2. 20220211 Gemeente Haarlem scenariobeelden
Tekst van het document
Gemeente Haarlem Scenarioplanning
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave................................................................................................................................................. 2 Inleiding en totstandkoming ............................................................................................................................ 3 Scenario 1 ‘Zelfstandig & Zuinig’ ..................................................................................................................... 5 Scenario 2 ‘Gemeenschappelijk & Gegrond’ .................................................................................................... 7 Scenario 3 ‘Ongetemd & Onverbonden’ ........................................................................................................... 9 Scenario 4 ‘Werelds & Weerbaar’/’Globaal & Gelijk’ ........................................................................................ 11 Bijlage 1. Scenario’s toepassen ......................................................................................................... 13 Strategische opties toetsen .................................................................................................................... 13 Keuzes maken ........................................................................................................................................ 13 Bijlage 2.
Format windtunnelen ........................................................................................................ 15
Datum
Februari 2022
Auteur
Jester Strategy
Contactpersoon
Jeroen Toet j.toet@jester.nl 06 11 451 311
2
Inleiding en totstandkoming Dat de wereld kwetsbaar is en snel kan veranderen is pijnlijk duidelijk geworden met de coronapandemie. Alle kaarten zijn als gevolg hiervan opnieuw geschud. Hoe de toekomst eruit gaat zien is helaas niet te voorspellen. Zal de woningmarkt nog steeds oververhit zijn of zal er een andere dynamiek ontstaan? Hoe zal de maatschappij eruitzien? Nemen kloven en kansenongelijkheden toe of juist af? Hoe zullen economie en werkgelegenheid zich gaan ontwikkelen na de pandemie, richting de verdere toekomst? En technologie? Allerlei trends, ontwikkelingen en onzekerheden zijn van invloed op deze vraagstukken. Velen van deze speelden al voor de pandemie, maar kunnen door de gebeurtenissen en de nieuwe routines en patronen van de afgelopen tijd de komende jaren van koers en snelheid veranderen. Hoe precies, dat weten we helaas niet. Om de voorstellen richting een nieuw college te toetsen op toekomstvastheid, heeft de gemeente Haarlem besloten om gestructureerd na te denken over de toekomst, over de wat langere termijn. Een diverse groep medewerkers van de gemeente heeft in een dag durende sessie samen nagedacht over de externe omgeving waarin de gemeente in terecht kan komen door gebruik te maken van de methode van scenariodenken. In vier mogelijke toekomstscenario’s hebben ze meerdere, mogelijke toekomsten proberen te vangen.
Deze scenario’s zijn geen wensbeelden of ambities. Het zijn ook geen voorspellingen, maar juist ‘voorstellingen’ van de toekomst. Het zijn verkenningen van verschillende (extreem maar plausibele) hypothetische omstandigheden in de toekomst, gebaseerd op de onzekerheden waar de Haarlemse maatschappij, economie en ruimtelijk domein in de toekomst mee te maken kan krijgen. De scenario’s kijken naar hoe de wereld er in 2030 uit kan zien. Dit is gedaan aan de hand van onderstaand ‘assenkruis’ gebaseerd op twee belangrijke kernonzekerheden. De horizontale as is maatschappelijk van aard: zal de toekomst in het teken staan van economische groei en individuele welvaart (‘shareholder value’ of ‘enge welvaat) of zal een breder welzijnsbegrip ten grondslag liggen aan maatschappelijke en economische keuzes (‘stakeholder value’ of ‘brede welvaart’, als het ware). De vertical as gaat over het schaalniveau van economie en denken: krijgt globalisering weer de wind in de rug. Kennis, talent, geldstromen, goederen en grondstofstromen zijn mondiaal van aard. Of stokt globalisering en zijn we meer op onze regio en onze buurlanden toegewezen? In vier scenario’s worden de uitersten van deze assen doordacht, gevoed met ook andere trends die de deelnemers aan de sessie hebben geïdentificeerd. Regionaal
Gemeenschappelijk & Gegrond
Ongetemd & Onverbonden
Werelds & Weerbaar
Welzijn
Welvaart
Zelfstandig & Zuinig
Mondiaal
De scenario’s in dit document bieden zelf geen panklare oplossing of strategie. Ook is het niet mogelijk om te kiezen uit een scenario, ze kunnen allen optreden en ze kunnen allen ons overkomen de komende jaren. Scenario’s schetsen zo een context waar maatregelen, voor de korte en langere termijn, en strategie op in moeten kunnen spelen. Hiermee vormen de scenario’s zowel een manier om nieuwe opgaven te identificeren
3
als een toetsingskader om de robuustheid, de toekomstvastheid, van strategische keuzes van de gemeente mee te toetsen. Hoe de scenario’s hiervoor te gebruiken, hebben wij kort verwoord in de Bijlage. Wanneer ook gemonitord wordt op de belangrijke kernonzekerheden die ten grondslag liggen aan de scenario’s, is het mogelijk om snel bijsturen en een adaptieve strategie realiseren.
4
Scenario 1 (Welvaart, Regionaal) ‘Zelfstandig & Zuinig’ Handelsconflicten aan de orde van de dag Het is 2030. Pandemieën teisteren de wereld nog steeds. Grootmachten zijn met elkaar in conflict geraakt over de aanpak hiervan en vooral door het vooropstellen van de eigen belangen (eigen burgers, bedrijven en economieën). Het gevolg is een onverminderde reeks aan handelsoorlogen die klappen toebrengt aaan economieën en inflatie omhoogstuwde. Binnen Europa heeft zich niet alleen een kloof tussen Noord- en ZuidEuropa afgetekend, maar ook tussen West en Oost. Een versplinterd Brussel is niet de enige internationale institutie die is verzwakt, ook de VN en de WHO zijn slechts nog papieren tijgers. Het is ieder voor zich. Landen zijn individualistischer en protectionistischer geworden en hebben grenzen dichtgegooid. Niet alleen raakt dit landen economisch, maar ook demografisch: menig land als Nederland dat voor zijn groei voornamelijk afhankelijk was van immigratie, ervaart hierdoor een afnemende bevolkingsgroei. Economische krimp en onzekerheid dwingen tot zelfvoorzienendheid De Haagse politiek heeft ook een nationalistisch oogmerk gekregen.
Landen hebben zichzelf autarkische georganiseerd om minder afhankelijk te zijn van andere landen, om niet in onzekerheid te hoeven leven van het volgende handelsconflict, wat de Nederlandse handelseconomie (en die van de MRA) heeft doen krimpen. Grote bedrijven trekken terug naar het land waar hun hoofdkantoor staat of naar welk land de gunstigst fiscale voordelen biedt. De Zuid-as staat voor de helft leeg. Ook de logistiek en luchtvaart kampen met de zure vruchten van het protectionisme in de wereld. Schiphol is bijvoorbeeld geen mondiale hub meer. Al met al stijgt de werkloosheid in het land, zo ook in Haarlem. Toch zijn er ook lichtpuntjes te bespeuren, vooral voor de maakindustrie. Near- en re-shoring brengen enige werkgelegenheid terug naar ons land: Den Haag wil werkgelegenheid en zelfvoorziendheid stimuleren, bedrijven willen zekerheid en meer continuïteit in hun toeleveringsketens. Dat dit duurzaam is, is mooi meegenomen, bedrijven kijken vooral nog steeds naar hun ‘bottom line’. Nu er weer dingen (vooral op eerste levensbehoeften gericht) in Nederland en in de regio worden gemaakt, ontstaat nog meer ruimtegebrek om in alles zelf voldoende te kunnen voorzien. Innovaties worden ontwikkeld om efficiënter om te gaan met de beperkte ruimte en grondstoffen.
Een gestage uitputting en beperktere import van de grondstoffen brengen Nederland ook richting een noodgedwongen circulaire transitie, maar wel traag: efficientie gaat vaak boven innovatie. De rijken eten de armen Het is niet alleen ieder land voor zich, maar ook iedere burger voor zich. Eigen belang (lees: portemonnee) regeert. In deze onzekere en gekrompen economie, groeit de ongelijkheid terwijl de sociale cohesie daalt. Een verdeelde en vooral op BBP- en welvaartsbehoud gerichte landelijke overheid houdt zich op de vlakte en laat de markt hoogtij vieren. Robotisering en automatisering nemen een vlucht in de zorg om het tekort van zorgpersoneel op efficiënte wijze te verminderen. Minder handen aan het bed zorgen voor een verschraling in de zorg. Op dat laatste vlak, wordt ook van iedereen een hoge eigen bijdrage verlangd, wat lagere inkomens harder treft en voor tweedelingen op zorggebied leidt. Zorgvoorzieningen centraliseren en concentreren zich meer richting grote steden als Haarlem. Gemeenten hebben nog steeds een grote taak op het sociaal domein, eentje die door vergrijzing toeneemt, maar de middelen benen de vraag niet bij, waardoor regionale samenwerking de norm is geworden. Kloven op wonen De kloof tussen arm en rijk tekent zich ook af op het gebied van wonen.
Goedbedoelde interventies van Den Haag op de woningmarkt faalden de afgelopen jaren en inmiddels laat men het vooral weer aan de ‘markt’ over. Wonen in het Haarlemse is zodoende enkel nog voor de rijken weggelegd: een koophuis of vrije sector huurwoning is voor velen haast onbereikbaar. Hypotheken worden aan steeds minder mensen verstrekt, maar in een onzekere economie wordt maar weinig bijgebouwd. Samenwonen (met partner of met roommates) is vaak de enige manier om enigszins betaalbaar te kunnen wonen. Slimme huizeneigenaren en investeerders ruiken hun kans en splitsen hun woningen waar mogelijk op. Voor sommige doelgroepen zijn vanuit Den Haag speciale arrangementen bedacht: zo is er voor leraren een lerarenhotel opgericht, om te zorgen dat er in ieder geval nog voldoende mogelijkheid tot scholing is en ook voor zorgpersoneel is men bezig met vergelijkbare initiatieven. Voor velen gelden zulke arrangementen echter niet. Voor bijvoorbeeld de schoonmaker is wonen
5
in Haarlem bijna onmogelijk geworden. De wijken waar nog wel sociale huur beschikbaar is, lopen hard achteruit qua leefbaarheid. In deze wijken wordt de wet ondermijnd en is er relatief veel criminaliteit. Woningcorporaties krijgen van Den Haag weinig ruimte voor wijkaanpak en ook hun reguliere middelen staan onder druk. Met de tegenvallende economie, staan ook gemeentelijke middelen onder druk. Duurzaamheid alleen wanneer noodzakelijk Omdat de economie minder goed draait is er minder aandacht voor duurzaamheid. Er wordt pas geïnvesteerd in de energietransitie als een natuurlijk moment van vervanging is aangebroken of wanneer grondstoffen- of energie-onzekerheid hiertoe leiden. Als het noodzakelijk is om investeringen te doen, wordt vooral grootschalig ingezet op hernieuwbare, efficiënte energie in de periferie. Het algehele credo is dat er alleen geïnvesteerd wordt wanneer het strikt noodzakelijk is, en alleen in voorzieningen die rendabel zijn. Niet alleen duurzaamheid moet een goede businesscase hebben, ook het openbaar vervoer. Openbaar vervoer is niet meer overal toegankelijk maar alleen daar waar er genoeg reizigers zijn om er op rendabele wijze gebruik van te maken. Dit speelt de verstedelijking van de Randstad (waar banen en voorzieningen zich nog meer zijn gaan concentreren) verder in de hand.
Eenzijdiger stad, eenzijdiger aanbod In deze verstedelijking vinden steeds minder middeninkomens en lage inkomens hun weg richting Haarlem. Haarlem is daardoor maatschappelijk eenvormiger geworden, alleen nog maar voor de rijken en hoogopgeleiden. De ruimtelijke kwaliteit in en rond het centrum is bijvoorbeeld uitzonderlijk hoog, echter richting de periferie van de stad ontstaan rauwere rafelranden. Wat betreft cultuur, horeca en retail leidt een eenzijdigere bevolking tot een minder gedifferentieerd aanbod. Wel heeft Haarlem een versterkte centrumfunctie gekregen binnen de regio.
Uitdagingen Afdoende middelen om economie overeind te houden • Vestigingsklimaat • Arbeid Leefbaarheid (incl. Klimaatadaptatie) Kloof arm - rijk
Kansen Door focus op zelfvoorzienendheid versnelling circulaire transitie + hernieuwbare energie
Minder afhankelijk (bijv. van Russisch gas) Hogere cohesie (homogene groep)
6
Scenario 2 (Welzijn, Regionaal) ‘Gemeenschappelijk & Gegrond’ Het is 2030. Er is de afgelopen jaren het nodige gebeurt. Na de pandemie en het internationaal gerommel (van protectionisme tot stokkende internationale toeleveringsketens) wat er nog een tijd door naklonk, waren het vooral klimaatcrises en natuurrampen die de maatschappij de krantenkoppen domineerden. Het klimaat is een thema dat niet meer weg te denken is uit het dagelijks leven en heeft de tijdsgeest doen omslaan. De pandemie heeft de samenleving uiteindelijk doen inzien dat het streven naar economische groei, individuele welvaart en eigen belang, alsmaar meer consumeren, aandeelhouderswaarde en ‘de markt’ niet altijd de gewenste maatschappelijke resultaten oplevert. De burger is kritisch geworden op ongelijkheden, op niet-duurzame en maatschappelijk onverantwoorde activiteiten. Brede welvaart of welzijn, duurzaamheid en maatschappelijke waarde zijn waarden die van links tot rechts in de samenleving en politiek een prominentere rol zijn aan spelen. Lokale, duurzame economie floreert In het verlengde van deze omslag zetten bedrijven en overheden in op de transitie naar een andere economie. Robuustheid, zelfvoorzienendheid en lokale ‘license to operatie’ staan daarin centraal.
Productieactiviteiten worden dichterbij de eindgebruiker georganiseerd, waar ook meer (duurzame, biobased of circulaire) grondstoffen vandaan moeten komen. Strategieën zoals reshoring en local sourcing helpen landen niet alleen om de afhankelijkheid van andere landen noodgedwongen te verkleinen, maar ook bedrijven om hun milieufootprint te verkleinen en meer lokale maatschappelijke waarde te leveren. Hier staat tegenover dat internationaal georiënteerde werkgelegenheid in Nederland en vooral ook de MRA is gekrompen. Minder expats bestieren internationale hoofd- of R&D-kantoren en internationale logistiek is vervangen door fijnmazigere nationale/regionale logistiek. Export bestaat voornamelijk nog uit kennis. Van bedrijven wordt meer gevraagd, zowel door overheden, consumenten als aandeelhouders: van een bijdrage aan lokale maatschappelijke waarde tot diverse vervuilersbelastingen. Een Europese vliegtaks heeft Schiphol hard geraakt. Door ingeburgerde vliegschaamte heeft het binnenlands toerisme sprongen gemaakt in en rond Haarlem. Van een dagje shoppen bij lokale winkels in het authentieke centrum tot een weekendje aan de kust. Consuminderen, delen en ruilen met menselijke maat Consumenten hebben ook een omslag gemaakt. Duurzaam en lokaal consumeren en ‘consuminderen’ zijn doodgewoon geworden.
Lokaal MKB met de menselijke maat heeft de gunfactor boven grote winkels van multinationals. We waarderen steeds meer ambacht boven verregaande automatisering. Hier hebben we wereldwijd palen en perken aan gesteld; werk is belangrijk voor menselijk welzijn. Praktische beroepen zijn geherwaardeerd en worden als essentieel en belangrijk gezien vanwege hun bijdrage aan de maatschappij. Om energie te besparen heeft menig organisatie, maar ook vele gezinnen, een warme truien dag in de week aangesteld. Om de klappen van de gekrompen economie enigszins op te vangen en dragelijk te maken is ook een actieve lokale deel- en ruileconomie ontstaan. Van kinderopvang en klussen tot auto’s delen. Alhoewel velen wel een plaats voor zich zien en zich prettig voelen in een meer lokaal gebonden economie waarin meer aandacht is voor het benutten van hun talent, zijn er ook mensen, waaronder toptalent, dat liever een uitdaging zoekt in meer dynamische, internationale settings in het buitenland. Ruimtelijke druk enorm in ‘10 minuten stad’ De hang naar duurzame zelfvoorzienendheid heeft nieuwe en andere werkgelegenheid gecreëerd, maar levert ook meer ruimtelijke concurrentie op. Er is ruimte nodig voor de maakindustrie, voedsel moet in of rond Haarlem worden verbouwd, energie moet in de buurt worden opgewekt en opgeslagen, grondstoffenstromen moeten circulair worden gemaakt.
Daarnaast moet er uiteraard ruimte zijn om te wonen in Haarlem en moet er voldoende natuur en groen zijn om in te recreëren. Daarnaast moet dit zoveel mogelijk in een ‘10 minuten stad’ te vinden en te bereizen zijn (met ov, e-bike, elektrische deelauto of te voet). Kleinere, flexibelere en meer gezamenlijke duurzame woonconcepten De afgelopen jaren is men ook anders gaan kijken naar wonen. Een oververhitte woningmarkt en andere maatschappelijke waarden die langzaam opkwamen, hebben voor een heroriëntatie gezorgd. Men wil flexibeler blijven en neemt genoegen met kleinere, maar duurzame woning. Het liefst wel in een setting waarin gezamenlijkheid en gemeenschap centraal staat: van gedeelde voorzieningen (zoals ecologische tuinen of
7
wasmachineruimtes of gezamenlijke urban farm of deelauto’s) tot hofjes. Het liefst iets wat een eigen, uniek karakter heeft, maar wel voldoende body om efficiënt en duurzaam te zijn en om voldoende ontmoeting en gezamenlijke ondersteuning te ontlokken. Soms vindt men dit in nieuwe ontwikkelingen, maar vanwege toenemende ruimtelijke druk veel meer in herontwikkeling en transformatie (kantoorleegstand is toegenomen). Grote variëteit aan lokale coöperatieven en maatschappelijke initiateven De crisisperiode een aantal jaren terug heeft menig burger doen inzien dat men elkaar nodig heeft, dat men vooral lokaal de schouders eronder moet zetten. Niet altijd heeft de overheid de oplossing of de middelen daartoe in een gekrompen economie. Een sterk maatschappelijk middenveld heeft zich gevormd en neemt in Haarlem steeds meer taken en verantwoordelijkheden op zich. Energie- en zorgcoöperatieven werden de afgelopen jaren snel aangevuld met lokale wooninitiatieven, broodfondsen en verzekeringen. Er is veel zorg voor elkaar in menig Haarlemse wijk en ‘community organizer’ zijn op een thema is een gewilde rol bij jeugd. Inclusiviteit is een belangrijkere waarde geworden in die lokale initiatieven: ongelijkheden qua bijvoorbeeld zorg, wonen en rondkomen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen, daar proberen de initiatieven op toe te zien.
Uitdagingen Samenwerkingen binnen + buiten de regio zijn nodig om schaal en massa te creëren om bijv. energie- en circulaire initiatieven rendabel te maken Coördinatie op schaarse bronnen is essentieel: op ruimte, op mensen, etc. Risico is ‘Spruitjeslucht’: is er voldoende dynamiek in de samenleving, in de economie? Word je voldoende uitgedaagd, als individu/talent, als organisatie/bedrijf? Is er ruimte om te excelleren, om internationaal ‘cutting edge’ te zijn? Voldoende lokale leiders en ‘community organizers’ stimuleren en faciliteren en tegelijkertijd ‘buurtkoning(inn)en’ voorkomen: hoe borg je democratische legitimiteit bij maatschappelijke initiatieven?
Kansen Intrinsieke motovatie voor zorg voor elkaar
Aandacht voor verduurzaming Meer denken deelbelangen
vanuit
resultaat
i.p.v.
Aandacht voor wellbeing, minder stress
8
Scenario 3 (Welvaart, Mondiaal) ‘Ongetemd & Onverbonden’ Internationale marktwerking voorop Het is 2030. Toen de pandemieën eindelijk onder controle waren, bleken de lessen die waren getrokken minimaal. We gingen weer terug naar hoe het ‘ervoor’ was. Grenzen gingen weer open, handelsstromen en internationale markten kwamen weer op gang. Economieën, BBP’s, moesten weer zo snel mogelijk groeien. Internationale concurrentiepositie, vrijhandel en deregulering en korte termijn aandeelhouderswaarde staan voorop. Grote multinationals, zoals Shell, Meta (Facebook) en Alphabet (Google) en hun aandeelhouders zwaaien de scepter en kijken mondiaal weer waar het snelst het meest rendement te pakken is. ‘Ieder voor zich en de markt voor ons allen’ is het credo geworden. De markt gaat altijd voor andere belangen zoals duurzaamheid. Klimaat en ecologie zijn ondergeschikt. Met greenwashing wordt het gebrek aan progressie richting klimaatdoelen gemaskeerd. Het zijn de big tech en big data bedrijven waar waarde aan gehecht wordt boven het klimaat. De aarde warmt versneld op, de klimaatakkoorden van Parijs en Glasgow zijn verre van gehaald. Natuurrampen komen steeds vaker voor en leiden tot nieuwe vluchtelingenstromen. Internationale coördinatie op klimaat ontbreekt. Er heerst een gevoel van onverbondenheid in de wereld. Individualisme, eigen en nationaal belang versterken mondiale polarisatie.
Alhoewel BBP’s weer groeien als kool, toont de Gini-index groeiende wereldwijde inkomensverschillen alsook binnen landen. Voor velen is zelf rondkomen belangrijker dan een abstract collectief concept als het klimaat. Hoewel de wereld in sociale zin onverbonden is, is zij dat in fysieke zin wel. Het vliegverkeer is sterk toegenomen (Schiphol is weer booming), er komen veel expats naar de MRA en daarmee is ook de multiculturaliteit in de regio en in Haarlem toegenomen. In deze mondiale wereld groeit de Haarlemse handelssector en bloeit ook het toerisme en de horeca in de stad. Ook de Haarlemse farmaceutische industrie groeit. Het lokale verbouwen van eten is wel weggetrokken uit Haarlem, naar landelijkere gebieden in het noorden en zuiden van het land. Beroep op eigen verantwoordelijkheid vergroot kloven De overheid is klein en staat in dienst van de markt: de lasten voor bedrijven en voor burgers mochten niet stijgen om een exodus van bedrijvigheid (en hoofdkantoren) te voorkomen. Tegelijkertijd, stijgen de vergrijzingskosten. In een versplinterd Den Haag krijgt men de handen niet op elkaar voor hervormingen, dus wordt er versoberd en bezuinigd. Individuele verantwoordelijkheid staat voorop, eigen bijdrage voor zorg en onderwijs zijn ingevoerd en/of verhoogd. Sociale kloven groeien en de samenleving verhardt. Er zijn meer daklozen, ook onder jongeren.
Er is weinig aandacht voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De zorg is niet meer voor iedereen even toegankelijk. Wat voor zorg je ontvangt is afhankelijk van de dikte van je (digitale) portemonnee. Eigen bijdrages en risico’s zijn zo sterk verhoogd dat zelfs niet iedereen de zin meer inziet van een zorgverzekering. De kwaliteit in de zorg is verschraald. Door centralisering en digitalisering worden kosten bespaard. Alleen de groep met een dikke portemonnee kan zich nog fysieke bezoeken naar een zorgverlener veroorloven, de rest moet het doen met videoconsults en digitale triage. Dit zorgt voor grote gezondheidsverschillen. Ook op cultuur wordt bezuinigd, dit is niet meer even toegankelijk voor iedereen. Naast zorg- en energiearmoede is er ook cultuurarmoede, ook in Haarlem. Verdwijnende middenklasse, toenemende polarisering en afbrokkelende cohesie en participatie Software en robots worden niet ziek, dat is dé les die grote bedrijven trokken van de pandemie. Zij hebben de afgelopen jaren volop ingezet op automatisering en robotisering. Niet alleen praktisch geschoold werk verdwijnt hierdoor, maar ook administratief en zakelijk dienstverlenend werk. Zo verdwijnt langzamerhand de middenklasse. Een deel van deze groep schuift naar lagere sociaaleconomische klassen en moet ‘banen stapelen’ in de ‘gig economy’; een deel financiert zelf omscholing naar de hogere klasse.
De werkloosheid en armoede onder de lagere klasse van Gemeente Haarlem is toegenomen. Een deel van deze groep is buiten beeld gevallen wat zorgt voor sociale onrust. De polarisering neemt verder toe. Steden, waaronder Haarlem, worden homogener qua inwoners maar ook qua bebouwing. Het wijkgevoel is sterk verminderd. Inwoners zijn vervreemd van elkaar maar ook van groepen buiten hun ‘bubbel’. De rijkeren woont in ‘gated community’s’ en wil niet geconfronteerd worden met de verpaupering van lagere inkomens, want ‘not in my backyard.’ Er is een lage burgerparticipatie en er worden amper nog gezamenlijke burgerinitiatieven opgetuigd. Er is geen verenigingscultuur. Er is een lage bereidbaarheid voor het doen van collectieve investeringen in de energietransitie. Groepen die niet in staat zijn zelfstandig investeringen te doen vallen buiten de boot. Niet
9
alleen zijn ze meer kwijt aan hun energiekosten, ook kunnen ze niet verdienen aan het verkopen van overtollig opgewekte energie, wat rijkeren wel doen. Er is sprake van energiearmoede onder een groeiend precariaat aan de randen van Haarlem. Woningen onbetaalbaar en onbereikbaar Wonen in Haarlem is namelijk niet meer voor iedereen weggelegd. Door een automatiseringstoets krijgt niet iedereen meer een hypotheek. Den Haag voert weinig regie en laat veel aan de markt over. Brussel is strenger geworden op zaken die ook maar enigszins neigen naar staatssteun. Er wordt vooral duur gebouwd in de MRA, beleggers hebben allerlei omwegen gevonden om snel rendement te maken. Woningen zijn voor velen onbetaalbaar geworden. Meer mensen wonen daarom in één woning; louche onderverhuurconstructies en huisjesmelkers tieren welig. De groeiende granieten voorraad is onvoldoende om de lagere inkomens betaalbaar te laten wonen in Haarlem. Woningcorporaties moeten zich bij hun kerntaak houden en weten de voorraad met pijn en moeite op peil te houden, terwijl de leefbaarheid een dalende lijn heeft ingezet. Groen heeft slechts beperkt aandacht in ruimtelijke ontwikkelingen. Met maximale verdichting worden maximale opbrengsten gerealiseerd en er moet ook voldoende ruimte zijn voor parkeergelegenheid voor auto’s. Iedereen die dat zich kan veroorloven heeft een eigen auto.
Bezit geniet namelijk weer status. Deelmobiliteit is alleen populair onder de groep mensen die het zich niet kunnen veroorloven een eigen auto te bezitten. Als gevolg ontstaat er een mobiliteitsinfarct in en rond Haarlem.
Uitdagingen Transitie van smalle naar brede welvaart proberen te realiseren Armoedebeleid (zorg, energie, wonen, cultuur) met tegenvallende middelen Cohesie van verenigingen Regionale economie stimuleren: inkoop small business
Kansen Openbaar vervoer (OV) & Mobility as a service (MAAS) Vergroening-> ‘adopteer een boom’ Cultuur & sport als verbinding
10
Scenario 4 (Welzijn, Mondiaal): ‘Werelds & Weerbaar’/’Globaal & Gelijk’ Samenwerking staat centraal Het is 2030. De wereld is weer ‘open’ en internationale handel en economische groei zijn weer op gang gekomen, maar hierop is de afgelopen 10 jaar wel het nodige veranderd. Na de onrust van de pandemie, zijn er lessen getrokken en zijn andere waarden centraal komen te staan. De tijdsgeest is veranderd, het roer moest om. Populisme en polarisering zijn kleiner geworden in het wereldwijde speelveld. Samenwerking brengt meer dan een focus op nationaal belang. Eigen belang, aandeelhouderswaarde, BBP-groei, ongebreidelde marktwerking staan niet meer centraal. Maatschappelijke waarde is belangrijker geworden dan aandeelhouderswaarde. Er is ruimte om te focussen op de Social Development Goals (SDG’s) en de World Happiness Report in plaats van op strikt financiële, nationale economische groei. De EU en andere grote economieën maken afspraken over minimumbelastingen, belastingparadijzen zijn er niet meer. Ook in Nederland moeten multinationals hun ‘fair share’ betalen, vervuiling (zoals CO2) wordt belast en inkomens en vermogen worden progressiever belast. Zo zijn in menig land, waaronder het onze, extra middelen beschikbaar gekomen om in het welzijn van de samenleving en de verduurzaming van de economie te investeren. Dit doen we niet alleen.
Internationale organen zoals de VN en de EU genieten een groot mandaat. De EU heeft samen met maatschappelijk verantwoorde ondernemingen een gezamenlijke innovatie-agenda opgesteld waarbij technologie wordt ingezet voor verbeteringen van de levenskwaliteit zoals het nastreven van CO2 neutraliteit of verbetering van zorg en gezondheid. Migratiestromen worden in goed overleg georganiseerd. C-district hart van duurzamere Haarlemse economie In de transitie naar een duurzamere, inclusievere economie, floreert het Haarlemse C-district als circulaireconomisch hart van Haarlem. In het C-district worden innovatieve technologieën ingezet als oplossing voor maatschappelijke uitdagingen. Algeheel doet de creatieve industrie het goed in Haarlem. Ambachtsberoepen zijn geherwaardeerd en worden belangrijker gevonden. Naast praktisch ingestelde sectoren staat Haarlem vooral bekend om haar focus op innovaties en duurzaamheid. Toch is het niet alleen goud dat er blinkt. Het inzetten op verduurzaming betekende het einde van de Hoogovens. Tienduizenden banen gingen verloren. Ook in andere hoeken gaat het minder goed, in zakelijke en financiële dienstverlening zijn veel traditionele ‘corporate’ banen verdwenen. Kantoren op de Zuid-As zijn bijvoorbeeld naar woningen of urban farm getransformeerd.
Grotere overheid en progressievere belastingen ingezet om kloven te dichten Een maatschappelijk roep om een sterke overheid heeft Den Haag een grotere en meer sturende rol doen innemen, o.a. op het gebied van zorg, onderwijs en de woningmarkt. Hierop zijn Deltaplannen ingesteld. Ook gemeenten hebben hun middelen zien toenemen, maar de vrijheidsgraden zijn redelijk beperkt met een Den Haag dat sterker de regie voert. Het vertrouwen in de politiek en in instituties is hoog. Door progressievere belastingen worden investeringen gedaan in het sociaal vangnet; een proef met een basisinkomen wordt stap voor stap (om weerstand tegemoet te komen) uitgebreid. Inclusiviteit en toegankelijkheid staan centraal in het overheidsbeleid. Van onderwijs tot zorg worden de kloven van tien jaar terug weer langzamerhand gedicht. Naast dat er aan de (financiële) toegankelijkheid van zorg is gewerkt, is er ook meer geïnvesteerd in voldoende zorgpersoneel, in innovatie, kennisdeling en in het integraal leveren van zorg (‘ontschotting’). Zo is zorg in Haarlem niet alleen bereikbaarder en efficiënter, maar vooral nog beter geworden; de zorg bruist in Haarlem. Vertrouwen in buurtgenoten De toegenomen kansengelijkheid doet de samenleving naar elkaar toegroeien, er is meer cohesie en vertrouwen in elkaar.
Ook in Haarlemse wijken is de sociale en fysieke verbondenheid tussen bewoners gegroeid en bloeit een krachtige multiculturele samenleving. Er is meer begrip en acceptatie voor andere culturen en mensen met andere achtergronden, de diversiteit waarvan ook toeneemt nu de teruggekeerde internationale mobiliteit mensen reis- en verhuisbeluster maakt. De invoering van een kortere werkweek en het recht op thuiswerken zorgen ervoor dat vrijwilligerswerk floreert en dat de gezondheid en het welzijn toeneemt van menig Haarlemmer. De sociale partners werkten hier graag aan mee: Uitgeruste en gelukkigere werknemers zijn productiever, is het credo.
11
Duurzaamheid zet de toon op het wegdek Naast inclusiviteit staat duurzaamheid hoog op de Haagse agenda. Nederland is versneld van het gas af en heeft een inhaalslag gemaakt om de Parijs 2.0 doelen te gaan halen. Niet alleen door overheidsingrijpen, zoals CO2 belastingen en stringente regelgeving, maar ook door de investeringsbereidheid van bedrijven en burgers in verduurzaming en technologische innovatie daarop. Ook op logistiek- en mobiliteitsgebied staat duurzaamheid voorop. Zo heeft Schiphol grootschalig ingezet op een hogesnelheidslijn, Rotterdam is een mondiale renewable hub geworden. Brussel en het Rijk doen forse investeringen om hyperloops van de grond te krijgen en niet alleen een snelle, duurzame verbinding te creëren tussen Nederlandse steden maar ook met andere landen. In heel Nederland zijn deelauto’s populairder dan ooit, de meeste hiervan zijn elektrisch of rijden op waterstof. Een mooie aanvulling voor velen op de e-bike. Ook het OV is populairder in Nederland. Investeringen van de overheid focussen zich meer op het verbeteren van het openbaar vervoer en het onderhouden van het huidige wegendek, dan verdere asfaltering. Slimme groene woningen In het Haagse Deltaplan wonen staan vooral duurzame inbreiding en gemengd ontwikkelen centraal. Het ministerie van VROM heeft de macht om gemeenten te overrulen en zaken te versnellen.
Woningcorporaties hebben meer ruimte gekregen om betaalbare vrije sector te ontwikkelen, maar ook grote internationale spelers zoals IKEA hebben zich op de ontwikkeling van betaalbare basiswoningen gestort. Deze basiswoningen zijn niet alleen duurzaam gebouwd, maar ook ‘smart’ (o.a. slim energiegebruik) en tegelijkertijd ook voor iedereen financieel bereikbaar. Hypotheken zijn door nieuwe regels bereikbaarder voor starters en het Rijk ziet streng toe op huurprijzen. Al met al hebben de ingrepen tot een woningmarkt in Haarlem geleid die weer meer in balans is. Er bovendien is nog meer oog gekomen voor de groene leefomgeving en klimaatadaptatie van woongebieden. Ook wordt meer verwacht op de nabijheid van voldoende voorzieningen om de leefbaarheid op hoog peil te houden.
Uitdagingen Hoe houd je je sociale leven (naasten/familie, kwaliteit relaties…) op peil met mobiele wereldburgers? Hoe financier je investeringen zonder focus op economische groei? Draagvlak houden voor mensen die erop achteruitgaan Verlies lokale autonomie
Kansen Innovatief/duurzame sector past goed bij (bevolking) Haarlem zoals er nu reeds is Zorgbrainport Hogere kwaliteit van leven voor komende generaties
12
Bijlage 1. Scenario’s toepassen Strategische opties toetsen Scenario’s stimuleren niet alleen een strategische dialoog over kansen, bedreigingen en strategische opties, maar bieden ook een toetsingskader voor strategische opties. Zowel nieuwe strategische opties richting een nieuw college, als bestaande strategische plannen kunnen met behulp van scenario’s prima worden getest op hun toekomstvastheid. Wanneer een (nieuwe) optie of een onderdeel van de staande strategie in ieder scenario relevant is, is dit onderdeel robuust. Wanneer optie of keuze in één of meerdere scenario’s niet voldoende aansluit bij de geschetste externe omgeving, is het risicovol. Het testen van een strategie of strategische opties met behulp van scenario’s noemen wij ‘windtunneling’. Naar analogie van het testen van de aerodynamica van een nieuw vliegtuig, worden mogelijke keuzes door een windtunnel gehaald. De testcondities in de windtunnel zijn in dit geval de verschillende scenario’s, waarin de optie of een strategie moet werken. Om een strategie op een juiste wijze te kunnen relateren aan de ontwikkelde scenario’s, moet je deze soms eerst ontleden tot de belangrijkste elementen of keuzes waaruit een strategie bestaat. De verschillende strategische keuzes worden vervolgens beoordeeld op hun match met de vier afzonderlijke scenario’s. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren in een scenario/strategie matrix.
In het voorbeeld hieronder geven de zwarte ruiten de match aan tussen strategische keuzes en het scenario in kwestie. Door de zwarte ruiten in de rijen op te tellen, ontstaat er per onderdeel een score voor de totale omgevingsmatch (de match met de vier scenario’s). Hoe hoger de score, hoe groter de match en hoe lager het risico dat gepaard gaat met het betreffende onderdeel. Hoe lager de totale score, hoe kleiner de match tussen optie en omgeving en hoe groter het risico dat gepaard gaat met het betreffende onderdeel. Door voorstellen richting een nieuw college of onderdelen waaruit die bestaan te scoren op hun match met de scenario’s, kan een optie gecategoriseerd worden, zie ook figuur hieronder.
Keuze/optie
1 Z&Z
2 G&G
3 O&O
4 W&W
Optie 1
◆◇◇
◆◆◇
◆◇◇
◆◆◇
6
Optie 2
◆◆◆
◆◆◇
◆◆◆
◆◆◇
10
Optie 3
◆◆◇
◆◇◇
◆◆◆
◆◇◇
6
Optie 4
◆◇◇
◆◇◇
◆◆◆
◆◆◆
8
Optie 5
◇◇◇
◆◆◆
◆◇◇
◇◇◇
4
Geen spijt (robuust)
Drie categorieën: -
Geen spijt : positieve uitwerking in alle scenario’s
-
Schaalbaar: kleine investeringen die kunnen worden uitgebreid
-
Scenario specifiek: investeringen met een positieve opbrengst in één of enkele scenario’s
Scenario specifiek (‘big bet’) Schaalbaar (‘vangnet’)
Keuzes maken Door middel van windtunneling kan dus het risicoprofiel van een optie/voorstel richting het nieuwe college worden bepaald. Is een optie in meerdere mogelijke toekomsten relevant? Ook kan worden beoordeeld in welke scenario’s de strategische opties het beste passen. Het is nu de kunst om op basis van deze inzichten tot concrete keuzes te komen. Is het verstandig om te stoppen met bepaalde keuzes uit het verleden gelet op de mogelijke toekomstscenario’s? Is het handig om juist voor nieuwe strategische opties te kiezen die passen in de scenario’s waar een oude strategie of beleidslijn niet meer mee matcht? Scenarioplanning is een sterke basis om doordachte keuzes te maken. Maar om dit te kunnen doen, is het eveneens belangrijk om na te denken over risicobereidheid. Wil je dat elke individuele keuze in ieder scenario past, dan ben je bereid om weinig risico te nemen. Wil je met je keuzes juist voorsorteren op één scenario, dan
13
accepteer je veel risico. Als dat scenario zich manifesteert ben je spekkoper, zo niet, dan heb je pech. Uiteraard kun je wel van tevoren nadenken over hoe je mogelijke risico’s zoveel mogelijk kunt mitigeren (zoals eerst beginnen met pilots zodat je naar gelang de wereld naar een scenario toebeweegt kunt op- of afschalen, stoppen of juist intensiveren, etc.).
14
Bijlage 2. Format windtunnelen
Optie
Zelfstandig & Zuinig Welvaart & Regionaal
Gemeenschappelijk & Gegrond Welzijn & Regionaal
Ongetemd & Onverbonden’ Welvaart & Mondiaal
Ongetemd & Onverbonden’ Welvaart & Mondiaal
Toelichting
Optie A
◆◆◇
◆◆◇
◆◆◇
◆◆◇
Beknopte toelichting uit te lichten scores
Optie B
◆◆◇
◆◆◇
◆◆◇
◆◆◇
Beknopte toelichting uit te lichten scores
15