CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

17 Bijlage 13 bij bijlage 3 Programma van Eisen voor de Leefomgeving 10-06-25

commissie Ontwikkeling 16 april 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20:55 uur Molenwijk Noord Waddenbuurt -Stedenbouwkundig plan, Beeldkwaliteitplan, Inrichtingsplan, Anterieure Overeenkomst, Omgevingsplan (FR)23.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Wensen: • Bij voorkeur neemt de oppervlakte verharding af. • Waterberging, zowel in de openbare ruimte als binnen de bouwpercelen, wordt zoveel mogelijk met natuurlijke middelen (zoals wadi’s) gerealiseerd. • Bermen in straten liggen zoveel mogelijk verdiept.

5.5

Ondergrond en kabels & leidingen

Iedere bovengrondse ontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met de ondergrond. Het is van belang om in een vroeg stadium de relatie tussen de opgaven in de bovenen ondergrond inzichtelijk te maken en integraal af te stemmen om zo, hoge kosten, vertraging en het niet kunnen realiseren van ambities te voorkomen. De ruimte-vragen in de ondergrond betreffen onder andere: kabels en leidingen, bodemenergiesystemen, ondergrondse afvalcontainers, boomwortels, hemelwaterberging en grondwatervoorzieningen De bouwpercelen en spelregels, zoals weergegeven op de spelregelkaart, houden zoveel mogelijk rekening met bestaande kabels en leidingen, riolering en de groeiruimte voor bestaande waardevolle bomen. Kabels en leidingen zullen in ieder geval verlegd worden op plekken waar de structuur wijzigt, wat speelt in het westelijk deel en in het oostelijk deel bij de verlegde Waddenstraat. Ook het bouwperceel op de hoek Zuiderzeelaan/Europaweg gaat uit van verlegging van kabels en leidingen. Andere specifieke aandachtspunten zijn een hoogspanningsleiding en elektriciteitsstations aan de noordzijde van de Frieslandlaan.

Principe profiel kabels & leidingen

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

75

Het rioolstelsel wordt vervangen en omgevormd van een gemengd naar een gescheiden stelsel. Er wordt van uitgegaan het nieuwe vuilwaterriool onder de stoepen kom te liggen en onder de rijwegen het HWA-riool.

Eisen: •

•

De ondergrondse inrichting en de ambities en wensen voor de bovengrondse worden op elkaar afgestemd. Binnen alle planfases is sprake van een integrale benadering. De nutstracés, bebouwing en ambities voor bomen in alle openbare ruimtes worden op elkaar afgestemd. Er gelden de onderstaande algemene eisen voor de ondergrondse ruimtereservering voor bomen: ◦ 1e grootte minimaal 20 m³ per boom, minimaal 2,5 meter breed en 8 meter lang, vrij van kabels & leidingen. ◦ 2e grootte minimaal 16 m³ per boom, minimaal 2,5 meter breed 6 meter lang, vrij van kabels & leidingen. ◦ 3e grootte minimaal 10 m³, minimaal 2,5 meter breed en 4 meter lang, vrij van kabels & leidingen. ◦ Afstand bomen tot kabels en leidingen minimaal 2 meter in verband met behoud wortels bij werkzaamheden. ◦ Afstand bomen tot diepriool 3 m ◦ Bomen moeten minstens één meter vanaf de wegkant worden geplaatst in verband met strooizout en aanrijdingen.

5.6

Afval

Eisen: Het scheiden van afval wordt zo makkelijk mogelijk gemaakt zodat mensen het eenvoudig kunnen opnemen in de dagelijkse routine. Groenafval wordt zoveel mogelijk binnen het gebied gecomposteerd en hergebruikt. Op basis van het vigerend beleid worden hiertoe ondergrondse containers voor verschillende fracties opgenomen in de openbare ruimte. Bij grondgebonden woningen heeft ieder huishouden kliko’s voor groen, papier en plastic. Eisen: • • • • • •

•

•

Ondergrondse containers in de openbare ruimte. Bij grondgebonden woningen kliko’s voor groen, papier en plastic. Zorg voor een goede opstelplaats op eigen terrein (uit het zicht vanuit de openbare ruimte). Bedrijfsafval op eigen terrein en niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Een maximale loopafstand van 250m tot containers voor restafval en voor grondstoffen een maximale loopafstand van 125 m. Logische en voor de bewoners veilig te bereiken plekken geplaatst. De routes zijn ook voor ouderen en mindervaliden goed begaanbaar. Bij o.a. bomen in de buurt van ondergrondse afvalcontainers wordt rekening gehouden met ten minste 10 meter hoogte vrije ruimte voor de kraan. Ook dient aandacht te zijn voor de draaicirkel van de kraan. De bereikbaarheid voor het inzamelvoertuig (de route naar de aanbiedlocatie) dient te worden gegarandeerd (5 meter). Bij een doodlopende straat moet er een draaimogelijkheid zijn. Een goede ruimtelijke inpassing. Op basis van de SOR betekent dit: ◦ Containers zijn niet zichtbaar vanaf ‘lange lijnen’; ◦ Containers zijn minimaal zichtbaar vanaf straat- of pleinzijde; ◦ Containers worden centraal geclusterd in lijn- of blokopstelling; ◦ Clustering vindt plaats met overig meubilair; ◦ Groenstroken blijven vrij van containers.

Wensen: • Voor groenafval van appartementen een laagdrempelig alternatief zoeken voor containers, bijvoorbeeld gfe-vermalers. 76

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

5.7

Milieu en omgevingsaspecten

5.7.2

5.7.1

Windhinder en windgevaar

De nieuwbouw en inrichting van de openbare ruimte zorgen voor een goede afwisseling van zon en schaduwplekken zodat er ruimte is voor verkoeling in de zomer en opwarming in de winter. Bij bezonning gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan zorgen voor een ongewenste toename van schaduw in de openbare ruimte en in gebouwen of tuinen van omwonenden. Naast goed bezonde plekken is er op hete dagen ook behoefte aan koelte. Door de wisselende oriëntatie van de straten en grote bomen in alle openbare ruimtes is de verwachting dat er altijd een koele route of koele plek nabij is.

Op basis van oriënterend windonderzoek is de verwachting dat het windklimaat in de toekomstige Waddenbuurt overwegend goed is , met klasse B rond het Waddenpark. B is goed voor zowel doorlopen als slenteren. Met aanvullende afscherming, bijvoorbeeld met beplanting, kan ook klasse A aanwezig zijn, wat goed is voor langdurig zitten. Ter plaatse van hogere gebouwen en gebouwhoeken kan lokaal klasse C optreden, wat nog goed is voor doorlopen maar matig voor slenteren en entrees. Enkel bij de hoge bestaande woontorens kan nabij de gebouwhoek lokaal een klasse D (matig voor doorlopen) optreden. Ter plaatse van doorgangen en straten van zuid naar noord is er kans op klasse C. In volgende planfases wordt opnieuw windonderzoek uitgevoerd ( computersimulatie of windtunnelonderzoek).

Eisen: • •

Randvoorwaarde: • Er dient vanaf een bouwhoogte van 15 m als onderdeel van het Stedenbouwkundig Plan windhinderonderzoek te worden verricht conform de NEN 8100: 2006. Eisen: •

•

•

• •

Voor een verblijfsgebied dient sprake te zijn van kwaliteitsklasse A (goed). Dit betreft zeer windhindergevoelige gebieden, zoals (horeca)terrassen, zitplekken in de openbare ruimte en balkons. Voor een slentergebied dient sprake te zijn van minimaal kwaliteitsklasse B (goed). Dit betreft windhindergevoelige gebieden, zoals gebouwentrees en parken. Voor een doorloopgebied dient sprake te zijn van minimaal kwaliteitsklasse C (goed). Dit betreft niet of nauwelijks windhinder gevoelig gebieden, zoals parkeerterrein, trottoir, voet- en fietspaden en wegen. Een ‘slecht’ windklimaat is niet toegestaan. Voor zover nodig wordt aangetoond welke maatregelen worden genomen om de vereiste kwaliteitsklasse te bereiken.

•

•

• •

Bezonning

Er wordt een bezonningsstudie verricht op basis van de TNO-normen in relatie tot de bestaande (woon)bebouwing in de omgeving. Er moet worden voldaan aan minimaal de ‘lichte’ TNO-norm. De ‘lichte’ TNOnorm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. Indien niet voldaan kan worden aan de ‘lichte’ TNO-norm, dient gemotiveerd te worden waarom de ontwikkeling alsnog aanvaardbaar wordt geacht met inachtneming van de maatschappelijke belangen van de ontwikkeling in relatie tot de negatieve effecten op de omwonenden. Voor verblijfsgebieden binnen en rondom de te ontwikkelen locatie, zoals (horeca-) terrassen, zitplekken in de openbare ruimte en balkons moet worden aangetoond dat sprake zal zijn van voldoende zonuren. Zorg ook voor koele routes en koele plekken op zomerse dagen. Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. M.b.t het thema hitte is het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw) van toepassing.

Wensen: • Bij de inrichting van de verblijfsgebieden wordt ingespeeld op de bezonning. Zo zal de noordrand van het Waddenpark beter bezond zijn dan de zuidkant. Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

77

Daarom is de rijweg aan de zuidkant gelegd en ligt aan de noordzijde een aantal verblijfsplekken. Vermijd zoveel mogelijk grote verharde parkeerterreinen, waar veel zon op schijnt.

•

5.7.3

•

•

Geluid •

Een quickscan naar geluid is uitgevoerd om te kunnen beoordelen of er met betrekking tot het plan knelpunten ten aanzien van geluid zijn te verwachten. Hieruit blijkt dat bouwpercelen die liggen nabij de Europaweg, Zuiderzeelaan en Groningenlaan (bouwperceelnummers 1, 4, 5 en 7 op spelregelkaart) sprake is van een overschrijding van de standaardwaarde van 53 dB. De grenswaarde van 70 dB wordt nergens overschreden. Bij de uitwerking van het ontwerp dient nader onderzocht te worden of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn en welke woningtypes hier gewenst zijn. Eén en ander is ook afhankelijk van de voorwaarden zoals opgenomen in het (nog op te stellen) geluidbeleid van de gemeente.

Randvoorwaarde: • Er moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd op basis van de geldende wetgeving. Eisen: •

78

Bij overschrijding van de standaardwaarde geluid dient minimaal aan het volgende te worden voldaan (met inbegrip van eventuele wijzigingen n.a.v. van nieuwe beleidsregels): ◦ Een woning dient ten minste één geluidsluwe zijde te hebben met daaraan een verblijfsruimte die voldoet aan de standaardwaarde zoals gedefinieerd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. ◦ Eenzijdig georiënteerde woningen zijn dan ook uitsluitend toegestaan indien deze gevel geluidsluw is. ◦ Bij een overschrijding van 5 dB of meer van de standaardwaarde moeten verblijfsruimten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe zijde liggen. Ten minste één slaapkamer moet aan de geluidsluwe zijde liggen.

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Indien gemotiveerd niet voldaan kan worden aan het vereiste kwaliteitsniveau, kan na instemming van de gemeente van deze eisen worden afgeweken mits compenserende maatregelen worden getroffen. Als compenserende maatregel is een loggia-voorziening in plaats van een (natuurlijke) geluidsluwe zijde een alternatief. Maatregelen zoals gevelroosters, comfortboxen en geluidsreducerende dubbele raamconstructies zijn geen acceptabel alternatief voor een geluidluwe zijde. Eisen ontwerpproces: ◦ Op basis van het schetsontwerp wordt een oriënterend akoestisch onderzoek uitgevoerd. ◦ Voor gebouwen bij plekken waar veel activiteiten plaatsvinden (bijvoorbeeld speelvoorziening, schoolplein of horecaterras), moet in het akoestisch onderzoek aandacht worden besteed aan het beperken van geluidoverlast van deze activiteiten op bestaande en nieuwe woningen.

5.7.4

Bodem

Het doel van bodembeleid is enerzijds de bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant die op en in de bodem leven en anderzijds het behoud van de functionele eigenschappen van de bodem zodat deze geschikt blijft om te gebruiken. De basis voor klimaatadaptatie is een vitale bodem. Een vitale bodem staat voor een vruchtbare bodem, een bodem met een open structuur, een rijk bodemleven en vermogen tot vasthouden en gedoseerd afgeven van water en voedingsstoffen. De aanleg van inheemse bomen, struiken en planten bovengronds ontwikkelen het gehele ecosysteem. De herinrichting van de openbare ruimte geeft de mogelijkheid om met een vitale bodem als basis een succesvolle klimaatadaptieve leefomgeving te creëren. Een vitale bodem biedt biodiversiteit, waterbergend vermogen, groeipotentieel voor bomen en beperking van hittestress. Een belangrijk uitgangspunt is dat nieuwe verontreinigingen voorkomen moeten worden. Met de Nota Bodembeheer 2023-2028 (Vergadering Vergadering Raad 21-12-2023 Gemeente Haarlem (notubiz.nl)) regelt de gemeente het bodembeheer en het omgaan met vrijkomende grond en in Haarlem. Over het algemeen is de bodem in de Waddenbuurt hooguit licht verontreinigd. Plaatselijk komen in de diepe ondergrond (2,0-5,0 m-mv) matige verontreinigingen met lood voor.

bouw van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie kan worden toegelaten, moet Verkennend Bodemonderzoek volgens de NEN 5740 uitgevoerd worden.

Eisen: • • • •

Wens: •

•

Schep voorwaarden voor een vitale bodem. Het bodembeheer mag niet leiden tot nieuwe gevallen van ernstige verontreiniging of het verplaatsen van ernstige verontreiniging. Grondverzet moet uitgevoerd worden volgens de regels van de Nota bodembeheer. Onder de weg komt plaatselijk verharding met staalslakken voor. Als hier werkzaamheden worden uitgevoerd moeten de slakken verwijderd worden.

Mocht tijdens de uitvoering blijken dat er historische ernstige verontreinigingen zijn dan is de wens deze te verwijderen. Daarvoor kan financiering voor sanering vanuit het Bodemprogramma Haarlem 2023-2030 worden aangevraagd. Het is gewenst om te voldoen aan het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw m.b.t. het thema toxiciteit in materialen.

De bodemopbouw is als volgt. Onder de ophooglaag is in het projectgebied een veenlaag (Hollandveen) met een dikte van circa 1 tot 2 m aanwezig vanaf circa NAP -1,5 m. Onder de veenlaag is het wadzandpakket aanwezig tot een diepte van circa NAP -22 m. Dit pakket wordt gekenmerkt door een afwisseling van zand en klei- en veenlagen. Vanaf NAP -22 m beginnen de grovere pleistocene zanden van het eerste watervoerend pakket. De aanwezigheid van de veenlaag beperkt de bodemdoorlatendheid.

Randvoorwaarden: • Ontwikkelingen worden uitgevoerd conform de Omgevingswet, in het bijzonder de bepalingen opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). • Om in het kader van de Omgevingsvergunning te kunnen toetsen of de Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

79

Schetsontwerp openbare ruimte In deze tekening is de bebouwing opgenomen conform de proefverkavelingstekening. De spelregelkaart biedt ook ruimte voor een andere bebouwingsopzet en invulling van de hoven. 80

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

6

Ontwerp openbare ruimte

De openbare ruimte vormt de drager van het plan en bepaalt de contouren van de bouwpercelen. Vandaar dat voor de openbare ruimte als onderdeel van dit PvEL een schetsontwerp is gemaakt. Dit is op de volgende pagina’s weergegeven. Hierna wordt eerst ingegaan op de ontwerpprincipes van de openbare ruimte die bijdragen aan de identiteit van de buurt als geheel. Vervolgens wordt ieder type openbare ruimte separaat behandeld in tekst en beeld. In de bijlage zijn profielen opgenomen.

6.1

Ontwerpprincipes openbare ruimte

Eén geheel, één sfeer De hele openbare ruimte van de buurt krijgt één sterke sfeer, waarbij het groen domineert. Straten vormen familie van elkaar. De materialen zijn voor de hele buurt gelijk, waarbij het Waddenpark verbijzonderd wordt. Informeel - asymmetrie De inrichting van de openbare ruimte (en de bebouwing) is informeel, niet monumentaal. Dit hangt vaak samen met de stedenbouwkundige opzet. Straatprofielen kenmerken zich door asymmetrie met aan één zijde een berm. Beplanting met een structurerende werking wordt gecombineerd met beplanting met een losse opzet. In elkaar grijpen van ruimtes, continuïteit van het groene maaiveld De woonstraten in de Waddenbuurt hebben alle een ruime breedtemaat en een groen beeld dankzij brede bermen met bomen en groene voorzones. Het groen van het maaiveld is continu door de hele buurt heen. Ruimtes en structuren grijpen in elkaar. Overgangen zijn geen harde grenzen, maar ´overlappend´. Structurerende werking beplanting en gelaagd beplantingsbeeld Gras vormt de basis van de groene vloer en wordt gecombineerd met bomen, hagen en heesters. Het groenontwerp reageert op de context en aard van de plek qua schaal, (hiërarchische) positie en karakter. Opgaande beplanting heeft een ruimtevormende of structurerende betekenis. Voorbeelden zijn: • Beplanting vormt binnen een ruimtelijk eenheid één geheel.

• Beplantingspatroon reageert op ritmiek in bebouwing. • Accentuering van hoeken, knooppunten en verspringingen in gebouwen of buitenruimte met ‘architectonische‘ beplanting (bomencarré, heestervak of haag). • Hagen of heesters zorgen voor meer beslotenheid van verblijfsruimtes en schermen dode plinten of parkeerterreinen af. Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

81

Ontwerprincipe “structurerende werking van beplanting”

Bermen met plaatselijk haagje t.b.v. meer beslotenheid aan de zijde van de woningen. De maat van de haag en de kleine bomen passen hier bij de relatief kleinschalige bebouwing. (Boerhaavewijk, Schalkwijk) 82

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

`Knooppunt´ van groenstructuren gemarkeerd met verbrede grasberm en bomencarré (Boerhaavewijk, Schalkwijk)

Heesters verhullen (bestaande) blinde gevels en markeren begin van straat (Boerhaavewijk, Schalkwijk)

• •

Grote boomgroepen geven een antwoord op de grote gebouwen aan de noordzijde van het Waddenpark. Beplanting in de openbare ruimte wordt op een robuuste, kloeke wijze toegepast. De beplanting in de openbare ruimte onderscheidt zich qua schaal en sortiment duidelijk van de ‘tuinachtige’ en meer kleinschalige beplanting in de collectieve tuinen.

Ontwerpprincipe “gelaagd beplantingsbeeld” Bomen in rijen en groepen, heesters en hagen worden gecombineerd. Er is een contrast tussen beplanting met een sterke structuur (lijnen, vakken, etc. ) en los geplaatse bomen of struiken.

Ontwerpprincipe “structurerende werking van beplanting” Beplanting reageert op de schaal van de architectuur en de maat van de ruimte. Grote boomgroepen passen bij de grootschalige flats. Kleinere boomgroepen en solitairen passen bij kleinschaliger blokken. Ontwerpprincipe “informeel - asymmetrie”: Straten hebben een asymmetrisch profiel met aan één zijde een brede berm. Strakke en meer losse beplantingsvormen worden veelal gecombineerd.

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

83

Terschellingpad aantrekkelijke groene route naar Europaweg

plintgroen

behoud huidig groen

huidige garageboxen weergegeven, maar kwaliteitsverbetering gewenst

gewenste verbetering: minder impact parkeren

Schetsontwerp uitsnede Europawegzone 84

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

aantrekkelijke groene route naar Europaweg groene wijkentree met rij oude platanen in brede berm

uitbreiding parkeerterrein t.b.v. Ymereflats, afscherming met haag en bosplantsoen

verlegging voetpad

behoud huidig groen

bomen en hagen op en rond parkeerterrein

6.2

Groene randen en entree van de wijk

Groenzone Europaweg en Groningenlaan De combinatie van de parkzone Europaweg (inclusief uitloper langs Groningenlaan) met hoge, solitaire gebouwen is beeldbepalend en karakteristiek voor de parkway Europaweg en de rand van Molenwijk. Behoud van de bestaande robuuste, groene kwaliteit en – veelal grote – bomen staat dan ook voorop. Daarbij is niet alleen het groen aan de zijde van de Europaweg van belang, maar ook dat de groene ruimte tussen de (solitaire) gebouwen door de wijk indringt tot aan het Waddenpark. De groenzone langs de Europaweg is met name aantrekkelijk voor een ommetje. Hier en aan de Zwemmerslaan liggen ook meerdere (bestaande) hondenlosloopplekken.

Parkeren en dode plint verscholen achter stevige haag (Engelandlaan Haarlem)

Om voor de flats van Ymere (ten oosten van Zuiderzeelaan) voldoende parkeerruimte te bieden is het nodig om achter deze flats extra parkeerplaatsen te maken. Dit gebeurt in aansluiting op het bestaande parkeerterrein en de garageboxen om de groene ruimte zo weinig mogelijk aan te tasten. Deze wijziging leidt er toe dat het bestaande voetpad moet worden verlegd. Het parkeerterrein bij de Ymereflats en aan de Groningenlaan wordt met bosplantsoen en hagen op zorgvuldige wijze ingepast in de groenzone. Ditzelfde geldt voor dode plinten en bestaande garages, voor zover deze niet kunnen worden getransformeerd of verwijderd. Rond en op het parkeerterrein aan de Groningenlaan, dat in de huidige situatie zeer open is en waar veel last is van hittestress, komen grote bomen.

Bestaand beeld Europaweg: brede bermen, afwisseling bosplantsoen en open plekken

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

85

Bouwstenen profiel Zuiderzeelaan-noord De bestaande oude, grote platanen dienen voldoende onder- en bovengronds groeiruimte te houden. De weergeven afstand tussen het nieuwe gebouw en de bestaande galerijflat is ruimtelijk nodig: voor een goede verhouding tot de hoge bouwvolumes en t.b.v. de ruimtelijke en functionele relatie tussen Waddenpark en groenzone Europaweg. Deze maat komt ongeveer overeen met de maat tussen de bestaande hoge gebouwen (25 à 27 m) in het oostelijk deel van de Europawegzone. De openbare ruimte aan weerszijden van het nieuwe gebouw dient een groene kwaliteit te krijgen, met bomen en een pad tussen Waddenpark en Europaweg. Kabels en leidingen, die zich in de huidige situatie ter plaatse van de nieuwbouw bevinden, moeten worden ingepast. Positie en ruimtebeslag vragen nader onderzoek.

86

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Zuiderzeelaan Bij dit schetsontwerp is als uitgangspunt gehanteerd dat het 50 km-regime en de inrichting van de Zuiderzeelaan grotendeels worden behouden. Kenmerkend is de middenberm met bomen met aan weerszijden een rijbaan en vrijliggende fietspaden. De Zuiderzeelaan maakt onderdeel uit van de Wijkbomenstructuur. Indien in de toekomst een 30 km-regime ingevoerd zou worden, dan biedt dit kansen om het verharde profiel te vernauwen en de groene kwaliteit te versterken. In dat geval wordt de barrièrewerking van de weg verminderd; het wordt eenvoudiger om langs de weg te stoppen of te parkeren en zowel de in- als uitrit van parkeervoorzieningen op de Zuidderzeelaan aan te sluiten.

Zwemmerslaan Herinrichting van de Zwemmerslaan maakt niet deel uit van dit PvEL, maar van het SPvE Zwemmerslaan. Het is de ambitie om de Zwemmerslaan om te vormen tot een smalle, 30 km weg met een groen karakter.

Samenhangend met het karakter van de Europawegzone heeft het noordelijk deel van de Zuiderzeelaan een breder en groener profiel dan het deel ten zuiden van het Waddenpark. De wijkentree wordt gemarkeerd door een bestaande rij oude platanen in brede berm naast een langgerekt, nieuw gebouw. Het is de wens om de (groene) uitstraling van de westelijke hoek van de Zuiderzeelaan te verbeteren. Dit kan alleen worden bereikt, wanneer het mogelijk wordt om de bestaande garageboxen te verwijderen/verplaatsen of te transformeren. Het profiel van de Zuiderzeelaan krijgt aan de oostzijde meer samenhang door de slinger uit het fietspad te halen. Hierdoor ontstaat er ook ruimte voor een parkeerstrook tussen weg en fietspad. Daarnaast wordt door de ruimte tussen fietspad en rijweg het oversteken van de weg gemakkelijker en veiliger. Ter hoogte van de route door het Waddenpark komt een nieuwe oversteek voor voetgangers en fietsers. De veiligheid van deze oversteek en de oversteek ter hoogte van de Amelandstraat zijn een aandachtspunt in de planuitwerking. De beplanting van de (kruidenrijke) berm moet hier laag worden gehouden. Daarnaast is het gewenst om het verhardingsvlak in de middenberm te minimaliseren.

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

87

*

brede groene verbinding van park naar Zwemmerslaan

multifunctionele verblijfsplek met speelveld

wadi met kruidenrijke vegetatie of vaste planten

p-terrein met bomen en hagen

parkpad voet-/fietpad

voorziening activeert park

haag schermt dode plint van flat af

multifunctionele verblijfsplek met bijvoorbeeld vijver

kop van park markante bestaande gebouwen met groep betaande grote bomen

wadi

kop van park ensemble van nieuwe bebouwing en collectieve (dak)tuin met bestaande grote bomen in zuidoosthoek

Speelaanleidingen in wadi (Siedlung Hardegg, Bern, ontwerp Rotzler Krebs) 88

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Betonpaden en ´bruggen’ over wadi’s dragen bij aan de identiteit van het park (Quirijnpark, Tilburg, ontwerp Karres Brands)

Speelveld als onderdeel van het park, tevens aantrekkelijke zitplek (Carlsberg byen, Kopenhagen, ontwerp Schønherr)

6.3

Waddenpark

Het centrale Waddenpark is een belangrijke verbindende ruimte en verblijfsgebied. Daarnaast speelt het park binnen de buurt een hoofdrol voor waterberging en ecologie. Kortom, hier moet een goede balans komen tussen de ecologische waarde en de verblijfsfunctie. Het park bestaat in de basis uit (kruidenrijk) gras met grote boomgroepen en struiken. Het park wordt rijk aan hoogteverschillen die van belang zijn voor de waterbergingsopgave en ook ecologisch interessant zijn. Het assortiment sluit aan bij het natte milieu (bijvoorbeeld els, wilg, populier, zachte berk, lijsterbes). De grote boomgroepen zijn ook een antwoord op de grote schaal van de aangrenzende gebouwen aan de noordrand. Waardevolle bestaande bomen worden zoveel mogelijk ingepast Het park leent zich voor rustig verblijf en nodigt uit tot bewegen en (informeel en formeel) sport en spel voor alle leeftijden. Dit betekent bijvoorbeeld genoeg bankjes, waar ouderen tijdens een wandeling even kunnen pauzeren en speel- en sportaanleidingen. In zowel het westelijk als oostelijk deel zijn twee grotere meer intensieve, multifunctionele verblijfsplekken: een sportveld met zitranden (en watertappunt) op de westelijke kop en een vijver in het oosten. Het sportveldje heeft een minimale maat van 15x25 m en vervangt het huidige veldje in Texelhof.

Zitplekken en spelen in het groen (Cruquiusgebied, Amsterdam)

Eén pad gaat in oost-west richting door het park en benadrukt de verbinding met de Groene Zoom. Vanaf alle zijden van de buurt takken er paden aan op dit centrale parkpad. Dit hoofdpad heeft een maat van ca. 3 m. Het is voetpad waar de fietser gebruik van kan maken, maar zich te gast voelt. De overgangen naar bebouwing met - vooralsnog dode - plinten en parkeerterreinen aan de noordzijde krijgen een groene uitstraling met hagen of heesterstroken en bomen tussen parkeerplaatsen. Vanzelfsprekend zou het voor de parkkwaliteit, zowel qua maat van de ruimte als de relatie met de bestaande flat, nog beter zijn als het parkeren tussen park en flat zoveel mogelijk wordt beperkt of komt te vervallen. Dit vraagt nader onderzoek in de volgende planfases. Aan de zuidkant van het park zijn twee verschillende typen overgangen. In het westelijk en middendeel staan de woningen direct aan het park (geen rijweg). Dit wordt versterkt door een smalle maat van het voetpad voor de woningen en door dit pad uit te voeren in hetzelfde materiaal als de overige parkpaden. In het oostelijk deel loopt een rijweg langs de woningen. Het profiel wordt zo smal mogelijk gehouden; dus geen parkeren langs de weg. Op een aantal plekken gaat een route naar een parkeerterrrein langs of door het park. Om de doorsnijdende werking van deze routes zoveel mogelijk te beperken worden deze

Bijzondere beplanting en/of een vijver versterken de identeit en verblijfswaarde van het park

Een vijver kan bijdragen aan de verblijfswaarde, naast de bebetekenis voor waterberging. (Monnikenhuizen Arnhem, bureau Lubbers)

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

89

Profiel bijzondere verblijfsplek, bijvoorbeeld met vijver, in oostelijk deel van Waddenpark, bij oostelijk bouwveld

Smalle straat tussen woningen en park in het oostelijk deel (Quirijnpark, Tilburg, ontwerp Karres Brands) 90

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Woningen met groene voorzones direct aan park in westelijk en middendeel (Quirijnpark, Tilburg, ontwerp Karres Brands)

`Groen` parkeerterrein aan noordwestkant van park

routes beschouwd als parkpaden waar de auto te gast is (woonerf/shared space). Voor de herkenbaarheid van het Waddenpark is het van belang dat inrichtingselementen, waaronder paden en meubilair, een eigen materialisatie en vormentaal krijgen. Betonpaden die als bruggen (platen) over de wadi’s gaan zijn kenmerkend. Ook kan de beplanting een rol spelen in het versterken van de eigen identiteit van het park als centrale ruimte van de buurt, die zich onderscheidt van straatbermen en van de meer generieke inrichting van de parkzone langs de Europaweg.

Profiel westelijk deel van Waddenpark, het breedste deel

Maatvoering park De parkruimte heeft een maat van ca. 30 tot ca. 55 m breed. De exacte maat is nog niet bepaald, want dit zal in samenhang met de uitwerking van de bebouwingswand aan de zuidkant gebeuren. Belangrijk is dat de ruimte van gevel tot gevel ter plaatse van de multifunctionele verblijfsplekken zo groot mogelijk wordt (45 à 55 m), waarbij de ‘netto-breedtemaat’ (in noord-zuidrichting) voor de verblijfplekken zelf minimaal 30 m breed is. Ter vergelijking: in de huidige situatie heeft het Vlielandhof van gevel tot gevel een maat van 55 m, waarbinnen de groene plek een maat heeft van 30 m (in noord-zuidrichting).

Profiel oostelijk deel van Waddenpark, het smalste stuk

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

91

Amelandstraat takt aan op Zwemmerslaan

nieuwe straat met bomenrij in wadi

grotendeels bestaande bomenrij berm verbreed voetpad zuidzijde rechtgetrokken

nieuwe bomenrij met haag in stoep

openbaar groen pad

Schetsontwerp uitsnede middenzone 92

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

centrale buurtplek herinrichting speelplein met meer groen

informele route

openbaar groen pad tussen Waddenpark, centrale speelplek en Frieslandlaan

beplanting / hagen in stoep

bestaande straat rijweg versmald, gebakken klinkers grotendeels bestaande bomen beplantiing meer divers

openbaar groen pad

6.4

Straten

In de nieuwe situatie wordt aan de straten direct gewoond. Omdat daarnaast de auto minder dominant wordt en de groene kwaliteit versterkt, worden de straten aantrekkelijk om door te lopen, in te spelen en aan te verblijven. Iedere straat heeft een asymmetrisch profiel met aan één zijde een brede berm en aan één zijde een extra brede speelstoep, die bij voorkeur ligt aan de meest zonnige zijde en aan de berm. Parkeren vindt zoveel mogelijk plaats aan de andere zijde van de straat, zodat de groene berm optimaal bijdraagt aan het straatbeeld. Iedere straat wordt ingericht met dezelfde bouwstenen en op basis van dezelfde principes. Zo ontstaat er één sterke sfeer en samenhang. Tegelijkertijd zijn er kleine variaties per straat, die voortkomen uit de context, een verschil in breedte, bezonning en al dan niet aanwezige bestaande beplanting. Hieronder worden eerst de algemeen geldende bouwstenen beschreven. Daarna volgt een beschrijving per straat.

Bouwstenen en principes voor alle straten: • Straatprofielen kenmerken zich door asymmetrie met aan één zijde een groene berm. • Beplanting met een structurerende werking wordt gecombineerd met beplanting met een losse opzet. • Bermen zijn minimaal 5 meter breed, wat nodig is voor grote bomen en om betekenis te hebben als ecologische ‘haarvaten’. • De nieuwe straten (zijstraat van Amelandstraat, westelijk deel van Waddenstraat) hebben een (minimale) breedtemaat van 18 m. Overige straten hebben een grotere breedtemaat, die is afstemd op de omgeving ( o.a. bebouwingshoogte, hiërarchische positie in structuur van openbare ruimte, routes), bestaande bomen, woonkwaliteit, bestaande kabels en leidingen en ecologische doelstellingen. • Straten die breder zijn dan 20 meter hebben aan beide zijden van de rijweg openbaar groen, met bij voorkeur ook aan beide zijden bomen (tenzij dit problematisch is vanwege bestaande kabels en leidingen).

Bouwstenen straten 1. Brede berm met gras, waar mogelijk verdiept, met bomen, in groepen of rij 2. Extra beplantingselementen: lijnen of blokken van hagen of heesters, bomen op straathoeken, bomenrij in stoep 3. Rijweg van gebakken klinkers, gewoonlijk met één parkeerstrook aan stenige zijde van straat 4. Stoepen van betontegels, aan één (zonnige) zijde extra speelbreed

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

93

Groene, actieve leefstraten

Hagen in de stoep; kunnen ook fietsenstalplekken en parkeerplaatsen afschermen 94

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Een gemeenschappelijke groenstrook voor de woningen draagt bij aan de groene kwaliteit van de openbare ruimte.

•

•

•

•

• •

•

Iedere straat heeft ten minste één rij van grote bomen (1e grootte), of een vergelijkbaar aantal in geval van groepsgewijze plaatsing van bomen. In geval van bestaande kleinere bomen worden deze aangevuld met bomen van de 1e grootte. Naast bomen en gras zijn er ook hagen en/of heesters in vakken of lijnen. De gelaagde opbouw ven de beplanting draagt bij aan de belevingswaarde, verblijfswaarde en ecologische waarde. Bermen, boomspiegels en plantvakken liggen verdiept of à niveau, zodat water van de aangrenzende verharding hier kan infiltreren. Bermen hebben zoveel mogelijk betekenis als wadi. Om technische redenen – bijvoorbeeld bestaande bomen – kan hiervan worden afgeweken. Stoepen hebben een minimale breedte van 2,5 m. Iedere straat heeft aan één zijde een extra brede “speelstoep” van ca. 3,5 m. Deze ligt bij voorkeur aan de zonnige kant van de straat. De hoogte van de bebouwing, het type straat en het (verkeerskundig) gebruik van de stoep kunnen reden zijn voor een bredere stoep. De rijweg is ca. 5 m breed. Wellicht is voor de Frieslandlaan een bredere rijweg van ca. 6 m gewenst, vanwege de aangrenzende voorzieningen. Langsparkeren is mogelijk aan één zijde van de rijweg, in een herkenbaar vormgegeven parkeerstrook. Deze parkeerstrook ligt in principe niet aan de zijde van de groene berm. Zo is het groen ook vanaf de rijweg beleefbaar.

Uitzondering op deze regel is het deel van de Waddenstraat dat door het Waddenpark loopt. Hier is geen parkeren langs de weg om het park optimaal tot zijn recht te laten komen. Daarnaast is een aantal plekken met (optioneel) dubbelzijdig parkeren aangewezen: het westelijk en zuidoostelijk deel van de Waddenstraat en de zuidzijde van de Frieslandlaan. Dit heeft te maken met de parkeeropgave voor bestaande woningen en de zeer royale maat van de profielen. Alle materialen, formaten, objecten, meubilair en armaturen, kleuren, bestratingsverbanden en -details zijn eenduidig (zie HIOR). Rijwegen en parkeervakken zijn van gebakken klinkers en trottoirs van grijze betontegels. Hiermee wordt het onderscheid tussen de hoofdwegen (Groningenlaan, Zuiderzeelaan, Zwemmerslaan) en de woonstraten versterkt t.o.v. de huidige situatie, waarin alle wegen binnen de buurt van asfalt zijn.

Amelandstraat De Amelandstraat wordt ontwikkeld tot een mooie entree naar en overgangsruimte tussen de twee buurten Hondsbos-Dever en Waddenbuurt. In lijn met de ligging tussen twee buurten heeft het profiel van de straat een asymmetrische opbouw met aan de zuidzijde een brede grasberm met bomenrij en een pad, en aan de noordzijde een trottoir met parkeerstrook, haag en bomenrij. Het pad aan de zuidzijde is een mooie groene route die leidt naar de Groene Zoom. Huidige verspringingen in het pad worden weggehaald, zodat het pad een rechte, lange lijn wordt, een herkenbare route en zichtlijn naar de Groene Zoom. Gaten in de bestaande bomenrij worden aangevuld en een paar bomen die buiten de rij vallen worden verwijderd. De grasberm krijgt een meer royale breedtemaat van ca. 5 meter, zodat deze ook in de toekomst voldoende ruim voor deze bomen blijft. Tussen het pad en de (bestaande) parkeerterreinen komt een haag, waardoor je tussen het groen loopt en het parkeren wordt afgeschermd. De onderbreking van de berm ter plaatse van de zijstraat Balgzand wordt geminimaliseerd. De huidige overgedimensioneerde asfaltrijbaan van 9 m breed wordt versmald tot 5 m met daarnaast een parkeerstrook, geheel van gebakken klinkers. Zo sluit de schaal beter aan op de buurt, in plaats van dat de straat als doorgaande weg oogt. Het voetpad aan de noordzijde van de straat wordt eveneens versmald.

Hier ontstaat ruimte voor een haag met bomenrij. Waddenstraat en Gaasterlandstraat De Waddenstraat heeft een geknikt verloop. Hierdoor en door verschillen in de omgeving en bestaande bomen ontstaan verschillende segmenten. Het westelijk deel vormt het verlengde van de Amelandstraat en krijgt hetzelfde profiel. De wegassen van beide straten worden in elkaars verlengde gelegd (in huidige situatie iets verschoven). Kenmerkend voor dit straatdeel is de rij bestaande essen die worden behouden. Het deel van de Waddenstraat dat aan het Waddenpark ligt heeft een zo smal mogelijk wegprofiel, zodat de ruimte voor groen en het contact hiermee zo optimaal mogelijk worden. Dit betekent: geen parkeerstrook en geen afvalcontainers aan de zuidkant van de weg. Het oostelijk deel van de Waddenstraat heeft aan beide zijden groen met extra brede bermen ( 7 à 8 m). HIerdoor is een grotere diversiteit aan beplanting mogelijk, met Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

95

Buurtplek biedt ruimte voor verschillende vormen van sport en spel, voor jongere en oudere kinderen, en is een leuke plek om te zitten. (Houthavenpark, Amsterdam)

96

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

bomen in een losse opzet, gecombineerd met hagen en/of lage heesters (in lijnen of vakken). Het gelaagde beplantingsbeeld en de royal breedtemaat verhogen zowel de ecologische waarde, wat van belang is voor een goede verbinding tussen Waddenpark en Molenburgpark, als de verblijfswaarde door een meer besloten gevoel vanuit de woningen bezien. In de Gaasterlandstraat worden de hoge flat (met dode plint) en het parkeerterrein aan de westzijde begeleid met een groenstrook van een gemengde inheemse haag in combinatie met vaste planten. Ter plaatse van de garage-opritten wordt deze groenstrook noodzakelijkerwijs onderbroken. De straat heeft aan de oostzijde een brede berm, die in het noordelijk deel verbreed van ca. 5 naar ca. 8 m. Deze verbreding houdt verband met kabels en leidingen en is daarnaast ook ruimtelijk interessant. De relatief lange rechte straat krijgt hierdoor een aantrekkelijker, meer afwisselend beeld. Frieslandlaan De Frieslandlaan heeft een vergelijkbare positie als de Amelandstraat binnen het ontsluitingsnetwerk en vanwege de ligging tussen buurten. Daarnaast is van belang dat de voorzieningen rond de Frieslandlaan mogelijk verder worden ontwikkeld, wat kan leiden tot extra verkeer.

Voor het profiel van de Frieslandlaan wordt op hoofdlijnen uitgegaan van verbreding van de strook bosplantsoen aan de zuidzijde van de weg en een parkeerstrook met ruimte voor laden en lossen aan de noordzijde en wellicht aan de zuidkant van de weg. In de stoep aan de noordkant komt een haag. Bomen zijn hier niet mogelijk vanwege bestaande kabels en leidingen (waaronder een hoogspanningsleiding).

6.5

Centrale buurtplek

In het midden van de buurt nabij de Waddenschool ligt een grote (bestaande, her in te richten) ontmoetings- en speelplek. Door verlegging van dit deel van de Waddenstraat komt deze plek meer prominent in de buurt te liggen. Het is de opgave om deze plek te versterken als multifunctionele buurtplek voor verschillende doelgroepen met een grotere groene kwaliteit en waterberging onder het speelveld. Een sportveldje (minimaal 15x25 m) maakt hier deel van uit. Samen met bewoners wordt de plek concreet ingevuld. Ontwikkeling van de voorzieningen rond de Frieslandlaan, wat niet deel uitmaakt van dit PvEL, kan ook bijdragen aan de versterking van deze centrale plek voor de buurt.

6.6

Groene paden

Op diverse plekken komen tussen de nieuwe bebouwing groene voetgangerspaden. Deze paden zijn van belang voor de doorwaadbaarheid van de buurt voor mens en dier. Uitgangspunt is dat deze paden logisch aansluiten op routes in de omgeving. De vormgeving varieert, maar elk pad wordt ten minste aan één zijde begeleid door een groene berm van minimaal 5 meter. De groene paden in de Europawegzone zijn het breedst vanwege de relatief hoge bebouwing in deze zone. In de middenzone zijn twee publieke paden, één in het westelijk deel en één in het oostelijk deel, die als onderdeel van de uitwerking van de bouwvelden worden ontworpen. Deze paden hebben een minimale maat van 2,5 m breed met daarnaast minimaal 5 m groen. In geval van herontwikkeling van de locatie van de Waddenschool kan overwogen worden om het voetpad, dat gelegen is aan de noordzijde van het terrein, naar het zuiden te verplaatsen, zodat deze in lijn komt te liggen met het trottoir van de Waddenstraat-West. Dit kan de informele west-oostroute door de buurt, die een aantal groene verblijfsplekken met elkaar verbindt, versterken.

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

97

98

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

7

Vervolg

7.1

Toekomstperspectief

Dit PvEL, inclusief het schetsontwerp voor de openbare ruimte, is op een realistische manier ingestoken. De kaders zijn zorgvuldig bepaald, waarbij de combinatie van kwantitatieve eisen (woningaantallen en bijbehorende parkeeropgave op basis van vigerende parkeernormen) en kwalitatieve eisen goed uitvoerbaar lijken. Ook is rekening gehouden met bestaande, te behouden eigendommen. Het schetsontwerp laat zien dat er binnen de kaders een goede kwaliteit kan worden gerealiseerd. Maar sommige ambities kunnen wellicht in de toekomst nog sterker vorm krijgen. Het gaat met name om de realisatie van het Waddenpark als centraal autoluw buurtpark waar direct aan gewoond wordt en het versterken van de wijkentree Zuiderzeelaan. Mocht er in de toekomst iets veranderen, dan zijn met name hier kansen voor verbetering: • Verkleinen of verwijderen van het omvangrijke parkeerterrein aan de noordkant van het park, in het westelijk deel. Dit werkt als barrière tussen enerzijds het bestaande flatgebouw en de nieuwe bebouwing op de locaties Grafische School en anderzijds het park. Hier zou het flatgebouw direct aan het park moeten staan. Het parkeren neemt daarnaast ook veel ruimte in beslag. Voor een goede zeggingskracht van dit parkdeel en vormgeving van de beoogde multifunctionele speelplek is een grotere ruimtemaat gewenst.

Wanneer in de toekomst de parkeerbehoefte vermindert, dan heeft deze plek de hoogste prioriteit in het verwijderen van parkeerplaatsen. • Versterken van de uitstraling van de wijkentree Zuiderzeelaan/Europaweg aan de westzijde. In het schetsontwerp is ervan uitgegaan dat hier een parkeerterrein met garageboxen blijft. Een parkeergarage op deze plek (in Ontwikkelvisie als kans benoemd) zou zowel een mooi alternatief zijn voor het parkeerterrein aan de parkzijde van de flat als de uitstraling van de buurtentree kunnen verbeteren. • Vermindering van het aantal en de impact van rijwegen door of direct langs het park. Met name wanneer de Zuiderzeelaan een 30 km regime zou krijgen, ontstaan er kansen om de barrièrewerking te verminderen. Weghalen van de

•

andere rijwegen, die leiden naar parkeerterreinen, wordt mogelijk wanneer de betreffende parkeerterreinen niet meer nodig zijn. De begane grond van de bestaande flatgebouwen aan de noordkant van het park is ingevuld met bergingen e.d.. Voor activering van het park en het benutten van deze wand op het zuiden, is het gewenst om in deze plinten woonfuncties en/of voorzieningen op te nemen.

Bij de uitwerking van het plan en ontwikkelingen in de verdere toekomst, die nu nog niet voorzien zijn, is het van belang te blijven streven naar middelen om het beoogde toekomstbeeld te realiseren.

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

99

7.2

Vervolgproces

De ontwikkeling doorloopt de fases van het Haarlems Ruimtelijk Planproces. Met het vrijgeven voor inspraak van het ontwerp Programma van Eisen van de Leefomgeving Molenwijk-Noord – Waddenbuurt zijn de belanghebbenden geïnformeerd over de concept kaders die de gemeente heeft opgesteld en hebben zij de mogelijkheid gekregen om een inspraakreactie te geven. Na het verwerken van de inspraakreacties en zienswijze van de raad is het PvEL door het college aangepast en vastgesteld. De uitgangspunten uit het PvEL worden meer gedetailleerd uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan en vervolgens vertaald naar een omgevingsplan. Op basis van het PvEL en het stedenbouwkundig plan wordt de anterieure overeenkomst opgesteld. Daarna wordt het inrichtingsplan van de openbare ruimte, de civieltechnische uitwerking en het ontwerp van de woningen gemaakt. Het project gaat uit van een gefaseerde ontwikkeling van oost naar west in drie fases. Daarbij wordt de mogelijkheid geboden aan bestaande bewoners vanaf de tweede fase direct door te verhuizen. Sloop/nieuwbouw start in het oosten in 2026 en eindigt in het westen in 2032. Terschellingpad 2 (locatie voormalige Grafische School) heeft een eigen planning vanaf het vaststellen van het omgevingsplan en kan zelfstandig ontwikkeld worden.

100 Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16788190/1