2 Bijlage 1 NRD voor PlanMER Warmteprogramma
Tekst van het document
28
+
Positief effect
0
Geen / neutraal effect
-
Negatief effect
--
Zeer negatief effect
Geringe verbetering t.o.v. de referentiestituatie Geen, of nagenoeg geen effect Geringe verslechtering t.o.v. de referentiesituatie Aanzienlijke verslechtering t.o.v. de referentiesituatie
29
6.
Reageren In dit hoofdstuk komen de mogelijkheden tot het reageren op de NRD aan bod. Vervolgens gaan we in op de vervolgstappen in het proces. Als laatste wordt een toelichting gegeven op de betrokken partijen bij de procedure.
6.1 Reageren op de NRD De NRD is het startpunt voor het opstellen van het MER. Centraal staat de vraag: “Wat moet in het MER worden onderzocht?”. Iedereen kan zijn reactie (zienswijze) op de NRD geven. Hierin vragen wij om reactie te geven op de volgende vragen: • Mist u onderzoekthema’s en waarom? • Wat zou u specifieker onderzocht willen hebben en waarom? • Ziet u overige kansen voor de ontwikkeling? De gemeente vraagt ook aan betrokken bestuursorganen en wettelijke adviseurs om een reactie te geven op de NRD. U kunt van 19 maart tot en met 2 mei 2025 uw reactie (zienswijze) geven over de NRD. U kunt dit op drie manieren doen: • Digitaal: schrijf uw mening in een email en stuur deze naar duurzaam@haarlem.nl • Per brief: schrijf uw mening • in een brief, zet uw handtekening en adres onder de brief en stuur deze naar: Gemeente Haarlem t.a.v. ECDW secretariaat Postbus 511 2003 PB Haarlem Schrijf daarbij: Zienswijze NRD Warmteprogramma Haarlem Via een gesprek: wilt u uw mening liever in een gesprek aan een medewerker van de gemeente vertellen? Bel dan tijdens werkdagen naar nummer 14023 om een afspraak te maken (graag zeggen dat u een afspraak met team Duurzaamheid wilt).
6.2 Vervolgstappen De reacties (zienswijzen) op de NRD worden meegenomen bij het opstellen van het MER. Het MER wordt gelijktijdig met het Warmteprogramma ter inzage gelegd. Iedereen mag dan een reactie (zienswijze) geven op het Warmteprogramma en op het MER zodat deze ook in het definitieve Warmteprogramma goed kunnen worden meegenomen. De Commissie mer wordt gelijktijdig met de ter inzagelegging van het MER om advies gevraagd. Na verwerking van de reacties (zienswijzen) en het advies van Commissie mer wordt het MER en het Warmteprogramma voor besluitvorming opgesteld waarna het definitieve Warmteprogramma kan worden vastgesteld.
30
6.3 Initiatiefnemer en bevoegd gezag Bij een mer is sprake van drie formele rollen: een bevoegd gezag, een initiatiefnemer en adviseurs. Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat het besluit waarvoor de mer wordt uitgevoerd vaststelt. In de context van het Warmteprogramma is dat het College van B&W van de gemeente Haarlem. De initiatiefnemer is degene die het voornemen heeft een activiteit te ondernemen. Dit is ook de gemeente Haarlem.
31
7.
Bijlage 1 – Begrippenlijst Begrip Afleverset
Distributieleiding
Droge koelers Midden temperatuur warmte Lage temperatuur warmte Zeer lage temperatuur warmte Netcongestie Schillabel
Thermische energie uit oppervlaktewater Trafohuisje (ook wel transformatorhuisje) Warmteoverdrachtstation Warmtebuffer
Uitleg Een warmte afleverset vormt de verbinding tussen het warmtedistributienet van een warmteleverancier en de binnen-installatie van een warmteverbruiker. Het is een installatie voor de overdracht van warmte aan een warmteverbruiker met behulp van heet water. Een distributieleiding is een leiding die de warmte van de warmtebron en het warmteoverdrachtstation in gebouwen afgeleverd. Er zijn twee soorten distributieleidingen: een aanvoer- en een retourleiding. De aanvoer levert de warmte af. Het afgekoelde water loopt vervolgens weer terug via de retourleiding. Droge koelers zijn warmtewisselaars waarbij wordt gekoeld door omgevingslucht. Een warmtenet kan op verschillende temperaturen warmte afgeven. Midden temperatuur warmte heeft een afgiftetemperatuur tussen de 50 en 70 graden Celsius. Een warmtenet kan op verschillende temperaturen warmte afgeven. Lage temperatuur warmte heeft een afgiftetemperatuur tussen de 30 en 50 graden Celsius. Een warmtenet kan op verschillende temperaturen warmte afgeven. Zeer lage temperatuur warmte heeft een afgiftetemperatuur tussen de 10 en 30 graden Celsius. Netcongestie is het overbelast raken van het elektriciteitsnet door te veel vraag of te veel aanbod van elektriciteit. Het schillabel betreft een indicatie van de isolatiewaarde van de gebouwschil.
De schil van een woning bestaat uit de buitenkant van de woning, oftewel de gevel, het dak, de vloer en de ramen. Het label is gebaseerd op het energielabel van het gebouw, maar dan exclusief de warmtevoorziening en eventuele opwek (zoals zonnepanelen). Bij thermische energie uit oppervlaktewater wordt warmte uit oppervlaktewater, zoals meren, kanalen en rivieren, gewonnen voor het verwarmen van nabijgelegen woningen en gebouwen. Een transformatorhuis, veelal trafohuisje genoemd, transformeert hoogspanning van 3 tot 50 kilovolt naar laagspanning van 400 volt. Zo wordt de elektriciteit geschikt gemaakt om in huis te gebruiken. Een warmteoverdrachtstation draagt de warmte van een hoofdtransportleiding over naar het lokale warmtenet in de wijk. De vraag naar warmte is overdag en ’s nachts niet gelijk. Ook is er in de zomer meer warmte beschikbaar dan in de winter. Daarom wordt warmte vaak opgeslagen in een warmtebuffer. Een warmtebuffer slaat warmte op als deze beschikbaar is, en geeft warmte af wanneer dit nodig is. Een warmtebuffer kan verschillende vormen aannemen.
32
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 11 maart 2025
Tekst: I. de Jongh, Fotografie: [Naam], Ontwerp: [Naam], Drukwerk: [Naam] ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 33