CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

19.01 Amendement Recht Van Motie Ook Zonder Spreektijd AP CU

gemeenteraad 18 juli 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Amendementen agendapunt 19 - evaluatie vergadermodel1.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AMENDEMENT Recht van Motie zonder spreektijd Dit Amendement hoort bij het raadsvoorstel Evalua e Vergadermodel, ingediend in de raadsvergadering van 18 juli 2024. We stellen vast dat:  

Raadsleden het recht hebben om een motie (vreemd) in te dienen, In de voorgestelde artikelen 28 lid 2 sub a en lid 3 sub a de in behandeling name van respectievelijk een (reguliere) motie en een motie vreemd staat omschreven.

We overwegen dat: 

 

De gewijzigde tekst in artikel 28 lid 2 sub b en lid 3 sub b. voorschrijft dat “Indien de indiener geen spreektijd heeft om het dictum van de motie voor te lezen (of de strekking mede te delen van deze motie), wordt een motie niet in behandeling genomen.”, In de toelichting op het te wijzigen artikel wordt aangegeven dat “Voor degene wiens spreektijd is verstreken, kan een motie (vreemd aan de orde van de dag) niet worden ingediend”, Het in veel gemeenten vaststaat dat ieder raadslid de mogelijkheid heeft om uiterlijk tot het sluiten van de beraadslaging over een onderwerp een motie in te dienen welke op dat onderwerp betrekking heeft, Het ontbreken van spreektijd de mogelijkheid om een motie in te dienen wegneemt, terwijl het wenselijk is dat wanneer in de raad een afslag wordt genomen op een onderwerp waarvan het raadslid in kwestie vindt dat hij zich daartegen moet verzetten met een motie, die weg te allen tijde vrij moet zijn, In (bijvoorbeeld) gemeente Amsterdam (art.

79 lid 3 RvO) een motie ingediend tijdens de vergadering wordt voorgelezen door de voorzitter van de raad, waarbij de motie wordt aangeduid met de naam van de indiener of indieners, Sociale hygiëne onder raadsleden voldoende waarborg moet zijn om misbruik door raadsleden zonder spreektijd te voorkomen (immers, overige 38 raadsleden kunnen door wegstemmen van deze voorstellen corrigeren waar zij misbruik van het reglement bespeuren)

We stellen de raad voor om het volgende besluit te nemen: Het beslispunt: 1. de wijzigingsverordening houdende wijziging van het Reglement van Orde van de raad van Haarlem

voor vergaderingen en werkzaamheden van de raad 2022 en de Verordening op de raadscommissies gemeente Haarlem 2022 vast te stellen;

te wijzigen in: 1. de wijzigingsverordening houdende wijziging van het Reglement van Orde van de raad van Haarlem voor vergaderingen en werkzaamheden van de raad 2022 en de Verordening op de raadscommissies gemeente Haarlem 2022 vast te stellen, met dien verstande dat: De tekst van Ar kel I, onder het betreffende het ar kel 28 tweede en derde lid: bestaande tekst 2. Een motie moet, om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter ingediend worden.

nieuwe tekst 2. Een motie kan alleen in behandeling worden genomen als: a. deze schriftelijk bij de voorzitter, via de griffier, is ingediend; b. het dictum van de motie door de indiener ter vergadering wordt voorgelezen, tenzij de voorzitter bepaalt dat voor een ordentelijk verloop van de vergadering kan worden volstaan met het voorlezen van de strekking van de motie. Indien de indiener geen spreektijd heeft om het dictum van de motie voor te lezen, wordt een motie niet in behandeling genomen.

4. Een motie vreemd aan de orde van de dag moet om in behandeling genomen te worden schriftelijk en ondertekend, minimaal 24 uur voor de vergadering bij de voorzitter worden ingediend.

3. Een motie vreemd aan de orde van de dag kan alleen in behandeling worden genomen als:

a. deze minimaal 48 uur voor de vergadering schriftelijk bij de voorzitter, via de griffier, wordt ingediend om op de voorlopige agenda te worden geplaatst; b. het dictum van de motie vreemd aan de orde van de dag ter vergadering door de indiener wordt voorgelezen, tenzij de voorzitter bepaalt dat voor een ordentelijk verloop van de vergadering kan worden volstaan met het voorlezen van de strekking van de motie vreemd aan de orde van de dag. Indien de indiener geen spreektijd heeft om het dictum voor te lezen of de strekking mede te delen van deze motie, wordt de motie niet in behandeling genomen.

Toelichting bij artikel In artikel 1 is de definitie van het begrip ‘motie’ gegeven. Een ‘motie’ is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke of procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom is het college formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het

bestaande tekst nieuwe tekst college dan zijn consequentie trekken. De spelregel dat een motie (vreemd aan de orde van de dag) pas als ingediend kan worden beschouwd als het dictum is voorgelezen, is nu in deze verordening opgenomen. Voor degene wiens spreektijd is verstreken, kan een motie (vreemd aan de orde van de dag) niet worden ingediend. Als een motie (vreemd aan de orde van de dag) is ingediend, wordt deze aan de (voorlopige) agenda toegevoegd. Wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp waarop de motie betrekking heeft (vijfde lid). Een besluit over een motie vreemd aan de orde van de dag vindt aan het einde van de vergadering plaats (zesde lid). Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Dat wil zeggen dat het voor een effectief gebruik van deze instrumenten wenselijk is dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft.

De mogelijkheid om zonder drempelsteun een motie in te dienen staat dan ook ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de raad. In de wet wordt één specifieke motie uitgewerkt, namelijk in artikel 49. Dit betreft de “motie van wantrouwen” waarbij de raad uitspreekt het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Het is een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen motie van wantrouwen aan te blijven. Indien hij zelf niet opstapt, dient de raad actie te ondernemen. Wordt gewijzigd in: Ar kel 28 tweede en derde lid: bestaande tekst 2. Een motie moet, om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter ingediend worden.

4. Een motie vreemd aan de orde van de dag moet om in behandeling genomen te worden schriftelijk en ondertekend, minimaal 24 uur voor de vergadering bij de voorzitter worden ingediend.

nieuwe tekst 2. Een motie kan alleen in behandeling worden genomen als: a. deze schriftelijk bij de voorzitter, via de griffier, is ingediend; b. het dictum van de motie door de indiener ter vergadering wordt voorgelezen, tenzij de voorzitter bepaalt dat voor een ordentelijk verloop van de vergadering kan worden volstaan met het voorlezen van de strekking van de motie. Wanneer de indiener van een motie geen spreektijd heeft om het dictum van de motie voor te lezen, zal de voorzitter van de raad de motie voorlezen. Hierbij zal de naam of de namen van de indiener(s) van de betreffende motie worden vermeld. 3. Een motie vreemd aan de orde van de dag kan alleen in behandeling worden genomen als: a. deze minimaal 48 uur voor de vergadering schriftelijk bij de voorzitter, via de griffier, wordt ingediend om op de voorlopige agenda te worden geplaatst;

bestaande tekst

nieuwe tekst b. het dictum van de motie vreemd aan de orde van de dag ter vergadering door de indiener wordt voorgelezen, tenzij de voorzitter bepaalt dat voor een ordentelijk verloop van de vergadering kan worden volstaan met het voorlezen van de strekking van de motie vreemd aan de orde van de dag. Wanneer de indiener van een motie geen spreektijd heeft om het dictum van de motie voor te lezen, zal de voorzitter van de raad de motie voorlezen. Hierbij zal de naam of de namen van de indiener(s) van de betreffende motie worden vermeld.

Toelichting bij artikel In artikel 1 is de definitie van het begrip ‘motie’ gegeven. Een ‘motie’ is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke of procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom is het college formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. Als een motie (vreemd aan de orde van de dag) is ingediend, wordt deze aan de (voorlopige) agenda toegevoegd. Wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp waarop de motie betrekking heeft (vijfde lid). Een besluit over een motie vreemd aan de orde van de dag vindt aan het einde van de vergadering plaats (zesde lid).

Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Dat wil zeggen dat het voor een effectief gebruik van deze instrumenten wenselijk is dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. De mogelijkheid om zonder drempelsteun een motie in te dienen staat dan ook ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de raad. In de wet wordt één specifieke motie uitgewerkt, namelijk in artikel 49. Dit betreft de “motie van wantrouwen” waarbij de raad uitspreekt het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Het is een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen motie van wantrouwen aan te blijven. Indien hij zelf niet opstapt, dient de raad actie te ondernemen. De volgende leden dienen een aanpassing op het voorstel in: Danny van Leeuwen

Frank Visser

[Naam raadslid]

[Naam raadslid]

Actiepartij

ChristenUnie

[Naam partij]

[Naam partij]

Dit hebben we besloten in de openbare vergadering van 18 juli 2024.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14404292/1