CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Houtbouw Pact 2025-2030

commissie Ontwikkeling 13 november 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Voortzetting Green Deal Houtbouwconvenant MRA 2021-2025 door Houtbouw pact 2025-2030 (FR/RB)4.913 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HOUTBOUW PACT MRA 2025-2030 Vervolg op het Convenant Houtbouw MRA

Metropoolregio Amsterdam Mei 2025

1

Inhoudsopgave Samenvatting 3 A. Inleiding 5 B. Ambitie 7 C. Doelstellingen 8 D. Inzichten en keuzes 9 E. Afspraken 10 F. Organisatie, samenwerking en financiering 16 G. Duur en geldigheid 18 H. Bijlagen 18

2

Samenvatting Met het Houtbouw Pact MRA 2025-2030 zetten ondertekenaars uit de publieke sector, de private sector, de kennissector en overige betrokken sectoren stevige stappen om de transitie van houtbouw en biobased bouw naar een volgend niveau te brengen. In de komende vijf jaar committeren de ondertekenaars zich eraan om daadwerkelijk de afgesproken 20% van de MRA vastgoed-productie in houtbouw en biobased bouw in publiek-private samenwerking te realiseren. Met dit pact dragen alle ondertekenaars bij aan het bereiken van het kantelpunt om houtbouw en biobased bouw tot het nieuwe normaal te maken en daarmee de bouwsector duurzamer en schoner te maken. In de pioniersfase van het Convenant Houtbouw MRA 2021-2025 zijn door veel betrokken partijen grote stappen gezet om de opschaling van houtbouw in relatief korte tijd tot stand te brengen. Nu is het moment gekomen om met doelgerichte onderlinge afspraken de gezamenlijke ambitie te realiseren. Ondertekenaars committeren zich aan de afspraken die in hoofdstuk E zijn verwoord. MRA-Agenda 2025-2028: daarin streeft de Metropoolregio Amsterdam (MRA) ook in deze nieuwe bestuursperiode naar steden en dorpen met voldoende, betaalbare, bereikbare en toekomstbestendige woningen in een gezonde leefomgeving. Deze ambitie wordt waargemaakt door alle nieuwe gebiedsontwikkelingen toekomstbestendig te realiseren.

De bestuurlijke afspraak om een nieuwe Green Deal 2.0 te organiseren is in dit stuk uitgewerkt tot Houtbouw Pact 2025-2030. De urgentie om meer reductie van CO2 en stikstof te bereiken: - Biobased vezelgewassen worden steeds meer toegepast in de bouw. In lijn met de Nationale Aanpak Biobased Bouw (NABB) zal in dit houtbouwpact gestuurd worden op vergroting van de vraag ernaar in de gehele vastgoedsector. - De 20%-doelstelling voor de MRA wordt voor de komende jaren bestendigd, met de afspraak dat in 2027 bekeken wordt of deze ambitie richting 2030 op realistische gronden verhoogd kan worden naar 30%. - Stikstofemissies vormen het lastige dossier waarmee Nederland feitelijk in grote delen op slot zit. Lichte houtbouw, industrieel en modulair gefabriceerd, reduceert de stikstofuitstoot tot 80%. - Utiliteitsbouw: de focus blijft op woningbouw; we volgen vanuit de MRA Houtbouw Pact de toepassing van houtbouw en biobased bouw in de utiliteitssector (kantoren, scholen, sportgebouwen, distributiecentra en andere voorzieningen) om de uitstoot van CO2 en stikstof ook in deze sector in beeld te krijgen.

3

Versnelling van de woningbouw: - Industriële houtbouw zorgt voor versnelling van de MRA-woningproductie, met minder benodigde arbeidskrachten, minder afval en minder overlast tijdens de bouw. Industriële en modulaire bouw zijn inmiddels financieel concurrerend met traditionele bouw. - Implementatie van de houtbouw afspraken binnen de eigen organisatie (publiek én privaat) krijgt in dit houtbouw pact prioriteit. Ondertekenaars gaan hier concreet op inzetten. Gemeenten geven expliciet aan waar en hoe ze houtbouw willen realiseren, zowel in tenders als bij anterieure overeenkomsten. De MRA-definitie van een houtbouwproject blijft in dit pact gebaseerd op volume aan gebruikt biobased materiaal. Naast een houtbouw- en biobased percentage van het volume van de draagconstructie worden in dit pact ook andere onderdelen van een gebouw meegerekend: isolatie, gevel en plaatmateriaal. De mate van CO2-besparing in opslag in -die met de materiaalkeuze voor een gebouw bereikt wordt- zal als afgesproken standaard voor de MRA in 2026 nader bepaald en toegevoegd worden aan dit pact. Dan bepalen we welke definitie leidend wordt in de MRA. Europese context: nieuwe regelgeving -zoals Omnibus, EPDB IV (met Whole Life Carbon) en CSC- zal in de komende jaren invloed hebben op de CO2-reductie.

De interactie met andere Europese landen en regio’s zal geïntensiveerd worden door de uitwisseling met de vijf andere Europese netwerken die mede door Built by Nature worden gefaciliteerd. Circulaire economie: in de nationale doelstelling inzake circulaire economie is bepaald dat het gebruik van primaire grondstoffen met 50% moet zijn verminderd vóór 2030. Dit doel wordt in dit houtbouwpact opnieuw operationeel gemaakt met het aanjagen van de toepassing van minimaal 30% hernieuwbare grondstoffen in de bouw. Daarbij wordt losmaakbaarheid bij houtbouw het uitgangspunt. Houtbouw en biobased bouw, hoe gebruiken we de begrippen? Ze worden in dit pact steeds allebei genoemd. De titel Houtbouw Pact is gekozen op basis van de cruciale betekenis van houtbouw voor een gedegen draagconstructie van gebouwen van meer dan drie lagen. Daarmee is tevens gezegd dat de doelen inzake reductie van CO2 en stikstof voor het allergrootste deel worden bereikt met de toepassing van hout in draagconstructies. Opschaling van de overige biobased materialen in de bouw -zoals vezelgewassen- krijgt in dit pact meer nadruk dan voorheen. De Nationale Aanpak Biobased Bouwen organiseert de groei van toepassing van vezelgewassen vanwege de betekenis ervan voor de transitieopgave van de agro-industrie in het ommeland.

4

A. Inleiding De Metropoolregio Amsterdam (MRA) zet zich de komende vier jaar opnieuw in voor het robuust stimuleren van houtbouw en biobased bouw. Dit Houtbouw Pact 2025-2030 bouwt voort op de succesvol opgebouwde publiek-private samenwerking om de enorme schaalsprong van de houtbouw en biobased bouw in de MRA in de komende jaren te bereiken. In 2020 namen bestuurders van de MRA het initiatief voor een Green Deal Houtbouw. Dit leidde tot het opzetten van het convenant ‘Green Deal Houtbouw – Duurzaam uit de crisis’, dat brede bestuurlijke steun kreeg. Tijdens de Bestuurlijke MRA-Duurzaamheidstop op 21 oktober 2021 werd het Convenant Houtbouw MRA ondertekend door 14 bestuurders, samen met de belangrijkste vastgoedpartners. Het doel was helder en ambitieus: binnen vijf jaar (2021-2025) moest 20% van de nieuwbouwwoningen in de MRA in houtbouw worden uitgevoerd. Deze ambitie sluit naadloos aan bij de Paris Proof-doelstellingen uit 2015, waarin is afgesproken de CO₂-uitstoot in alle sectoren fors te verminderen om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5 tot 2 graden. Om dit te bereiken is vanaf het begin ingezet op een intensieve samenwerking tussen overheden, marktpartijen en kennisinstellingen. Deze grote transitie van de bouwsector is een complexe opgave, die vraagt om intensieve interactie tussen alle publieke en private spelers in de gehele keten.

Die keten ziet er wezenlijk anders uit dan bij de traditionele wijze van bouwen. In vier jaar tijd heeft de ‘triple helix’samenwerking bij de uitvoering van het MRAconvenant substantieel bijgedragen aan een opmerkelijke omslag in de bouwsector. Houtbouw staat nu stevig op de kaart als een effectieve manier om de CO2-uitstoot van de bouwsector terug te dringen, CO2 op te slaan en tegelijkertijd flinke stappen te maken naar een gezondere, snellere, meer industriële en minder arbeidsintensieve wijze van bouwen. Feitelijk slaat houtbouw daarmee meerdere vliegen in één klap. In een paar jaar tijd is het aandeel houtbouw in de nieuwbouw in de MRA vertienvoudigd: van 0,5% naar 5% van de gehele MRA-woningproductie. Dat is weliswaar geen 20%-aandeel, maar de brede beweging is nu in gang gezet.

Afbeelding 1. Excursie naar Poppies

5

Institutionele partijen, zoals veel landelijk werkende grote ontwikkelaars, institutionele beleggers en grote woningcorporaties hebben houtbouw en biobased bouw verankerd in hun meerjarige strategie. In een groter deel van de nieuwe woningbouwprojecten is inmiddels bij de start de vraag aan de orde of houtbouw niet een beter alternatief is voor conventionele bouw. Daarnaast wordt bij langdurige en grootschalige -door de gemeenten en provincies aangestuurde- gebiedsontwikkelingen houtbouw vaak in een vroeg stadium meegenomen. Hiermee is het effect van het convenant voor de langere termijn nu al op de kaart gezet. De MRA is begonnen aan de volgende bestuursperiode van 2025 tot en met 2028. Op 31 januari 2025 is de nieuwe MRA-Agenda vastgesteld, met daaraan gekoppeld het Meerjarig Uitvoeringsprogramma 20252028. Daarin zijn het realiseren van toekomstbestendige en gezonde leefomgevingen en de voortzetting van het Convenant Houtbouw MRA als ambities neergezet. Bovendien bevat het Programmaplan Bouwen en Wonen MRA duidelijke afspraken over de uitbouw van het Convenant Houtbouw MRA. Met dit Houtbouw Pact 2025-2030 gaan de betrokken publieke en private partijen door op de ingeslagen weg. De transitieopgave van de MRA naar meer houtbouw én biobased bouw blijft in de kern gericht op de groei van het aandeel houtbouw in de woningproductie.

Tegelijkertijd is de urgentie van de gewenste omslag erg groot. Dat heeft geleid tot een breed draagvlak onder alle stakeholders om de scope van de afspraken te verbreden.

Afbeelding 2. Partnerlunch 13 maart 2025 in de Uilenburgersjoel.

6

B. Ambitie De enorme bouwopgave in Nederland en de MRA vraagt de komende jaren in alle bouwsectoren nóg sterker om intensieve publieke én private inspanningen om de productie te versnellen en tegelijkertijd de duurzaamheid van de gehele bouwsector te vergroten. Houtbouw en biobased bouw bieden de kans om deze twee opgaven in combinatie én in samenhang aan te pakken. Door de schaalsprong in houtbouw wordt de bouwsector duurzamer, efficiënter, productiever, sneller en tevens kosteneffectief. Met de veel lichtere houtbouw kan de uitstoot van stikstof, evenals de CO2uitstoot fors omlaag. De MRA neemt hierin zijn verantwoordelijkheid door deze schaalsprong in houtbouw en biobased bouwen gericht, in triple helix samenwerking aan te jagen. Publieke en private partijen werken samen aan drie urgente, samenhangende opgaven die inmiddels om een verbreding van de focus van de MRA naar de nieuwbouwproductie van de hele vastgoedsector vragen. Drie grote vraagstukken, die politiek-maatschappelijk in dit tijdsgewricht overheersen, komen samen in de opmars van houtbouw en biobased bouw: Klimaatverandering Het CO2-budget van de gehele Nederlandse bouw voor de maximale opwarming van 1,5 °C wordt momenteel in 2026 reeds overschreden. Houtbouw en biobased bouw verlagen de milieu-impact van het materiaalgebruik, waarbij CO2 wordt opgeslagen in de gebouwen.

Met lichter materieel kan de uitstoot van stikstof tot 80% verminderd worden. Woningnood De versnelling van de woningproductie wordt op nationale schaal als een van de grootste opgaven gezien. Met industriële houtbouw kan sneller gebouwd worden en het verlicht het arbeidstekort op de bouwplaats. Met stijgende energie- en bouwkosten staan ook woonlasten steeds meer onder druk. Houtbouw kan door versnelde opschaling een toekomstbestendig alternatief bieden. Grondstoffentekort Traditionele materialen zoals beton, staal en baksteen zijn niet hernieuwbaar en raken op. Biobased producten zoals hout en vezelgewassen zijn hernieuwbaar en helpen met het voorkomen van een tekort aan grondstoffen. De Nederlandse economie moet bovendien vóór 2030 voor 50% circulair zijn. Met houtbouw en biobased bouwen gebruikt de bouwsector hernieuwbare, losmaakbare en herbruikbare materialen. Het aanjagen van houtbouw en biobased bouw zal door de publieke én de private sector -op basis van deze drie opgaven- versterkt moeten worden om de afgesproken doelen op gebied van CO2-en stikstofreductie en circulaire economie te kunnen bereiken in 2030.

7

C. Doelstellingen De MRA committeert zich bestuurlijk aan dit Houtbouw Pact 2025-2030 om op die wijze de opschaling van de toepassing van houtbouw en biobased bouw in de gehele bouwsector te bereiken tot een percentage van 20% van de nieuwbouwproductie in de aanloop naar 2030. In 2027 zal met alle partners bepaald worden of deze ambitie zodanig snel vorm krijgt dat een ophoging van het percentage naar 30% gewenst is. De ondertekenaars van dit Houtbouw Pact 2025-2030 maken in hun meerjarige strategie gerichte en effectieve keuzes om vanuit hun eigen opgave substantieel bij te dragen aan het bereiken van deze gezamenlijk afgesproken doelstelling. De publieke én private ondertekenaars delen hun data, kennis en ervaring inzake houtbouw en biobased bouw zodanig transparant, dat een systemische verandering richting duurzaamheid in de bouwketen binnen 5 jaar bereikt kan worden. Om de industriële houtbouw en biobased bouw daadwerkelijk op te schalen zullen de ondertekenaars met interventies in hun eigen domein werken aan data gedreven gebieds- en projectontwikkeling. Intensieve publiek-private samenwerking vanaf de start, meer stedenbouwkundige flexibiliteit en toepassing van standaardisatie vormen daartoe de basis voor alle partijen. Met dit pact willen partijen meer continuïteit en voorspelbaarheid bereiken in de houtbouwsector.

Voor alle betrokken partijen zullen daarmee de risico’s beheersbaar worden. Houtbouw kan zo uitgroeien tot een volwassen marktsegment met scherpe rendementen en effectieve (keten-) samenwerkingen.

Afbeelding 3. Juf Nienke. Credits: SeARCH Architecten, RAU Architecten

8

D. Inzichten en keuzes Houtbouw is nog geen gemeengoed in de bouwsector. De beweging is weliswaar breed op gang gekomen, maar diverse aspecten van de complexe wereld van gebiedsontwikkeling, vastgoedontwikkeling en bouwen vormen vaak nog belemmeringen voor deze ingezette opschaling. De inmiddels opgedane inzichten kunnen zowel de publieke als de private partijen goed gebruiken nu zij doorpakken met dit Houtbouw Pact 2025-2030. In vier jaar tijd is er in de MRA en daarbuiten een groep koplopers ontstaan, die houtbouw en biobased bouw als basis voor hun strategische doelen voor de komende 20 jaar hebben genomen. Dat geldt voor grote ontwikkelaars, ontwikkelende bouwers, beleggers, woningcorporaties, aannemers en leveranciers van modulaire systemen. Dit voorbeeld zal de komende jaren breder gevolgd worden. In de afgelopen periode zijn in onderlinge gesprekken tussen de betrokken partijen keuzes gemaakt, die op basis van de bereikte resultaten in het eerste Convenant Houtbouw MRA bijdragen aan het bereiken van de afgesproken doelen in dit Houtbouw Pact MRA: • • • • • • • • • • •

Bestendigen van de doelstelling: de MRA-doelstelling doorzetten om 20% houtbouw/biobased vóór 2030 te bereiken, met een check op mogelijke verhoging van deze ambitie in 2027, Definitie houtbouw: Naast volume van de draagconstructie zullen worden meegerekend isolatie, gevel en plaatmateriaal. In 2026 zal bepaald worden op welke wijze CO2-besparing in een gebouw een criterium kan zijn in de definitie. Meer inzet op biobased: maximaal toepassen van vezelgewassen in de bouw, Gebiedsontwikkeling: houtbouw als basis meenemen in aan de start van duurzame gebiedsontwikkeling, Voorwaarden aan de voorkant: meer flexibiliteit in stedenbouwkundige voorwaarden en kiezen voor interdisciplinair aan houtbouw werken vanaf de start van een project en direct ontwerpen en ontwikkelen vanuit hout, Procesoptimalisatie: bevorderen van efficiënte processen door standaardisatie van systemen.

Industrialisering ten behoeve van project overstijgende innovaties en investeringen, Implementatie: meer inzet op implementatie van houtbouw afspraken in eigen organisatie door strakkere sturing op kennis en projecten, Bouwkosten en waardeketen: alle middelen inzetten om de bouwkosten en businesscase concurrerend te maken en een andere waardeketen te ontwikkelen, Degelijke werkwijze: actief samenwerken aan voorwaarden en werkwijzen voor haalbare, degelijke en goed gedetailleerde houtbouw, Monitoring: monitoren van de voortgang op aantallen nieuwbouw voortvarend voortzetten, inclusief opdrachtgeverschap en bouwconsortium. Focus blijft op woningbouw: naast woningbouw volgen we de ontwikkelingen rond toepassing van houtbouw/biobased in nieuwe scholen, kantoren, bedrijfsgebouwen, distributiecentra, maatschappelijkvastgoed en overige voorzieningen.

9

E. Afspraken De keuzes onder D leiden tot een nieuwe serie afspraken voor de verschillende partijen. Ondertekenaars onderschrijven de doelstellingen en spannen zich in om deze te realiseren. Dit pact houdt daarmee het karakter van een inspanningsverplichting voor alle ondertekenaars. Langs vijf actielijnen pakten de ondertekenaars van het eerste Convenant Houtbouw MRA de afgelopen jaren de opschaling van houtbouw en biobased bouw aan. Die lijnen vormen in de komende jaren -naar huidig inzichtopnieuw de basis voor om de voortgang te kunnen sturen: Locaties, wet- en regelgeving, kosten en businesscase, industriële houtbouw en implementatie van de houtbouw afspraken in de eigen organisatie.

Afspraken voor alle ondertekenaars: • •

Elke ondertekenaar zet zich vanuit de eigen positie in om alsnog vóór 2030 de afgesproken 20%ambitie in de MRA te realiseren. In 2027 zal bekeken worden of ophoging van dit percentage richting 2030 aanbeveling verdient. Elke ondertekenaar belooft in maximaal 2 A4’tjes aan te geven hoe de opschaling van houtbouw en biobased in de eigen organisatie wordt geïmplementeerd, hoe de afspraken worden uitgevoerd en hoe ver de organisatie wenst te komen in de periode van 2025-2030.

Drie onderdelen van de grote transitie zijn belangrijke pijlers om de schaalsprong in houtbouw en biobased bouw te versnellen en uit te breiden: kennisopbouw en -delen, monitoren van acties en resultaten en inzetten van communicatie en marketing. Kennis: intensiveren van het ontwikkelen én delen van kennis en ervaring • Ondertekenaars spreken af, als kennisdragers, om hun opgedane kennis en ervaringen in transparantie (open source) actief te delen teneinde de transitie te versnellen. • Ondertekenaars dragen bij aan kennisbijeenkomsten als Houtbouw XL en andere themabijeenkomsten om de actuele kennis over houtbouw en biobased bouw te delen. • Ondertekenaars voeden en gebruiken het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouw (NKBB) om de afgesproken ambitie te realiseren. Monitoren is een gezamenlijke verantwoordelijkheid • Ondertekenaars committeren zich aan het verstrekken van bruikbare data aan het programmateam die bijdragen aan een betrouwbaar overzicht van alle houtbouw projecten en aan zicht op de groei van biobased materialen in de realisatie van de bouw. • De beschikbare data uit de monitor nemen partijen mee in hun afwegingen en vervolgstappen in het opschalen van houtbouw en biobased bouw.

10

•

Jaarlijks ververst het Programmateam MRA de monitor en met de data als input zorgt ze voor een geactualiseerde overzichtskaart om alle stakeholders te informeren over de bereikte resultaten.

Communicatie en marketing • Ondertekenaars van het Houtbouw Pact spreken af om meer te sturen op de groei van media-aandacht voor houtbouw en biobased bouw in traditionele media als kranten, weekbladen, vakbladen en TV en tevens in online communicatie en marketing via LinkedIn, websites, podcasts, YouTube en andere mogelijkheden.

Afbeelding 4. Naar 20% houtbouw in de MRA. Credits: Pakhuis de Zwijger

De specifieke afspraken voor afzonderlijke partijen: Publieke partijen zoals gemeenten, provincies en nationale overheden onderschrijven de volgende afspraken: Partijen sturen gericht op de opschaling van houtbouw en biobased bouw in hun meerjarige strategie om de continuïteit te vergroten. Locaties • Gemeenten en het Rijksvastgoedbedrijf geven concreet aan welk percentage houtbouw en biobased bouw zij op ‘hun’ locaties gerealiseerd zouden willen hebben. Ze bieden in de stedenbouwkundige voorwaarden, beeldkwaliteitsplannen en de te realiseren vastgoedprogramma’s voor locaties en grotere gebiedsontwikkelingen ruimte voor minimaal 20% houtbouw en biobased bouw. • Gemeenten bepalen binnen hun grondgebied waar kansen liggen voor meer houtbouwprojecten. Zij gebruiken tender-uitvragen en andere contractvormen -zoals anterieure overeenkomsten- om houtbouw te stimuleren. Wet- en regelgeving • Gemeenten passen bestaande mogelijkheden toe en zorgen waar mogelijk voor het aanpassen van achterhaalde wet-en regelgeving.

• Gemeenten gebruiken hun omgevingsvisies, hun beleidsinstrumenten en de mogelijkheden van de Experimenteerbepaling om kaders op te stellen ten behoeve van opschaling van houtbouw en biobased bouw, • Gemeenten, provincies en de nationale overheid gebruiken de door Circulaw geïdentificeerde 38 juridische wettelijke mogelijkheden om houtbouw te stimuleren om materiaal gebonden emissies in de bouw terug te dringen.

11

Kosten en businesscase • Publieke partijen doen al het organisatorisch mogelijke om -binnen juridische en de eigen financiële kaders (zoals begroting) – de haalbaarheid van houtbouw ten opzichte van conventionele bouw te bevorderen. Industriële houtbouw • Partijen zetten krachtig in op verhoging van de bouwproductie door middel van industrialisering. Implementatie van de houtbouw afspraken in de eigen organisatie • Gemeenten en andere overheden maken gebruik van de opgedane kennis en ervaring bij vergelijkbare gemeentelijke organisaties en overheden op het gebied van beleidsmatig incorporeren van houtbouw, uitvragen op houtbouw en toetsen van houtbouwprojecten. • Binnen de eigen organisatie geven publieke partijen grote prioriteit aan het doorvoeren van deze afspraken in werkwijzen en protocollen, zeker bij grote gebiedsontwikkelingen. • Andere vormen van implementatie van deze transitie zetten ze tevens in om meer draagvlak binnen de eigen organisatie te bereiken, zoals actieve disseminatie van kennis en ervaring met houtbouw. Tenders en aanbestedingen • Gemeenten en andere overheden werken toe naar genormeerde documentatie met generieke teksten voor circulaire tenders en duurzame aanbestedingen. Daarbij maken ze gebruik van het Houtbouw Pact, het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw en Het Nieuwe Normaal.

Private vastgoedpartijen zoals ontwikkelaars, ontwikkelende bouwers, woningcorporaties en institutionele beleggers onderschrijven de volgende afspraken: Partijen sturen gericht op de opschaling van houtbouw en biobased bouw in hun meerjarige strategie om de continuïteit te vergroten. Locaties • Private grondeigenaren geven aan welk percentage houtbouw en biobased bouw zij op ‘hun’ locaties van plan zijn te realiseren, met een minimum van 20%. Wet- en regelgeving • Private partijen passen interne programma’s van eisen aan om het vergroten van houtbouw en biobased bouw mogelijk te maken, Kosten en businesscase • Private partijen doen al het mogelijke om de financiële haalbaarheid van houtbouw en biobased bouw te bevorderen. • Woningcorporaties en institutionele beleggers verzamelen data inzake de beheer- en onderhoudsaspecten van hun houtbouwportefeuille.

12

Industriële houtbouw • Private partijen zetten krachtig in op de industrialisering van de bouwproductie, die zorgt voor versnelling van de woningproductie, met minder faalkosten, minder benodigde arbeidskrachten, minder afval en minder overlast tijdens de bouw. • Private partijen pakken verdere digitalisering van ontwerp en uitvoering op. In de voorbereiding en uitvoering van de bouw is dit een belangrijke factor die de partijen in hun werkwijzen implementeren. Industrialisatie en modulaire bouw zijn mede als gevolg hiervan financieel concurrerend met traditionele bouw. • Private partijen dragen samen met de publieke sector bij aan de uitwerking van het kwaliteitskader voor houtbouw: standaardisatie, typegoedkeuringen, handboeken houtbouw/biobased bouw, methoden en gevalideerde data voor kostenbeheersing. Implementatie van de houtbouw afspraken in de eigen organisatie • Binnen de eigen organisatie geven partijen grote prioriteit aan het doorvoeren van deze afspraken in werkwijzen en protocollen. • Andere vormen van implementatie van deze transitie zetten ze tevens in om meer draagvlak binnen de eigen organisatie te bereiken, zoals actieve interne disseminatie van kennis en ervaring met houtbouw.

Kennisinstellingen onderschrijven de volgende afspraken: Partijen sturen gericht op de opschaling van houtbouw en biobased bouw om de continuïteit te vergroten. Voldoen aan de vraag • Kennisinstellingen spelen in op de toenemende vraag van studenten naar kennis en ervaring inzake biobased bouwen en houtbouw. Dit geldt voor alle typen instellingen zoals universiteiten, hogescholen, Mbo’s en omscholingstrajecten. Industriële houtbouw • Kennisinstellingen stimuleren onderzoek naar toenemende fabrieksmatige realisatie van de bouw. Kennisontwikkeling en -delen • Kennisinstellingen verbinden zich actief aan de verdere ontwikkeling en verspreiding van praktijkgerichte kennis over houtbouw in de Metropoolregio Amsterdam. Dit omvat: het ontkrachten van hardnekkige mythes rondom houtbouw door middel van wetenschappelijk en toegepast onderzoek, het uitvoeren van onderzoek naar duurzame bosbouw en verantwoord gebruik van hout, het ontwikkelen van kennis over hergebruik van hout en circulaire toepassingen, het slimmer toepassen van installaties, en verdiepen van inzicht in bouwfysische prestaties van hout, zoals vochtregulering, akoestiek en brandveiligheid, waarbij klimaatkamers en andere onderzoeksfaciliteiten actief worden ingezet.

13

•

Kennisinstellingen werken samen met het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouw (NKBB) om kennis te verzamelen op een herkenbare plaats en te delen in hun academische praktijk.

Opdracht nemende partijen (architecten, bedrijven die assembleren, fabrieken) onderschrijven de volgende afspraken: Opdracht nemende partijen sturen gericht op houtbouw en biobased bouw in hun meerjarige strategie om de continuïteit te vergroten. Industriële houtbouw • Opdracht nemende partijen committeren zich eraan om in samenspraak met private vastgoedpartijen en publieke partijen vroegtijdig betrokken te worden bij locatiekeuzes en gebiedsontwikkelingen, zodat houtbouw integraal kan worden meegenomen in ontwerp en bouwstrategie. Bouwkosten en waardeketen • Opdracht nemende partijen committeren zich aan het ontwikkelen en toepassen van ontwerp- en bouwprincipes die houtbouw betaalbaar maken binnen de financiële voorwaarden van opdrachtgevers. Hierbij wordt specifiek gekeken naar herhaalbaarheid, prefabricage en optimalisatie van ontwerpkeuzes. Implementatie van de houtbouw afspraken in de eigen organisatie. • Architecten, industriële houtbouwers en houtbouwfabrieken zetten zich vanuit hun positie in om houtbouw en biobased bouw te stimuleren. Dat doen ze door innovaties in de eigen werkwijzen, door trainingen en door het delen van kennis.

Overige betrokken partijen zoals banken, adviesbureaus, verzekeraars en koepelorganisaties onderschrijven de volgende afspraken: Om tot gedegen houtbouw te komen, leveren deze partijen een bijdrage aan het creëren van bewijslast op het gebied van bouwtechniek, bouwfysica en constructies. Bouwkosten en waardeketen • Zij committeren zich eraan om bedrijven in de bouw- en vastgoedsector met advies aangaande duurzame financieringsoplossingen te ondersteunen, • Als onafhankelijk adviseur op het gebied van kosten, rendement en risico’s committeren zij zich eraan om de opgebouwde inzichten inzake houtbouw en biobased bouw onder een breed publiek te verspreiden, Afbeelding 5. De Houten Leeuw. Credits: Leonard Faustle.

14

Implementatie van de houtbouw afspraken in de eigen organisatie • Zij zetten zich vanuit hun positie in om met professionele bijdragen houtbouw en biobased bouw te stimuleren, met innovaties, trainingen en met kennisontwikkeling en -deling, • Zij hanteren voor houtbouw op basis van bewezen technische oplossingen minimaal dezelfde garanties en verzekeringspremies als voor de traditionele bouw. Het Programmateam Houtbouw MRA onderschrijft de volgende afspraken: Het programmateam coördineert en faciliteert dit nieuwe Houtbouw Pact MRA op voor alle partijen herkenbare wijze. • Het team onderhoudt alle benodigde contacten om nieuwe ontwikkelingen te determineren en te delen met de betrokken partijen, • Het team zorgt voor een betrouwbare monitor met data van alle partijen jaarlijks zorgt het voor een overzichtskaart met alle MRA-houtbouwprojecten, • Het team vormt het loket om kennis en ervaring inzake houtbouw en biobased bouw te delen, partijen te ondersteunen en betrokken partijen met elkaar te verbinden.

Afbeelding 6. De MRA Houtbouw Kaart 2024.

15

F. Organisatie, samenwerking en financiering Organisatie: De MRA ondersteunt dit programma vanuit de vastgestelde MRA-Agenda 2025-2028. Het bestaande Programmateam Houtbouw MRA blijft verantwoordelijk voor de tactische en operationele uitvoering van het meerjarige programma. De triple helix samenwerking blijft het fundament voor het in gezamenlijkheid en versneld bereiken van de beoogde opschaling van houtbouw en biobased bouw. De Bestuurlijke Stuurgroep Houtbouw MRA blijft zijn inhoudelijk sturende rol spelen als triple helixsamenwerkingsverband tussen de publieke en private sector en de kennisinstellingen om dit Houtbouw Pact tot uitvoering te brengen. Binnen de MRA is het Portefeuillehouders Overleg (PHO) Bouwen en Wonen de publieke opdrachtgever van dit programma. De bestuurlijke trekkers in het PHO zijn momenteel de twee wethouders die samen verantwoordelijk zijn voor het onderdeel ‘Toekomstbestendige en bereikbare woningbouw’. Het MRA Houtbouw Partnerschap is essentieel gebleken voor de samenwerking. Er zijn nu 30 vastgoedpartners, een flinke groei sinds de start in 2023. De partners betalen mee aan het programma, waarmee deze private partijen zich meerjarig committeren. Zij hebben zeggenschap in welke onderwerpen meer aandacht verdienen en welke actuele ontwikkelingen aan de orde zijn.

Ze leveren adequate input en worden zo interactief betrokken bij gedeelde uitdagingen en oplossingen. Samenwerking en rolverdeling: De ondertekenaars van dit pact van publiek en private zijde committeren zich om de doelen te bereiken en de afspraken na te komen. Zij zijn de investerende en uitvoerende partijen die de opschaling tot stand brengen. Het Programmateam Houtbouw MRA leidt het programma, stemt af met de koplopers, faciliteert de transitie op diverse fronten en rapporteert hierover aan de Bestuurlijke Stuurgroep Houtbouw MRA en aan de bestuurders in het Portefeuillehouders Overleg Bouwen en Wonen MRA. Financiering: Deze is voor de gehele periode van dit pact nog onvoldoende robuust. De executie en beloofde resultaten kunnen daardoor minder zeker zijn. De triple helix-aanpak komt tot uiting in de wijze van financiering van het programma. Jaarlijks is de gevraagde toekenning van verschillende publieke en private financiële bijdragen een uitdaging: • De MRA neemt jaarlijks minimaal € 50.000 op in de begroting Bouwen en Wonen om dit Houtbouw Pact tot uitvoering te kunnen brengen. • De vastgoedpartners -die sinds 2023 hebben bijgedragen aan de effectiviteit en financiering van dit programma- committeren zich om hun bijdragen voort te zetten voor de periode 2026 t/m 2030.

• Voor zowel de financiering als de inhoudelijke aansturing zijn de bijdragen van Built by Nature essentieel. Voor de periode ná 2026 zal het opnieuw organiseren van voldoende middelen onverminderd veel aandacht vragen.

16

De meerjarige afspraken hierover met de grootste stakeholder-partijen moeten de basis vormen voor effectieve koppeling tussen budget en beschikbare inzet van het Programmateam Houtbouw Pact MRA. Toekenning van financiële bijdragen is een cruciale voorwaarde voor het succesvol kunnen zijn met dit houtbouw pact. Zonder tijdige toezeggingen en contracten kan het programma niet of slechts beperkt uitgevoerd worden (disclaimer). De ondertekenaars committeren zich aan het gezamenlijk in afstemming met elkaar garanderen van het minimale financiële kader van €200.000,- om de doelen van dit Houtbouw Pact te bereiken. Samenwerking met andere organisaties en platforms: Built by Nature Draagt financieel en inhoudelijk bij aan het bereiken van drie doelen in dit pact: • Het monitoren van de voortgang van de MRA houtbouw ambitie via een digitaal platform met als resultaat een kaart met alle recente MRA houtbouw projecten en een analyse van de belemmeringen, • Het uitbouwen van het MRA-convenant tot een kennis- en ondersteuningsplatform voor alle publieke en private stakeholders, • Het versterken van internationale samenwerking en kennisuitwisseling op het gebied van houtbouw. De organisatie financiert een aanzienlijk deel van de activiteiten van het programmateam van het Convenant Houtbouw MRA. Daarmee is de organisatie een strategisch belangrijke partner binnen onze samenwerkingen.

Building Balance Het Nationaal Actieplan Biobased Bouwen (NABB) is een landelijke strategie om het gebruik van biobased materialen in de bouw te versnellen. Het richt zich op het opschalen van hernieuwbare grondstoffen zoals hout, vlas, stro en miscanthus, en stimuleert de toepassing ervan in nieuwbouw, renovatie en de grond-, weg- en waterbouw (GWW). Building Balance is verantwoordelijk voor de uitvoering van het NABB. De doelstellingen en opgave zijn overlappend met dit Houtbouw Pact. In nauwe afstemming worden kennis, expertise en tools uitgewisseld en ingezet vanuit het NABB voor het houtbouw pact en vice versa. Overige samenwerkingsverbanden De reeds opgebouwde samenwerking met lokale, nationale en internationale platforms en instituten zal worden voortgezet. De belangrijkste zijn momenteel: Lenteakkoord 2.0, Gideon Tribes, DGBC, Cirkelstad, Nationaal Kenniscentrum Biobased bouw (NKBB).

17

G. Duur en geldigheid De duur van deze Green Deal 2.0 (Convenant Houtbouw/ Biobased Bouw 2025-2028 loopt van oktober 2025 tot 31 december 2028. De ondertekening zal plaatsvinden eind oktober 2025 door zoveel als mogelijk alle ondertekenaars van het vorige Convenant Houtbouw MRA. Partijen die dit convenant later willen ondertekenen zijn welkom. Het uitgangspunt blijft om een zo groot mogelijk draagvlak te bereiken onder publieke partijen, private partijen en kennisinstellingen om hun bijdrage te leveren aan de afgesproken doelen.

H. Bijlagen H1. MRA Agenda 2025-2028 en Meerjarig Uitvoeringsprogramma 2025-2028 H2. Biobased verkenning binnen de MRA H3. Belemmeringen binnen houtbouw

Afbeelding 7 & 8. Xylino (Almere) in aanbouw.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16158018/1