2. Bijlage 1: Evaluatie 1e jaar nieuwe Wet Inburgering
Tekst van het document
Vluchtelingenwerk kon toen alleen ondersteunen, blijven motiveren, er achteraan gaan. Mensen wilden bijvoorbeeld niet met inburgering beginnen zolang gezinshereniging niet klaar was, maar kwamen daardoor later in de knel met inburgeringstermijnen. Vluchtelingenwerk legde uit, maar had geen drukmiddel. Nu de regie bij de gemeente ligt is dit een stuk duidelijker en voorkomen we dat mensen tussen wal en schip vallen” (Teamleider Vluchtelingenwerk) Een heel concreet voorbeeld van iets waar ik trots op ben, is een cliënt die in transitie is van man naar vrouw. Met haar had ik een individuele excursie ingepland om tot een goed gesprek te komen. Samen zijn we de wijk in gegaan. Ze gaf na afloop aan dat het heel fijn is om samen door de buurt te lopen, en ontdekte dat dit niet zo eng is als ze dacht. Dat geeft vertrouwen zei ze, ze durft nu meer dan voorheen. (Teamleider Vluchtelingenwerk)
De samenwerking tussen de maatschappelijke begeleiding en de uitvoerders van de leerroutes komt steeds meer op gang, maar hierin is voor 2023 nog ruimte voor verdere verbetering. Danner & Danner ziet vooral contact met maatschappelijk begeleiding als volgt; “de situatie [rondom inburgering] aan cliënten uitleggen, of vragen hebben over lestijden. Dit contact loopt goed” (Trajectbegeleider Danner & Danner). Ook met het participatiedeel van de leerroutes komt contact meer op gang: “We hebben een tweewekelijks overleg tussen maatschappelijke begeleiding en participatie. Ook vragen we voor intakes de vragen vanuit de MB. Dat schakelt veel makkelijker onderling” (Jobcoach Vluchtelingenwerk). 20 Maart 2023
6.2 Maatschappelijke ontwikkelingen Bij de maatschappelijke begeleiding worden enkele problemen zichtbaar die maatschappij-breed spelen. De meest in het oog springende ontwikkeling is de krapte op de arbeidsmarkt. Dit maakt dat Vluchtelingenwerk veel moeite moet steken in het werven van voldoende vrijwilligers. Ook levert het tekort aan huisartsen in Haarlem problemen op; het kost Vluchtelingenwerk soms veel tijd om de juiste zorg voor inburgeraars te organiseren. Hierover lopen gesprekken met HZK (Huisartsen ZuidKennemerland) om voor de meest dringende gevallen een tussenoplossing te creëren. Daarnaast is één van de taken van Vluchtelingenwerk om kinderopvang te organiseren voor statushouders die de inburgering moeten volgen. Het tekort aan plekken hier is – net als voor de rest van Haarlem – ook bij inburgeraars een probleem. Op het gebied van de huisvesting van statushouders wordt de samenwerking tussen Vluchtelingenwerk, de gemeente en de woningcorporaties door de betrokken partijen als positief ervaren. Mede door de krapte op de woningmarkt blijft dit aandacht vereisen, maar vooralsnog loopt dit goed. 6.3 Warme overdracht De maatschappelijke begeleiding eindigt met een warme overdracht naar het Sociaal Wijkteam (SWT). Door de wijzigingen in het inburgeringsstelsel en de veranderingen bij het SWT, zijn de afspraken hier omheen in de loop van 2022 aangescherpt.
De afspraak is nu dat Vluchtelingenwerk enkele weken voor het einde van de maatschappelijke begeleiding een eindrapportage oplevert aan de klantmanager, met een voorstel in welke vorm de overdracht aan het SWT plaatsvindt. De klantmanager geeft hier akkoord op, en kan eventueel Aantal ook bij de overdracht aanwezig zijn als dit nodig is. “Het Warme overdracht tijdens MB 3 afgelopen jaar was het zoeken met de wijkteams naar hoe Eindrapportages MB 18 die overdrachten plaatsvinden. De nieuwe afspraken die Figuur 13: Warme overdrachten en eindrapportages gemaakt zijn waarin de klantmanager ook een rol heeft zijn logischer, dit zou zeker moeten gaan helpen. […] Ik geloof wel dat dit de juiste stap is” (Teamleider Vluchtelingenwerk). Deze afspraken gelden voor het nieuwe contract, dat in januari 2022 is ingegaan. Dat maakt dat de eerste eindrapportages in december 2022 binnenkwamen. Eind december 2022 waren dit 18 rapportages; de eerste overdrachtsgesprekken onder het nieuwe contract zijn in januari 2023 gevoerd op basis van deze eindrapportages. Zoals in de voorgaande evaluatie aan de orde kwam, worden warme overdrachten onder het oude contract uitgevoerd zonder tussenkomst van de klantmanager, waardoor hier minder cijfermatige informatie over beschikbaar is.
Ook tijdens de maatschappelijke begeleiding kunnen warme overdrachten plaatsvinden als er problematiek is geconstateerd waar Vluchtelingenwerk zelf niet de juiste partij voor is om dit op te lossen. Dit kan een doorverwijzing naar het SWT zijn, maar ook naar een gespecialiseerde partij als de GGZ of het CJG. In 2022 kwam dit driemaal voor. 6.4 Duur maatschappelijke begeleiding Sinds 1 januari 2020 is de duur van de maatschappelijke begeleiding teruggebracht naar één jaar. Onder de nieuwe wet is dit standaard, en is er ook financiering vanuit het rijk voor één jaar beschikbaar. In mei 2022 is de aangepaste duur geëvalueerd (2022/550350). In deze evaluatie kwamen geen signalen naar voren dat de verkorting leidt tot een toename van de maatschappelijke problematiek bij de doelgroep. Dit bleek echter niet goed meetbaar gemaakt te worden, doordat er te weinig kwantitatieve cijfers beschikbaar waren. De acties die uit die evaluatie voortkwamen hebben er onder 21 Maart 2023
meer toe geleid dat de cijfermatige verantwoording onder de nieuwe wet beter is opgezet, waardoor de warme overdracht en de uitkomsten hiervan effectiever gemonitord kan worden. De cijfers in de voorgaande alinea over de warme overdracht komen hier ook uit voort, maar zijn vooralsnog van een zeer korte periode. De meeste geïnterviewden gaven aan geen nadelige effecten te zien van de verkorting van de maatschappelijke begeleiding. Vluchtelingenwerk zelf geeft aan nog altijd te vinden dat één jaar te weinig is: “We merken nog altijd dat het jaar MB kort is” (Teamleider Vluchtelingenwerk). Daar tegenover staan medewerkers van andere partijen die deze ervaring niet delen: “Ik merk er niets van dat de begeleiding van twee naar één jaar is gegaan” (Budgetcoach Haarlem). Anderen geven aan de verkorte periode wel jammer te vinden, maar dat het goed wordt opgevangen door het SWT: “Gelukkig hebben we het wijkteam, dat scheelt” (Klantmanager Haarlem). Ook Vluchtelingenwerk geeft aan dat niet voor alle statushouders twee jaar nodig is: “Voor een deel is die ondersteuning niet langer nodig na een jaar, maar voor een flink deel ook wel.” (Teamleider Vluchtelingenwerk). Voordeel hierbij is dat binnen het SWT nu enkele ervaringsdeskundigen aan het werk zijn: voormalig statushouders die nu een functie hebben binnen het SWT, en daarmee kennis en ervaring op dat gebied inbrengen.
Algemeen is er nog altijd geen toename aan problematiek te zien onder de groep die één in plaats van twee jaar maatschappelijke begeleiding heeft gehad. Sterker nog, er zijn de laatste tijd “opvallend weinig escalaties” op deze doelgroep, terwijl er voorheen regelmatig een casus was waarin iets mis ging (Teamleider SWT). Waar dit precies aan ligt is lastig te zeggen, maar het is wel een indicatie dat het inburgeringssysteem goed lijkt te lopen. De hoeveelheid extra werkdruk bij het wijkteam door deze warme overdrachten lijkt dan ook mee te vallen. Zeker onder de nieuwe wet inburgering zal het effect van de verkorte maatschappelijke begeleiding worden opgevangen door andere ontwikkelingen. Deze groep blijft nu langer in beeld, doordat ze gedurende hun hele inburgering (meestal twee tot drie jaar) een klantmanager houden die zicht houdt op hun situatie. Ook ontvangt de groep gedurende de leerroutes begeleiding richting participatie en werk, en is er veel aandacht voor het voorkomen van financiële problemen door het financieel ontzorgen en de budgetcoaching. Dit, in combinatie met de betrokkenheid van het SWT, maakt dat we verwachten dat de maatschappelijke begeleiding van één jaar voor deze groep voldoende blijft. 6.5 Conclusie De maatschappelijke begeleiding is een onmisbaar onderdeel van de inburgering.
De inzet die Vluchtelingenwerk hierin doet, maakt dat de Haarlemse statushouders goed landen in de samenleving. In de maatschappelijke begeleiding zitten enkele belangrijke uitdagingen, vooral gerelateerd aan bredere maatschappelijke ontwikkelingen zoals de krapte op de arbeidsmarkt. We zien geen signalen dat de duur van maatschappelijke begeleiding met één jaar te kort zou zijn, maar hebben extra geïnvesteerd in monitoring en de warme overdracht naar het SWT om hier meer grip op te krijgen. In de komende jaren worden de resultaten hiervan verder duidelijk.
22 Maart 2023
7 Financieel ontzorgen Het financieel ontzorgen is een nieuw onderdeel onder de Wet Inburgering 2021. Volgens landelijke wetgeving komt het financieel ontzorgen er op neer dat de gemeente verplicht is om de eerste zes maanden nadat een statushouder in de gemeente woont, de vaste lasten namens de statushouder te betalen. In de Haarlemse aanpak wordt ontzorgen breder dan dit vormgegeven. Het financieel ontzorgen wordt in Haarlem opgepakt door de budgetcoaches in dienst van de gemeente, en daarmee ook gekoppeld aan coaching op financieel gebied. Doel hiervan is om de inburgeraar in staat te stellen zijn of haar financiële zaken zelf te kunnen regelen. 7.1 Werkwijze financieel ontzorgen Het financieel ontzorgen begint direct nadat een statushouder in de gemeente Haarlem komt wonen. De inburgeraar krijgt eerst een intake gesprek waarin de budgetcoach de werkwijze toelicht. Dit kan in veel gevallen in de eigen taal: de budgetcoaches spreken Arabisch, Afghaans, Iraans en Turks. Dit is voor het overbrengen van dit soort informatie een groot voordeel; enkel bij talen die minder vaak voorkomen is een tolk nodig. In dat eerste gesprek wordt een budgetplan opgesteld, wat de leidraad is voor het verdere traject. Ook geeft de inburgeraar akkoord aan de gemeente, middels het tekenen van een verklaring, voor het overnemen van de betaling van vaste lasten voor de eerste zes maanden.
Hiermee wordt verzekerd dat in deze eerste periode de inburgeraar geen schulden oploopt door bijvoorbeeld een huurachterstand. In de loop van het traject krijgt de inburgeraar steeds meer informatie over zaken als internetbankieren, sparen, automatische incasso’s, enzovoort. De inburgeraar pakt gedurende het traject steeds meer taken zelf op. Aan het eind van de zes maanden vindt een evaluatie plaats waarin de inburgeraar zelf beoordeelt in hoe verre deze financieel zelfredzaam is. Op basis van deze evaluatie kan het financieel ontzorgen en de budgetcoaching beëindigd worden, of eventueel worden verlengd als hier reden toe is. De budgetcoaches bouwen een Een klant met twee masters uit zijn eigen vertrouwensband op met de inburgeraars, wat leidt land zat in budgetbeheer. Hij gaf op een tot zeer positieve trajecten. Doordat het traject gegeven moment aan: “ik wil je volledig op maat is ingericht, is er flexibiliteit mogelijk: bedanken, je hebt me echt geholpen, een langer, maar ook een korter traject. maar heb het nu niet meer nodig.” Daarom heb ik met hem de 7.2 Resultaten budgetcoaching na 5 maanden afgerond. Het ontzorgen is pas een jaar van start, dus het is vroeg Het kan dus ook veel korter. om te spreken van resultaten. De ervaringen tot nu (Budgetcoach Haarlem) toe zijn zeer positief. Een klantmanager zegt hierover: “Budgetcoaching ben ik heel blij mee.
[…] Geldzorgen is echt een vak apart. Zelfs voor geboren Nederlanders is omgaan met geld al lastig, dan is het voor een statushouder die de taal en het systeem niet kent extra lastig” (Klantmanager Haarlem). Uit de eerste indicaties blijkt dat het grootste deel van de statushouders na zes maanden volledig wordt vrij gelaten, maar een flink deel (rond de 40%) wordt voor langere tijd ondersteund. Dit is mogelijk doordat het individuele maatwerktrajecten zijn. Een budgetcoach geeft aan: “Enkele mensen die nu in december zes maanden gehad hebben, verzoeken nu om [de budgetcoaching] iets langer uit te voeren. Nu gaan we de stap zetten van leefgeld per week naar per maand. Langzaamaan laten we ze wennen aan dat patroon” (Budgetcoach Haarlem). Bij de groep die na zes maanden is uitgestroomd geeft de budgetcoach ook aan alle vertrouwen te hebben dat zij de komende jaren niet in de schulden gaan raken. 23 Maart 2023
Het verschil met het oude stelsel, waar Ik had een Iranese vrouw die met haar zoon op intake het meewerken aan ontzorgen niet kwam. De zoon gaf aan dat hij het financieel wel kon verplicht is, is goed zichtbaar. Zie ook regelen en vond budgetcoaching kinderachtig, dat wilde het kader hiernaast voor een voorbeeld hij niet. Een paar maanden later werd ik benaderd door van wat er mis kan gaan wanneer ontzorgen geen verplichtend karakter de klantmanager, via vroegsignalering waren ze er heeft. Onder het oude regime kwam achter gekomen dat de vrouw nu twee maanden het voor dat inburgeraars op een later huurachterstand had. Ze wilden vervolgens een nieuwe moment toch terug kwamen bij de afspraak; die zoon belde en gaf aan dat hij het toch wel gemeente met schuldenproblematiek. had onderschat. Budgetcoach Haarlem Tot nu toe hebben de budgetcoaches dit niet meegemaakt onder de groep die ze een half jaar tot jaar hebben begeleid: “Na een jaar zijn veruit de meeste mensen wel gewend aan de omgeving. Tot nu toe is niemand daarna [met schulden] teruggekomen” (Budgetcoach Haarlem). 7.3 Samenwerking met andere partijen De budgetcoaching is sterk afhankelijk van de samenwerking met vooral de klantmanagers en de maatschappelijk begeleiding. Deze samenwerking is in de loop van het jaar gegroeid.
De klantmanagers zijn unaniem zeer positief over budgetcoaching en de samenwerking tussen de afdelingen hierin: “Mensen zijn er echt blij mee”, “De coaching maakt het verschil voor de statushouder” (Klantmanager Haarlem). De budgetcoach zelf zegt over de samenwerking: “We hebben hetzelfde doel: we willen samen de klant op weg helpen. Het is helder wat bij wie ligt en daar zijn nooit discussies over.” (Budgetcoach Haarlem). Tussen Vluchtelingenwerk en Budgetcoaching kostte het opzetten van de samenwerking soms iets meer moeite. Vluchtelingenwerk biedt vanuit de maatschappelijke begeleiding namelijk ook coaching aan, dus in het verdelen van de taken en het elkaar beter vinden was wat werk te doen. Hier is in 2022 dan ook hard aan gewerkt, en dit werd steeds duidelijker: “Het samenwerkingsproces verbetert steeds meer maar het blijft zoeken naar elkaar goed vinden” (Manager Vluchtelingenwerk). In maart 2023 staat een volgend overleg gepland om weer enkele concrete onderdelen verder uit te werken, dus deze samenwerking blijft ook in 2023 punt van aandacht. 7.4 Conclusie In hoeverre het ontzorgen door de budgetcoaches financiële problemen bij inburgeraars voorkomt, moet in de komende jaren blijken. Met name door het verschil met de oude wetters die niet aan de coaching deelnemen, is de toegevoegde waarde van dit middel duidelijk geworden.
Cijfermatige onderbouwing hiervan moet in de komende jaren gaan blijken, maar alle indicaties wijzen er op dat het financieel ontzorgen en vooral de effectieve budgetcoaching daaromheen daadwerkelijk schulden voorkomt bij de inburgeraars.
24 Maart 2023
8 Conclusie 2022 was in veel opzichten een overgangsjaar op het gebied van de inburgering. De nieuwe wet en de nieuw aanbestede contracten waren 1 januari 2022 in gegaan, maar een groot deel van de instroom in het eerste halfjaar viel nog onder de oude wet. Intussen werden onderdelen van het nieuw aanbod nog verder uitgewerkt of (in het geval van de onderwijsroute) nog ingekocht. Vanaf de zomer van 2022 begon ook de stroom nieuwe wetters op gang te komen, en is het nieuwe systeem daadwerkelijk in de praktijk gebracht. Het beeld dat uit deze evaluatie naar voren komt, is dat de individuele onderdelen van het inburgeringsaanbod goed zijn neergezet. De brugklassen zijn opgestart, PIP’s worden opgesteld door de klantmanager, de maatschappelijke begeleiding en het financieel ontzorgen lopen. De belangrijkste opdracht voor 2023 is om deze onderdelen verder aan elkaar te koppelen. Denk hierbij aan: - Betere koppeling tussen de brugklas en de bijbehorende excursies. - Meer aansluiting tussen het taal- en participatiedeel van de B1 en Z leerroutes. - Investeren in samenwerking tussen de klantmanagers en budgetcoaches van de gemeente en de medewerkers van Vluchtelingenwerk en Danner & Danner. Zoals in de inleiding al aangegeven, is het nog te vroeg om met concrete resultaten vanuit de leerroutes te komen.
De leerroutes duren tot drie jaar, en op 31 december 2022 (het peilmoment voor de data van deze evaluatie) waren de eerste inburgeraars onder de nieuwe wet minder dan een half jaar bezig met hun leerroute. De Onderwijsroute was zelfs pas een maand van start. Hetzelfde geldt voor de opbrengst van het participatiedeel van de leerroutes. De eerste indicaties zijn positief, met enkele inburgeraars die nu al aan het werk zijn tijdens hun inburgering, maar definitieve conclusies over wat de inzet hierop oplevert zullen pas over één of twee jaar te trekken zijn. Een aandachtspunt is wel dat het nog lastig is participatieplaatsen te vinden, vooral voor de doelgroep van de Z-route. In 2022 zijn er veel brugklassen afgerond, waardoor over dit onderdeel wel conclusies te trekken zijn. Deze conclusies zijn zeer positief: de brugklassen geven deelnemers zelfvertrouwen, taalkennis, nieuwe connecties, en inzicht in de stad waarin ze terecht zijn gekomen. Ook belangrijk is dat het inzicht dat wordt opgedaan tijdens deze brugklassen leidt tot een beter passend PIP voor de inburgeraar, met een leerroute die past bij de capaciteiten en leerbaarheid. Dit in combinatie met de duidelijkere regierol voor de klantmanager, maakt dat we verwachten dat er veel minder inburgeraars tussen wal en schip belanden dan onder de oude wet. Ook in de maatschappelijke begeleiding is er in 2022 veel veranderd.
Sinds de evaluatie die in mei 2022 is behandeld, is meer inzicht gecreëerd in de voortgang van de warme overdrachten tijdens en na de maatschappelijke begeleiding. Tot nu toe leidt dit niet tot signalen dat de begeleiding te kort zou zijn, maar dit blijven we uiteraard monitoren. Wel heeft de maatschappelijke begeleiding last van maatschappij-brede ontwikkelingen zoals het tekort aan huisartsen en kinderopvang plaatsen. Het financieel ontzorgen is een nieuw onderdeel van de inburgering. Ook dit is nog in een vroeg stadium, maar op basis van de informatie uit deze evaluatie kan worden gesteld dat dit in Haarlem goed is ingericht. De Haarlemse aanpak hierin vereist een extra tijdsinvestering van de budgetcoach doordat er zo veel coaching aan het ontzorgen vast zit, maar dit levert resultaten op. Deze resultaten zijn nu voornamelijk nog vast te stellen op basis van de ervaringen van de budgetcoaches, klantmanagers en Vluchtelingenwerk – in de toekomst moet blijken of dit daadwerkelijk leidt tot minder financiële problemen onder deze doelgroep. In het algemeen is de conclusie van deze evaluatie dat de Wi2021 in Haarlem succesvol is geïmplementeerd. De eerste resultaten op basis van de brugklassen, de opstart van de leerroutes en 25 Maart 2023
het ontzorgen zijn positief. Wel zijn er nog verbeterpunten, vooral in het meer aan elkaar verbinden van de onderdelen van het inburgeringsproces. Dit wordt in 2023 verder opgepakt. Concrete resultaten van de leerroutes en het daaraan gekoppelde participatiedeel zullen pas in de komende jaren duidelijker worden, evenals de resultaten van het gehele inburgeringssysteem. Voor deze resultaten concreet in beeld zijn, zullen we nog minimaal twee jaar verder zijn – aangezien inburgeringstrajecten nu eenmaal tot drie jaar duren. Deze evaluatie geeft echter vertrouwen dat deze resultaten positief zullen uitpakken. Ik ben super blij met de nieuwe wet, en met de werkwijze die we zelf hebben. Ik zie echt de toegevoegde waarde hiervan. (Budgetcoach Haarlem) We zijn goed op weg nu. (Teamleider Vluchtelingenwerk) Ik ben blij dat we het zo hebben ingericht. (Klantmanager Haarlem) Grote dank aan allen voor de samenwerking, en aan de klantmanagers. Ik ben echt blij met de mooie ervaringen en dat ik hier werk. (Trajectbegeleider Danner & Danner)
26 Maart 2023