2. Bijlage 1: Bovenregoinaal Plan Een Thuis voor Noordje
Tekst van het document
Bovenregionaal Expertise Netwerk Noord-Holland15 De Gemeente Amsterdam coördineert het Bovenregionaal Expertisenetwerk jeugdhulp Noord-Holland. Hierin werken 9 jeugdhulpregio’s samen: Amsterdam-Amstelland, Gooi- en Vechtstreek, Haarlemmermeer, Kop van Noord-Holland, Midden Kennemerland, Noord-Kennemerland, WestFriesland, Zaanstreek-Waterland en Zuid-Kennemerland Belangrijkste opgave binnen het Expertisenetwerk is het verbinden van professionele en wetenschappelijke kennis en ervaring met vragen rondom meervoudige en complexe casuïstiek, zoals die binnenkomen bij de regionale expertteams, via verwijzers, aanbieders en jongeren en ouders zelf. Vanuit het netwerk kan expertise toegevoegd worden aan het casusoverleg, of aan het team van begeleiders en behandelaren. Het Expertisenetwerk coördineert de maandelijkse afstemming tussen de regionale expertteams in Noord-Holland en biedt een procesversneller aan die de regionale expertteams kan ondersteunen bij het voeren van procesregie om complexe casuïstiek. Uitgangspunt is dat niet het kind of de jongere van ‘plek’ verandert. Maar dat de beschikbare expertise er naar toe gaat.
Het gaat hier bij uitstek om complexiteit waarbij ook sprake is van co-morbiditeit, meerdere aandoeningen, diagnostische beelden bij een jeugdige die vaak niet gezien of niet in samenhang met elkaar gezien worden, waardoor uitingsvormen van gedrag verergeren en ook eenzaamheid toeneemt. Het gaat bij deze jeugdigen om meervoudige problematiek waar verschillende expertises voor nodig zijn waaronder forensisch en op gebied van verslaving, zoals eetstoornissen en trauma, zoals autisme en gedragsproblemen, zoals suïcideneigingen met depressie en angst, maar ook kennis over een mogelijk
14 15
https://vng.nl/nieuws/commissie-zjo-spreekt-zich-uit-over-functies-expertteams https://vng.nl/artikelen/bovenregionaal-expertisenetwerk-noord-holland-ben-nh
48
verstandelijk beperking of een ander minder vaak voorkomend intelligentieprofiel. Meestal is er sprake van chroniciteit. In deze casuïstiek mee helpen ordenen, samen met de hulpverlening en samen met jeugdige en ouders, en er ook samen in leren, is waar het bovenregionaal expertisenetwerk voor staat. Naast het mee helpen duiden van de casus, kan het Expertisenetwerk ook ondersteunen, waar nodig budgettair, bij het realiseren van passend aanbod, of projectkosten voor een zorginnovatie financieren. Het Bovenregionaal Expertisenetwerk NH is partner van 'Een Thuis voor Noordje', een ambitieus NoordHollands plan om jeugdigen niet meer gesloten te plaatsen, niet meer buiten de provinciegrens, maar zo thuis en zo school mogelijk. Voor kinderen die niet meer thuis kunnen wonen, is de ambitie onvoorwaardelijk wonen te realiseren met de intensiteit van begeleiding die nodig is, in de buurt van hun eigen netwerk en school en bij voorkeur in een pleeggezin of gezinshuis. BEN-NH is ook partner van het Expertisenetwerk K-EET NH, complexe eetproblematiek, en vanaf 2022 gaan de twee netwerken samen op lopen.
49
Bijlage 7: Overzicht besluiten en conclusies In deze bijlage zijn van ieder hoofdstuk de te nemen besluiten opgenomen in een overzicht. Om het gehele proces van toeleiding en de inzet van zorg en onderwijs te verbeteren, heeft het plan een “Thuis voor Noordje” commitment nodig van de bestuurders. We vragen een akkoord op het “wat” een verdere vertaling van het “hoe” moet in de verschillende regio’s worden gemaakt. We vragen commitment op het invullen en vormgeven van deze (of onderstaande) concrete randvoorwaarden: 1. Netwerkgesprek Pas op de plaats •
We vertragen en verdragen, werken in principe niet met een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp.
Verklarende analyse • •
In te stemmen om voor een brede en verdiepende probleemanalyse bij complexe casuïstiek altijd een ‘verklarende analyse’ te maken. In te stemmen dat de verklarende analyse, met mogelijk risicovolle maar passende oplossingen, een bindend advies is. Dit regelen in de inkoopcontracten (of afwegingskaders voor toegang tot jeugdhulp)
Toekomstperspectief •
In te stemmen met de regierol en uitvoeringsrol van het lokale team bij het opstellen van een toekomstperspectief vanaf 16 jaar.
•
Het benutten van het nieuwe woonplaatsbeginsel om te komen tot eenduidig eigenaarschap van jeugdigen > 16 jaar, die momenteel in residentiële en gesloten voorzieningen verblijven.
•
Het faciliteren en het ondersteunen van het komen tot goede clientondersteuning en de ruimte bieden aan deze ondersteuning in de opzet en uitvoering van het toekomstperspectief.
2. Triage en instroom We vragen in het kader van een goede toeleiding, triage en plaatsing de volgende besluiten. • •
•
RETs worden verantwoordelijk voor de triage en plaatsing binnen kleinschalige woonvoorzieningen. RETs onderling verbinden in de 3 sub(regionale) eenheden om de triage en de plaatsing te begeleiden van jeugdigen die in aanmerking komen voor een plaats in de kleinschalige woonvoorziening. De juiste regio-indeling zal volgend jaar worden gemaakt. Het opdracht geven tot het inrichten van een systeem voor bovenregionale monitoring van plaatsen in het kader van kleinschalig wonen.
50
3. Ambulant intensieve begeleiding We vragen van de bestuurders binnen het plan “Thuis voor Noordje” het besluit dat zij akkoord zijn met de vormgeving de ambulante teams. Dit vraagt concreet dat: • •
•
•
•
Bereidheid tot het leveren van zorgverleners voor de geschetste ambulante teams. De kosten van deze teams worden aangevraagd bij het BEN NH zodat ze in aanvang bekostigd worden vanuit de middelen van het bovenregionaal expertisenetwerk. Zodat geleerd kan worden op welke wijze dit team effectief ingezet kan worden en of inzet van dit team ook daadwerkelijk bijdraagt aan minder doorplaatsingen van jeugdigen uit kleinschalige woonvoorzieningen. Bij daadwerkelijk gebleken succes (daling van doorplaatsingen) wordt de bekostiging in de toekomst op basis van beschikbaarheid en niet op bais van gebruik gezamenlijk gefinancierd door de jeugdhulpregio’s. In 2022 allereerst te starten met een team die de huidige kleinschalige voorzieningen kan ondersteunen. En bij uitbreiding van deze voorzieningen te werken naar meerdere teams voor de verschillende jeugdregio’s. Bij de ontwikkeling van deze teams is het goed om verbinding te leggen met de crisisteams.
4. Kleinschalige woonvoorzieningen (onvoorwaardelijk wonen) Wij vragen met betrekking tot de vormgeving zowel commitment als besluitvorming aan de bestuurders en wel op de volgende onderdelen: •
•
•
•
•
•
•
Leegstand in de kleinschalige woonvoorzieningen moet kunnen plaatsvinden, zodat er altijd een plek beschikbaar is en de jeugdigen een keuze hebben. Leegstand moet wel gefinancierd worden, dit kan mogelijk door een opslagpercentage op het tarief. Appartementen en studio’s om zelfstandig te leren wonen koppelen aan de kleinschalige woonvoorziening, zodat er een doorgaande lijn is in de hulpverleners en doorstroming in de kleinschalige woonvoorziening. Gemeenten faciliteren bij huisvestingsvraagstuk en alloceren voldoende woningen voor deze doelgroep. Financiële mogelijkheden bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar. Als een jeugdige 18 jaar wordt kan de financiering wijzigingen naar WLZ of WMO. Dit mag geen reden zijn voor een verplaatsing van de jeugdige. Aanbieders moeten dus de mogelijkheid hebben om de financiering van de jeugdige aan te passen. Hiermee komen we tegemoet aan een groot knelpunt (zie hoofdstuk 1: toekomstperspectief > 18 jaar) in kader van wonen voor complexe jeugdigen na 18 jaar. Hiervoor zijn afspraken met VWS, zorgkantoren van belang. Uitgaan van een bekostigingsmodel voor kleinschalige woonvoorzieningen opgebouwd vanuit een minimale dagprijs per jeugdige, aangevuld met individuele ondersteuningsbehoefte. Dit om de omslag naar WLZ of Wmo financiering haalbaar te maken.
Vastgoed is van de woningbouw of projectontwikkelaars/investeerders, zodat aanbieders financieel niet gebonden zijn aan het vastgoed en het mogelijk is om kamers om te klappen naar zelfstandig wonen zonder te hoeven verhuizen. Het is helpend om deze vastgoedopdracht te vertalen in een convenant met woningcorporaties, aanbieders van verhuur, zorgaanbieders en gemeenten. Gemeenten/jeugdhulpregio’s moeten bereid zijn om plaatsingen vanuit andere jeugdregio’s (binnen Noord-Holland) toe te staan. Dicht bij het netwerk is niet altijd binnen de regiogrenzen. Daarnaast is misschien een plek in een andere regio passender dan binnen de eigen regio gezien de samenstelling van de groep. Commitment van de individuele jeugdregio om kleinschalige woonvoorzieningen te ontwikkelen. In het hoofdstuk conclusies is het aantal benodigde woonvoorzieningen verder uitgewerkt per jeugdregio en voor de 8 jeugdregio’s gezamenlijk. 51
•
• •
Het gezamenlijk organiseren van een extra ondersteunende voorziening voor de 8 jeugdhulp regio’s met plaats voor 12 jeugdigen per ingang van 1-1-2023 conform de uitgangspunten zoals verwoord. Het gezamenlijk organiseren van kleinschalige voorzieningen voor homogene groepen op basis van beschikbaarheid voor de jeugdigen met loverboy problematiek. Het gezamenlijk organiseren van een meest passend aanbod voor jeugdigen met ernstige verslavingsproblematiek, is een vervolgopdracht om verder te concretiseren.
52