2 Bijlage 1 Addendum innovatiefonds
Tekst van het document
ADDENDUM
4
BEHORENDE
BIJ
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST
MEERVOUDIGE
JEUGDHULP – REGIO'S ZUID-KENNEMERLAND EN IJMOND Partijen: 1. de gemeente Bloemendaal, statutair gevestigd te Bloemendaal en kantoorhoudende aan <…> te Bloemendaal en te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; 2. de gemeente Haarlem, statutair gevestigd te Haarlem en kantoorhoudende aan de Grote Markt 2 te Haarlem en te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; 3. de gemeente Heemstede, statutair gevestigd te Heemstede en kantoorhoudende aan <…> te Heemstede en te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; 4. de gemeente Zandvoort, statutair gevestigd te Zandvoort en kantoorhoudende aan <…> te Zandvoort en te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; 5. de gemeente Beverwijk, statutair gevestigd te Beverwijk en kantoorhoudende aan <…> te Beverwijk en te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; 6. de gemeente Heemskerk, statutair gevestigd te Heemskerk en kantoorhoudende aan <…> te Heemskerk en te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; 7. de gemeente Velsen, statutair gevestigd te Velsen en kantoorhoudende aan <…> te Velsen en te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; hierna partijen 1 t/m 7 gezamenlijk te noemen: 'de gemeenten' en 8.
Stichting CombiKracht Zuid-Kennemerland en IJmond, statutair gevestigd te <…> en kantoorhoudende te <…> aan de <straatnaam + nr.>, <postcode>, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer <…> te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; hierna te noemen: 'Combikracht ZIJ',
1/12
9. Hyperionhelpt B.V., statutair gevestigd te <…> en kantoorhoudende te <…> aan de <straatnaam + nr.>, <postcode>, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer <…> te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; hierna te noemen: 'Hyperionhelpt', 10. Stichting Ons Tweede Thuis, statutair gevestigd te <…> en kantoorhoudende te <…> aan de <straatnaam + nr.>, <postcode>, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer <…> te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; 11. Stichting Levvel, statutair gevestigd te <…> en kantoorhoudende te <…> aan de <straatnaam + nr.>, <postcode>, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer <…> te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; 12. ZIJN. In Zorg B.V., statutair gevestigd te <…> en kantoorhoudende te <…> aan de <straatnaam + nr.>, <postcode>, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer <…> te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; 13. Stichting Parlan, statutair gevestigd te <…> en kantoorhoudende te <…> aan de <straatnaam + nr.>, <postcode>, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer <…> te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; 14.
Stichting iHUB Groep, statutair gevestigd te <…> en kantoorhoudende te <…> aan de <straatnaam + nr.>, <postcode>, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer <…> te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; 15. Stichting GGZ Noord-Holland-Noord, statutair gevestigd te <…> en kantoorhoudende te <…> aan de <straatnaam + nr.>, <postcode>, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer <…> te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; hierna partijen 10 t/m 15 gezamenlijk te noemen: 'Planet Young', 16. Parnassia Groep B.V., statutair gevestigd te <…> en kantoorhoudende te <…> aan de <straatnaam + nr.>, <postcode>, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer <…> te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>;
2/12
17. Stichting Kenter Jeugdhulp, statutair gevestigd te <…> en kantoorhoudende te <…> aan de <straatnaam + nr.>, <postcode>, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer <…> te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; 18. Stichting De Hartekamp Groep, statutair gevestigd te <…> en kantoorhoudende te <…> aan de <straatnaam + nr.>, <postcode>, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer <…> te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door <…>, <functie>; hierna partijen 16 t/m 18 gezamenlijk te noemen: 'Sparq Jeugdhulp', bovengenoemde partijen 8 t/m 18 gezamenlijk te noemen: 'de consortia' en enkelvoudig 'consortium', alle bovenstaande partijen gezamenlijk te noemen: 'Partijen', Overwegingen: -
De gemeenten hebben per 1 januari 2023 met ieder individueel consortium een Overeenkomst van Opdracht (perceel 1) gesloten voor het leveren van jeugdhulp aan jeugdigen met een meervoudige hulpvraag (hierna: 'Overeenkomst van Opdracht').
-
Partijen hebben op <…> een Samenwerkingsovereenkomst meervoudige jeugdhulp – regio's Zuid-Kennemerland en IJmond (hierna: 'Samenwerkingsovereenkomst') gesloten, waarin zij hebben afgesproken binnen het nieuwe jeugdstelsel intensief te zullen gaan samenwerken.
-
Uit zowel de Samenwerkingsovereenkomst als de Overeenkomst van Opdrachten blijkt dat het onder meer de bedoeling is dat de consortia binnen het nieuwe stelsel een andere rol innemen (het stelsel transformeren), de toegang tot het jeugdhulpstelsel (op een andere wijze) vormgeven en bij de beoordeling van de vraag welke jeugdhulp in een individueel geval nodig is te normaliseren. Gewezen wordt in dat kader op 'Een gezamenlijke visie op normaliseren'
van
het
Nederlands
Jeugdinstituut
(https://www.nji.nl/pedagogische-
basis/een-gezamenlijke-visie-op-normaliseren). -
Gedurende de uitvoering van de Overeenkomsten van Opdrachten is gebleken dat er binnen de regio’s van de gemeenten (hierna te noemen: de regio’s Zuid-Kennemerland en
3/12
IJmond) wachtlijsten zijn ontstaan, wat als gevolg heeft dat bepaalde jeugdigen langer moeten wachten voordat zij (meervoudige) jeugdhulp ontvangen. -
De consortia hebben aangegeven dat innovaties nodig zijn om op een andere manier te kunnen werken binnen het nieuw vormgegeven jeugdstelsel waardoor het eveneens mogelijk wordt om de huidige wachtlijsten in te lopen.
-
Partijen verstaan onder innovaties het ontwikkelen en uitvoeren van nieuwe processen die bijdragen aan de verbetering en efficiëntie van de (meervoudige) jeugdhulp in de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond, waaronder het verkorten van de huidige wachtlijsten.
-
De gemeenten hebben zich onder voorbehoud van besluitvorming van de gemeenteraden bereid verklaard om voor de benodigde innovaties financiële middelen ter beschikking te stellen en wel in totaal een bedrag van maximaal EUR 4 miljoen (hierna te noemen: 'het innovatiebudget').
-
Partijen hebben afgesproken dat de consortia gezamenlijk een plan opstellen waarin wordt uitgewerkt welke innovaties nodig zijn om voornoemde nieuwe werkwijze – zoals ook beschreven in de Overeenkomst van Opdracht – mogelijk te maken. Het betreft een 'businesscase' (c.q. plan van aanpak) die de consortia gezamenlijk bij de gemeenten kunnen indienen om aanspraak te maken op het hiervoor genoemde innovatiebudget van in totaal maximaal EUR 4 miljoen (hierna te noemen: 'businesscase innovaties').
-
Partijen wensen de gemaakte afspraken met betrekking tot het innovatiebudget en de businesscase
innovatie
vast
te
leggen
in
dit
addendum
bij
de
Samenwerkingsovereenkomst. Komen overeen en stellen vast als volgt: I
Innovatiebudget
1. De aangesloten gemeenten stellen een innovatiebudget van in totaal maximaal EUR 4 miljoen beschikbaar voor het ontwikkelen en uitvoeren van nieuwe processen door de consortia die bijdragen aan de verbetering en efficiëntie van de (meervoudige) jeugdhulp in de regio’s ZuidKennemerland en IJmond (hierna te noemen: 'innovaties'), waaronder het verkorten van de huidige wachtlijsten.
4/12
2. De verdeling van het totale innovatiebudget zoals bedoeld in lid 1 vindt als volgt plaats: voorafgaand aan het kalenderjaar 2025 stellen de gemeenten een maximumbudget beschikbaar van EUR 4 miljoen dat door de consortia kan worden ingezet als incidentele financiële bijdrage over de jaren 2025 en 2026. Het is op basis van dit addendum uitsluitend mogelijk voor de consortia om een businessscase innovaties in te dienen in het jaar 2024. 3. Het maximuminnovatiebudget van in totaal EUR 4 miljoen is onder het voorbehoud van instemming door de gemeenteraden van de gemeenten. In het geval dat een gemeenteraad niet instemt met het voorstel van het college van burgemeester en wethouders om een innovatiebudget beschikbaar te stellen, wordt het maximuminnovatiebudget benedenwaarts bijgesteld voor het deel van de gemeente
van
wie
de
gemeenteraad
niet
heeft
ingestemd.
De
verdeling
van
het
maximuminnovatiebudget per gemeente is inzichtelijk gemaakt in bijlage. II
Indienen en goedkeuren businesscase innovaties
1. Partijen hebben afgesproken binnen het nieuwe jeugdstelsel intensief te zullen samenwerken. Om aanspraak te kunnen maken op het in artikel I lid 2 van dit addendum bedoelde innovatiebudget van maximaal EUR 4 miljoen, moeten de consortia gezamenlijk uiterlijk op 31 december 2024 een businesscase innovaties indienen bij de gemeenten. Het gezamenlijk indienen houdt in dat de businesscase innovaties wordt onderschreven door alle consortia, de innovaties op elkaar aansluiten, passen bij de gedeelde visie van de consortia en dat deze door de consortia gezamenlijk wordt ondertekend en ingediend. 2. Indien de consortia de businesscase innovaties niet gezamenlijk indienen bij de gemeenten, wordt deze inhoudelijk niet door de gemeenten beoordeeld en terzijde gelegd. De gemeenten zullen in dat geval geen innovatiebudget beschikbaar stellen voor het tijdvak waarop de businesscase innovaties betrekking heeft. 3. Als de consortia uiterlijk op 31 december 2024 gezamenlijk een businesscase innovaties bij de gemeenten hebben ingediend, zullen de gemeenten deze inhoudelijk beoordelen. Uiterlijk binnen 8 weken berichten de gemeenten aan de consortia of zij goedkeuring verlenen aan de ingediende businesscase innovaties of dat de businesscase nog op onderdelen moet worden aangepast.
In geval van goedkeuring zal door de gemeenten conform de opstelde businesscase innovaties - en het deel dat is goedgekeurd - het innovatiebudget per jaar worden overgemaakt. In de businesscase innovaties moet daarom een verdeling (c.q. begroting) per jaar zijn opgenomen van de financiële middelen die per consortium nodig zijn om de voorgestelde innovaties te kunnen ontwikkelen en uitvoeren (zie in dit verband ook artikel V). 4. In het geval de ingediende businesscase slechts gedeeltelijk door de gemeenten wordt goedgekeurd, kan door de consortia slechts uitvoering worden gegeven aan het goedgekeurde deel
5/12
van de businesscase innovaties en kan ook slechts aanspraak worden gemaakt op de financiële middelen die behoren bij dat deel van de businesscase innovaties waarvoor door de gemeenten expliciet goedkeuring is gegeven. III
Randvoorwaarden innovaties
1. Een innovatie zoals beschreven in de businesscase innovaties wordt door de gemeenten slechts goedgekeurd indien en voor zover deze voldoet aan de volgende randvoorwaarden: a. De innovatie draagt bij aan de verbetering van de dienstverlening (c.q. meervoudige jeugdhulp) aan jeugdigen en gezinnen op een van de volgende onderdelen: i. in methodiek (van de interventie); ii. moment van signalering van de interventie binnen het hulpverleningstraject; iii. integraliteit met andere vormen van dienstverlening; iv. gericht op preventie of versterking van de zelf- of samenredzaamheid. b. Met de innovatie worden de huidige wachttijden binnen de regio's Zuid-Kennemerland en IJmond duurzaam verkort. c.
De innovatie is vernieuwend in de regio's Zuid-Kennemerland en IJmond en heeft een langdurig en duurzaam (positief) effect binnen deze regio's.
d. De innovatie is gericht op minimaal één van de volgende transformatiedoelen zoals beschreven in de regiovisie van de gemeenten behorende bij de regio's Zuid-Kennemerland en IJmond: i. Ouders, kinderen en jongeren kunnen, met steun van hun omgeving, omgaan met de gewone hobbels in het opvoeden en opgroeien; ii. Kinderen en jongeren krijgen tijdig de best passende hulp (zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig); iii. Kinderen en jongeren groeien zo thuis mogelijk op; iv. Kinderen en jongeren groeien veilig op; of v. Jeugdhulp en onderwijs zetten zich in samenhang in voor de ontwikkeling van jeugdigen. e. De innovatie heeft impact op het jeugdstelsel binnen de regio's Zuid-Kennemerland en IJmond en draagt bij aan de doelen zoals beschreven in dit artikel (zie ook sub c) en verbetert daarmee de jeugdhulp voor alle inwoners woonachtig binnen de regio's Zuid-Kennemerland en IJmond. Deze impact dient concreet te zijn gemaakt en moet per half jaar kunnen worden geëvalueerd. f.
De innovaties worden door de consortia gezamenlijk ontwikkeld en uitgevoerd, in samenwerking met andere ketenpartners binnen het jeugdstelsel van de regio's ZuidKennemerland en IJmond. De financiële middelen die nodig zijn voor deze samenwerking worden door de consortia verwerkt in de businesscase innovaties.
6/12
2. Indien na afloop van de innovatie waarvoor financiële middelen worden verleend, sprake is van continuering van de betreffende innovatie, moeten de uitgaven hiervoor vanuit eigen of reguliere financiering van de consortia kunnen worden gefinancierd. IV
Inhoud businesscase innovaties
1. In de businesscase innovaties moeten in ieder geval op onderbouwde wijze (SMART) de volgende onderdelen zijn uitgewerkt: •
Het doel van de innovatie met uitleg waarop de investering is gericht.
•
De beoogde doelgroep van de innovatie.
•
De voorziene resultaten binnen een afgebakende periode (of verschillende fases).
•
Op welke wijze die resultaten kunnen worden gemonitord en worden gemeten.
•
Een begroting (per fase/tijdvak als daarvan sprake is). De financiële middelen kunnen maximaal worden ingezet over de tijdvakken 2024, 2025 en 2026. Per kalenderjaar/tijdvak dient inzichtelijk te worden gemaakt welke uitgaven worden verwacht per consortium. De gemeenten zullen de financiële middelen van de goedgekeurde onderdelen van de businesscase innovaties per kalenderjaar uitbetalen conform de begroting. o
Of onderaannemers worden ingezet ter realisatie van de innovatie, welke onderaannemers dit zijn en welke financiële middelen worden begroot voor die onderaannemers.
o
Welk consortium verantwoordelijk is voor het realiseren van de voorgestelde innovatie en conform de begroting de kosten zal betalen voor de realisatie van de innovatie. Dit laat onverlet dat de innovatie van toegevoegde waarde dient te zijn voor het gehele stelsel (c.q. alle consortia).
•
Op welke wijze de (meervoudige) jeugdhulp die wordt geleverd wordt uitgebreid, inclusief: o
Wat de innovatie oplevert in termen van instroom, doorstroom en uitstroom van jeugdigen (in hulpverlening).
o •
Wat de innovatie moet opleveren in financiële zin.
Op welke wijze de innovatie bijdraagt aan de efficiëntie binnen het jeugdstelsel van de regio's Zuid-Kennemerland en IJmond, hoe dat kan worden gemeten en op welke termijn de innovatie leidt tot resultaten.
•
Op welke wijze de innovatie bijdraagt aan het normaliseren binnen het jeugdstelsel van de regio's Zuid-Kennemerland en IJmond.
•
De wijze waarop de effectiviteit van de interventies (en beoogde doelen zoals beschreven in de 'businesscase') worden geëvalueerd.
7/12
•
De risico's behorende bij de interventies (wat maakt dat doelen eventueel niet worden behaald) met mogelijk te nemen beheersmaatregelen.
•
Op welke wijze de innovatie de wachttijden binnen de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond verkort en op welke termijn.
•
Een concrete planning van de activiteiten (c.q. innovatie).
•
Op welke wijze de innovatie voor zover nodig kan worden gecontinueerd op basis van eigen middelen (de lumpsumfinanciering), nadat het innovatiebudget is benut.
2. In de businesscase innovatie moet tevens per consortium zijn uitgewerkt welke financiële bijdrage per kalenderjaar van de gemeenten nodig is om de innovatie te kunnen ontwikkelen en uitvoeren. 3. In de businesscase innovatie moet tevens zijn beschreven op welke wijze de partners, op wie de businesscase direct en indirect van invloed is (de gemeenten, CJG, gecertificeerde instellingen, onderwijspartners, huisartsen, de Jeugdgezondheidszorg, GGD en veilig thuis), zijn betrokken bij de inhoud van de businesscase innovatie en of zij het inhoudelijk eens zijn met de door de consortia gedane voorstellen zoals uitgewerkt in de businesscase innovatie. Deze partners worden actief door de consortia betrokken bij het opstellen van de businesscase innovatie. In de businesscase innovatie wordt per voorstel toegelicht of met deze partijen tot consensus is gekomen ten aanzien van het betreffende voorstel. De consortia kunnen ervoor kiezen om innovaties waar geen consensus met de partners over is bereikt, op te nemen in de businesscase innovatie. Inhoudelijk wordt een businesscase innovatie slechts goedgekeurd indien en voor zover deze voldoet aan de randvoorwaarden zoals opgenomen in artikel 3 van dit addendum.
Mocht niet tot consensus zijn gekomen, dan dienen de consortia in de businesscase innovatie per voorstel toe te lichten, waarom geen consensus is bereikt en welke gevolgen dit heeft ten aanzien van de voornoemde randvoorwaarden. Consortia kunnen voor het betrekken van de voornoemde partners gebruik maken van bestaande structuren en werkgroepen.. V
Beoordeling gemeenten
1. De gemeenten mandateren de programmadirecteur jeugd om de innovaties zoals opgenomen in de door de consortia aangeleverde businesscase innovaties te beoordelen en te besluiten om het innovatiebudget zoals bedoeld in artikel I lid 1 van dit addendum (gedeeltelijk) beschikbaar te stellen door de businesscase innovaties al dan niet (gedeeltelijk) goed te keuren. 2. De consortia kunnen de gezamenlijke businesscase innovaties (tijdig) per e-mail aanleveren bij de programmadirecteur jeugd. Het te hanteren e-mailadres betreft: jeugdhulpregio@haarlem.nl. 3. De programmadirecteur jeugd beoordeelt de businesscase innovaties met inachtneming van de artikelen III en IV van dit addendum.
8/12
4. In het geval de businesscase innovaties volledig wordt goedgekeurd zal de programmadirecteur jeugd zorgdragen voor de betaling van het innovatiebedrag zoals bedoeld in artikel II lid 3 conform de begroting en de daarin opgenomen financiële middelen per kalenderjaar. De gemeenten betalen de financiële middelen conform de begroting per kalenderjaar uit aan het consortium dat op grond van de businesscase innovaties verantwoordelijk is voor het realiseren van de goedgekeurde innovatie. 5. In het geval het voorstel gedeeltelijk wordt afgekeurd, legt de programmadirecteur jeugd de businesscase eenmalig terug aan de consortia zodat de businesscase innovaties kan worden aangepast op de onderdelen waarvoor de businesscase innovaties is afgekeurd. In dat geval krijgen de consortia hiervoor een termijn van maximaal 4 weken. De consortia kunnen de businesscase innovaties vervolgens – na gezamenlijke aanpassing – eenmalig opnieuw laten beoordelen door de programmadirecteur jeugd voor het betreffende onderdeel dat eerder is afgekeurd. De programmadirecteur jeugd neemt vervolgens binnen een periode van 4 weken een nieuw besluit ten aanzien van het onderdeel van de businesscase innovaties dat eerder is afgekeurd. 6.
Indien de businesscase innovaties volledig wordt afgekeurd door de programmadirecteur jeugd, werken de consortia – indien daartoe de mogelijkheid wordt geboden in een nieuw addendum - aan een nieuwe businesscase dat in het opvolgende tijdvak kan worden ingediend. Over het huidige tijdvak kan in dat geval op basis van het onderhavige addendum door de consortia geen nieuwe businesscase worden ingediend en zal het beschikbare budget voor de innovaties door de gemeenten op een andere wijze worden benut. VI
Verantwoording en controle gemeenten
1. De gemeenten controleren per tijdvak of de consortia de beschikbaar gestelde financiële middelen in het kader van het innovatiebudget hebben besteed conform de goedgekeurde businesscase innovaties en de daarin opgenomen begroting. In het kader van deze verantwoording leveren de consortia per jaar een schriftelijke evaluatie aan, waarin de volgende vragen worden beantwoord: a. Welke onderdelen van de innovatie zijn gerealiseerd? b. Heeft de innovatie eventueel andere effecten (bijvoorbeeld op andere domeinen, waaronder doch niet uitsluitend het onderwijs of Wmo 2015)? c.
Welke kosten zijn in dat kader gemaakt (met schriftelijke onderbouwing)?
d. Wat is de duurzaamheid van de gerealiseerde doelen? e. Wat is de impact op het jeugdstelsel van de ingezette innovatie(s)? f.
Wat is de impact op de wachttijden van de ingezette innovatie(s)?
g. Welke onderdelen van de innovatie(s) verwachten de consortia de komende periode te realiseren?
9/12
h. Wat is de relatie van de gerealiseerde innovatie, in dat kader gemaakte kosten met de productie c.q. benutting van de lumpsum over het desbetreffende tijdvak? 2. De verantwoording wordt per tijdvak voor 1 augustus door de consortia aangeleverd aan de gemeenten door middel van het toesturen van de inhoudelijker verantwoording per e-mail aan jeugdhulpregio@haarlem.nl. 3. Tweemaal per jaar wordt een overleg georganiseerd door de gemeenten met de consortia om de voortgang van de businesscase innovaties te bespreken. Het initiatief daartoe wordt genomen door de gemeenten. 4. De gemeenten zijn gerechtigd om een externe partij onderzoek te laten doen naar de besteding van de financiële middelen die ten behoeve van de goedgekeurde innovaties zoals opgenomen in de businesscase innovaties aan de consortia ter beschikbaar zijn gesteld. In het geval blijkt dat de ter beschikking gestelde financiële middelen niet zijn besteed conform de businesscase innovaties, komen de kosten van het externe onderzoek volledig voor rekening en risico van de consortia gezamenlijk. 5. Indien blijkt dat de consortia de financiële middelen niet rechtmatig hebben besteed conform de goedgekeurde businesscase innovaties, zullen de gemeenten onderzoeken aan welk(e) consortium/consortia dit te wijten is en is/zijn hij/zij gehouden om de onrechtmatig bestede financiële middelen terug te betalen aan de gemeenten.
Van belang is in dat kader dat de doelen die zijn beschreven in de businesscase innovatie een inspanningsverplichting voor de consortia meebrengen en geen resultaatverplichting. Slechts in het geval het innovatiebudget niet of niet volledig is besteed aan de uitvoering van de businesscase innovatie ontstaat voor de gemeenten een vordering op de consortia en dienen de consortia het bedrag dat door de gemeenten is betaald maar niet is besteed aan de voornoemde doelen terug te betalen. VII
Duur en status addendum
1. Dit addendum is onlosmakelijk verbonden met de Samenwerkingsovereenkomst en geldt in aanvulling op deze overeenkomst. 2. Het addendum heeft dezelfde looptijd als de Samenwerkingsovereenkomst. 3. In het geval de Samenwerkingsovereenkomst komt te beëindigen, wordt daarmee ook per direct dit addendum beëindigd. 4. Dit addendum kan slechts worden gewijzigd of aangevuld door middel van een door alle Partijen rechtsgeldig ondertekende (onderhandse) akte. Aldus overeengekomen en ondertekend op <…> 2024 te Haarlem,
10/12
namens de gemeente Bloemendaal
namens de gemeente Haarlem
namens de gemeente Heemstede
namens de gemeente Zandvoort
namens de gemeente Beverwijk
namens de gemeente Heemskerk
namens de gemeente Velsen en namens Combikracht ZIJ
namens Hyperionhelpt
namens Planet Young
namens Sparq Jeugdhulp
11/12
Bijlage Beverwijk
EUR 459.360
Bloemendaal
EUR 264.289
Haarlem
EUR 1.604.615
Heemskerk
EUR 404.824
Heemstede
EUR 310.435
Velsen
EUR 826.429
Zandvoort
EUR 130.047
Totaal
EUR 4.000.000
12/12