CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Bestemmingsplan Schalkwijkerweg

commissie Ontwikkeling 30 oktober 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20.55 uur Vaststellen bestemmingsplan Schalkwijkerweg (FR)16.518 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Specifieke gebruiksregels Naast de algemene gebruiksregels genoemd in artikel 27 gelden met betrekking tot het gebruik de volgende regels: a. tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van: 1. bijgebouwen als zelfstandige woning.

14.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Voor de volgende werken of werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: 1. aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; 2. bodemverlagen of afgraven, ophogen, egaliseren dan wel anderszins aanbrengen van wijzigingen in het maaiveld; 3. het dempen van reeds bestaande watergangen;; b. Geen omgevingsvergunning is vereist voor werken of werkzaamheden die: 1. het onderhoud en beheer betreffen, passend in het normale gebruik, waaronder normaal spit- en ploegwerk, anders dan diepploegen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan krachtens een verleende vergunning; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. c. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke karakteristiek, waaronder zichtlijnen, zichtvelden en landschapsbeleving zoals opgenomen in bijlage 2 van de regels; 3. de cultuurhistorische waarden zoals opgenomen in bijlage 3 van de regels.

46

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 15 Verkeer 15.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. straten en wegen b. voet- en fietspaden; c. parkeervoorzieningen; d. brug ter plaatse van de aanduiding 'brug'; e. bij de bestemming behorende groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, speelvoorzieningen, kunstwerken, kunstobjecten, waterberging, bergbezinkbassins, reclameuitingen, nutsvoorzieningen; warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

15.2

Bouwregels Binnen de bestemming 'Verkeer' gelden de bouwregels zoals aangegeven in artikel 26,

47

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

48

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 16 Water 16.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging, waterbeheer en waterhuishouding; b. waterlopen en waterpartijen; c. verkeer te water; d. waterrecreatie; e. bestaande brug, ter plaatse van de aanduiding 'brug'; f. waterstaatkundige voorzieningen, zoals bruggen, taluds en oevers, sluizen, stuwen, dammen, kademuren, duikers, gemalen, meerpalen, vlonders, steigers en overige kunstwerken; g. aanlegsteigers ter plaatse van de aanduiding 'aanlegsteiger'; h. de aangeduide aanlegsteiger ter hoogte van de Belgiëlaan dient (mede) ten behoeve van een pontverbinding; i. ter plaatse van de aanduiding 'aanlegsteiger' eerstvolgend ten zuiden van de Buitenrustbrug tevens een wachtvoorziening / autolosplaats voor de beroepsvaart; j. alsmede wonen op een woonschip, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep, gastouderopvang of bed & breakfast ter plaatse van de aanduiding 'woonschepenligplaats'; k. bij de bestemming behorende groenvoorzieningen, kunstobjecten.

16.2

Bouwregels Binnen de bestemming 'Water' mogen bouwwerken geen gebouw zijnde worden opgericht onder de volgende voorwaarden: bouwhoogte a. de bouwhoogte van gemalen mag niet meer dan 3 meter bedragen en de oppervlakte mag niet meer dan 15 m² bedragen; b. de bouwhoogte van meerpalen mag maximaal 4 meter bedragen; c. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde mag niet meer dan 1 meter bedragen; d. de bouwhoogte van bruggen mag maximaal 3 meter bedragen; e. de hoogte van de in artikel 16.1 onder h genoemde wachtvoorziening / autolosplaats voor de beroepsvaart mag maximaal 4 meter bedragen. steigers en overige bouwwerken geen gebouw zijnde f. de breedte van een steiger, gemeten haaks op de oeverlijn, mag niet meer dan 1/10 van de breedte van het oppervlaktewater bedragen; g. de oppervlakte van een steiger mag maximaal: 1. 2,5 m² bedragen indien gesitueerd in oppervlaktewater met een breedte tussen de 3 en 10 meter; 2. 5 m² bedragen indien gesitueerd in oppervlaktewater met een breedte tussen de 10 en 20 meter, 3. 10 m2 bedragen indien gesitueerd in oppervlaktewater met een breedte tussen de 20 en 50 meter, 4. 15 m² bedragen indien gesitueerd in oppervlaktewater breder dan 50 meter; 49

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

h. de oppervlakte per overige bouwwerken geen gebouw zijnde mag niet meer dan 10 m² bedragen; woonschepen i. Ter plaatse van de aanduiding woonschepenligplaats mogen woonschepen worden aangelegd, mits: 1. de lengte niet meer bedraagt dan 18,5 meter; 2. de breedte niet meer bedraagt dan 7 meter gemeten haaks op de oeverlijn, inclusief gangboorden en dakoverstekken; 3. bij woonschepen met een plat dak de hoogte niet meer bedraagt dan 3,85 meter boven de waterlijn; 4. bij woonschepen met een schuin of bol dak de hoogte niet meer bedraagt dan 4,00 meter boven de waterlijn; 5. het maximaal toegestane aantal wooneenheden (woonschepen) per woonschepenligplaats niet meer bedraagt dan is aangegeven met een aanduiding. 16.3

Specifieke gebruiksregels Naast de algemene gebruiksregels genoemd in artikel 27 gelden met betrekking tot het gebruik de volgende regels: a. tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken als ligplaats voor hotel- en horecaschepen; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding woonschepenligplaats mogen woonschepen liggen voor ten hoogste het met de aanduiding 'maximum aantal woonheden' aangegeven aantal.

50

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 17 Wonen 17.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep, gastouderopvang of bed & breakfast; b. atelier ter plaatse van de aanduiding atelier; c. bijbehorende voorzieningen zoals, groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, bergingen, tuinen, erven en terreinen.

17.2

Bouwregels Binnen de bestemming 'Wonen' gelden de bouwregels zoals aangegeven in artikel 26.

17.3

Specifieke gebruiksregels Naast de algemene gebruiksregels genoemd in artikel 27 gelden met betrekking tot het gebruik de volgende regels: a. een woning dient voor de huisvesting van maximaal één huishouden; b. het gebruik van een woning voor aan-huis-verbonden beroep, gastouderopvang en/of bed & breakfast mag in totaal niet meer bedragen dan 35 % van het bruto vloeroppervlak met een maximum van 50 m², waarbij het aanbod van bed & breakfast zich beperkt tot maximaal 2 kamers en maximaal 4 personen tegelijk; c. ter plaatse van de aanduiding atelier mag uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep worden uitgeoefend tot een maximum van 70 % van het bruto vloeroppervlak van de woning; d. tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van: 1. onbebouwde gronden voor het parkeren van motorvoertuigen; 2. bijgebouwen als zelfstandige woning..

51

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

52

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 18 Leiding - Gas 18.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een ondergrondse gastransportleiding met de daarbij behorende belemmeringenstroken en bijbehorende voorzieningen (zoals afsluiters en vloeistofafvangers); b. De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt.

18.2

Bouwregels Binnen de dubbelbestemming 'Leiding - gas' mogen uitsluitend 'bouwwerken geen gebouw zijnde' ten dienste van de leiding worden opgericht, onder de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van 'bouwwerken geen gebouw zijnde' mag niet meer dan 3 m bedragen; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met in-achtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

18.3

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.2 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de bouwregels van de andere bestemming, indien: a. de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad; b. geen kwetsbare objecten worden toegelaten; c. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant.

18.4

Specifieke gebruiksregels Naast de algemene gebruiksregels genoemd in artikel 27 gelden met betrekking tot het gebruik de volgende regels: a. tot een strijdig gebruik met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten.

18.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Voor de volgende werken of werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: 53

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

a. aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; b. bodemverlagen of afgraven, ophogen, egaliseren dan wel anderszins aanbrengen van wijzigingen in het maaiveld; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; f. het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies; g. diepploegen; h. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. 2. Geen omgevingsvergunning is vereist voor werken of werkzaamheden die: a. het onderhoud en beheer betreffen, passend in het normale gebruik, waaronder normaal spit- en ploegwerk, anders dan diepploegen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan krachtens een verleende vergunning; c. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 3. De werken of werkzaamheden als bedoeld in dit lid zijn slechts toelaatbaar, indien: a.

geen aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

54

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 19 Leiding - Water 19.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een ondergrondse drinkwaterleiding met een veiligheidsstrook ter breedte van 12,5 meter aan weerszijde van de hartlijn van de leiding.

19.2

Bouwregels Binnen de dubbelbestemming 'Leiding - water' mogen 'bouwwerken geen gebouwen zijnde' worden opgericht, onder de volgende voorwaarde dat de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt.

19.3

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 19.2 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de bouwregels van de andere bestemming, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant.

19.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Voor de volgende werken of werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: 1. aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; 2. bodemverlagen of afgraven, ophogen, egaliseren dan wel anderszins aanbrengen van wijzigingen in het maaiveld; 3. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; 4. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; 5. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; 6. het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies; 7. diepploegen; 8. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; 9. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; 10.het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. b. Geen omgevingsvergunning is vereist voor werken of werkzaamheden die: a. het onderhoud en beheer betreffen, passend in het normale gebruik, waaronder normaal spit- en ploegwerk, anders dan diepploegen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan krachtens een verleende vergunning; 55

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. d. De werken of werkzaamheden als bedoeld in dit lid zijn slechts toelaatbaar, mits: 1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; 2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

56

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 20 Waarde - Archeologie 20.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

20.2

Bouwregels a. In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) gelden de volgende regels: 1. ter plaatse van de 'Waarde - Archeologie 2a' dient de aanvrager van een omgevingsvergunning waarvan bodemverstorende bouwwerkzaamheden deel uitmaken, in geval de oppervlakte van het project meer dan 50 m2 betreft en de bouwwerkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld plaatsvinden, een waardestellend archeologisch rapport te overleggen; 2. ter plaatse van de 'Waarde - Archeologie 2b' dient de aanvrager van een omgevingsvergunning waarvan bodemverstorende bouwwerkzaamheden deel uitmaken, in geval de oppervlakte van het project meer dan 50 m2 betreft en de bouwwerkzaamheden dieper dan 150 cm onder het maaiveld plaatsvinden, een waardestellend archeologisch rapport te overleggen; 3. ter plaatse van de 'Waarde - Archeologie 5a' dient de aanvrager van een omgevingsvergunning waarvan bodemverstorende bouwwerkzaamheden deel uitmaken, in geval de oppervlakte van het project meer dan 2500 m2 betreft en de bouwwerkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld plaatsvinden, een waardestellend archeologisch rapport te overleggen; 4.

ter plaatse van de 'Waarde - Archeologie 5b' dient de aanvrager van een omgevingsvergunning waarvan bodemverstorende bouwwerkzaamheden deel uitmaken, in geval de oppervlakte van het project meer dan 2500 m2 betreft en de bouwwerkzaamheden dieper dan 150 cm onder het maaiveld plaatsvinden, een waardestellend archeologisch rapport te overleggen; 5. binnen de gemeente bevinden zich zones waar geen kans op het aantreffen van archeologische waarden bestaat, aangezien de bodem ter plaatse tot onder het archeologisch niveau is verstoord. Voor deze gebieden gelden geen restricties met betrekking tot de archeologie. Aan deze gebieden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' toegekend. b. Aan een omvingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie' kunnen de volgende voorschriften worden verbonden; 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bodemverstorende activiteiten door een archeologisch deskundige. 57

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

c. Het bepaalde in lid 20.2 sub 1 is niet van toepassing op een bouwplan dat betrekking heeft op vervanging van een reeds bestaand bouwwerk waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut. 20.3

Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden die vallen binnen de dubbelbestemming 'Waarde archeologie', indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Toepassing van de bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik.

20.4

Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 20.2 met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels. b. Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in dit lid, wordt verleend indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van: 1. nader archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of als er, mede naar het oordeel van de gemeentearcheoloog, geen archeologische te verwachten zijn; 2. andere informatie heeft aangetoond dat door bodemverstoringen op de betrokken locatie geen archeologische waarden verstoord zullen worden.

20.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Voor de volgende werken of werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: 1. aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; 2. bodem verlagen of afgraven, ophogen, egaliseren dan wel anderszins aanbrengen van wijzigingen in het maaiveld; 3. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; 4. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; 5. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; 6. het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies; 7. diepploegen; 8. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; 9. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; 10.het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. b. Geen omgevingsvergunning is vereist voor werken of werkzaamheden die: 1. de oppervlakte- dan wel de dieptemaat niet overschrijdt, behorende bij de categorie 'Waarde - Archeologie' genoemd in lid 20.2 die voor die

58

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

gronden van toepassing zijn; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; 3. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning, zoals in lid 20.4 bedoeld, is verleend; 4. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. a. Een omgevingsvergunning wordt in ieder geval verleend, indien: 1. de aanvrager aan de hand van een waardestellend archeologisch aantoont dat op de betrokken locatie geen archeologische aanwezig zijn dan wel dat de aanwezige archeologische naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; 2. ter bescherming van betrokken archeologische waarden kunnen aan de omgevingsvergunning voorwaarden worden verbonden gericht op: het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; het doen van opgravingen; begeleiding van de bodemverstorende activiteiten door een archeologisch deskundige. 20.6

Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen in die zin, dat de verbeelding wordt gewijzigd door van één of meerdere bestemmingsvlakken de begrenzing te veranderen of de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' toe te voegen of te verwijderen, dan wel deze bij een ander archeologiecategorie, zoals vermeld in lid 20.2 in te delen, als archeologische bevindingen daar aanleiding toe geven.

59

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

60

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 21 Waarde - Cultuurhistorie 21.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde- Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de versterking van cultuurhistorische- en landschappelijke waarden.

21.2

Bouwregels In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) gelden voor bouwwerken de volgende regels: a. op de gronden met de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' mag niet worden gebouwd, met uitzondering van verbouwing of vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande afmetingen van de bouwwerken gehandhaafd dienen te blijven.

21.3

Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de ruimtelijke karakteristiek, waaronder zichtlijnen, zichtvelden en landschapsbeleving zoals opgenomen in bijlage 2 van de regels; c. de cultuurhistorische waarden zoals opgenomen in bijlage 3 van de regels; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken.

21.4

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 2 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de bouwregels van de andere bestemming, mits: a. de cultuurhistorische- en landschappelijke waarden van de gronden, zoals weergegeven in bijlage 2 en bijlage 3 van de regels, hierdoor niet onevenredig worden geschaad.

21.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Voor de volgende werken of werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: 1. aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; 2. bodemverlagen of afgraven, ophogen, egaliseren dan wel anderszins aanbrengen van wijzigingen in het maaiveld; 3. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; 4. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; 5. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; 6. het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies; 61

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

7. diepploegen; 8. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; 9. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; 10.het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. b. Geen omgevingsvergunning is vereist voor werken of werkzaamheden die: 1. het onderhoud en beheer betreffen, passend in het normale gebruik, waaronder normaal spit- en ploegwerk, anders dan diepploegen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan krachtens een verleende vergunning; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. c. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke karakteristiek, waaronder zichtlijnen, zichtvelden en landschapsbeleving zoals opgenomen in bijlage 2 van de regels; 3. de cultuurhistorische waarden zoals opgenomen in bijlage 3 van de regels.

62

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 22 Waarde - Groeiplaats monumentale boom 22.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde- Groeiplaats monumentale boom' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de groeiplaats van monumentale bomen.

22.2

Bouwregels In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat het verboden is om op deze gronden te bouwen.

22.3

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.2, mits de groeiplaats van de monumentale boom niet onevenredig wordt geschaad. Dit dient door de aanvrager te worden aangetoond door een groentoets.

22.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Voor de volgende werken of werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: 1. aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; 2. bodemverlagen of afgraven, ophogen, egaliseren dan wel anderszins aanbrengen van wijzigingen in het maaiveld; 3. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; 4. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; 5. het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies; 6. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; 7. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; 8. het wijzigen van de grondwaterstand en/of waterhuishouding door bevloeiing, (bron)bemaling, drainage of andere wijze. b. Geen omgevingsvergunning is vereist voor werken of werkzaamheden die: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan krachtens een verleende vergunning; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. plaatsvinden op het moment dat de monumentale boom niet meer aanwezig is; 5.

werken en/of werkzaamheden, die strekken ter behoud of het herstel van de monumentale waarden van de boom. c. Een omgevingsvergunning wordt in ieder geval verleend indien: 1. de waarde die de boom monumentaal of waardevol maakt niet langer aanwezig is en deze niet kan worden hersteld; 63

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

2. de boom niet in onevenredige mate worden aangetast; waarbij de gemeente desgewenst aan de aanvrager kan verzoeken een onderzoek aan te leveren waarin dit aangetoond wordt ; 3. de mogelijkheden voor het behoud van de boom niet worden verkleind. 22.5

Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde Groeiplaats monumentale boom': a. geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien: 1. bescherming van de betreffende monumentale boom niet langer noodzakelijk is, omdat: de boom niet meer aanwezig is; de levensverwachting van de betreffende monumentale boom minder dan 10 jaar bedraagt; 2. zwaarwegende maatschappelijke belangen dit vergen. b. toe te voegen voor bomen in het plangebied die een monumentale status hebben verkregen.

64

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 23 Waterstaat - Waterkering 23.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - waterkering' aangewezen gronden zijn, naast de daarvoor aangewezen andere bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en onderhoud van deze waterkering, waarbij de keur van het hoogheemraadschap van Rijnland in acht moet worden genomen.

23.2

Bouwregels Binnen de dubbelbestemming 'Waterstaat - waterkering' mogen uitsluitend 'bouwwerken geen gebouw zijnde' worden opgericht ten dienste van de genoemde bestemming.

23.3

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 23.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits: a. het belang van de watergang niet onevenredig wordt aangetast; b. door de aanvrager daarover advies van het hoogheemraadschap van Rijnland is verkregen; c. bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming.

65

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

66

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 24 Overige regels 24.1

Parkeren, laden en lossen

24.1.1

Aanbrengen ruimte voor parkeren, laden en lossen Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of het gebruiken van gronden of bouwwerken geldt dat in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht en in stand worden gehouden op eigen terrein voor parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen'.

24.1.2

Beleidsregels Het bevoegd gezag past de in sublid 24.1.1 genoemde regels toe met inachtneming van de 'Nota Parkeernormen' met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

24.1.3

Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en in stand wordt gehouden op eigen terrein voor het genoemde in sublid 24.1.1 overeenkomstig de beleidsregels als bedoeld in sublid 24.1.2.

24.1.4

Afwijken Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 24.1.1 overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden die vastliggen in de beleidsregels als bedoeld in sublid 24.1.2.

67

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

68

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 25 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing.

69

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

70

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 26 Algemene bouwregels Voor het bouwen op de gronden van artikel 3 t/m 17 gelden, behoudens andersluidende bepalingen in de genoemde artikelen de volgende bepalingen. 26.1

Bouwregels

26.1.1

Gebouwen bouwvlak/ voorgevelrooilijn/ gevelindeling a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de voorgevel van de gebouwen staat haaks of parallel op de weg en de nok staat in de lengterichting van het gebouw; c. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding – orde 1' of 'specifieke bouwaanduiding – orde 2' dient de bestaande indeling van gevels, voor zover gekeerd naar openbaar toegankelijk gebied, gehandhaafd te blijven, tenzij gebouwd wordt overeenkomstig een op de verbeelding aangeduide maatvoeringsaanduiding; goothoogte / bouwhoogte / bebouwingpercentage / ondergronds bouwwerk d. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding – orde 1' of 'specifieke bouwaanduiding – orde 2' dient de bestaande goothoogte en/of bouwhoogte te worden gehandhaafd, tenzij anders is aangegeven; e. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' is ten hoogste de aangegeven goothoogte toegestaan; f. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is ten hoogste de aangegeven bouwhoogte toegestaan g. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is ten hoogste het aangegeven bebouwingspercentage toegestaan; h. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - te handhaven bebouwing' dient de bestaande maatvoering gehandhaafd te blijven; i. de verticale diepte van een ondergronds bouwwerk mag niet meer dan 7 meter bedragen.

nokrichting, kap- of dakvorm j.

als boven de (maximum) goothoogte wordt gebouwd, moet worden afgedekt met een kap of zadeldak: 1. waarvan de maximum bouwhoogte 4 meter bedraagt, verticaal gemeten vanaf de goothoogte; 2. waarvan de dakhelling niet minder bedraagt dan 30 en niet meer dan 70 graden. Bij een samengestelde kap dient de dakhelling van de bovenste dakvlakken minimaal 20 graden te bedragen. k. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - orde 1' of 'specifieke bouwaanduiding - orde 2' dient de bestaande nokrichting, kap- of dakvorm gehandhaafd te blijven, tenzij het ondergeschikte onderdelen zoals dakkapellen en/of dakdoorbrekingen betreft; dakkapel l.

dakhellingen mogen worden onderbroken voor het oprichten van een dakkapel, mits:

71

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

1. de bovenzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter onder de noklijn is gelegen; 2. de onderzijde van de dakkapel meer dan 0,5 meter en minder dan 1 meter boven de dakvoet wordt geplaatst; 3. de dakkapel in of binnen 0,5 meter van de dakvoet wordt geplaatst, waarbij de breedte van de dakkapel niet meer bedraagt dan 2 meter en niet breder is dan een derde van de breedte van het dakvlak; 4. de zijkanten van de dakkapel minimaal 0,5 meter worden gerealiseerd van de zijkanten van het dakvlak; 5. de dakkapel in het voordakvlak niet breder is dan de helft van de breedte van het dakvlak; 6. bij meerdere dakkapellen in serie er tevens sprake is van een regelmatige rangschikking van de dakkapellen met een minimum afstand van 0,5 meter tussen de afzonderlijke dakkapellen; dakopbouw (algemeen) m. de maximum goothoogte mag worden overschreden voor een extra bouwlaag met een platte afdekking, mits: 1. de hoogte van de extra bouwlaag boven de (maximum ) goothoogte niet meer dan 3 meter bedraagt; 2.

wordt gebouwd binnen de contour, mede gevormd door een hellingshoek van maximaal 70 graden van het voor- en achterdakvlak en bij hoekwoningen tevens het zijdakvlak voor zover: gelegen aan openbaar toegankelijk gebied; de woning op een afstand van minder dan 10 meter tot naastgelegen hoofdbebouwing ligt; er wordt aangesloten op de trend; ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - te behouden bouwwerken' dient de bestaande maatvoering van de dakopbouw te worden gehandhaafd. 26.1.2

Bouwwerken geen gebouw zijnde a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer dan 2 meter bedragen; b. de bouwhoogte van overige erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde mag niet meer dan 3 meter bedragen; d. de hoogte van constructies die dienen ter ondersteuning en/of geleiding van beplanting voor de voorgevelrooilijn mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat minimaal 70% van de constructie open is; e. de oppervlakte per bouwwerk geen gebouw zijnde mag niet meer dan 10 m² bedragen; f. Bouwwerken geen gebouw zijnde mogen alleen worden opgericht achter de voorgevel van het hoofdgebouw. dakterras g. een dakterras is toegestaan, mits: 1. gesitueerd op een erker of op aan- en uitbouwen; 2. het dakterras van binnenuit wordt ontsloten; 3. privacyschermen op aanbouwen niet hoger zijn dan 1,5 meter en niet

72

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

dieper dan 2,5 meter; 4. de afstand tussen de tegenoverliggende achtergevels van de hoofdbebouwing minimaal 20 m bedraagt; 5. de diepte van het dakterras niet meer bedraagt dan 2,5 meter gemeten vanuit de achtergevel 6. voorzien van een afscheiding met een maximum hoogte van 1,2 meter; 7. er geen overige bouwwerken op het dakterras worden geplaatst. fietsenberging h. het realiseren van een fietsenberging in de voor- of zijtuin mag onder de volgende voorwaarden: 1. er is geen achterom aanwezig bij de woning; 2. de diepte van de voortuin of de breedte van de zijtuin is minimaal 2,5 meter; 3. de hoogte van de berging mag maximaal 1,3 meter bedragen; 4. de verticale diepte van een berging mag maximaal 1 meter bedragen ten opzichte van het maaiveld; 5. de oppervlakte van de berging mag maximaal 20% van de oppervlakte van de voor- of zijtuin bedragen met een maximum van 4 m2; 6. de gevels van de berging evenwijdig aan de voorgevel, mogen maximaal 30% van de breedte van die voorgevel beslaan. 26.2

Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen, de nokrichting, kap- en dakvorm, dakhelling en de indeling en vormgeving van de bebouwing, ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. bezonning en privacy van de omwonenden; c. de ruimtelijke karakteristiek, waaronder zichtlijnen, zichtvelden en landschapsbeleving zoals opgenomen in bijlage 2 van de regels; d. de cultuurhistorische waarden zoals opgenomen in bijlage 3 van de regels. e. de verkeerssituatie ter plaatse; f. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; g. de brandveiligheid en rampenbestrijding.

26.3

Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 26.1.1 sub k en toestaan dat: 1. een dakkapel aan de voor- en achterzijde in of binnen 0,5 meter van de dakvoet geplaatst wordt; 2. een dakkapel aan de voor- en achterzijde in of binnen 0,5 meter van de daknok geplaatst wordt; 3. een dakkapel aan de voorzijde een breedte heeft die meer dan helft van het dakvlak bedraagt, mits de afstand tot de perceelgrens minimaal 0,5 meter is; 4. een dakkapel aan de achterzijde een breedte heeft over het gehele dakvlak. b. het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 26.1.1 onder l en toestaan dat: 1. de hellingshoek van het achterdakvlak wordt vergroot of dat gevel recht 73

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

wordt opgetrokken; 2. de hellingshoek van het voordakvlak wordt vergroot of dat gevel recht wordt opgetrokken; de hellingshoek van het zijdakvlak aan de kopse kant wordt vergroot of dat gevel recht wordt opgetrokken. afwijkingscriteria c. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen, de nokrichting, kap- en dakvorm, dakhelling en de indeling en vormgeving van de bebouwing, ten behoeve van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. bezonning en privacy van de omwonenden; 3. de ruimtelijke karakteristiek, waaronder zichtlijnen, zichtvelden en landschapsbeleving zoals opgenomen in bijlage 2 van de regels; 4. de cultuurhistorische waarden zoals opgenomen in bijlage 3 van de regels; 5. de verkeerssituatie ter plaatse; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. de brandveiligheid en rampenbestrijding. 26.4

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk a. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bebouwing ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding – orde 1' of 'specifieke bouwaanduiding – orde 2' geheel of gedeeltelijk te slopen of te veranderen (sloopvergunning); het aantasten of vernietigen van cultuurhistorische en/of beeldbepalende elementen van de 'orde 1' of 'orde 2' bouwwerken wordt gelijkgesteld met het geheel of gedeeltelijk slopen van bouwwerken; b. voor bouwwerken die zijn opgenomen in de bij deze regels behorende lijst geldt dat voor sloop van slechts één tot een ensemble of serie behorend pand in beginsel geen vergunning wordt verleend; c. de onder a en b bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien uit een bouwhistorisch onderzoek blijkt dat de cultuurhistorische en/ of beeldbepalende waarden van het bouwwerk c.q het ter plaatse aanwezige ensemble/seriebouw niet op een onaanvaardbare wijze worden verstoord, mede in relatie tot het straatbeeld en de omgeving d. alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wint het bevoegd gezag advies in bij de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (of diens opvolger) omtrent de mogelijke aantasting van de cultuurhistorische en/ of beeldbepalende waarden van de bebouwing c.q. het ter plaatse aanwezige ensemble/seriebouw; e.

het bepaalde onder a is niet van toepassing op: 1. sloopwerkzaamheden en/of verbouwingswerkzaamheden die het normale onderhoud betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; 2. sloopwerkzaamheden en/of verbouwingswerkzaamheden die op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn.

74

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 27 Algemene gebruiksregels 27.1

Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken voor: a. prostitutie en seksinrichtingen; b. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, waaronder kampeermiddelen, van aan hun gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie, puin- en vuilstortingen. Deze bepaling is niet van toepassing op opslag van materialen welke noodzakelijk is voor de realisering van de bestemming, welke voortvloeien uit het normale dagelijkse onderhoud; c. bijgebouwen als zelfstandige woning; d. het gebruik meer dan 35 % van het bruto vloeroppervlak en of meer dan 50 m2 van een woning voor aan-huis-verbonden beroep.

75

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

76

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 28 Algemene aanduidingsregels 28.1

Veiligheidszone - lpg

28.1.1

Aanduidingomschrijving a. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met een lpg installatie. b. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikel 8, 9 en artikel 11 tot en met artikel 17) zijn op de in sublid a bedoelde gronden geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan.

28.1.2

Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikel 8, 9 en artikel 11 tot en met artikel 17) mogen geen nieuwe gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de in sublid b genoemde functies.

28.2

Veiligheidszone - niet gesprongen explosieven

28.2.1

Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - niet gesprongen explosieven' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met de mogelijke aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven in de bodem.

28.2.2

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden a. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone – niet gesprongen explosieven' is een omgevingsvergunning vereist indien: 1. grondroerende werkzaamheden worden verricht waarbij dieper wordt gegraven dan 1 meter onder het maaiveld en; 2. uit het onder b onder 1 genoemde rapport naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in onvoldoende mate gewaarborgd is. b. Er is geen omgevingsvergunning vereist indien: 1. een rapport in de vorm van een (beperkte) risicoanalyse is overlegd waaruit naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in voldoende mate gewaarborgd is. Dit rapport dient te bestaan uit informatie over de naoorlogse (graaf)werkzaamheden op de locatie, waaruit blijkt welke grond al zodanig geroerd is dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein is. Deze informatie behoeft niet te zijn verkregen van een gecertificeerd bedrijf; 2.

sprake is van grondroerende werkzaamheden waarbij dieper wordt gegraven dan 1 meter onder het maaiveld, waarmee rechtens is of mag worden begonnen op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, of welke mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 3. de omvang van de grondroerende werkzaamheden of het te realiseren bouwwerk van dien aard is dat een rapport als bedoeld onder 1. niet 77

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

redelijk is om te eisen. c. Bij de aanvraag om de vergunning dient de aanvrager aan te geven op welke wijze de risico's teniet gedaan worden. Dit dient te worden aangegeven door het indienen van: 1. een Projectgebonden Risicoanalyse als bedoeld in bijlage XII Arbeidsomstandighedenregeling, indien nodig gevolgd door; 2. een detectieonderzoek, als bedoeld in bijlage XII Arbeidsomstandighedenregeling en indien nodig gevolgd door; 3. een benadering als bedoeld in bijlage XII Arbeidsomstandighedenregeling. d. Ter bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat dienen alle onder c genoemde onderzoeken uitgevoerd te worden conform het Werkspecifiek certificatieschema voor het systeemcertificaat 'Opsporen Conventionele Explosieven' (WSCS-OCE) uit bijlage XII behorend bij artikel 4.17 Arbeidsomstandighedenregeling met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. e. Een omgevingsvergunning wordt verleend, indien naar oordeel van het bevoegde gezag uit de onder c ingediende bescheiden en gegevens blijkt dat de bescherming van het woon- en leefklimaat in voldoende mate gewaarborgd is. De regels van de in de zone voorkomende bestemmingsplannen zijn voor het overige onverminderd van toepassing. 28.3

Vrijwaringszone - molenbiotoop

28.3.1

Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de daar voorkomende bestemming(en) geldt ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’ dat niet hoger mag worden gebouwd dan: a. binnen een afstand van 100 m van de molen: de bouwhoogte die gelijk is aan de hoogte van het onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen; b. buiten een afstand vanaf 100 m van de molen: de bouwhoogte genoemd onder a vermeerderd met 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk en de molen. Deze regels zijn niet van toepassing op bestaande bouwwerken.

28.3.2

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 28.3.1in die zin dat ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’ de in de daar voorkomende bestemming(en) genoemde gebouwen en 'bouwwerken geen gebouw zijnde', worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de molen.

78

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 29 Algemene afwijkingsregels 29.1

Afwijken van de regels algemeen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van: a. de voorgeschreven maten (met uitzondering van de maten van woonschepen) ten aanzien van goothoogten, bouwhoogten, oppervlakten en bebouwingspercentages met ten hoogste 10%; b. de in het plan aangegeven bouwgrenzen voor het realiseren van balkons, luifels, erkers, buitentrappen of andere ondergeschikte delen van een gebouw tot een maximum van 1,5 meter; c. van de in het plan aangegeven hoogten ten behoeve van centrale technische voorzieningen waarvan de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen en de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 20% van de oppervlakte van het hoofdgebouw; d. de bestemmingsbepalingen en toestaan en toestaan dat een Wmo-voorziening in openbaar toegankelijk gebied wordt geplaatst, mits: 1. er is geen achterom aanwezig bij de woning; 2. de hoogte van de voorziening mag maximaal 1,3 meter bedragen; 3. de oppervlakte van de voorziening mag maximaal 4 m2 bedragen.

29.2

Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning als genoemd in lid 29.1 lid1, sub a tot en met d en voorwaarden stellen met betrekking tot de situering en toetsen of geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeerssituatie ter plaatse; c. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. de brandveiligheid en rampenbestrijding; e. cultuurhistorische waarden.

79

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

80

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 30 Algemene wijzigingsregels Het bevoegd gezag kan de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone – wijzigingsgebied 1' en 'wetgevingszone – wijzigingsgebied 2' wijzigen met in achtneming van de volgende regels: 30.1

Wetgevingszone - wijzigingsgebied 1

30.1.1

Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag is op grond van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening bevoegd de gronden die op de verbeelding zijn aangeduid als 'wetgevingszone – wijzigingsgebied 1' te wijzigen van de bestemming bedrijf met aanduiding 'hovenier' in de bestemming bedrijf met de aanduiding 'jachthaven', ten behoeve van een jachthaven/jachtwerf, onder de volgende voorwaarden:

30.1.2

Voorwaarden Indien gebruik wordt gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid gelden, naast de bouwregels in artikel 26, de in artikel 5.2 onder b en de in artikel 5.3 onder a lid 7 gestelde volgende voorwaarden.

30.1.3

Participatie Voordat het bevoegd gezag overgaat tot het wijzigen van gronden met de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 1', wordt overleg gepleegd met belanghebbenden conform het dan geldende participatiebeleid.

30.2

Wetgevingszone - wijzigingsgebied 2

30.2.1

Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag is op grond van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening bevoegd de gronden die op de verbeelding zijn aangeduid als 'wetgevingszone-wijzigingsgebied 2' te wijzigen van de bestemming 'agrarisch' en aangeduide 'bedrijfswoning' in de bestemming 'wonen', 'tuin-1' en 'tuin-2', ten behoeve van één woning met tuin, onder de volgende voorwaarden:

30.2.2

Voorwaarden Naast de bouwregels in artikel 26 gelden de in artikel 13, 14 en 17 gestelde voorwaarden.

30.2.3

Participatie Voordat het bevoegd gezag overgaat tot het wijzigen van gronden met de aanduiding 'wetgevingszone-wijzigingsgebied', wordt overleg gepleegd met belanghebbenden conform het dan geldende participatiebeleid.

30.3

Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:

81

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de ruimtelijke karakteristiek, waaronder zichtlijnen, zichtvelden en landschapsbeleving zoals opgenomen in bijlage 2 van de regels; d. de cultuurhistorische waarden zoals opgenomen in bijlage 3 van de regels; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

82

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 31 Overige regels 31.1

Parkeren, laden en lossen

31.1.1

Aanbrengen ruimte voor parkeren, laden en lossen Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of het gebruiken van gronden of bouwwerken geldt dat in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht en in stand worden gehouden op eigen terrein voor parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen'.

31.1.2

Beleidsregels Het bevoegd gezag past de in sublid 31.1.1 genoemde regels toe met inachtneming van de 'Nota Parkeernormen' met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

31.1.3

Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en in stand wordt gehouden op eigen terrein voor het genoemde in sublid 31.1.1 overeenkomstig de beleidsregels als bedoeld in sublid 31.1.2.

31.1.4

Afwijken Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 31.1.1 overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden die vastliggen in de beleidsregels als bedoeld in sublid 31.1.2.

83

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

84

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 32 Overgangsrecht 32.1

Bouwen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

32.2

Afwijken Het bevoegd gezag kan eenmalig met een omgevingsvergunning afwijken van lid 32.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

32.3

Uitzondering overgangsrecht bouwwerken Lid 32.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

32.4

Gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

32.5

Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 32.4 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

32.6

Verboden hervatten gebruik Indien het gebruik, bedoeld in lid 32.4 na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

32.7

Uitzondering overgangsrecht gebruik Lid 32.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

85

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

86

bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)

Artikel 33 Slotregel Deze regels kunnen worden aangehaald als regels van het bestemmingsplan Schalkwijkerweg.

87

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16101551/1