2 Bijlage 1 Inrichtingsleidraad Openbare Ruimte
Tekst van het document
Inrichtingsleidraad voor de Openbare Ruimte
31 oktober 2023 Rob Krom, Mick de Waart BBOR
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
2.
Aanleiding en doel
4
3.
Kader
5
4.
Inventarisatie ruimteclaims
6
4.1
Mengen & Verdichten
6
4.2
Buurtgericht ontwikkelen
6
4.3
Vergroenen & Vernatten
7
4.4
Versterken gezonde leefomgeving
7
4.5
Ruimte voor de energietransitie
8
4.6
Mobiliteitstransitie
8
5.
Leidende principes
10
6.
Werkwijze
12
2
1.
Inleiding De Inrichtingsleidraad voor de Openbare Ruimte benoemt 7 leidende principes voor het afwegen van ruimteclaims bij herinrichtingen en schetst een bijbehorende procesaanpak voor toekomstige projecten. De openbare ruimte is in Haarlem schaars, terwijl de ambities ervoor groot zijn: het is de belangrijkste ontmoetingsplek van de stad: er moet in gespeeld kunnen worden, het moet groen, leefbaar, klimaatadaptief, toegankelijk, natuurinclusiefen veilig zijn, ervoor zorgen dat we ons van A naar B kunnen verplaatsen en er mooi uitzien. Het liefst parkeren we ook onze fiets en auto er nog in. Daarbij liggen er ook claims voor de toch al volle ondergrond; wensen voor de aanleg van warmtenetten, infiltratieriolering en extra datakabels. Met de inrichting moeten we boven- en ondergrond op elkaar afstemmen. Voor veel van deze ambities is in diverse beleidsnota's geschetst hoe we hier mee om willen gaan. In de praktijk kan dit echter niet altijd overal volledig worden ingepast. Deze inrichtingsleidraad helpt bij het creëren van een praktische en goede balans tussen alle van toepassing zijnde beleidsambities op basis van de Haarlemse Omgevingsvisie (de overkoepelende visie op de ontwikkeling van de stad), Het helpt bij onze gesprekken met de externe stakeholders omdat we met dit document beter kunnen uitleggen waarom we doen wat we doen.
3
2.
Aanleiding en doel De druk op de openbare ruimte is groot, verschillende opgaven dienen een plek in de openbare ruimte te krijgen. Een toegankelijke stad, klimaatadaptieve maatregelen, ruimte voor spelende kinderen, meer bomen, het realiseren van Natuurnetwerk Haarlem en de energietransitie leggen claims op de openbare ruimte (boven- en ondergronds). Deze ambities moeten in Haarlem een plek krijgen. In januari 2022 heeft de gemeenteraad van Haarlem de Omgevingsvisie Haarlem 2045 vastgesteld. Hierin wordt vooruit gekeken tot 2045 en wordt omschreven hoe we de hierboven genoemde opgaven in Haarlem ten opzichte van elkaar zien. Dit is echter een visie op hoofdlijnen die in projecten wordt vertaald naar passende, haalbare en concrete plannen. Onder de omgevingsvisie hangen verschillende beleidsnota's op thema's zoals mobiliteit en groen die voor deze onderdelen het streefniveau beschrijven. In de praktijk is het door de schaarse ruimte vaak niet mogelijk om deze streefniveaus volledig op iedere plek te behalen. De omgevingsvisie helpt dan om ze ten opzichte van elkaar te prioriteren en te bepalen of de balans goed blijft. De stap van een abstracte Omgevingsvisie voor de lange termijn met onderliggend beleid naar een heel concreet project vraagt een vertaling van de ambities met bijbehorende afwegingen.
Deze leidraad maakt inzichtelijk hoe we afwegingen in de openbare ruimte maken en waarom we dat zo doen. Zo helpt de leidraad om de kloof tussen de abstracte visie en concrete projecten te overbruggen en kunnen we keuzes beter uitleggen naar onze externe stakeholders. Dit zorgt voor meer vaart in projecten en dat we het juiste gesprek met elkaar te hebben waarbij we de langetermijndoelen van Haarlem voor ogen blijven houden.
4
3.
Kader De omgevingsvisie is het overkoepelende beleidsdocument voor de ontwikkeling en het beheer van de stad en dus ook de openbare ruimte. De omgevingsvisie is dus expliciet bedoeld om conflicterende belangen ten opzichte van elkaar af te wegen. Het vertrekpunt van de leidraad zijn daarom de zes strategische keuzes en de redeneerlijn voor ruimtelijke afwegingen uit de omgevingsvisie. De zes strategische keuzes zijn: 1) Mengen en verdichten 2) Buurtgericht ontwikkelen 3) Vergroenen en vernatten 4) Bevorderen gezonde leefomgeving 5) Ruimte voor de energietransitie 6) Mobiliteitstransitie Deze keuzes zorgen ervoor dat we als stad grote opgaven aan kunnen en dat we daarbij de belangrijkste kwaliteiten van Haarlem overeind houden. Het is daarom belangrijk dat ook deze leidraad er voor zorgt dat projecten in de openbare ruimte zo gerealiseerd worden dat ze aansluiten op deze gemaakte keuzes. De leidende principes en werkwijzen in deze leidraad worden dus onderbouwd vanuit deze al gemaakte keuzes.
5
4.
Inventarisatie ruimteclaims Vanuit verschillende beleidsstukken en deelambities komen verschillende ruimteclaims naar voren. Deze moeten ergens een plekje in de openbare ruimte gaan krijgen. De openbare ruimte is echter voor het overgrote deel al in gebruik voor het een of het ander, dit betekent dus dat bestaande ruimte intensiever moet worden gebruikt en/of dat het bestaande gebruik op sommige plekken moet wijken voor deze nieuwe ambities. Het bestaande gebruik bestaat voor zo’n 60% uit ruimte voor verschillende vormen van mobiliteit (voetganger, fiets en auto) en daarvan is zo’n tweederde primair in gebruik door de auto (rijbaan en parkeren). In sommige wijken en buurten beslaat ruimtegebruik van de auto alleen al meer dan 60% van de openbare ruimte en staat de auto centraal. Het bestaande ruimtegebruik concurreert dus meer en meer met ruimteclaims van nieuwe opgaven en ambities die Haarlem heeft. Het zijn deze claims die in projecten ten opzichte van elkaar moeten worden gewogen. Het is daarom goed om op hoofdlijn een beeld te hebben van de aard en omvang van deze verschillende ruimteclaims. Onderstaande lijst is niet uitputtend maar geeft een overzicht van de opgaven die ruimte vragen en het meest om ruimte concurreren.
4.1 Mengen & Verdichten Identiteit (uit Omgevingsvisie) De openbare ruimte zegt veel over de identiteit van een buurt. De inrichting van de openbare ruimte van buurten is vaak typerend voor de buurt en ook sommige routes zijn erg bepalend voor de identiteit. We vinden het daarom belangrijk dat openbare ruimte ook echt openbaar is en dat bewoners invloed hebben op de inrichting van hun eigen leefomgeving. Bij herinrichting moet daarom ruimte voor bewoners zijn om mee te bepalen over de manier waarop diverse ruimteclaims met elkaar in balans gebracht worden.
4.2 Buurtgericht ontwikkelen 10-minuten-netwerk (fijnmazig fiets- en wandelnetwerk) (uit Omgevingsvisie). In een straat die tot het 10-minuten-netwerk behoort, vormen toegankelijkheid, veiligheid en aanwezigheid van ontmoetingsruimte het uitgangspunt. Toegankelijkheid (Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap) We vinden het in Haarlem belangrijk dat iedereen deel kan nemen aan het leven in de stad. Dit betekent bij herinrichting van straten bijvoorbeeld dat de breedte, hoogte en helling van stoepen het niet onmogelijk moet maken om hier met een rollator of rolstoel overheen te kunnen. Ook betekent het dat objecten zoals laadpalen, afvalbakken, fietsenrekken of losse fietsen zo moeten worden geplaatst dat ze de doorgang niet blokkeren en de toegang tot openbaar vervoer moet eenvoudig zijn (toegankelijke perrons en geleidelijnen). Het tien-minutennetwerk heeft voor wat betreft toegankelijkheid als dagelijks netwerk voor alle Haarlemmers een hogere prioriteit op het gebied van toegankelijkheid.
6
Spelen (uit Omgevingsvisie) Kinderen spelen in de openbare ruimte. Zowel in daarvoor aangewezen speelvoorzieningen als op straat. Dit is van belang voor de ontwikkeling en gezondheid van kinderen. We vinden het daarom belangrijk dat de openbare ruimte meer geschikt is om op een veilige en aantrekkelijke manier te kunnen spelen, met de aanleg van voldoende speelaanbod en speelaanleiding dat bereikbaar is via veilige en overzichtelijke oversteekplekken (zeker in de omgeving van basisscholen). Ontmoeten en samenkomen (uit Omgevingsvisie) De openbare ruimte is de belangrijkste ontmoetingsplek van de stad. Of het nou gaat om een praatje bij het uitlaten van de hond, een gezellige buurtbarbecue, een kopje koffie op een bankje of terrasje of een snelle groet bij het passeren onderweg naar de supermarkt. Het zijn deze ontmoetingen die voor de sociale cohesie zorgen die woonbuurten zo aantrekkelijk maakt. Bij herinrichting willen wij die ontmoetingsruimte met zitgelegenheid creëren.
4.3 Vergroenen & Vernatten Klimaatadaptatie (uit Strategisch plan klimaatadaptatie) Door het veranderende klimaat kunnen we steeds extremere hitte en regenval verwachten. Groen speelt een belangrijke rol bij het tegengaan van negatieve effecten hiervan. Bij herinrichting van straten moet voldoende groenoppervlak worden gecreëerd om, waar nodig, water te kunnen laten infiltreren zodat bij hevige regenval water niet de woningen in stroomt. Waterverbindingen (uit Omgevingsvisie) Om ook op langere termijn bij hevige regenval te kunnen zorgen dat regenwater de stad uitkomt zodat deze niet onder water komt te staan, zijn enkele nieuwe watergangen nodig. In straten waar deze moeten komen hebben ze conform de redeneerlijn ruimtelijke afwegingen uit de omgevingsvisie topprioriteit. Waterberging (uit Strategisch plan klimaatadaptatie) Op veel plekken is enkel groenoppervlak niet voldoende om bij hevige regenval al het water tijdig weer weg te krijgen. Op die plekken moet onder- en/of bovengronds waterberging worden aangelegd. Water kan bijvoorbeeld tijdelijk tussen stoepranden blijven liggen, in een ondergronds waterbergend pakket worden opgevangen of in een dieper gelegen stuk groen (een 'wadi') worden opgevangen.
4.4 Versterken gezonde leefomgeving Bomen en leefgroen (uit Groenbeleidsplan Haarlem gaat op Groen!) In het groenbeleid is de 3-30-300 regel opgenomen als streven. Dit betekent dat vanuit iedere woning 3 gezonde grote bomen te zien moeten zijn, 30 procent van het totale oppervlak in een buurt uit groen moet bestaan en binnen 300 meter van een woning een groen park of plantsoen toegankelijk moet zijn. Daarnaast is het wenselijk om het groen beter met elkaar te verbinden binnen recreatieve routes naar het buitengebied en om ontbrekende schakels in de hoofdbomenstructuur te dichten.
7
Natuurnetwerk Haarlem (ecologische verbindingen) (uit Groenbeleidsplan Haarlem gaat op Groen!) De gemeenteraad in Haarlem heeft de noodtoestand voor de biodiversiteit uitgeroepen. Het natuurnetwerk Haarlem zorgt voor een groennetwerk dat groene plekken in de stad met een hoge ecologische waarde met elkaar verbindt. In straten die tot het natuurnetwerk Haarlem behoren heeft behoud en versterking van de ecologie bij herinrichting conform de redeneerlijn ruimtelijke afwegingen uit de Omgevingsvisie topprioriteit. Waterrecreatie (uit Ambitiekaart Haarlemse Wateren) Op sommige plekken bestaat de ambitie om de doorvaarbaarheid te verbeteren of te realiseren.
4.5 Ruimte voor de energietransitie Elektriciteits- en warmtenetwerken Haarlem stapt net als heel Nederland over van fossiele naar hernieuwbare energie. Deze energie komt grotendeels als elektriciteit naar woningen en dit betekent dat het elektriciteitsnetwerk moet worden uitgebreid. Daarnaast wordt in delen van de stad een warmtenet aangelegd en moet er ruimte zijn voor wamte- en koude opslag (WKO's). Grotendeels ligt dit ondergronds maar onderdeel van het netwerk zijn ook de middenspanningsruimtes (in de volksmond bekend als trafo's). Om te zorgen dat we ook in de toekomst voldoende elektriciteit aan huis krijgen houden we bij herinrichting rekening met een trafo in iedere straat. Laadpunten Elektrificatie van mobiliteit vraagt om laadpunten. Afvalinzameling Materialen hergebruiken begint bij gescheiden inzameling. Dit betekent dat meer verschillende en dus ook meer afvalinzamelingspunten nodig zijn in de openbare ruimte, zowel boven- als ondergronds.
4.6 Mobiliteitstransitie Fietsinfrastructuur, stedelijke plusroutes en Hoofdnet fiets (uit omgevingsvisie en fietsbeleid). Het Haarlems fietsnetwerk moet versterkt worden. In straten die behoren tot de Stedelijke plusroute of Hoofdnet fiets krijgt, conform de redeneerlijn ruimtelijke afwegingen, bij herinrichting het fietsnetwerk de hoogste prioriteit (een netwerk van belang voor de hele stad). Ook daarbuiten is de ambitie om op verschillende plekken in de stad fietsen aantrekkelijker te maken. Onderdeel daarvan is ook om meer ruimte in de stad te creëren waar fietsen aangenaam geparkeerd kunnen worden zonder in de weg te staan. Regionale OV-netwerken (uit Mobiliteitsbeleid). Wanneer een straat tot het regionale OV-netwerk behoort heeft openbaar vervoer hier conform de redeneerlijn ruimtelijke afwegingen uit de omgevingsvisie topprioriteit bij herinrichting omdat het een stedelijke structuur is (een netwerk van belang voor de hele stad). Parkeerruimte voor auto's (Omgevingsvisie en Parkeerbeleid) Geparkeerde auto's nemen momenteel zeer groot deel van de openbare ruimte in beslag. Zo’n 40% van de openbare ruimte in de stad is primair voor auto’s (in buurten zoals het Rozenprieel loopt dit op tot meer dan 60%) terwijl bijna 38% (RDW, 2018) van de Haarlemse huishoudens geen auto heeft.
Door dit grote ruimtegebruik is de (geparkeerde) auto de belangrijkste factor die het onmogelijk maakt om alle andere opgaven een plek te geven. In de omgevingsvisie is er daarom
8
voor gekozen om geparkeerde auto's steeds minder ruimte te geven en parkeren vaker op afstand (bijvoorbeeld in gestapelde parkeervoorzieningen) te laten plaatsvinden. Parkeerautomaten (Parkeerbeleid) Gereguleerd parkeren behoeft parkeerautomaten en deze moeten slim worden gesitueerd om de trottoirs toegankelijk te houden. Autowegen (uit Mobiliteitsbeleid) Ook het wegdek waarop auto's rijden neemt verhoudingsgewijs erg veel ruimte in beslag. Een fietspad dat half zo breed is als een autoweg kan tot wel tien keer zo veel verkeer verwerken. Uitgangspunt is dat de auto vooral nog gebruikt wordt wanneer het niet anders kan. Auto's die harder rijden vragen daarnaast om een bredere weg. De ambitie op dit vlak is om auto's zo vaak mogelijk maximaal 30 km/u te laten rijden. Hiermee neemt de veiligheid toe en luchtvervuiling en ruimtegebruik af. In straten die een hoofdroute voor auto's zijn hebben auto's daarentegen conform de redeneerlijn ruimtelijke afwegingen topprioriteit bij herinrichting.
Concluderend kan worden gesteld dat er veel ruimteclaims zijn die in projecten op zo'n manier met elkaar in balans moeten worden gebracht dat ze passen in de lokale context. De leidraad moet hier bij ondersteunen.
9
5.
Leidende principes Bij het afwegen van ruimteclaims in projecten in de openbare ruimte vormen de volgende leidende principes, in lijn met de keuzes uit de omgevingsvisie, het uitgangspunt: PRINCIPE 1: De openbare ruimte is van ons allemaal. (o.b.v. omgevingsvisie, 'buurtgericht ontwikkelen') De openbare ruimte is - zoals de naam al zegt - openbaar. Verschillende mensen en doelgroepen gebruiken de openbare ruimte op verschillende manieren en we vinden het belangrijk om hier balans in aan te brengen. Zoals uit de eerder genoemde statistieken blijkt, neemt de auto erg veel ruimte in beslag. Hierdoor raken alle andere functies van de openbare ruimte in de verdrukking. Bij herinrichting moet een betere balans worden gevonden die recht doet aan alle doelen van de stad. Het stallen van privébezit (de auto of fiets) in de openbare ruimte die van ons allemaal is, is daarbij geen vanzelfsprekendheid. PRINCIPE 2: De inrichting van de openbare ruimte sluit aan bij de stedenbouwkundige opzet en het cultuurhistorisch karakter van de plek. (o.b.v. omgevingsvisie, 'mengen en verdichten') Haarlem is een stad met veel historie en zorgzaam ontworpen buurten. Dat levert een belangrijke bijdrage aan het feit dat Haarlem zo aantrekkelijk is. Ook in de openbare ruimte is deze historie en stedenbouwkundige opzet vaak goed terug te zien.
Herinrichtingen van de openbare ruimte moeten daarom rekening houden met de historie en opzet van de plek. PRINCIPE 3: De openbare ruimte wordt flexibel ingericht Nieuwe opgaven brengen veel onzekerheid met zich mee en inzichten kunnen door de tijd veranderen. Dit gaat in de praktijk veel sneller dan dat de openbare ruimte verslijt. Het is daarom belangrijk dat we de openbare ruimte zo inrichten dat onderdelen ervan door de tijd relatief simpel kunnen worden aangepast wanneer dat nodig is zonder de gehele omgeving totaal opnieuw in te richten. PRINCIPE 4: De herinrichting van de openbare ruimte maakt het makkelijk voor Haarlemmers om dagelijks gezonde keuzes te maken. (o.b.v. omgevingsvisie, 'bevorderen gezonde leefomgeving') De manier waarop de stad is ingericht heeft een grote invloed op onze dagelijkse gebruiken. Als de supermarkt bijvoorbeeld op de hoek ligt en er een aantrekkelijke groene wandelroute heen loopt, is het makkelijker om te voet boodschappen te doen. Als de auto voor de deur staat en de dichtstbijzijnde supermarkt een megasupermarkt buiten de stad is, ligt het voor de hand om boodschappen met de auto te doen. We vinden het belangrijk dat de openbare ruimte het aantrekkelijk maakt voor Haarlemmers om de gezonde keuze te maken. PRINCIPE 5: Parkeren hoeft niet altijd voor de deur. (o.b.v.
omgevingsvisie, 'mobiliteitstransitie') Haarlem wil een eerlijker en aantrekkelijker gebruik van de openbare ruimte en naar een situatie groeien waarin de (elektrische) auto alleen nog gebruikt wordt wanneer het niet anders kan. Iets langere loopafstanden in een aantrekkelijke en belevenisvolle omgeving, maken het lopen van geparkeerde auto naar huis acceptabel. Voor korte ritjes is (met uitzondering van een beperkt aantal bijzondere doelgroepen) de auto eigenlijk nooit noodzakelijk en op langere afstanden is een wandeling naar een parkeervoorziening voor velen verwaarloosbaar.
10
PRINCIPE 6: Maatschappelijk verantwoord werken vormt het uitgangspunt bij herinrichting van straten Duurzame functionaliteit is de basisgedachte bij de inrichting. Nutsvoorzieningen die nodig zijn voor het transporteren van bijvoorbeeld elektriciteit en (afval)water hebben daarom prioriteit. Daarnaast nemen we de circulaire principes in acht en maken we weloverwogen keuzes om kapitaalvernietiging te voorkomen. Zo herbergt de ondergrond een wirwar van kabels en leidingen die van levensbelang zijn voor het functioneren van de stad. Deze nemen inmiddels een groot deel van de ondergrondse ruimte in beslag. Het verplaatsen van riolering, kabels en leidingen is erg duur. We kiezen er daarom voor om de huidige ligging in principe als uitgangspunt te nemen en de groen-blauwe voorzieningenstrook (flexibel in de richten strook waar bomen, heesters, wadi, ondergrondse container, fietsparkeren en parkeren in ondergebracht worden) aan de zijde te leggen waar dit t.o.v. aanwezige kabels en leidingen gunstig is. Bij de aanleg van warmtenetten, middenspanning of extra riolering is verleggen van kabels en leidingen soms al noodzakelijk en met relatief lage extra verleggingskosten kan voor de vergroening een groot effect behaald worden. Hier letten we in het bijzonder op bij de realisatie van de hoofdboomstructuur en de noodzakelijke vergroening in versteende wijken.
PRINCIPE 7: Op plekken die onderdeel uitmaken van een stedelijke structuur, wordt de inrichting afgestemd op die structuur. (o.b.v. omgevingsvisie, 'redeneerlijn ruimtelijke afwegingen') Niet iedere plek is hetzelfde. Sommige plekken zijn vooral van belang voor de buurt zelf en sommige zijn voor de hele stad van belang. In de omgevingsvisie zijn plekken aangewezen die om een of andere reden van belang zijn voor de hele stad. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat ze onderdeel uitmaken van het hoofdfietsnetwerk of omdat ze een belangrijke rol in het ecologisch netwerk van de stad (moeten gaan) vormen. Het kan ook gaan om plekken die vanuit cultuurhistorisch oogpunt het beeld van de stad bepalen zoals de Grote Markt, het Frans Halsplein of het Nieuwekerksplein. Waar sprake is van een stedelijk structuur wordt deze eerst ingepast en wordt vervolgens de rest van de inrichting hier omheen ontworpen.
Samengevat zijn (geparkeerde) auto’s de factor die ervoor zorgt dat er voor alle andere ambities te weinig ruimte is. Concreet betekent bovenstaande dat we - in lijn met de strategische keuzes uit de omgevingsvisie - bij elke herinrichting ervoor kiezen om meer ruimte te nemen voor het creëren van een leefbare, groene en gezonde straat en dat hiervoor zoveel ruimte gecreëerd wordt als de afname van parkeerruimte mogelijk maakt en de ondergrond toelaat. Hierbij leggen we straten zo aan dat naarmate het autobezit afneemt, de vrijkomende ruimte gebruikt kan worden om de leefbaarheid verder te verhogen.
11
6.
Werkwijze Elke straat is anders en de bewoners van straten zijn dit ook. Mensen hebben verschillende voorkeuren en het liefst zien we die allemaal terug in de stad. De openbare ruimte moet leefbaar , groen, bereikbaar, klimaatadaptief, natuurinclusief, toegankelijk, aantrekkelijk, veilig, praktisch, mooi, gezellig, kindvriendelijk zijn, enzovoorts. Omdat de ruimte in de meeste straten schaars is, zien we ons als gemeente voor een dilemma gesteld. Hoe wegen we deze belangen tegen elkaar af? Gedeeltelijk gaat dit over een algemeen belang. We hebben er bijvoorbeeld allemaal belang bij dat routes voor openbaar vervoer goed functioneren of dat erfgoedwaarden geconserveerd blijven. Het beschermen van het algemeen belang is een typische taak voor de gemeente en daar zijn bovenstaande principes voor bedoeld. Maar dit leidt op de meeste plekken alleen tot een grove ruimteverdeling. Er valt, kortom, nog veel te kiezen over de precieze ruimteverdeling en hier speelt veel meer dan het algemeen belang en lokaal belang. Beter gezegd: het is de taak van de gemeente om samen met bewoners te bepalen waar er meer ruimte voor bomen, fietsenrekken of kinderspeelplekken komt en hoeveel autoparkeerplaatsen er beschikbaar blijven. Dit is van directe invloed op de leefomgeving van bewoners en dus ook aan bewoners om gezamenlijk over na te denken.
Tegelijkertijd is de inrichting van de openbare ruimte een behoorlijk complexe aangelegenheid waarvan we niet kunnen verwachten dat mensen het geheel altijd overzien en de lokale impact versus het Haarlems belang kunnen wegen. Elke boom die bijvoorbeeld wordt neergezet, zorgt boven de grond voor schaduw en beschutting voor mens en dier en zorgt voor een aantrekkelijke leefomgeving, maar heeft onder de grond ook voldoende ruimte nodig om te kunnen wortelen en dat betekent weer iets voor de plek waar riolering en andere kabels en leidingen kunnen liggen. En een op het oog simpele kwestie als de hoogte van een stoeprand heeft een negatieve impact op de veiligheid voor fietsers (een hogere rand kan ergere valpartijen veroorzaken) en toegankelijkheid (hogere stoepranden maken het lastiger voor mensen met een rollator, rolstoel of kinderwagen om (zelfstandig) door de openbare ruimte te bewegen) maar weer een positieve invloed op het voorkomen van waterschade (tussen hogere stoepranden kan bij een hevige regenbui meer water staan waardoor het minder snel woningen in stroomt en meer schade veroorzaakt) en het vormt een speelgelegenheid (met een hogere stoeprand is het fijner om een potje te stoepranden). Uiteindelijk moet de gemeente al deze zaken borgen en daarmee staat in de participatie niet alles ter discussie.
Om dit alles op een praktisch haalbare manier te kunnen doen, hanteren we als gemeente bij herinrichting van straten het Haarlems Civiel Planproces en bevragen we bewoners over hoe ze de ruimte over verschillende ruimtevragers willen verdelen. Hechten straatbewoners meer waarde aan groen, fietsparkeren, speelruimte, autoparkeren, of iets anders? De gemeente neemt de uitkomst van gesprekken mee in het maken van een inrichtingsplan.
12
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 31 oktober 2023
Tekst: Rob Krom, Mick de Waart Fotografie: [Naam] Ontwerp: [Naam] Drukwerk: [Naam] ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 13