CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Programmabegroting 2025-2029 (inclusief bijlagen)

commissie Bestuur 17 oktober 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 19:00 uur Programmabegroting 2025-2029 (FR)42.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Nu worden voorbereidingskredieten beschikbaar gesteld wanneer het project is opgenomen in het Investeringsplan (en dus al uitgaat van een bepaalde (realisatie-)planning en investeringsvolume), terwijl op grond van de uitkomsten van haalbaarheidsonderzoeken er meer duidelijkheid te geven is over planning en budgettering. Bij de Kadernota 2026 zal dit voorstel voor dit benodigde budget verder worden uitgewerkt. Publieke investeringen als onderdeel van de gebiedsontwikkeling Wat is er al gedaan? Investeringen in de gebiedsontwikkeling (aanleg nieuw areaal in de openbare ruimte) zijn voor een groot deel afhankelijk van voldoende financiële bijdragen van derden (WBI, Bereikbare Steden, provinciale subsidies en dergelijke) en van het uitvoeringstempo van derden. Als een ontwikkelaar de planning aanpast in de woningbouw, dan vertraagt ook de publieke investering die daaraan gekoppeld is. Om de investeringsopgaven te kunnen realiseren is in ieder geval tijdig helderheid nodig in de go-no go momenten, zodat de gemeente zelf niet de vertragende factor is. En dat de gemeente bij een go ook klaar is om direct te starten. Dus bij een go is de eigen financiële bijdrage beschikbaar en er is bestuurlijk akkoord op de inhoud.

Voor de beschikbaarheid van geld wordt actief gestuurd met onze lobby- en subsidiestrategie en wordt in het Investeringsplan ruimte gereserveerd voor die beoogde eigen bijdrage. Goed voorbeeld hiervan is de aanleg van het nieuwe busstation NieuwZuid. Het ontwerp is vrijwel klaar voor uitvoering en als groen licht wordt verkregen op de noodzakelijke aanvullende externe bijdragen kan direct gestart worden. Wat moet/gaat er nog gebeuren? Daar waar sprake is van een integrale gebiedsontwikkeling, waarbij ook de maatschappelijke voorzieningen (onderwijs, sport of welzijn) onderdeel zijn, is het wenselijk daar waar mogelijk deze investeringen naar voren te halen, door in de opstelling van een stedenbouwkundige studie reeds vroegtijdig ‘vlekken’ te bestemmen voor deze voorzieningen en (grove) stedenbouwkundige kaders te benoemen waarbinnen de schoolbesturen hun voorzieningen kunnen en moeten realiseren. Dit zou meer parallelle (op elkaar afgestemde en samenhangende) planvorming mogelijk moeten maken, waarbij bijvoorbeeld schoolbesturen al in een vroeg stadium hun voorziening een concreet gezicht kunnen gaan geven en niet pas aan de slag hoeven te gaan na vaststelling van het Programma voor de Leefomgeving of het stedenbouwkundig plan. Het college zal de mogelijkheden van parallelle planvorming bij integrale gebiedsontwikkeling verder onderzoeken en uitwerken.

Regelmatig moet worden bezien of het nog nodig en verstandig is om een maatschappelijke voorziening (in welke vorm dan ook) onderdeel te laten blijven van de integrale gebiedsontwikkeling of kan worden losgekoppeld van dit proces en als solitair project wordt doorgezet en uitgevoerd. Programmabegroting 2025-2029

42

Overige projecten Los van de gebiedsontwikkeling is het ook nodig om op andere plekken te investeren in de stad. Bouwen van sporthallen, bibliotheken, zwembaden, etc. probeert de gemeente bij voorkeur te betrekken in gebiedsontwikkeling, om een betere ruimtelijke afweging mogelijk te maken en überhaupt ruimte te vinden om de voorziening te realiseren (onder meer door dubbel grondgebruik of vormen van grondruil). Is dat niet mogelijk of levert dat onvoldoende toegevoegde waarde op, dan is een solitaire aanpak een betere optie. Aandachtspunt om te komen tot een snellere realisatie van deze investeringen, is te komen tot betere ramingen in combinatie met de gewenste scope van het project. In de afgelopen jaren bleek bij sommige projecten dat de gereserveerde bedragen in het Investeringsplan bij lange na niet toereikend waren voor realisatie. Op dat moment staat na een periode van voorbereiding de gehele keuze/investeringsscope ter discussie. Dat vraagt veel nieuwe voorbereiding- en besluitvormingstijd en daarmee een lagere realisatiegraad van de investeringen. Om die reden werkt het college niet alleen aan een verbetering van de ramingssystematiek (zoals hiervoor al benoemd) maar ook aan strategische huisvestingsprogramma’s voor de verschillende portefeuilleonderdelen (onderwijs, cultuur, maatschappelijke voorzieningen).

Om de besluitvorming te vereenvoudigen wordt ook gewerkt aan standaard Programma’s van Eisen, vergelijkbaar met het HIOR voor de openbare ruimte. Bij uitbreidingsopgaven in de sociaal-maatschappelijke voorzieningen is het gewenst om pas (definitief) een investeringsbedrag op te nemen in het Investeringsplan op het moment dat bij deze uitbreidingsopgave een locatie is gevonden en een helder afwegingskader voor de locatie is geformuleerd. Juist deze onderdelen van een project vergen vaak veel (onvoorziene) tijd en zijn niet of nauwelijks te plannen.

1.7 Investeringen 1.7.1 Actualisatie van het Investeringsplan Realistisch plannen van voorgenomen investeringen In het Investeringsplan 2024-2028 (verder: Investeringsplan) zijn alle investeringen die reeds waren opgenomen bij de Programmabegroting 2024-2028 en de investeringen die zijn toegevoegd en/of opgehoogd bij de Kadernota 2025, op basis van de meest recente planningen, waar nodig opnieuw in de tijd gezet. Het bedrag aan investeringen dat kan worden uitgevoerd binnen het financiële kader van een maximale netto schuldquote (NSQ) van 120% en (met name) een structureel sluitende begroting is beperkt. Als investeringen worden gepland maar niet of niet tijdig worden uitgevoerd, wordt er ten onrechte schaarse investeringsruimte geclaimd binnen het kader. Met de kennis over de voortgang van investeringen tot medio 2024 is opnieuw gekeken naar de planning van investeringen voor 2024 en verder. Dit heeft geleid tot een bijgestelde planning van investeringen over de jaren. De actualisatie leidt niet tot het aanpassen van de bedragen per investering, maar wel tot een andere verdeling van de investeringen over de tijd. Overzicht grote mutaties Als toelichting op de mutaties in het Investeringsplan volgt een overzicht met toelichting van wijzigingen waarbij in totaal € 1 miljoen of meer in de tijd verschuift.

De kolom “IP nieuw ’24-‘28” geeft het geactualiseerde totaal van een investering vallend binnen de periode 2024 tot en met 2028 weer. De ‘absolute mutatie’ in de laatste kolom geeft het verschoven bedrag per investering weer. Dit is de bruto mutatie, dus het totale bedrag dat verschuift naar andere jaren. Bij verschuivingen is het netto resultaat altijd nul, hoewel dat in dit overzicht niet altijd zo lijkt, omdat verschuivingen naar 2029 en verder buiten dit overzicht vallen. Die mutaties zorgen voor een toename van de investeringsvolumes buiten de begrotingsperiode (en daarmee een verhoging met € 17 miljoen van Programmabegroting 2025-2029

43

het tienjarig Investeringsplan 2029-2033 in bijlage 5.1a) Omdat het hier enkel gaat om de grote mutaties verklaart onderstaande overzicht niet de totale mutatie van het hele Investeringsplan per jaar. Ip-nr.

Investering

77.01 81.27 MTS.01

Onderwijshuisvesting Kleedkamers (Davo en KHFC) Domus Plus Vervangingsprojecten herinrichting Meerwijk openb. ruimte Zuiderpolder Herinrichten Prins Bernhardlaan Waddenbuurt Oostersingelgracht Zuid-Schalkwijkerweg Parkeergarage Sonneborn Parkeergarage kavel 2B Oudeweg kruising Fustweg Fietsverbinding Oostpoort Oostpoort Traverse Oostpoort Verduurzaming vastgoed Verv. meubilair en interieur Hybride werken Verv. Datacenter hardware

GOB.78 GOB.79 OR.004 OR.019 OR.021 OR.060 PRK.07 PRK.09 SOR.13 FTS.06 IMP.01 ONT.06 VG.DRZ FAC.01 FAC.03 ICT.01

Totaal

IP nieuw ’24-‘28 133.649 1.618 8.712

Mutatie 2024 -5.270 -1.116

Mutatie 2025 -4.823 1.014 -2.347

Mutatie 2026 7.093 102 2.347

Mutatie 2027 6.184

13.981

854

334

-1.664

-2.411

-1.345

5.420

10.951 8.150 4.500 7.503 7.123 13.518 2.800 2.346 6.400 5.555 8.512 31.719 5.653 1.200 3.109

-705 -1.488 -250 -44 -1.400 -23 -680 -307

-3.193 -3.316 -500 -242

-1.688 4.518 -2.750 -1.060 1.400 -584 1.380 -1.000 -234 625 -544 4.230

-30

2.580

-2.300 1.346

3.000

1.083 700 1.670 -234 625 -544

4.000

-1.685 2.005 -4.020

5.616 4.518 5.800 1.346 1.400 5.083 2.080 1.670 2.793 3.255 6.608 4.230 1.641 1.000 1.139

6.089

1.351

-4.476 -1.400 -363 -640

-1.641 -1.000 -1.139

-1.500 -4.230 1.641 1.000 1.139

-14.259

-21.852

12.171

Mutatie Absolute 2028 mutatie -3.184 13.277 1.116 2.347

Onderwijshuisvesting In een aantal gevallen maakt de vernieuwing van de scholen onderdeel uit van een grotere stedenbouwkundige ontwikkeling. Hierdoor is de vervangende nieuwbouw van een school afhankelijk van de opstelling van een stedenbouwkundige visie en -planvorming (opstelling masterplan, Programma van Eisen voor de Leefomgeving, stedenbouwkundig plan). Op basis van de nu bekende planvorming en planning met betrekking tot de ontwikkelzones en overige gebieden waar sprake is van een integrale stedenbouwkundige ontwikkeling (bijvoorbeeld Floris van Adrichemlaan) is een aantal projecten in de tijd verschoven. Daarnaast vraagt de door de schoolbesturen op te stellen planvorming voor renovatie c.q. levensduurverlenging van een aantal scholen meer tijd, waardoor de verwachting is dat realisatie c.q. uitvoering iets later kan gaan plaatsvinden. Ook vertraging in de vergunningverlening - omdat bijvoorbeeld niet alle bescheiden volledig en juist zijn ingeleverd - is de oorzaak van verschuivingen in het Investeringsplan, waardoor verwacht kan worden dat realisatie (enigszins) temporiseert. Van het niet realiseren is echter geen sprake, diverse projecten worden op dit moment voorbereid en/of uitgevoerd (o.a.

Zonnewijzer, Haarlemse Montessori School, scholen locatie Floris van Adrichemlaan, vernieuwing Vrije Scholen Lindeboom en Kleverpark), maar het tempo van veel projecten wordt ook bepaald door diverse omgevingsfactoren. De hiervoor beschreven factoren en verschuivingen leiden per saldo tot een verlaging van de geraamde investeringen in 2024 en 2025 van € 5 miljoen per jaar. Daar tegenover staat een verhoging van € 7 miljoen in 2026 en € 6 miljoen in 2027.

Programmabegroting 2025-2029

44

Kleedkamers De investering in de verplaatsbare kleedkamers voor United Davo, die stond geraamd voor € 600.000 in 2024, kan pas in 2025 worden uitgevoerd vanwege gebrek aan capaciteit bij uitvoerende partij SRO. De opdracht is in 2024 verleend aan SRO om samen met de voetbalvereniging SV United DAVO een plan te maken voor de renovatie (of vervanging) en verduurzaming van de bestaande kleedkamers. Door personele wijzigingen binnen SRO was er begin van dit jaar onvoldoende capaciteit beschikbaar om dit project op te pakken. In het najaar van 2024 pakt SRO dit project op met de vereniging. Naar verwachting is het ontwerp in 2024 afgerond en start de bouw in 2025. Bij de kleedkamers van Koninklijke HFC gaan de bewoners waarschijnlijk in beroep tegen de afgegeven omgevingsvergunning. Naar verwachting zal HFC dit beroep niet afwachten en zal de bouw van het nieuwe clubhuis en de kleedkamers in 2024 aanvangen. Voor de nieuwe kleedkamers bij Koninklijke HFC is inmiddels in de samenwerkingsovereenkomst een betalingsschema afgesproken met de vereniging, waarin het grootste deel van de betaling in 2025 plaats vindt. In plaats van de € 618.000 die eerder in 2024 geraamd was, wordt naar verwachting € 102.000 dit jaar betaald. Domus Plus De investering in Domus Plus, in de kadernota geraamd voor € 7,8 miljoen in 2025, is verdeeld over de jaren 2025 en 2026.

Conform de planning wordt gestart met bouwen in 2025 en de oplevering is gepland in 2026. Dit leidt tot een lagere investering van € 2,3 miljoen in 2025, wat in 2026 alsnog wordt besteed. Vervangingsprojecten herinrichting Meerwijk De prognose einde werk van het gehele project is in de informatienota ‘Voortgang en actuele kostenraming project Integrale Vernieuwing Openbare Ruimte in Meerwijk (IVORIM)’ (2023/1862368) aan de commissie Beheer voorgelegd. In het gebied worden door externe partners eveneens werkzaamheden uitgevoerd. De gemeentelijke werkzaamheden zijn daaropvolgend. De herinrichtingswerkzaamheden voor fase A zullen vanaf september 2024 gaan plaatsvinden. De bijgestelde prognose-einde-werk is voor fase A nu 2029. Voor fase B is het voorlopig ontwerp in voorbereiding. De start van de herinrichtingswerkzaamheden wordt eind 2026/begin 2027 verwacht. De bijgestelde prognose-einde-werk is voor fase B nu 2032. Openbare ruimte Zuiderpolder Dit project is de eerste buurtgerichte aanpak conform de Meerjarenprogrammering beheer en onderhoud 2024-2033 en vormt de basis voor de standaardisatie van deze aanpak. Door het opstellen van de buurtgerichte aanpak zijn de budgetten over de jaarschijven aangepast. De ambitie is energietransitie, door het toepassen van een warmtenet te integreren in het gehele project.

Herinrichten Prins Bernhardlaan Het zuidelijke deel van de herinrichting is gerealiseerd. Door de werkzaamheden van de externe partijen, de impact op de maximale bereikbaarheid van het gebied en het raakvlak met project Prinses Beatrixplein Amerikaweg/Boerhaavelaan en Europaweg, is de uitvoering van het noordelijk deel verschoven van juli 2024 naar november 2024. De planning einde werk schuift daarmee naar medio 2026. Molenwijk-Noord/Waddenbuurt De belangrijkste oorzaak van de gewijzigde planning is dat er optimalisatie heeft plaatsgevonden van het woonprogramma waarbij meer variatie is aangebracht binnen het aanbod sociale woningen. Ook was het door kostenstijgingen noodzakelijk om de businesscase te optimaliseren. Door de optimalisatie is vertraging opgelopen ten opzichte van de oorspronkelijke planning.

Programmabegroting 2025-2029

45

De bewoners moeten door de gewijzigde planning langer wachten op een nieuwe woning. Daar staat tegenover dat de planontwikkeling beter is geworden, de plannen hebben meer kwaliteit en het programma biedt een breder aanbod dat voor meer doelgroepen geschikt is. Vergroening Gedempte Oostersingelgracht De uitvoering van de herinrichting van de Gedempte Oostersingelgracht moet zorgvuldig worden afgestemd met de planning van de bouwprojecten op de Koepel en Kavel 2B, maar ook met projecten op doorgaande wegen in de omgeving, zoals de bouw van de OV-hub Nieuw Zuid, de aanpassing van kruispunt Oudeweg-Fustweg en de aanpassingen aan de doorgaande wegen bij Oostpoort. Zuid-Schalkwijkerweg Het combineren van het aanleggen van de weg en kabels en leidingen, door twee verschillende aannemers, heeft tot een herziene realisatieplanning geleidt. Hierdoor is een deel van de werkzaamheden naar 2026 verschoven. Parkeergarage Sonneborn De gemeenteraad heeft in juni 2024 het bestemmingsplan voor het project Sonneborn (inclusief parkeergarage) vastgesteld. Tegen het bestemmingsplan zijn diverse beroepschriften bij de Raad van State ingediend. Gepoogd zal worden om in goed overleg met de indieners en de initiatiefnemer tot een oplossing te komen.

Mocht dat niet lukken, dan zal de verwachte vertraging twee tot drie jaar zijn en zullen ook de geplande investeringen in de parkeergarage met die termijn opschuiven. Parkeergarage kavel 2B In het vierde kwartaal stelt het college een richtingbepalende nota vast over de verdere invulling voor de tijdelijke parkeergarage, inclusief de bijbehorende planning. Vervolgens wordt er een voorstel met een verzoek om vrijgave van een krediet aan de raad voorgelegd. Oudeweg kruising Fustweg De aanpak van het project is aangepast. Er worden eerst tijdelijke maatregelen toegepast. De effecten hiervan worden het komende jaar gemonitord. Op basis van die resultaten zal worden overgegaan tot een definitieve inrichting en daardoor zijn de jaarschijven aangepast. Fietsverbinding Oostpoort, Oostpoort, Traverse Oostpoort Voor Hart voor Oostpoort wordt momenteel een masterplan en Programma van Eisen voor de Leefomgeving opgesteld (PvEL). Naar verwachting zal deze medio 2025 worden vastgesteld door de raad. Het opstellen van het masterplan neemt meer tijd in beslag dan bij indiening van de WBIaanvraag was geprognotiseerd, onder andere vanwege het onderzoek naar de verschillende varianten voor het verplaatsen van het viaduct.

Na vaststelling van het masterplan kan een projectontwikkelaar geselecteerd worden voor het verder uitwerken van de plannen en zal naar verwachting vanaf 2027 gestart worden met de bouw van Hart voor Oostpoort. Hierdoor vinden ook de investeringen in de infrastructuur (Noord Zuid fietsverbinding, Traverse en het te verleggen viaduct) later plaats. Een deel van de investering vindt hierdoor plaats na 2028. Het totale bedrag van de investering is ongewijzigd. Verduurzaming vastgoed Voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed zijn op pandniveau de planning en benodigde werkzaamheden geactualiseerd. Bij diverse panden worden de werkzaamheden uitgesteld om beter aan te sluiten op andere werkzaamheden aan het pand (werk met werk maken). Dit speelt bijvoorbeeld bij het Stadhuis (Grote Markt 2) waar de verduurzaming wordt uitgevoerd in samenhang met onder andere de vernieuwing van de raadszaal, Fabriciuskamer en het planmatig onderhoud (€ 3,2 miljoen). Andere grote projecten waar bij dit speelt zijn Linschotenstraat 32 Programmabegroting 2025-2029

46

(€ 2,4 miljoen) en Schotersingel 2 (€ 0,9 miljoen). Voor overige projecten wordt € 0,5 miljoen verschoven naar 2026. De voorbereiding en uitvoering van de projecten start naar verwachting wel in 2025, maar de kosten zullen hoofdzakelijk gerealiseerd worden in 2026. Daarentegen starten diverse projecten uit de tweede tranche eerder, waarvoor € 2,8 miljoen wordt verschoven van 2026 naar 2025. Per saldo wordt € 4,2 miljoen aan investeringsgelden overgeheveld van 2025 naar 2026. Vervanging meubilair en interieur/Hybride werken Bij de initiële voorbereidingen voor de kadernota was de verwachting dat de plannen sneller gereed zouden zijn. In juni is het indelingsplan afgerond, dat de plaatsing en omvang van de verschillende afdelingen specificeert. Dit plan vormt de basis voor het daaropvolgende inrichtingsplan, waarin de benodigde aanpassingen aan gebouwen en inrichting worden beschreven. Om de organisatie effectief mee te nemen en te zorgen voor een gedegen uitvoeringsplan, blijkt dat er meer tijd en inspanning nodig is dan aanvankelijk ingeschat. Gezien deze ontwikkelingen en de doorlooptijd van het aanbestedingsproces, zullen delen van de uitvoeringsfase naar 2025 verschuiven. Dit zal bijdragen aan een zorgvuldiger aanpak en betere risicobeheersing.

De aanbestedingen zijn opgestart, maar door schaarste in de bouwbranche kan het zijn dat geselecteerde aannemers niet direct kunnen beginnen. Het doel blijft om in het vierde kwartaal opdrachten te verstrekken. Hierdoor schuiven de belangrijkste investeringskosten naar de eerste helft van 2025. In de tweede helft van 2024 zal duidelijk worden of er additionele uitgaven nodig zijn die buiten deze investeringskosten vallen, zodat tijdig op veranderende omstandigheden kan worden ingespeeld. Vervanging Datacenter hardware Er zijn juridische vragen gesteld bij het traject van de aanbesteding tot hardware. Als gevolg hiervan is vertraging ontstaan, hetgeen leidt tot doorschuiven van uitgaven. Deze vertraging leidt er vervolgens toe dat de implementatie van disaster & recovery/back-up & recovery doorschuift naar 2025. De aanbesteding hiervan vindt plaats in 2024. Bijgesteld Investeringsplan en gevolgen voor begrote kapitaallasten Na de actualisatie en de verwerking van eerdere besluiten is het Investeringsplan op hoofdlijnen als volgt: Tabel: Investeringsplan op hoofdlijnen (netto) Programma 1 Maatschappelijke participatie 2 Ondersteuning en Zorg 4 Aantrekkelijke woon-werkstad 5 Gezonde en duurzame stad 6 Burger, Bestuur en Veiligheid 7 Alg. Dekkingsmiddelen & Overhead Eindtotaal

2024 19.445 9.954 49.031 7.687 347 6.412 92.876

2025 39.703 16.014 77.624 14.991 0 11.051 159.384

2026 51.548 13.187 78.223 19.611 0 4.059 166.628

2027 57.172 11.138 90.186 18.162 175 3.406 180.239

2028 54.774 8.182 101.229 17.787 0 2.467 184.439

De grootste investeringen vallen onder de programma’s 1 (Maatschappelijke participatie) en 4 (Aantrekkelijke woon- en werkstad). In programma 1 gaat het om investeringen in onderwijshuisvesting en sportcomplexen en -accommodaties. Programma 4 bevat de investeringen in de openbare ruimte, waaronder de gemeentelijke investeringen in ontwikkelzones. Een gedetailleerde weergave van het Investeringsplan is opgenomen als bijlage 5.1. Het totaal aan geraamde investeringen in 2024 is gedaald van € 111 miljoen in de Kadernota 2025 naar € 93 miljoen in deze programmabegroting.

Programmabegroting 2025-2029

47

Investeringsplan totaal (netto) Kadernota 2025 Programmabegroting 2025 Mutatie

2024 110.828 92.876 -17.952

2025 171.338 159.384 -11.954

2026 148.596 166.628 18.032

2027 173.779 180.239 6.460

2028 198.219 184.439 -13.780

De hiervóór genoemde bedragen zijn de netto investeringsbedragen; de uitgaven min de te ontvangen bijdragen van derden. Tot op heden werd altijd gerapporteerd over de netto investeringen. Om een beter beeld te geven van het realiserend vermogen van de gemeente (en de stijgende hogere verwachte subsidies en bijdragen van derden) wordt met ingang van de Bestuursrapportage 2024 en deze Programmabegroting 2025-2029 in P&C-documenten gesproken over de bruto investeringen. Tabel: Investeringsplan op hoofdlijnen (bruto) Programma 1 Maatschappelijke participatie 2 Ondersteuning en Zorg 4 Aantrekkelijke woon-werkstad 5 Gezonde en duurzame stad 6 Burger, Bestuur en Veiligheid 7 Alg. Dekkingsmiddelen & Overhead Eindtotaal

2024 19.445 12.684 55.742 7.687 347 6.412 102.317

2025 39.706 16.014 94.738 14.992 0 11.051 176.501

2026 51.548 13.187 96.444 19.611 0 4.059 184.849

2027 57.172 11.138 106.526 18.237 175 3.406 196.653

2028 54.774 8.182 116.549 17.787 0 2.467 199.759

De wijzigingen in het Investeringsplan werken door in de begrote rente- en afschrijvingslasten. Deze zijn nu als volgt: Kapitaallasten Kapitaallasten Kapitaallasten gedekt uit reserve MN Kapitaallasten gedekt riolering Afschrijving gedekt uit reserves Kapitaallasten gedekt Rijksvergoeding Totaal

2025 45.913 1.746 5.473 452 3.387 34.855

2026 48.766 0 5.750 667 0 42.349

2027 55.307 0 6.403 858 0 48.046

2028 61.583 0 6.766 1.414 0 53.403

2029 67.941 0 7.588 2.326 0 58.027

Waar kapitaallasten worden verrekend met de baten uit de rioolheffing, een rijksvergoeding, de reserve kapitaallasten maatschappelijk nut of andere reserves hebben deze mutaties geen effect op het begrotingssaldo. Onderstaand zijn de mutaties van deze kapitaallasten ten opzichte van de begrote kapitaallasten bij de Kadernota 2025 inzichtelijk gemaakt. Tabel: mutatie in kapitaallasten t.o.v. Kadernota

Mutatie lasten uit investeringen (negatief is voordeel) Mutatie kapitaallasten totaal Mutatie kapitaallasten reserve MN Mutatie kapitaallasten riolering Mutatie gedekt uit reserves Mutatie kapitaallasten rijksvergoeding Totaal saldo effect begroting

2025 -213 -5 26 126 -1.186 -1.252

2026 -2.950 0 52 450 0 -2.448

2027 -1.188 0 -25 896 0 -317

2028 -2.305 0 -23 1.752 0 -576

2029 -3.660 0 45 2.162 0 -1.453

De begrote kapitaallasten zijn na de actualisatie lager dan begroot bij de Kadernota 2025. Dit is met name het gevolg van in tijd naar achteren schuiven van investeringen. Daar komt bij dat de investeringen soms langer doorlopen dan eerder was begroot, waardoor de afschrijving op een later moment begint. Vanwege een eerder te hoog begrote dekking uit reserves zijn de voordelen in 2027 en 2028 minder gunstig in vergelijking met de overige jaren. Programmabegroting 2025-2029

48

Tienjarig Investeringsplan Met de uitbreiding naar een tienjarig Investeringsplan wordt de periode 2024-2028 beschouwd als ‘vastgesteld’ Investeringsplan en de jaren 2029 en verder als ‘indicatief’. Dit wil zeggen dat de bedragen die zijn opgenomen voor de jaren 2029 en verder (met kapitaallasten in de daaropvolgende jaren) nog niet zijn en worden vastgesteld. Ten overstaan van de Kadernota 2025 hebben er enkel wijzigingen plaatsgevonden in het tienjarig Investeringsplan als gevolg van verschuivingen vanuit eerdere jaren (€ 18 miljoen), er zijn geen nieuwe investeringen aan het tienjarig Investeringsplan toegevoegd. Stelpost Cofinanciering OV-knooppunten en gerelateerde gebiedsontwikkelingen Er ligt een grote opgave om voor betaalbare woningen te zorgen. Daarvoor moeten randvoorwaarden op orde worden gebracht, zoals voldoende nieuwe infrastructuur om de nieuwe woningen bereikbaar te maken en leefbaarheidsmaatregelen. Haarlem werkt aan een betere verdeling en bereikbaarheid van wonen en werken in het traject ‘Bereikbare Steden’, onderdeel van het Rijks- en regioprogramma SBaB (Samen Bouwen aan Bereikbaarheid).

Om kans te maken dat het Rijk en andere partners financieel bijdragen aan de projecten uit het Gebiedsplan Bereikbare Steden, werd in de Programmabegroting 2022-2026 een substantiële reservering voor cofinanciering opgenomen in de vorm van een stelpost Bereikbare Steden van € 45 miljoen. De inzet van de stelpost Cofinanciering is verbonden aan het sluitend krijgen van investeringen waarvoor ook onze partners middelen beschikbaar willen stellen. Dat Haarlem eigen middelen beschikbaar heeft om toe te voegen aan middelen die partners toezeggen, blijkt goed te werken om gezamenlijk tot sluitende businesscases te komen. Zo heeft het Rijk middelen toegezegd voor Stationsgebied, Europaweg, Nieuw-Zuid en Oostpoort, onder voorwaarde dat Haarlem en regionale partijen ook financieel bijdragen. Bij de Programmabegroting 2024-2028 is een aantal investeringen dekkend gemaakt door de stelpost Cofinanciering Bereikbare Steden geheel onder te verdelen naar projecten. Daarmee werd geen recht gedaan aan het doel van de stelpost. Een aantal investeringen is nog niet gedekt en daarvoor is de insteek om met samenwerkingspartners en andere belanghebbenden te komen tot een sluitende businesscase. Met deze stelpost heeft de gemeente middelen gereserveerd om, indien andere partijen bijdragen, haar aandeel te kunnen bijdragen om de dekking sluitend te krijgen.

Aanvullend is het zo dat het oorspronkelijke gebiedsplan Bereikbare Steden meer investeringen bevat die nodig zijn voor de totale ontwikkelopgave van 10.000 woningen dan tot nu toe opgenomen in het Investeringsplan. De stelpost kan juist ook voor die projecten een vermenigvuldigend effect hebben. Bedragen worden, voor zover deze nog niet zijn toegezegd, als het ware weer ‘terug geschoven’ van de investeringen naar de stelpost. Daarnaast wordt voorgesteld om de naam te wijzigen in stelpost Cofinanciering OV-knooppunten en gerelateerde gebiedsontwikkelingen. In de Programmabegroting 2024-2028 is € 52 miljoen toegevoegd aan deze projecten; de eerder genoemde stelpost van € 45 miljoen en nog € 7 miljoen in de zogeheten indicatieve periode van het Investeringsplan. Effectief is er dus in totaal € 52 miljoen ‘beschikbaar’ voor het terug brengen van de stelpost. De claims die al als onderdeel van de betreffende post zijn (en moeten blijven) opgenomen, zijn Oostpoort voor € 11,6 miljoen en Busstation Stationsplein voor € 2,8 miljoen. Op alle andere investeringen is het voorstel om de bijdrage vanuit de stelpost terug te laten vloeien naar de stelpost. Het gaat dan om een bedrag van (€ 52 miljoen – € 11,6 miljoen – € 2,8 miljoen =) € 37,6 miljoen.

Omdat nog niet zeker is aan welke projecten in welke jaren dit uiteindelijk wordt besteed, wordt de stelpost in het Investeringsplan opgenomen met een verdeling over de jaren 2026, 2027, 2028 (3 x € 10 miljoen) en 2029 (€ 7,6 miljoen).

Programmabegroting 2025-2029

49

Integreren investeringsbudget SOR In de Kadernota 2025 is besloten dat aparte monitoring en programmasturing op de SOR investeringsbudgetten niet meer nodig is. Met ingang van dit Investeringsplan worden de investeringen die voorheen als SOR gelabeld zijn, niet langer op die manier gepresenteerd. Onderstaande conversietabel geeft aan hoe deze budgetten in het Investeringsplan zijn opgenomen. IP post SOR SOR.00 SOR.01 SOR.01 SOR.02 SOR.03 SOR.08 SOR.10 SOR.13 SOR.14 SOR.15 SOR.16 SOR.17 SOR.20 SOR.21 SOR.22 SOR.23 SOR.25 SOR.28 SOR.29 SOR.30 SOR.31 SOR.32 SOR.33 SOR.34 SOR.35

Titel investering

Hoe gewijzigd

IP post

SOR - Mobiliteit Aankoop grond Blinkertpad SOR -Groen Haarlem - Velsen Doorfietsroute Vijfhoek herinrichting Bisschop Bottemanneplein Schoteroog nieuwe entree Oudeweg Fase 1 kruising Fustweg Kedoestraat e.o. herinrichting Fietsparkeren binnenstad Houtplein ingang fietsenstalling Korte termijn fietsparkeren OV Spaarnwoude Lange termijn fietsparkeren bij OV Stationsplein OV Knooppunt Nieuw Zuid Herstructurering Stadsstraat Europaweg Dwars door Schalkwijk: Kennedylaan e.o Budget ovw externe cofinanciering Fiets Zuidelijke ringtracé N205 Vergroenen en fiets gedempte Oostersingelgracht Wagenweg Groene fiets-stadsstraat en veligheid Stadsstraat Schalkwijkerstraat Stadsstraat Zijlweg Wilhelminastraat/Raaks (inc fietsring) Fietsstraat Amsterdamsevaart Vergroenen Nieuwe Groenmarkt

Toegevoegd stelpost openbare ruimte Reguliere IP post geworden Toegevoegd stelpost openbare ruimte Reguliere IP post geworden Reguliere IP post geworden Reguliere IP post geworden Reguliere IP post geworden Reguliere IP post geworden Reguliere IP post geworden Toegevoegd aan IP post fiets Toegevoegd aan IP Houtplein Fietsenstalling al uitgevoerd tlv exploitatie SOR, toegevoegd stelpost openbare ruimte

OR.000 VG.03 OR.000 OR.036 OR.037 OR.038 OR.039 OR.040 OR.041 FTS.01 FTS.02

Reguliere IP post geworden.

FTS.07

Reguliere IP post geworden Reguliere IP post geworden Reguliere IP post geworden Reguliere IP post geworden Reguliere IP post geworden

ONT.07 OR.042 OR.043 ONT.08 OR.044

Toegevoegd IP post Oostersingelgracht

OR.021

Reguliere IP post geworden

OR.045

Reguliere IP post geworden Reguliere IP post geworden Toegevoegd IP post Wilhelminastraat Reguliere IP post geworden Toegevoegd IP Nieuwe Groenmarkt

OR.046 OR.047 OR.020 OR.048 GOB.23

OR.000

1.7.2 Wijzigingen waarover nog besluitvorming plaats moet vinden In aanvulling op het geactualiseerde Investeringsplan worden de volgende nieuwe investeringen voorgesteld. Huisvesting Frans Hals Museum (minimale variant) Voor het Frans Hals Museum is onderzoek gedaan naar het verbouwen van de locatie(s). In de commissie ontwikkeling van 20 juni ’24 zijn de uitkomsten van dit onderzoek besproken en in de gemeenteraad aan de hand van de Informatienota ‘’Huisvesting Frans Hals Museum – uitkomsten onderzoek unilocatie’’ (2024/338010). Er zijn voor de verbouwing twee varianten beschikbaar: 1. Behouden en renoveren beide locaties. 2. Verbouwen van locatie Groot Heiligland tot unilocatie. Op deze unilocatie wordt het benodigde volume van de locatie Grote Markt toegevoegd aan het bestaande gebouw. Dat zal met name door een ondergrondse tentoonstellingsruimte zijn, een kelder van circa 800 m2. Daarnaast wordt het gebouw compleet gerenoveerd, verduurzaamd en tentoonstellingsroutes aangepast, waarmee zowel het museum als het gebouw c.q. de gebouwen Programmabegroting 2025-2029

50

klaar zijn voor de komende 40 jaar. De unilocatie variant is in april 2024 geraamd op € 45 miljoen en de duo locatie op € 20 miljoen. Vooruitlopend op de besluitvorming wordt in de indicatieve (tienjarige) periode van het Investeringsplan alvast rekening gehouden met een bedrag van € 20 miljoen (de minimale variant). De plannen voor verbouwing worden in de komende periode verder uitgewerkt. Medio 2025 wordt een voorstel en besluit voorgelegd aan de raad. Daarna kan het daadwerkelijke bedrag verwerkt worden in het Investeringsplan. Vervangen openbare verlichting door LED verlichting Met het vervangen van openbare verlichting door LED verlichting wordt achterstallig onderhoud aan de openbare verlichting verholpen en wordt een energiebesparing gerealiseerd. In besluit ‘Vrijgeven krediet vervangen openbare verlichting voor LED 2019 t/m 2022’ (2019/93821) is een krediet vrijgegeven voor de periode tot en met 2022. In de Bestuursrapportage 2023 is aanvullend krediet vrijgegeven voor 2023 en 2024. Het project is nog niet gereed en dient doorgang te krijgen om aan de projectdoelstellingen te kunnen voldoen: 1. Openbare verlichting op normniveau brengen. 2. Minimale restlevensduur van de vervangen openbare verlichting is 25 jaar. 3. Invullen van de potentiële besparing van 27% op het eigen energieverbruik.

In 2025 volgt hierover een raadsnota en worden aanvullende middelen betrokken bij de Kadernota 2026. Om in 2025 het project voort te zetten wordt bij deze programmabegroting een budget van € 400.000 toegevoegd aan post GOB.90 uit het Investeringsplan dat als aanvullend krediet wordt vrijgegeven. Stadionplein voorbereiding grondexploitatie Het afronden van het ontwerp Programma van Eisen voor de Leefomgeving (PvEL) vergt meer tijd dan voorzien, mede door aangepaste uitgangspunten ten aanzien van mobiliteit en een nader onderzoek naar duurzaamheid en energietransitie. Er vindt een extra participatieronde plaats. De tijdens de extra participatieronde ingebrachte reacties worden betrokken bij de verdere uitwerking tot een definitief ontwerp PvEL, dat daarna de inspraak ingaat. Vaststelling is voorzien in februari 2025. Vaststelling van de grondexploitatie zal in dezelfde raadsvergadering plaatsvinden. Het doorschuiven in tijd en het extra onderzoek heeft tot gevolg dat het toegekende krediet niet toereikend is voor de periode tot het openen van de grondexploitatie. Om de voorbereiding te kunnen voltooien, wordt voorgesteld post GRX.04 uit het Investeringsplan met € 100.000 op te hogen en voor dit bedrag een aanvullend voorbereidingskrediet vrij te geven. Het totale voorbereidingskrediet zal ten laste worden gebracht van de nog te openen grondexploitatie.

Bisschop Bottemanneplein Voor de succesvolle uitvoering van het project Bisschop Bottemanneplein is een aanvullende financiering noodzakelijk. Deze behoefte aan extra middelen is ontstaan doordat de kosten van de aanbesteding hoger zijn uitgevallen dan oorspronkelijk begroot. De voornaamste oorzaak van deze kostenstijging is de keuze voor een duurzame uitvoering van de werkzaamheden, waarbij gebruik wordt gemaakt van elektrisch materieel. Deze keuze sluit aan bij de strategische doelstellingen van de gemeente Haarlem op het gebied van duurzaamheid en milieuvriendelijkheid. Om het project te kunnen uitvoeren wordt post OR.038 uit het Investeringsplan met € 600.000 opgehoogd en wordt voor dit bedrag een aanvullend krediet vrijgegeven. Opvang vluchtelingen Woudplein (Laan van Decima II) Voor de opvang van vluchtelingen vanuit Oekraïne is aan de Laan van Decima een aantal wooneenheden geplaatst. In de Decemberrapportage 2023 en de Kadernota 2025 is hiervoor een krediet vrijgegeven, waarvan de kosten worden vergoed door het Rijk. Naast de woonunits is een Programmabegroting 2025-2029

51

duurzaam circulair paviljoen gerealiseerd als gemeenschappelijke woonkamer voor de vluchtelingen. Daarnaast zijn nog maatregelen genomen om de woonunits geluiddichter en energiezuiniger te maken. Voor deze kosten wordt post MTS.09 uit het Investeringsplan met € 1,6 miljoen opgehoogd en wordt een aanvullend krediet vrijgegeven voor dit bedrag. De kosten worden volledig door het Rijk vergoed, in de vorm van een vergoeding voor de rente en afschrijving op de investering. Aanvullende voorstellen investeringen Openbare verlichting LED Bisschop Bottemanneplein Stadionplein voorbereiding grex Opvanglocatie Woudplein Totaal investeringen

2024

100 1.600 1.700

2025 400 600

2026

2027

2028

1.000

0

0

0

Totaal 400 600 100 1.600 2.700

2026 17 26 43

2027 17 26 43

2028 17 26 43

2029 17 26 43

Deze investeringen geven de volgende kapitaallasten: Aanvullende voorstellen investeringen Openbare verlichting LED Bisschop Bottemanneplein Totaal kapitaallasten

2025

0

De investeringen in Stadionplein en Woudplein geven geen kapitaallasten, omdat de kosten worden ingebracht in de te openen grondexploitatie (Stadionplein) of volledig worden vergoed door het Rijk (Woudplein). Investeringsplan en kapitaallasten inclusief aanvullende voorstellen De aanvullende voorstellen zijn onder voorbehoud van besluitvorming verwerkt in het Investeringsplan. In de bijlage zijn de investeringen waarbij in de programmabegroting nog moet worden besloten over een ophoging, cursief weergegeven en voorzien van een asterisk (*). Bij volgende P&C-documenten zal een kolom met de mutatie ten opzichte van het Investeringsplan in het voorgaande P&C-document worden toegevoegd om de raad beter inzicht te geven in de doorgevoerde wijzigingen. Omdat het in deze Programmabegroting 2025-2029 slechts om de bovengenoemde vier wijzigingen gaat, wordt gesteld dat het overzicht bovenaan deze pagina volstaat. Tabel: Investeringsplan inclusief aanvullende voorstellen (bruto) Programma 2024 1 Maatschappelijke participatie 19.445 2 Ondersteuning en Zorg 14.284 4 Aantrekkelijke woon-werkstad 55.842 5 Gezonde en duurzame stad 7.687 6 Burger, Bestuur en Veiligheid 347 7 Alg. Dekkingsmiddelen & Overhead 6.412 Eindtotaal 104.017

2025 39.706 16.014 95.738 14.991 0 11.051 177.500

2026 51.548 13.187 96.444 19.611 0 4.059 184.849

2027 57.172 11.138 106.526 18.237 175 3.406 196.654

2028 54.774 8.182 116.549 17.787 0 2.467 199.759

De actualisatie van het Investeringsplan leidt samen met de aanvullende voorstellen tot de volgende wijziging in kapitaallasten ten opzichte van de bij de Kadernota 2025 vastgestelde begroting. Mutatie lasten uit aanvullende voorstellen Mutatie kapitaallasten uit investeringen (paragraaf 1.7.1) Mutatie Kap.lst uit aanvullende investeringen (par. 1.7.2) Totaal saldo effect begroting

2025 -1.252 0 -1.252

2026 -2.448 43 -2.405

2027 -317 43 -274

2028 -576 43 -533

2029 -1.453 43 -1.410

De kapitaallasten zijn na de actualisatie en de aanvullende investeringen zoals hierboven benoemd lager dan in de huidige begroting. De oorzaak is benoemd in paragraaf 1.7.1; er zijn ten opzichte van de Kadernota 2025 investeringen in tijd naar achteren geschoven en deze lopen langer door. Programmabegroting 2025-2029

52

Hierdoor komen afschrijvingslasten later in de begroting terecht. 1.7.3 Kredietbesluiten Bij begroting standaard vrijgeven van voorbereidingskredieten In juni 2022 heeft de raad een initiatiefvoorstel ‘Visie op de positie van de raad bij herinrichtingsplannen in het Fysiek domein (HCPP)’ (2021/174729) aangenomen over voorbereidingskredieten bij projecten via het HCCP. Kern van het voorstel is dat jaarlijks (bijvoorbeeld) bij de programmabegroting voorbereidingskredieten worden vrijgegeven voor projecten die in het dan komende jaar gaan starten. Om te zorgen voor een snellere voortgang van de projecten, waardoor de daadkracht van de gemeente kan worden vergroot, wordt voorgesteld het voorbereidingskrediet los te koppelen van de startnotitie (discussienota) en het programma van eisen. Voorstel is dat jaarlijks aan de commissie beheer een overzicht van herinrichtingsprojecten, die gepland staan om voorbereid te gaan worden in de komende jaren, wordt voorgelegd en besproken. Hierop volgend worden jaarlijks door de raad (bijv. bij de begrotingsbehandeling) de voorbereidingskredieten voor de HCPP-projecten van het komende jaar of bij meerjarenprojecten, voor de komende jaren vrijgegeven. Deze voorbereidingskredieten moeten beperkt zijn tot de daadwerkelijke voorbereidingskosten van een werk tot en met de definitiefase.

Jaarlijks, of indien nodig vaker, wordt tevens aan de commissie beheer een overzicht gestuurd van de met het voorbereidingskrediet opgestarte en op te starten projecten voor dat jaar en de komende jaren. Met het vaststellen van deze Programmabegroting 2025-2029 worden, vanuit de kaders van de hiervóór genoemde principebesluiten, de volgende voorbereidingskredieten vrijgegeven voor investeringen in de openbare ruimte: IP post OR.034 OR.049 OR.050 OR.051 OR.052 OR.079 BRG.04

Investering Veldzigtlaan e.o. groot onderhoud Buurtaanpak Hasselaersbuurt Pladella straat en Kruistochtstraat herinrichting Kleverpark Noord herinrichting Buurtaanpak Burgwal Buurtaanpak Zuiderpolder Zuid en Noord Waarderbrug

Totale investering € 6.615.000 € 6.525.000 € 3.245.000 € 5.279.000 € 7.110.000 € 26.000.000 € 4.306.000

Kredietbedrag € 660.000 € 650.000 € 458.000 € 525.000 € 711.000 € 2.600.000 € 450.000

Specifieke kredietbesluiten In een aantal lopende investeringen wordt voorgesteld om een (aanvullend) krediet vrij te geven, of wordt om een financieel-technische reden een kredietbesluit voorgelegd. Europaweg stadsstraat (subsidieverschuiving) Voor de projecten Nieuw-Zuid en stadsstraat Europaweg is vanuit bereikbare steden subsidie aangevraagd en inmiddels toegekend. Op basis van de aanvraag is in de nota ‘Vaststellen Definitief Ontwerp Europaweg stadsstraat en vrijgave krediet’ (2023/1831835) uitgegaan van € 13,7 miljoen subsidie voor de Europaweg. Inmiddels is de definitieve subsidiebeschikking ontvangen. Daarin is een andere verdeling van de subsidie tussen Nieuw-Zuid en de Europaweg aangegeven, waarbij € 11,6 miljoen is toegekend aan de Stadsstraat Europaweg. Dat is € 2,1 miljoen minder dan in de aanvraag en waarvan bij de kredietaanvraag is uitgegaan. De aan Nieuw-Zuid toegekende subsidie is met € 2,1 miljoen verhoogd. De kosten voor Nieuw-Zuid zijn op dit moment nog niet helemaal gedekt. Gesprekken met verschillende partners hierover lopen nog, maar ook de gemeente zal een deel van de kosten moeten dekken. Door de verschuiving van de toegekende subsidie is het resterende, en nog te dekken tekort voor Nieuw-Zuid € 2,1 miljoen lager.

De hogere subsidie voor Nieuw-Zuid is in het Investeringsplan verwerkt, de lagere kapitaallasten als gevolg hiervan zijn verwerkt in de geactualiseerde kapitaallasten van dit Investeringsplan. Voor het krediet voor de Programmabegroting 2025-2029

53

Europaweg betekent dit dat de daarin opgenomen baten € 2,1 miljoen lager zijn, dit bedrag aan kosten wordt niet door de subsidie afgedekt, maar wordt door de gemeente zelf geactiveerd. De lagere subsidie voor Europaweg is in het Investeringsplan verwerkt, de hogere kapitaallasten als gevolg hiervan zijn verwerkt in de geactualiseerde kapitaallasten van dit Investeringsplan. Aula begraafplaats Akendam De aula heeft een zeer gedateerde inrichting. In de Bestuursrapportage 2023 is een krediet vrijgegeven om de aula terug te brengen naar het oorspronkelijke ontwerp van de architect. Met deze grootschalige aanpak wordt het gebouw naar een passend niveau gebracht, waarmee het aansprekender wordt om gebruik van te maken en inzetbaar voor meerdere geloofsovertuigingen. Tegelijk met deze werkzaamheden worden maatregelen getroffen op het gebied van verduurzaming, vervangingsonderhoud, renovatie en verbeterde toegankelijkheid. De kosten, die deels in de exploitatie waren begroot, worden hiermee onderdeel van de investering. Voorgesteld wordt de investeringspost voor de aula op te hogen van € 400.000 tot € 1 miljoen.

De ophoging wordt gedekt door een overzetting vanuit de onderhoudsbegroting (€ 0,1 miljoen), een overheveling vanaf het investeringsbudget voor verduurzaming van gemeentelijk vastgoed (€ 0,2 miljoen) en een onttrekking aan de reserve Vastgoed (voor de toegankelijkheid en het achterstallig onderhoud, samen € 0,3 miljoen). Leidseplein 36 In het pand aan Leidseplein 36-36RD zijn diverse maatschappelijke organisaties gehuisvest, zoals een school, kinderopvang en GGD. Naast de verduurzaming die voor dit pand voorbereid wordt, zijn er ook herstelwerkzaamheden nodig aan de kozijnen en de vloer op de begane grond. Werkzaamheden zijn noodzakelijk en onvermijdelijk om onveilige situaties te voorkomen. Voor de verduurzaming is reeds krediet beschikbaar, voor de renovatie is (aanvullend) € 600.000 nodig. Deze kosten waren eerder dit jaar nog niet bekend en daarom ook nog niet geraamd, de investering wordt gedekt door een onttrekking aan de reserve Vastgoed. Sanitaire voorzieningen Vanwege het wijzigen van de functie van het sanitair bij de Gravenstenenbrug en de wens uit de Ambitiekaart Haarlemse wateren zullen er twee nieuwe sanitaire voorzieningen worden gerealiseerd. In het Investeringsplan is hiervoor € 500.000 gereserveerd op post HVD.03.

Inmiddels heeft onderzoek plaatsgevonden naar geschikte locaties en oplossingen, op basis waarvan de keuze is gevallen op twee drijvende voorzieningen. Deze worden geplaatst bij de Gravenstenenbrug en de Turfmarkt. Om tot uitvoering over te gaan wordt een krediet van € 500.000 vrijgegeven.

1.8 Onderzoeken ingevolge de Verordening art. 213a De Gemeentewet artikel 213a schrijft voor dat gemeenten doelmatigheidsonderzoeken uitvoeren. In Haarlem is dit bekrachtigd door de raad in de ‘Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur van de gemeente Haarlem’ (2012/469231). In de programmabegroting geeft het college aan welke onderwerpen in het komend jaar onderzocht gaan worden. Overwegingen die bij de selectie een rol spelen zijn onder andere het rendement van het verwachte resultaat en spreiding over de beleidsvelden. Voor het jaar 2024 voert het college 213a onderzoeken uit naar de volgende twee onderwerpen: 1. Transitiepad mobiliteit uit de routekaart duurzaamheid 2. Toekomstgericht onderzoek inhuur derden Beschikbaar budget Voor de uitvoering van onderzoek wordt mogelijk een beroep gedaan op externe deskundigheid. Voor 2024 is een onderzoeksbudget beschikbaar van € 100.000. Programmabegroting 2025-2029

54

1.9 Interbestuurlijk toezicht Kader De Wet revitalisering generiek toezicht (zie ook de informatienota Interbestuurlijk toezicht 2013/393816) is de basis voor het door het kabinet gewenste interbestuurlijk toezicht (IBT): het toezicht van de ene overheid op de andere. Het uitgangspunt van de wet is het vertrouwen in een goede taakuitoefening door de gemeente. Daarbij hoort dat de horizontale verantwoording (college aan raad) en het horizontale toezicht (raad op college) in orde zijn. Het toezicht op de uitvoering van al deze medebewindstaken door het college ligt primair bij de raad. Invulling interbestuurlijk toezicht door provincie Ook in 2025 houdt de provincie toezicht op de volgende medebewindstaken voor Haarlem: 1. Financiën; 2. Omgevingsrecht; 3. Archiefbeheer (vastgelegd in de provinciale informatieverordening); 4. Huisvesting statushouders. Ad 1 Financiën Het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader 2020 (GTK 2020) vormt het kader voor het financieel toezicht van de provincie op de gemeente. Het GTK 2020 heeft onder meer als uitgangspunt geformuleerd dat goed toezicht alleen in dialoog kan worden uitgevoerd. Het gaat om een constructieve dialoog, waarin betrokken partijen met behoud van ieders rol en verantwoordelijkheid elkaar aanspreken en kritisch bevragen.

In de praktijk betekent dit dat er ambtelijk minimaal twee keer per jaar een overleg plaatsvindt over de financiële positie en de ontwikkeling daarvan. Op bestuurlijk niveau vindt overleg plaats indien een van de betrokken partijen daar aanleiding voor heeft. Voor 2024 (meest recente informatie) heeft de provincie aangegeven geen aanleiding te zien het toezicht aan te scherpen en het repressieve toezicht te handhaven. Ad 2 Omgevingsrecht De provincie heeft over de processen op toezicht en handhaving binnen dit kader over 2023 aangegeven dat Haarlem haar taken op de onderzochte punten in het brede palet van het omgevingsrecht gemiddeld goed uitvoert. Als verbeterpunten zijn aangegeven het ontbreken van een evaluatie van het VTH (Vergunningverlening, toezicht en handhaving) beleid en het voorafgaand aan een kalenderjaar vaststellen van het uitvoeringsprogramma. In 2024 worden deze verbeterpunten opgepakt. Over het algemeen is het streven om het uitvoeringsprogramma in het eerste kwartaal van een jaar vast te laten stellen. Echter is dit in 2024 niet gelukt omdat het VTH-Beleidsplan 2024-2028 op dat moment nog niet was opgesteld. Er is daarom besloten om het uitvoeringsprogramma pas op te stellen wanneer het beleidsplan was vastgesteld. Op deze manier sluit het VTH uitvoeringsprogramma beter aan op het VTH-Beleidsplan.

Daarnaast is in het VTH Evaluatieprogramma 2023 Omgevingswet een evaluatie van het beleidsplan VTH 2019 e.v. opgenomen. In het VTH Evaluatieprogramma 2024 zal de eerste evaluatie worden opgenomen van het VTH-Beleidsplan 2024-2028 (2024/455521), dat in april 2024 door het college is vastgesteld. Ad 3 Archiefbeheer De uitvoering van het informatie- en archiefbeheer verloopt conform de gemaakte afspraken met de toezichthouder en archiefinspectie. In voorgaande jaren is de uitvoering van de taken die voortvloeien uit de Archiefwet- en regelgeving als adequaat beoordeeld. Door interne prioritering is er vanuit Interbestuurlijk Toezicht over het jaar 2021-2022 geen beoordelingsbrief door de provincie

Programmabegroting 2025-2029

55

gestuurd. Het oordeel van de provincie over 2021-2022 met een doorkijk naar 2023, is dat Haarlem nog steeds goed presteert. Ad 4 Taakstelling huisvesting statushouders De taakstelling huisvesting statushouders 2023 voor Haarlem is in samenwerking met de drie woningcorporaties met een positief saldo van 18 plaatsingen/huisvestingen gerealiseerd. Dit resultaat is overeenkomstig de door de gemeente Haarlem met de woningcorporaties gemaakte prestatieafspraken. De taakstelling 2024 bedraagt 330 huisvestingen, minus de voorstand vanuit 2023 resulteert dit in een taakstelling van per saldo 312 statushouders waarvoor in 2024 huisvesting gevonden moet worden. Per 1 augustus 2024 is hiervan de huisvesting van 161 personen gerealiseerd, zodat er voor de resterende vijf maanden nog een opgave van 151 te huisvesten personen staat. Er wordt ingezet op een extra inspanning zodat de taakstelling 2024 aan het eind van het jaar alsnog volledig gerealiseerd kan worden. Er bestaat geen zekerheid of deze doelstelling haalbaar zal blijken, de spanning op de sociale woningmarkt in Haarlem is aanzienlijk, waardoor de realisatie van de wettelijke taakstelling veel extra inspanning vereist. Naar verwachting zal die situatie voor 2025 niet veranderen, uitgaande van een voor dat jaar vergelijkbare taakstelling ten opzichte van 2024.

Speciaal voor de wettelijke taakstelling huisvesting Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV-ers) met een status geldt dat een aanzienlijke extra inspanning is vereist. De opgave voor het tweede halfjaar 2024 om 42 AMV-ers met een verblijfstatus in Haarlem huisvesting te bieden, zal naar alle waarschijnlijkheid niet gerealiseerd kunnen worden. Hierbij geldt dat de groepsgewijze huisvesting specifieke oplossingen met een projectmatige aanpak vraagt en vaak de nodige weerstand in de directe omgeving oproept.

Programmabegroting 2025-2029

56

Programmabegroting 2025-2029

57

Duurzaamheidsbegroting 2025 In de duurzaamheidsbegroting wordt de voortgang op de Haarlemse duurzaamheidsdoelstellingen gepresenteerd. Aangezien niet alle duurzaamheidsthema’s al even goed meetbaar zijn, gebruikt Haarlem de duurzaamheidsbegroting als een ‘proeflab’ voor het ontwikkelen van indicatoren en monitoringsinstrumenten.

Circulaire stad 2040

Aardgasvrij 2040

Klimaatbestendige stad 2050

In een circulaire economie worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt en verspilling zo veel mogelijk voorkomen. Hiervoor heeft Haarlem het actieprogramma Circulaire economie vastgesteld. Onderdeel hiervan is het inzichtelijk maken van de opgave.

Haarlem zet volop in op CO2 reductie door afscheid te nemen van fossiele brandstoffen. Hiervoor volgt Haarlem de doelstellingen en maatregelen uit de routekaart Duurzaamheid. De jaarlijkse tussendoelstellingen voor CO2 reductie blijven hetzelfde tot en met 2030.

Het wordt heter, natter en droger. Haarlem moet zich voorbereiden op een veranderend klimaat.

Bouw & consumptiegoederen, eigen organisatie en textiel

Huishoudelijk afval Consumptiegoederen

Overig

Voedsel

Bouw

CO2-uitstoot Haarlem per transitiepad en prognose CO2-reductie in 2030

CO2 in kton 600

400

Electriciteit en opwek

300

Mobiliteit

Dit jaar zijn voor het eerst de materiaal- en afvalstromen van Haarlem in beeld gebracht. Er is een verdieping uitgevoerd naar het bedrijfs- en huishoudelijk afval waar de gemeente regie op kan voeren, ofwel omdat zij zelf ontdoener zijn, ofwel als opdrachtgever of aandeelhouder. In 2023 was er 266 kton bedrijfs- en huishoudelijk afval. Op 44% hiervan kan de gemeente regie voeren.

Doorontwikkeling In de verdere ontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting is er aandacht voor het steeds beter meetbaar maken van circulariteit en klimaatbestendigheid.

geen regie

56% 44% eigen regie

0

-27%

59.201 geanalyseerd

-65%

Werken

100

Materiaal- en afvalstromen

Om te kunnen oordelen over de klimaatbestendigheid van een stad moet een balans worden opgemaakt van de effecten van klimaatverandering. Daarom wordt er in deze begroting een voorstel gedaan met aandacht voor ‘wat merken de inwoners’, en ‘wat doet de gemeente Haarlem’.

-8,8%

500

200

Duurzaamheid is een vast onderdeel van de Kadernota (herijking), de programmabegroting (doelstellingen) en het jaarverslag (verantwoording).

Inzicht in de klimaatbestendige stad

Wonen ’17

’22

’30

Doelstelling minimale CO2-reductie 2030: -60% Tussendoel 2022

Realisatie 2022

Prognose 2030

Eigen organisatie De gemeente Haarlem wil het goede voorbeeld geven door duurzame beslissingen te nemen binnen de eigen bedrijfsvoering.

26.000 kg afgevangen luchtvervuiling per jaar

279 mln. kg opgeslagen koolstof 929.000 kg koolstofopname per jaar

Baten van bomen Onze Haarlemse bomen hebben verschillende functies. Ze geven de Haarlemmers schaduw op hete dagen, leveren een bijdrage aan de biodiversiteit en nemen regenwater en luchtvervuiling op. Circa 90% van de gemeentelijke bomen is geanalyseerd om de bijdrage aan de leefomgeving in beeld te brengen.

% 60

CO2-Prestatieladder Verbonden partijen van gemeente Haarlem

40 20

Duurzaamheid in investeringen Haarlem ontwikkelt met haar partners een duurzaamheidsmonitor. Daarin staan de resultaten voor diverse facetten van duurzaamheid van projecten van eigen grond-, weg- en waterbouwprojecten in de openbare ruimte.

0

66 mln. l Afgevangen regenwater per jaar

’19

’20

’21

’22

’23*

*nog niet vastgesteld

Circulair inkopen en opdrachtgeverschap De gemeente Haarlem heeft, samen met andere gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam, de ambitie om in 2025 50% circulair in te kopen, oplopend richting 100% in 2030.

Circulair in de openbare ruimte Haarlem opent in 2025 met haar raamcontractpartners een circulaire ‘materialenhub’ om de vrijkomende materialen uit onze openbare ruimte op te slaan om later in te zetten bij nieuwe projecten. Projecten worden daarnaast beoordeeld op hun invloed op het milieu waarbij milieuvriendelijkere alternatieven in beeld worden gebracht, bijvoorbeeld de inzet van elektrisch materieel of een biobased materialen.

Verbonden partijen voeren opdrachten uit voor de gemeente Haarlem, zoals het ophalen van het huisvuil en het onderhoud aan de gebouwen van de gemeente en sport-velden. Er wordt inzicht gegeven in de activiteiten die Vennootschappen, coöperaties en Gemeenschappelijke regelingen ondernemen op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

3 van 5

Met de CO2-Prestatieladder geeft de organisatie inzicht in haar CO2 voetafdruk en stelt plannen op om deze te verkleinen. Gemeente Haarlem is gecertificeerd op niveau 3 (van 5).

Duurzaamheid in bestuurlijke besluitvorming In bestuurlijke nota’s wordt een argument opgesteld waarin de gemaakte afwegingen op het gebied van duurzaamheid staan, wanneer dit van toepassing is.

1.10 Duurzaamheidsbegroting Duurzaamheidsbegroting: Hoofdpunten De duurzaamheidsbegroting is een instrument voor het gemeentebestuur van Haarlem om tot efficiënte besluitvorming te komen over een doelmatige en doeltreffende inzet van middelen en hierover verantwoording af te leggen aan de raad. In het coalitieakkoord ‘Actie!’ 2022-2026 staat vermeld dat het doel is om aan het einde van deze periode duurzaamheid(sdoelstellingen) en brede welvaart volledig te integreren in de reguliere begroting. Om deze reden richt de duurzaamheidsbegroting zich op de drie Haarlemse duurzaamheidsdoelstellingen, in 2040 aardgasvrij en een circulaire stad in 2050 een klimaatbestendige stad en brede welvaart. In de duurzaamheidsbegroting wordt de voortgang op deze doelstellingen gepresenteerd. Aangezien niet alle duurzaamheidsthema’s al even goed meetbaar zijn, dient de duurzaamheidsbegroting daarnaast als een ‘proeflab’ voor het ontwikkelen van indicatoren en monitoringsinstrumenten, zodat de opgave geconcretiseerd wordt. De P&C cyclus is de leidraad in deze doorontwikkeling; in het jaarverslag worden de behaalde resultaten gepresenteerd, in de kadernota wordt de prognose bijgesteld en in de begroting worden de (tussen)doelstellingen indien nodig bijgesteld.

De doelstelling aardgasvrij 2040 (energietransitie) volgt al dit stramien, het voornemen is om de doelstellingen circulaire stad 2040 en klimaatbestendige stad 2050 op dezelfde wijze stap voor stap op te bouwen, zodat het monitoren van de voortgang richting de doelstellingen mogelijk wordt. In bijlage 5.12 wordt de volledige duurzaamheidsbegroting gepresenteerd. In deze paragraaf worden de hoofdpunten uitgelicht.

Aardgasvrij 2040 In de Kadernota 2025 is de prognose geactualiseerd. Deze aanpassing van de prognose geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de jaarlijkse tussendoelstellingen. In het Jaarverslag 2024 zal de CO₂ uitstoot over 2023 gepresenteerd worden, waarna hierover zal worden verantwoord. Bij de Kadernota 2025 is de motie ‘Duurzaamheidsbegroting: Maatregelen op de plank’ (2024/1292174) aangenomen. In de Kadernota 2026 zal hier, bij de herijking van de prognose CO₂ reductie, een voorstel voor worden gedaan. Circulaire stad 2040 Met de vaststelling van het ‘Actieprogramma Circulaire Economie’ (2023/317984) is inzichtelijk gemaakt hoe Haarlem deze coalitieperiode de doelstelling om in 2040 een circulaire stad te zijn Programmabegroting 2025-2029

60

beoogd te bereiken. Het Rijk heeft in het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 aangegeven uiterlijk eind 2023 een landelijk monitoringskader te ontwikkelen om de voortgang te meten. Dit monitoringskader is vooralsnog niet beschikbaar. Haarlem heeft er daarom voor gekozen om niet langer te wachten en zelf te starten met het vormgeven van een monitoringsinstrument. Er is een grondstoffen- en afvalstromenanalyse uitgevoerd, deze is opgenomen in de Kadernota 2025. Voor deze Programmabegroting 2025-2029 is een verdiepende analyse uitgevoerd op de afvalstromen waar de gemeente Haarlem (in)direct regie op kan voeren. De gemeente Haarlem kan op diverse wijzen regie voeren en/of sturing geven op welke wijze afval wordt opgehaald en verwerkt. Ten eerste als ‘zelf ontdoener’, dit omvat onder andere het huishoudelijk afval van de inwoners, het afval afkomstig van het milieuplein en het eigen afval. Ten tweede kan de gemeente als opdrachtgever invloed uitoefenen. En ten derde kan de gemeente als aandeelhouder invloed uitoefenen. Kijkend naar deze drie categorieën, wordt gesteld dat de gemeente op 44% van het bedrijfs- en huishoudelijk afval regie kan voeren, dit betreft ongeveer 116 kiloton. Opvallend is dat, wanneer wordt gekeken naar de wijze van verwerking van het afval binnen deze categorieën gesteld kan worden dat er hoogwaardig wordt verwerkt.

Echter, circa 40% is als gevolg van opslaan/opbulken van afval niet inzichtelijk. Circulair inkopen en opdrachtgeverschap De doelstelling is om in 2025 50% circulair in te kopen, oplopend richting 100% in 2030. In 2019 is er voor 37% circulair ingekocht, in 2020 was dit 40%, in 2021 58%, in 2022 was het 55% en de eerste monitoring over 2023 komt boven de 60% uit, maar dit moet nog nader vastgesteld worden. De cijfers zijn gebaseerd op de meetmethode Circulair Inkopen en Opdrachtgeverschap van de Metropool Regio Amsterdam (MRA), waarmee wordt gekeken naar de circulaire aandacht in het inkoopproces bij uitgaven. Er wordt niet gekeken naar effectieve impact en er wordt ook geen focus gelegd op inkoopcategorieën die het grootste verschil zouden kunnen maken. De gemeente Haarlem is voortvarend gestart met de ontwikkeling richting circulair inkopen en is nu klaar voor de volgende stap; van input naar impact. Een voorbeeld om van input naar impact te gaan, is het gebruik van de MilieuKostenIndicator binnen projecten. Klimaatbestendige stad 2040 Met de vaststelling van het Plan Stedelijk Water 2024-2033 (2023/1554669) zijn maatregelen inzichtelijk gemaakt op basis van het beheer van het rioolsysteem, hiermee is een basis gelegd voor het verbeteren van grond- en oppervlaktewater. Dit is onderdeel van een klimaatbestendige stad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14610138/1