CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Beleidskader participatie 2024

commissie Bestuur 15 februari 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 18:05 uur Beleidskader participatie en de verordening participatie Haarlem (BL)7.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

6 februari 2024

Bestuur en Communicatie

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

2

1.

Inleiding

4

1.1

De belangrijkste begrippen

4

1.1.1

Burgerparticipatie

4

1.1.2

Overheidsparticipatie

4

1.1.3

Inspraak

5

1.1.4

Uitdaagrecht

5

2.

Burgerparticipatie

6

2.1

Hoe gaan we het doen?

6

2.1.1

7

2.2

2.3

2.4

Initiatieffase en participatieverslag

Mate van invloed bij burgerparticipatie

8

2.2.1

Meeweten

8

2.2.2

Meedenken

9

2.2.3

Meedoen

9

2.2.4

Meebeslissen

9

Burgerparticipatie-proces

9

2.3.1

Initiatieffase

9

2.3.2

Participatiefase

10

2.3.3

Participatiemiddelen

11

2.3.4

Participatieverslag

12

2.3.5

Inspraak: wettelijke termijn van 6 weken

12

2.3.6

Nota van beantwoording

12

Verschillende rollen bij burgerparticipatie

13

2.4.1

Participanten

13

2.4.2

Gemeenteraad

13

2.4.3

Het college

14

2.4.4

Ambtenaren

14

2.4.5

Ontwikkelende partijen (omgevingswet)

14

2

3.

Overheidsparticipatie

15

3.1

Nieuwe vormen van samenwerken gemeente en bewoners

16

3.1.1

Enthousiasmeren en verbinden

16

3.1.2

Samenwerken en inhaken

16

3.1.3

Stimuleren en financieren van maatschappelijke initiatieven in de wijk

16

3.2

4.

5.

Participatie vanuit de omgevingswet

17

Uitdaagrecht

18

4.1

Wat is het uitdaagrecht?

18

4.2

Bestuurlijke verankering

18

4.3

Hoe werkt het?

18

Leidende principes

19

5.1

Participatie is democratie in actie

20

5.1.1

Democratiewerkplaats

20

5.1.2

Monitoring en evaluatie

20

3

1.

Inleiding Participatie is een essentieel onderdeel van onze democratie. Het stelt burgers in staat een actieve rol te spelen in de samenleving en bij te dragen aan een meer inclusieve en goed functionerende democratie. Bij participatie werken bestuurders, inwoners, andere belanghebbenden en ambtenaren samen aan vraagstukken en ontwikkelingen in de stad. Ieder met eigen kennis en ervaring, belang, taak en rol. In Haarlem streven wij ernaar om zoveel mogelijk belangen op tafel te krijgen, om vervolgens een afgewogen besluit te kunnen nemen. Participatie leidt niet altijd tot een volledig gedragen besluit. Regelmatig kan niet tegemoet gekomen worden aan alle verschillende wensen van inwoners en belanghebbenden. Maar participatie draagt wel bij aan de legitimiteit van het besluit als van tevoren afstemming is bereikt over de gevolgde procedure en belanghebbenden hun stem hebben kunnen laten horen. In 2011 is de beleidsnota ‘De nieuwe Haarlemse participatiepraktijk’ vastgesteld. Om gezamenlijk de grote uitdagingen van de toekomst op te pakken is een actueel, helder participatiebeleid in lijn met nieuwe wetgeving cruciaal. Dit beleidskader participatie en de participatieverordening vervangen daarom de nota en de inspraakverordening uit 2011.

De inbreng van Haarlemmers die nu al vaker betrokken zijn bij participatieprocessen (wijkraden, maatschappelijke organisaties, stadmakers, ervaringsdeskundigen en andere betrokken Haarlemmers) en opgedane ervaring vanuit het programma versterken lokale democratie, zijn betrokken bij het opstellen van dit beleidskader. In 2024 treden de Omgevingswet en de Wet Versterking participatie op decentraal niveau in werking. De eerste wet stelt participatie gedeeltelijk verplicht bij nieuw beleid over de fysieke leefomgeving. De tweede wet heeft als doel om decentrale overheden (zoals de gemeente) aan te sporen inwoners beter te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Ook is hierin het uitdaagrecht opgenomen waarbij inwoners een taak van de overheid kunnen overnemen.

1.1 De belangrijkste begrippen 1.1.1 Burgerparticipatie De gemeente neemt het initiatief en doet voorstellen voor nieuw beleid of voor een omgevingsplan voor een nieuwe ontwikkeling. Dit initiatief verrijken we met inbreng vanuit onze inwoners. Dit noemen we burgerparticipatie. Burgerparticipatie vindt plaats in de periode voorafgaand aan het moment van terinzagelegging van een ontwerpbesluit over het beleid of de ontwikkeling. Op dat moment is er nog ruimte voor invloed. De mate van invloed kan variëren: meedenken, meedoen en meebeslissen. 1.1.2 Overheidsparticipatie Bewoners en ondernemers willen steeds vaker bijdragen aan maatschappelijke opgaven en ontplooien daartoe concrete initiatieven. De overheid kan dan meedoen in de initiatieven van bewoners of (sociaal) ondernemers. Het initiatief komt vanuit de samenleving, maar er is ondersteuning en/of goedkeuring vanuit de gemeente nodig. Dit gaat bijvoorbeeld om bewonersinitiatieven, maar ook om initiatieven van commerciële partijen, zoals ontwikkelaars, waarbij de gemeente de rol van participant kan innemen. Met andere woorden ‘de overheid’ doet mee met de plannen vanuit de samenleving. Dit noemen we overheidsparticipatie.

4

1.1.3 Inspraak Inspraak vindt plaats in een later stadium dan participatie, namelijk als een ontwerpbesluit is voorbereid over beleid of over een project. Iedereen die dat wil kan reageren op het voorstel. In een 'nota van beantwoording' wordt gemotiveerd waarom de ingebrachte zienswijzen al dan niet tot een aangepast voorstel leiden. In de Omgevingswet is geregeld voor welke besluiten inspraak verplicht is. In Haarlem geldt het in principe dat de mogelijkheid tot inspraak moet worden geboden als het gaat om een voornemen waar velen zich bij betrokken voelen. 1.1.4 Uitdaagrecht Een van de nieuwere vormen van participatie is het uitdaagrecht. Inwoners en lokale maatschappelijke partijen kunnen hun gemeente uitdagen om gemeentelijke taken (en budget) aan hen over te dragen om hun buurt (zowel fysiek als sociaal) te verbeteren wanneer zij denken dit slimmer, beter en/of goedkoper te kunnen doen. In het wetsvoorstel Versterking Participatie op decentraal niveau is het uitdaagrecht verankerd.

5

2.

Burgerparticipatie Bij burgerparticipatie bespreken we als gemeente onze voornemens voor nieuw beleid of ruimtelijke ontwikkelingen en de daarbij horende dilemma's. De opgaven zijn niet makkelijk: onze omgeving is voortdurend in verandering, maatschappelijke opgaven waar we als stad mee te maken hebben worden complexer. Participatie geeft Haarlemmers de mogelijkheid om, naast de gang naar de stembus eens in de vier jaar, betrokken te zijn bij het opstellen van lokaal beleid en zeggenschap te hebben over de fysieke omgeving waarin zij wonen. Ruimte voor verandering Participatie betekent luisteren naar elkaar en zoveel mogelijk belangen op tafel krijgen. Op basis van die belangen wordt een afgewogen richting bepaald, die soms anders is dan vooraf door de gemeente of inwoners en belanghebbenden bedacht. Bestuur (en organisatie) staan open voor inbreng vanuit de stad. Het gaat over samenwerking met de stad, over verbinding zoeken met bewoners en andere belanghebbenden. Goede samenwerking komt van twee kanten, en vraagt om vertrouwen in een goede uitkomst. Versterken en verrijken van de representatieve democratie Haarlem ziet participatie als middel om beter te kunnen aansluiten bij de behoeften van Haarlemmers én voor het versterken en verrijken van de representatieve democratie. Beleid, uitvoering en evaluatie met de inbreng van de stad.

Doelen van participatie Het doel van participatie is om inwoners en andere belanghebbenden in een vroeg stadium te informeren en te betrekken én de verschillende belangen en uitgangsposities van zowel initiatiefnemers als belanghebbenden in beeld te brengen. De kwaliteit van besluitvorming over beleid of een project kan verbeteren door verschillende (soms tegengestelde) belangen en argumenten tegen elkaar af te wegen. Initiatiefnemers en belanghebbenden kunnen het alsnog niet met elkaar eens zijn, ook na een participatietraject. Participatie kan zeker bijdragen aan legitimiteit van het besluit als van tevoren afstemming is bereikt over de gevolgde procedure.

2.1 Hoe gaan we het doen? Participatie bij fysieke projecten kent in Haarlem al een lange traditie. In 2011 is vastgesteld dat er bij elk project en beleidsnota van enige omvang een startnotitie wordt gemaakt. Onderdeel van de startnotitie is een participatieparagraaf waarin vermeld staat of er besloten wordt tot participatie en/of inspraak. De opbrengst van de participatie wordt meegenomen in de conceptplannen. Inspraak volgt nadat een ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd en wordt meegewogen bij het definitieve besluit. In het Haarlems Civiel Planproces en het Haarlem Ruimtelijk Planproces is participatie als vast onderdeel opgenomen. Participatiedoelen gelden ook voor het sociaal domein. Het proces is echter anders. In de eerste plaats worden in het sociaal domein veel wettelijke taken uitgevoerd die gebonden zijn aan strakke wetgeving, zoals de Participatiewet, de Jeugdwet, de wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening en de wet Maatschappelijke Ondersteuning. Er worden lokale verordeningen, beleidsregels en uitvoeringsbeleid opgesteld binnen de kaders van de wet. Hiervoor geldt inspraak. Participatie is niet verankerd in de diverse sociale wetten. Wel maakt het hebben van een participatieraad

6

onderdeel uit van deze wetten. In Haarlem hebben we één participatieraad die zich inzet op het sociaal domein als geheel. Bij nieuw beleid wordt vooraf altijd gesproken met belanghebbenden en partners in de stad. Bij de totstandkoming van het collegebesluit wordt veelal gewerkt met een klankbordgroep. Het sociaal domein kiest daarbij vaak voor een actieve benadering en benadert belanghebbenden en betrokken organisaties rechtstreeks. De kaders in deze nota gelden voor beide domeinen. 2.1.1 Initiatieffase en participatieverslag In gesprekken met Haarlemmers die vaker betrokken zijn bij participatieprocessen (wijkraden, maatschappelijke organisaties, stadmakers, actieve bewoners, ervaringsdeskundigen, sleutelpersonen) wordt meer aandacht gevraagd voor de initiatieffase. De fase vóór de startnotitie1. Voorafgaande aan de startnotitie maakt de gemeente2een stakeholdersanalyse en gaat alvast oriënterend in gesprek met een aantal partijen om een beeld te kunnen vormen van wat er buiten speelt en wat bepalend is voor de participatiestrategie. In de afgelopen jaren is hier al ervaring mee opgedaan. In deze fase vinden ook intern oriënterende gesprekken plaats en worden de beleidskaders geïnventariseerd die bepalen hoeveel ruimte er is om te participeren. Een samenvatting van de participatiestrategie komt in de startnotitie en geldt als het kader voor de in te zetten participatie.

Uit deze fase kan ook komen dat er geen ruimte is voor participatie, dan volgt een helder communicatietraject. De startnotitie is daarmee het resultaat van de initiatieffase. Aan het einde van het participatieproceskomt er een participatieverslag (een weergave van de belangrijkste uitkomsten van de participatie op hoofdlijnen) dat dient als bijlage bij een ontwerpbesluit over beleid of over een project. Hiermee kan getoetst worden hoe de uitkomsten van de participatie meegenomen zijn in het ontwerpbesluit. Het ontwerpbesluit wordt ter inzage gelegd. Een nota van beantwoording (met daarin de zienswijzen uit de inspraakperiode plus de uitleg wat er mee gedaan is) komt samen met het definitieve plan in de raad ter besluitvorming.

1

Voor fysieke projecten wordt een startnotitie opgesteld die vastgesteld wordt door de gemeenteraad. Voor ontwikkelprojecten volgt een startnotitie na de initiatieffase en voor civiele projecten volgt een startnotitie na het doorlopen van de definitiefase. Ook een proces voor het opstellen van nieuw beleid begint met een startnotitie. 2 In het fysieke domein zijn veel initiatieven afkomstig van ontwikkelaars. Afgesproken is dat dan de participatie bij de ontwikkelaar ligt. Zie paragraaf 3.2. Ook zij voeren een verkennende fase uit en gaan voor de planvorming in gesprek met omwonenden en belanghebbenden.

7

2.2 Mate van invloed bij burgerparticipatie De mate van invloed die bewoners krijgen bij burgerparticipatie wordt afgestemd op het doel van de participatie. We doen afstand van de participatieladder (informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen) omdat deze een bepaalde hiërarchie impliceert die niet altijd passend is. We hanteren in het vervolg de termen meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen. Vastgesteld beleid staat niet ter discussie De ruimte die er voor invloed is, wordt bepaald door eerdere besluitvorming bij de startnotitie en het door de gemeenteraad vastgestelde beleid. Vastgesteld beleid is leidend en staat tijdens de participatie niet ter discussie. Binnen de kaders van het beleid en de vastgestelde startnotitie kan geparticipeerd worden. Dit leidt soms tot teleurstelling omdat de implicaties van eerder vastgesteld beleid soms pas duidelijk worden bij de uitvoering. De gewenste zeggenschap op de directie leefomgeving is dan beperkter dan men soms hoopte. Meer invloed aan het begin De mate van invloed en de aanpak van participatie is ook afhankelijk van type en omvang/reikwijdte van het project of op te stellen beleid. Bij een stedelijk vraagstuk met impact op alle gebieden is dit anders dan bij een onderwerp met directe, en uitsluitende, impact op de directe leefomgeving.

In de beginfase van een project is er meer ruimte voor invloed dan in de eindfase. We hebben voor de mate van invloed bij burgerparticipatie een aantal begrippen. Verantwoordelijk voor kwetsbare groepen De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor kwetsbare groepen in de samenleving. Soms staat het realiseren van een maatschappelijke voorziening op gespannen voet met de wensen vanuit de omgeving, bijvoorbeeld bij de vestiging van een daklozenopvang of een azc. Hierbij organiseren we alleen participatie op de uitvoering en niet op de locatiekeuze. Echter de communicatie hierover is helder en transparant en biedt voldoende ruimte voor het stellen van vragen en het uiten van zorgen. 2.2.1 Meeweten Indien de mate van invloed meeweten is, dan worden belanghebbenden zo goed mogelijk geïnformeerd over het voorgenomen besluit. Wanneer het voorgenomen besluit impact heeft op de leefomgeving van bewoners, komt er altijd een informatieavond, waarbij bewoners voldoende ruimte krijgen om hun vragen te stellen, hun zorgen te uiten en met adviezen voor het vervolg te komen. Het bestuur staat open voor de reacties en kennis uit de stad en zal deze onderzoeken en bespreken. Indien het gaat over bijvoorbeeld het informeren over de start van geplande werkzaamheden, volstaat een bewonersbrief.

Daarnaast is meeweten een randvoorwaarde voor gelijkwaardige participatie en het fundament van het participatieproces en onze lokale democratie. Het vereist voortdurende aandacht en inzet om de informatie op een transparante en toegankelijke wijze beschikbaar te hebben. De gebiedsteams van de gemeente vormen een belangrijke schakel tussen de gemeente en de verschillende partijen in een buurt (zie ook 2.3.2). Voorbeelden op het niveau van alleen meeweten (minimale invloed) zijn bijvoorbeeld locatieonderzoeken, en (technische/vervanging) onderhoudsprojecten in de openbare ruimte.

8

2.2.2 Meedenken Bewoners en andere betrokkenen (ondernemers, maatschappelijke organisaties, wijkplatforms, ander overheden, sociale ondernemers, et cetera) worden gevraagd hun ideeën, meningen, ervaringen en adviezen te geven. Het advies gaat dan over oplossingen, problemen en belangen. Duidelijk moet worden wat er speelt in de leefomgeving of wat ervaringen met beleid of voorzieningen zijn. De adviezen worden meegewogen. De regie ligt bij de gemeente. Vooraf wordt helder benoemd binnen welke kaders er meegedacht kan worden en achteraf wordt geïnformeerd over wat er is gedaan met de opbrengst. Participatievoorbeelden op het niveau van meedenken zijn onder andere het mobiliteitsbeleid, de WMO verordening en het cultuurplan. 2.2.3 Meedoen Bewoners en andere belanghebbenden worden betrokken bij het proces, bijvoorbeeld door middel van ontwerpateliers of overleggen in de vorm van werkgroepen. Samen met de bewoners bepaal je de agenda en kom je tot oplossingen binnen bepaalde kaders. Je maakt de plannen samen. Het project is dus een gezamenlijk product. Het uiteindelijke besluit over het resultaat ligt bij het bestuur. Participatievoorbeelden op het niveau van meedoen zijn bijvoorbeeld de herinrichting van pleinen en parken waar een nieuwe indeling ontstaat van functies en een convenant met ondernemers.

2.2.4 Meebeslissen Bewoners en andere betrokkenen denken en beslissen mee over de inrichting en uitkomsten van het proces. De zeggenschap over de uitkomst van het proces ligt bij de participanten. Participatievoorbeelden op het niveau van meebeslissen kunnen een wijkaanpak zijn en kleinschalige groeninitiatieven vanuit bewoners. Bij overheidsparticipatie (zie hoofdstuk 3 en 4) gaat het altijd over meebeslissen.

2.3 Burgerparticipatie-proces Participatie is altijd maatwerk en vergt een goede en tijdige organisatie. Het proces start met het stellen van de juiste vragen en afwegingen. 2.3.1 Initiatieffase In deze fase gaat de gemeente oriënterend in gesprek met partijen die betrokken zijn. Dat kunnen andere overheden zijn, corporaties, maatschappelijke organisaties, sportverenigingen, kerken, moskeeën, enkele bewoners, of belangenvertegenwoordigers uit de omgeving of in relatie tot het op te stellen beleid. Het doel hiervan is om in zo'n vroeg mogelijk stadium een eerste beeld te hebben van wat er speelt en waar rekening mee gehouden moet worden in het participatietraject. In deze fase vinden ook intern oriënterende gesprekken plaats over de geldende beleidskaders. Daarna wordt een startnotitie opgesteld en een participatiestrategie. Een samenvatting van de participatiestrategie krijgt een plek in de startnotitie. Daarin komen de volgende onderwerpen aan de orde: • Impact van het project of beleid op de omgeving; • Het doel van de participatie; • De mate van invloed en overige kaders voor de participatie; • De aanpak: wijze waarop en de fase waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; • Wie de belanghebbenden zijn en welke rol zij vertegenwoordigen; • Op welke wijze belanghebbenden worden bereikt (acties); • Op welke wijze en wanneer de terugkoppeling aan deelnemers plaatsvindt.

9

De startnotitie wordt vastgesteld door de gemeenteraad/college. 2.3.2 Participatiefase Nadat de startnotitie is vastgesteld wordt de participatiestrategie uitgevoerd en zo nodig bijgesteld. Om een hoge mate van representativiteit te borgen, sluiten we zoveel mogelijk aan bij de doelgroep (de toekomstige gebruiker van het project of beleid). Dit betekent dat we ons inspannen om onze participatieprocessen zo toegankelijk en inclusief mogelijk te organiseren. Zowel in de communicatie en uitleg over het proces, als in de vorm van de participatie. Dit doen we in overleg met verschillende organisaties. Intern altijd het gebiedsteam, extern die partijen die een groot netwerk hebben in de wijken, zoals vrijwilligersorganisaties, jongerenorganisaties, de participatieraad en georganiseerde (burger)adviesraden. Het doel is een brede vertegenwoordiging van belanghebbenden. Raadpleeg het gebiedsteam De gebiedsteams van de gemeente spelen een belangrijke rol bij het inrichten van een participatieproces. Haarlem is opgedeeld in vijf gebieden, met daaraan gekoppeld een gebiedsteam. Het gebiedsteam werkt aan relaties op langere termijn in een gebied. Bij de uitvoering van projecten is het gebiedsteam cruciaal voor het verbinden van de organisatie en de omgeving.

Het team kent het speelveld; onder andere wijkplatforms, participatieraad, actieve buurtorganisaties, de wijkteams, initiatiefnemers en belangenvertegenwoordigers. Voor goede participatie waarbij er begrip is voor elkaars rollen is het van belang elkaar te kennen, ook als er niets te halen of te bespreken valt. Het gebiedsteam is te raadplegen, juist ook als het gaat om een doelgroep die minder makkelijk te bereiken is. Betrek vrijwilligersorganisaties zonder personeel Ook vrijwilligersorganisaties zonder personeel (zelf- en belangenorganisaties zoals Stichting Somaliërs Haarlem en omgeving, Stichting Samen) kunnen een belangrijke rol spelen bij het inrichten van een participatieproces en/of het bereiken van bepaalde inwoners. Een aantal zelforganisaties heeft in Haarlem een goede toegang tot Haarlemmers met allerlei culturele achtergronden. Voor een goed resultaat betrekken we hen in een vroeg stadium bij het vormgeven van de participatie. Uiteraard kunnen zij niet de spreekbuis zijn voor een hele groep. Maar door gezamenlijk een proces vorm te geven, worden wel hun perspectieven ingebracht. Betrek Jongeren De wens om ook de stem van kinderen en jongeren te horen is groot; zij krijgen in de toekomst immers te maken met het beleid dat nu wordt opgesteld.

Jongeren zijn vaak maatschappelijk geëngageerd, maar zien de gemeente hierbij niet altijd als een vanzelfsprekende samenwerkingspartner. Haarlem kent een Jongerenraad, bestaande uit vertegenwoordigers van drie scholen in het voortgezet onderwijs en een Jongerenpanel, bestaande uit jongeren met ervaring in de jeugdhulp/dak-en thuisloosheid. Zij geven specifiek advies over deze beleidsvelden en worden ook graag actief betrokken bij het opstellen van beleid. Ook kinderen uit het basisonderwijs, groep 7 en 8, krijgen een stem in Haarlem. Zij zijn vertegenwoordigd in een kinderraad en daaraan gekoppeld is er ook een kinderburgemeester. Deze vormen van jongeren- en kinderparticipatie wil de gemeente borgen voor de toekomst. Om nog meer jongeren te bereiken, zal bij participatieprocessen ook de samenwerking gezocht worden met plekken waar jongeren al (actief) zijn. Zoals jongerencentra, scholen, sportverenigingen en cultuurcentra. Niet uitnodigen, maar erop af. Jongeren willen ook graag zien wat hun bijdrage aan een proces concreet oplevert. Ook hierbij is de terugkoppeling essentieel.

10

Betrek de participatieraad De participatieraad heeft een formele rol om gevraagd en ongevraagd te adviseren op beleidsnota's vanuit het sociaal domein die naar de raad gaan. Maar ook op nota's vanuit het fysieke domein wanneer het gaat om bijvoorbeeld toegankelijkheid of diversiteit. Daarnaast kan de participatieraad een rol vervullen in de participatiefase door zijn kennis van de verschillende netwerken en belangenorganisaties in de stad. Betrek georganiseerde (burger)adviesraden Burgeradviesraden, zoals het Platform Groen, zijn samengesteld vanuit verschillende geledingen en bundelen hun adviezen. Datzelfde geldt voor de Centrum Management Groep (georganiseerde ondernemers uit het centrum) en andere georganiseerde adviesgroepen. Hun kennis op deelonderwerpen levert nieuwe inzichten. Aandacht voor toegankelijk en helder taalgebruik In onze regio heeft 9% van het aantal inwoners moeite met lezen en het gebruik van de computer of smartphone. Om volwaardig mee te kunnen doen in participatieprocessen moet iedereen kunnen begrijpen wat de overheid schrijft of zegt. In Haarlem kiezen we voor Direct Duidelijke taal. Als het nodig is communiceren we ook in beeld (foto/film/animatie) of in geluid (podcast). Duidelijke communicatie zorgt ervoor dat meer mensen kunnen deelnemen aan participatieprocessen. 2.3.3 Participatiemiddelen De participatiemiddelen- en vormen zijn legio.

Het is zaak om de juiste middelen in te zetten bij de juiste doelgroep en bijeenkomsten te organiseren op verschillende tijdstippen en locaties zodat zoveel mogelijk mensen mee kunnen doen. De komende jaren zullen we met steeds meer middelen gaan experimenteren om zoveel mogelijk mensen (het stille midden) te bereiken en te betrekken bij ontwikkelingen in Haarlem. Dat kan bijvoorbeeld door middel van gewogen loting zijn, maar ook door bij de ingang van supermarkten te gaan staan, of met een kraampje op de markt. Of door het voor bepaalde doelgroepen makkelijker te maken om hun stem digitaal te laten horen. Hieronder een greep uit de hoeveelheid mogelijkheden. Digitale burgerparticipatie Met de inzet van digitale middelen bij burgerparticipatie kunnen we inclusie en transparantie beter borgen. Deelnemers kunnen meedoen op een moment dat het hen uitkomt. Digitale participatie wordt onder andere gefaciliteerd via de website van de gemeente en in de laatste jaren is de inzet van live streams en webinars toegenomen. In de toekomst zullen we steeds vaker én digitaal mensen betrekken én fysiek om een zo'n breed mogelijke groep te bereiken. Digitale participatie kan op alle niveaus van invloed (meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen) ingezet worden.

Inwonerspanel (digitaal) Haarlem beschikt over een digitaal panel dat ingezet kan worden voor het bevragen over een bepaald onderwerp. Het panel is vooral geschikt voor stadsbrede onderwerpen op het niveau van meedenken Fysieke bijeenkomsten en workshops Naast de inzet van digitale middelen blijven de fysieke bijeenkomsten belangrijk. Dit kunnen workshops zijn onder leiding van een expert, het bespreken van dilemma's, een schouw door de buurt, een excursie naar voorbeeldprojecten of door fysieke aanwezigheid in de buurt gedurende

11

een project. En op bezoek bij de doelgroep; langs gaan bij jongerencentra, kerken, moskeeën, (sport)verenigingen, buurtcentra, culturele instellingen, etcetera. Fysieke participatie kan op alle niveaus van invloed (meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen) ingezet worden Gewogen Loting De afgelopen jaren is geëxperimenteerd met gewogen loting. Met gewogen loting worden andere doelgroepen bereikt dan met de huidige traditionele middelen. Voor sommige vormen van gewogen loting wordt gebruik gemaakt van de BRP gegevens. Om de BRP gegevens te kunnen gebruiken voor participatieve doeleinden is een rechtsgrond nodig. Het gebruik van BRP-gegevens moet daarvoor zijn opgenomen in een verordening. De gegevens kunnen voor verschillende soorten participatietrajecten gebruikt worden. Dat kan dan een willekeurige steekproef zijn voor bijvoorbeeld het organiseren van een burgerberaad, maar ook het specifiek selecteren van personen op basis van demografische kenmerken (geslacht, leeftijd, buurt, stadsdeel, etc.) voor het meedoen aan een participatietraject over een specifiek onderwerp. Maar ook voor het verstrekken van stempassen voor bijvoorbeeld Wijk aan Zet. Loting wordt vooral ingezet op het niveau van meedoen en meebeslissen.

Burgerforum Een burgerforum is een participatiemethode waarbij een representatieve deelnemersgroep (het forum) op basis van inhoudelijke informatie met elkaar ruim de tijd neemt om van gedachten te wisselen over een vooraf vastgesteld onderwerp of vraag. De uitkomst van het burgerforum is een uitgewerkt advies of plan(nen) waarover de politiek of samenleving besluit. Een burgerforum kent verschillende varianten, zoals een burgerpanel, burgertop, wijkforum of burgerberaad. Een burgerforum is een uitbreiding van de representatieve democratie die we kennen. Het vervangt de gekozen politici niet. Referendum Haarlem beschikt over een referendumverordening waarin bewoners het recht hebben om een raadgevend referendum aan te vragen. Een referendum is te zien als een advies van burgers aan de raad over een voorgenomen besluit. 2.3.4 Participatieverslag Het participatietraject wordt afgesloten met een openbaar participatieverslag. Dit is een weergave van de belangrijkste uitkomsten van de participatie op hoofdlijnen. Dit verslag wordt met de participanten gedeeld. Hierin staat in ieder geval: • Onderbouwing van de gekozen participanten en de mate van invloed; • Een korte beschrijving van de opbouw van het participatietraject; • Wat er is gedaan met de resultaten van de participatie.

2.3.5 Inspraak: wettelijke termijn van 6 weken Het college geeft het ontwerpbesluit (zoals een concept beleidsplan, concept visie of programma van eisen, ontwerp-inrichtingsplan of ontwerpbestemmingsplan) vrij voor inspraak. Tijdens de wettelijke termijn van 6 weken kan iedereen een inspraakreactie (zienswijze) indienen. Zienswijzen kunnen schriftelijke of mondeling worden ingediend bij de gemeente. 2.3.6 Nota van beantwoording Alle inspraakreacties worden gebundeld en voorzien van commentaar. Het college maakt een afweging welke inspraakreacties alsnog een plek krijgen in het besluit. De bundeling van inspraakreacties en het commentaar heet de nota van beantwoording.

12

Het geheel aan documenten gaat ter vaststelling naar de gemeenteraad.

2.4 Verschillende rollen bij burgerparticipatie Burgerparticipatie krijgt een plek in iedere fase van het proces. In bestuurlijke besluitvorming worden verschillende belangen gewogen, afgezet tegen de inhoudelijke en financiële kaders die het bestuur zelf heeft gesteld. Door de inbreng van participanten worden betere besluiten genomen. De onderlinge verhouding dient wel helder te zijn en geaccepteerd te worden door alle deelnemers aan het proces. 2.4.1 Participanten Inwoners die mee willen doen aan burgerparticipatie zullen zich in meer of mindere mate verdiepen in het onderwerp van het gesprek. Van belang is hen te informeren over de kaders en voorwaarden die er gelden, in welke fase van het proces de participatie zich bevindt, wat al is besloten en waar nog ruimte is. Ook is het goed om voorafgaande aan participatie bij bewoners na te vragen welke rol zij nemen in het proces. Spreken ze voor zichzelf, vertegenwoordigen ze een groep, of doen ze mee op basis van specifieke expertise? 2.4.2 Gemeenteraad Voor de raad is de participatieparagraaf van belang om zijn rol bij participatie goed te kunnen invullen. De participatieparagraaf beschrijft de inhoudelijke kaders. De raad wordt op die manier vooraf geïnformeerd, kan suggesties doen om een participatietraject nog beter te maken, bijvoorbeeld door meer of minder ruimte voor invloed aan de participanten te geven.

Het is ook op dit moment dat de raad zich committeert aan het voorgestelde proces en aan de uitkomst van het proces. Daarnaast kan de raad ook aangeven welke rol hij voor zichzelf ziet in het participatieproces. In het participatieverslag wordt de opbrengst van de participatie en de wijze waarop deze is verwerkt beschreven. Dit verslag wordt samen met het concept besluit ter bespreking naar de commissie gestuurd. Het college kan worden bevraagd hoe een en ander is ingericht en verlopen en wat de afwegingen waren waarom het ene wel en het andere niet is meegenomen in het concept besluit. Datzelfde geldt voor bij de nota van beantwoording die gemaakt wordt na de wettelijke inspraakperiode.

13

2.4.3 Het college Bestuurders denken mee over de mate van invloed die past bij een onderwerp en de inrichting van het proces. Bestuurders kunnen aanwezig bij participatieprocessen. Het college maakt een belangenafweging op basis van het advies van de ambtenaren en de aangereikte informatie. Het college heeft net als de raad een controlerende rol bij het participatieverslag: is het proces gevolgd zoals afgesproken in de startnotitie? Bij het vaststellen van een definitief besluit zal de afweging transparant verwoord zijn in de nota van beantwoording. 2.4.4 Ambtenaren De rol van de ambtelijke organisatie is verbindend, faciliterend en adviserend. De opbrengst van de participatie wordt door de ambtelijke organisatie verwerkt in de adviezen. De ambtelijke organisatie: • Voert verkennende gesprekken om te komen tot een startnotitie; • Heeft een professionele en open houding; • Beoordeelt de uitkomsten van de participatieprocessen; • Koppelt de resultaten van de participatie terug aan de participanten; • Informeert en adviseert het college over het verloop van de participatie; • Evalueert na afloop het participatieproces. 2.4.5 Ontwikkelende partijen (omgevingswet) Ontwikkelende partijen zijn verantwoordelijk voor de participatie op dezelfde wijze als de gemeente. Zij voeren de verkennende gesprekken.

Een samenvatting van de participatiestrategie krijgt een plek in de door de gemeente vastgestelde startnotitie. Hier toets de gemeente of de ontwikkelaar deze eerste fase goed heeft uitgevoerd. Dit vastgestelde participatiestrategie in de startnotitie geldt als het kader voor de in te zetten participatie. Burgers en raad kunnen de werkwijze van de particuliere initiatiefnemer toetsen aan hetgeen is vastgesteld in de startnotitie. Afspraken over communicatie en participatie worden door de gemeente en particuliere initiatiefnemer vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Zie verder paragraaf 3.2.

14

3.

Overheidsparticipatie Bewoners en ondernemers willen steeds vaker bijdragen aan maatschappelijke opgaven en ontplooien daartoe concrete initiatieven3. De overheid kan dan meedoen in de initiatieven van bewoners. Het initiatief komt vanuit de samenleving, maar er is ondersteuning of goedkeuring vanuit de gemeente nodig. Dit gaat bijvoorbeeld om bewonersinitiatieven, maar ook om initiatieven van commerciële partijen, zoals ontwikkelaars, waarbij we als gemeente de rol van participant kunnen innemen. De rol van de overheid, raad, college en ambtenaren is hier een andere dan waar het burgerparticipatie betreft; namelijk een samenwerkende of responsieve rol (zie schema NSOB hieronder). Met andere woorden ‘de overheid’ doet mee met de plannen vanuit de samenleving. Dit noemen we overheidsparticipatie. In het programma Nieuwe Democratie (2019 - 2022) is uitgebreid geëxperimenteerd met verschillende vormen van overheidsparticipatie. De resultaten daarvan laten energie, betrokkenheid en verantwoordelijkheid op verschillende niveaus zien. Bewoners denken doorgaans goed na over wat nodig is om hun omgeving plezieriger, leefbaarder en socialer te maken. Zij zijn bereid om daarin samen te werken met de gemeente en andere partners, of om zelf activiteiten uit te voeren, zowel op kleine als op grotere schaal.

Bron: NSOB

3

Naast concrete initiatieven kunnen bewoners en organisaties ook ongevraagd advies geven of ideeën aandragen voor het mooier, leefbaarder en socialer maken van de stad. Dat kan via de website of via ambtenaren, bestuurders of door in te spreken bij de raad.

15

3.1 Nieuwe vormen van samenwerken gemeente en bewoners 3.1.1 Enthousiasmeren en verbinden Haarlem helpt bewoners hun initiatieven een stap verder te brengen door een viertal activiteiten: • Initiatievencafé: initiatiefnemers pitchen hun idee en hulpvraag. De aanwezigen in de zaal kunnen helpen, inspiratie opdoen en netwerken. • Online platform HaarlemLink.nl: initiatiefnemers kunnen hierop gratis een pagina aanmaken, waarop zij hun plan en eventuele oproep kunnen plaatsen. Op HaarlemLink staat een toolkit met tips, adressen en financieringsmogelijkheden. • Initiatievenschool: samen met de Vrijwilligerscentrale beidt de Initiatievenschool gratis workshops, cursussen en lezingen aan voor initiatiefnemers en vrijwilligers. • Initiatievenkompas: het Haarlems Initiatievenkompas biedt Haarlemmers handvatten om een idee voor de stad verder uit te werken en met de gemeente hierover in gesprek te gaan. De gemeente stimuleert, enthousiasmeert en verbindt maatschappelijke initiatiefnemers met de inzet van bovenstaande middelen. Met als doel het eigenaarschap van de initiatieven bij de initiatiefnemers te laten en het netwerk in de stad - wat kan helpen de initiatieven te realiseren voor hen te ontsluiten.

3.1.2 Samenwerken en inhaken Initiatiefnemers die specifiek de samenwerking zoeken met de gemeente kunnen dit doen via het initiatievenloket op de website of via een van de ambtenaren of collegeleden. Zij vullen eerst een vragenlijst in (via het initiatievenloket van de gemeente) waarin ze aangeven wat ze van de gemeente verwachten. De initiatiefnemer krijgt een ambtenaar als vast aanspreekpunt die zorgt dat het initiatief wordt besproken in de organisatie en waar nodig door het college. Daarbij wordt gekeken hoe en op welke wijze de gemeente de samenwerking kan faciliteren. Het faciliteren kan in de vorm van: • Informatie om op weg geholpen te worden. • Samenwerking. • Taak overnemen van de gemeente (uitdaagrecht / Right2Challenge). • Anders. 3.1.3 Stimuleren en financieren van maatschappelijke initiatieven in de wijk Bewoners en (sociaal) ondernemers zetten zich graag in om hun eigen wijk mooier, leefbaarder en socialer te maken. Dit werkt het beste als zij ook zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen over de ideeën en plannen die zij hebben bij het verbeteren van hun wijk. Dit heet ook wel eigenaarschap en zeggenschap over de inrichting van de wijk en besteding van middelen. Zeggenschap gaat daarbij om de daadwerkelijke invloed op een proces en de uitkomsten daarvan.

Eigenaarschap gaat om het verantwoordelijk voelen voor activiteiten en bezittingen (ook als dat feitelijk niet van jou is). In de lijn van het coalitieprogramma en van de ontwikkelingen in de samenleving past het om die bereidheid en samenwerking met zowel capaciteit van de gemeente als financieel te ondersteunen. In Haarlem kan dit door middel van verschillende types wijkbudgetten. In de nota wijkbudgetten zijn de verschillende financieringsvormen uitgewerkt.

16

3.2 Participatie vanuit de omgevingswet Vanuit de omgevingswet die vanaf 1 januari 2024 in werking is, is participatie verplicht voor ruimtelijke activiteiten die door de gemeenteraad zijn opgenomen in de lijst verplichte activiteiten. Dat geldt zowel voor projectontwikkelaars als voor particulieren die hun huis uitbreiden of aanpassingen doen die impact hebben op de leefomgeving van omwonenden. Het uitgangspunt is dat initiatiefnemers zelf de mensen in de buurt en andere belanghebbenden betrekken bij hun plannen. Er is een nieuw omgevingsloket, met daarin alle regels die gelden per gebied en waar initiatiefnemers hun vergunningen kunnen aanvragen en meldingen indienen. Zie ook Invoering Omgevingswet en nieuw Omgevingsloket | Gemeente Haarlem en Omgevingsvisie Haarlem 2045.pdf.

17

4.

Uitdaagrecht Bewoners kennen de wijk waarin ze wonen natuurlijk het best. Het kan goed zijn dat zij een ander idee hebben over de aanpak van bepaalde zaken in de omgeving dan wij als gemeente. Het uitdaagrecht (Right2Challenge) geeft initiatiefnemers het recht om zelf een plan in te dienen om bestaande taken van de gemeente zelf uit te voeren, als zij denken dat zij het op een betere of goedkopere wijze kunnen uitvoeren of omdat het beter aansluit bij wat er speelt in de buurt of stad. Op beperkte schaal gebeurt dit al, denk aan de Kweektuin en Het Posthuis.4

4.1 Wat is het uitdaagrecht? Bij het uitdaagrecht krijgen bewoners of bewonersgroepen van Haarlem het recht om lokale voorzieningen en taken van de gemeente over te nemen, wanneer zij denken dat zij het zelf beter kunnen organiseren voor hetzelfde, of een kleiner budget. Het gaat om collectieve taken en voorzieningen op de terreinen sociale basis, leefbaarheid en duurzaamheid/energietransitie waarvoor een budget op de gemeentebegroting gereserveerd is.

4.2 Bestuurlijke verankering In het voorstel voor aanpassing van artikel 150 Gemeentewet krijgen gemeenten de mogelijkheid het uitdaagrecht in te stellen en vast te leggen in een verordening. In Haarlem krijgen inwoners en verenigingen ook de mogelijkheid om een alternatief voorstel in te dienen voor de uitvoering van collectieve voorzieningen in hun directe omgeving, zoals het onderhoud van een parkje of het beheer van een sportveld.

4.3 Hoe werkt het? Initiatiefnemers kunnen een voorstel indienen (als aan vooraf opgestelde voorwaarden wordt voldaan). Ingediende uitdaag-initiatieven worden op de volgende manier behandeld: • De gemeente organiseert een kennismakingsgesprek met diverse betrokken ambtenaren en initiatiefnemer(s). • Het uitdaag-initiatief wordt met een advies van de betrokken partijen neergelegd bij de betrokken wethouder(s). • Het college neemt een besluit over het wel of niet aangaan van de uitdaging. • De gemaakte afspraken (over o.a. het resultaat, het budget en de looptijd) worden vastgelegd in een contract dat wordt vastgesteld door het college als het binnen vastgestelde beleid en financieringskaders blijft. Zo niet, dan wordt het vastgesteld door de raad.

4

Het uitdaagrecht is niet hetzelfde als maatschappelijk aanbesteden. Maatschappelijk aanbesteden is al een ouder instrument en een manier om bewoners en maatschappelijke partners bij beleid en uitvoering te betrekken. Het initiatief ligt dan bij de gemeente. De gemeente daagt de gemeenschap uit om een specifieke maatschappelijke taak of dienst over te nemen. Bij het uitdaagrecht komt het initiatief uit de gemeenschap.

18

5.

Leidende principes Er is een aantal uitgangspunten als basis voor de wijze waarop we participatie vormgeven. Van belang is te benadrukken dat participatie altijd maatwerk is. Bij elk onderwerp onderzoeken we opnieuw wat het doel is, wat de behoeften zijn vanuit de omgeving en wat de kaders zijn waarbinnen de participatie kan worden georganiseerd. Onderstaande uitgangspunten bieden daarbij een handvat maar zijn geen blauwdruk. Initiatieffase voor de startnotitie Bij de start van een initiatief is niet alleen interne afstemming van belang maar ook externe oriëntatie. Er vindt nog voor de totstandkoming van de startnotitie een verkenning met de omgeving/doelgroep(en) plaats om de participatiestrategie te bepalen. Vastgesteld beleid is leidend. De mate van invloed: participatieparagraaf in de startnotitie • De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor kwetsbare groepen in de samenleving. Dit staat soms op gespannen voet met de belangen van de omgeving. Bij die opgaven organiseren we alleen de participatie op de uitvoering, maar communiceren vroegtijdig en transparant. • Bij stedelijke vraagstukken met belang voor de hele stad bepaalt de gemeente de kaders. We halen dan ideeën en reacties op om onze besluiten beter te maken en beter te laten aansluiten bij wat in de omgeving leeft.

• Bij onderwerpen die direct en uitsluitend in de leefomgeving van bewoners spelen kunnen we vormen van zeggenschap neerleggen bij de buurt en zo eigenaarschap en gedeelde verantwoordelijkheid stimuleren. Participatieverslag Voor participatie waarbij we als gemeente aan zet zijn, streven we transparante procedures na. Beleid wordt beter als alle belangen in beeld zijn opdat we die zorgvuldig kunnen laten meewegen bij besluitvorming. Een besluit wordt minder ter discussie gesteld als bewoners ook inzien dat hun belangen en zorgen zijn herkend en meegewogen. Dit vraagt om een zorgvuldig en transparant proces en om duidelijke communicatie en terugkoppeling over dat proces. Actief op zoek naar het stille midden Het is een doel op zich om bij participatie groepen te betrekken die zich minder snel laten horen: het stille midden, de afhakers, jongeren, Haarlemmers met een migratieachtergrond, praktisch geschoolden. We willen zoveel mogelijk de kennis, informatie en ervaring van álle inwoners in de stad benutten en zo de kwaliteit van besluiten verhogen. Dat doen we door erop af te gaan. Niet wachten tot de doelgroep naar ons toe komt, maar gericht op zoek. De kennis en netwerken van de gebiedsteams Gebiedsgericht werken is een cruciale factor bij het op een goede manier vormgeven van participatie. Binnen de gebiedsteams gaat het vooral om het opbouwen van een netwerk.

In dat netwerk zijn verschillende doelgroepen vertegenwoordigd en ook partners die op verschillende domeinen actief zijn. Gebiedsteams zijn bij uitstek de ingang voor de ambtelijke organisatie om de behoeften vanuit de omgeving en/of de doelgroep helpen inzichtelijk te maken.

19

Van buiten naar binnen en van Nee tenzij, naar Ja mits We richten de organisatie zo in dat we initiatieven uit de stad kunnen faciliteren en trainen onze medewerkers op werken vanuit vertrouwen, betrouwbaar zijn en snel en simpel zijn waar het kan, en persoonlijk waar het hoort.

5.1 Participatie is democratie in actie Participatie is geen routine-onderdeel van een doorsnee werkproces, maar een bewuste keuze voor samenwerken aan de stad. Een ieder die het initiatief tot participatie neemt (of dat de gemeente zelf is of een andere partij) moet zich actief opstellen om het meest passende traject bij het voorliggende participatieonderwerp te vinden. Participatie is altijd maatwerk. We houden bij het inzetten van participatiemiddelen rekening met de mogelijkheden en kennis van de deelnemers, met als doel het optimaal toegankelijk maken van het participatieproces. We denken integraal, vanuit verschillende perspectieven die van toepassing zijn op het thema. Daarmee is participatie democratie in actie: het samen met gemeente, inwoners en initiatiefnemers creëren van maatschappelijke meerwaarde voor Haarlem. Elk van deze rollen kunnen een bijdrage leveren aan de processen. Het zorgvuldig vormgeven van een participatietraject vraagt kennis, inspiratie en middelen. In de loop van jaren is in Haarlem en bij andere overheidsinstanties veel ervaring opgedaan met participatietrajecten, -middelen en methodieken. 5.1.1 Democratiewerkplaats De opgebouwde expertise krijgt een centrale plek in de Democratiewerkplaats; een interne vindplaats voor kennis, ervaring en advies over participatie en inspraak.

Voor het daadwerkelijk implementeren van de werkwijze op basis van de aangescherpte uitgangspunten wordt de organisatie getraind. We zoeken daarvoor aansluiting met de organisatieontwikkeling van gemeente Haarlem waarbij ‘van buiten naar binnen werken’ een vertrekpunt is van al ons handelen. 5.1.2 Monitoring en evaluatie Jaarlijks wordt er over de uitvoering van burger- en overheidsparticipatie en het uitdaagrecht gerapporteerd bij de jaarlijkse bestuursrapportage. Daarnaast zal na afloop van het jaar 2027 – wanneer er bijna vier jaren zijn verstreken na vaststelling van dit kader – middels kwalitatief onderzoek geëvalueerd welke vormen en werkwijze succesvol bijdragen aan de gestelde doelen (een meer inclusieve en goed functionerende democratie, gebruikmakend van de kennis en kunde uit de stad). Dit onderzoek wordt gelijktijdig en in samenhang met het onderzoek naar de wijkplatforms uitgevoerd.

20

Participatie Haarlem

De gemeente wil goed samenwerken met de inwoners, ondernemers en partners in buurten en wijken. We halen in een vroeg stadium ideeën, wensen en belangen op. We zetten ons in om dat zo

Leidende principes

inclusief mogelijk te doen. We vragen inwoners en ondernemers ook zelf met initiatieven te komen voor de grote opgaven, zoals de energietransitie of de mobiliteitstransitie. De kaders die de gemeenteraad

geeft zijn hierbij leidend. Participatie leidt niet altijd tot een volledig gedragen besluit. Regelmatig wordt niet tegemoet gekomen aan alle verschillende belangen van inwoners en belanghebbenden.

Wat is daarvoor nodig?

Starten met oriënterende gesprekken: initiatieffase

Voor de verschillende vormen van participatie is een participatiewijzer en ondersteuning vanuit de Democratiewerkplaats.

Participatie in Haarlem kent verschillende vormen: soms neemt de gemeente initiatief en vragen we bewoners mee te doen (burgerparticipatie) soms nemen bewoners initiatief en wordt de gemeente gevraagd mee te doen (overheidsparticipatie). Bij burgerparticipatie starten we met een initiatieffase; we voeren oriënterende gesprekken met betrokkenen.

De mate van invloed • De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor kwetsbare groepen in de samenleving. Dit staat soms op gespannen voet met de belangen van de omgeving. We organiseren bij die opgaven alleen de participatie op de uitvoering. • Bij stedelijke vraagstukken met belang voor de hele stad bepaalt de gemeente de kaders. We halen dan ideeën en reacties op om onze besluiten beter te maken. • Bij onderwerpen die direct en uitsluitend in de leefomgeving van bewoners spelen kunnen we vormen van zeggenschap bij de buurt neer leggen om zo eigenaarschap en gedeelde verantwoordelijkheid te stimuleren.

Participatieparagraaf en participatieverslag Voor participatie waarbij we als gemeente aan zet zijn streven we transparante procedures na. Beleid wordt beter als belangen in beeld zijn zodat deze zorgvuldig kunnen worden afgewogen. En beleid wordt effectiever als bewoners ook inzien dat hun belangen en zorgen zijn herkend en zorgvuldig zijn meegewogen. Dit vraagt om een zorgvuldig en transparant proces en om duidelijke communicatie en terugkoppeling over dat proces.

We stellen bij bestuurlijke besluiten een participatieparagraaf op waarin staat óf en zo ja hoe de participatie plaatsvindt: a het niveau (meeweten, meedenken, meedoen, meebeslissen) en het doel van de participatie; b de kernvragen, de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor de participatie en de wijze waarop deze kaders vooraf met de deelnemers worden gecommuniceerd; c de wijze waarop en het tijdvak waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; d de wijze waarop democratische waarden zoals inclusie, dialoog en transparantie zijn geborgd; Bij een volgend bestuurlijk besluit is een e participatieverslag onderdeel van de bestuurlijke stukken.

Actief op zoek naar het stille midden We erkennen dat er meer gesprekspartners in de wijk zijn dan voorheen en richten daar onze werkwijzen op in. Het is een doel op zich om bij participatie groepen te betrekken die zich minder snel laten horen: het stille midden, afhakers, jongeren. Zo kunnen we beter de kennis, informatie en ervaring van álle inwoners in de stad benutten en zo de kwaliteit van besluiten verhogen.

Netwerken en gebiedsteams De gemeente werkt van buiten naar binnen en van Nee tenzij naar Ja mits.

Er is een afwegingskader om, afhankelijk van type vraagstuk, de mate voor invloed te bepalen. De experimenten vanuit het programma Nieuwe Democratie die succesvol zijn bestendigen we, zoals wijkbudgetten.

We experimenteren met andere inzet van (communicatie-)middelen om onze inwoners te bereiken bij de processen die we organiseren. We nodigen niet alleen uit om mee te doen aan participatieprocessen, maar gaan ook naar de doelgroepen toe. Erop af. Naar zelforganisaties, jongerenclubs, scholen, pleinen: daar waar mensen samenkomen. Hiervoor reserveren we extra tijd en capaciteit.

We richten de organisatie zo in dat we initiatieven uit de stad kunnen faciliteren en trainen onze medewerkers op werken vanuit vertrouwen, betrouwbaar zijn en snel en simpel zijn waar het kan, en persoonlijk waar het hoort.

Participatie Haarlem

Van stad naar buurt

comments-question

person-chalkboard

bullseye-arrow

lines-leaning

sitemap

people-group

timeline-arrow

comment-question

rotate-left

file-signature

Type vraagstuk

Voorbeeld

Doel van de participatie

Effect

Mate van invloed

Type activiteiten

Proces

Vraag

Terugkoppeling

Wie besluit?

Meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen

Ook afhankelijk van de doelgroep

Opgaven waarvoor de gemeente een zorgplicht heeft / wil hebben Uitvoering vast­ gesteld beleid in de openbare ruimte Stedelijke opgave Beleids­ vraagstukken

Stedelijk en wijkgericht Plannen en projecten

Wijkgericht

Wijkgericht Bewoners­initiatief

Wijkgericht Ontwikkelaar in het kader van de omgevingswet

Opvang verslaafden Opvang daklozen ■ Opvang statushouders ■

■

■

■

Noodzakelijk onderhoud gecombineerd met vastgesteld beleid

Mobiliteitsbeleid Omgevingsvisie ■ WMO verordening ■ Cultuurplan ■

■

■

■

Omgevingsplan Stedenbouwkundig programma van eisen ■ Inrichting van wegen, buurten, pleinen en parken ■

■

■

WOP (wijkontwikkelproces) ■ Wijkaanpak Rozenprieel ■ Kleinschalige groeninitiatieven ■

Ramplaan Spaargas ■ Posthuis ■ Kweektuin ■ Wijkbudget ■

■

■

■

■

Sonnenborn

■

Geen participatie, wel communicatie/ meeweten

Geen participatie, wel communicatie/ meeweten

Verhogen van de kwaliteit van een besluit

Bouwen aan draagvlak voor een besluit en gebruik maken van de kennis en kunde uit de stad (Gedeeld) eigenaar­schap (en daarmee bouwen aan vertrouwen)

Eigenaarschap en zeggenschap overdragen

Bouwen aan draagvlak en gebruik maken van de kennis uit de stad

■

■

Informatie moet zorgen en vragen omgeving adresseren

Informatie moet zorgen en vragen omgeving adresseren

Meer ervaren legitimiteit ■ Transparantie voor bestuurlijke keuzes ■

■

■

■

Betrokkenheid inwoners bij de ontwikkeling van de stad

Verantwoordelijk voor de eigen leefomgeving

Verantwoordelijk voor de eigen leefomgeving

Meer draag­vlak voor plan ■ Inwoners voelen zich gehoord en betrokken ■

Meeweten over de locatiekeuze ■ Meedenken over de uitvoering ■

Informatiebijeenkomst Instellen klankbordgroep omwonenden ■ Projectpagina haarlem.nl ■

■

■

■

Meeweten

■

■

Meedenken

■

Informatiebijeenkomst

Informatiebijeenkomsten Fysieke en digitale plek om ­reacties te geven ■ Projectpagina haarlem.nl ■ Expertmeeting ■ Enquête ■ Aanwezig daar waar betrok­ kenen zijn (markt etc.) ■ Vaker met gerichte groep ■ Met professionele partners ­(sociaal domein)

■

■

■

■

Meedenken en/of doen

Zie boven Ontwerpatelier ■ Wijkwandeling ■ ■

■

■

Meedoen en/of meebeslissen

Overheidsparticipatie

Zie boven Bijeenkomsten met als doel: gedeeld kennisniveau ■ Ontwerpsessies ■ Meer één op één ■ Relatiegericht ■

Democratisch wijkbudget Uitdaagrecht ■ Maatschappelijke initiatieven

Meedenken

■

Voor ontwikkelaars is een folder beschikbaar op welke wijze zij vorm kunnen geven aan de participatie

Agenda wordt bepaald door de gemeente

Agenda wordt bepaald door de gemeente ■ Gemeente kan uitnodigen tot ­meedenken op inrichting proces

■

■

■

■

Agenda wordt bepaald door de gemeente

■

■

■

Agenda van de klankbordgroep kan gezamenlijk worden bepaald

Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het proces

Bij grote projecten met een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeente en initiatiefnemers wordt een samenwerkingsovereenkomst afgesloten over eigenaarschap en zeggenschap initiatiefnemers

Bij buitenplanse activiteiten toet­ sing participatie door gemeente ■ Initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het proces ■

■

■

■

■

■

■

■

Uitvraag aan omgeving waar gemeente rekening mee moet houden bij realisatie van de voorziening

■

Altijd d.m.v. notulen en verslagen

Zorgen en vragen horen en beantwoorden

Reacties, e ­ rvaringen en ideeën

Problemen, oplossingen, dilemma’s, belangen

■

■

Altijd door ­gemeente in e­en participatie­ verslag

Altijd door ­gemeente in een participatie­ verslag

Vraag wordt gezamenlijk bepaald

Bestuur

■

Bestuur

■

Bestuur

■

Bestuur

■

Agenda ­bepaalt door initiatiefnemer(s)

Agenda bepaalt door initiatiefnemer(s)

■

■

■

Participatie­ verslag bij vergunnings­ aanvraag

Bestuur besluit over de kaders, uitkomst ligt bij de wijk

Bewoners

Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 6 februari 2024

Tekst: Bestuur en Communicatie Fotografie: Jurriaan Hoefsmit Ontwerp afbeeldingen: Studio Swanink Drukwerk: nvt ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl • gemeentelijke organisatie is nog niet altijd goed ingericht op de leefwereld van bewoners. 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13778015/1