CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 bestemmingsplan Blauwe Wetering

commissie Ontwikkeling 3 februari 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.50 uur Vaststellen bestemmingsplan Blauwe Wetering (FR)25.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Niet gevonden in dit document.

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

acceptabel woon- en leefklimaat te realiseren voor het aspect bezonning.

4.16 Hoogbouweffecten In het kader van de gemeentelijke 'Notitie Hoogbouwprincipes, kansen voor hoogbouw in Haarlem' en de 'Memo Cultuurhistorische verkenning ten behoeve van hoogbouwprincipes' is door Common Affairs een Hoogbouweffectrapportage (HER) opgesteld (Bijlage 15) . Deze rapportage bevat een onderzoek naar de effecten die de hoogbouw binnen deze ontwikkeling heeft op de omgeving. Het onderzoek beschrijft de effecten van het initiatief op de aanwezige cultuurhistorische waarden, de stedenbouwkundige inpassing en de technische omgevingsaspecten. Hieronder worden de bevindingen samengevat. De toren van de Blauwe Wetering is markant zichtbaar vanuit enkele 'Lange Lijnen'. Dit zijn (historisch) gegroeide routes van- en naar Haarlem, die de stad verbinden en oriëntatie geven. In combinatie met het groen van het burgemeester Reinaldapark en de N205 als belangrijke toegangsweg naar de stad, benadrukt de toren de entree tot de stad. De toren is eveneens goed zichtbaar vanuit de Amerikaweg en Prins Bernhardlaan. De historische watertoren van het monumentale slachthuis is door recente nieuwbouw langs de Schipholweg van het zicht onttrokken. De Blauwe Wetering en de herontwikkeling van het Slachthuisterrein zijn nauw op elkaar afgestemd in stedenbouw en architectuur.

De toren van de Blauwe Wetering is in de tweede linie, achter de nieuwbouw zichtbaar, en refereert naar het monument. Hiermee wordt de hoogbouw, gezien vanaf een grotere afstand, identiteitsdrager van het hele gebied. Uit de zichtlijnenstudie in de HER wordt duidelijk dat de zichtbaarheid van de hoogbouw vanuit de binnenstad afhankelijk is van de dichtheid en hoogte van het stedelijk weefsel. Zo is de toren, mede door de historische structuur, dichte bebouwing, en omsloten ruimten, niet zichtbaar vanuit de Grote Markt, Botermarkt, of de Damstraat. Vanaf punten die een panoramische uitzicht bieden, is de toren duidelijk zichtbaar als referentie naar het Slachthuis. In de directe omgeving is de hoogbouw uit de as van de Oorkondelaan gehouden om zo de zichtlijn op het monumentale watertoren van het slachthuis intact te houden. De ring aan bebouwing aan de rand van de Blauwe Wetering is vier bouwlagen hoog op een halfverhoogde parkeergarage. Met deze bebouwing wordt de aansluiting gemaakt met de omringende buurt. Het hoogbouwaccent is zo gepositioneerd dat de overgang in schaal naar de bestaande omliggende wijken geleidelijk verloopt. Door de flexibele structuur en posities van ramen zijn binnen het gebouw verschillende woningtypen mogelijk. De indelingen zijn ook in de toekomst aanpasbaar. Woningen zijn te splitsen en samen te voegen.

Daarnaast zijn de lagere daken in het complex ingezet voor verduurzaming. Een deel van de daken is voorzien van PV-panelen. Een deel van de daken is ingericht als collectief groen voor de bewoners. In het ontwerp is rekening gehouden met schaduwwerking en windhinder. De 58

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

toren is centraal geplaats om schaduw tot een minimum te beperken. Bij de entree zijn luifels geplaatst als diffuser om hier verwachte windhinder tegen te gaan. Uitgebreide resultaten zijn in te zien in de bijlage van dit bestemmingsplan. Tijdens het ontwerpproces zijn de twee ontwikkelprojecten 'Slachthuishof' en 'Blauwe Wetering' in samenspraak met de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit in stedenbouw, architectuur en het ontwerp van de openbare ruimte op elkaar afgestemd. Hierbij is de hiërarchie van openbare-, collectieve-, en binnenruimten van bouwblokken gedefinieerd. De Oorkondelaan functioneert als hoofdentree naar het Slachthuishof, ontsloten door een secundaire voetgangersroute vanaf de Blauwe Wetering. De formele uitstraling en symmetrie van de Oorkondelaan is door een te groot verschil in architectuur aan weerszijden versoepeld. De Oorkondelaan blijft echter wel als zichtlijn naar het monument functioneren, met groene margestroken in het profiel als ruimtelijk verbindende elementen.

59

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

60

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

JURIDISCHE ASPECTEN

Inleiding De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Haarlem. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Hiertoe dienen alle bestemmingsplannen te voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (hierna SVBP 2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels.

Dat leidt ertoe dat de systematiek zoals gehanteerd in dit bestemmingsplan, op ondergeschikte onderdelen af kan wijken van de voorheen geldende planologische regelingen. Het juridische bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De planregels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

5.2

Juridische planopzet Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meer locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van groot belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Denk hierbij aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling, het monitoren van beleid en de handhaving. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn: www.ruimtelijkeplannen.nl. Hiertoe dienen alle bestemmingsplannen te voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (hierna SVBP 2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen,

61

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. De regels van het bestemmingsplan vallen conform de SVBP 2012 in 4 hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Hoofdstuk 3: Algemene regels Hoofdstuk 3: Overgangs- en slotregels 5.2.1 Hoofdstuk 1: Inleidende regels Begrippen (artikel 1) In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van de begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. Bij toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Wijze van meten (artikel 2) Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten gemeten moeten worden. Een aantal bepalingen is op grond van de SVBP dwingend voorgeschreven 5.2.2 Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, aan de in het plan begrepen gronden zijn toegekend. Niet iedere functie leent zich voor een eigen bestemming.

Of dit zo is, hangt af van de ruimtelijke relevantie, of wel van de mate waarin de betrokken functie invloed heeft op zijn omgeving of daaraan eisen stelt. Behalve om functies gaat het bij bestemmingen altijd om concreet ruimtegebruik of om fysiek aanwezige ruimtelijke objecten. Een bestemming heeft altijd betrekking op een geometrisch bepaald vlak. Lijn- en puntbestemmingen komen niet voor. De verbeelding van een bestemming bestaat dus nooit uit een lijn of een punt. De bestemmingen worden gescheiden door bestemmingsgrenzen. 5.2.2.1

Bestemmingen De volgende bestemmingen zijn aan de gronden in het plangebied toegekend. Artikel 3 Groen De bestemming 'Groen' is opgenomen binnen het plangebied. Qua gebruiksmogelijkheden is aangesloten bij de groenbestemmingen van omliggende plangebieden/bestemmingsplannen. Artikel 4 Verkeer

62

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

De bestemminng Verkeer is opgenomen voor de zone tussen de woonbestemming en de aangrenzende wegen. Ook heeft deze bestemming betrekking op het binnen de woonbebouwing te realiseren openbare gebied. Artikel 5 Water De bestemming Water is opgenomen voor de Gouwwetering. Binnen de bestemming is onder andere een brug mogelijk. Artikel 6 Wonen wonen De bestemming 'Wonen' is toegekend aan de beoogde nieuwbouw. Naast het gebruik als wonen - gemaximeerd tot 429 woningen - zijn ook bijbehorende voorzieningen als tuinen en erven toegestaan en, ter plaatse van specifieke aanduidingen, ook een (deel van de) ondergrondse parkeergarage. Beroepsmatige activiteiten aan huis zijn binnen de bestemming Wonen toegestaan onder de voorwaarde dat deze activiteiten ondergeschikt zijn aan het wonen en niet meer ruimte in beslag nemen dan 35% van het bruto vloeroppervlak van een woning met een maximum van 50 m2. Aan huis verbonden dienstverlenende beroepen kunnen bijvoorbeeld zijn: kleine adviesbureaus, kleine financiële instellingen, pedicures en praktijkruimten voor de zogenaamde vrije beroepen zoals arts, tandarts en notaris. Verder is gastouderopvang en bed & breakfast toegestaan. sociale woningbouw Onderdeel van het project is het realiseren van 20 sociale huurwoningen. Artikel 3.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening geeft de mogelijkheid om sociale woningbouw in het bestemmingsplan te regelen.

Dit door middel van het opnemen van een bepaald percentage van het totaal aantal woningen dat mogelijk is volgens het plan. In de regels van het bestemmingsplan Blauwe Wetering is opgenomen dat 4,6% van de woningen sociale huurwoningen moeten zijn. Dit percentage komt overeen met 20 sociale huurwoningen. Deze regel kan alleen in het bestemmingsplan worden opgenomen als er een zogeheten doelgroepenverordening aanwezig is. Op 27 februari 2020 heeft de gemeenteraad de Verordening doelgroepen woningbouw Haarlem 2020 vastgesteld. Hiermee is de weg vrij gemaakt om sociale woningbouw te regelen in het bestemmingsplan. functies In de plint zijn tot 1000 m2 bruto-vloeroppervlak diverse functies toegestaan, ter plaatse van de specifieke aanduiding 'gemengd' op de verbeelding. Binnen de bestemming Wonen zijn meerdere activiteiten mogelijk. Voor een aantal activiteiten geldt dat zij na 20:00 uur niet meer open mogen zijn voor publiek. Deze bepaling is opgenomen vanwege het benodigd aantal parkeerplaatsen voor de ontwikkeling. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar Bijlage 11. het bevoegd gezag kan medewerking verlenen aan andere openingstijden indien voldaan kan worden aan de parkeernormen van artikel 12. publieksgerichte en niet-publieksgerichte dienstverlening 63

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Binnen de bestemming zijn werkfuncties toegestaan zoals publieksgerichte en niet-publieksgerichte dienstverlening. Een dienst is te typeren als een transactie waarbij een niet fysiek goed wordt geleverd. Een bedrijf dat gericht is op het vervaardigen van producten past niet binnen de bestemming. Voorbeelden van publieksgerichte dienstverlening zijn: stomerij, wasserette, kapper, praktijkruimte, makelaar, reisbureau en dergelijke. voorbeelden van niet publieksgerichte dienstverlening zijn: kantoren, informatie technologie bureau, grafische afwerking en dergelijke. bouwen Ten aanzien van bouwen gelden de bouwregels zoals opgenomen in de Algemene regels. Bij de berekening van de stikstofdepositie (Bijlage 8) is in overwegende mate uitgegaan van de inzet van elektrisch materieel. In de bouwregels is hier een bepaling over opgenomen. Door deze bepaling kan het onderwerp stikstofdepositie onderdeel uitmaken van de toets op de aanvraag bouwvergunning. Inpandige traforuimte Het realiseren van een inpandige traforuimte is toegestaan als de veiligheid en gezondheid van de bewoners van het appartementencomplex voldoende is gewaarborgd. Het is van belang afstand te houden tussen de traforuimte en woonruimtes. Dit is mogelijk door: 1. primair: geen woningen realiseren direct naast of boven de traforuimte; 2.

als het voorgaande niet haalbaar is: ruimtes die het meest langdurig in gebruik zijn door kinderen (slaapkamer voor kinderen, woonkamer) verder van traforuimte door omwisselen met minder gebruikte ruimtes (keuken, toilet, badkamer, gang, opslagruimte); 3. indeling traforuimte zodanig aanpassen dat spoelen van transformatoren en uitgaande leidingen zover mogelijk van wand met woning afblijven (met prioriteit voor afstand tot woon- en kinderkamer); 4. indeling binnen aangrenzende woon- of slaapkamer zodanig aanpassen dat plaatsen kinderbed of speelhoek direct naast wand met trafo onmogelijk of ontmoedigd wordt. Indien de maatregel onder punt 1. niet haalbaar is, kan worden gedacht aan een combinatie van maatregelen die genoemd zijn bij de punten 2 t/m 4. 5.2.2.2

Dubbelbestemmingen Artikel 7 Waarde - archeologie (dubbelbestemming) De aanwezige archeologische verwachtingswaarden krijgen bescherming door het toekennen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. Het bestemmingsplan houdt rekening met de (voorlopige) Archeologische Beleidskaart Haarlem. In het plangebied komt de categorie 4 voor.

64

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

5.2.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Met deze regel wordt voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Bijvoorbeeld in het geval (onderdelen van) bouwpercelen - al dan niet tijdelijk - van eigenaren wisselen. De regeling is met name van belang met het oog op nieuwbouw. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere omgevingsvergunning. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit te verkrijgen. Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel zijn de bouwregels voor de bestemming Wonen opgenomen. Artikel 10 Algemene gebruiksregels Dit artikel geeft algemene regels met betrekking tot ongewenst gebruik van gronden die in alle gevallen opgeld doen, tenzij dit in de specifieke gebruiksregels expliciet alsnog wordt toegestaan. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Door middel van dit artikel is enige mate van flexibiliteit mogelijk. Zo kan er een afwijking plaatsvinden voor de in het plan aangegeven maten tot ten hoogste 10%.

Het toepassen van een afwijkingsbevoegdheid gebeurt altijd met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, zodat belanghebbenden de mogelijkheid tot bezwaar/beroep hebben wanneer op grond van dit artikel van het plan wordt afgeweken. Artikel 12 Overige regels Dit artikel legt een koppeling tussen de regels van het bestemmingsplan en de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren. De normen voor parkeren, stallen, laden en lossen zelf liggen namelijk niet vast in dit bestemmingsplan, maar in gemeentelijke beleidsregels. Die beleidsregels geven aan wanneer er sprake is van voldoende ruimte voor parkeren, stallen, laden en lossen. Uitgegaan wordt altijd van de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren zoals die gelden op het moment van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 5.2.4 Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Het overgangsrecht is van toepassing op bestaande situaties (gebruik en/of bebouwing) die op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan niet passen binnen het nieuwe plan. 65

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Het overgangsrecht houdt in dat gebruik en bebouwing dat in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, maar reeds aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet. Ook bouwwerken die basis van een geldige omgevingsvergunning nog gebouwd mogen worden, worden onder het overgangsrecht geschaard. Het overgangsrecht is nadrukkelijk niet bedoeld voor bouwwerken die een gebruik kennen dat onrechtmatig is op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan.Er is geen sprake van legalisatie van reeds strijdig gebruik door dit bestemmingsplan en er kan ook nog steeds gehandhaafd worden. Ook bouwwerken die op peildatum illegaal zijn, blijven illegaal. Artikel 14 Slotregel Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het onderliggende bestemmingsplan. Bijlage 1 bij de regels Zoneringslijst De Zoneringslijst is opgenomen in bijlage 1 van de regels en geeft – voor zover passend binnen de bestemming – op basis van de hindercategorie aan welk type activiteiten zijn toegestaan. Deze lijst vormt het planologische toetsingskader bij het al dan niet toelaten van een nieuw bedrijf. In deze bijlage wordt uiteengezet hoe de lijst is samengesteld en hoe de toetsing aan de Zoneringslijst verloopt.

Naast deze planologische toetsing vindt ook altijd een toetsing plaats in het kader van de Wet milieubeheer (onder meer het verlenen van een milieuvergunning) wanneer een nieuw bedrijf (de wet spreekt over een inrichting) gevestigd wordt.

66

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 6.1

UITVOERBAARHEID

Economische uitvoerbaarheid Bij ontwikkelingen die middels het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, is het noodzakelijk aan te tonen in hoeverre de beoogde plannen financieel haalbaar zijn en wie de risicodragende partij is. In dit kader is in afdeling 6.4 Wro bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen, indien een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Hiervan kan worden afgeweken indien het verhaal van de kosten van een grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Met dit bestemmingsplan wordt beoogd het vigerende juridisch-planologisch kader te herzien naar aanleiding van wens om het plangebied te transformeren naar een (voornamelijk) woongebied. Door woningen te kunnen realiseren is hier sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Daarom is het opstellen van een exploitatieplan noodzakelijk, tenzij de kosten van de ontwikkeling anderszins verzekerd is. Tussen gemeente en ontwikkelaar is een anterieure overeenkomst gesloten waarin ingegaan wordt op het kostenverhaal. Hiermee zijn de kosten van de ontwikkeling anderszins verzekerd.

6.2

M aatschappelijke uitvoerbaarheid Communicatie Met het project Blauwe Wetering wordt uitvoering gegeven aan de door de raad vastgestelde stedenbouwkundige randvoorwaarden 'Blauwe Wetering'. Bewoners, ondernemers en in de buurt gevestigde instellingen zijn tijdens het proces van voorbereiding van de herontwikkeling op diverse momenten geïnformeerd en geraadpleegd. De ontwikkelaar heeft op 8 februari 2018 in het kader van de totstandkoming van de stedenbouwkundige randvoorwaarden een inloopavond georganiseerd. Vervolgens heeft in de periode van 26 april tot 7 juni 2018 inspraak plaats gevonden op de stedenbouwkundige randvoorwaarden. Mede naar aanleiding van de ingekomen reacties is er op 20 november 2018 nogmaals een bijeenkomst voor buurtbewoners en andere belanghebbenden gehouden. Doel van deze bijeenkomsten was om buurtbewoners en andere belangstellenden bij te praten over de laatste stand van zaken met betrekking tot het stedenbouwkundig plan. Ook was er ruimte om met elkaar in gesprek te gaan, vragen te stellen en om zorgen te delen. Op 3 december 2019 is een inloopavond gehouden. Tijdens de inloopavond is het definitieve ontwerp van het bouwplan gepresenteerd, inclusief wijzigingen en uitwerkingen.

67

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

6.2.1 Wettelijk vooroverleg In het kader van het wettelijke vooroverleg ex. artikel 3.1.1. Bro is het voorontwerpbestemmingsplan op 18 maart 2020 verzonden aan: Provincie Noord- Holland; Hoogheemraadschap Rijnland; Liander; Omgevingsdienst IJmond; Veiligheidsregio Kennemerland; PWN; Waternet; Wijkraad Slachthuisbuurt; De volgende instanties hebben aangegeven zich te kunnen vinden in het bestemmingsplan: Hoogheemraadschap Rijnland; Provincie Noord-Holland; Veiligheidsregio Kennemerland (met adviezen, zie Bijlage 16); Omgevingsdienst IJmond; De volgende instanties hebben niet gereageerd: Liander; PWN; Waternet. De wijkraad heeft een aantal opmerkingen over het bestemmingsplan. Deze opmerkingen inclusief een reactie staan in Bijlage 17. 6.2.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt voor 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze periode kunnen zienswijzen ingediend worden. De zienswijzen worden beantwoord en kunnen leiden tot wijzigingen aan het plan. De resultaten van de beantwoording worden in deze paragraaf vermeld wanneer bekend.

68

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

6.3

Handhaving Met dit bestemmingsplan beoogt de gemeenteraad een voor de burgers duidelijk en herkenbaar ruimtelijk beleid te formuleren. Op grond daarvan mag dan ook verwacht worden dat het college van burgemeester en wethouders handhavend optreedt als iemand de regels van het bestemmingsplan niet naleeft. Immers, de ruimtelijke kwaliteit van het gebied loopt gevaar als men in strijd met het bestemmingsplan een bouwwerk bouwt of als men in strijd met het bestemmingsplan gronden of bouwwerken gebruikt. Het achterwege laten van handhaving kan ertoe leiden dat zich ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, die negatieve gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit en de veiligheid. Daarom wordt hier het beleid inzake de handhaving uiteengezet en aangegeven hoe de handhaving van de bestemmingsplanregels wordt opgepakt. Volgens vaste jurisprudentie bestaat er een beginselplicht om handhavend op te treden. Dit houdt in dat, gelet op het algemeen belang dat gediend is met de handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift of regel het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als er concreet zicht op legalisatie bestaat.

Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. De gemeente Haarlem voldoet aan deze beginselplicht door daadkrachtig en consequent op te treden. Eens in de vier jaar stelt de gemeente Haarlem een integraal handhavingsbeleid vast waarin de projecten staan aangegeven die worden opgepakt. De opzet is dat de afdeling Handhaving Bebouwde Omgeving niet alle illegale situaties tegelijk aanpakt, maar wel een werkbaar aantal zaken, hetgeen een uitstralend effect zal hebben. Nieuw vastgestelde bestemmingsplannen lenen zich bij uitstek voor deze projectmatige aanpak. Uiteraard wordt bij calamiteiten altijd opgetreden. Handhaving van de regels van bestemmingsplannen vindt in de gemeente Haarlem plaats langs bestuursrechtelijke weg. Rechtszekerheid en gelijke behandeling van burgers staan hierbij voorop. Daarbij is ook communicatie belangrijk. Hier kan bovendien een preventieve werking van uitgaan. De gemeente brengt met name de relatie met de na te streven beleidsdoelstellingen onder de aandacht, zodat voor iedere inwoner, eigenaar en ondernemer duidelijk mag zijn hoe en wanneer het college handhaaft.

Ook voor dit plangebied zal de handhaving van de kaders van het bestemmingsplan tevens plaatsvinden na het verstrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteiten 'bouwen', 'het uitvoeren van een werk' en 'het gebruiken van gronden en bouwwerken'. Want niet alleen handelingen zonder vergunning zijn onderwerp van handhaving, maar ook handelingen in afwijking van een omgevingsvergunning vormen een overtreding. Het gemeentelijk toezicht tijdens de vergunningplichtige activiteiten is gewaarborgd doordat inspecteurs in Haarlem volgens het Landelijk Toezichtprotocol werken. Deze inspecteurs classificeren projecten volgens het

69

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

protocol, waarmee zij de noodzakelijke frequentie en het niveau van de controles tijdens de bouw bepalen. De rapportage van deze controles slaan zij digitaal op. Aldus draagt het college zorg voor de handhaving van de bestemmingsplanregels.

70

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Regels

71

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

72

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1

aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig of technisch vlak of daarmee gelijk te stellen activiteiten niet zijnde detailhandel, dat een uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.2

aanbouw en uitbouw: een aangebouwd gebouw behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.

1.3

aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4

aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5

aanlegvergunning: omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.6

achtergevelrooilijn: bebouwingsgrens aan de van de weg afgekeerde zijde van het bebouwingsvlak.

1.7

antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

1.8

archeologisch deskundige: professioneel archeoloog die op basis van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie bevoegd is om archeologische onderzoek uit te voeren en programma's van eisen op te stellen en te toetsen.

1.9

archeologisch onderzoek: diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarde binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

73

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

1.10

archeologisch rapport: in rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid en de waarde van archeologische resten.

1.11

archeologisch waardevol gebied: gronden waar archeologische waarden aanwezig of te verwachten zijn.

1.12

archeologische waarde: vindplaats of vondst met een oudheidkundige waarde. Het betreft hier met name archeologische relicten in hun oorspronkelijke ruimtelijke context.

1.13

balkon: uitkraging aan een gevel waarvan het bovenvlak vanuit het gebouw toegankelijk is en als buitenruimte fungeert.

1.14

bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.15

bebouwingspercentage: een op de verbeelding aangegeven percentage dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

1.16

bed & breakfast: het tegen betaling verstrekken van logies met ontbijt binnen de woning met behoud van de woonfunctie.

1.17

begane grond: een bouwlaag waarvan het vloerniveau (nagenoeg) ter hoogte van het aansluitende peil ligt.

1.18

bestaande (situatie) onder “bestaande” goot- of bouwhoogte, kap- en dakvorm, gevelindeling, maatvoering en oppervlakte wordt verstaan de goot-/bouwhoogte, kap- en dakvorm, nokrichting, gevelindeling, maatvoering en oppervlakte zoals die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan rechtens bestaat of rechtens mag bestaan.

1.19

bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak.

1.20

bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

74

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

1.21

bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.22

bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

1.23

bijgebouw: een gebouw dat, zowel in bouwkundige als in functionele zin ondergeschikt is aan en ten dienste staat van een hoofdgebouw.

1.24

bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.25

bouwgrens: de grens van een bouwvlak.

1.26

bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd.

1.27

bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.28

bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel.

1.29

bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijn toegelaten.

1.30

bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.31

bruto vloeroppervlak (bvo): de totale vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende binnenruimten, met inbegrip van de bouwconstructie, bergingen,trappenhuizen, interne verkeersruimten, magazijnen, dienstruimten et cetera, met uitzondering van balkons, galerijen, parkeer- en stallingsvoorzieningen.

75

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

1.32

dakhelling: de hoek die een dakvlak maakt met het horizontale vlak.

1.33

dakkapel: een zich in een dakvlak bevindende uitbouw.

1.34

dakopbouw: een extra bouwlaag boven de goot met een platte afdekking.

1.35

dakterras: een met een omheining afgezette buitenruimte op een gebouw.

1.36

detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van horeca.

1.37

gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.38

gastouderopvang: gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, die een uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.39

hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.40

huishouden: één persoon, een gezin of een hiermee gelijk te stellen groep van personen van beperkte omvang, die bij verblijf in een woning de daar aanwezige essentiële woonvoorzieningen deelt;

1.41

horeca 1 horecabedrijven die hoofdzakelijk overdag eenvoudige etenswaren verstrekken en als nevenactiviteit licht- en niet-alcoholische dranken verstrekken, zoals lunchrooms, ijssalons, koffie/theehuizen, broodjeszaken en daamee gelijk te stellen horecabedrijven.

76

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

1.42

horeca 2 horecabedrijven die hoofdzakelijk maaltijden verstrekken en als nevenactiviteit alcoholische en niet-alcoholische dranken verstrekken, waarbij de nadruk ligt op het verstrekken van maaltijden, zoals restaurants en eethuisjes, snackbars en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven.

1.43

kantoor: een gebouw voor het verlenen van diensten en het uitvoeren van handelingen, waarbij de nadruk ligt op de administratieve afwikkeling van die handelingen.

1.44

kap: een uitwendige scheidingsconstructie onder een hoek met het horizontale vlak.

1.45

kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen,waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf.

1.46

leisure: commerciële vrijetijdsvoorzieningen waar men betaalt voor het ervaren van een belevenis.

1.47

niet-publieksgerichte dienstverlening: het verlenen van diensten zonder rechtstreeks fysiek contact met het publiek.

1.48

nok: horizontale snijlijn tussen twee dakvlakken die de bovenkant van het dak vormt.

1.49

pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.50

peil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het plaatselijk gemiddelde waterpeil.

1.51

plan: het bestemmingsplan Blauwe Wetering met identificatienummer NL.IMRO.0392.BP3120018-on01van de gemeente Haarlem.

77

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

1.52

plat dak: een afdekking onder een hoek van maximaal 5 graden ten opzichte van het horizontale vlak.

1.53

publieksgerichte dienstverlening: het verlenen van diensten met rechtstreeks contact met het publiek in de vorm van zakelijke, consumentverzorgende, openbare en (para)medische dienstverlening inclusief ondergeschikte nevenfuncties.

1.54

prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

1.55

seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam) prostitutiebedrijf, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een besloten huis, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.56

sociale huurwoning huurwoning zoals genoemd in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder d. van het Besluit ruimtelijke ordening;

1.57

verbeelding: de analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen ruimtelijke informatie.

1.58

voorgevelrooilijn: de bouwgrens aan de wegzijde van het bouwvlak.

1.59

voorzieningen van openbaar nut: voorzieningen ten behoeve van openbare verlichting, telecommunicatie, gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse kabels en leidingen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten.

1.60

wet: de Wet ruimtelijke ordening.

78

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

1.61

woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden.

1.62

woongebouw: een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.

1.63

zorgwoning een gebouw of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van één of meer personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven; verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het gebouw kan een afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn.

79

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

80

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Artikel 2

2.1

Wijze van meten

Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten: afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte onderdelen, zoals schoorstenen, antennes, een minimale uitloop van een liftschacht en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderdelen. Siergevels zoals trapgevels, halsgevels, klokgevels en lijstgevels worden niet meegerekend bij het bepalen van de bouwhoogte. de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. verticale diepte van een ondergronds bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenzijde van de laagstgelegen vloer. inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

breedte dakvlak bij dakdoorbreking de meetlijn wordt gelegd op de helft van de hoogte van de dakdoorbreking.

2.2

Overschrijden bouwgrenzen Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bouwgrenzen te overschrijden ten behoeve van: a. stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, penanten, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,5 m; b. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 10 % van de breedte van de aangrenzende straat en met een maximum van 1 m. Deze 81

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

werken mogen niet lager gelegen zijn dan 4,2 m boven de rijweg met inbegrip van een strook van 0,6 m breedte ter weerzijde van de rijweg, dan wel 2,2 m boven een fiets- en/of voetpad; c. balkons met een maximum van 2 m. Deze werken mogen niet lager gelegen zijn dan 4,2 m boven de rijweg met inbegrip van een strook van 0,6 m breedte ter weerzijde van de rijweg, dan wel 2,2 m boven een fiets- en/of voetpad; d. hijsinrichtingen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m en deze werken niet lager zijn gelegen dan 5 m boven peil'.

82

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. voet- en fietspaden; c. voorzieningen van openbaar nut; d. ondergrondse parkeervoorzieningen; e. overhangende balkons indien artikel 2.2 onder c. van toepassing is, veranda; f. bij de bestemming behorende waterlopen en waterpartijen (waterberging), bruggen, speelvoorzieningen, kunstwerken, kunstobjecten, waterberging, bergbezinkbassins, (ondergrondse) afval- en recyclecontainers, warmte-koudetransport.

3.2

Bouwregels Binnen de bestemming 'Groen' mogen 'bouwwerken geen gebouw zijnde' worden opgericht, onder de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van 'bouwwerken geen gebouw zijnde' mag niet meer dan 3 m bedragen; b. de diepte van een (ondergronds) bouwwerk mag niet meer dan 7,0 m bedragen.

3.3

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 en een bouwhoogte van maximaal 5 m voor speelvoorzieningen toestaan; criteria voor afwijken c. Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning als genoemd in lid 3.3 sub 1 voorwaarden stellen met betrekking tot de situering en toetsen of geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeerssituatie ter plaatse; 3. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 4. de brandveiligheid en rampenbestrijding.

83

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

84

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Artikel 4 4.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. straten en wegen; b. voet- en fietspaden; c. ondergrondse en bovengrondse parkeervoorzieningen; d. buitenruimten zoals een dakterras op de parkeergarage of veranda; e. overhangende balkons indien artikel 2.2 onder c. van toepassing is; f. opgangen naar woningen; g. bij de bestemming behorende groenvoorzieningen, tuinen, waterlopen en waterpartijen, waterpleinen, speelvoorzieningen, kunstwerken, kunstobjecten, waterberging, bergbezinkbassins, (ondergrondse) afval- en recyclecontainers, ondergrondse bergruimtes, ondergrondse installatieruimtes, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport, toegangen (trappen en hellingen).

4.2

Bouwregels Binnen de bestemming 'Verkeer' mogen bouwwerken worden opgericht onder de volgende voorwaarden: a. de verticale diepte van een (ondergronds) gebouw mag niet meer dan 7 m bedragen; b. de maximale bouwhoogte van 'bouwwerken geen gebouw zijnde' mag niet meer dan 3 m bedragen.

85

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

86

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Artikel 5 5.1

Water

Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging, waterbeheer en waterhuishouding; b. waterlopen en waterpartijen; c. verkeer te water; d. waterstaatkundige voorzieningen, zoals taluds en oevers, sluizen, stuwen, dammen, kademuren, duikers, gemalen en overige kunstwerken; e. overhangende balkons indien artikel 2.2 onder c. van toepassing is; f. bij de bestemming behorende groenvoorzieningen, kunstobjecten. g. brug ter plaatse van de aanduiding 'brug';

5.2

Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'brug' mogen bruggen worden opgericht onder de voorwaarde dat minimaal de bestaande doorvaarthoogte behouden blijft.

5.3

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 en toestaan dat er een kleinere doorvaarthoogte wordt gerealiseerd.

87

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

88

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Artikel 6 6.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

6.1.1 Begane grond en eerste verdieping a. woningen in woongebouwen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep, gastouderopvang of bed & breakfast; b. zorgwoningen; c. publieksgerichte en niet-publieksgerichte dienstverlening; d. atelier; e. maatschappelijke doeleinden zoals: bibliotheek, buitenschoolse opvang, buurtcentrum, educatieve voorzieningen, gezondheidszorg, jeugdopvang, kinderdagverblijf, levensbeschouwelijke voorzieningen, openbare dienstverlening, (para)medische voorzieningen, peuterspeelzaalwerk, praktijkruimte, verenigingsleven, welzijnsinstelling, (woon)zorginstelling, en daaraan naar aard en omvang gelijk te stellen activiteiten; f. cultuur en ontspanning zoals: oefenruimten, creativiteitcentrum, kleinschalige leisure en daaraan naar aard en omvang gelijk te stellen activiteiten; g. bedrijven of bedrijfsactiviteiten tot en met categorie B zoals genoemd in de bij deze regels behorende zoneringslijst; h. sportvoorzieningen, kantoren; i. horeca tot en met categorie 2; j. detailhandel met daaraan ondergeschikte en daarmee verbonden horeca, tot niet meer dan 30 % van het brutovloeroppervlak; k. langzaamverkeersontsluitingen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zoekgebied langzaam verkeersverbinding'; l. ondergrondse en bovengrondse parkeervoorzieningen, parkeergarage; m.

balkons, buitenruimten zoals een dakterras op de parkeergarage; n. in- en uitrit parkeergarage, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - in- en uitrit parkeergarage'; o. bijbehorende voorzieningen zoals (inpandige) technische voorzieningen, inpandige traforuimte, groenvoorzieningen, waterpartijen, tuinen, erven, openbaar toegankelijke terreinen en straten. 6.1.2 overige verdiepingen a. woningen in woongebouwen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep, gastouderopvang of bed & breakfast; b. zorgwoningen; c. parkeervoorzieningen; d. balkons, buitenruimten zoals een dakterras op de parkeergarage of woongebouwen; e. bijbehorende voorzieningen. 6.2

Bouwregels Binnen de bestemming 'Wonen' gelden de bouwregels zoals aangegeven in artikel 9.

89

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

6.3

Specifieke gebruiksregels Naast de algemene gebruiksregels genoemd in artikel 10 gelden met betrekking tot het gebruik de volgende regels: a. een woning dient voor de huisvesting van maximaal één huishouden; b. het gebruik van een woning voor een aan-huis-verbonden beroep, gastouderopvang of bed & breakfast mag in totaal niet meer bedragen dan 35 procent van het bruto vloeroppervlak met een maximum van 50 m²; c. voor de functie wonen als bedoeld in 6.1.1 en artikel 6.1.2, onder a en b, geldt een maximum aantal woningen van 429, met dien verstande dat minimaal 4,6% van deze woningen uitsluitend als sociale huurwoning wordt gebruikt; d. een inpandige traforuimte mag worden gebruikt als de veiligheid en gezondheid van omwonenden voldoende is gewaarborgd; e. de functies genoemd in artikel 6.1.1 onder c tot en met j zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gemengd', tot een maximum bruto van 1000 m2, en met dien verstande dat: 1. voor de functie publieksgerichte en niet-publieksgerichte dienstverlening als bedoeld in lid 6.1.1 onder c geldt dat de maximale bruto niet meer dan 450 m2 mag bedragen; 2. voor de functie horeca tot en met categorie 2 als bedoeld in lid 6.1.1 onder i geldt dat de maximale bruto vloeroppervlak niet meer dan 350 m2 mag bedragen; 3. voor de functie detailhandel als bedoeld in lid 6.1.1.

onder j geldt dat de maximale bruto vloeroppervlak niet meer dan 200 m2 mag bedragen, waarbij de maximale bvo per vestiging niet meer dan 100 m2 mag bedragen; 4. zij tussen 07.00 uur en 20.00 uur open mogen zijn voor publiek; f. tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden voor het parkeren van motorvoertuigen.

6.4

Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 6.1.1 en toestaan dat een bedrijf zich vestigt dat niet in de zoneringslijst dan wel in een hogere categorie staat vermeld, maar dat naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen is met de toegelaten milieucategorieën; b. het bepaalde in lid 6.3 sub d onder 4 en en andere openingstijden hanteren voor een functie als aangetoond wordt te voldoen aan het bepaalde in artikel 12.

90

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Artikel 7

Waarde - archeologie

7.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde- archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

7.2

Bouwregels 1. In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde archeologie 4' de aanvrager van een omgevingsvergunning waarvan bodemverstorende bouwwerkzaamheden deel uitmaken, in geval de oppervlakte van het project meer dan 2500 m2 betreft en de bouwwerkzaamheden dieper dan 0,30 m onder het maaiveld plaatsvinden, een waardestellend archeologisch rapport dient te overleggen; 2. Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie' kunnen de volgende voorschriften worden verbonden; a. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. het doen van opgravingen; c. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige. 3. Het bepaalde in lid 2 sub 1 is niet van toepassing op een bouwplan dat betrekking heeft op vervanging van een reeds bestaand bouwwerk waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut.

7.3

Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden die vallen binnen de dubbelbestemming 'Waarde archeologie', indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Toepassing van de bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik.

7.4

Afwijken van de bouwregels 1. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 2, met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels. 2. Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in dit lid, wordt verleend indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van: a. nader archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of als er, mede naar het oordeel van de gemeentearcheoloog, geen archeologische waarden te verwachten zijn; b. andere informatie heeft aangetoond dat door bodemverstoringen op de betrokken locatie geen archeologische waarden verstoord zullen worden.

91

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Voor de volgende werken of werkzaamheden is een aanlegvergunning vereist: a. aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; b. bodemverlagen of afgraven, ophogen, egaliseren dan wel anderszins aanbrengen van wijzigingen in het maaiveld; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; d. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; f. het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies; g. diepploegen; h. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. 2. Geen aanlegvergunning is vereist voor werken of werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. dan wel de oppervlakte- dan wel de dieptemaat niet overschrijdt, behorende bij de categorie 'Waarde - archeologie' genoemd in lid 2 die voor die gronden van toepassing zijn; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende aanlegvergunning of een ontgrondingvergunning; d.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning, zoals in lid 4 bedoeld, is verleend; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 3. Een aanlegvergunning wordt in ieder geval verleend, indien: a. de aanvrager aan de hand van een waardestellend archeologisch onderzoek of een rapport kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de aanlegvergunning voorwaarden te verbinden, gericht op: het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; het doen van opgravingen; begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige.

92

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

7.6

Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen in die zin, dat de verbeelding wordt gewijzigd door van één of meerdere bestemmingsvlakken de begrenzing te veranderen of de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie' toe te voegen of te verwijderen als archeologische bevindingen daar aanleiding toe geven.

93

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

94

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

95

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

96

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Artikel 9

Algemene bouwregels

Tenzij in de bouwregels van de betreffende bestemming anderszins is bepaald gelden voor het bouwen de volgende regels: 9.1

Bouwregels

9.1.1 Gebouwen a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. er mogen maximaal 429 woningen worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' dient binnen de aangegeven bouwhoogte te worden gebouwd; e. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' dient binnen de aangegeven bouwhoogte te worden gebouwd; f. de verticale diepte van een ondergronds bouwwerk mag niet meer dan 7 m bedragen; g. gevels langs de Oorkondelaan mogen uitsluitend als voorgevel worden uitgevoerd en in de voorgevelrooilijn worden opgericht. h. het bouwen van hoofdgebouwen mag niet leiden tot significant verstorende effecten op het Natura 2000-gebied Kennemerland Zuid, tenzij hiervoor vergunning dan wel ontheffing is verleend als bedoeld in de Wet natuurbescherming. 9.1.2 Bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. dakopbouwen voor een trappenhuis en dakterrassen mogen binnen de toegestane bouwhoogte worden gerealiseerd; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, niet grenzend aan openbaar gebied, mag niet meer dan 2 m bedragen; c. de bouwhoogte van overige erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen. 9.2

Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeerssituatie ter plaatse; c. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. de brandveiligheid en rampenbestrijding.

97

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

98

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1

Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken voor: a. prostitutie en seksinrichtingen; b. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, waaronder kampeermiddelen, van aan hun gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie, puin- en vuilstortingen. Deze bepaling is niet van toepassing op opslag van materialen welke noodzakelijk is voor de realisering van de bestemming, welke voortvloeien uit het normale dagelijkse onderhoud; c. dienstverlening ten behoeve van het vervoer; d. bijgebouwen als zelfstandige woning.

99

bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11112464/1