikte uitstroommogelijkheid.

De cliënt wordt “overal” ingeschreven (Woonservice of equivalent in andere gemeenten, commerciële aanbieders, Marktplaats, etc.). Al deze inschrijvingen kosten geld en dat leidt, als hieruit geen woning volgt, na enkele maanden tot frustratie en moedeloosheid bij de persoon in kwestie. De groep economisch dakloze mensen die wel de MO uitstromen, zijn veelal gedurende het traject omgezet naar OGGZ en kunnen zodoende aanspraak maken op aan PACTwoning. Van de vijf economisch dakloze individuen die zijn onderzocht, zijn vier gedurende het traject van economisch omgezet naar OGGZ11. Deze individuen zijn, op het moment van uitstromen, niet meer economisch dakloos, maar OGGZ. De economisch dakloze individuen die later worden omgezet naar OGGZ behoeven enerzijds aan de voorkant beter onderzoek, zodat zij eerder op het juiste traject worden geplaatst en zodoende sneller kunnen uitstromen. Anderzijds kan het ook zijn dat mensen ten tijde van de periode van dakloosheid en/of de periode in de MO dusdanig veel stress ervaren dat zij mentaal verder afglijden. Volgens de respondenten horen economisch dakloze individuen niet thuis in de MO, omdat de kloof tussen wat zij gewend waren en de MO te groot is. De MO in Haarlem bestaat uit tweepersoonskamers, waardoor mensen niet voldoende tot rust komen.

Het is aangetoond dat mensen meer tot rust komen en stabiliseren op eenpersoonskamer, waar zij 24 uur per dag gebruik van kunnen maken12. Mensen raken in de huidige MO in een vicieuze cirkel: zij hospitaliseren snel en daarna ontstaan bijvoorbeeld (grotere) psychisch of verslavingsproblemen. Een sociaal pension of tussenvoorziening, inclusief eenpersoonskamer met eigen voorzieningen zoals een badkamer en (gemeenschappelijke) keuken, past beter bij economisch dakloze individuen. Van de elf economisch dakloze individuen die tot 2022 TB kregen, zijn uiteindelijk twee personen als economisch dakloos uitgestroomd. De overige negen zijn omgezet naar OGGZ. Dit laat (o.a.)

7

Met uitzondering van Onder de Pannen van en door de Regenboog Groep; Tijdelijke opvang in bijvoorbeeld een motel, hotel of hostel. Dit voorkomt dat de problemen van economisch dakloze mensen door ervaringen in de MO verder opstapelen; 9 Prestatieafspraken [woningcorporaties] Haarlem: 2022 tot en met 2025 (juni 2022); 10 De totale woningvoorraad in Haarlem bestaat voor 35% uit sociale huurwoningen. De doelgroep van de sociale huurwoningen wordt gevormd door mensen met een inkomen tot maximaal de EU-grens (tot € 36.165,-). Uit het regionaal woonwensenonderzoek blijkt dat 41% van de huishoudens in Haarlem tot deze inkomensgroep behoort (Nota Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment, 2022); 11 Van de gehele populatie economisch dakloze mensen die tot 2022 TB kreeg (elf), werden negen gedurende het traject omgezet naar OGGZ; 12 Staat van de nachtopvang 2022 door Valente (2022). 8

12

zien dat het huidige aanbod nog onvoldoende helpt om psychische en emotionele schade van dakloze mensen te beperken. 4.1.4 Krachteninventarisatie Eén van de acties in TB is een krachteninventarisatie maken. Hierbij zetten de respondenten hun vraagtekens, omdat de reden dat iemand economisch dakloos is, een financiële reden is. Volgens de respondenten is onderzoek doen naar allerlei andere levensgebieden dan financieel (en/of wonen), gezien de definitie van economisch dakloosheid, niet altijd nodig. Een dergelijk onderzoek heeft volgens hen zin als iemand OGGZ-problematiek heeft, omdat men dan moet werken aan bepaalde vaardigheden die het zelfstandig wonen op dat moment in de weg staan. Een economisch dakloos individu ontbeert, volgens de definitie, die vaardigheden niet. Echter, de meeste economisch dakloze individuen zijn (mede) dankzij de krachteninventarisatie opnieuw geïndiceerd13, waarna deze recht op opvang volgens de Wmo verkregen. Vanuit dat perspectief heeft de krachteninventarisatie wel zin, omdat het de onderliggende problematiek ontrafeld. Over de groep economisch dakloze individuen die geen herindicatie krijgen, geven de respondenten aan dat trajecthouders een dienstverlenende en motiverende houding aannemen (“op hun handen moeten zitten”). Daarmee bedoelen zij dat de economisch dakloze mensen zelf in staat zijn om hun eigen uitstroom te organiseren.

Zij vinden de MO (meestal) “vreselijk”, waardoor zij enorm gemotiveerd zijn om zo snel mogelijk uit te stromen. Zoals gezegd: dat organiseren zij volgens de respondenten het beste zelf, niet de trajecthouders; die ondersteunen wanneer nodig. Tot slot brengt TB de dagbesteding in kaart en, bij gebrek, wordt in samenwerking met de persoon gezocht naar (zinvolle) dagbesteding (bij voorkeur betaald werk).

4.2 Economisch dakloze gezinnen Het gesprek over de TB voor economisch dakloze gezinnen vond plaats op 11 juli 2023. Van HVOQuerido waren aanwezig: de zorgcoördinator en twee trajecthouders. Vanuit de gemeente Haarlem waren aanwezig: de ketenregisseur MO, de beleidsadviseur MO en de betrokken dataanalist. 4.2.1 Beperkte data De twee trajecthouders die deelnamen aan dit gesprek zijn recent als trajecthouder aan de slag gegaan (respectievelijk november 2022; april 2023). Hierdoor konden zij geen ervaringen delen over casuïstiek van voor hun tijd. Door de beperkte beschikbaarheid van data (zie ook 1.2), ging het gesprek over het algemene idee van TB en de ervaringen van de trajecthouders tot nu toe. HVOQuerido heeft na afloop data uit hun ECD14 gehaald en dit digitaal aangeleverd, waaronder de uitstroomcijfers van economisch dakloze gezinnen tussen 2019-2022 (zie bijlage 2). De cases waarover data is aangeleverd, is vanuit de verslaglegging weinig bekend. In sommige gevallen verbleven cliënten lang in de MO, maar is niet meer te achterhalen wat voor deze mensen vanuit HVO-Querido is gedaan. Met andere woorden: dossiers zijn door de medewerkers in de VP onvoldoende opgebouwd en daardoor is niet meer te achterhalen wat de trajecthouders en cliënten gedurende het traject hebben ondernomen.

Dat wil overigens niet zeggen dat in deze cases niks is gebeurd, maar wat wel is niet te zeggen.

13 14

Negen van de elf tot 2022; Elektronisch Cliëntendossier.

13

4.2.2 Algemene indruk Uit de data is wel op te maken dat van de economisch dakloze gezinnen (63), drie gezinnen zijn omgezet naar OGGZ. In tegenstelling tot de economisch dakloze individuen die veelal worden omgezet naar OGGZ, komt dit bij de gezinnen veel minder vaak voor. Voor de economisch dakloze gezinnen geldt evengoed dat zij moeizaam uitstromen vanwege de beperkte uitstroommogelijkheden (zie 4.1.3). Bij economisch dakloze gezinnen betrekt HVO-Querido structureel het CJG en de Blijf Groep15, zodat de veiligheid van alle gezinsleden wordt gewaarborgd. Kinderen worden aangemeld bij MULTIsignaal. De MULTIsignaal Verwijsindex is een digitaal systeem waarin professionals uit bijvoorbeeld de jeugdzorg of het onderwijs kunnen aangeven, dat zij betrokken zijn bij een jongere (0-23 jaar). Op deze manier kunnen professionals die werken in de domeinen Jeugdhulp, Jeugdgezondheidszorg, gezondheidszorg, onderwijs, Maatschappelijke ondersteuning, Werk & Inkomen en Politie & Justitie met elkaar afstemmen om de jongere en het gezin zo goed mogelijk te ondersteunen. Wanneer nodig wordt de meldcode voor "huiselijk geweld en kindermishandeling" ingezet en wordt een melding bij 'Veilig Thuis' gedaan.

15

Voorheen het SWT.

14

5.

Analyse Dit hoofdstuk gaat over de analyse van de resultaten (hoofdstuk 7). Ter opfrissing eerst opnieuw de omschrijving van wat TB is en wat de doelen zijn: Binnen de kaders van deze pilot is TB wekelijks twee uur aan begeleiding aan economisch dakloze mensen. Zij worden gekoppeld aan een trajecthouder van HVO-Querido die met hen een gezamenlijk trajectplan opstelt. Het trajectplan is gericht op (snellere) uitstroom en beslaat alle leefgebieden. De trajecthouders zijn op de locatie aanwezig, waardoor de cliënt een aanspreekpunt op locatie heeft. De TB kent vier doelen, namelijk: 1. Uitstroom naar zelfstandig of passende woonplek, dan wel land van herkomst (binnen tien maanden); 2. cliënt functioneert zo zelfstandig mogelijk; 3. gezinsleden zijn fysiek en emotioneel veilig; 4. verbeteren ontwikkelingskansen voor kinderen.

De analyse wordt aan de hand van de doelen van TB doorlopen. Hierin is een onderscheid gemaakt tussen economisch dakloze individuen en gezinnen.

5.1 Doel 1 - Uitstroom naar zelfstandige of passende woonplek, dan wel land van herkomst (binnen tien maanden) De uitstroom van economisch dakloze individuen betekent meestal dat zij, na een herindicatie, worden omgezet naar OGGZ-doelgroep. Die omzetting betekent niet dat deze mensen de MO zijn uitgestroomd: zij hebben een andere beschikking (OGGZ) gekregen met andere financiering en andere rechten (bijvoorbeeld een Pact-woning). Vervolgens stromen deze mensen later in het traject via een Pact-woning uit. Bij negen van de elf economisch dakloze individuen werd later OGGZ geconcludeerd. Bij de economisch dakloze gezinnen gebeurde dat veel minder: bij drie van de 63 economisch dakloze gezinnen. Hieronder is de informatie in twee cirkeldiagrammen gevat:

Individuen

2

9

Individu van economisch naar OGGZ

Individu blijft economisch

15

Gezinnen 3

60

Gezin van economisch naar OGGZ

Gezin blijft economisch

De TB aan de individuen draagt dus niet bij aan directe uitstroom, maar wel aan verder onderzoek waaruit blijkt dat deze cases tot de OGGZ-doelgroep behoren en via die weg moeten uitstromen. Wanneer eerder in het traject duidelijk is dat van OGGZ-problematiek sprake is, dan stromen deze mensen sneller de MO uit. Hiervoor is uitgebreider onderzoek aan het begin van het traject nodig. Het kan ook zijn dat mensen gedurende hun periode in de MO problemen krijgen, waardoor zij later een OGGZ-indicatie krijgen. Over de enkele economisch dakloze individuen die geen herindicatie krijgen, stellen de respondenten dat zij, in feite, geen TB nodig hebben. Deze individuen zijn per definitie zelfredzaam en vinden het vaak zo “vreselijk” in de MO dat zij zorgen dat zij zo snel mogelijk elders terecht kunnen. In sommige gevallen geldt dit ook voor gezinnen. Voor deze economisch dakloze individuen is wellicht minder begeleiding voldoende, bijvoorbeeld in de vorm van een waakvlam16. Beschikbaarheid van begeleiding, bijvoorbeeld door het SWT, is wel wenselijk. De groep economisch dakloze gezinnen die geen herindicatie krijgt, is veel groter. Deze worden veel minder vaak gedurende het traject omgezet naar OGGZ. Deze gezinnen verblijven echter wel lang in de MO. Dit heeft vooral met het beperkte aantal uitstroommogelijkheden te maken.

Zij hebben niet of nauwelijks rechten op de woningmarkt17 en/of kunnen geen aanspraak maken op andersoortige uitstroommogelijkheden, zoals bijvoorbeeld tussenvoorzieningen of anti-kraak. De bestaanszekerheid van economisch dakloze gezinnen staat hierdoor onder druk en dat is zorgelijk.

5.2 Doel 2 - Cliënt functioneert zo zelfstandig mogelijk De TB zet in op een zo zelfstandig mogelijk bestaan van de cliënt. De economisch dakloze individuen functioneren per definitie zelfstandig; zij zijn immers zelfredzaam en hebben enkel een woonprobleem. Volgens de respondenten passen deze mensen niet in de MO, omdat zij door hun verblijf in de MO onnodig verslechteren. Zij zijn gebaat bij verblijf in een zelfstandige unit van 16

Bijvoorbeeld een of twee keer per maand contact tussen trajecthouder en cliënt, zodat,wanneer nodig, problemen op tijd gesignaleerd worden; 17 Geen recht op Pact-woning, lange wachttijd voor sociale huurwoning.

16

waaruit zij hun woonprobleem kunnen oplossen, zodat hen verblijf in de MO wordt bespaard. De economisch dakloze individuen die later in het traject worden omgezet naar OGGZ, behoren in feite niet tot de doelgroep van deze pilot. Zij behoren via de reguliere TB voor de OGGZ-doelgroep aan hun herstel te werken. Voor de economisch dakloze gezinnen, zie doel 3 en 4.

5.3 Doel 3 - Gezinsleden zijn fysiek en emotioneel veilig Dit doel is voor economisch dakloze individuen niet van toepassing, omdat zij niet met gezinsleden in de MO verblijven. In 2019 is de pilot TB economisch dakloze mensen met CJG en SWT gestart. Later zijn hier de Blijf Groep en Veilig Thuis aan toegevoegd. Samen zetten deze organisaties zich in voor fysieke en emotionele veiligheid in de MO. Bij instroom wordt altijd aandacht besteed aan de zachte landing. De medewerkers van HVOQuerido vragen naar de behoeftes van het gezin en hoe het met hen gaat. Op deze manier zet HVO-Querido in op een gevoel van welkom zijn en veilig zijn. HVO-Querido investeert extra aandacht in het contact met de kinderen, voor wie het verblijf op een MO zwaar kan zijn. In overleg met CJG en Blijf vindt met ieder kind dat in de opvang verblijft, een gesprek plaats. Het CJG en de Blijf Groep doen daarnaast een intake (sinds 202118). Wanneer nodig blijven deze partijen aanwezig in de begeleiding van het gezin. De aanwezigheid van het CJG en/of de Blijf Groep kan naar noodzaak op- of afgebouwd worden. Zowel het CJG als de Blijf Groep zijn gespecialiseerd in de begeleiding van kinderen.

De kern van de samenwerkingsafspraken tussen HVO-Querido, CJG en de Blijf Groep zijn: • De intake vindt in gezamenlijkheid plaats (HVO-Querido, het CJG en Blijf Groep); • Het werkplan wordt gezamenlijk opgesteld; • Over veiligheid en risicotaxatie zijn afspraken gemaakt. De betrokken partijen kunnen gebruik maken van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hier is een aandachtsfunctionaris voor. Daarnaast wordt met MULTI signaal gewerkt, een gecentraliseerd systeem gericht op gezinnen waarmee de betrokkenheid bij het gezin wordt vastgelegd en is inzichtelijk welke andere professionals bij het gezin betrokken zijn. Op deze manier kunnen professionals die werken in de domeinen Jeugdhulp, Jeugdgezondheidszorg, Gezondheidszorg, Onderwijs, Maatschappelijke ondersteuning, Werk & Inkomen en Politie & Justitie met elkaar afstemmen om de jongere en het gezin zo goed mogelijk te ondersteunen. Bij signalen van een van de partijen kunnen organisaties samen optrekken om de veiligheid van kinderen te verbeteren. De trajecthouder stelt met ieder gezin in de eerste weken van het verblijf op de MO een risicotaxatie op. Dit helpt om risico's en signalen in te schatten. Op basis hiervan kan ingegrepen worden. Voor de fysieke veiligheid is op de VP beveiliging van Alpha Security aanwezig.

Dit is niet alleen voor agressieve situaties nuttig, maar ook bijvoorbeeld voor de brandveiligheid. De beveiliging heeft daarnaast een signalerende functie.

18

Daarvoor het SWT.

17

De gezinsopvang werkt samen met de reguliere MO19, die zich in hetzelfde pand bevind. De medewerkers van de gezinsopvang hebben dagelijks een overdrachtsmoment waar ook de medewerkers van de reguliere MO op de VP bij aansluiten. In gezamenlijkheid bespreken zij signalen en bijzonderheden van de voorgaande dienst. Bij incidenten werkt dit personeel ook samen. Daarnaast hebben de trajecthouders overleg met de wijkagent. Ook wanneer een gezin uitstroomt, wordt met de wijkagent, die in die wijk actief is, contact gezocht. Gezinnen worden ook besproken bij een zogeheten beschermingstafel. Hier zijn de wijkagenten ook aanwezig. Bij zorgen over de veiligheid van kinderen komen CJG en Veilig Thuis bij elkaar. Hier wordt een beschermingstafel georganiseerd. Vanuit hier kunnen bijvoorbeeld uithuisplaatsing of onder toezicht plaatsing gedaan worden.

5.4 Doel 4 - Verbeteren ontwikkelingskansen voor kinderen Dit doel is voor economisch dakloze individuen niet van toepassing, omdat zij niet met gezinsleden in de MO verblijven. Door TB te bieden op alle leefgebieden, werkt HVO-Querido met TB aan ontwikkelingskansen voor een gezin. Daarnaast heeft ieder trajectplan een onderdeel dat specifiek op de kinderen is gericht. Medewerkers zoeken contact met de kinderen, zowel bij af- en aanwezigheid van de ouders. Bij ouders wordt gewerkt aan opvoedkundige vaardigheden. Dit gaat bijvoorbeeld over gezonde voeding en/of leefstijl voor hun kinderen. Een van de huiskamers op de VP is specifiek ingericht voor kinderen. Hier staan onder andere spelletjes, boeken en knutselmateriaal, zodat kinderen zich spelenderwijs kunnen ontwikkelen. In 2022 is de pilot huisje boompje beestje gestart. Hierdoor is de groenvoorziening rondom de voorziening ingericht voor activiteiten voor kinderen. Naast een aantal dieren, een kas en een moestuin, kunnen de kinderen hier ook vriendjes uitnodigen. De trajecthouders vragen fondsen aan, zoals Stichting Leergeld20 leermiddelen aan te kunnen schaffen. Daarnaast ook andere fondsen, zoals Fonds Urgente Noden21 en Stichting Stem in de Stad22.

Trajecthouders weten hun weg te vinden in de fondsen, zodat kinderen mee kunnen doen in de samenleving en, ondanks verblijf in de MO, dezelfde ontwikkelingskansen krijgen als andere kinderen.

19

Onder reguliere MO wordt in deze verstaan: alleenstaanden die onder de OGGZ-doelgroep vallen. Deze groep valt buiten de scope van de pilot; 20 Stichting Leergeld; 21 FUN Haarlem (urgentenodenhaarlem.nl); 22 Haarlemmers helpen haarlemmers - Stem in de Stad.

18

6.

Conclusie In navolging van de resultaten en de analyse, worden de volgende conclusies getrokken: 1. Trajectbegeleiding voor economisch dakloze individuen en gezinnen leidt niet tot snellere uitstroom. De uitstroom van de economisch dakloze individuen en gezinnen die geen herindicatie krijgen, verloopt moeizaam. Door beperkte uitstroommogelijkheden (wachttijd sociale huurwoning, inkomenseisen, geen alternatieve woonruimtes) blijven zij lang in de MO. Hoe goed de TB ook is, zonder voldoende uitstroommogelijkheden blijven de economisch dakloze individuen en gezinnen lang in de MO. 2. Trajectbegeleiding leidt tot meer inzicht in de ondersteuningsbehoefte van economisch dakloze individuen en dat heeft vaak een herindicatie van het recht op maatschappelijke opvang tot gevolg. Ook draagt trajectbegeleiding bij aan het beperken van grotere problemen. TB voor economisch dakloze individuen leidt niet tot snellere uitstroom, maar tot meer inzicht in de ondersteuningsbehoefte van de betrokkenen. Dit is in lijn met de aanname van waaruit deze pilot ooit startte, namelijk dat de categorisatie in 'OGGZ-doelgroep' of 'economisch dakloze mensen' en de mate van begeleiding die daaraan verbonden is, vaak niet gegrond is.

Het verschil in begeleiding is gebaseerd op de verwachting dat economische dakloze individuen sneller uitstromen, omdat zij minder problematiek ervaren op verschillende leefgebieden. Professionals signaleren dat economisch dakloze individuen vaak kampen met andere problemen en minder zelfredzaam zijn dan dat van hen wordt verwacht. Ze hebben bijvoorbeeld ook een (lichte) verslaving, financiële en/of psychische problemen. De periode in de MO en de stress door de blijvende bestaansonzekerheid spelen hierin een rol. Op basis van meer inzicht in de ondersteuningsbehoefte van de betrokkenen komen economisch dakloze individuen veelal toch onder de Wmo te vallen23. Daardoor kunnen zij ook aanspraak maken op een Pact-woning. Het is voor iedereen beter dat eerder duidelijk is wat de ondersteuningsbehoefte is, zodat eerder het juiste pad wordt bewandeld. Het economisch dakloze individu wordt dan beter en sneller geholpen en stroomt, uiteindelijk, sneller uit. Door het onderzoek van de BCT anders in te richten, wordt (mogelijk) eerder in het traject duidelijk of iemand economisch dakloos of OGGZ is. Dat scheelt vervolgens tijd, inspanning en geld. Mogelijk kan ook verblijf in een sociaal pension, in plaats van een plek op VP, meer rust bieden. Uit onderzoek van Valente blijkt dat eenpersoonskamers het individu helpen om tot rust te komen en van daaruit problemen aan te pakken24. 3.

Twee uur trajectbegeleiding per week is voor een deel van de economisch dakloze individuen teveel en heeft (mogelijk) baat bij opvang op een andere locatie Voor een gedeelte van de economisch dakloze individuen is twee uur per week TB eigenlijk niet nodig. Uit de gesprekken komt naar voren dat zij met minder uren aan begeleiding uit de voeten kunnen, omdat zij zelf al een grote rol pakken in de acties op een vervolgwoonplek. Bij deze groep zou bijvoorbeeld een half tot één uur begeleiding, gericht op één of enkele van de leefgebieden, voldoende zijn. Deze groep moet wellicht niet in de MO opgevangen worden, omdat zij daar binnen 23

Vier van de vijf geselecteerde economisch dakloze personen; vijf van de tien economisch dakloze gezinnen; 24 Staat van de nachtopvang 2022 door Valente (2022).

19

enkele dagen hospitaliseren en daarna ontstaan bijvoorbeeld (grotere) psychische of verslavingsproblemen. Hierdoor nemen kun kansen op uitstroom af. Van de elf economisch dakloze individuen die tot 2022 in de MO verbleven zijn negen omgezet naar OGGZ, dus het gaat in feite om enkele economisch dakloze individuen die, in dat geval, elders verblijven. Liever worden zij (tijdelijk) opgevangen in bijvoorbeeld een sociaal pension-setting, met een lichtere vorm van TB (naar ondersteuningsbehoefte), om verdere verergering van de problemen te voorkomen. Andere mogelijkheden zijn concepten zoals Tijdelijk Onderdak25 of Onder De Pannen, waarbij mensen (tijdelijk) bij iemand inwonen (een vorm van hospitaverhuur) of tijdelijk wonen in leegstandspanden/sloopwoningen. Onder de Pannen wordt in de Haarlem al enkele jaren aangeboden en Tijdelijk Onderdak is in voorbereiding. 4. Economisch dakloze gezinnen krijgen nauwelijks een herindicatie van het recht op maatschappelijke opvang en hebben baat bij trajectbegeleiding in huidige vorm De economisch dakloze gezinnen krijgen nauwelijks een herindicatie van het recht op opvang. Zij hebben wel baat bij TB, alleen stromen zij, net als economisch dakloze individuen zonder herindicatie, vanwege hun (zeer) beperkte mogelijkheden op de woningmarkt zeer moeizaam uit.

Door beperkte uitstroommogelijkheden (wachttijd sociale huurwoning, inkomenseisen, geen alternatieve woonruimtes) blijven zij lang in de MO. Hoe goed de TB ook is, zonder voldoende uitstroommogelijkheden blijven ook de economisch dakloze mensen lang in de MO. 5. Trajectbegeleiding draagt bij aan de emotionele en fysieke veiligheid van economisch dakloze gezinnen en draagt bij aan de ontwikkelingskansen voor kinderen in de maatschappelijke opvang De werkwijze van HVO-Querido zorgt voor een fysiek en emotionele veilige verblijfsplek voor economisch dakloze gezinnen hebben. Zij zetten hiervoor onder andere ketenpartners (CJG en Blijf Groep) in. De trajecthouder treedt hierin op als regiehouder: zij zorgen dat de juiste partijen (wanneer nodig) aan tafel komen en dat het gezin een trajectplan heeft waaraan zij kunnen werken. Ook legt de trajecthouder contact met verschillende fondsen die kunnen helpen bij de ontwikkelkansen van de kinderen en staan zij opvoedkundig bij. Ondertussen zoekt de trajecthouder naar een passende uitstroomplek. Dat laatste is, zoals bij de eerste conclusie al aangegeven, in de huidige woningmarkt buitengewoon lastig.

25

Tijdelijk Onderdak is in Haarlem nog niet ingevoerd.

20

7.

Aanbevelingen De pilot trajectbegeleiding economisch dakloze individuen en gezinnen wijst uit dat bij dakloosheid in de meeste gevallen veel meer aan de hand is dan alleen een woonprobleem. In de meeste gevallen worden mensen die eerste als economisch dakloos werden beoordeeld, later omgezet naar OGGZ. Dit is zonde van de tijd, de inspanningen en het geld. De aanbevelingen zijn daarom als volgt: 1. Continueer de trajectbegeleiding aan economisch dakloze gezinnen in de huidige vorm. De TB aan economisch dakloze gezinnen kan in de huidige vorm doorgaan. Het aantal economisch dakloze gezinnen is een stuk groter dan de individuen en krijgen gaandeweg het traject veel minder vaak een herindicatie tot OGGZ. De TB draagt bij aan de ontwikkelingskansen van de kinderen en aan de fysieke en emotionele veiligheid van het gehele gezin. Een mogelijke aanvulling op het huidige aanbod is een individueel trajectplan voor in het gezin aanwezige kinderen. Hiermee wordt de hulpverlening aan kinderen versterkt en daardoor hun ontwikkelingskansen vergroot. 2. Onderzoek hoe de onderzoeksfase voor de intake van de Brede Centrale Toegang beter ingezet kan worden Voor de onderzoeksfase heeft de BCT op dit moment één uur per individu of gezin beschikbaar. Voor een goede beoordeling van de ondersteuningsbehoefte van de betrokkene is echter meer tijd nodig26.

De gevolgen van de beoordeling zijn groots, omdat deze bepaalt of iemand economisch dakloos is of behoort tot de OGGZ-doelgroep. De economisch dakloze individuen werden in de meeste gevallen later toch beoordeeld als OGGZ. De onderzoeksfase is nu te kort om de ondersteuningsbehoefte goed te doorgronden. De individuen die de afgelopen jaren als economisch dakloos werden gelabeld, bleken later veelal een lichte verstandelijke beperking en/of verslavingsproblematiek te hebben. Om de ondersteuningsbehoefte goed in kaart te brengen is omvangrijker onderzoek nodig. Daarom is het advies om te onderzoeken hoe de onderzoeksfase beter ingericht kan worden en schenk daarin aandacht aan praktische en financiële uitvoerbaarheid. 3. Creëer meer uitstroommogelijkheden voor zowel economisch dakloze individuen als gezinnen Door een tekort aan uitstroommogelijkheden, blijven veel economisch dakloze individuen en gezinnen lang in de MO. De oplossing hiervoor is de uitstroommogelijkheden vergroten. Denk hierbij aan het afgeven van urgenties (Pact-regeling), het creëren van tijdelijke woonplekken of vormen van gemengd wonen. Samenwerking tussen woningcorporaties, zorgaanbieders en gemeente is noodzakelijk.

In andere regio's bestaan diverse voorbeelden waarin bij de bouw van nieuwe woningcomplexen een bepaald percentage woonruimtes beschikbaar wordt gesteld en met een participatiemedewerker blijkt dat vaak succesvol. Ook zoeken naar woonoplossingen buiten de gemeente Haarlem is een mogelijkheid. Het doel van TB is zo snel mogelijk de MO uitstromen, maar dat is alleen mogelijk wanneer daarvoor genoeg (passende) uitstroommogelijkheden beschikbaar zijn. Dat is nu niet het geval.

26

Wettelijke gezien mag de onderzoeksfase zes weken duren.

21

4. Ontwikkel een breder palet aan tijdelijke woonvormen en/of verblijfplekken voor economisch dakloze individuen en denk daarbij onder andere aan Tijdelijk Onderdak en een sociaal pension. Biedt de groep economisch dakloze individuen trajectbegeleiding op maat aan Het palet aan voorzieningen en ondersteuning specifiek gericht op economisch dakloze individuen is momenteel in Haarlem niet uitgebreid genoeg. Ondersteuning van economisch dakloze individuen vraagt iets anders van hulpverleners dan ondersteuning van de (O)GGZ doelgroep. Biedt economisch dakloze individuen ondersteuning en een locatie die specifiek op hen is gericht. Opties daarvoor zijn bijvoorbeeld: • Kortdurende en laagdrempelige opvang gericht op herstel. Als iemand dakloos wordt, is onderdak de eerste stap. Idealiter in een eigen woning, maar wanneer dat niet kan, in een eigen kamer. Vanuit rust en stabiliteit kunnen vervolgstappen worden gezet. • Eenpersoonskamers en kwalitatieve begeleiding. Door de overgang van meer- naar eenpersoonskamers vinden economisch dakloze individuen eerder rust. Eenpersoonskamers met eigen voorzieningen zijn, in lijn met het Nationale Actieplan Dakloosheid, de standaard. Alle opvang is idealiter 24-uur per dag toegankelijk, dus niet alleen bed-, bad- en broodvoorziening27. • Investeren in een goede triage.

Met een adequate triage aan de voorkant, hebben de trajecthouders de ondersteuningsbehoefte van economisch dakloze individuen eerder en beter in beeld. Soms is het nodig dat iemand wat langer wordt geobserveerd, voordat bepaald kan worden wat het beste vervolg is. • Aanboddifferentiatie in de uitstroom. De uitkomsten van deze evaluatie suggereren dat opvang van economisch dakloze individuen in de VP niet goed passend is. Alternatieven voor economisch dakloze individuen die nu in de gemeente Haarlem nog niet beschikbaar zijn, zijn bijvoorbeeld Tijdelijk Onderdak of een sociaal pension. • Biedt trajectbegeleiding op maat aan. Voor trajectbegeleiding aan economisch dakloze individuen is nu twee uur per week beschikbaar. Voor sommigen is dit te veel, voor andere te weinig. De duur van de begeleiding hangt af van de aard van de problemen, waardoor sommige economisch dakloze individuen veel of juist veel minder zelf kunnen organiseren. Zet daarom de trajectbegeleiding voor economisch dakloze individuen flexibel in, bijvoorbeeld variërend tussen 0,5 tot 3 uur per week.

27

De VP is op dit moment een 24-uursopvang, maar in een pilot-vorm.

22

8.

Bijlage 1 – Vragenlijst Onderwerp

Vragen

Antwoord Motivatie

Intakegesprek na twee Wanneer werd het intakegesprek gevoerd? weken Werd trajectbegeleiding wel of niet toegekend? Wat is de motivatie? Krachteninventarisatie Is wel of geen krachteninventarisatie van tien leefgebieden afgenomen? Waarom niet? Wat was de opbrengst van de krachteninventarisatie? Trajectplan

Is het trajectplan compleet en PDCA? Zijn de doelen behaald? Zijn de doelen SMART geformuleerd? Hoe vaak werd het trajectplan geëvalueerd? Werd netwerkonderzoek verricht? Welke uitstroom mogelijkheden zijn onderzocht?

Uitstroom binnen tien Is de persoon binnen tien maanden maanden. uitgestroomd? Waarom niet? Is de cliënt na uitstroom teruggekeerd? Wat is daar gebeurd? Is de beschikking verlengt? Met welke onderbouwing? Wanneer de cliënt niet meewerkte aan het traject, wat is daar dan mee gedaan? Welke uitstroommogelijkheden worden standaard onderzocht?

23

9.

Bijlage 2 - Uitstroom economisch dakloze gezinnen '19-'21 Trajecten econ. dakloze gezinnen 2022

Zelfstandig woning - sociale huur Contingentwoning Haarlem Contingentwoning Bloemendaal Urgentiewoning het Vierde Huis (H4H)

Aantallen Q4 2021 Q1 2022 1 1 4

Q2 2022

Q3 2022

1

3

2

Q4 2022 1 1

1

Naar andere gemeente Geen duurzame uitstroom, nl: - wil niet meewerken TOTAAL

1

1

1 5

6

Aantal uitgestroomd binnen 6 maanden aantal uitgestroomd binnen 9 maanden aantal uitgestroomd na 9 maanden

1 2 2

1 4 1

1

1

1

1 3

2 5

1 2 2

2 1 2

Q3 2021 2 2

Q4 2021 1

Trajecten econ. dakloze gezinnen 2021

Zelfstandig woning - sociale huur Contingentwoning Haarlem Contingentwoning Bloemendaal Urgentiewoning het Vierde Huis (H4H Naar andere gemeente Geen duurzame uitstroom, nl: - wil niet meewerken TOTAAL Aantal uitgestroomd binnen 6 maanden aantal uitgestroomd binnen 9 maanden aantal uitgestroomd na 9 maanden

Aantallen Q4 2020 Q1 2021 2 2 2

Q2 2021 1 3 1

1

2 1

2

4

5

5

1 5

1 1

2 1 1

1 3 1

2 2 1

1 2 2

Q2 2020 1

Q3 2020 1

Q4 2020

Trajecten econ. dakloze gezinnen 2020

Zelfstandig woning - sociale huur Contingentwoning Haarlem Vluchtelingenwerk Geen duurzame uitstroom, nl: - wil niet meewerken

Aantallen Q4 2019 Q1 2020 1 2

2 1

24

TOTAAL Aantal uitgestroomd binnen 6 maanden aantal uitgestroomd binnen 9 maanden aantal uitgestroomd na 9 maanden

2

1

2

1

2

1

1 1

1 1 1

1 1

25

Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, [Kies datum]

Tekst: [Naam], Fotografie: [Naam], Ontwerp: [Naam], Drukwerk: [Naam] ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13567186/1