2 Bijlage 1 Beleidsplan Haarlems Dierenwelzijn 2024-2026
Tekst van het document
Beleidsplan Haarlems Dierenwelzijn [Ondertitel] 8 oktober 2024 1 / 22
Niels van Esterik & Marie-Thérèse Tetteroo-Mathijsen Gemeente Haarlem, BBOR
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Inleiding
4
1.1
5
Leeswijzer
Kader
6
2.1
Landelijke wet- en regelgeving
6
2.2
Lokale regelgeving: wat doen we al in Haarlem?
7
Zorg voor gezelschapsdieren & landbouwhuisdieren
9
3.1
Kader
9
3.2
Opvang van gezelschapsdieren
9
3.3
Hondenbeleid
10
3.4
Huisdieren en kwetsbare groepen
11
3.5
Dieren in de stadsboerderijen
12
Zorg voor vrij levende dieren
13
4.1
Kader
13
4.2
Werken aan het versterken van de biodiversiteit
14
4.3
Opvang van vrij levende dieren
16
4.3
Sportvisserij
17
Dieren bij evenementen
18
5.1
18
Kader
Voorlichting over overlast van dieren
19
6.1
Kader
19
6.2
Meeuwen
19
6.3
Ganzen
20
6.4
Invasieve exotische dieren
20
6.5
Plaagdierbestrijding
20
2 / 22
Samenvatting Haarlem is een diervriendelijke gemeente. Uitgangspunt in het Haarlemse beleid is dat alle dieren in de stad een veilig, goed en natuurlijk leven kunnen hebben. In 2010 is het eerste integrale beleid over dierenwelzijn door de gemeenteraad vastgesteld. Om beter in te kunnen spelen op gewijzigde wet- en regelgeving en vanwege veranderende aandacht vanuit de samenleving, is er anno 2024 daarom op een aantal onderdelen een actualisatie van het Dierenwelzijnsbeleid nodig. Met het Ecologisch beleidsplan (2013), het Groenbeleidsplan (2022) en Natuur Netwerk Haarlem (2022) werken we aan de randvoorwaarden voor de verbetering van de staat van de biodiversiteit in de stad (de flora en fauna). De kwalitatieve waarde van het bestaande groen wordt beschermd, verbeterd en waar mogelijk uitgebreid, door goed onderhoud en vanuit projecten. Een gezonde en robuuste groenstructuur is goed voor de wilde dieren in de stad. In de openbare ruimte nemen we diervriendelijke maatregelen. Zo wordt verlichting in parken in de eerste plaats vermeden of anders aangepast, worden natuurlijke oevers en faunapassages in projecten opgenomen en worden waar nodig, diervriendelijke putten en straatkolken aangebracht.
We leggen onze afspraken met de Dierenbescherming, het Vogelhospitaal en de Egelopvang vast in een formele Dienstverleningsovereenkomst om deze diensten beter aan te laten sluiten bij de zorgplicht van de gemeente. Gezelschapsdieren zijn geliefde gezinsleden. Ze bieden steun en helpen tegen eenzaamheid. Vaak hebben dieren juist een belangrijke rol in huishoudens met een minimum inkomen. Als het echter noodzakelijk is om een dierenarts in te schakelen zijn de kosten van de behandeling vaak een probleem. Er komt daarom een pilot waarbij Haarlem Pas houders tegemoet worden gekomen in de dierenartskosten. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden van uitbreiding van de voedselbank met een dierenvoedselbank. En we kijken hoe we minima financieel tegemoet kunnen komen bij het chippen en neutraliseren van hun kat. Er komt een informatiebijeenkomst over de ganzenjacht, georganiseerd door Provincie Noord-Holland en de Fauna Beheer Eenheid. Met het oog op vissenwelzijn blijven we in gesprek met de hengelsport over handhaving en het uitfaseren van loodjes. Vertoon van dieren bij evenementen wordt vergunningplichtig en er worden nadere voorwaarden vanuit dierenwelzijn gesteld. Er komt extra aandacht voor de integrale communicatie over dierenwelzijn met links naar dierenambulance, het asiel en de dierenbescherming.
Hierbij combineren we de inzet van natuur & milieueducatie met de informatievoorziening op de gemeentelijke website.
3 / 22
1.
Inleiding Haarlem zorgt goed voor dieren Haarlem is een diervriendelijke gemeente. Uitgangspunt in het Haarlemse beleid is dat alle dieren in de stad een veilig, goed en natuurlijk leven kunnen hebben. Samen met de menselijke inwoners wil de gemeente zich hiervoor inzetten. Gezelschapsdieren zoals honden, katten en konijnen zijn geliefde gezinsleden. Ze bieden steun en helpen tegen eenzaamheid. Ook wilde dieren moeten zich in onze stad thuis voelen en daarom werken we aan een natuurinclusieve stad met een gezonde natuurlijke leefomgeving en richten de stad steeds meer in zo dat groen (flora en fauna) meer ruimte krijgt. Natuurgebieden en de groenstructuren in de openbare ruimte van Haarlem zijn leefgebieden van wilde dieren. Ons doel is om deze zoveel mogelijk te verbinden. En daarnaast om te zorgen dat die verbonden groenstructuur alles bevat wat nodig is voor een rijke en gezonde biodiversiteit. Zowel op het land als in het water. Het Haarlemse Ecologisch beleid, het Groenbeleid en Natuur Netwerk Haarlem geven aan hoe we daar stappen in zetten. Ook door het hanteren van de Gedragscode soortbescherming gemeenten en de actualisatie van het Handboek Inrichting Openbare Ruimte werken we aan het verbeteren van de randvoorwaarden voor versterking van de biodiversiteit in de stad (de flora en fauna).
In 2010 is het eerste integrale beleid over dierenwelzijn door de gemeenteraad vastgesteld. Dit beleid is in 2014 herijkt12. In het Haarlemse Dierenwelzijnsbeleid van 2010 en 2014 was de focus vooral gericht op het voldoen aan de landelijke wet- en regelgeving ten aanzien van gezelschapsdieren. In 2014 heeft de raad besloten om de landelijk gangbare richtlijn voor het vergoeden van de diensten van de dierenopvangcentra te volgen. De subsidies voor de zwerfdierenopvang, het vogelhospitaal en de egelopvang werden verhoogd naar reële bijdragen die worden geïndexeerd. De huidige actualisatie helpt om stappen te zetten op de volgende manieren: • Met de herinrichting van onze openbare ruimte werken we (straks) buurtgericht en opgavegericht. Dat betekent dat we per buurt kijken hoe we deze toekomstbestendig maken. Hierbij wordt uitgegaan van het ecologisch en het groen beleid. Dit kan je bijvoorbeeld terugzien in de aanleg van natuurvriendelijke oevers, faunapassages en de toevoeging van kolken en putten met uitklimvoorzieningen voor de aanwezige fauna. • Parken laten we zoveel mogelijk onverlicht en op andere plekken in de stad kiezen we voor diervriendelijke verlichting. Dit nemen we op in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte. • Met het soortenmanagementplan werken we aan de bescherming van vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen in de stad.
Hier hebben we in de komende jaren € 500.000 voor opgenomen in de gemeentelijke begroting. • Met de aanpak 'Anders maaien' geven we uitvoering aan plant- en diervriendelijker beheer van het groen in de stad. Dit is met name belangrijk voor de insecten en het bodemleven. • We richten pilots in om inwoners met een Haarlem Pas tegemoet te komen in kosten voor de dierenarts, voor het chippen en steriliseren van katten en voor het uitbreiden van de voedselbank met een dierenvoedselbank. • Er wordt een vergunningplicht ingevoerd voor de inzet van dieren op evenementen.
1 Collegebesluit, Herijking dierenwelzijnsbeleid, BBV 2014/48036, 2 (notubiz.nl).
2 Bijlage A, Realisatie uitvoering actiepunten nota Dierenwelzijn, 2010/114369, 1 (notubiz.nl).
4 / 22
• De afdeling Natuur en Milieu Educatie (NME) heeft een nieuw actieplan waarin ingezet wordt op educatie over flora en fauna in de stad. Dit gebeurt op de verschillende NME- locaties en met nieuwe leskisten voor scholen. Hier wordt jaarlijks een budget van €200.000 voor begroot. • Met duidelijke en goed vindbare informatie betrekken we inwoners bij onze ambities. Bijvoorbeeld over wat goede zorg voor (huis)dieren is, waar inwoners terecht kunnen met een dier in nood, en hoe ze kunnen voorkomen dat dieren in de knel komen. Maar ook over hoe inwoners zelf kunnen bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit in Haarlem. • De gemeente zal zich aansluiten bij het landelijke samenwerkingsverband 'DierVizier' om de mogelijkheden en instrumenten die de gemeente voor het dierenwelzijn kan inzetten, beter te kunnen benutten.
1.1 Leeswijzer Wetgeving maakt een onderscheid in de gemeentelijke taken tussen enerzijds gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren en anderzijds vrij levende dieren. Daarom wordt in deze actualisatie ook die indeling aangehouden. Na een uitleg over de landelijke wetgeving en de lokale regelgeving in hoofdstuk 2, wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de activiteiten van de gemeente voor gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren. Hierna komen in hoofdstuk 4 de gemeentelijke taken ten aanzien van de vrij levende dieren aan bod. In hoofdstuk 5 wordt aandacht gegeven aan dieren bij evenementen. Hoofdstuk 6 tenslotte gaat in op het zo diervriendelijk mogelijk tegengaan van overlast van dieren, invasieve exoten en plaagdieren. Per hoofdstuk staan actiepunten voor de komende periode tot en met 2026 geformuleerd die terugkomen in het Uitvoeringsplan (zie bijlage).
5 / 22
2.
Kader Landelijk bestaat er diverse wetgeving op het gebied van dierenwelzijn. In dit hoofdstuk wordt de belangrijkste wet- en regelgeving die van belang zijn voor de gemeente Haarlem, kort beschreven.
2.1 Landelijke wet- en regelgeving De directe verantwoordelijkheden die de gemeente Haarlem voor heeft voor dierenwelzijn, zijn beperkt. Veelal biedt landelijke en provinciale wet- en regelgeving een dekkend juridisch kader en is regelgeving en handhaving een zaak van de rijksoverheid en de provincie. Wel werkt internationale, landelijke of provinciale wet- en regelgeving vaak door in de zorgplicht die bij gemeenten is belegd. Hierbij kan oa. gedacht worden aan de opvang van zwervende dieren en hulp aan dieren in nood. Hieronder gaan we in op het kader en de zorgplicht voor de gemeente die daaruit volgt. Wet dieren Dierenwelzijn is bij wet geregeld in de Wet dieren. De landelijke overheid is het bevoegd orgaan voor regelgeving over dierenwelzijn. Artikel 1.3 uit de Wet dieren merkt dieren aan als wezens met gevoel en een eigen waarde. Uitwerking van deze wet regelt welke dieren gehouden mogen worden en onder welke omstandigheden. Zo is in het Besluit houders van dieren en de Regeling houders van dieren vastgelegd welke zoogdieren als huisdier mogen worden gehouden, welke er in Nederland verkocht mogen worden en welke eisen er ten aanzien van het houden van dieren gelden. Voor het dierenwelzijn van gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren zijn de eigenaren verantwoordelijk.
Het toezicht en de handhaving van de wet is een taak van de politie, de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). In principe heeft de gemeentelijke overheid hier geen bemoeienis mee. Omgevingswet De in 2024 in werking getreden Omgevingswet biedt binnen het Aanvullingsspoor natuur het belangrijkste wettelijke kader voor de bescherming van vrij levende dieren. Deze wet stelt de regels waar iedereen zich aan moet houden om Nederlandse planten en dieren te beschermen. Dit geldt voor de bescherming van de in het wild levende dieren en de natuurgebieden. De bescherming richt zich vooral op dieren die vanuit diverse internationale afspraken beschermd moeten worden. Vrij levende diersoorten mogen niet gevangen, bezit of vervoerd worden. Voor overige soorten is er een basisbeschermingsregime en een zorgplicht. De provincie is het bevoegde gezag voor de Omgevingswet en heeft de vrijheid om bepaalde soorten dieren aan de internationale beschermingslijst toe te voegen. Verder heeft de provincie de plicht om een eigen natuurbeleid vast te leggen en bepaalde soorten al dan niet een strengere bescherming te geven. Het beheer van fauna in natuurgebieden legt de provincie vast in faunabeheerplannen. Faunabeheerplannen zijn meestal meerjarig en worden voor diverse diergroepen zoals reeën, damherten, ganzen enz. opgesteld.
De provincie heeft aan de zogeheten faunabeheereenheid opdracht gegeven om de faunabeheerplannen te maken. In de faunabeheereenheid hebben terreinbeheerders, jagers en natuurorganisaties zitting. Hiermee worden de kaders bepaald voor het beheer waaronder afschot. Het afschot wordt geregeld door de verschillende wildbeheereenheden waarbinnen jachthouders (grondeigenaren) verenigd zijn. De jachthouders mogen het jachtrecht afgeven aan derden of zelf jagen binnen de vastgestelde kaders. Burgerlijk Wetboek In het Burgerlijk Wetboek (5:8 lid 3) staat wat de rol van de gemeente is met betrekking tot gevonden dieren. Dit geldt niet alleen voor katten en honden, maar voor alle gehouden dieren. De gemeente is verplicht om gevonden dieren tenminste twee weken op te vangen en te verzorgen. In 6 / 22
die twee weken heeft de eigenaar de mogelijkheid om het dier op te halen. Als de eigenaar zich niet binnen die termijn meldt bij de gemeente, dan kan de gemeente het dier verkopen of weggeven. In de praktijk hebben de meeste gemeenten deze opvangtaak uitbesteed aan professionele dierenopvangorganisaties. Ook de gemeente Haarlem heeft deze taken uitbesteed aan de Vereniging tot bescherming van dieren (Dierenbescherming) die het vervoer, de opvang en de verzorging van de Haarlemse zwerfdieren verzorgt. Algemene wet bestuursrecht Hierin is een wettelijke taak voor de gemeente vastgelegd die bestaat uit het toepassen van bestuursdwang in het geval van huisontruimingen, arrestaties en gedwongen opname. Als er dieren bij betrokken zijn, kan de gemeente met bestuursdwang het vervoer en de opvang van dieren regelen. Hierbij geldt een opvangtermijn van maximaal 13 weken. Wet veiligheidsrisico’s Ook op het gebied van de veiligheid van dieren heeft de gemeente een rol. Volgens artikel 2 van de Wet veiligheidsrisico’s (Wvr) is het college van burgemeester en wethouders belast met het organiseren van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. In artikel 3, lid 1, onderdeel b van de Wet veiligheidsrisico’s staat dat de brandweer in haar taken moet zorgen voor de veiligheid van mens én dier.
2.2 Lokale regelgeving: wat doen we al in Haarlem? Ontwikkelingen als klimaatverandering, inflatie en dicht op elkaar bouwen hebben allemaal invloed op het welzijn van dieren. Evenals de maatschappelijke ontwikkelingen in hoe we denken over dierenwelzijn. Steeds vaker worden dieren gehumaniseerd en proberen we kwesties ook vanuit het standpunt van het dier te bekijken. De ambities uit het Dierenwelzijnsbeleid uit 2014 waren dan ook niet voldoende toereikend en om die reden komt Haarlem nu tot geactualiseerd beleid, met een uitvoeringsplan tot 2026. En ook in ander gemeentelijk beleid doen we veel om het welzijn van de wild levende en gezelschapsdieren te verbeteren. Haarlem heeft hiervoor een aantal maatregelen en programma's vastgesteld die de afgelopen tijd in werking zijn getreden of zijn voorbereid. Hieronder worden ze kort toegelicht: Omgevingsvisie: koers naar gezonde stad voor dier en mens De Omgevingsvisie biedt de stip op de horizon voor Haarlem in 2045. Vanuit de Omgevingsvisie zijn integrale opgaven in beeld gebracht en zijn strategische keuzes gemaakt hoe het hoofd te bieden aan deze integrale opgaven. Zo wordt onder andere ingezet op een gezonde stad voor mens en dier, waarbij (extra) vergroening in alle ruimtelijke plannen terugkomt. Haarlem gaat op groen! Haarlem wil vergroenen vanwege de voordelen van een groene stad.
Wat goed is voor groen is ook goed voor dieren. Planten zijn immers de bron voor het dierenleven. Het groenbeleid in Haarlem zet sterk in op het 'groen, tenzij' principe. Met het vergroten van het groenoppervlak en het aantal bomen en het variëren met (inheemse) beplanting wordt het areaal en de leefomgeving voor alle soorten dieren verbeterd. Als geheel wordt met het vergroenen van Haarlem een toename van de biodiversiteit beoogd. Ecologisch beleid versterkt de leefomgeving voor mens en dier Vanuit het Ecologisch beleidsplan (2013) , de Actualisatie 2019 en het Handboek Inrichting Openbare Ruimte worden richtlijnen gegeven aan het beheer van het groenareaal in Haarlem om het natuurlijk 7 / 22
dierenleven in Haarlem meer kansen te geven. Hoe groter de biodiversiteit, hoe veerkrachtiger de leefomgeving van de toekomst. Wereldwijd gaat de biodiversiteit echter in een ongekend snel tempo achteruit. Omdat steden een steeds groter deel van de wereld in beslag nemen, is het belangrijk om ook in versteende gebieden zo veel mogelijk ruimte te bieden aan een diverse flora en fauna. Het college zet daarom in op het versterken van het ecologisch netwerk en zoekt daarnaast naar voldoende ruimte voor water. Meer ruimte voor dieren in Natuur Netwerk Haarlem Het ecologisch beleid is verder uitgewerkt in het Natuur Netwerk Haarlem. Om de aanwezige biodiversiteit te beschermen en te versterken, zijn robuuste ecologische verbindingen nodig als schakels tussen natuurkerngebieden in de stad maar ook van en naar het buitengebied. Realisering van het netwerk gebeurt binnen de groot onderhoud- of herinrichtingsprojecten van de openbare ruimte. Hierbij is het Handboek Inrichting Openbare Ruimte leidend. Daarnaast zijn er in het ecologisch beleidsplan en Natuur Netwerk Haarlem een aantal hotspots en potentiegebieden aangewezen die rijk zijn aan soorten of die bijzondere soorten herbergen en daarom bescherming verdienen. Gedragscode soortenbescherming gemeenten Bij elke ruimtelijke ingreep zal de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten moeten worden onderzocht.
Dit kan aanleiding geven tot het nemen van mitigerende en/of compenserende maatregelen voordat een Omgevingsvergunning wordt aangevraagd. De Gedragscode soortbescherming gemeenten, uitgegeven door Vereniging Stadswerk en waar de gemeente Haarlem ook mee werkt, biedt een leidraad aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of er aanvullende maatregelen moeten worden genomen. Door de inzet van de Gedragscode worden negatieve effecten op (lokale) populaties van beschermde dieren en planten voorkomen of beperkt. In de Gedragscode staat het behoud en herstel van biodiversiteit centraal, zoals wettelijk vastgelegd. Noodtoestand biodiversiteit Met de aangenomen motie 'Noodtoestand voor de biodiversiteit' (PvdD, 29 juni 2022) onderstreept de gemeenteraad het enorme belang van de biodiversiteit. Alle dieren (en ook mensen) zijn afhankelijk van een goed functionerende biodiversiteit. De verdere achteruitgang hiervan vraagt ook om actie ook op lokaal niveau en de gemeente geeft hier voorrang aan door inzet van adequaat beleid en maatregelen. Dieren hebben onderling ook invloed op elkaar. Zo jagen loslopende katten op vogels, kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën. Dit kan positief zijn, als plaagdierbestrijder, maar kan ook een negatieve invloed hebben als kwetsbare soorten worden gevangen.
8 / 22
3.
Zorg voor gezelschapsdieren & landbouwhuisdieren Een diervriendelijke zorg voor gezelschaps- en landbouwhuisdieren wordt geborgd door de hieronder beschreven wetgeving.
3.1 Kader Wet dieren In de Wet dieren is bepaald dat ieder dier een intrinsieke waarde heeft, recht heeft op een natuurlijk leven en beschermd moet worden tegen ongewenste invloed door met name menselijk handelen. Burgerlijk wetboek Gemeenten hebben een wettelijke taak om zwerfdieren maximaal twee weken op te vangen en te verzorgen totdat de eigenaar zich meldt. Na deze periode mag het dier elders worden herplaatst. Deze taak wordt tegen een gemeentelijke vergoeding door de Dierenbescherming uitgevoerd. Algemene wet bestuursrecht Deze wet bepaalt dat politie en GGD huisdieren in bewaring kunnen laten nemen als er sprake is van huisuitzetting, detentie of risico's voor de volksgezondheid. Dit is een wettelijke taak van de gemeente en de opvangperiode is maximaal drie maanden. In de praktijk worden deze dieren opgevangen door de Dierenbescherming.
3.2 Opvang van gezelschapsdieren Haarlem betaalt kosten van opvang zwerfdieren De opvang van zwerfdieren is een wettelijke taak die de gemeente heeft uitbesteed aan de Dierenbescherming. De Dierenbescherming beheert het regionale dierenasiel in Zuid-Kennemerland dat is gesitueerd in Zandvoort. De Dierenbescherming ontvangt jaarlijks een kostendekkende subsidie van de gemeente Haarlem voor de opvang en verzorging van zwerfdieren afkomstig van het Haarlemse grondgebied. In de komende periode vormen we de subsidie aan het dierenasiel om naar een dienstverleningsovereenkomst om deze vorm van samenwerking beter passend te maken. Aantal opvangdieren in asiel neemt toe Een trend die de laatste periode wordt waargenomen is een afname van het aantal zwerfdieren. Tegelijkertijd zien we een toename van de afstandsdieren die worden aangeboden bij het dierenasiel. De aantallen honden, katten, konijnen en knaagdieren in het dierenasiel nemen daarom toe. Het betreft zogenoemde afstandsdieren die door eigenaren aan het asiel worden aangeboden. Het oplopen van het aantal afstandsdieren is een landelijke trend die mogelijk verband houdt met de COVID-periode waarin veel dieren als een impulsaankoop zijn aangeschaft. Opgevangen honden en katten kunnen in het algemeen nog redelijk snel worden herplaatst, behoudens uitzonderingen van dieren die problemen kunnen geven in gezelschap.
Sommige verwilderde katten zijn niet herplaatsbaar en hier biedt de 'Trap-Neuter-Return' (TNR) methode enige uitkomst. Deze zwerfdieren worden gevangen, geneutraliseerd en teruggezet. Op termijn zal het aantal zwerfkatten hierdoor verminderen. Het college gaat in overleg met de Dierenbescherming om de TNR methode in de periode van 2024 tot en met 2026 vaker in te zetten. Na evaluatie wordt besloten of we de actie jaarlijks gaan herhalen. 9 / 22
Reptielen Reptielen zijn geen gezelschapsdieren. Soms worden reptielen, met name zoetwaterschildpadden, opgevangen. Deze schildpadden, oorspronkelijk vaak afkomstig uit Noord-Amerika, worden door particulieren ook veel losgelaten in vijvers en watergangen. Hier kunnen de dieren zich lang handhaven. Hoewel het exotische dieren zijn, vormen ze tot op heden geen serieuze bedreiging voor de inheemse fauna. Er is in Nederland nog geen voortplanting van waterschildpadden in het wild vastgesteld.
3.3 Hondenbeleid Het hondenbeleid van Haarlem dateert uit 2007. Hierin is vastgelegd dat honden alleen mogen loslopen in aangewezen losloopgebieden. Daarnaast zijn honden niet toegestaan in kinderspeelplaatsen. Hondeneigenaren worden geacht de uitwerpselen van hun hond direct op te ruimen. In de Algemene plaatselijke Verordening artikel 2:57 tot en met 2:59 van de gemeente Haarlem staan de bepalingen die voortvloeien uit het hondenbeleid over de verontreiniging door honden (opruimplicht) en over gevaarlijke honden. Verspreid over Haarlem is een aantal losloopgebieden voor honden vastgesteld. Deze gebieden zijn digitaal in te zien via MapGallery Haarlem-Zandvoort. Verzoeken om uitbreiding van het aantal losloopgebieden worden in welwillende overweging genomen, maar kunnen gezien de vele functies die in de dichtbebouwde stad een plaats innemen en uit oogpunt van (verkeers)veiligheid vaak niet worden gehonoreerd. Op de website van de gemeente Haarlem is informatie voor hondenbezitters te vinden, bijvoorbeeld over hondenbelasting. Er komt extra aandacht voor de communicatie over dierenwelzijn. Bijvoorbeeld om hondenbezitters te attenderen over de start van het grasarenseizoen.
10 / 22
3.4 Huisdieren en kwetsbare groepen Waardevolle hulp bij verzorgen huisdier Dierenbuddy's zijn vrijwilligers die met name ouderen en chronisch zieken helpen bij de verzorging van hun huisdier(en). Dierenbuddy's worden gefaciliteerd door de Dierenbescherming. De hulp is gratis en bedoeld voor mensen die betaalde hulp niet kunnen bekostigen en nauwelijks over een sociaal netwerk beschikken. Deze dienst bestaat al enige tijd, maar is wellicht niet overal even goed bekend. De gemeente zal via diverse communicatie uitingen het initiatief dierenbuddy daarom meer onder de aandacht gaan brengen. Minima tegemoetkomen in kosten Vaak hebben juist dieren een belangrijke rol in huishoudens met een minimum inkomen. Als het echter noodzakelijk is om een dierenarts in te schakelen zijn de kosten van behandeling vaak een probleem. Vooral de laatste jaren zijn de tarieven van veel dierenartsen fors gestegen. We onderzoeken de mogelijkheid om inwoners met een Haarlem Pas de komende jaren tegemoet te komen in een deel van de dierenartskosten. Voor het uitvoeren van een pilot is in 2025 en 2026 € 90.000 beschikbaar. Daarnaast gaan we met de Dierenbescherming in overleg om met een gemeentelijke bijdrage het laten chippen en neutraliseren van katten voor meer inwoners met een krappe beurs mogelijk te maken. Voorwaarde die we hierbij zullen stellen, is dat men geen extra huisdieren aanschaft.
Een voedselbank voor dieren Een dierenvoedselbank kan mensen met een lager inkomen ondersteunen bij de zorg voor hun huisdier. In verschillende gemeenten is een dierenvoedselbank actief. In het algemeen krijgt deze veel waardering vanuit de samenleving. Wij gaan met de Haarlemse voedselbank overleggen of een mogelijke uitbreiding van het aanbod met dierenvoeding realiseerbaar is.
11 / 22
3.5 Dieren in de stadsboerderijen Voor het welzijn van dieren op de gemeentelijke stadsboerderijen is de gemeente verantwoordelijk. Natuur- en milieu educatie (NME) Haarlem beheert 2 stadsboerderijen: de Houthoeve en de Schoterhoeve. Op de stadsboerderijen werken gediplomeerde medewerkers van de NME in de functie van beheerder of dierverzorger. Samen met de coördinator fauna dragen zij zorg voor het welzijn van de dieren die zijn ondergebracht in diervriendelijke verblijven, passend bij de basisbehoeften van het dier. Daarnaast is van belang dat een juiste verzorging wordt gegeven met betrekking tot voeding, hygiëne en diergezondheid. De stadsboerderijen zijn lid van de vereniging Stads- en Kinderboerderijen Nederland (vSKBN) en voldoen aan de richtlijnen die gesteld worden in het Kwaliteitsbewijs met als onderdelen: 1. Dieren en dierenwelzijn 2. Hygiëne en veiligheid voor publiek 3. Risico-Inventarisatie en -Evaluatie 4. Zorg voor personeel, gezondheid en veiligheid Hiermee wordt gewaarborgd dat wordt voldaan aan de eisen die de branche en de landelijke overheid aan onder meer het dierenwelzijn stellen. De afdeling Natuur- en milieueducatie biedt voor scholen en bezoekers een aantrekkelijk programma waarbij het leren over dieren en de relaties met hun omgeving, alsmede het dierenwelzijn, centraal staat.
12 / 22
4.
Zorg voor vrij levende dieren Biodiversiteit is in feite een samentrekking van de woorden biologisch en diversiteit. Hoewel het dus gaat om variatie (diversiteit) op verschillende niveaus (ecosystemen, soorten, genen) wordt biodiversiteit in de praktijk vaak gelijk gesteld aan soortenrijkdom. De biodiversiteit in de stad wordt beïnvloed door de stedelijke omgeving en is een combinatie van enerzijds dat deel van de biodiversiteit in de omgeving dat zich heeft kunnen handhaven in de stad, en anderzijds een door de mens geïntroduceerd deel zoals de meeste straatboomsoorten en het groen in heestervakken, grasvelden en andere beplantingen. De omstandigheden in de stad en het gevoerde beheer zijn daarbij van belang. De groenstructuur is essentieel voor het functioneren van veel ecosystemen en veel organismen zijn afhankelijk van groen als foerageer-, schuil-, nest- of woonplaats. De meest zichtbare groepen waarop het groen in de stad invloed heeft zijn insecten, vogels en zoogdieren.
4.1 Kader Vrij levende inheemse dieren mogen alleen worden opgevangen in opvangcentra die een ontheffing van de provincie hebben gekregen. Deze centra moeten voldoen aan de Beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten.
Het Natuur Netwerk Haarlem stimuleert dierenleven Het Natuur Netwerk Haarlem is onderdeel van het ecologische beleid en richt zich op het tot stand brengen van verbindingen, het bieden van vrije uitwisseling en het wegnemen van barrières voor dieren. Dit geldt voor kwetsbare en zeldzame natuur die we vooral aan de randen aantreffen, maar ook voor de talrijke dieren in de stad. De ecologische inrichting van het binnenstedelijke gebied zal de komende jaren vooral worden uitgevoerd in samenhang met de te treffen stedelijke inrichtingsmaatregelen, o.a. bij vormgeving van de ontwikkelzones en herinrichtingsprojecten.
13 / 22
4.2 Werken aan het versterken van de biodiversiteit Toevoeging van bomen aan een ecosysteem vergroot de variatie en structuur waardoor de biodiversiteit toeneemt. Deze wordt verder sterk bevorderd door de aanwezigheid van onderbegroeiing en de aanwezigheid van afstervende bomen en dood hout. Natuurlijke bossen zijn dan ook vaak hotspots voor biodiversiteit. Ook in steden is de soortenrijkdom in zogenoemde urban forests hoger dan in groene gebieden zonder bomen. Parken en andere beboste delen in het stedelijk gebied kunnen daarom fungeren als 'eilanden van biodiversiteit', waar dieren een onlosmakelijk onderdeel van vormen.
Eco objecten In het stedelijk gebied is er vooral aandacht voor routes die aansluiten bij natuurgebieden en voor dieren die de stad kunnen gebruiken als leefgebied. Veel van de routes zijn nu nog niet geschikt voor een vrije uitwisseling van die soorten. Bijvoorbeeld voor de egel. Met eco objecten zoals natuurvriendelijke oevers, faunapassages, eendentrappetjes en nestgelegenheden zorgen we voor het mogelijk maken van vrije uitwisseling en het wegnemen van barrières. Waar dat nodig is, worden diervriendelijke uitklimvoorzieningen in putten en straatkolken aangebracht. Deze nemen we op in het gemeentelijke Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Aan de rand van de stad ligt de nadruk op het versterken van de kwaliteit van de meer natuurlijke leefgebieden en verbonden groenstructuren voor kwetsbare soorten. Door meer datagestuurd te werken, borgen we dat de aangelegde eco objecten ook goed kunnen worden beheerd.
Diervriendelijke verlichting Voor nachtdieren is duisternis belangrijk. De grote groenstructuren en parken laten we zoveel mogelijk onverlicht. Indien dit niet mogelijk is wordt diervriendelijke verlichting toegepast. Dit wordt voor de Haarlemse parken uitgewerkt waarbij getoetst wordt aan het fietsbeleid (bv. is er sprake van een hoofdfietsroute) en aan de verkeers- en sociale veiligheid. Dit maken we inzichtelijk met een kaart, een uitvoeringsplanning en een communicatieplanning om inwoners hiervan op de hoogte te stellen. Bij vervanging of nieuw te plaatsen verlichting wordt in de hele stad voortaan een zo laag mogelijk spectrum toegepast, als de verkeersveiligheid dit toelaat. De tekst zoals nu in het HIOR over openbare verlichting staat wordt overeenkomstig aangepast.
14 / 22
Onze dierlijke stadsbewoners onder dak De (bebouwde) stad is het leefgebied van vele soorten planten en dieren. Dieren die van nature in rotsachtige omgevingen voorkomen, zoals de gierzwaluw en ook de slechtvalk, gedijen goed in het stenige milieu. Variatie in hoogte, vocht en lichttoetreding komen in de stad over korte afstanden voor en dit microklimaat zorgt voor een variatie aan soorten, mits er voldoende ander leefgebied, met name groen, in de nabijheid is. Ook vleermuizen voelen zich thuis in de stad waar ze verblijven in onder meer spouwmuren. Recentelijk heeft isoleren van woningen een grote vlucht genomen vanwege de energiecrisis. Een nadeel van het aanbrengen van isolatie is dat dieren als vleermuizen die in spouwen hun verblijfplaats hebben, hierbij kunnen worden gedood. Ook kunnen verblijfplaatsen verdwijnen. Weliswaar dienen eigenaren bij isolatie rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen, maar anno 2024 zijn er nog onvoldoende sluitende garanties dat dit ook in voldoende mate gebeurt. Vooruitlopend op landelijke wet- en regelgeving wordt in Haarlem in de komende periode een zogeheten soortenmanagementplan gemaakt met als doel het waarborgen van de leefgebieden en verblijfplaatsen van dieren die in gebouwen wonen: de vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen.
15 / 22
4.3 Opvang van vrij levende dieren De wettelijke taak voor de wildopvang van dieren heeft de gemeente Haarlem voor vogels ondergebracht bij het Vogelhospitaal. Het Vogelhospitaal wordt daarnaast door Rijkswaterstaat ingeschakeld bij olie incidenten. Vanuit de rijksoverheid wordt gewerkt aan nieuwe beleidsregels voor de wildopvang. Deze beleidsregels worden vervolgens verwerkt in de protocollen van het Vogelhospitaal op basis waarvan de provincie de ontheffing voor de opvang van wilde dieren afgeeft. Jaarlijks draagt de gemeente Haarlem bij in de kosten van de vogelopvang. In de komende periode vormen we de subsidie om naar een dienstverlening. Egelopvang De Egelopvang ontvangt jaarlijks een bijdrage van de gemeente Haarlem voor de uitvoering van hun taken. Net als in het geval van het Vogelhospitaal, vormen we de subsidie in de komende periode om naar een dienstverlening om beter aan te sluiten bij de samenwerking. De Egelopvang in Haarlem zet zich niet alleen in voor de opvang van egels in nood. Ook het verbeteren van de overlevingskansen van de egel in het wild en het geven van voorlichting en educatie zijn doelen van de Egelopvang: 'van tegeltuin naar egeltuin'. Vanwege de plannen voor de Ontwikkelzone Zuidwest moet de egelopvang een andere locatie gaan betrekken.
Met medewerking van de gemeente ligt er een plan om de egelopvang op korte termijn te huisvesten op de locatie grenzend aan die van het Vogelhospitaal. Dieren in nood en crisisopvang De taken en bevoegdheden in de regio Kennemerland ten aanzien van crisissituaties worden beschreven in het Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Kennemerland 2022. De opvang en hulp aan dieren (zowel huisdieren als dieren in het wild) wordt hierin niet expliciet benoemd. Het college zal daarom de hulp aan dieren ten tijde van crisissituaties in de veiligheidsregio aan de orde stellen zodat dit daadwerkelijk geborgd wordt.
16 / 22
4.3 Sportvisserij De gemeente Haarlem verhuurt het visrecht. Dit is geregeld via de Visserijwet (uit 1963). De huurovereenkomsten worden voor zes jaar aangegaan en worden conform deze Visserijwet automatisch met zes jaar verlengd. Haarlem verhuurt het visrecht aan de Hengelsportvereniging Haarlem (HVH). De HVH heeft ca. 8.500 leden en is daarmee de grootste vereniging in de stad. Iedereen die wil sportvissen moet in het bezit zijn van een geldige vispas. Een sportvisser hoort zorgvuldig om te gaan met de dieren en dient de gedragscode van Sportvisserij Nederland te volgen. De hengelsportvereniging doet aan bewustwording en educatie is een belangrijk doel. Basisscholen worden regelmatig bezocht om gastlessen te geven over het natuurlijk waterleven en de waterkwaliteit. Het sportvissen komt daarbij zijdelings aan de orde. Over het leren vissen worden buitenactiviteiten voor de jeugd georganiseerd. Handhaving en controle op vispassen of malafide praktijken gebeurt behalve door de politie ook door BOA's en controleurs van Sportvisserij Nederland. Vanaf 2027 wordt er een landelijk verbod verwacht van sportvissen met behulp van lood. In 2024 is een lokale campagne 'sportvisserij loodvrij' gestart, vooruitlopend op de wetgeving. Hierbij worden inleverlocaties voor loodjes en alternatieven aangeboden.
De campagne wordt uitgevoerd in samenwerking met gemeente, de provincie en Hoogheemraadschap Rijnland.
17 / 22
5.
Dieren bij evenementen Net als in de rest van Nederland, worden er ook in Haarlem evenementen georganiseerd waarbij levende dieren een rol spelen. Steeds vaker ontstaat daar discussie over.
5.1 Kader Wet dieren Sinds 2015 is er een verbod op het inzetten van wilde zoogdieren bij evenementen waaronder circussen. Dit verbod geldt niet voor andere dieren. Lokale regelgeving Landelijk is het inzetten van roofvogels, uilen en reptielen nog toegestaan. De dieren kunnen hun natuurlijke gedrag onder deze omstandigheden niet vertonen. Haarlem vindt het vertoon van deze wilde dieren niet meer van deze tijd. Voor de inzet van de dieren op evenementen zal daarom een vergunningplicht worden ingesteld.
18 / 22
6.
Voorlichting over overlast van dieren Sommige dieren vinden in de stad een geschikte leefomgeving en maken gebruik van de voorzieningen die hen door de menselijke bewoners wordt aangeboden. Daardoor kunnen sommige soorten dieren als meeuwen in grotere aantallen in de stad voorkomen wat soms tot overlast (geluid, uitwerpselen, opentrekken van afvalzakken) voor de menselijke inwoners kan leiden.
6.1 Kader Overlast door dieren is op zich geen reden om maatregelen te nemen. En overlast is immers een subjectief begrip. Er wordt niet door wetgeving in voorzien. In de vorm van preventie heeft Haarlem maatregelen genomen. Zo is in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een verbod tot het voeren van vogels in de openbare ruimte opgenomen. Het voeren in de openbare ruimte is ongewenst, in eerste instantie vanuit het oogpunt van dierenwelzijn. Door het geven van niet natuurlijk voedsel als brood kunnen dieren een ander, niet natuurlijk gedrag gaan vertonen en ook ziek worden. Het voeren van wilde dieren is in het algemeen niet nodig in Haarlem, omdat dieren zelf goed in staat zijn om op een natuurlijke manier aan voedsel te komen. Het voeren van vogels in eigen tuin is wel toegestaan.
6.2 Meeuwen Meeuwen zijn beschermde dieren, het is niet toegestaan om ze te verjagen of nesten te verstoren. Ook mogen de eieren niet worden geraapt of kapot worden gemaakt. Meeuwen zoeken vanaf maart naar een geschikte plek om te gaan broeden. Die vinden ze steeds vaker in de stad. Daar zijn nu eenmaal veel veilige en beschutte plekjes te vinden. Vooral op platte daken, dakkapellen en half schuine daken maar ook in goten en beschutte hoeken. Maar meeuwen kunnen soms voor overlast zorgen. Daarom willen we niet dat meeuwen (en andere vogels) in de openbare ruimte worden gevoerd. De gemeente heeft op de eigen gebouwen passende maatregelen genomen om de overlast van de meeuwen zo veel mogelijk tegen te gaan. In situaties waar dat niet mogelijk of gewenst is, worden andere maatregelen genomen om de meeuwen te weren. De gemeente overlegt hierover zo nodig met provincie of woningcorporaties als het om panden gaat die bij hen in eigendom zijn. Onder meer met nieuwsberichten op de gemeentelijke website en posters verspreid over de stad wijst de gemeente de inwoners op de maatregelen die de meeuwenoverlast tegengaan.
19 / 22
6.3 Ganzen Wilde ganzen kunnen zorgen voor schade aan vliegtuigmotoren en landbouwgewassen. In een straal van 10 kilometer rond Schiphol wordt het aantal ganzen in opdracht van de provincie beperkt gehouden door diverse maatregelen, waaronder afschot. De gemeente Haarlem wil het beheer door middel van afschot van ganzen op het Haarlems grondgebied beëindigen (zie coalitieakkoord) en is hierover in gesprek met de provincie Noord-Holland en de Fauna Beheer Eenheid. Eind januari 2024 had de betreffende gedeputeerde een gesprek met omwonenden die overlast ervaren en bezwaar maken tegen het afschieten. Deze bezwaren worden betrokken bij het opstellen van een nieuw ganzenbeheerplan dat in samenwerking met drie andere provincies wordt opgesteld en dat eind 2024 klaar is. De gemeente blijft in overleg met de provincie zoeken naar alternatieve, diervriendelijke methoden om het aantal ganzen te beperken. Tamme ganzen in het stedelijk gebied kunnen plaatselijk overlast geven door met name de grote hoeveelheid uitwerpselen, het lawaai en agressief gedrag. Zo nodig wordt plaatselijk nestbeheer toegepast om het aantal ganzen te beperken.
6.4 Invasieve exotische dieren Door menselijk toedoen hebben zich veel soorten dieren (en planten) in Nederland gevestigd die hier van nature niet voorkomen. Tuinplanten en bomen uit andere streken zorgen er voor dat exotische insecten hier kunnen leven. Bijvoorbeeld de plataannetwants op de platanen, het vetplantgitje op de hemelsleutel en de vijgenskeletteermot in de vijgenbomen. De meeste soorten zijn niet invasief maar er zijn exoten die een serieuze bedreiging zijn voor de inheemse soorten. Zij kunnen exotische ziekten meebrengen en zij kunnen als concurrent of predator de balans in een natuurlijk systeem verstoren. Dit is het geval met de Amerikaanse rivierkreeft, die tegenwoordig massaal in Nederlandse wateren voorkomt, inheemse waterdieren opeet of verdringt en zelfs waterkanten kan ondergraven. De EU houdt een lijst van invasieve soorten bij en de lidstaten hebben de plicht om indien nodig, tijdig beheermaatregelen te nemen. De verantwoordelijkheid voor de bestrijding van exoten is in Nederland primair een taak van de provincies en andere overheden ondersteunen hierbij.
6.5 Plaagdierbestrijding Gemeenten hebben de wettelijke taak om in en op particuliere opstallen en erven ratten en kakkerlakken te bestrijden. Voor de gemeente voert Spaarnelanden NV deze taak uit. Bedrijven dragen zelf zorg voor het bestrijden van plaagdieren op het eigen terrein. Bij bezoek aan een locatie wordt eerst gezocht naar een manier om de toegang van plaagdieren tot een woning te voorkomen, om zo de bron weg te nemen en niet alleen te bestrijden. Bij de bestrijding wordt altijd gekozen voor de meest diervriendelijke methode. Medebepalend is de situatie ter plaatse, hier hangt het vanaf welke bestrijdingsoptie(s) er technisch mogelijk zijn.
20 / 22
21 / 22
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 8 oktober 2024
Tekst: Niels van Esterik, Marie-Thérèse Tetteroo-Mathijsen Fotografie: Beeldbank gemeente Haarlem; pag.14: TBS-SVA.nl; eigen materiaal Ontwerp: [Naam], Drukwerk: [Naam] ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 22 / 22