CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Addendum Perceel 2

commissie Samenleving 10 april 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Inkoop jeugdzorg perceel 22.780 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ADDENDUM BEHORENDE BIJ OVEREENKOMSTEN JEUGDHULP SAS PROCEDURE – PERCEEL 2A (ZORGINSTELLINGEN) EN PERCEEL 2B (VRIJGEVESTIGDEN) CONCEPTVERSIE 2 – 19 februari 2025 Partijen:

1. de gemeente Bloemendaal; 2. de gemeente Haarlem; 3. de gemeente Heemstede; 4. de gemeente Zandvoort; 5. de gemeente Beverwijk; 6. de gemeente Heemskerk; 7. de gemeente Velsen; te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…….>, in <zijn/haar> hoedanigheid van <…….>, hierna te noemen: 'Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond'. en <Opdrachtnemer>, gevestigd aan de <adres>, <postcode, plaats>, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…….>, in <zijn/haar> hoedanigheid van <…….>, hierna te noemen: 'Opdrachtnemer'; alle bovenstaande partijen gezamenlijk te noemen 'Partijen', Overwegingen: •

Partijen hebben per 1 januari 2024 een overeenkomst van opdracht gesloten voor het leveren van enkelvoudige jeugdhulp. In de overeenkomsten van opdracht is onderscheid gemaakt tussen vrijgevestigden (perceel 2B) en instellingen (perceel 2A);

•

In de uitvoering van de overeenkomst van opdracht is door met name vrijgevestigden geconstateerd dat door contractuele afspraken het ingewikkeld is om verantwoorde jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet te leveren; 1/11

CONCEPT

PARTIJEN:

•

Partijen zijn daarover in gesprek gegaan en hebben afspraken gemaakt om gedurende een pilot voor de duur van één jaar afwijkende afspraken te maken. De pilot gaat in per 1 januari 2025 en eindigt uiterlijk 31 december 2025. Gedurende het jaar zal de afwijkende werkwijze door Partijen worden geëvalueerd en zal door de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond worden bezien of zij de afwijkende afspraken voor een langere periode contractueel willen vastleggen. De afwijkende afspraken die gelden tijdens het pilotjaar zijn vastgelegd in het onderhavige addendum.

I

Behandelduur

1. In de Gunningsleidraden behorende bij de subpercelen 2A en 2B is een maximale behandelduur vastgelegd per product. Ten aanzien van de producten Basis Jeugd-GGZ en Specialistische JeugdGGZ geldt een maximum behandelduur van respectievelijk 1050 minuten (Basis Jeugd-GGZ) en 2850 minuten (Specialistische Jeugd-GGZ) die kan worden geleverd in een dossier per jaar. Gewezen wordt op de paragrafen 4.1 B en D van de Gunningsleidraden. Op grond van de overeenkomst van opdracht mag uitsluitend met toestemming van het CJG worden afgeweken van het leveren van meer dan het overeengekomen maximum behandelduur c.q. het maximumaantal minuten per product. 2. Gedurende de pilotfase is het Opdrachtnemer toegestaan om de overeengekomen maximale behandelduur voor maximaal twee keer te verlengen zonder toestemming van het CJG indien en voor zover het gaat om de producten Basis Jeugd-GGZ en Specialistische Jeugd-GGZ. De maximale behandelduur van de overige producten wordt met dit addendum niet aangepast. 3. Opdrachtnemer zal de behandelduur slechts voor een tweede keer verlengen nadat daartoe door Opdrachtnemer een 'assessment' is verricht. In dat kader worden door Opdrachtnemer de vragen beantwoord zoals opgenomen onder bijlage 1 bij dit addendum. De uitkomsten van het assessment worden door Opdrachtnemer vastgelegd in het cliëntendossier.

In het geval Opdrachtnemer twijfelt of het nodig is om de maximale behandelduur te verlengen wordt door Opdrachtnemer afgestemd met het CJG. 4. Na de tweede verlenging van de maximale behandelduur binnen een dossier ten aanzien van de producten Basis Jeugd-GGZ en Specialistische Jeugd-GGZ – kortom in totaal driemaal de maximale behandelduur – kan door Opdrachtnemer de jeugdhulp niet worden gecontinueerd dan met de uitdrukkelijke toestemming van het CJG. 5. Met dit artikel wordt gedurende de pilot tijdelijk afgeweken van de paragrafen 4.1 B en D van de Gunningsleidraden.

2/11

CONCEPT

Komen overeen en stellen vast als volgt:

II

Inzet onderaannemer en omvang maximale bestedingsruimte

1. Ten aanzien van alle producten binnen perceel 2 is tussen Partijen overeengekomen dat uitsluitend gedeclareerd kan worden door Opdrachtnemer. In het geval onderaannemers worden ingezet kunnen die uitsluitend declareren via Opdrachtnemer. In de Gunningsleidraden staat daarover: "De Jeugdige is in de basis bij één partij in zorg. Wordt er binnen één product door meerdere organisatie zorg geleverd, dan wordt er vanuit één partij gedeclareerd. De andere Aanbieders declareren in Onderaannemerschap bij de hoofdaanbieder". Het voorgaande betekent in dat geval ook dat de overeengekomen in Artikel B lid 1 e.v. van de overeenkomsten van opdracht. 2. In afwijking op het uitgangspunt zoals beschreven in lid 1 van dit artikel is het Opdrachtnemer gedurende de pilot toegestaan om andere jeugdhulpaanbieders waarmee de Regio's ZuidKennemerland en IJmond hebben gecontracteerd in onderaanneming de jeugdhulp te laten leveren en deze partijen de te leveren jeugdhulp zelfstandig te laten declareren via het berichtenverkeer.

De jeugdhulp die in dat geval wordt gedeclareerd door een onderaannemer wordt nog steeds geleverd onder de verantwoordelijkheid van Opdrachtnemer - met uitzondering van het medisch inhoudelijk diagnosticeren/behandelen van/door die onderaannemer - maar kan wel worden gedeclareerd ten laste van de maximale bestedingsruimte die is overeengekomen door de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond met de onderaannemer, die zelfstandig heeft gecontracteerd met de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond. Op deze manier is het mogelijk voor Opdrachtnemer om onderaannemers in te zetten die zelfstandig hebben gecontracteerd met de Regio's ZuidKennemerland en IJmond en op basis van die overeenkomst een eigen maximale bestedingsruimte hebben, zodat de onderaannemer ten laste van de eigen maximale bestedingsruimte de jeugdhulp in onderaanneming kan leveren. 3. Opdrachtnemer kan een onderaannemer uitsluitend de jeugdhulp laten leveren op basis van de maximale bestedingsruimte die de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond hebben toegekend aan de onderaannemer, in het geval de maximale bestedingsruimte nog ruimte biedt om de jeugdhulp in onderaanneming te leveren. In het geval de maximale bestedingsruimte van de onderaannemer niet toereikend is, komt de inzet van de onderaannemer ten laste van de maximale bestedingsruimte van Opdrachtnemer. 4.

De overige afspraken die zijn gemaakt over de inzet van onderaannemers en die gedeeltelijk volgen uit artikel 9 van de overeenkomsten van opdracht blijven gedurende de pilot onverkort gelden. Dit betekent dat Opdrachtnemer verantwoordelijk is voor het inzetten van een onderaannemer, met uitzondering van het medisch inhoudelijk diagnosticeren/behandelen van/door die onderaannemer. 5. De inzet van een onderaannemer is onderdeel van de maximale behandelduur zoals vastgelegd in artikel 1 van dit addendum. Dit betekent dat de jeugdhulp die wordt geleverd door Opdrachtnemer

3/11

CONCEPT

inzet van onderaannemers ten laste komt van de maximale bestedingsruimte zoals

en de onderaannemer(s) gezamenlijk onderdeel zijn van de maximale behandelduur. Opdrachtnemer zal na ontvangst van een verwijzing (zoals bedoeld in paragraaf 4.2 van de Gunningsleidraden) een inschatting maken hoeveel minuten aan jeugdhulp naar verwachting dient te worden ingezet (inclusief de inzet van onderaannemers) en legt dit gemotiveerd vast in het cliëntendossier. 6. De verwijzing die wordt toegezonden aan Opdrachtnemer is ook de grondslag voor onderaannemers om de jeugdhulp te leveren en zelfstandig bij de gemeenten te declareren conform dit artikel in het geval de onderaannemer zelfstandig ook heeft gecontracteerd met de Regio's Zuidjeugdhulp in onderaanneming te leveren. 7. In het geval Opdrachtnemer een in te zetten onderaannemer die zelfstandig heeft gecontracteerd met de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond zelfstandig wil laten declareren en dat past binnen de maximale bestedingsruimte die is toegekend door de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond aan de desbetreffende onderaannemer, draagt Opdrachtnemer er zorg voor dat de onderaannemer bij de gemeente alwaar de jeugdige woonachtig is – en die onderdeel is van de Regio's ZuidKennemerland en IJmond - declareert op basis van de codes die zijn opgenomen onder bijlage 2. Door Opdrachtnemer wordt gewaarborgd dat het administratieve proces wordt doorlopen zoals uitgewerkt in bijlage 3.

In het geval een onderaannemer niet declareert op basis van de codes zoals opgenomen in bijlage 2, dan wel het administratieve proces zoals opgenomen in bijlage 3 niet door Opdrachtnemer wordt gevolgd, worden de door de onderaannemer ingediende declaraties door de gemeenten behorende bij de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond afgewezen en komt de door de onderaannemer geleverde jeugdhulp ten laste van de maximale bestedingsruimte van Opdrachtnemer. 8. De Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond houden expliciet vast een de vastgestelde maximale bestedingsruimte per Opdrachtnemer zoals vastgelegd in Artikel B lid 1 e.v. van de overeenkomsten van opdracht. Het uitgangspunt voor de gemeenten geldt dat de vastgestelde maximale bestedingsruimten gedurende het contractjaar niet worden opgehoogd. Ook niet in het kader van de pilot. Opdrachtnemer is verantwoordelijk voor een gelijkmatige in- en uitstroom van jeugdigen gedurende het contractjaar binnen de vastgestelde maximale bestedingsruimte, inclusief de inzet van onderaannemers. III

Het leveren van meervoudige jeugdhulp

1. Tussen Partijen is overeengekomen in de overeenkomsten van opdracht dat in het geval de jeugdhulp meervoudig wordt – door wijziging van de hulpvraag van de jeugdige – de jeugdhulp door Opdrachtnemer in perceel 2 per direct dient te worden beëindigd en de jeugdige op dat moment

4/11

CONCEPT

Kennemerland en IJmond en nog ruimte bestaat binnen de maximale bestedingsruimte om de

dient te worden overgedragen aan een consortium in perceel 1. Gedurende de pilot wordt vastgehouden aan het onderscheid tussen perceel 1 (meervoudige jeugdhulp) en perceel 2 (enkelvoudige jeugdhulp). Dit betekent dat de Wettelijke verwijzer conform de Gunningsleidraden bij verwijzing een inschatting maakt of de hulpvraag van een jeugdige enkelvoudig of meervoudig is en op basis van die inschatting de jeugdige wordt verwezen naar perceel 1 of perceel 2. Slechts in het geval de hulpvraag enkelvoudig is wordt door een Wettelijke verwijzer verwezen naar een aanbieder in perceel 2. 2. In afwijking op de gemaakte afspraken wordt gedurende de pilot de werkwijze gehanteerd dat in het opgestart in perceel 2 en gedurende het leveren van jeugdhulp in perceel 2 blijkt dat de hulpvraag meervoudig is geworden, de jeugdhulp door Opdrachtnemer mag worden gecontinueerd in perceel 2. Het is Opdrachtnemer toegestaan om in een dergelijke uitzonderlijke situatie meervoudige jeugdhulp te leveren aan een jeugdige. 3. De werkwijze die geldt gedurende de pilot en die is uitgewerkt in lid 2 van dit artikel geldt niet in het geval Opdrachtnemer de inschatting maakt dat de jeugdhulp niet verantwoord kan worden geleverd in perceel 2, bijvoorbeeld omdat een vorm van jeugdhulp nodig is die niet kan worden geleverd in perceel 2 (bijvoorbeeld omdat verblijf, dagbehandeling of dagbesteding nodig is).

In een dergelijke situatie is het Opdrachtnemer wel toegestaan om de enkelvoudige jeugdhulp – die op dat moment reeds in perceel 2 wordt geleverd - te continueren bij wijze van overbruggingszorg indien dat naar het oordeel van Opdrachtnemer nodig is, totdat de jeugdhulp door een consortium in perceel 1 is overgenomen. In het geval de jeugdhulp door een consortium in perceel 1 is overgenomen, beëindigt Opdrachtnemer in perceel 2 alle vormen van jeugdhulp. 4. Voordat Opdrachtnemer start met het leveren van overbruggingszorg zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel wordt afgestemd met het CJG ten aanzien van de vraag of het inzetten van overbruggingszorg wenselijk is en welke mogelijkheden er zijn om de zorg eerder te laten overnemen door een consortium in perceel 1. Zonder dat afstemming heeft plaatsgevonden met het CJG is het Opdrachtnemer niet toegestaan om de overbruggingszorg – bestaande uit enkelvoudige jeugdhulp – te (blijven) leveren. IV

Aanleveren informatie

Op verzoek van de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond maakt Opdrachtnemer inzichtelijk welke capaciteit zij op dat moment heeft om nieuwe jeugdigen in jeugdhulp te nemen en tevens of – op basis van een inschatting van de te leveren jeugdhulp (op basis van een te verrichten extrapolatie) - dat mogelijk is binnen de toegewezen maximale bestedingsruime. Door Opdrachtnemer wordt op verzoek

5/11

CONCEPT

geval bij de verwijzing de inschatting is gemaakt dat de jeugdhulp enkelvoudig is, de jeugdhulp is

van de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond een onderbouwde reactie gegeven en informatie verstrekt. V

Evaluatie

De pilot wordt in september 2025 door Partijen geëvalueerd en in dat kader zal door de Regio's ZuidKennemerland en IJmond een evaluatie worden gehouden. Door de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond – althans de daartoe behorende gemeenten – wordt voor 31 november 2025 besloten op basis afspraken die zijn gemaakt in dit addendum (c.q. de pilot). VI

Tussentijdse beëindiging pilot

1. De Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond kunnen dit addendum zonder reden van opzegging schriftelijk opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. 2. De Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond kunnen dit addendum in het verlengde van artikel 6:265 BW e.v. met onmiddellijke ingang, zonder gerechtelijke tussenkomst, geheel of gedeeltelijk schriftelijk ontbinden als formele bezwaren vanuit de markt worden geuit tegen het sluiten van het onderhavige addendum met Opdrachtnemer en deze door de klachtencommissie van de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond gegrond worden geacht en/of als de uitkomst van een gerechtelijke procedure in eerste instantie of hoger beroep daartoe aanleiding geeft. VII

Duur en status addendum

1. Dit addendum treedt na ondertekening door Partijen met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2025 en geldt voor de duur van maximaal 1 jaar. Het addendum geldt zodoende uiterlijk tot en met 31 december 2025 en kan door Partijen niet worden verlengd. In het geval Partijen voor de periode na dit addendum willen afwijken van de overeenkomsten van opdracht worden daartoe nieuwe afspraken gemaakt. 2. Dit addendum is onlosmakelijk verbonden met de tussen de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond en Opdrachtnemer gesloten overeenkomst van opdracht en geldt in aanvulling op deze overeenkomst. In het geval de overeenkomst van opdracht komt te beëindigen, komt daarmee ook per direct dit addendum te beëindigen. 3. Dit addendum kan slechts worden gewijzigd of aangevuld door middel van een door alle partijen rechtsgeldig ondertekende (onderhandse) akte.

6/11

CONCEPT

van de uitkomsten van de evaluatie of en zo ja op welke wijze een vervolg wordt gegeven aan de

Aldus overeengekomen en ondertekend op […...] 2025 te Haarlem,

namens Opdrachtnemer

CONCEPT

namens de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond

7/11

Bijlage 1 – assessment Ingevuld op datum: …………. Assessment t.b.v. de 2e uitbreiding van de maximale behandelduur (producten Basis Jeugd-GGZ en Specialistische Jeugd-GGZ)

Cliënt:

……………………

Geboortedatum:

……………………

BSN:

……………………

CONCEPT

Betreft:

Vraag 1: Door wie is de eerste verwijzing verstrekt? •

huisarts/ CJG/ Specialist/ anders ………, datum ………..

Vraag 2: Wat was de initiële hulpvraag van de jeugdige? Vraag 3: Zijn er meerdere betrokken gecontracteerde behandelaars: •

ja/ nee

Zo ja, welke praktijken/ behandelaars: Vraag 4: Wat zijn de doelen waaraan tot nu toe is gewerkt (wel/niet met positief resultaat afgerond?): Doel

Jeugdhulpverlener

Doel behaald? (J/N)

8/11

Vraag 5: Wat is de huidige hulpvraag? Vraag 6: Wat is de reden dat verlenging van de maximale behandelduur noodzakelijk is? Kan de hulpverlening niet op een andere wijze worden gecontinueerd. Gebruik bij de beantwoording van deze vraag de Leidraad 'Een gezamenlijke visie op normaliseren' van het Nederlands Jeugdinstituut. Vraag 7: gedurende de nieuwe maximale behandelduur? Doel

Jeugdhulpverlener

Aantal

geschatte

benodigde

minuten (per doel)

Overige opmerkingen:

9/11

CONCEPT

Indien verlenging daadwerkelijk noodzakelijk is, aan welke doelen dient dan te worden gewerkt

Bijlage 2: codes voor onderaannemers die zelfstandig hebben gecontracteerd met de gemeenten

PRODUCT IN ONDERAANNEMING

PRODUCTCODE

B1. Basis Jeugd-GGZ Hbo oa

54A00

B2. Basis Jeugd-GGZ Master oa

54A01

B3. Basis Jeugd-GGZ Postmaster A oa

54A02

B4. Basis Jeugd-GGZ Postmaster B oa

54A03

B5. Basis Jeugd-GGZ Medisch Specialist oa

54A04

D1. Specialistische Jeugd-GGZ Hbo oa

54A10

D2. Specialistische Jeugd-GGZ Master oa

54A11

D3. Specialistische Jeugd-GGZ Postmaster A oa

54A12

D4. Specialistische Jeugd-GGZ Postmaster B oa

54A13

D5. Specialistische Jeugd-GGZ Medisch Specialist oa

54A14

E1. Diagnostiek Jeugd-GGZ Hbo oa

54A05

E2. Diagnostiek Jeugd-GGZ Master oa

54A06

E3. Diagnostiek Jeugd-GGZ Postmaster A oa

54A07

E4. Diagnostiek Jeugd-GGZ Postmaster B oa

54A08

E5. Diagnostiek Jeugd-GGZ Medisch Specialist oa

54A09

CONCEPT

en die als onderaannemer willen declareren ten laste van de eigen maximale bestedingsruimte.

10/11

Bijlage 3 – administratieve proces

1. Opdrachtnemer start de jeugdhulp en meldt dit via berichtenverkeer met een iJW 315-bericht. Dit is gelijk aan de huidige situatie. Opdrachtnemer is en blijft de behandelaar die de verwijzing heeft ontvangen; 2. In het geval een onderaannemer met een contract met de Regio's Zuid-Kennemerland en IJmond wordt ingezet die zelfstandig wil declareren ten laste van de eigen maximale bestedingsruimte dan verzendt de onderaannemer een eigen iJW-315 bericht; verwijzing die is verstrekt aan Opdrachtnemer geldig is en de jeugdhulp past binnen de verwijzing die Opdrachtnemer heeft ontvangen. 4. Opdrachtnemer noteert in het eigen dossier welke onderaannemer(s) wordt/worden ingezet en voor hoeveel minuten dit is voorzien (evenals de te verwachten eigen inzet in minuten); 5. De onderaannemer gebruikt bij het declareren de codes zoals opgenomen in bijlage 2; 6. Declaraties ingediend door de onderaannemer (met een contract en beschikbare maximale bestedingsruimte) via het berichtenverkeer – nadat door de gemeenten een iJW-301 bericht is afgegeven - worden in dat geval door de gemeenten niet afgekeurd; 7. Indien deze werkwijze wordt gevolgd is het mogelijk dat onderaannemers de jeugdhulp leveren in onderaanneming van Opdrachtnemer maar wel zelfstandig de geleverde jeugdhulp bij de gemeenten in rekening kunnen brengen ten laste van de eigen maximale bestedingsruimte.

11/11

CONCEPT

3. Onderaannemers kunnen alleen jeugdhulp leveren en declareren binnen de periode dat de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15332173/1