2 Bijlage 1 Actualisatie Onderwijskansenbeleid
Tekst van het document
Actualisatie onderwijskansen beleid 2024
Voorwoord Gelijke onderwijskansen voor kinderen en jongeren is een van de standpunten van onze coalitie. Dit staat bij mij persoonlijk dichtbij. Ik ben in Haarlem geboren en opgegroeid in de jaren ’80 als zoon van een onderwijzer. Ik ging naar de Molenwiek in Schalkwijk en zag daar dat kinderen voor wie Nederlands niet de moedertaal was, hun schooltijd ook goed konden doorlopen. Haarlem moet wat mij betreft de stad blijven waar dit mogelijk is. Het onderwijskansenbeleid beschrijft hoe we dit willen blijven realiseren of verder optimaliseren. De afgelopen jaren hebben we ontwikkelingen gezien, zoals Corona, de personeelstekorten in de kinderopvang en het onderwijs of verschillende oorlogssituaties in de wereld die het bieden van gelijke onderwijskansen verder hebben bemoeilijkt. Het is daarom tijd om ons onderwijskansenbeleid te actualiseren en aan te passen naar deze ontwikkelingen. We geven in dit geactualiseerde onderwijskansenbeleid een uitgebreid overzicht van wat wij als gemeente Haarlem allemaal doen om de onderwijskansen te vergroten. Daarnaast hebben we de nodige ambities geformuleerd waar wij in de aankomende periode aan gaan werken. Deze actualisatie is opgesteld in samenspraak met onze partners. Ook in de uitvoering werken we als gemeente nauw samen met onze (onderwijs)partners en scholenbestuurders.
In Haarlem zijn we klein genoeg om elkaar persoonlijk te kennen. We spreken elkaar regelmatig waardoor we ontwikkelingen goed kunnen volgen en daar gezamenlijk op kunnen inspelen. Daarnaast dragen we met elkaar zorg voor overkoepelende thema’s of uitdagingen waar onze partners en wij mee te maken hebben en die invloed hebben op de ondersteuning die wij kinderen en jongeren kunnen bieden. Het gaat dan bijvoorbeeld om de landelijke tekorten op de jeugdzorg of de forse toename van nieuwkomers in het onderwijs. Dit zijn thema’s die met name aan bod komen in de Lokale Educatieve Agenda (LEA), die wij momenteel aan het opstellen zijn met onze partners. Onze visie op het bieden van Passend Onderwijs, wat ook raakt aan hoe wij gezamenlijk onze jongeren ondersteunen en kansen willen bieden, is beschreven in het Jeugd Ondersteunings Plan (JOP).
De Haarlemse schoolbesturen voor primair en voortgezet onderwijs, besturen van peuteropvang met voorschoolse educatie, JGZ en de gemeente Haarlem, verenigd in het Bestuurlijk Overleg Primair en Voortgezet Onderwijs Haarlem (BOPOH BOVOH), hebben ingestemd met de actualisatie. Ik maak graag gebruik van de gelegenheid om onze partners allen hartelijk te danken voor de samenwerking en de wijze waarop zij zich dag in, dag uit inzetten voor onze kinderen en jongeren. Bas van Leeuwen, Wethouder Onderwijs, Jeugd en versterken lokale democratie en participatie
2
Inhoud
Hoofdstuk 2
Gelijke kansen in het (basis)onderwijs
16
Ambitie 2.1
17
e gemeente is deelnemer van D de Gelijke Kansen Alliantie Voorwoord
2
Samenvatting
4
Inleiding
5
Hoofdstuk 1
Passende voorschoolse voorzieningen
8
Passende (onderwijs) ondersteuning
Ambitie 4.1
17
Subsidies integreren voor gelijke kansen
Ambitie 2.3
19
e ontwikkelkansen van kinderen in D armoede worden vergroot
21
Ambitie 4.2
Ambitie 4.3
Een dekkend VE-aanbod in Haarlem
Ambitie 3.1
Het Leerplein ondersteunt leerlingen die uitvallen of dreigen uit te vallen
Ambitie 1.2
Gemeente en ouders hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de ontwikkelkansen van kinderen in Haarlem
11
Een antwoord bieden op de grotere zorgvragen op de VE-groepen
Ambitie 1.3 We hebben een dekkend aanbod aan stedelijke onderwijskansenvoorzieningen van 0-4 jaar
13
Ambitie 3.2
22
22
25
25
Leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte vinden via het Samenwerkingsverband een passende onderwijsplek
Ambitie 4.4
9
24
Peuters vinden voldoende ondersteuningsbehoefte in Haarlem
Een gezamenlijke verantwoordelijkheid
Ambitie 1.1
23
lle nieuwkomers in Haarlem ontwikkelen A zich binnen hun nieuwe omgeving
Ambitie 2.2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5 Financiën
25
26
Er wordt extra ingezet op de kwetsbare overgangssituaties voor kinderen
3
Samenvatting Deze actualisatie van het staande onderwijskansenbeleid gaat in op hoe de gemeente Haarlem zich blijft inzetten voor het bieden van gelijke onderwijskansen aan alle kinderen. We actualiseren dit beleid nu, om mee te nemen wat we hebben geleerd door bijvoorbeeld Corona en de daarop door het Rijk toegekende middelen voor het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Het onderwijskansenbeleid is één van de thema’s in de Lokale Educatie Agenda van de gemeente, Haarlemse schoolbesturen voor primair en voortgezet onderwijs, besturen van peuteropvang met voorschoolse educatie, JGZ. Het vergroten van onderwijskansen draait in Haarlem om het bieden van ontwikkelingsondersteuning en -mogelijkheden voor kinderen van ongeveer 2 tot 14 jaar die dit nodig hebben.1 Uitgangspunt is dat er ongelijk geïnvesteerd wordt, om gelijke kansen te kunnen bieden. Deze kinderen gaan naar een peuter- of kinderopvang, een basisschool of het voortgezet onderwijs. Maar onderwijskansen hebben niet alleen te maken met het onderwijs. Juist ook de omgeving van het kind doet er toe. Als er thuis financiële problemen zijn, kan een kind bijvoorbeeld belemmerd worden in het leren. Een sportvereniging of een muziekclub kan tegelijkertijd juist een plek zijn waar een kind talenten kan ontdekken. Omdat de gehele 1.
omgeving van het kind er toe doet, gebruiken wij de kansencirkel als uitgangspunt bij deze nota en proberen we deze nota zo integraal mogelijk te benaderen. Dat betekent dat wij waar mogelijk relaties leggen met de andere beleidsuitgangspunten van de gemeente. Een gemeente heeft verschillende taken en rollen als het gaat om het bieden van gelijke onderwijskansen. Zo is er de wettelijke plicht om voldoende aanbod te hebben in aantal en spreiding van kindplekken voor Voorschoolse Educatie (VE, voorheen werd dit VVE genoemd), als beschreven in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO). Een groot deel van het onderwijskansenbeleid omvat dan ook maatregelen in de voorschoolse periode die verband houden met het aanbod van VE. VE is een educatief aanbod voor kinderen in de leeftijd van 2,5 tot en met 4 jaar oud, voor een deel of soms geheel bekostigd door de gemeente. Voor het VE aanbod werken wij samen met erkende VE-aanbieders. We maken met onze partners de wettelijk verplichte afspraken op het gebied van monitoring van de doelgroep en resultaatafspraken en maken daarnaast afspraken over de doorgaande lijn van het VE-aanbod naar het primair onderwijs of de wijze waarop ouderbetrokkenheid vorm krijgt. Omdat de vraagstukken rondom onze populatie veranderen, mede als gevolg van Corona en de instroom van
Aansluitend op deze nota volgt het Meerjaren beleidsplan ‘Kansen bieden aan Jongeren’ van het Leerplein, dat zich richt op kinderen en jongeren van 5 tot en met 23 jaar.
4
nieuwkomers, blijven wij in overleg met onze partners kijken naar wie er baat heeft bij VE. Waar nodig breiden wij het aanbod uit en we zoeken de verbinding met andere partijen, bijvoorbeeld op het vlak van laaggeletterdheid of educatief partnerschap. Wij vinden het belangrijk om ook op andere gebieden kinderen en hun ouders te ondersteunen en bij te dragen aan het vergroten van onderwijskansen. Dit deden we al, en blijven we doen. Voor kinderen in het primair onderwijs die van huis uit minder kansen hebben op een verrijkend aanbod aan sport, cultuur, welzijn, techniek of natuur, bieden wij samen met maatschappelijke partners en het onderwijs via de Verrijkte Schooldag de mogelijkheden om hier wel aan deel te nemen. Ook via andere interventies, zoals ons Zomeraanbod of de verbinding met het Jeugdeducatiefonds, dragen wij bij aan het vergroten van onderwijskansen van de jongste en de oudere kinderen in Haarlem. Tot slot blijven we lid van de Gelijke Kansen Alliantie (GKA), waarmee we samen met lokale en landelijke partners werken aan het bieden van gelijke kansen.
5
Inleiding Ieder kind heeft recht op gelijke kansen op school en een goede basis. Om dat als gemeente en maatschappelijke partijen te realiseren moeten we ongelijk investeren om gelijke kansen te kunnen bieden: elk kind is anders en start vanuit een andere positie. De vele talenten van jonge en nieuwe Haarlemmers zijn daarnaast een geweldige kans voor de stad. We komen als samenleving pas écht vooruit als kinderen uitgroeien tot inwoners die kunnen bijdragen aan de samenleving. Om dat te bereiken moeten zij kansrijk, veilig en gezond kunnen opgroeien. De gemeente Haarlem zet zich hiervoor in aan de hand van de Kansencirkel. Dat ook de commissie Samenleving dit belangrijk vindt, blijkt uit het onderwijsgesprek dat zij organiseerde op 17 oktober 2023 en dat in ging op de grote personeelstekorten in het onderwijs. We zien grote uitdagingen voor het bieden van een gelijk speel veld. We schetsen er daar een aantal van. Denk hierbij aan het personeelstekort, de groei van het nieuwkomersonderwijs, de groter groeiende kloof in (kansen)ongelijkheid en de (landelijke) wachtlijsten op de jeugdhulp, waardoor er druk ontstaat op de preventieve voorzieningen. Ook hebben de afgelopen 4 jaar ons geleerd dat we niet alle problematiek kunnen voorzien. Om met onze partners deze en mogelijke nieuwe uitdagingen
ook de komende jaren te kunnen aan gaan, werken wij aan het ontwikkelen van gezamenlijke uitgangspunten en een Lokale Educatieve Agenda (LEA). Hierin beschrijven wij waar wij gezamenlijk voor kinderen en jongeren aan gaan werken en hoe wij dat gaan doen. Het Jeugdondersteuningsplan (JOP) en de LEA vormen daarmee de overkoepelende paraplu om onze kinderen en jongeren blijvend te ondersteunen en de goede basis te bieden. Deze actualisatie van het onderwijskansenbeleid is een van de onderdelen om deze basis te bieden; uitgangspunten die vanuit de LEA worden opgesteld, zullen wij meenemen in de uitvoering van dit beleid.
Kansencirkel In de nota “Samen voor de jeugd Haarlem” geeft de gemeente aan dat het – samen met de maatschappelijke partners – het
doel is om Haarlemse kinderen gezond en veilig op te laten groeien. En om hun talenten te laten ontdekken en kennis en vaardigheden te kunnen ontwikkelen. De Kansencirkel wordt sinds 2019 in Haarlem gebruikt om het welzijn van alle kinderen en jongeren centraal te zetten, preventieve inzet en jeugdhulp te verbinden en samenwerking te versterken. De Kansencirkel bestaat uit acht elementen die ieder kind
6
We streven ernaar een gelijk speelveld te creëren voor alle kinderen in – en om het onderwijs. Het doel van het onderwijskansenbeleid is dat alle kinderen het maximale uit zichzelf kunnen halen en hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen. Om dat te bereiken hebben we 4 subdoelen:
nodig heeft om goed te kunnen opgroeien en ontwikkelen. De elementen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar beschermende factoren in de ontwikkeling van kinderen. De kansencirkel is ontwikkeld als onderdeel van het Schotse model ‘Getting it right for every child’ (GIRFEC). Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) heeft de Nederlandse variant – de Kansencirkel – ingebracht.
1. Elk kind die het nodig heeft, kan gebruik maken van passende voorschoolse voorzieningen.
De kansencirkel als gedachtegoed doet recht aan de wens van kinderen en jongeren in Haarlem om niet alleen naar problemen te kijken, maar vooral naar hun talenten. En om gehoord te worden en om erbij te kunnen horen. De cirkel stimuleert alle betrokkenen om naar het hele kind te kijken, niet naar een stukje van het leven van een kind.
2. We bevorderen gelijke kansen door ongelijk te investeren, rondom het onderwijs. 3. Er is sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de groei en ontwikkeling van het kind.
Met onze partners hanteren wij de kansencirkel als leidend principe. Zo hebben we een gezamenlijke visie om op terug te vallen wanneer er onvoorziene omstandigheden zich voordoen.
4. Er is passende (onderwijs)ondersteuning voor elk kind.
Onderwijskansen en aanpalende beleidsterreinen
deren. We streven ernaar om dat in de praktijk zo ontschot, en integraal mogelijk te doen. Daarom verwijzen we in deze nota veel naar andere beleidsterreinen.
Leeswijzer In de volgende hoofdstukken worden de doelen en uitdagingen in het onderwijskansenveld verder geduid en geven we aan waar en welke acties we inzetten om gelijke onderwijskansen te creëren. Waar in deze nota ‘we’ staat, wordt de gemeente Haarlem en alle gelijke(onderwijs)kansenpartners bedoeld. Daar waar ouders staat, bedoelen we ook pleeg ouders of verzorgers van kinderen en jongeren.
De kansencirkel als gedachtegoed doet recht aan de wens van kinderen en jongeren in Haarlem om niet alleen naar problemen te kijken, maar vooral naar hun talenten.
Deze nota richt zich specifiek op het stimuleren van de onderwijskansen van het kind, wat grotendeels valt onder het Kansencirkeldoel “kunnen ontwikkelen”. Onderwijskansen kunnen alleen gestimuleerd worden als er ook aan andere randvoorwaarden voor het welzijn van de leerling wordt voldaan. Als stad doen we dan ook nog veel meer om het welzijn, geluk en de veiligheid van onze kinderen te bevor-
7
Hoofdstuk 1
Passende voorschoolse voorzieningen Subdoel 1: Elk kind die het nodig heeft, kan gebruik maken van passende voorschoolse voorzieningen.
8
In dit hoofdstuk gaan we in op de vele manieren waarop we alle Haarlemse kinderen zo goed mogelijk voorbereiden op de basisschool, zodat zij klaar zijn voor de start in het onderwijs. Daarbij maken we een onderscheid tussen de wettelijke verplichte taak van het uitvoeren van het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid (OKB) en de aanvullende stedelijke activiteiten. Sommige kinderen stappen het basisonderwijs in met een (risico op een) (taal)achterstand. Dat kan te maken hebben met de ontwikkeling van het kind en/of de omgeving waarin het kind opgroeit. Denk hierbij aan economische, sociale en culturele factoren. Het is van belang dat deze achterstand in de ontwikkeling en/of de Nederlandse taal op jonge leeftijd wordt ingehaald, beperkt, of zelfs voorkomen. Wie moeite heeft zich de taal eigen te maken, riskeert ook achterstand in andere vakken en vaardigheden in het onderwijs. Daarbij zijn de effecten van vroegtijdige investeringen in het tegengaan en verminderen van onderwijsachterstanden bij jonge kinderen, over het algemeen groter dan investeringen die op latere leeftijd gericht zijn op het wegwerken van achterstanden.
Ambitie 1.1 Een dekkend VE-aanbod in Haarlem Het VE-beleid Het is voor gemeenten een wettelijke verplichting om in het kader van het landelijke Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) voldoende voorschoolse educatie in de peuteropvang aan te
bieden. Hier ontvangt de gemeente budget voor vanuit het Rijk, de zogeheten GOAB-middelen (Gemeentelijk Onderwijs Achterstanden Budget). De gemeente is verplicht om afspraken te maken over de toeleiding naar de voorschoolse educatie op de peuteropvang en de overgang naar vroegschoolse educatie op de basisschool. De basisscholen zijn op hun beurt verplicht om in de periode van 4 tot en met 6 jaar vroegschoolse educatie in groep 1 en 2 aan te bieden aan kinderen met een taalachterstand. Middelen hiervoor ontvangen basisscholen rechtstreeks vanuit het Rijk. Tenslotte wordt er ook van de gemeente en de samenwerkingspartners verlangd dat er afspraken gemaakt worden over de manier waarop ouders worden betrokken bij deze educatie. Tezamen vormt dit het VE-beleid (Voorschoolse Educatie, voorheen VVE-beleid geheten). Een financieel toegankelijk VE-aanbod Naast het bieden van voldoende voorschoolse educatieplekken in de stad bij de kinderopvang, is elke gemeente ook wettelijk verplicht om peuteropvang financieel toegankelijk te houden voor kinderen van ouders die geen recht hebben op
Momenteel hebben wij 3 VE-aanbieders, met in totaal 30 locaties verspreid over de stad.
kinderopvangtoeslag via de Belastingdienst2. Om ook deze kinderen gelijke kansen te bieden, kunnen ouders 8 uur per week tegen een inkomensafhankelijk tarief gebruik maken van peuteropvang. Alle ouders met een HaarlemPas kunnen daarnaast gratis 8 uur per week gebruik maken van peuteropvang3. Meer dan alleen taalontwikkeling Voorschoolse educatie richt zich niet alleen op de taal ontwikkeling, maar ook op andere ontwikkelingsgebieden. Het gaat om de: • Motorische ontwikkeling: het ontwikkelen van grove en fijne motoriek. • Sociaal-emotionele ontwikkeling: het stimuleren van zelfstandigheid, zelfregulatie en zelfvertrouwen en samen spelen en samenwerken. • Beginnende rekenvaardigheid, zoals het leren tellen, meten en de oriëntatie in ruimte en tijd.
2.
Dit wordt door het Rijk ook wel de Asscher-regeling genoemd. Kinderen van ouders met een Haarlempas hebben daarnaast recht op een tegemoetkoming
3.
van scholingskosten en een bijlesregeling, waarover in de volgende hoofdstukken meer.
9
Kwaliteitswaarborging VE-aanbod Niet alle plekken waar peuteropvang wordt aangeboden, zijn ook automatisch plekken waar voorschoolse educatie wordt aangeboden. Om daaraan te voldoen, dienen de kinderopvangaanbieders aan extra wettelijke kwaliteitseisen te voldoen, zoals het werken met gecertificeerde VE-medewerkers, en een VE-programma. Alle (VE-)kwaliteitseisen heeft de gemeente Haarlem geborgd in het Kwaliteitskader Onderwijskansen. Kinderopvangpartners die voorschoolse educatie bieden, ontvangen hiervoor subsidie van de gemeente. De gemeente wordt door de onderwijsinspectie getoetst op het beleid en de afspraken rondom VE. Kinderopvangpartners worden door de GGD gecontroleerd op de uitvoering van de wet en regelgeving op het gebied van voorschoolse educatie en de extra kwaliteitseisen die wij als gemeente stellen. Scholen worden in hun algemene toetsing vanuit de onderwijsinspectie op het vroegschoolse aanbod getoetst. Ongeveer 60% tot 70% van de geïndiceerde VE-kinderen in Haarlem komt daadwerkelijk op een VE-locatie terecht, en valt daarmee onder “het bereik” wat de gemeente jaarlijks verantwoordt aan het Rijk.4 De omvang van het zogenaamde non-bereik (de kinderen die wel een indicatie hebben, maar
toch geen VE volgen) houden wij goed in de gaten en we streven ernaar om het bereik te optimaliseren. Het blijft aan de ouders om te kiezen voor een VE-plek. Soms past deze niet bij hun voorkeuren, omdat er in Haarlem bijvoorbeeld maar weinig locaties zijn die hele kinderdagopvang mét VE bieden. We streven er met onze partners naar om dit bereik de aan komende jaren uit te breiden naar 75%, maar hierin zien we uitdagingen, waarin we in de volgende paragraaf op ingaan.
Doelgroepdefinitie Kinderen die bij de consultaties van het JGZ Kennemerland signalen van een (taal)achterstand vertonen, of bij wie er een risico is op een taalachterstand door factoren in het gezin, krijgen een VE-indicatie. Hiermee kunnen zij in de leeftijd van 2,5 jaar tot 4 jaar op peuteropvanglocaties die een voorschools educatie-aanbod hebben, gebruik maken van (deels) gesubsidieerde peuteropvang. Om te bepalen welke kinderen hieronder vallen, is elke gemeente wettelijk verplicht om een eigen doelgroepdefinitie op te stellen. De doelgroepdefinitie van Haarlem is:5 Een kind wordt zowel voor- als vroegschools (van 2,5 tot 6 jaar) als VE-kind aangemerkt indien het voldoet aan één of meer van de volgende criteria:
Onder dit bereik bedoelen we: Alle kinderen met een indicatie vanuit de JGZ tussen de 2,5 jaar en 4 jaar, die in routing zijn naar, of op een VE-plek zitten. Het bereik van de
4.
gemeente Haarlem schommelt en hangt af van de wachtlijsten bij VE-peuteropvang, de tijd van doorstroom van de JGZ naar aanmelding bij een peuteropvang, en de hoeveelheid VE-kinderen die een indicatie krijgt. Van de grofweg 30% die niet onder het bereik valt, is van 37,1% bekend dat zij wel nog naar een reguliere kinderopvang gaan. 5.
In 2022 kreeg gemiddeld 16% van de kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar die de Jeugd gezondheidszorg bezocht, een VE-indicatie. In 2022 waren dat 1588 Haarlemse kinderen.
De doelgroepdefinitie VE van Haarlem is in brede afstemming met alle deelnemende partijen aan het onderwijskansenbeleid tot stand gekomen en getoetst op de uitvoerbaarheid.
1: Wanneer beide ouders/verzorgers of een van beide ouders/ verzorgers praktisch geschoold zijn/is. Hieronder wordt verstaan ouders zonder diploma of een diploma lager dan vmbo gl/t. 2: Wanneer het kind een risico op een taalachterstand van het Nederlands heeft en VE-aanbod passend is om dit risico te verkleinen. Dit beoordeelt de JGZ-professional op basis van eigen expertise of op basis van een indicatieverzoek van een externe professional/pedagogisch medewerker. Bij de beoordeling worden in ieder geval de volgende omgevingsfactoren meegenomen: • De sociale omgeving van het kind • De taal die de primaire opvoeder spreekt met het kind • Schuldenproblematiek 3: Wanneer het kind een geconstateerde ontwikkelings achterstand heeft die een belemmering is voor de Nederlandse taalontwikkeling van het kind en VE-aanbod passend aanbod zou kunnen zijn om de ontwikkelingsachterstand te
10
verminderen. Dit beoordeelt de JGZ-professional op basis van eigen expertise of op basis van een indicatieverzoek van een externe professional/pedagogisch medewerker.
Kinderen van internationals Kinderen van internationals (voorheen ook expats genoemd) behoren niet standaard tot de VE doelgroep. Internationals zijn mensen die in verband met werk korter dan 3 jaar in Nederland blijven of van plan zijn te blijven. De JGZ beoordeelt of VE-aanbod passend is en deelname aan voorschoolse educatie in het belang is van de ontwikkeling van het kind. Bij de beoordeling worden naast de omgevingsfactoren (zie doelgroepdefinitie) de volgende aanvullende vragen/items meegenomen: • Verwachte verblijfsduur in Nederland. • Gaat het kind gebruik gaat maken van het basisonderwijs in Nederland. • Zijn ouders voornemens om hun kind naar de Internationale school te laten gaan.
Ambitie 1.2 Een antwoord bieden op de grotere zorgvragen op de VE-groepen Kinderen op VE-groepen hebben per definitie een ondersteuningsbehoefte. Zij komen immers met een VE-indicatie op de groep. De zorgvraag van de populatie die op de VE-groepen zitten is bij een groeiend aantal kinderen groter dan dat deze een aantal jaar geleden was. Hierdoor ontstaat een grotere druk op de VE-groepen. Hier zijn verschillende oorzaken voor:
Corona-maatregelen Door sluiting van bijvoorbeeld het consultatiebureau of andere zorgpartijen konden niet alle zorgvragen direct worden opgepakt en zijn ook niet alle zorgvragen direct opgemerkt. Een voorbeeld hiervan is het vinden van de oorzaak van een geconstateerde (taal)achterstand. Wanneer een kind een taalachterstand heeft, kan hier een auditief of logopedisch probleem aan ten grondslag liggen. Tijdens de Coronamaatregelen konden de onderzoeken hiernaar niet altijd worden uitgevoerd. Voor dergelijke onderzoeken zijn momenteel wachtlijsten. Daardoor zijn er kinderen op de VE-groepen terecht gekomen die wellicht meer baat zouden hebben bij andere voorzieningen en die een grotere zorgvraag hebben dan alleen de (taal)ontwikkelingsachterstand waarvoor zij een VE-indicatie hebben gekregen. Daarnaast blijven sommige kinderen nu langer op de VE-groepen wanneer doorstroom naar een andere zorginstantie of het speciaal (basis)onderwijs niet altijd direct mogelijk is, bijvoorbeeld door wachtlijst problematiek. Veranderde regel- en wetgeving De wetgeving en landelijke regelingen rondom voorschoolse educatie zijn de laatste jaren veranderd. Zo kunnen sinds augustus 2020 alle kinderen met een VE-indicatie tussen de 2,5 jaar en 4 jaar (gedurende 1,5 jaar) 960 uur gebruik maken van voorschoolse educatie, in plaats van 600 uur. In Haarlem is deze overgang goed verlopen.
Al onze VE-aanbieders bieden nu 960 uur aan, verdeeld over 1,5 jaar (gemiddeld 16 uur per week, verdeeld over 4 dagdelen). Naast de positieve ontwikke-
ling dat peuters meer VE-aanbod kunnen krijgen zijn er ook neveneffecten, zoals het ontstaan van homogenere VE-groepen. We zien – weliswaar bescheiden – wachtlijsten ontstaan6, waardoor kinderen later kunnen starten dan vanaf 2,5 jaar, wat de periode van taalblootstelling op de VE-kinderopvang korter maakt. Ook constateren we dat de beschikbare peuteropvangplekken vaker worden gevuld door kinderen met een VE-indicatie, omdat zij voorrang hebben op deze peuteropvangplek. Dat maakt dat er meer homogene groepen zijn bestaande uit vooral kinderen met een VE-indicatie, terwijl onderzoek uitwijst dat heterogene groepen effectiever zijn voor de VE-doelgroep.7 De kwaliteit van VE is het hoogst bij groepen waarbij de taaluitwisseling het grootst is. Gemengde doelgroepen op onze VE-groepen is daarom de ambitie, maar dat is momenteel niet altijd haalbaar. • De inschatting is dat ook andere factoren meespelen bij het veranderen van de vragen rondom de VE-populatie.
De wachtlijsten fluctueren en zijn vaak zeer lokaal. Ouders kiezen immers zelf naar
6.
welke VE-peuteropvang zij willen. Het komt voor dat een populaire VE-kinderopvang een wachtlijst heeft, en de locatie verderop in de straat nog ruimte. Peildatum 12 oktober 2023 zijn er 35 kinderen in de leeftijd 2,8-4 jaar die op een wachtlijst staan. 7.
Melhuish, E. et. al.(2015). A review of research on the effects of Early Childhood Education and Care (ECEC) upon child development. Curriculum Quality Analysis and Impact Review of European Early Childhood Education and Care (ECEC).
11
Zo is de doelgroepdefinitie in 2020 aangepast waardoor nu ook rekening wordt gehouden met de sociale omgeving van het kind en schuldenproblematiek in het gezin. Mogelijk bleven deze kinderen voorheen buiten beeld zien we deze kinderen met sociale problematiek nu ook op de VE-groepen. Doordat er nu meer kinderen met een grotere zorgvraag op de VE-groepen zitten en het bovendien moeilijk is om voldoende VE-gekwalificeerd personeel te vinden, ervaren de VE-aanbieders grote uitdagingen bij het aanbieden van voorschoolse educatie op de wijze waarop zij dat gewend zijn. De verwachting is bovendien dat deze druk op VE-aanbod (alsmede de druk op reguliere kinderopvang) in Haarlem de komende jaren verder zal toenemen. Vanaf 2027 wil het Rijk 96% van de maximum uurprijs van kinderopvang vergoeden aan alle ouders. Daarmee wordt de opvang voor veel ouders bijna gratis en is de verwachting dat de vraag naar kinder opvang, inclusief VE-kinderopvang, zal stijgen. Om deze druk op het VE-aanbod te verlichten werken we als gemeente Haarlem met alle VE-partners op de onderstaande volgende acties nauw samen. Hierbij is het doel tweeledig: we verlagen de druk op het VE-aanbod en vergroten indien nodig, het VE-aanbod voor een optimaal bereik van de VE-doelgroep en een hoge kwaliteit van VE in onze stad. We monitoren het (non)-bereik. Zowel JGZ als VE-aanbieders werken volgens het toeleidings-
protocol. Als onderdeel daarvan werkt Haarlem sinds 2016 met de digitale VE-toeleidingsmonitor. Deze maakt inzichtelijk waar de doelgroepkinderen zich in het toeleidingsproces bevinden en welke kinderen wel of niet deelnemen aan Voor- en Vroegschoolse Educatie. De monitor is ontwikkeld in samenwerking met de JGZ Kennemerland, VE-kinderopvangaanbieders en de gemeente. De monitor wordt gebruikt als signalerings- en sturingsinstrument om verbeteracties in het toeleidingsproces uit te voeren en te monitoren. Op deze wijze wordt gewerkt aan een optimaal bereik van de doelgroep. De monitor is volledig AVG-proof. We verbreden waar nodig het voorschoolse educatie-aanbod in onze stad. In overleg met verschillende kinderopvangpartners is een aantal pilots gestart, zoals het aanbieden van hele dagopvang met VE. Ook is er per 2023 een derde aanbieder in de stad. Het hebben van meerdere aanbieders in de stad, maakt het makkelijker om te kunnen voldoen aan onze wettelijke plicht om het aanbod te spreiden. We maken het daarom aantrekkelijk om VE aan te bieden als kinderopvanghouder. Enerzijds door het beschikbaar stellen van (opstart)subsidies en daarnaast ook door een lerend netwerk te vormen met het gehele onderwijskansenveld. We bespreken met scholen die veel VE-leerlingen ontvangen, het belang van een goede samenwerking met hun voorschoolse aanbieder.
We benadrukken bij wisseling van kinderopvangpartner het streven om te kiezen voor een aanbieder met VE.
Ook bij (door)ontwikkelingen tot Integrale Kindcentra (IKC’s) agenderen we het belang van het specifiek verbinden van een VE-gecertificeerde kinderopvangaanbieder in de school. We communiceren en dragen gezamenlijk het belang uit van het volgen van voor- en vroegschoolse educatie. Om ouders te informeren over het aanbod van VE-peuter opvang, hebben gemeente, Jeugdgezondheidszorg en de aanbieders van VE-peuteropvang gezamenlijk communicatie materialen ontwikkeld: de Klaar voor de Start-communicatie middelen, zoals een website, flyers, een filmpje. Met deze middelen benoemen we het belang van VE én maken we de locaties waar voorschoolse educatie wordt gegeven zichtbaar in de stad.8 We zetten ons zoveel mogelijk in op het terugdringen van het personeelstekort in de (VE)kinderopvang en het onderwijs. Net als in het onderwijs, is ook de druk op personeel en het tekort ervan in de kinderopvangsector groot. Omdat VEkinderopvang daarnaast extra kwalificaties van de pedagogisch medewerker vraagt, is de schaarste hier zo mogelijk nog groter dan in de reguliere kinderopvang. We bespreken met onze partners de wijze waarop de gemeente Haarlem deze tekorten zou kunnen verzachten en welke rol hierbij is weggelegd voor de werkgevers of de gemeente.
Het gaat hierbij qua communicatie om de Website Klaarvoordestarthaarlem.nl, een
8.
flyer (inclusief een flyer voor laagtaalvaardige ouders, en een voorlichtingsfilm (in verschillende talen).
12
In 2022 is dit bovendien in het coalitieakkoord opgenomen en in oktober 2023 heeft de commissie Samenleving zich hard gemaakt voor dit onderwerp door een raadsgesprek te organiseren waarbij zij zich hebben verdiept in de problematiek rondom het personeelstekort in het onderwijs. Dat het een belangrijk onderwerp is wordt breed erkend. Tegelijkertijd realiseren we ons dat we als gemeente een beperkte rol kunnen spelen in dit vraagstuk. We zetten ons momenteel al in op een aantal onderwerpen. Deze onderwerpen werden tevens genoemd tijdens het raadsgesprek dat was georganiseerd door de commissie samenleving als mogelijke onderwerpen waarop de gemeente invloed kon uitoefenen: • Leerkrachten en pedagogisch medewerkers VE waar mogelijk voorrang bieden op het verkrijgen van een woning in Haarlem; • Aantrekkelijke onderwijs- en kinderopvanghuisvesting, om zo samen met de partners te werken aan aantrekkelijk werkgeverschap en flexibel inzetten van ruimten en mogelijkheden; • Meedenken met het mobiliteitsvraagstuk rondom scholen en pedagogisch medewerkers. • De gemeente Haarlem werkt samen met overige regio gemeenten, UWV, onderwijs, werknemers- en werkgeversorganisaties om te werken aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt.
In de regionale strategische arbeidsmarktagenda Zuid-Kennemerland en IJmond 2023-2027 wordt er vanuit deze samenwerking extra aandacht besteed aan onder meer de sectoren onderwijs en kinderopvang.
In het kader van arbeidsparticipatie zijn er bovendien voor alle inwoners uit de regio mogelijkheden voor om- of bijscholing richting kraptesectoren, via het Regionaal mobiliteitsteam. De gemeente Haarlem (en Zandvoort) biedt in het kader van re-integratietaken onder bepaalde voorwaarden ondersteuning en vergoeding bij om- en bijscholing richting kraptesectoren voor mensen die vallen onder de Participatiewet. In 2023 hebben we verkennend onderzocht waar we als gemeente verder kunnen bijdragen aan het tegengaan van de personeelstekorten in kinderopvang en onderwijs. Hier zijn de volgende extra aanbevelingen uit gekomen, die we met de kinderopvang en de schoolbesturen gaan uitwerken: • Het creëren van aantrekkelijke combinatiefuncties, al dan niet met opstartmiddelen vanuit de gemeente; • Onderzoek of er bij toezicht en handhaving in de kinderopvang rekening kan worden gehouden met flexibiliteit, de wetgeving biedt hier ruimte voor, en landelijk worden hierop zaken ontwikkeld. De opgehaalde input uit het raadsgesprek en het verkennend onderzoek gebruiken we om in 2024 actief bij te dragen aan het tegengaan van personeelstekorten in het onderwijs en de kinderopvang, bijvoorbeeld door gerichte subsidieverlening of door in te zetten op Citybranding, zoals geopperd tijdens het raadsgesprek.
We onderzoeken de groeiende druk op de VE-groepen en verstevigen het (preventieve) aanbod: Het probleem van de druk op de VE-groepen heeft meerdere oorzaken en het is dus ook niet op te lossen door slechts één maatregel te nemen. De aankomende periode gaat de gemeente gebruiken om samen met de VE-partners en andere partners in het preventieve veld te bezien welke oplossingsmaatregelen genomen kunnen worden. Er wordt daarbij onder andere gedacht aan het intensiveren van de samenwerking met zorgpartijen of het uitbreiden van al bestaand aanbod.
Ambitie 1.3 We hebben een dekkend aanbod aan stedelijke onderwijskansenvoorzieningen van 0-4 jaar De JGZ verbindt kwetsbare gezinnen en VE De ontwikkeling van kinderen begint al tijdens de zwangerschap. De eerste 1000 dagen van een kind zijn cruciaal voor een goede start. De gezondheid van een kind voor, tijdens en na de geboorte blijkt een belangrijke voorspeller te zijn van problemen – zowel fysiek als mentaal – op latere leeftijd. Gezondheid is daarom een belangrijke factor bij (kansen in) het onderwijs.
De eerste 1000 dagen van een kind zijn cruciaal voor een goede start.
13
Daarom is in 2019 vanuit het ministerie van VWS en de Jeugdgezondheidszorg het actieprogramma Kansrijke Start opgezet. Gemeenten ontvangen middelen om deze kansrijke start uit te (laten) voeren. In Haarlem is de invulling van het Kansrijke Startprogramma opgezet samen met de JGZ Kennemerland en heeft de gemeenteraad tevens tot een aanvulling op de landelijke middelen besloten. De uitwerking ervan is te vinden in Kansrijke Start Haarlem. Door de uitvoering van de Kansrijke Start komen JGZ- professionals eerder in contact met kwetsbare gezinnen, soms zelfs al voor de geboorte. Hierdoor kan er op allerlei vlakken ondersteund en verwezen worden wanneer nodig. Toeleiding naar een VE-plek in de kinderopvang voor het kind uit een kwetsbaar gezin, verloopt dan soepeler omdat de problematiek eerder in beeld is en de samenwerkingspartners elkaar eerderweten te vinden. De speelgroepen vormen een laagdrempelige toegang voor elke ouder van jonge kinderen Haarlem kent vanuit het welzijnswerk al jaren de speelgroepen. Dit zijn inloopplekken waar ouders met hun kind(eren) tussen de 0 en 2,5 jaar naartoe kunnen om te spelen en elkaar te ontmoeten. Vanuit de speelgroepen wordt samengewerkt met en/of verwezen naar de JGZ, de bibliotheek en VE-peuteropvang. Daarmee hebben de speelgroepen een grote preventieve en toeleidende functie, op
7
Bezoekers per speelgroep
Per openstelling komen er gemiddeld 7 bezoekers per speelgroep. Het streven is dat er ten minste 25 unieke gezinnen per wijk worden bereikt per jaar.
het terrein van opvoedingsondersteuning. Er zijn momenteel 15 speelgroepen (op 12 locaties, verspreid over de verschillende wijken) in Haarlem waar ouders met hun jonge kinderen terecht kunnen. De bibliotheek helpt bij het doorbreken van de cyclus van laaggeletterdheid en taalachterstanden Ouders hebben de grootste invloed op de taalontwikkeling van kinderen. Een grote groep ouders, vooral ouders die zelf moeite hebben met taal, beschikt niet over de vaardigheden om de taalontwikkeling van hun kind(eren) voldoende te stimuleren. De bibliotheek ondersteunt hen hierbij op verschillende manieren. Tijdens het drie maanden-consult op het consultatiebureau ontvangen ouders een koffertje, met daarin gratis voorleesboekjes en een waardebon waarmee ze bij de bibliotheek een lidmaatschap voor hun baby kunnen aanvragen (dit programma heet “BoekStart”). Ook zet de bibliotheek boekstartcoaches in op het consultatiebureau. Zij kunnen ouders informeren over taalontwikkeling en de rol die zij als
ouder(s) daarin spelen. In 2022 zijn 896 Boekstart-koffertjes uitgedeeld. Voor laagtaalvaardige ouders met kinderen van 2 tot en met 8 jaar is er de VoorleesExpress. Een vrijwilliger komt dan 20 weken lang bij het gezin thuis om voor te lezen, te praten en spelletjes te doen. In 2022 zijn hiermee 30 gezinnen bereikt. Tevens ondersteunt de bibliotheek de kinderopvang en scholen bij het (interactief) voorlezen, het inrichten van een aantrekkelijke (voor)leesplek en het samenstellen van een boeken collectie. Bij de aanpak van laaggeletterdheid bij ouders wordt aansluiting gezocht bij de Gemeentelijke Gezinsaanpak Geletterdheid. Daarin is een belangrijke verbindende rol weggelegd voor de bibliotheek. Bibliotheken hebben aanbod voor jonge kinderen én (laagtaalvaardige) ouders, maar vaak nog los van elkaar. Met de gezinsaanpak wordt ingezet op een samenhangende gezinsgerichte aanpak van laaggeletterdheid. Voor aanbieders en scholen is er daarnaast nog een
14
subsidieregeling Tel mee met Taal. Dit is een jaarlijkse, landelijke regeling, die partners in staat stelt initiatieven met laag taalvaardigen op te zetten en uit te voeren. Vanuit deze regeling wordt ook het plan ‘Boekstart op de Kinderopvang’ per 2024 deels bekostigd. Het is een uitgebreid en meerjarig plan dat is opgesteld door de Haarlemse VE-partners en de bibliotheek. Het plan is gericht op het verbeteren van de leescultuur op de opvang én thuis en is daarmee een belangrijke bijdrage aan het vergroten van het educatieve partnerschap. Er is een dekkend en samenhangend aanbod voor alle 0 tot 4-jarigen op het vlak van de jeugdpreventie Naast de activiteiten die vanuit Onderwijskansen worden georganiseerd voor 0 tot 4-jarigen, zijn zoals eerder genoemd de partners in het preventieve jeugdbeleid, de JGZ en het CJG, leidend in de zorg en welzijn voor het jonge kind, in goede harmonie met de ouder. Ook het preventieve jeugdbeleid is gestoeld op de visie van de Kansencirkel. De jeugdpreventieve activiteiten zijn gedeeltelijk geborgd binnen het samenwerkingsverband Buurts. Denk hierbij aan activiteiten zoals voorlichting voor ouders en de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten bij kinderactiviteiten in buurtcentra of huizen van de wijk. Buurts organiseert ook samen met Spel-aan-huis dat ouders thuis bezoek krijgen van stagiaires die kinderen helpen bij spelbegeleiding.
Dat zorgt voor een verbetering van spelenderwijs leren.
Ook het CJG neemt een belangrijk deel van voorlichting voor hun rekening. Zij hebben een groot aanbod aan cursussen voor zowel kinderen en jongeren als aan ouders. Andere voorbeelden van lopende projecten die vanuit preventief jeugdbeleid worden gesubsidieerd zijn Home-Start (Humanitas) en Buurtgezinnen. Dit zijn projecten waarbij een
getrainde vrijwilliger gezinnen ondersteunt die dat tijdelijk goed kunnen gebruiken. In 2024 volgt een uitvoeringsprogramma van het preventieve jeugdbeleid. Ook dat programma zal de kansencirkel als kapstok gebruiken. Hierbij wordt meer inzicht gegeven in de overige 7 parten van de kansencirkel.
15
Hoofdstuk 2
Gelijke kansen in het (basis)onderwijs Subdoel 2: We bevorderen gelijke kansen door ongelijk te investeren, in- en om het onderwijs.
16
Kansenongelijkheid in het onderwijs heeft meerdere oorzaken en daarmee ook verschillende aangrijpingspunten om op in te zetten. Van belang is om de leefwereld van thuis, de omgeving, en de school, nog sterker aan elkaar te verbinden. Hier biedt de kansencirkel goede aanknopingspunten voor. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de interventies en stimulerende maatregelen die de gemeente Haarlem samen met partners opzet of al heeft opgezet voor de (reguliere) basisschoolperiode. Hierbij is het uitgangspunt dat we ongelijk investeren voor gelijke onderwijskansen. Ambitie 2.1 De gemeente is deelnemer van de Gelijke Kansen Alliantie Gemeenten zijn verplicht kinderen gelijke onderwijskansen te bieden. De Gelijke Kansen Alliantie (GKA), opgericht door het ministerie van OCW, ondersteunt gemeenten en onderwijs bij het verbeteren van kansengelijkheid in het onderwijs, met aandacht voor school, thuis en de leefomgeving. Gemeente Haarlem is, in overleg met het onderwijs, sinds 2019 lid van de GKA. Wanneer de nieuwe periode van de GKA-subsidie regeling in werking treed schrijft de gemeente in overleg met het onderwijs hierop in.
Ambitie 2.2 Subsidies integreren voor gelijke kansen Gelijke kansen bevorderen gebeurt niet alleen binnen het onderwijs, maar ook op het gebied van sport, cultuur, jeugd-
preventie, welzijn en gezondheid. Op sommige van deze gebieden biedt Haarlem (subsidie-)regelingen. Elke regeling stimuleert het ontplooien van extra activiteiten ter bevordering van kansengelijkheid en talentontwikkeling van Haarlemse kinderen. Toch kent iedere regeling een (gedeeltelijk) andere doelgroep, een andere verantwoordingssystematiek en een eigen manier van uitvoering. Dit maakt het voor het onderwijs en maatschappelijk veld moeilijk om de middelen integraal in te zetten. Daarom heeft de Gemeente Haarlem sinds de zomer van 2021 de wens uitgesproken om het aanbod van verrijkende activiteiten rondom scholen opnieuw vorm te geven. Met de nieuwe regeling Verrijkte Schooldag Haarlem is het gemeentelijke aanbod aan subsidies en ondersteuning in 2023 meer in samenhang met elkaar gebracht en is het aanvragen hiervan versimpeld voor het onderwijs en de maatschappelijke partijen. Hierdoor is er sprake van een meer integrale aanpak
In de gemeente Haarlem zijn 48 scholen voor primair onderwijs. Van deze scholen zijn er 14 zogenaamde ‘onder wijskansenscholen’. Dit zijn scholen waarbij de weging van de school hoger is dan 33. De weging van een school is een maat die door het CBS wordt gehanteerd waarbij er een schaal wordt gebruikt die loopt van 20 tot 40. Op basis van een vijftal criteria (zoals het opleidingsniveau van ouders, en of ouders in de schuldsanering zitten) heeft een school een bepaalde weging. Hoe lager complexiteit in de populatie, hoe lager de weging. Naast de 14 onderwijskansenscholen zijn er nog 3 PO-scholen die deels financieel worden ondersteund door de gemeente, omdat zij een weging tussen de 30 en de 33 hebben. om elke leerling in Haarlem die dat nodig heeft te bereiken met diverse activiteiten op het gebied van cultuur, sport, natuur en techniek. Deze activiteiten worden zowel binnen als buiten de school georganiseerd en worden gekoppeld aan het reguliere aanbod in de stad. Hierdoor kunnen kinderen hun interesses ontwikkelen en ontdekken, al dan niet met ondersteuning van het cultuur- of sportfonds.
17
Verrijkte Schooldag Haarlem Er zijn scholen en leerlingen die verrijking op het gebied van sport, cultuur, welzijn, techniek en natuur niet vanuit huis mee (kunnen) krijgen. Met de Verrijkte Schooldag Haarlem ontdekken kinderen via de verrijkende activiteiten talenten, ontwikkelen nieuwe vaardigheden en kunnen groeien in hun zelfvertrouwen. Met de Verrijkte Schooldag brengen gemeente en de scholen middelen vanuit de Haarlemse subsidieregelingen Onderwijskansen en School in de Wijk en de landelijke subsidieregeling School en Omgeving samen om extra activiteiten ter bevordering van kansengelijkheid en talentontwikkeling te kunnen ontwikkelen en aanbieden.
past er sprake is van individuele aanvragen vanuit de scholen. Ook de financieringshoogte per school is anders dan in het schooljaar 2022/2023, waardoor sommige scholen nu meer en andere scholen minder middelen krijgen dan waar zij rekening mee hielden. Ondanks de gewijzigde spelregels, hebben de aangesloten schoolbesturen en de gemeente uitgesproken de bestaande coalitie in stand te houden
In Haarlem zijn in 2023 17 scholen aangewezen om te starten met de Verrijkte Schooldag. Deze scholen krijgen middelen vanuit het Rijk en/of vanuit de gemeente om een bij de context van hun school en schoolvisie passend verrijkt aanbod te ontwikkelen, dat aansluit bij de kansencirkel.
Nationaal Programma Onderwijsmiddelen: Specifiek voor het wegwerken van corona-gerelateerde achterstanden in het onderwijs, heeft het rijk vanaf september 2021 tot en met juli 2025 middelen voor het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) vrijgemaakt. Gemeenten en scholen ontvangen de middelen. Voor de gemeenten geldt dat zij in samenwerking met het onderwijs, het voorschoolse en het preventieve veld moetenonderzoeken wat er – aanvullend op de schoolse NPO-maatregelen – kan worden gedaan om (talent)ontwikkeling van kinderen te stimuleren en leervertragingen op te pakken. In Haarlem zijn hiervoor 30 initiatieven geformuleerd waarop we de incidentele middelen inzetten. Deze initiatieven richten zich op het stimuleren van de sociale, emotionele, cognitieve en executieve vaardigheden van de kinderen. Veel van deze middelen worden ingezet op de basisschoolperiode, maar ook de vroegschoolse periode, het voortgezet en het
Hiernaast nemen de scholen deel aan een lerend netwerk, samen met de betrokken maatschappelijke partijen. De Verrijkte Schooldag Haarlem is deels vormgegeven met middelen vanuit het School & Omgeving van het ministerie van OCW. Een Haarlemse coalitie van onderwijs, opvang, maatschappelijke partijen en de gemeente is sinds september 2022 aangesloten op dit traject. Waar in 2022 en begin 2023 de focus vanuit het Rijk lag op het gezamenlijke (coalitie), is de regeling vanaf schooljaar 2023/2024 dusdanig aange-
Gelijke kansen stimuleren met subsidies en regelingen
Regelingen en initiatieven van die onderwijskansen bevorderen: •N ationaal Programma Onderwijsmiddelen • Zomeractiviteiten • Cultuureducatie met Kwaliteit • Combinatiefuncties • Schoolzwemmen
Er zijn verschillende regelingen en initiatieven van de gemeente Haarlem om onderwijskansen te bevorderen: vervolgonderwijs vallen onder de regeling. Scholen en maatschappelijke partners die een incidentele NPOsubsidie aanvragen, wordt gevraagd naar de samenhang met de andere regelingen vanuit onderwijskansen, én moeten aan geven hoe hun project vanuit de visie van de kansencirkel bijdraagt aan het welbevinden van de Haarlemse jeugd. Zomeractiviteiten: Jaarlijks faciliteert de gemeente activiteiten gericht op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen in de zomer. Ook hierbij is de kansencirkel leidend. Dat wil zeggen dat voor het ene kind ontwikkeling en groei plaats kan vinden in een uitdagend activiteitenaanbod in de wijk, en voor het andere kind er (ook) extra aandacht gewenst is op de taal- en rekenvaardighedenom zo goed voorbereid aan het volgende leerjaar te beginnen. De Zomerschool met 100 deelnemers in 2022 en de Summer 023-activiteiten met meer dan 2500
18
reserveringen voor de verschillende activiteiten en 297 wekelijkse deelnemers zijn hier de afgelopen jaren goede voorbeelden van. Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK): De regeling Cultuur educatie met Kwaliteit is een landelijke, vierjaarlijkse regeling, die voor Haarlem uitgevoerd wordt door stichting Hart, vanuit het cultuurbeleid. Het doel is om goed cultuuronderwijs te verankeren in de school en te verbinden met buitenschools aanbod. In de huidige periode ligtde nadruk vanuit het Rijk op cultuureducatie voor juist die groep leerlingen die misschien niet vanuit huis in aanraking komen met cultureel aanbod. Dit is veelal dezelfde populatie als waar de andere (onderwijs) kansenmiddelen zich op richt vanuit het domein onderwijs. Vanuit de Verrijkte Schooldag maken we het voor de 17 scholen ook mogelijk om hun CmK-middelen en aanbod vanuit hun schoolvisie te verbinden aan de activiteiten die zij stimuleren vanuit de Verrijkte Schooldag. De CmK-regeling is natuurlijk breder dan de 17 scholen die onder de Verrijkte Schooldag vallen. Combinatiefuncties: De Brede Regeling Combinatiefuncties is een rijksregeling en heeft als doel om kwetsbare mensen in aanraking te brengen met culturele en sportieve activiteiten en verschillende partijen, waaronder scholen, in de wijken te verbinden.
Deze regeling wordt grotendeels uitgevoerd vanuit het sportbeleid van de gemeente Haarlem en vertaalt zich in menskracht. In Haarlem is zo’n 37 fte (+/- 80 personen) (mede) gefinancierd door de Brede Regeling Combinatiefuncties. Veelal zijn dit buurtsport- of cultuurcoaches. Meer dan de helft
van de combinatiefunctionarissen richt zich, direct of indirect, op jeugd. De combinatiefunctionarissen en de maatschappelijke partners waar zij vaak voor werken zijn actief betrokken bij de uitwerking van de Verrijkte Schooldag. Daarnaast vullen zij hun functie in de wijken in. Bijvoorbeeld door wekelijks gratis sportinstuiven te organiseren. Schoolzwemmen: Voor kinderen die van huis uit geen zwemlessen hebben gehad, organiseert de gemeente vanuit sportbeleid in samenwerking met SRO een ‘vangnet’. De doelstelling is dat geen kind de basisschool verlaat zonder zwemdiploma. Leerlingen in de laatste fase van de basisschool, maar in het bijzonder ook leerlingen uit het speciaal basisonderwijs en de Internationale Taalklas (ITK) maken hier gebruik van. Daarnaast worden er speciale thema-activiteiten en zwemgymlessen aangeboden waarbij kinderen hun zwemtechnieken en zelfredzaamheid in het water vergroten.
Ambitie 2.3 De ontwikkelkansen van kinderen in armoede worden vergroot Onderwijsachterstanden hangen vaak samen met de thuissituatie van leerlingen. Hierbij speelt vaak het (lage) inkomen van een gezin een grote rol. De relatie tussen het (slechtere) welbevinden van kinderen die opgroeien in armoede en de
relatie met schoolprestaties, is algemeen bekend. Veel van de activiteiten en regelingen uit bovenstaande opsomming worden dan ook al door kinderen of gezinnen met een laag inkomen of schulden, gebruikt. Daarnaast zijn vanuit de gemeente ook andere extra mogelijkheden voor deze gezinnen, waar hieronder kort op wordt ingegaan. De gemeente is aangesloten bij het Jeugd Educatie Fonds Een school kan zich aansluiten bij het Jeugd Educatie Fonds (JEF) als meer dan 50% van de leerlingen een thuissituatie heeft met een inkomen tot 150% van het minimuminkomen. Er zijn 18 Haarlemse scholen aangesloten bij het Jeugd educatiefonds.Als geldgebrek een belemmering is in de ontwikkeling, kunnen deze scholen een beroep doen op een bijdrage van het JEF. Voor elk van de bij het JEF aangesloten scholen neemt de gemeente de helft van de financiering op zich. De overige middelen worden door het JEF uit (particuliere) fondsen gehaald. Het JEF is daarnaast de uitvoerder van de landelijke regeling ‘Schoolmaaltijden’. De criteria voor deelname zijn hierbij net anders: scholen waarvan minstens 30% van de leerlingen uit een gezin komt met weinig inkomen kunnen gebruik maken van het Schoolmaaltijden Programma.
De invloed van armoede op schoolprestaties | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)
9.
Hierbij kun je denken aan de aanvragen die ook vanuit het Sport- en Cultuurfonds kunnen worden gedaan, of zaken die via de HaarlemPas vergoed worden.
10.
19
Tussen de gemeente en het JEF is er tweejaarlijks overleg. In dit overleg wordt besproken welk type aanvragen er gedaan is, zodat dubbelingen in gemeentelijke regelingen voorkomen kunnen worden.10
bijdrage voor sportkleding. Stichting Leergeld kan ouders ondersteunen in de kosten van schoolspullen zoals een laptop of fiets en meldt kinderen aan voor de verjaardagsbox van Stichting Jarige Job.
De HaarlemPas ondersteunt kinderen in armoede Vanuit het minimabeleid vallen alle ondersteuningen voor mensen met een laag inkomen onder de HaarlemPas. Hier zijn specifiek zaken in opgenomen die de kansengelijkheid van kinderen in en om het onderwijs bevorderen. Dit start al in de 0 tot 4-jaar-fase met een babyspullenpakket voor ouders, de gratis deelname aan de speelgroepen en de korting op de kinderopvang (al dan niet met VE). Voor alle kinderen wiens ouders onder de HaarlemPas vallen, is ook een gratis speeltuinabonnement mogelijk bij sommige betaalde speeltuinen in Haarlem.
We verbinden scholen met de armoedebestrijdingsinitiatieven Naast de gemeentelijke regelingen die armoede en schulden tegengaan, zijn er in onze stad tal van (particuliere) initiatieven zoals de Haarlemse Alliantie Tegen KinderArmoede (HATKA). De gemeente Haarlem ziet voor zichzelf hier een netwerkfunctie: we verwijzen door, en maken waar mogelijk een verbinding of een ontmoeting tussen stakeholders.
Binnen de (basis)schoolperiode valt onder de HaarlemPas specifiek de Schoolkostenregeling, de gratis identiteitskaart voor alle kinderen, en de gratis toegang tot Haarlemse musea en korting op de podia. Voor kinderen die na de basisschoolperiode extra huiswerkbegeleiding nodig hebben, is via de HaarlemPas een tegemoetkoming mogelijk. In 2022 maakte 1206 gezinnen gebruik van de schoolkostenregeling. Los van de HaarlemPas zijn daarnaast nog kortingen of vergoedingen mogelijk voor een lidmaatschap van een sportvereniging, muziekvereniging of andere hobbyvereniging via het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Ook geeft dit fonds een
Daarnaast biedt de Gelijke Kansen Alliantie en het Nederlands Jeugdinstituut expertise en kennis over armoedeproblematiek in relatie tot de ontwikkeling van kinderen. We delen deze kennis met ons netwerk van scholen en partners continue. Vanuit het minimabeleid biedt de gemeente educatie over financiën aan op het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Zo worden er gastlessen gegeven op basisscholen aan leerlingen van groep 8. Tijdens de gastlessen wordt aandacht besteed aan zakgeld, hoe om te gaan met verleidingen en wat schulden zijn. Op het voortgezet onderwijs werkt de gemeente samen in de voorlichting over geld met Humanitas, stichting Kikid en Money Start.
20
Hoofdstuk 3
Een gezamenlijke verantwoordelijkheid Subdoel 3: Er is sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de groei en ontwikkeling van het kind.
21
Het inzetten op gelijke ontwikkelkansen vraagt een goede afstemming tussen de leefwereld thuis, op school en met de leefomgeving of buurt van het kind. Alleen gezamenlijk wordt er op die manier aan alle taartpunten van de Kansencirkel gewerkt. In dit hoofdstuk gaan we kort in op welke verwachtingen en doelen we hebben wat betreft het betrekken van ouders, de resultaatafspraken die we maken en de afspraken rondom cruciale overgangssituaties. Ambitie 3.1 Gemeente en ouders hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de ontwikkelkansen van kinderen in Haarlem De onderwijskansenpartners werken aan een vorm van ouderbetrokkenheid gedefinieerd als educatief partnerschap. Ouders/verzorgers en professionals zijn samenwerkingspartners en versterken elkaar. De wijze waarop het educatief partnerschap wordt vormgegeven, is vastgelegd in het ‘Kwaliteitskader Onderwijskansen’. In 2024 actualiseren we dit kwaliteitskader, samen met onze partners.
Ambitie 3.2 Er wordt extra ingezet op de kwetsbare overgangssituaties voor kinderen De start bij de basisschool, de overgang van basisschool naar middelbare school en het kiezen voor een vervolgopleiding is altijd spannend. Overgangen in en rond het onderwijs lopen
niet voor iedere leerling even gunstig. Leerlingen met dezelfde kennis en vaardigheden, maar met een andere achtergrond, kunnen toch heel verschillende schoolloopbanen hebben. Het verbeteren van kwetsbare overgangen is daarom een belangrijk onderdeel van het beleid voor gelijke kansen. In de volgende situaties geven we weer hoe de gemeente Haarlem en haar partners deze overgangssituaties versoepelen. We maken afspraken over VE-resultaten en de doorgaande lijn De gemeente heeft een wettelijke taak op het faciliteren van een doorgaande lijn van voor- naar vroegschools. Daarom staat in het kwaliteitskader Onderwijskansen dat elk deelnemend VE kind een warme overdracht krijgt naar de basisschool. Hierbij gaat het om het versoepelen van de overgang. De voorwaarden die we hieraan stellen staan in ons overgangsprotocol, bedoeld voor leerkrachten en pedagogisch medewerkers. Het protocol is afgestemd met de VE-kinder
opvang, het Samenwerkingsverband PO en de basisscholen. Om het effect van VE in de gemeente te kunnen meten, dienen gemeente VE-resultaatafspraken te maken met hun scholen en VE-kinderopvangpartijen. In 2024 worden deze gezamenlijke afspraken vernieuwd. Ook is het van belang om de overdracht tussen een reguliere kinderopvang en de basisschool te bevorderen en te versoepelen. Scholen en kinderopvangorganisaties zijn zelf verantwoordelijk voor de invulling en vormgeving van deze overdracht.
22
Hoofdstuk 4
Passende (onderwijs) ondersteuning Subdoel 4: Er is passende (onderwijs)ondersteuning voor elk kind.
23
In de vorige hoofdstukken zijn de vele ondersteuningsmogelijkheden genoemd om gelijke kansen in en om het reguliere onderwijs te bevorderen. Maar niet ieder kind vindt zijn of haar plek binnen dat reguliere onderwijs, of kan zich daarin verder ontwikkelen. In dit hoofdstuk gaan we in op de verschillende vormen van passende (onderwijs) ondersteuning en wie dit realiseert. Ambitie 4.1 Alle nieuwkomers in Haarlem ontwikkelen zich binnen hun nieuwe omgeving Kinderen die nieuw zijn in Nederland en de taal nog niet machtig zijn, stromen tot hun 6e jaar in het reguliere onderwijs of de (VE-)kinderopvang in.11 Het nieuwkomersonderwijs in de gemeente Haarlem wordt op verzoek van de basisschoolbesturen uit Haarlem en de regio uitgevoerd door Stichting TWijs (bij de Internationale Taalklas, ITK) als het gaat om de doelgroep van 6- 11 jaar. In het geval van de doelgroep 12-17 jaar wordt het nieuwkomersonderwijs verzorgd door Dunamare, op de Internationale Schakelklas (ISK). Zowel het ITK als de ISK hebben een regionale functie, wat wil zeggen dat er zowel leerlingen uit Haarlem als uit omliggende gemeenten naartoe gaan.
Hierbij is de uitzondering dat kinderen tussen de 4 en 6 met oudere
11.
broers en zussen die wél naar het ITK gaan, ook op het ITK komen. Voor hen is er een aparte kleutergroep bij de ITK.
Kinderen op het ITK stromen na maximaal een jaar uit naar het primair onderwijs. Kinderen op het ISK stromen, afhankelijk van hun Nederlandse taalbeheersing na maximaal twee jaar uit naar het voortgezet onderwijs of het MBO. Voor aankomende jaren is de grootste uitdaging de capaciteit van het nieuwkomersonderwijs, zowel in het licht van de huidige personeelstekorten in het onderwijs als wat betreft de huisvesting en de toenemende instroom van leerlingen. Ook doorstroom naar het reguliere onderwijs vormt een uitdaging voor Haarlem en de regio, zowel in aantallen als in onder steuningsbehoeften. De forse toename in het aantal nieuwkomersleerlingen maakt dat het nodig is om keuzes te maken over de toekomst van het nieuwkomersonderwijs, zowel wat betreft de huisvesting als wat betreft de afspraken met de regiogemeenten. Er wordt door het onderwijs en gemeente nagedacht over de toekomst van het nieuwkomersonderwijs voor Haarlem en de regio.
Ambitie 4.2 Peuters vinden voldoende ondersteuning in Haarlem In een samenwerking tussen de JGZ, Hero Kinderopvang en Kenter Jeugdhulp en de gemeente Haarlem is Peuterplus ontstaan. Peuterplus is een laagdrempelige ondersteuningsbehoefte voor kinderen die niet geheel tot hun recht komen in reguliere of VE kinderopvang groepen, maar voor wie toeleiding naar gespecialiseerde jeugdzorg (nog) niet aan de orde is. In deze Peuterplusgroepen worden de kinderen geobserveerd, gestimuleerd en begeleid. De overgang naar (speciaal) basisonderwijs wordt door deze voorziening versoepeld en kinderen worden eerder opgemerkt waardoor er tijdig wordt bijgedragen in hun specifieke behoeften. De verandering van zorgvragen rondom de populatie geldt niet alleen voor de VE-doelgroep, maar ook voor de peuterplus doelgroep. Daarnaast zien we ook bij deze doelgroep dat de doorstroom soms vertraging oploopt. Bezien wordt of uitbreiding van deze voorziening hier het juiste antwoord op biedt.
Ambitie 4.3 Leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte vinden via het Samenwerkingsverband een passende onderwijsplek Leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte vinden via de afspraken binnen het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs of Voortgezet Onderwijs een passende onderwijsplek. Dit kan binnen het reguliere onderwijs, met extra
24
ondersteuning, of op één van de gespecialiseerde scholen in de regio. Er zijn momenteel drie integrale kindcentra (IKC’s): IKC Schoterbos, IKC Focus en IKC Schalkwijk. Deze IKC’s streven naar een ononderbroken ontwikkeling van kinderen, waarbij de samenwerking tussen opvang, onderwijs, ontwikkeling, (jeugd)zorg, ontmoeting en ontspanning centraal staat. Daarnaast zijn er drie scholen voor zeer moeilijke lerende kinderen en/of kinderen met medische problematiek: De Parel, De Schelp en de van Voorthuijsenschool. De verantwoordelijkheden van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs primair en voortgezet onderwijs omvatten een breed scala aan taken, waaronder het bieden van een divers onderwijsaanbod om ervoor te zorgen dat alle kinderen daadwerkelijk een geschikte onderwijsplek krijgen. Daarnaast is er een focus op het bieden van sterke basisondersteuning op alle scholen binnen het samenwerkingsverband, het toewijzen van extra ondersteuning in het onderwijs, het beheersen van het beschikbare budget voor onderwijsondersteuning en het creëren van doorgaande leer- en ontwikkellijnen in samenwerking met jeugdhulp en andere onderwijssectoren. In onze regio hebben de gemeenten en de samenwerkingsverbanden een Jeugdondersteuningsplan (JOP) Hierin staat, naast de gezamenlijke visie, welke projecten met welk doel voor de kinderen in de regio wordt uitgevoerd.