CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Algemeen controleplan Jeugdwet 2024

commissie Samenleving 17 oktober 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Algemeen Controleplan Jeugdwet 20247.029 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Algemeen controleplan Jeugdwet 1 juli 2024 Afdeling Jeugd, Onderwijs en Sport Afdeling Schulden, Minima en Sociale Recherche

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

2.

Wettelijk kader

6

3.

Controle doelstellingen

8

4.

Controleprocessen

9

4.1

Screening bij aanvragen

10

4.2

Interne controles

10

4.3

Verantwoording besteding lumpsum

10

4.4

Formele controle

11

4.5

Materiële controle

11

4.5.1

Voorwaarden materiële controle

12

4.5.2

Verwerking (persoons)gegevens

14

4.5.3

Hercontrole

15

4.5.4

Medewerkingsplicht

15

4.6

4.7

5.

6.

Fraudeonderzoek

16

4.6.1

Verwerking (persoons)gegevens

16

4.6.2

Medewerkingsplicht

17

Detailcontrole

18

4.7.1

Medisch beroepsgeheim en/of geheimhoudingsplicht

18

4.7.2

Voorwaarden van de detailcontrole

19

4.7.3

Hercontrole

20

Algemene Risicoanalyse

21

5.1

22

Inventarisatie signalen

Maatregelen

23

6.1

Bestuursrechtelijke maatregelen

23

6.2

Civielrechtelijke maatregelen

23

2

6.3

Strafrechtelijke maatregelen

24

Bijlage 1 Gunningsleidraad

25

Bijlage 2 Voorzieningen

26

3

1.

Inleiding Met de invoering van de Jeugdwet in 2015 is het takenpakket van gemeenten op het terrein van zorg uitgebreid. De gemeente is verantwoordelijk geworden voor zowel de uitvoering van zorgtaken als voor de rechtmatigheid daarvan. Dit strekt zich uit tot de organisatie van de toegang, het bieden van een passend hulpaanbod, het inkoop- en contractmanagement, de financiële administratie, de uitvoering van controles en het toezicht op de rechtmatigheid van de verstrekking. De gemeente heeft de uitvoering belegd bij het Centrum voor Jeugd en Gezin Haarlem (CJG). De (complexe) jeugdhulp is per 1 januari 2023 regionaal ingekocht echter heeft (nog) niet iedere gemeente in de regio toezichthouders aangewezen. Het voorstel aan de regio is dan ook om de uitvoering van het controleplan het komende jaar vanuit de gemeente Haarlem en Zandvoort te laten plaatsvinden en, aan de hand van opgedane ervaringen en resultaten, te onderzoeken, hoe dit verder in regionaal verband ingericht en uitgevoerd kan worden. De gemeente wilt de zorg kwalitatief goed én betaalbaar organiseren. Daarbij hoort controle en toezicht op de rechtmatigheid van de geleverde zorg. Dit gebeurt momenteel middels rechtmatigheidscontroles (perceel 2, PGB en light-contracten) die steekproefsgewijs ieder kwartaal uitgevoerd worden.

De gemeente heeft als doel oneigenlijk gebruik en fraude te voorkomen of in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren en op te pakken. Zowel bij de toegang als bij lopende indicaties. Het is belangrijk dat zorgaanbieders, verwijzers, zorgbehoevenden en financiers er samen voor zorgen dat: • • • • •

Alleen diegene zorg ontvangt die ook zorg nodig heeft; De juiste hoeveelheid zorg wordt ingezet: niet teveel en ook niet te weinig; Passende zorg wordt ingezet: niet te licht en niet te zwaar; De ingezette zorg goed kan worden verantwoord; Alleen rechtmatige, passende en doelmatige zorg wordt vergoed.

Dit algemeen controleplan beschrijft de uitvoeringskaders van de controle -en het toezicht op de rechtmatigheid van de geleverde zorg als toegepast door de gemeente binnen de Jeugdwet. Met dit algemeen controleplan informeert de gemeente zorgaanbieders en inwoners over: ➢ Het kader waarbinnen zij de controle -en het toezicht op rechtmatigheid van gedeclareerde zorg vorm geeft; ➢ Welke controles er uitgevoerd kunnen worden; ➢ Hoe er gehandeld wordt naar aanleiding van de uitkomsten van deze controles.

4

Dit algemeen controleplan geeft een algemene beschrijving van de controleprocessen en het toezicht. Op basis van dit algemeen controleplan kunnen formele controles, materiële controles, detailcontroles en fraudeonderzoeken worden uitgevoerd. Doormiddel van een werkprogramma wordt aan het algemeen controleplan verder invulling gegeven. Ingevolge de Regeling Jeugdwet wordt dit algemeen controleplan beschikbaar gesteld aan jeugdigen, hun wettelijke vertegenwoordigers en zorgaanbieders. Dit algemeen controleplan bestaat uit zes hoofdstukken. Hoofdstuk 2 gaat in op het wettelijk kader van het rechtmatigheidstoezicht binnen de Jeugdwet. In hoofdstuk 3 zijn de doelstellingen van de controles geformuleerd. In hoofdstuk 4 zijn de controleprossen uiteengezet: Het biedt een overzicht van de verschillende controles die worden -en kunnen worden ingezet. Hoofdstuk 5 beschrijft het proces van de algemene risicoanalyse. In hoofdstuk 6 zijn de maatregelen opgesomd die door de gemeente kunnen worden ingezet naar aanleiding van de uitkomsten van een controle.

5

2.

Wettelijk kader Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. De gemeenteraad heeft de Verordening Jeugdhulp gemeente Haarlem en Zandvoort 2019 (verder: Verordening Jeugdhulp) vastgesteld. Daarnaast heeft de gemeente - naast het verstrekken van subsidies voor o.a. preventieve jeugdhulp - privaatrechtelijke overeenkomsten met zorgaanbieders gesloten waarin de wederzijdse taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd. Op grond van de Verordening Jeugdhulp heeft het college toezichthouders aangewezen. Zij houden zich bezig met het toezicht op een rechtmatige uitvoering van de Jeugdwet. De toezichthouders zijn bij de uitoefening van hun taak gebonden aan de regels zoals vastgelegd in de artikelen 5:11 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. Het toezicht door de aangewezen toezichthouders ziet niet toe op de kwaliteit van de door de jeugdhulpaanbieders geleverde jeugdhulp. Dat toezicht is belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Veiligheid en Justitie (zie hoofdstuk 9 van de Jeugdwet). Zij voeren het kwaliteitstoezicht uit binnen het samenwerkingsverband Toezicht Sociaal Domein (TSD). Voor zover de gemeente signalen ontvangt over de kwaliteit van de te leveren of geleverde zorg, stuurt de gemeente deze door naar het TSD. Rechtmatigheidscontroles en onderzoeken worden uitgevoerd binnen de context van drie wettelijke kaders: -

Bestuursrecht: gericht op compliance met wet en regelgeving. Hieronder vallen onder meer de Jeugdwet, Regeling Jeugdwet en de Verordening Jeugdwet. Privaatrecht: gericht op compliance met wet en regelgeving. Strafrecht: onderzoek naar o.a. valsheid in geschrifte, oplichting, witwassen van verkregen fraudegelden, misbruik van identiteitsgegevens en/of onjuist besteden overheidsgelden als opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. Het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie bepaalt of naar aanleiding van een melding van de gemeente vervolging wordt ingesteld.

In de Regeling Jeugdwet zijn de formele controle, de materiële controle, het fraudeonderzoek en de detailcontrole opgenomen. In artikel 6b van de Regeling Jeugdwet is specifiek beschreven hoe de gemeenten materiële controles en fraudeonderzoeken dienen uit te voeren. Artikel 6b.2-6 beschrijft de materiële controle en artikel 6b.7 de wijze waarop een fraudeonderzoek dient plaats te vinden. Op hoofdlijnen geeft de regeling aan dat, voordat een materiële controle wordt uitgevoerd, eerst een algemene risicoanalyse dient te worden uitgevoerd die onderdeel vormt van een algemeen controleplan. Het algemeen controleplan moet gemakkelijk verkrijgbaar zijn. Artikel 6b.5 bevat regels omtrent de uitvoering van een detailcontrole en artikel 6b.6 omtrent de administratieve ontsluiting van deze controles voor toezichthouders.

6

De Regeling Jeugdwet verplicht zorgaanbieders om medewerking te verlenen aan deze onderzoeken en controles (artikel 6b.1). Wel zijn hierbij twee basisbeginselen in het bestuursrecht van belang: proportionaliteit en subsidiariteit. Het proportionaliteitsbeginsel houdt in deze in dat de gevraagde inspanning van de kant van de zorgaanbieder in een acceptabele verhouding moet staan tot het controledoel. Subsidiariteit betekent dat de gemeente het minst ingrijpende middel moet inzetten om het controledoel te bereiken. De subsidiariteit is met name van belang als het gaat om de verwerking van persoonsgegevens. Hier geldt: er worden niet meer persoonsgegevens verwerkt dan noodzakelijk is om het vastgestelde controledoel te kunnen behalen. In de Regeling Jeugdwet wordt in de artikelen 6b5-7 nadrukkelijk beschreven hoe persoonsgegevens mogen worden verwerkt.

7

3.

Controle doelstellingen De gemeente is gehouden door middel van controles de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de geleverde zorg te bepalen. De controles dragen bij aan het waarborgen van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de ondersteuning aan onze inwoners. Bij de regionale inkoop van jeugdhulp (Zorg in Natura) maken de samenwerkende gemeentes in Zuid-Kennemerland en IJmond onderscheid tussen complexe jeugdhulp en enkelvoudige jeugdhulp. Dit onderscheid is vertaald naar percelen: -

-

Perceel 1: complexe jeugdhulp. Dit omvat álle vormen van jeugdhulp. Voor de jeugdhulp in perceel 1 wordt ingezet op strategisch partnerschap: door samenwerking kan elke jeugdhulpaanbieder de best passende hulp bieden tegen beheersbare kosten. Perceel 2: enkelvoudige jeugdhulp. Dit omvat ambulante begeleiding, jeugd-GGZ (diagnostiek, basis en specialistische hulp) en dyslexiezorg. Overige inkoop: een verzamelnaam voor medisch kinderdagverblijven en forensische jeugdhulp.

Perceel 1 heeft een andere bekostigingsvorm dan perceel 2 en overige inkoop. Zorg in Natura voor perceel 1 wordt met een taakgerichte bekostiging en bijbehorende lumpsum gefinancierd. Deze bekostigingsvorm leidt tot andere indicatoren en prestaties die relevant zijn voor de verantwoording. De gemeente vraagt voor de geleverde zorg waarvoor de lumpsum van toepassing is een productie- en controleverklaring van de zorgaanbieder. De verantwoording vindt plaats op basis van inhoudelijke resultaten. Dit is bepalend voor het controledoel. Het controledoel voor alle percelen en PGB-gefinancierde zorg behelst het met voldoende zekerheid vaststellen dat sprake is van rechtmatigheid op het gebied van financiën en/of passende zorg en/of professioneel verantwoord handelen. Daarnaast moeten de gedeclareerde/besteedde zorgbedragen doelmatig zijn ingezet, wat betekent dat de geleverde prestaties het meest waren aangewezen gezien de gezondheidstoestand van de zorgbehoevenden. Overproductie dan wel onnodige zorgproductie moet worden beperkt. De specifieke controledoelstellingen zijn verwoord in de beschrijving van de verschillende controles in hoofdstuk 4 over controleprocessen.

8

4.

Controleprocessen De wetgever heeft – in het belang van de zorgaanbieders én de privacy van jeugdigen – regels opgesteld waaraan de gemeente zich moet houden bij het uitvoeren van controles. De basisregel is: licht beginnen en pas indien nodig verder inzoomen. In dit hoofdstuk wordt besproken welke controles de gemeente kan uitvoeren. De gemeente gaat stapsgewijs te werk. De gemeente werkt met zowel algemene controles als specifieke controles. De algemene controles zijn de screening, de interne controles, de formele controle en de materiële controle. De specifieke controles zijn de detailcontrole en het fraudeonderzoek. De specifieke controles worden ingezet: - Als met de inzet van algemene controles de rechtmatigheid en/of doelmatigheid van zorg niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld en/of; - Als na inzet van algemene controles de rechtmatigheid en/of doelmatigheid van zorg niet met voldoende zekerheid is vastgesteld en/of; - Als uit algemene controles signalen ontstaan die het wenselijk maken om zwaardere vormen van onderzoek in te zetten en/of; - Als uit andere bronnen signalen zijn ontvangen die het wenselijk maken om zwaardere vormen van onderzoek in te zetten. Signalen kunnen onder meer afkomstig zijn van het Informatie Knooppunt Zorgfraude, inspecties, toezichthouders en zorgbehoevenden1.

De door de gemeente ontvangen signalen worden verrijkt met (persoons)gegevens die reeds door de gemeente en het CJG zijn verwerkt in verband met de uitvoering van de Jeugdwet. Het doel van de verrijking is een completer beeld te krijgen van de signalen. Dit maakt weging en prioritering van het signaal mogelijk: welke controle wordt wanneer ingezet en door wie? Om deze vragen te beantwoorden, worden de verrijkte signalen besproken in een daarvoor ingericht integraal internoverleg.

1

Om zorgfraude te melden is een digitaal meldpunt ingericht op de website van de gemeente Haarlem.

9

4.1 Screening bij aanvragen Coaches van het team Passende Hulp van het CJG beoordelen PGB aanvragen voor jeugdigen. Toezichthouders rechtmatige zorg van het team Sociale Recherche en Debiteurenbeheer ondersteunen bij het beoordelen van deze (nieuwe) aanvragen. Dit doen zij aan de hand van een screeningsformulier. Op dit formulier verwerken zij informatie over de zorgaanbieder en haar bestuurder(s) die mogelijk van belang is bij de beoordeling van de aanvraag. Dit betreft informatie reeds door de gemeente verwerkt en/of uit openbare bronnen verkregen. Het screeningsformulier is onderdeel van het beoordelen van de aanvraag. Daarnaast kan er onder meer een controle plaatsvinden op (echtheid van) door de zorgaanbieder verstrekte of te verstrekken diploma’s, VOG’s en certificaten.

4.2 Interne controles De rechtmatigheid van jeugdhulp in perceel 1 vindt, met de samenwerkende gemeentes in Zuid-Kennemerland en IJmond, regionaal plaats. De controles van perceel 2, PGB en de lightcontracten/overige inkoopcontracten worden per gemeente intern uitgevoerd. • Perceel 1 In Addendum 1, behorende bij samenwerkingsovereenkomst meervoudige jeugdhulp regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond, staan de nadere afspraken over de financiële verantwoording. Partijen maken bij addendum nadere afspraken over de vaststelling van de rechtmatigheid van de besteding van het verkregen budget door middel van een vast te stellen controlematrix, die door de accountants van de consortia en de gemeenten is goedgekeurd. • Perceel 2 Deze interne controle wordt ieder kwartaal steekproefsgewijs uitgevoerd door de kwaliteitsmedewerker Jeugd en omvat de administratieve controles op de afgegeven indicaties, het besluitdossier en controle op het woonplaatsbeginsel. • PGB Deze controle wordt uitgevoerd door het CJG in samenwerking met de SVB. De inhoud van de controle komt overeen met de rechtmatigheidscontrole van perceel 2. • Light-contracten/overige inkoopcontracten De controle voor light-contracten en overige inkoopcontracten wordt op dezelfde wijze uitgevoerd als voor perceel 2.

Deze interne controle wordt ieder kwartaal steekproefsgewijs uitgevoerd door de kwaliteitsmedewerker Jeugd en omvat de administratieve controles op de afgegeven indicaties, het besluitdossier en controle op het woonplaatsbeginsel.

4.3 Verantwoording besteding lumpsum De gemeente vraagt voor de geleverde zorg waarvoor de lumpsum van toepassing is (perceel 1) een productie- en controleverklaring van de zorgaanbieder. De verantwoording vindt plaats op basis van inhoudelijke resultaten. De controle op de met de zorgaanbieders (consortia) overeengekomen doelstellingen vindt plaats middels financiële kwartaalrapportages en

10

kwartaalgesprekken vanuit contractmanagement. De samenwerkingsovereenkomst is hiervoor het uitgangspunt.

4.4 Formele controle Met de formele controle - als opgenomen in de Regeling Jeugdwet - kan worden nagegaan of de declaratie aan de rand voorwaardelijke ‘formele’ aspecten voor betaling voldoet. De formele controle is de controle op de rechtmatigheid van de ingediende facturen/declaraties van de zorgaanbieder. Er wordt nagegaan of het gedeclareerde bedrag: a. een prestatie betreft die is geleverd ten behoeve van een jeugdige die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente van het college; b. een prestatie betreft voor een in de wet bedoelde dienst; c. een prestatie betreft tot levering waarvan degene die de declaratie indient jegens de gemeente bevoegd is en d. overeenkomt met daartoe door of namens het college gemaakte (contract)afspraken of subsidievoorwaarden dan wel in hoogte aansluit bij hetgeen in de Nederlandse marktomstandigheden in redelijkheid passend is te achten. Naast bovengenoemde controlepunten valt ook de check of de ingediende declaratie past binnen de afgegeven beschikking of verwijzing (wat betreft omvang, duur, intensiteit en het toegewezen product) onder de formele controle. Tijdens de formele controle wordt niet nagegaan of de gedeclareerde dienst daadwerkelijk is geleverd. In artikel 6a.7 lid 1 van de Regeling Jeugdwet is beschreven dat de gemeente persoonsgegevens mag verwerken ten behoeve van het uitvoeren van formele controles.

Uit de formele controles kunnen signalen komen zoals: - Bijzondere verschillen tussen dezelfde typen aanbieders; - Bijzondere verschillen in tijdigheid, juistheid en volledigheid in het declaratieproces; - Fouten/oneigenlijke zaken; - Onverklaarbare zaken. Dergelijke signalen kunnen voor de gemeente aanleiding zijn om een materiële controle, een detailcontrole en/of een fraudeonderzoek uit te voeren.

4.5 Materiële controle De materiële controle - als opgenomen in de Regeling Jeugdwet - is een instrument dat kan worden ingezet in het kader van de controle van de rechtmatigheid en doelmatigheid van de geleverde jeugdhulp. Het richt zich als eerste stap op de jeugdigen. Volgens de Regeling Jeugdwet wordt (1) nagegaan of de gedeclareerde prestatie is geleverd en (2) of die prestatie: a. aansluit bij een door of namens het college afgegeven beschikking, inhoudende dat recht bestaat op preventie of jeugdhulp; b. indien het college een aanbieder heeft gemandateerd om namens hem preventie of jeugdhulp te verstrekken, binnen dat mandaat valt;

11

c. d. e.

past binnen een verwijzing door een huisarts, medisch specialist of jeugdarts; aansluit op een door de gecertificeerde instelling genomen beschikking als bedoeld in artikel 3.5 van de wet, inhoudende dat jeugdhulp aangewezen is; of aansluit op een rechterlijke uitspraak, inhoudende dat de jeugdige is aangewezen op een kinderbeschermingsmaatregel of op jeugdreclassering.

Het na te streven effect is het bevorderen van de bescherming van de gezondheid van jeugdigen. Geld dat de gemeente betaalt voor niet geleverde diensten of voor diensten die niet voldoen aan een toekenningsbeschikking, verwijzing, mandaat of rechterlijke uitspraak kan niet meer worden besteed aan doelen waar het voor bedoeld is. Te weten: Het goed helpen van jeugdigen en gezinnen en daarmee het bevorderen van hun gezondheid, opvoeding en welbevinden, en het zoveel mogelijk voorkomen dat jeugdigen in de toekomst inbreuk maken op de rechten en vrijheden van anderen. Een materiële controle mag worden uitgevoerd door iedereen met een geheimhoudingsplicht, dan wel die een aanstelling heeft bij een gemeente met bijbehorende geheimhoudingsplicht. In beginsel worden materiële controles uitgevoerd door toezichthouders rechtmatige zorg of door het contractmanagement in samenwerking met team passende hulp van het Centrum voor Jeugd en Gezin.

4.5.1 Voorwaarden materiële controle Voor het inzetten van een materiële controle is (1) een aanleiding en (2) een controledoel nodig. Daarnaast moet (3) worden bepaald op welke gegevens een materiële controle zich zal richten. Dit kan worden bepaald middels een algemene risicoanalyse. Voorwaarde 1: de aanleiding Een materiële controle kan worden ingezet naar aanleiding van: - Signalen uit de formele controle; - Signalen uit de buitenwereld; - Informatie van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ); en/of - Informatie van een gemeentelijk toezichthouder. Voorwaarde 2: het controledoel Voorafgaand aan de uitvoering van de materiële controle wordt het doel ervan vastgesteld. Door formulering van het doel worden de diepgang en de reikwijdte van de materiële controle begrensd. De materiële controle gaat nooit verder dan noodzakelijk voor het controledoel. Het doel van de materiële controle is bevordering van een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Jeugdwet. Naar aanleiding van een signaal wordt nagegaan of de voorzieningen wel of niet zijn verleend en of ze wel of niet aansluiten bij een toekenningsbeschikking, verwijzing, mandaat of rechterlijke uitspraak. Dit moet met een voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld.

Bij perceel 1 is er sprake van voldoende zekerheid als aannemelijk is dat bij 95% van de jeugdigen de geïndiceerde zorg conform de beschikking daadwerkelijk is geleverd en is voldaan aan de specifieke relevante eisen. Bij perceel 2, overige inkoop en PGB is er sprake van voldoende zekerheid als aannemelijk is dat

12

bij minimaal 95% van de gedeclareerde trajecten of facturen de geïndiceerde zorg daadwerkelijk is geleverd en is voldaan aan de specifieke relevante eisen. De materiële controle wordt gestopt als het controledoel is bereikt en er voldoende zekerheid is verkregen. In het geval dat het controledoel niet is behaald of aantoonbaar niet behaald kan worden, dan kan worden overgegaan tot de inzet van een detailcontrole. Als het controledoel is bereikt, informeert de gemeente de zorgaanbieder over de resultaten van de controle. De zorgaanbieder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een redelijk termijn te reageren in het kader van hoor en wederhoor. Daarna stelt de gemeente de uitkomst van de controle definitief vast en wordt de zorgaanbieder daarover bericht. Het informeren van de zorgaanbieder kan achterwegen blijven indien opvolgend een fraudeonderzoek wordt uitgevoerd en/of melding wordt gedaan bij het Openbaar Ministerie. Voorwaarde 3: het onderwerp en de objecten Op welke gegevens een materiële controle zich zal richten, is afhankelijk van de betreffende signalen. De betreffende signalen zijn namelijk bepalend voor het onderwerp van de materiële controle. In andere bewoording: de betreffende signalen zijn bepalend voor de vraag op welke jeugdige(n) en welke zorg de materiële controle zich richt.

Tot de doelgroep van een materiële controle behoren alle jeugdigen die zorg (zouden moeten) ontvangen van door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieders en alle door hen geleverde en gedeclareerde zorgprestaties. Daarnaast behoren tot de doelgroep ook alle jeugdigen die zorg hebben ingekocht middels een Persoonsgebonden Budget, alle door hen gedeclareerde zorgprestaties en de daaraan verbonden zorgaanbieders. Met een materiële controle kan de gemeente controleren of (1) zorg feitelijk is geleverd, (2) of er passende zorg is geleverd en (3) of de aanbieder op een professionele wijze zorg levert. Ten eerste kan met een materiële controle worden gecontroleerd of de zorg feitelijk is geleverd. Er wordt onderzocht of -en welke voorzieningen zijn geleverd en of die voorzieningen aansluiten bij de toekenningsbeschikking verwijzing, mandaat of rechterlijke uitspraak. Ten tweede kan met een materiële controle worden gecontroleerd of er sprake is van passende zorg. In de Jeugdwet staat in artikel 4.1.1 lid 1: De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling verlenen verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan hulp van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder.

De jeugdhulp moet dus: - noodzakelijk zijn, te weten afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder; - veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht zijn; - de jeugdige helpen gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren (artikel 2.2 Jeugdwet).

13

Aanvullend zijn de volgende doelen vastgesteld voor perceel 1 jeugdhulp: 1) Ouders en jeugdigen kunnen, met steun van hun omgeving, omgaan met de gewone hobbels in het opvoeden en opgroeien; 2) Kinderen en jongeren krijgen tijdig de best passende hulp (zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig); 3) Kinderen en jongeren groeien zo thuis mogelijk op; 4) Kinderen en jongeren groeien veilig op; 5) Jeugdhulp en onderwijs zetten zich in samenhang in voor de ontwikkeling van Jeugdigen. Ten derde kan met een materiële controle worden gecontroleerd of op een professionele wijze zorg wordt geleverd. Professioneel handelen omvat volgens artikel 4.1.1 lid 2 en 3 Jeugdwet minimaal het werken met: - voldoende -en voldoende gekwalificeerd personeel; - voldoende -en kwalitatief materieel; - personeel dat werkt conform de professionele standaarden; - een passende verantwoordelijkheidstoedeling; - personeel dat beschikt over een VOG (artikel 4.1.6 Jeugdwet); - de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (artikel 4.1.7 Jeugdwet); - protocol voor het melden van calamiteiten (artikel 4.1.8 Jeugdwet); - vertrouwenspersonen (artikel 4.1.9 Jeugdwet); - een accommodatie met geestelijke verzorging die aansluit bij de jeugdige (bij verblijfaccommodaties); - evaluaties en systematische bewaking van de kwaliteit (artikel 4.1.4 Jeugdwet).

Aanvullend worden in artikel 5.2 Verordening Jeugdhulp Regio ZKIJ voor het persoonsgebonden budget voorwaarden verbonden waaraan formele hulp moet voldoen: - de zorgaanbieder of zzp’er staat ten aanzien van de voor het PGB uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven in het Handelsregister. Dit met uitzondering van personen die staan ingeschreven in het BIG-register of het register als bedoeld in artikel 5.2.1 Besluit Jeugdwet voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp; - het personeel van de zorgaanbieder of zzp’er beschikt over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; - de jeugdhulp wordt niet geboden door een bloed- of aanverwant in de 1ste of 2e graad van de budgethouder. Er is dan altijd sprake van informele hulp. Aanvullend worden in de Gunningsleidraad Jeugdhulp Regio’s IJmond en Zuid-Kennemerland Perceel 1 kwaliteitseisen beschreven. De kwaliteitseisen van medewerkers zijn als bijlage 1 toegevoegd aan dit Algemeen Controleplan.

4.5.2 Verwerking (persoons)gegevens Tijdens een materiële controle kunnen ten behoeve van het behalen van het controledoel onder meer de volgende (persoons)gegevens worden verwerkt: - Verkregen met het betreffende signaal;

14

-

-

Reeds door de gemeente verwerkt in verband met de uitvoering van de Jeugdwet, waaronder (persoons)gegevens bij de declaraties verkregen; Reeds door de gemeente verwerkt in verband met een formele controle; Reeds door de gemeente verwerkt in verband met een fraudeonderzoek; Die bij de zorgaanbieder worden opgevraagd of gevorderd. Deze gegevens mogen niet de persoon van de jeugdige betreffen; Die op grond van een wettelijke regeling worden verkregen. Bijvoorbeeld op grond van een bevoegdheid van de toezichthouder als genoemd in de Algemene wet bestuursrecht; Die met systeemonderzoek worden verkregen. Bijvoorbeeld informatie uit het kadaster, de BRP en de Kamer van Koophandel; Die met onderzoek in de openbronnen van het internet worden verkregen; Die met niet-stelselmatige waarnemingen worden verkregen; Die met huis- en/of locatiebezoeken worden verkregen; Die met gesprekken worden verkregen.

Een materiële controle wordt verricht zonder dat persoonsgegevens van jeugdigen bij de zorgaanbieder worden ingezien, opgevraagd of gevorderd. Indien de zorgaanbieder deze persoonsgegevens per abuis of uit eigen beweging verstrekt, dan worden deze direct vernietigd. De zorgaanbieder wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gesteld. Er mogen wel verklaringen en/of andere gegevens (geen persoonsgegevens) bij de zorgaanbieder worden ingezien of verkregen. Voorbeelden daarvan zijn: accountants-, AO/IC- en bestuursverklaringen, rapportages over eventuele verbeteracties, rapportages over de werking van administratievoering, werkinstructies over het registeren van gewerkte uren en de financiële productieverantwoording. De gemeente is verwerkingsverantwoordelijke voor de (persoons)gegevens die het CJG verwerkt bij de toeleiding naar jeugdzorg. Het CJG voert deze gemandateerde taak namens de gemeente uit. De gemeente heeft in het kader van het rechtmatigheidstoezicht toegang tot deze (persoons)gegevens. Bij het uitvoeren van de materiële controle worden de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht genomen. Met subsidiariteit wordt bedoeld dat het minst ingrijpende middel wordt ingezet om een bepaald doel te bereiken. Met proportionaliteit wordt bedoeld dat er een redelijke verhouding is tussen het doel en het ingezette middel.

4.5.3 Hercontrole Naar aanleiding van een materiële controle kan eventueel een hercontrole plaatsvinden, bijvoorbeeld om te controleren of een afgesproken verbeterplan of andere maatregelen daadwerkelijk leiden tot verbetering van de rechtmatigheid en/of doelmatigheid.

4.5.4 Medewerkingsplicht Op grond van artikel 6b.1 Regeling Jeugdwet zijn zorgaanbieders verplicht medewerking te verlenen aan een materiële controle. Op grond van artikel 8.1.2 lid 3 Jeugdwet zijn de jeugdige

15

en zijn ouders verplicht desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de Jeugdwet.

4.6 Fraudeonderzoek Met een fraudeonderzoek onderzoekt de gemeente of degene die bij de gemeente een bedrag (als bedoeld in artikel 6a.1 Regeling Jeugdwet) in rekening brengt, valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van rechthebbenden of verduistering pleegt of tracht te plegen ten nadele van de gemeente, met het doel een betaling of ander voordeel te verkrijgen waarop hij geen recht heeft of kan hebben. Het fraudeonderzoek richt zich op de declaraties door -en betalingen aan de zorgaanbieder. Het algemene doel van een fraudeonderzoek is onderzoeken of er sprake is van fraude als genoemd in de Regeling Jeugdwet. In het geval van een fraudeonderzoek gaat de gemeente na of de aanbieder opzettelijk en doelbewust in strijd met de wet- en regelgeving handelt, met het oog op eigen- of andermans financiële gewin. De gemeente doet bijvoorbeeld onderzoek naar de vraag of een zorgaanbieder onrechtmatig declaraties heeft ingediend (of dat getracht heeft te doen) met het doel daarmee zichzelf te bevoordelen.

Heeft de zorgaanbieder de bedoeling gehad zichzelf te bevoordelen door ten onrechte (meer, andere of duurdere) dienstverlening te declareren? De gemeente kan een fraudeonderzoek enerzijds inzetten naar aanleiding van aanwijzingen voor mogelijke fraude uit een formele -of materiële controle, anderzijds wanneer langs andere weg (bijvoorbeeld een tip of controle op naleving contractvoorwaarden) aanwijzingen voor mogelijke fraude zijn ontvangen. Blijkt uit het fraudeonderzoek dat er geen sprake is van fraude, maar zijn er wel vragen over de rechtmatigheid en/of doelmatigheid van de zorg? Dan beëindigt de gemeente het fraudeonderzoek en kan ze een materiële controle starten. Het fraudeonderzoek wordt gestopt als het controledoel is bereikt. In het geval dat het controledoel niet is behaald of aantoonbaar niet behaald kan worden, dan kan worden overgegaan tot de inzet van een detailcontrole. Als het controledoel is bereikt, informeert de gemeente de zorgaanbieder over de resultaten van het onderzoek. De zorgaanbieder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een redelijk termijn te reageren in het kader van hoor en wederhoor. Daarna stelt de gemeente de uitkomst van het onderzoek definitief vast en wordt de zorgaanbieder daarover bericht. Het informeren van de zorgaanbieder kan achterwegen blijven indien opvolgend melding wordt gedaan bij het Openbaar Ministerie.

Het fraudeonderzoek wordt uitgevoerd door toezichthouders rechtmatige zorg van de gemeente.

4.6.1 Verwerking (persoons)gegevens Tijdens een fraudeonderzoek kunnen onder meer de volgende (persoons)gegevens worden verwerkt:

16

-

-

Verkregen met het betreffende signaal; Reeds door de gemeente verwerkt in verband met de uitvoering van de Jeugdwet, waaronder (persoons)gegevens bij de declaraties verkregen; Reeds door de gemeente verwerkt in verband met een formele controle; Reeds door de gemeente verwerkt in verband met een materiële controle; Die bij de zorgaanbieder worden opgevraagd of gevorderd. Deze gegevens mogen niet de persoon van de jeugdige betreffen; Die op grond van een wettelijke regeling worden verkregen. Bijvoorbeeld op grond van een bevoegdheid van de toezichthouder als genoemd in de Algemene wet bestuursrecht; Die met systeemonderzoek worden verkregen. Bijvoorbeeld informatie uit het kadaster, de BRP en de Kamer van Koophandel; Die met onderzoek in de openbronnen van het internet worden verkregen; Die met niet-stelselmatige waarnemingen worden verkregen; Die met huis- en/of locatiebezoeken worden verkregen; Die met gesprekken worden verkregen.

Een fraudeonderzoek wordt verricht zonder dat persoonsgegevens van jeugdigen bij de zorgaanbieder worden ingezien, opgevraagd of gevorderd. Indien de zorgaanbieder deze persoonsgegevens per abuis of uit eigen beweging verstrekt, dan worden deze direct vernietigd. De zorgaanbieder wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gesteld. Er mogen wel verklaringen en/of andere gegevens (geen persoonsgegevens) bij de zorgaanbieder worden ingezien of verkregen. Voorbeelden daarvan zijn: accountants-, AO/IC- en bestuursverklaringen, rapportages over eventuele verbeteracties, rapportages over de werking van administratievoering, werkinstructies over het registeren van gewerkte uren en de financiële productieverantwoording. De gemeente is verwerkingsverantwoordelijke voor de (persoons)gegevens die het CJG verwerkt bij de toeleiding naar jeugdzorg. Het CJG voert deze gemandateerde taak namens de gemeente uit. De gemeente heeft in het kader van het rechtmatigheidstoezicht toegang tot deze (persoons)gegevens. Bij het uitvoeren van een fraudeonderzoek worden de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht genomen. Met subsidiariteit wordt bedoeld dat het minst ingrijpende middel wordt ingezet om een bepaald doel te bereiken. Met proportionaliteit wordt bedoeld dat er een redelijke verhouding is tussen het doel en het ingezette middel.

4.6.2 Medewerkingsplicht Op grond van artikel 6b.1 Regeling Jeugdwet zijn zorgaanbieders verplicht medewerking te verlenen aan een fraudeonderzoek. Op grond van artikel 8.1.2 lid 3 Jeugdwet zijn de jeugdige en zijn ouders verplicht desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de Jeugdwet.

17

4.7 Detailcontrole De detailcontrole - als opgenomen in de Regeling Jeugdwet - is een instrument dat kan worden ingezet als een verdiepend onderzoek in het proces van de materiële controle en het fraudeonderzoek. De gemeente voert eerst een materiële controle of fraudeonderzoek uit zonder detailcontrole. De detailcontrole mag worden ingezet als tijdens de materiële controle of het fraudeonderzoek onvoldoende zekerheid is verkregen over de rechtmatigheid en/of doelmatigheid van de verleende -of gedeclareerde zorg. Het controledoel is niet behaald of van te voren wordt ingeschat dat het niet kan worden behaald. Het doel van detailcontrole is om wel voldoende zekerheid te verkrijgen over de rechtmatigheid en doelmatigheid van de gedeclareerde zorg/PGB’s. Daarvoor is meer informatie nodig, zoals het opvragen van persoonsgegevens van de jeugdige die bij de zorgaanbieder berusten. De detailcontrole kan zich richten op zowel gecontracteerde zorgaanbieders en alle door hen geleverde en gedeclareerde zorgprestaties als op PGB’s. Het kan gaan om lichtere vormen van detailcontrole, zoals het opvragen van persoonsgegevens met betrekking tot de jeugdige zonder dat de gemeente inzage heeft in de administratie van de zorgaanbieder. Of het inzien van de administratie van de zorgaanbieder waarbij de gemeente geen kennis neemt van diagnosegegevens van de jeugdigen.

Bijvoorbeeld het raadplegen van een afsprakenagenda om na te gaan of met de jeugdige behandelingsafspraken zijn gemaakt. Het kan ook gaan om zwaardere vormen van detailcontrole, zoals inzage in het medisch dossier van de jeugdige. De detailcontrole kan dus met of zonder inzage in het medisch dossier/jeugdhulpdossier van de jeugdige plaatsvinden. Inzage is alleen in uiterste instantie mogelijk. Ook indien de jeugdige of degene die het gezag over hem uitoefent schriftelijk toestemming heeft gegeven om zijn persoonsgegevens te verstrekken aan de gemeente, verwerkt deze bij de detailcontrole niet meer gegevens van die jeugdige dan gelet op het onderzoeksdoel en de omstandigheden van het geval noodzakelijk is. Als het controledoel is bereikt, stopt de detailcontrole en kunnen er conclusies worden getrokken. Na afloop van de controle informeert de gemeente de zorgaanbieder over de resultaten van de controle. De zorgaanbieder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een redelijk termijn te reageren in het kader van hoor en wederhoor. Daarna stelt de gemeente de uitkomst van de detailcontrole definitief vast en wordt de zorgaanbieder daarover bericht.

4.7.1 Medisch beroepsgeheim en/of geheimhoudingsplicht Het tijdens de detailcontrole verwerken van persoonsgegevens van de jeugdige of degene die het gezag over hem uitoefent mag enkel door of onder verantwoordelijkheid van personen die daartoe bevoegd zijn volgens de Regeling Jeugdwet. De Regeling Jeugdwet beschrijft in artikel 6b.5 tweede lid dat de onderzoeker (die persoonsgegevens inziet en verwerkt) in het geval van jeugd-GGZ een persoon moet zijn waarop een medisch beroepsgeheim van toepassing is. In andere gevallen van jeugdhulp moet de onderzoeker: - werken onder verantwoordelijkheid van een persoon waarop een medisch beroepsgeheim van toepassing is; - geheimhoudingsplicht hebben op basis van artikel 7.3.11 Jeugdwet;

18

-

een geheimhoudingsplicht hebben op basis van artikel 88 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Het doel van de inzet van een geautoriseerd persoon is dat op die manier voldoende zorginhoudelijke deskundigheid wordt ingezet om de juiste gegevens uit een jeugdhulpdossier te kunnen selecteren en interpreteren.

4.7.2 Voorwaarden van de detailcontrole Een detailcontrole in het proces van de materiële controle wordt pas uitgevoerd nadat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a) een specifieke risicoanalyse is verricht op de bevindingen uit het uitgevoerde algemene controleplan. Deze analyse is erop gericht te bepalen op welke gegevens en op welke zorgaanbieders of categorieën van zorgaanbieders de detailcontrole zich zal richten; b) een specifiek controleplan is opgesteld met een specifiek controledoel (dat met minder ingrijpende methodes niet kan worden bereikt). Hierin zijn de objecten van de materiële controle en de methoden van de detailcontrole opgenomen; c) beschreven is dat niet meer persoonsgegevens worden verwerkt dan gelet op het onderzoeksdoel en de omstandigheden van het te onderzoeken geval noodzakelijk is; d) de aanbieder (schriftelijk) is geïnformeerd waarbij is beschreven hoe is voldaan aan deze voorwaarden van de Regeling Jeugdwet. De gemeente kondigt de detailcontrole voorafgaand aan de feitelijke controle en binnen een redelijke termijn aan bij de zorgaanbieder. De zorgaanbieder wordt geïnformeerd over de aanleiding en het doel van de detailcontrole. Ook informeert de gemeente de zorgaanbieder over hoe en wanneer de bevindingen uit de detailcontrole aan hem worden teruggekoppeld.

Op verzoek van de zorgaanbieder motiveert de gemeente de wijze van invulling van de specifieke risicoanalyse, het specifieke controleplan en de detailcontrole. De gemeente hoeft aan voorwaarden a, b en d niet te voldoen indien jeugdige/degene die gezag heeft ten behoeve van de materiële controle of het fraudeonderzoek schriftelijke toestemming aan de zorgaanbieder heeft gegeven voor verstrekking van gegevens over de gezondheid van de jeugdige aan het college (artikel 6b.5 lid 3 Regeling Jeugdwet). Dit geldt voor jeugdigen tot 12 jaar (ouders beslissen), 12-16 jeugdigen meebeslissen en vanaf 16 zelf bevoegd. Als de detailcontrole plaatsvindt in het proces van het fraudeonderzoek, dan zijn enkel voorwaarden b en c overeenkomstig van toepassing. Voorwaarde d is overeenkomstig van toepassing voor zover het onderzoeksbelang of het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de jeugdige of degene die het gezag over hem uitoefent zich hier niet tegen verzet.

19

4.7.3 Hercontrole Net als bij een materiële controle kan ook naar aanleiding van een detailcontrole eventueel een hercontrole plaatsvinden. Bijvoorbeeld om te controleren of een afgesproken verbeterplan of andere maatregelen daadwerkelijk leiden tot verbetering van de rechtmatigheid en/of doelmatigheid.

20

5.

Algemene Risicoanalyse Volgens de Regeling Jeugdwet is een algemene risicoanalyse een analyse die erop is gericht te bepalen op welke gegevens de materiële controle of het fraudeonderzoek zich zal richten. De algemene risicoanalyse is een voorwaarde voor het inzetten van een materiële controle. De risicoanalyse wordt verricht op gegevens die de gemeente ontleent aan zijn administratie, alsmede op grondslag van andere signalen of aanwijzingen waarover zij beschikt. Of een materiële controle of een fraudeonderzoek wordt ingezet en op welke gegevens deze is gericht, is afhankelijk van de betreffende signalen. De signalen zijn namelijk bepalend voor het in te zetten instrument en het onderwerp van de controle of het onderzoek. In andere bewoording, de betreffende signalen zijn bepalend voor beantwoording van de vragen: 1) Op welke jeugdige(n), zorgaanbieder(s) en/of zorg wordt een controle gericht? 2) Welk(e) algemene en/of specifieke controle(s) worden ingezet en door wie? De ontvangen signalen worden verrijkt met (persoons)gegevens die reeds door de gemeente zijn verwerkt in verband met de uitvoering van de Jeugdwet en/of (persoons)gegevens die het CJG heeft verwerkt bij de toeleiding naar jeugdzorg. De gemeente maakt hiervoor gebruik van een preweegdocument. Het doel van de verrijking is een completer beeld te krijgen van de signalen.

Dit maakt beantwoording van voornoemde twee vragen mogelijk. Om deze vragen te beantwoorden, worden de verrijkte signalen besproken in een daarvoor ingericht integraal internoverleg. Pas na beantwoording van de twee vragen kan een controle worden uitgevoerd. De middelen die de gemeente kan inzetten om controles feitelijk uit te voeren zijn schaars. Dit maakt prioritering noodzakelijk: naar welke signalen wordt met voorrang of direct een controle ingesteld? Ook prioritering vindt plaats binnen voornoemd integraal internoverleg. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van een impactanalyse. Hiermee wordt de impact voor de jeugdige(n), de samenleving en de gemeente geduid: -

-

Of en in welke mate er mogelijk sprake is van: o Dat de betaalde zorg (deels) niet is geleverd; o Dat de betaalde zorg duurder is dan de geleverde zorg; o Dat de indicaties voor de benodigde zorg met opzet zijn verhoogd; o Dat de kwaliteit van de zorg op een zo laag en goedkoop mogelijk niveau is gebracht; o Dat ter controle of verantwoording valselijk documenten zijn opgemaakt. Of en in welke mate er voor de jeugdige(n) en/of zorgbehoevende(n) mogelijk (directe) gezondheidsrisico’s zijn; Of er mogelijk sprake is van recidive door de zorgaanbieder of bestuurder(s); Of er mogelijk sprake is van samenloop met (ondermijnende) criminaliteit; Of er mogelijk sprake is van hinder -of overlast voor derden; Of er regionaal publiekbelang is bij het instellen van een controle;

21

-

Of en in welke mate er mogelijk (toekomstig) financieel nadeel is voor de gemeente.

Risicoanalyse

Stap 1: Verrijking signalen Stap 2: Bepalen onderwerp Stap 3: Bepalen in te zetten controle(s) Stap 4: Prioritering

Schematische weergave risicoanalyse als uitgevoerd door het Weeg -en Beleidsoverleg Zorgfraude

5.1 Inventarisatie signalen Signalen over de rechtmatigheid en/of doelmatigheid van de jeugdzorg kunnen onder andere afkomstig zijn uit de volgende bronnen: -

Reeds uitgevoerde algemene -of specifieke controles; Jaarrekeninganalyses en accountantsverklaringen; Meldingen ontvangen door de gemeente (o.a. via het meldpunt op de website); Meldingen en signalen van het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ); Jaarbeeldrapportages IKZ; Informatie Dashboard NZA; Companyscan; Signalen uit gesprekken in het kader van contractmanagement; Signalen uit gesprekken met jeugdigen van verwijzers (o.a. cliëntbelevingsonderzoek); Externe signalen van bijvoorbeeld VNG, media (Pointer), inspecties, gemeenten etc.

22

6.

Maatregelen Uitkomsten uit de materiële controle, het fraudeonderzoek en/of detailcontrole kunnen leiden tot repressieve -of preventieve maatregelen. Bij het bepalen van de te nemen maatregelen staat het belang van de jeugdige(n) centraal en wordt onder meer rekening gehouden met de volgende aspecten: -

de omvang van de geschonden normen; de wijze waarop en de ernst van de geschonden normen; de zwaarte van het geschonden belang van de jeugdige(n); bekendheid van de zorgaanbieder met zorg- en declaratievoorschriften; eventuele eerdere onrechtmatigheden of waarschuwingen; houding van de zorgaanbieder (onder andere bereidheid tot medewerking controle); zorgvuldige procedure; belangen van inwoners; het gevolg staat in verhouding tot de geconstateerde tekortkoming; redelijkheid en billijkheid.

6.1 Bestuursrechtelijke maatregelen De gemeente kan één of meerdere van de volgende bestuursrechtelijke maatregelen nemen: -

het afgeven van een (bestuurlijke) waarschuwing aan zorgaanbieder; het uitbreiden van de controle/opvoeren van controlefrequentie; het indienen van een melding bij een daartoe aangewezen orgaan IGZ, IKZ, IJZ, tuchtrechter, FIOD en/of toezichthouder; het herzien of intrekken van het besluit tot verstrekken van een maatwerkvoorziening of een PGB; het terugvorderen (geheel of gedeeltelijk) van verstrekte zorggelden; het omzetten van een toegekend PGB naar een voorziening voor Zorg in Natura; het opleggen last onder dwangsom of last onder bestuursdwang; de onderzoeksbevindingen en toegepaste sancties openbaar maken; andere bestuursrechtelijke maatregelen.

6.2 Civielrechtelijke maatregelen De gemeente kan één of meerdere van de volgende civielrechtelijke maatregelen nemen: -

het uitvoeren van verscherpt contractmanagement in de vorm van aanwijzingen, aanvullende afspraken, extra gesprekken en het opvragen van extra rapportages; het (tijdelijk) stopzetten van de instroom van nieuwe indicaties en jeugdigen; de zorgaanbieder verplicht stellen om uitvoering te geven aan een verbeterplan;

23

-

het terugvorderen van onverschuldigde betaling(en) of het verrekenen daarvan met toekomstige betalingen; het terugvorderen of verrekenen van gemaakte onderzoekskosten en daarmee samenhangende kosten; het opschorten van betalingen; het bijstellen van overeengekomen tarieven of het uitsluiten van bepaalde productcodes; het niet overgaan tot hercontractering; het opzeggen of ontbinden van overeenkomsten; het (gedeeltelijk) aansprakelijk stellen van de zorgaanbieder en/of haar bestuurders; andere civielrechtelijke maatregelen.

6.3 Strafrechtelijke maatregelen De gemeente kan één of meerdere van de volgende strafrechtelijke maatregelen nemen: -

-

melding doen bij het OM en/of andere bevoegde opsporingsinstantie; aangifte doen bij de politie en/of de Nederlandse Arbeidsinspectie; de FIOD inlichten; strafrechtelijk onderzoek door buitengewoon opsporingsambtenaren, al dan niet in samenwerking met andere opsporingsdiensten. In gevallen waarvan er sprake is van een verdenking van ernstige vormen van fraude en/of verwevenheid met andere vormen van (ondermijnende) criminaliteit prevaleert strafrechtelijk onderzoek. Het besluit om al dan niet te vervolgen ligt bij het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie; andere strafrechtelijke maatregelen.

24

Bijlage 1 Gunningsleidraad

25

Bijlage 2 Voorzieningen In de Verordening jeugdhulp regio ZKIJ (artikel 2.1) worden de volgende vrij toegankelijke jeugdhulp voorzieningen genoemd: a. Informatie en advies; b. Activiteiten zoals training, cursus, themabijeenkomst; c. Jeugdgezondheidszorg; d. Jongerenwerk; e. Maatschappelijk werk; f. Gezins- en jongeren coaching; g. Jeugdhulp op school, op door het college vast te stellen scholen. In de Verordening jeugdhulp regio ZKIJ (artikel 2.1) worden de volgende niet-vrij toegankelijke individuele jeugdhulp voorzieningen genoemd: a. Ambulante begeleiding; b. Ambulante spoedhulp; c. Gezinsbegeleiding; d. Dagbesteding; e. Basis Jeugd-GGZ; f. Specialistische Jeugd-GGZ; g. Diagnostiek; h. Ernstige Dyslexiezorg; i. Behandeling individueel; j. Behandeling groep; k. Kort verblijf; l. Pleegzorg; m. Gezinshuis; n. Fasehuis, kamertraining; o. Verblijf open setting (regulier en crisis); p. Verblijf klinische bedden (regulier en crisis); q. Verblijf residentiele setting zwaar (regulier en crisis); r. Jeugdzorgplus.

26

Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 1 juli 2024

Tekst: Beleidsadviseur D. Bording & Kwaliteitsmedewerker M. Lanting

________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14598824/1