CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

17 Bijlage 13 bij bijlage 3 Programma van Eisen voor de Leefomgeving 10-06-25

commissie Ontwikkeling 16 april 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20:55 uur Molenwijk Noord Waddenbuurt -Stedenbouwkundig plan, Beeldkwaliteitplan, Inrichtingsplan, Anterieure Overeenkomst, Omgevingsplan (FR)23.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt Molenwijk-Noord juni 2025

Afdeling Omgevingsbeleid

CONCEPT

Colofon Dit Programma van Eisen voor de Leefomgeving is opgesteld door de gemeente Haarlem. Ontwerpteam gemeente Haarlem: Teake Bouma, stedenbouwkundige Sabine Geerlings, landschapsarchitect Procesmanagers gemeente Haarlem: Karin de Visser In samenwerking met vakdisciplines gemeente Haarlem: planeconomie, verkeer, ecologie, water en klimaat, wonen, planologie, duurzaamheid, civiele techniek. In samenwerking met Pré Wonen: Maartje Brandt Mark Smit (tot september 2024) Marcel Buis (vanaf juli 2024) M3H Architecten

2

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt Molenwijk-Noord

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

3

Spelregelkaart 4

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Samenvatting Dit Programma van Eisen voor de Leefomgeving is een uitwerking van de Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord, voor het deelgebied Waddenbuurt. Het voornemen van Pré Wonen om hier elf portiekflats te slopen en te vervangen door nieuwe woningen is aanleiding voor herstructurering van de openbare ruimte en bebouwing. Het doel is om het woningaanbod beter aan te sluiten op huidige en toekomstige behoeftes, woningen toe te voegen en een aangenaam groen en klimaatbestendig woonmilieu te ontwikkelen. Daarmee werken we aan doelen van de Omgevingsvisie: verdichten, vergroenen en vernatten, bevorderen van een gezonde leefomgeving, buurtgericht ontwikkelen en de mobiliteitstransitie. Bebouwing en buitenruimte krijgen een nieuwe, heldere opzet. Oude en nieuwe openbare ruimtes en gebouwen sluiten op een logische en prettige manier op elkaar aan. Alle schaalniveaus zijn met elkaar verbonden en zo ontstaat er een aaneenschakeling van plekken en structuren van woning tot landschap. Een fijnmazig weefsel van groene paden en straten zorgt voor verbetering van de verbindingen binnen de buurt en voor betere routes naar de omgeving, voor zowel mens als dier Centraal in de buurt komt een park. De langgerechte ruimte brengt eenheid in de buurt ‘over de Zuiderzeelaan heen’. Tevens legt het verbinding met de Groene Zoom.

Het Waddenpark nodigt uit tot beweging, ontspanning en ontmoeten en speelt een centrale rol voor waterberging- en infiltratie voor de hele buurt. De zone tussen het Waddenpark en de Europaweg kenmerkt zich door een reeks van hoge, markante gebouwen en een brede, lommerrijke groenzone. De bestaande verspringende blokken aan de Europaweg worden aangevuld met nieuwe gebouwen op de hoeken van de Zwemmerslaan en Zuiderzeelaan. De nieuwe ontwikkelingen versterken de oriëntatie van de wijk naar buiten en de entree tot de wijk met hoge bebouwing en groen. Tegelijkertijd wordt relatie gelegd met de achterliggend buurt, zowel qua schaal als oriëntatie. Tussen het Waddenpark en de bestaande buurten aan de zuidzijde van Amelandstraat en Frieslandlaan is een zone met helder gedefinieerde bouwpercelen met middelhoge en plaatselijk lage bebouwing. Deze bebouwing zorgt voor een tussenschaal, die bemiddelt tussen de grootschalige Europawegzone en de andere kleinschalige buurten

van Molenwijk. Kenmerkend zijn bouwpercelen die een duidelijke begrenzing vormen van de openbare ruimte. Gebouwen zijn met hun voorzijde naar de openbare ruimte georiënteerd. Binnen de bouwpercelen komen besloten gemeenschappelijke tuinen. Er zijn drie leidende thema’s in de ontwikkeling: 1. robuust en verbonden groen; 2. voortbouwen op en herinterpretatie van de karakteristiek van de naoorlogse stedenbouw en architectuur; 3. versterken van sociale interactie en gemeenschapszin: een uitnodigende openbare ruimte, een mix van bewoners/woningtypen en kleinschalige voorzieningen. Belangrijke kenmerken voor de naoorlogse stedenbouw waarop wordt voortgebouwd zijn: een open verkaveling met strokenbouw, ritmiek, samenhangende ensembles van gebouwen en buitenruimtes en een informele opzet van bebouwing en openbare ruimte. De herinterpretatie van de naoorlogse stedenbouw is in de eerste plaats gericht op de versterking van de relatie tussen bebouwing en openbare ruimte door een duidelijk onderscheid te maken tussen de voorzijde aan de straat en een meer besloten, private achterzijde en het maken van levendige plinten en overgangszones tussen gebouwen en openbare ruimte. In de openbare ruimte wordt de groene en ruime opzet gekoesterd, waarbij de belevingswaarde en gebruikswaarde voor voetganger en fietser wordt versterkt en er meer aandacht is voor de ecologische waarde.

De architectuur van de nieuwe woonbebouwing van de Waddenbuurt refereert aan de karakteristiek van collectiviteit van de naoorlogse architectuur: appartementengebouwen met gemeenschappelijke portieken, galerijen en gemeenschappelijke buitenruimtes. Daarbij is een menselijke schaal belangrijk, zodat een gevoel van eigenaarschap ontstaat. In aanvulling op het dominante woonprogramma dragen collectieve voorzieningen als kleinschalige bedrijfsruimtes en werkplekken, horeca en dienstverlenende functies bij aan levendigheid en contacten in de buurt en activering van het Waddenpark. Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

5

6

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Inhoudsopgave 1

Inleiding

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en opgave Plangebied  Eigendomssituatie Resultaat Leeswijzer

2

Gebieds- en beleidsanalyse

2.1 2.2

Gebiedsanalyse Beleid

3

Visie en hoofdstructuur openbare ruimte 

3.1 3.2

Hoofdstructuur en typering openbare ruimtes  Leidende thema’s

4

Bouwpercelen en gebouwen Bijlage A randvoorwaarden, eisen, wensen Bijlage B 31

4.1 4.2 4.3

Stedenbouwkundige ontwerpprincipes en de spelregelkaart Programma Beeldkwaliteit

5

Mobiliteit, duurzaamheid en milieu randvoorwaarden, eisen, wensen 57

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Mobiliteit Groen en ecologie Energie en circulair  Waterhuishouding Ondergrond en kabels & leidingen  Afval Milieu en omgevingsaspecten

9 9 11 13 13 13 15 15 17 21 21 27

31 49 51

6

Ontwerp openbare ruimte 

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

Ontwerpprincipes openbare ruimte  Groene randen en entree van de wijk Waddenpark Straten Centrale buurtplek Groene paden

7

Vervolg

7.1 7.2

Toekomstperspectief  Vervolgproces

81 81 85 89 93 97 97 99 99 100

Bijlages Gebiedsanalyse Proefverkavelingsplan (Pré Wonen, M3H Architecten) Bijlage C Parkeertelling en parkeerbehoefte bestaande, te behouden woningen Bijlage D Berekening groenpercentage Bijlage E Oppervlaktes eigendommen en bouwpercelen Bijlage F Doorsnedes schetsontwerp openbare ruimte

59 63 70 73 75 76 77

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

7

Impressie uit Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord (2022) 8

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en opgave

In de Waddenbuurt zijn grote ontwikkelingen op komst. Met name het voornemen van Pré Wonen om elf portiekflats te slopen en te vervangen door nieuwe woningen is ingrijpend. Daarnaast biedt de ontwikkellocatie van de voormalige Grafische School aan het Terschellingpad de kans om woningen toe te voegen. De buurt bestaat nu nog voor een substantieel deel uit verouderde woningen, schrale bebouwing en sleetse, anonieme buitenruimte. De schaal van het gebied en de omvangrijke sloop-/nieuwbouwopgave maakt een integrale aanpak van gebouwen en buitenruimte mogelijk. DIt Programma van Eisen voor de Leefomgeving vormt een uitwerking voor het deelgebied Waddenbuurt van de Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord. De Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord (vastgesteld door gemeenteraad 29 juni 2022) biedt handvatten om van Molenwijk-Noord de komende jaren een aangenaam groen en klimaatbestendig woonmilieu te maken, met een divers woningaanbod en passende voorzieningen. Daarbij wordt ingespeeld op bestaande kwaliteiten, zoals de ligging nabij de Groene Zoom en parken en de aanwezigheid van grote, volwassen bomen. Ook wordt de stadsbrede opgave om extra standplaatsen voor woonwagens te realiseren meegenomen in aansluiting op de huidige locatie met woonwagens aan de Amelandstraat.

Sloop De rechthoekige gestippelde blokken zijn de elf te slopen portiekflats, bestaande uit 264 appartementen en 176 inpandige parkeerboxen. De ontwikkellocatie aan Terschellingpad (voormalige Grafische school) is het gestippelde gebouw in de noordwesthoek van de buurt.

Op de voorgrond de bestaande te slopen portiekflats, op achtergrond te behouden galerijflat

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

9

Waddenstraat

Amelandstraat

Groningenlaan

Zuiderzeelaanslaan

Waddenstraat Waddenstraat

*

Gaasterlandstraat

Zwemmerslaan

Europaweg

Frieslandlaan

portiekflat (te slopen)

rijwoningen

galerijflat

woonwagens

voorziening

garageboxen

groen water rijweg met stoepen fietspad plangebied (globaal aangeduid)

Huidige situatie Molenwijk-Noord 10

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

1.2

Plangebied

De Waddenbuurt is een onderdeel van Molenwijk, één van de wijken van Schalkwijk, het naoorlogse stadsdeel in het zuidoosten van Haarlem. De buurt ligt ingeklemd tussen de Europaweg (hoofdweg van Schalkwijk) aan de noordzijde, de Zwemmerslaan aan de westkant, de Amelandstraat en Frieslandlaan aan de zuidkant en de Groningenlaan aan de oostkant. Het plangebied van dit PvEL is kleiner dan het gebied van de Ontwikkelvisie MolenwijkNoord. Het voorzieningen- en scholencluster rond de Frieslandlaan maakt geen deel uit van het voorliggend PvEL. Deze ontwikkeling wordt in een ander project onderzocht en uitgewerkt. Voor het gebied aan de westkant van de Zwemmerslaan is reeds een Stedenbouwkundig Porgramma van Eisen opgesteld. Op de kaarten hiernaast is het plangebied globaal aangeduid. De precieze plangrens is weergegeven in de spelregelkaart.

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

11

Huidige eigendommen

12

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

1.3

Eigendomssituatie

De woongebouwen met bijbehorende buitenruimtes in de Waddenbuurt zijn grotendeels in bezit van de woningbouwcorporaties Ymere en Pré Wonen. De torens aan de Waddenstraat/Groningenlaan en de meest westelijke flat aan de Europaweg/Texelhof zijn van VVE’s. De blokken met grondgebonden woningen zijn particulier eigendom. De ontwikkellocatie Grafische School/Terschellingpad is terrein van de gemeente Haarlem. De Hartekamplocatie aan de Amelandstraat/Terschellingpad is in bezit van een BV. Alle te slopen portiekflats (264 appartementen) met bijbehorende buitenruimte en 176 garageboxen zijn van Pré Wonen. De huidige eigendommen van Pré Wonen zijn relatief versprokkeld. Door herstructurering kunnen grotere ‘bouwpercelen’ worden gerealiseerd, die meer diversiteit in programma mogelijk maken.

1.4

Resultaat

Dit Programma van Eisen voor de Leefomgeving voor de Waddenbuurt omvat de kaders voor de ontwikkeling van bebouwing en openbare ruimte. Deze worden in de volgende planfase uitgewerkt in een Stedenbouwkundig Plan en Beeldkwaliteitsplan gemaakt. Een aanzet voor de beeldkwaliteitseisen is in dit PvEL gegeven. Dit PvEL is een uitgebreide variant: er is ook een schetsontwerp voor de openbare ruimte en een proefverkavelingsplan in opgenomen. Het schetsontwerp voor de openbare ruimte is enerzijds een verbeelding van de ambities en anderzijds legt het de benodigde maatvoering van de openbare ruimte en daarmee de contouren van de bouwpercelen vast. Het proefverkavelingsplan, gemaakt door Pré Wonen, is een illustratieve uitwerking en tevens een rekenmodel (m.b.t. programma en financiën).

1.5

Leeswijzer

De kern van dit PvEL staat in de hoofdstukken 4, 5 en 6 met de kaders voor de inrichting van de bouwpercelen en de openbare ruimte. Hoofdstuk 4 bevat de randvoorwaarden, eisen en wensen voor de invulling van de bouwpercelen. Hier staat de ‘spelregelkaart’ centraal. Hoofdstuk 5 geeft de randvoorwaarden, eisen en wensen voor mobiliteit, duurzaamheids- en milieuaspecten. Deze zijn zowel van toepassing op de openbare ruimte als op de bouwpercelen. Hoofdstuk 6 betreft het ontwerp van de openbare ruimte. Aan deze kaders liggen de gebieds- en beleidsanalyse (hoofdstuk 2) en de visie en hoofdstructuur (hoofdstuk 3) ten grondslag. In het hoofdstuk Visie en hoofdstructuur worden de nieuwe ruimtelijke structuur en de leidende ontwerpthema’s voor de hele buurt beschreven. In de bijlages zijn opgenomen: • Stedenbouwkundige analyse • Proefverkavelingstekening met maquettefoto’s • Parkeertelling • Berekening percentage groen en verharding • Profielen van de verschillende openbare ruimtes

Uitleg onderscheid randvoorwaarden, eisen, wensen Randvoorwaarden betreffen landelijke wetgeving (bijvoorbeeld de Omgevingswet) of regelgeving van andere instanties (bijvoorbeeld de Waterschapsverordening van Rijnland) waar de gemeente zich aan moet houden. Een project moet altijd voldoen aan deze randvoorwaarden. Eisen stellen kaders aan een project die voortkomen uit gemeentelijk beleid (bijvoorbeeld de Nota parkeernormen). Een project moet voldoen aan deze eisen. Afwijken van een eis kan alleen als er een gelijkwaardige oplossing voor gevonden wordt of dat het om goed onderbouwde redenen niet mogelijk is om aan de eis te voldoen. Wensen zijn ambities van de gemeente waar het project bij voorkeur aan voldoet maar die niet afdwingbaar zijn. De gemeente zal de ontwikkelende partijen vragen invulling te geven aan deze wensen en uitleg te geven als er niet aan voldaan kan worden.

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

13

kans: aanheling bebouwingsstructuur kans: verbeteren oriëntatie naar omgeving met nieuwe bebouwing kans: markering wijk- of stadsentree met hoogteaccent in bebouwing kans: verbeteren plinten kans: voetgangersroute behouden/versterken/toevoegen kans: verbetering inpassing parkeerterrein kans: verbetering groene kwaliteit en verblijfswaarde speelplek kwaliteit: bestaande groenzone kwaliteit: bestaande boomstructuur

Kansenkaart

Kans om van het Terschellingpad een mooie route tussen Amelandstraat en Europaweg te maken. 14

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Kans om de relatie tussen de woongebouwen en de openbare ruimte te verbeteren.

Kwaliteit bestaande behouden.

groenzone

aan

Europaweg

2

Gebieds- en beleidsanalyse

2.1

Gebiedsanalyse

De Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord benoemt dat de uitdagingen en kansen voor de Waddenbuurt liggen in de combinatie van ruimtelijk-functionele en sociaal-maatschappelijke aspecten. Hiervan wordt hieronder een samenvatting gegeven. In de bijlage is een uitgebreide stedenbouwkundige en sociaal-maatschappelijke analyse opgenomen. Ruimtelijke knelpunten, kwaliteiten en kansen Hoewel de omgeving van de buurt vele kwaliteiten heeft, zorgt de introverte en onsamenhangende opzet ervoor dat de buurt weinig aansluiting heeft met de omgeving. In de buurt ontbreken duidelijke, logische routes die een verbinding vormen met de omliggende wegen en groengebieden. De Waddenstraat slingert door de buurt, de Amelandstraat eindigt aan de kant van de Zwemmerslaan met een keerlus en voetpaden zijn lokale ‘doorsteken’ of hebben het karakter van een achterpad. Dit laatste geldt ook voor het Terschellingpad, dat op zich – bij uitzondering – wel een heldere verbindingslijn is tussen Amelandstraat en Europaweg. De brede groenzones met hoge bebouwingsschijven aan de noord- en oostkant van Molenwijk dragen bij aan het groene, lommerrijke beeld van Schalkwijk, maar tegelijkertijd ligt hierdoor de rest van de buurt als het ware verscholen achter deze rand.

De herontwikkeling van de hoeken van de Europaweg met de Zuiderzeelaan en Zwemmerslaan biedt de potentie om deze te ontwikkelen als entrees tot Molenwijk respectievelijk Schalkwijk met hoogteaccenten in de bebouwing en daarbij ook meer verbinding te leggen met de achterliggende buurt. De openbare ruimte is ruim van opzet, maar voelt anoniem en relatief stenig ondanks het vele groen. Dit komt doordat flatgebouwen op de begane grond er gesloten uitzien met garageboxen en bergingen, koud tegen de stoep staan en vaak met hun zijkant of achterkant aan straten en plantsoenen. Slechts op een paar plekken vormt plintgroen een zachtere overgang of is de afwerking van de plint meer verbijzonderd. De openbare ruimte nodigt hierdoor niet uit tot verblijf, bewegen en ontmoeten. De overmaat aan verharding, grotendeels ingericht voor de auto, versterkt dit.

In de buurt is zowel een tekort aan formele als informele ontmoetingsplaatsen, waaronder een centrale plek om samen te komen. Met name de Zuiderzeelaan, de Amelandstraat en Waddenstraat-west en de plantsoenen hebben waardevolle boomstructuren (rijen en groepen). Daarnaast is de groenzone langs de Europaweg en Groningenlaan als geheel als waardevol te beschouwen. De woongebouwen hebben weinig architectonische expressie gekregen en de nadruk ligt meer op de repetitie van één en hetzelfde gebouwtype. Wonen, werken en voorzieningen De Waddenbuurt heeft hoofzakelijk een woonfunctie, met een groot aandeel flatwoningen (ruim 90%) en gemiddeld lage WOZ-waarde. De buurt zal ook na herontwikkeling een woonbuurt blijven, maar met een grotere diversiteit aan woningtypes en wat meer woningen in een hoger segment. Het faciliteren van bevolkingsgroepen met een hoger inkomen kan ertoe leiden dat er nieuwe dynamiek ontstaat in de buurt waar bestaande bewoners van mee kunnen profiteren. Echter, hiervoor is het niet voldoende om enkel woningen toe te voegen. Ook andere ingrepen – zoals in de voorzieningen en openbare ruimte – zijn nodig om ervoor te zorgen dat sociale structuren worden opgebouwd en bewoners een gemeenschap kunnen vormen.

Daarbij is het van belang dat er binnen de buurt een centrale plaats komt, waar bewoners samenkomen, verblijven, elkaar (spontaan) kunnen ontmoeten of een kop koffie kunnen drinken.

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

15

Raamwerk Ontwikkelvisie Molenijk-Noord De zwarte stippellijn geeft het plangebied van dit PvEL Waddenbuurt globaal weer. 16

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

2.2

Beleid

2.2.1

Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord

De Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord, in juni 2022 vastgesteld, vormt de belangrijkste basis voor de ontwikkeling van de Waddenbuurt. De visie biedt handvatten om van Molenwijk-Noord de komende tien jaar een aangenaam groen woonmilieu te maken, met een divers woningaanbod en passende voorzieningen. Water en groen zijn van belang tegen hittestress, voor waterberging en voor een activerende, aantrekkelijke leefomgeving voor jong en oud. In de Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord is de toekomstige hoofdstructuur van de Waddenbuurt bepaald. Bebouwing en buitenruimte krijgen een nieuwe, heldere opzet, die sterk verbinding legt met de omgeving. Centraal in de buurt komt een park, dat eenheid brengt in de buurt ‘over de Zuiderzeelaan heen’ en verbinding legt met de Groene Zoom. Het Waddenpark nodigt uit tot beweging, ontspanning en ontmoeten en speelt een centrale rol voor waterberging- en infiltratie voor de hele buurt. Nieuwe bebouwing zorgt voor een tussenschaal, die bemiddelt tussen de grootschalige Europawegzone en de andere kleinschalige buurten van Molenwijk. Nieuwe ontwikkelingen aan de parkway Europaweg versterken de oriëntatie van de wijk naar buiten en de markante entree tot de wijk met hoge bebouwing en groen. In het volgende hoofdstuk wordt de ruimtelijke hoofdstructuur meer uitgebreid beschreven.

Conceptkaart uit Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord

Structuurkaart uit Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

17

Ontwerpuitgangspunten uit Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord

Zonering binnen Molenwijk en binnen Waddenbuurt qua stedenbouwkundige kenmerken en schaal

Kamstructuur brengt samenhang in buurt

Strakke bebouwingspatronen in Waddenbuurt Vrije compositie aan Zwemmerslaan 18

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Verbinding met omliggende groengebieden en buurten

Helder gedefinieerde stedelijke plekken in Waddenbuurt versus landschap Groene Zoom

Oriëntatie naar omgeving Wijkentrees aan Europaweg

Markante bebouwingsreeks aan Europaweg

Goede overgangen openbaar- privé

2.2.2

Omgevingsvisie Haarlem 2045

De Omgevingsvisie 2045 (vastgesteld januari 2022) verbindt beleidsopgaven vanuit verschillende beleidsdomeinen met elkaar op het gebied van mobiliteit, wonen, duurzaamheid, groen, economie, sociaal, cultuur, klimaatadaptatie, etc. De Omgevingsvisie bevat daarmee het belangrijkste beleid van de gemeente en bepaalt de ontwikkelrichting voor de komende jaren. De Haarlemse identiteit en de nieuwe trends en ontwikkelingen – op het gebied van globalisering, duurzaamheid, circulariteit, vernieuwende technologische ontwikkelingen – vormen samen de Haarlemse opgaven. Om deze ruimtelijke opgaven in goede banen te leiden zijn er zes strategische keuzes gemaakt: • Mengen en verdichten • Buurtgericht ontwikkelen • Vergroenen en vernatten • Bevorderen gezonde leefomgeving • Ruimte voor de energietransitie • Mobiliteitstransitie Samen met twaalf speerpunten geeft de omgevingsvisie een integrale ontwikkelrichting van de stad voor 2045 weer. Voor de Waddenbuurt zijn in de omgevingsvisie geen specifieke ambities benoemd, maar de zes strategische keuzes zijn evengoed van toepassing op deze ontwikkeling. Zoals uit de Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord blijkt zijn de uitdagingen hier groot en valt er dus veel te winnen door de opgave integraal te benaderen vanuit de zes strategische keuzes.

Door in de buurt te verdichten en de diversiteit aan woningen en voorzieningen te vergroten - met meer aandacht voor één- en tweepersoonshuishoudens -, gebouwen en openbare ruimte te vergroenen en te verduurzamen, de auto minder te faciliteren en bewegen te stimuleren geven we alle zes de strategische keuzes een plek binnen deze ontwikkeling en dragen we bij aan de ambities van de stad. De schaal van het gebied en het gegeven dat er meerdere initiatieven spelen maken een integrale aanpak van gebouwen en buitenruimte mogelijk. Daarbij wordt ingespeeld op bestaande kwaliteiten, zoals de ligging nabij de Groene Zoom en parken en de aanwezigheid van grote, volwassen bomen.

2.2.3

Overig relevant beleid en convenanten

Hieronder is een overzicht opgenomen van ander beleid dat van belang is voor de ontwikkeling van de Waddenbuurt. Bij de beschrijving van de spelregels wordt dit beleid geconcretiseerd. Ook wordt er veelal verwezen naar deze beleidsstukken. Bij de planontwikkeling wordt altijd gekeken naar de meest actuele beleidsuitgangspunten. • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Woonvisie 2021-2025: Doorbouwen aan een duurzaam (t)huis Richtlijn Duurzaam Bouwen Strategisch plan Klimaatadaptatie (2022) Stedelijk Waterplan 2024-2033 Adviesrapport klimaatbestendige Nieuwbouw (MRA) Groenbeleidsplan (2022) Economische visie Haarlem Nota grondprijsbeleid (2018) Nota Ruimtelijke Kwaliteit Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR) Mobiliteitsbeleid 2021 en uitvoeringsagenda Nota Parkeernormen (2023 ) Beleidsregel bergingen nieuwe woongebouwen Haarlem 2018 Nota Hoogbouwprincipes Agenda voor Sport 2020+ Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs 2019-2022 Ecologisch beleidsplan Natuurbescherming Nota kaders en instrumenten sociale huur en middensegment Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) Convenant Toekomstbesstendige woningebouw Convenant houtbouw

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

19

1

3 2

Structuur nieuwe Waddenbuurt verbonden met omgeving Wijzigingen t.o.v. Ontwikkelvisie 1. Groene invulling van park, geen singel 2. Waddenstraat verlegd naar westen, groene plek deel van bouwperceel 3. Waddenstraat van noord- naar zuidzijde van park 20

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

3

Visie en hoofdstructuur openbare ruimte

3.1

Hoofdstructuur en typering openbare ruimtes

In de Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord is de toekomstige hoofdstructuur van de Waddenbuurt bepaald. Hierop wordt dan ook voortgebouwd in dit PvEL. Ten opzichte van de Ontwikkelvisie is er ook een aantal kleine aanpassingen, die aan het eind van deze paragraaf worden benoemd. Bebouwing en buitenruimte krijgen een nieuwe, heldere opzet. Alle schaalniveaus zijn met elkaar verbonden en zo ontstaat er een aaneenschakeling van plekken en structuren van woning tot landschap. De Waddenbuurt is geen ideaal naoorlogs plan dat in één periode en op basis van één stedenbouwkundig concept is ontworpen, waardoor er vanaf het begin een gebrek aan samenhang was tussen bebouwing, wegen en groene ruimtes. Dit werd verder versterkt door latere toevoegingen van gebouwen. In de nieuwe stedenbouwkundige opzet krijgen bestaande elementen opnieuw betekenis, wat zorgt voor een betere samenhang tussen gebouwen en openbare ruimte. Tegelijkertijd blijft de intrinsiek hybride opzet van bebouwing, infrastructuur en openbare ruimte erin doorklinken. Centraal in de buurt komt een park. De langgerekte, in oost-westrichting gelegen ruimte, brengt eenheid in de buurt ‘over de Zuiderzeelaan heen’. Tevens legt het verbinding met de Groene Zoom. Het Waddenpark nodigt uit tot beweging, ontspanning en ontmoeten en speelt een centrale rol voor waterberging- en infiltratie voor de hele buurt.

De zone tussen het Waddenpark en de Europaweg kenmerkt zich door een reeks van hoge, markante gebouwen en een brede, lommerrijke groenzone. Deze groenzone dringt ook tussen de gebouwen door de buurt in. Het bestaande bebouwingspatroon van verspringende blokken aan de Europaweg wordt aangevuld met nieuwe gebouwen op de hoeken van de Zwemmerslaan en Zuiderzeelaan. De nieuwe ontwikkelingen aan de parkway Europaweg versterken de oriëntatie van de wijk naar buiten en de markante entree tot de wijk met hoge bebouwing en groen. De nieuwe bebouwing legt tegelijkertijd

Hiërarchie van het netwerk

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

21

Ontwerpprincipes

22

Centraal buurtpark brengt éénheid in buurt en verbindt met omgeving. Hoofdroute auto Amelandstraat-Waddenstraat (langs i.p.v. door park).

Aanvulling bebouwingsreeks groenzone Europaweg.

Complementeren bestaande blokken rijtjeshuizen (achterkanten tegen achterkanten).

Eén karakter van overige gebouwen in middenzone.

Buurtgerichte voorzieningen - medisch, kantoorruimte, koffietentje,...

Parkeerterreinen t.b.v. bestaande flats Omzoomd door groen (bosplantsoen, hagen)

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Helder gedefinieerde bouwpercelen middenzone met straten.

Bebouwing binnen bouwperceel oriënteert zich naar openbare ruimte.

Actieve, groene overgangen openbaar-privé

Collectieve binnentuinen in de grote bouwvelden.

Parkeren nieuwbouw ingepakt door nieuwe bebouwing en haag

Bestaande groenzone Europaweg + verspreide mooie bomen geven kwalieit aan nieuwe ontwikkeling (nieuwe bebouwing, nieuwe openbare ruimte en binnenterreinen)

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

23

Typering buitenruimte • verschillende schaalniveaus: van hof (blokniveau) tot landschap • verschillende gebruikswaarden worden met elkaar gecombineerd.

wijkpark

hoofdweg stadsdeel

buurtpark

landschap

wijkontsluiting

buurtplek

wijkpark

24

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

ook een relatie met de achterliggend buurt, zowel qua schaal als oriëntatie. Tussen het Waddenpark en de bestaande buurten aan de zuidzijde van Amelandstraat en Frieslandlaan is een zone met helder gedefinieerde bouwpercelen met middelhoge en plaatselijk lage bebouwing. Deze nieuwe bebouwing zorgt voor een tussenschaal, die bemiddelt tussen de grootschalige Europawegzone en de andere kleinschalige buurten van Molenwijk. Deze zone is in de Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord benoemd als “middenzone”. Kenmerkend zijn bouwpercelen die een duidelijke begrenzing vormen van de openbare ruimte. Gebouwen zijn met hun voorzijde naar de openbare ruimte georiënteerd. Binnen een aantal grote bouwpercelen komen besloten groene, gemeenschappelijke tuinen. Deze plekken lenen zich bijvoorbeeld als speelplek voor kleine kinderen, voor moestuinieren, fruitbomen of om aan een picknicktafel te eten. Oude en nieuwe openbare ruimtes en gebouwen sluiten op een logische en prettige manier op elkaar aan. De schaal en typologie van bebouwing en de oriëntatie van bebouwing ten opzichte van de openbare ruimte spelen hierbij een rol.

landschap > park > verwaaierde groene ruimtes

In de hele buurt zorgt een fijnmazig weefsel van groene paden en straten voor verbetering van de verbindingen binnen de buurt en voor betere routes naar de omgeving, voor zowel mens als dier Er zijn vele mogelijkheden voor een ommetje of een hardlooprondje, waarbij je voor de deur al kunt beginnen. In de nieuwe opzet is een aantal straten verlegd ten opzichte van de huidige situatie, zodat een helderder structuur ontstaat en de buurt beter wordt verbonden met de omgeving. De nieuwe zijstraat van de Amelandstraat ligt in lijn met het Terschellingpad. Zo wordt deze route tussen Amelandstraat en Europaweg herkenbaarder in de buurt en ook sociaalveiliger. De Amelandstraat zelf wordt (weer) aangesloten op de Zwemmerslaan. Dit zorgt voor sterkere verbinding met de Zwemmerslaan en Groene Zoom. In het oostelijk deel heeft de Waddenstraat deels een nieuwe plek gekregen. Komende vanaf de Zuiderzeelaan is de eerste knik naar het oosten verplaatst. Hiermee wordt bereikt dat de centrale speelplek en voetgangersroute tussen Waddenpark en Frieslandlaan minder verstopt komen te liggen. Daarnaast zorgt deze wegverlegging

Huidige opzet: los geplaatste blokken zonder duidelijke defintie van straten en plekken

hiërarchieloze openbare ruimte versnipperd groen/parkeren anonimiteit en eenzaamheid

Nieuwe opzet: open verkaveling met duidelijker onderscheid voor- en achterzijde

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

25

Ruimtetypes 26

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

ervoor dat de weglengte langs het Waddenpark wordt verkleind. Ook maakt de verlegging van de knik een groter bouwperceel tussen Zuiderzeelaan en Waddenstraat mogelijk. De ruimere maat biedt in de uitwerking meer mogelijkheden voor een kwalitatief goede invulling. Bij het Waddenpark is de Waddenstraat verplaatst van de noord- naar de zuidkant. Hierdoor kan de zonnige noordkant van het park meer verblijfskwaliteit krijgen. Wijzigingen ten opzichte van Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord Ontwerpend, financieel, programmatisch en technisch onderzoek na vaststelling van de Ontwikkelvisie hebben geleid tot een aantal aanpassingen ten opzichte van de Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord, die passen binnen de basisgedachtes van de visie: • Het Waddenpark krijgt een groene inrichting met wadi’s en geen singel. In de Ontwikkelvisie was reeds aangegeven dat de technische en financiële haalbaarheid van de watergang nog moest worden onderzocht. Uit dit onderzoek is gebleken dat de singel niet haalbaar is. Dit wordt veroorzaakt door de noodzaak van een kademuur aan één zijde vanwege de beperkte aanwezige ruimte en door de grote hoeveelheid kabels en leidingen die het water zouden moeten kruisen. Bijkomende voordelen van een groene inrichting van het Waddenpark zijn, dat bestaande bomen en speelactiviteiten beter kunnen worden geïntegreerd in het park.

• Het tracé van de Waddenstraat langs het park is gewijzigd. De Waddenstraat is verlegd van de noord- naar de zuidkant van het Waddenpark. Hierdoor heeft deze straat minder impact op de parkruimte en blijft de zonnige kant van het park autovrij. • De eerste knik in de Waddenstraat, komende vanaf de Zuiderzeelaan, is iets naar het oosten verschoven. Hierdoor ontstaat er een ruimer bouwveld aan de oostkant van de Zuiderzeelaan. Dit is wenselijk om (maaiveld)parkeren binnen het bouwveld in te kunnen passen, zonder dat de bebouwingsopzet uiteenvalt en blokken erg kort worden. • Samenhangend met de verlegging van de Waddenstraat, kan het Zevenwoudenplantsoen niet worden behouden. • Het oppervlak openbare ruimte is verminderd. Daartegenover staat dat collectieve tuinen binnen (vergrote) bouwpercelen worden opgenomen.

3.2

Leidende thema’s

Naast de hoofdstructuur, die is omschreven in de vorige paragraaf, zijn er drie leidende thema’s in de ontwikkeling, die met elkaar een relatie hebben: • robuust en verbonden groen; • voortbouwen op en herinterpretatie van de karakteristiek van de naoorlogse stedenbouw en architectuur; • versterken van sociale interactie en gemeenschapszin: een uitnodigende openbare ruimte en minder anoniem wonen. Robuust en verbonden groen Het groen van het maaiveld is continu rond en door de hele buurt heen. Een fijnmazig netwerk van groene ruimtes, brede bermen en groene overgangszones legt verbinding met belangrijke groenstructuren in de omgeving, waaronder de Groene Zoom. Groene verbindingen zijn essentieel voor flora en fauna en ook voor mensen is het aantrekkelijk om zich langs groene routes te bewegen. Door een robuuste maat van het groen, en door de auto hieraan ondergschikt te maken, wordt de ecologische, gebruiks- en belevingswaarde versterkt en kan de buitenruimte klimaatbestendig worden ingericht. Bestaande bomen zijn hier vanzelfsprekend een belangrijk onderdeel van. In aanvulling op de stevige parkrand aan noord- en oostkant van de buurt, wordt het Waddenpark de groene hoofdas binnen de buurt die tevens ruimte biedt voo r waterberging.

Voortbouwen op en herinterpretatie van de karakteristiek van de naoorlogse stedenbouw en architectuur Belangrijke kenmerken voor de naoorlogse stedenbouw waarop wordt voortgebouwd zijn: een open verkaveling met strokenbouw, ritmiek, samenhangende ensembles van gebouwen en buitenruimtes en een informele opzet van bebouwing en openbare ruimte. Dit laatste betekent bijvoorbeeld asymmetrische profielen ruimtes en structuren die in elkaar grijpen, dat wil zeggen: overgangen zijn geen harde grenzen, maar ´overlappend´. De herinterpretatie van de naoorlogse stedenbouw is in de eerste plaats gericht op het bereiken van een menselijke maat en de versterking van de relatie tussen bebouwing en openbare ruimte door een duidelijk onderscheid te maken tussen de voorzijde aan de straat en een meer besloten, private achterzijde te maken en het maken van levendige Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

27

Leidende thema’s: Herinterpretatie tuinwijk + gemeenschapszin versterken

Robuust, verbonden groen

Uitnodigende openbare ruimte: ruim en groen, voor jong en oud, ontmoeten en bewegen

Relatie wonen-openbare ruimte, van voordeur tot landschap 28

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Zicht op straat: wonen in plint, collectieve ruimtes, mix woningtypes

plinten. In de openbare ruimte wordt de groene en ruime opzet gekoesterd, waarbij de belevingswaarde en gebruikswaarde voor voetganger en fietser wordt versterkt en meer aandacht is voor de ecologische waarde. De architectuur van de nieuwe woonbebouwing van de Waddenbuurt refereert aan de karakteristiek van collectiviteit van de naoorlogse architectuur: appartementengebouwen met gemeenschappelijke portieken en galerijen en gemeenschappelijke buitenruimtes. Daarbij is een menselijke schaal belangrijk, zodat een gevoel van eigenaarschap kan ontstaan. Versterken van sociale interactie en gemeenschapszin: een uitnodigende openbare ruimte en minder anoniem wonen De openbare ruimte en gebouwen – in het bijzonder de plinten - richten we zodanig in dat het de sociale interactie stimuleert, uitnodigt tot ontmoeten en verblijven en sociaalveilig voelt. De invulling van de plint met entrees en leefruimtes aan de straatzijde, ééngezinswoningen en (collectieve) voorzieningen dragen bij aan het contact met de openbare ruimte. Privé- of collectieve buitenruimtes zorgen voor een graduele overgang tussen openbaar en privé en nodigen zo uit tot verblijf en sociale interactie. Terwijl je in de huidige situatie de overgang tussen appartement en openbare ruimte als een harde overgang ervaart, heb je straks het gevoel dat de openbare ruimte het verlengstuk is van je eigen woning.

Je woont op een herkenbare plek, waarmee je verbinding voelt. De straten zijn in de eerste plaats aangename ruimtes voor fietser, voetganger en om aan te wonen. De auto is minder in het straatbeeld aanwezig. In aanvulling op het dominante woonprogramma dragen buurtgerichte voorzieningen als kleinschalige bedrijfsruimtes en werkplekken, horeca en dienstverlenende functies bij aan levendigheid en contacten in de buurt en activering van het Waddenpark. Om een gevoel van eigenaarschap te creëren, wordt samen met toekomstige bewoners de invulling van bepaalde plekken bepaald. Met name de multifunctionele verblijfsplekken en de binnentuinen lenen zich hiervoor goed.

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

29

Spelregelkaart

30

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

4

Bouwpercelen en gebouwen randvoorwaarden, eisen, wensen

Dit hoofdstuk bevat de randvoorwaarden, eisen en wensen (zie definitie in Inleiding) voor de invulling van de bouwpercelen. Centraal in dit hoofdstuk staat de spelregelkaart, die hiernaast is opgenomen. De eerste paragraaf behandelt stedenbouwkundige ontwerpprincipes en -aspecten, zoals oriëntatie, hoogtes en rooilijnen, die zijn weergegeven in de spelregelkaart. De tweede paragraaf beschrijft het programma, de derde paragraaf de beoogde beeldkwaliteit. Spelregels met betrekking tot mobiliteit, duurzaamheid, techniek en milieu zijn opgenomen in het volgende hoofdstuk. De spelregels omvatten ook op hoofdlijnen regels uit beleidsdocumenten. Bij de vergunningsaanvraag dient de ontwikkelende partij evenwel altijd te controleren of er volledig wordt voldaan aan alle beleidskaders en daarnaast kan het gebeuren dat het beleid ten tijde van de vergunningsaanvraag niet meer actueel is. Een vergunningsaanvraag wordt altijd getoetst aan het dan geldende beleid.

4.1

Stedenbouwkundige ontwerpprincipes en de spelregelkaart

4.1.1

Gebouwensembles

•

•

•

repetitieve en samenhangende bouwstenen. De middenzone bestaat uit eenvoudige bouwvolumes, die haaks op en parallel aan perceelgrenzen zijn geplaatst, in noord-zuid- en oost-westrichting. Lange rechthoekige bouwvolumes (stroken- en schijvenbouw) benadrukken dit orthogonale patroon. Twee kleinere ensembles binnen de middenzone bestaan uit een duo van bestaande jaren ‘80 rijwoningen en nieuwe rijwoningen. De bestaande woningen worden geïntegreerd in het nieuwe ensemble. De nieuwbouw, met voorgevels gericht naar de openbare ruimte, sluit aan qua typologie, maat, schaal, hoogte en kapvorm. De Europawegzone wordt als één ensemble beschouwd, met ruimte voor hogere bouwvolumes (torens) als markante elementen en herkenbare entrees tot de wijk en het stadsdeel.

In de Waddenbuurt streven we naar een herkenbaar stedenbouwkundig en architectonisch concept dat zowel de bestaande identiteit respecteert als een nieuwe identiteit tot stand brengt. Daarnaast moet het concept bijdragen aan een woonomgeving die sociale interactie en gemeenschapszin bevordert, en een grotere diversiteit aan woonvormen mogelijk maakt. Eisen: • •

Gebouwen maken deel uit van een specifiek ensemble: de middenzone, de Europawegzone, of het ‘duo van bestaande en nieuwe rijwoningen’. Binnen elk ensemble wordt gestreefd naar een grote architectonische samenhang, waarbij een harmonieus en rustig geheel ontstaat door gebruik van

Ensembles

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

31

Relatie bebouwing - openbare ruimte Deze afbeelding toont hoe ensembles worden ontworpen rondom specifieke openbare ruimtes, zoals straten, wijkentrees en het centrale wijkpark, in plaats van zich uitsluitend te richten op het bouwperceel zelf. 32

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

4.1.2

Gebouwen in relatie tot openbare ruimte en bestaande bebouwing

Om een samenhangend geheel te creëren tussen gebouwen en openbare ruimtes worden beiden in samenhang ontworpen. Het kan voorkomen dat gebouwen deel uitmaken van verschillende ontwikkelfases en/of door verschillende ontwerpers worden ontworpen. Dan is het maken van een samenhangend ontwerp een extra aandachtspunt.

Eisen: •

•

•

• •

Gebouwen worden in samenhang met de openbare ruimte ontworpen. Rekening wordt gehouden met het type openbare ruimte, zoals: woonstraat, buurtpark, wijkontsluiting en wijkpark of wijkrand. ◦ Zowel het dwarsprofiel als de opbouw in de lengterichting van de straat of groenzone worden meegenomen in het ontwerp. ◦ Kenmerken zoals maat, schaal, hoogte, ritmiek, kapvorm en beeldkenmerken zorgen voor samenhang tussen de gebouwen en de omgeving. ◦ Er is een wisselwerking tussen de gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld bij een verspringing in het bouwperceel. ◦ Formele en symmetrische vormgeving worden vermeden. Losheid in gebouwconfiguratie en asymmetrie zijn kenmerkend, wat aansluit bij de naoorlogse architectonische taal. De bebouwing rondom de gehele centrale parkruimte moet als een samenhangend geheel worden ontworpen, afgestemd op de buitenruimte en bestaande gebouwen. De bebouwing moet rekening houden met bezonning en de verbinding met achterliggende bebouwing. De schaal moet bij het buurtpark passen, en een lange strakke parkwand moet worden vermeden. De invulling van de bouwvelden aan het park draagt bij aan activering van deze centrale groene ruimte, met aandacht voor entrees tot woningen en/of collectieve buitenruimtes en voorzieningen. De nieuwe ontwikkeling zorgt voor een logische inbedding van bestaande bebouwing.

Waar de situatie nu onsamenhangend is, wordt deze verbeterd. Nieuwe gebouwen en buitenruimtes sluiten op een logische en prettige manier aan op bestaande bebouwing binnen de buurt. Hierbij wordt onder meer gedacht aan schaal, bezonning, typologie, rooilijn en oriëntatie.

•

•

De plint vormt de verbindende laag tussen het woongebouw en het straatniveau. Deze heeft een levendige uitstraling die bijdraagt aan een sociale, veilige en aangename openbare ruimte Kopgevels hebben een open karakter een levendige functie met deuren en ramen (geen dode gevels).

Middelen voor goede parkwand Een goede parkwand kenmerkt zich door doorwaadbaarheid met openingen tussen blokken op maaiveldniveau, ruime multifunctionele verblijfsplekken in het park en gevelverschuivingen (staffels) om variatie te creëren. Architectonische elementen zoals open trappenhuizen breken lange blokken, terwijl leefruimtes, balkons en galerijen aan de noordwand de aantrekkelijkheid vergroten.

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

33

Europawegzone Nieuwe gebouwen zijn onderdeel van het hoogbouwensemble aan groenzone Europaweg. Daarnaast zijn ze onderdeel van wijkentrees.

34

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Parkruimte De bebouwing aan de centrale parkruimte is één ontwerpopgave, en wordt in samenhang met het ontwerp van de openbare ruimte en de bestaande gebouwen beschouwd. Aandachtspunten zijn schaal, bezonning en verbinding met de ‘achterliggende’ bebouwing en buitenruimtes.

80

m 10

0m

30

0m 80

m

15

0m

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

35

Straatruimte Bestaande en nieuwe gebouwen begeleiden in grote mate de straatruimte. De opzet van de bebouwing en openbare ruimte is gewoonlijk asymmetrisch. Er is een wisselwerking tussen de inrichting van de openbare ruimte en de bebouwing. In lange straten zitten verspringingen in de ruimte en de gebouwen.

36

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Wensen: • Om de verbinding tussen de openbare ruimte en het programma in de bestaande flats te versterken, is er de wens om de begane grond (plint) van deze flats te transformeren van parkeergarages en bergruimtes naar woonruimtes en/of sociale voorzieningen. De plint fungeert als een verbindende laag tussen het woongebouw en de openbare ruimte en kan een levendige uitstraling krijgen die bijdraagt aan een sociale, veilige en aangename leefomgeving.

Wensen: • Het kan voorkomen dat het voor de (efficiënte) invulling van een bouwperceel, bijvoorbeeld vanwege beukmaten, het handig is om de grenzen van de bouwpercelen iets te wijzigen. In dat geval wordt bepaald of dat mogelijk is binnen de uitgangspunten van de openbare ruimte. Aandachtspunten hierbij zijn onder meer: samenhang binnen doorgaande structuren/routes, inpassing van bestaande kabels en leidingen, de inrichtingsprincipes van de openbare ruimte.

4.1.4 4.1.3

Bouwpercelen en bebouwingspercentage

De bouwpercelen, die zijn weergegeven in de spelregelkaart, zijn de stukken grond waarop de nieuwe bouwprojecten door ontwikkelaars en wooncorporaties worden gerealiseerd. De bouwpercelen komen voort uit de nieuwe stedenbouwkundige structuur en zijn het complement van de benodigde (minimale) ruimte voor de beoogde openbare ruimte (zie hoofdstuk 6 Ontwerp openbare ruimte). Daarbij is ook rekening gehouden met de mogelijkheid of wenselijkheid om bestaande kabels en leidingen en bomen in de openbare ruimte te behouden. Tegelijkertijd bieden de bouwpercelen voldoende ruimte voor de ontwikkeling van de nieuwe bebouwing. De bouwpercelen hebben een heldere, rechtlijnige opzet.

Eisen: • •

Bouwvlakken, rooilijnen en gevelzones

Nieuwe bouwontwikkelingen inclusief hun private en collectieve buitenruimtes, waarop dit PvEL betrekking heeft, bevinden zich binnen de bouwpercelen. In de spelregelkaart is in een aantal bouwpercelen een maximaal bebouwingspercentage aangegeven. Bij de berekening van dit percentage worden bijgebouwen en parkeergarages meegerekend. Het bebouwingspercentage geeft aan welk aandeel van het bouwperceel maximaal bebouwd mag worden en wordt berekend door de footprint van de bebouwing te delen door de bouwperceeloppervlakte en het resultaat te vermenigvuldigen met 100 om een percentage te verkrijgen.

Binnen de bouwpercelen zijn bouwvlakken aangeduid waarbinnen nieuwe gebouwen mogen worden gerealiseerd. De uiterste bouwgrens wordt bepaald door deze vlakken. De spelregelkaart toont bouwvlakken, rooilijnen en gevelzones.

Eisen: •

•

• •

•

•

Rooilijnen geven de exacte lijn aan waar de voorgevel moet worden geplaatst om een rechte gevel langs de straat te waarborgen. Rooilijnen moeten strikt worden gevolgd. Gevelzones bieden flexibiliteit voor de positie van de voorgevel binnen een zone van 4,5 meter, voor een genuanceerde straat- of parkwand. De voorgevel moet in zijn geheel parallel aan de perceelgrens worden geplaatst, waardoor een rechte lijn ten opzichte van de straat wordt gewaarborgd. De voorgevel van een gebouw is bij voorkeur één rechte lijn, tenzij in de spelregelkaart een nuancering van dit principe is aangeduid. Als op de spelregelkaart “rooilijn 80% resp. 40% te bebouwen” staat, moet minimaal 80% resp. 40% van deze lijn bebouwd zijn, zowel op de begane grond (plint) als daarboven. Als op de spelregelkaart “gevelzone 60% te bebouwen” staat, moeten voorgevels minimaal 60% van de perceelgrens volgen, zowel op de begane grond (plint) als daarboven. Uitbouwen, erkers, en andere architectonische elementen die uitsteken ten opzichte van de voorgevel mogen niet verder dan 1,8 meter buiten de rooilijn of gevelzone uitsteken en hebbeneen maximale breedte van 4 meter. Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

37

N N Deelgebied west 38

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Deelgebied oost

4.1.5

Publieke routes door grote bouwpercelen

In de grote bouwpercelen komen groene publieke paden voor de doorwaadbaarheid van de buurt, een aantrekkelijk netwerk voor voetgangers en een fijnmazig ecologisch netwerk. De exacte positie van deze paden is nog niet bepaald om flexibiliteit te bieden voor het stedenbouwkundige plan te bieden. De maatvoering en inrichting van deze routes moeten uitnodigend zijn voor gebruik en logisch aansluiten op het bestaande en nieuwe voetpadenstelsel. Het streven is dat deze routes aangenaam, uitnodigend en veilig zijn, met een combinatie van voetpad en groen die bijdraagt aan een prettige omgeving. De inrichting wordt bepaald zowel in samenhang met de openbare ruimte als met de aansluitende buitenruimte van het bouwperceel.

Eisen: •

• •

Eisen: • •

• Binnen het grote westelijke en oostelijke bouwperceel (bouwperceelnummer 2 en 6) moeten aantrekkelijke, publiek toegankelijke voetpaden worden gerealiseerd die logisch aansluiten op de omgeving. De locatie op de spelregelkaart is indicatief. De minimale breedte van deze routes bedraagt 7,5 meter, bestaande uit een groenstrook van minimaal 5 meter en een voetpad van circa 2,5 m. Deze routes zijn in principe altijd publiek toegankelijk. Wanneer er geen voordeuren aan het pad zijn gelegen, is het mogelijk dat het pad tussen zonsondergang en -opgang wordt afgesloten.

•

•

•

Gebouwen volgen de orthogonale structuur van het stratenpatroon, met oriëntatie in noord-zuid en oost-west richting. De gebouwen (stroken) binnen een bouwperceel hebben een open opzet (koppen en strekken). De minimale afstand tussen een kop en een strek is 9 meter. In deze tussenruimte mag de begane grondlaag van haaks op elkaar staande gebouwen soms worden verbonden, mits de minimale afstand van 9 meter op de verdiepingen wordt gehandhaafd en op een zodanige manier dat de verbonden gebouwen individueel herkenbaar blijven. Onder meer vanwege ecologische relaties is het niet gewenst om het merendeel van de gebouwen binnen een bouwperceel met elkaar te verbinden. Gebouwen oriënteren zich naar de omliggende openbare ruimtes met entrees, raampartijen en leefruimtes. Binnen een bouwperceel moeten de gebouwen voldoende dicht bij elkaar staan om een duidelijke ruimtelijke eenheid te vormen. De afstand tussen naburige gebouwen mag daarom niet te groot worden. Kopgevels steken iets uit ten opzichte van de langsgevel (minimaal 1,5 m), waardoor zij meer opvallen en een grote, formele aaneenschakeling van wanden wordt voorkomen. Achterkanten van bouwpercelen, dat wil zeggen zijden die niet grenzen aan de openbare ruimte, worden ook zorgvuldig vormgegeven.

Wensen: • Extra routes door de hoven die bijdragen aan de noord-zuidrelaties op buurtniveau zijn gewenst (bijvoorbeeld naar horeca aan het park, naar speelen verblijfsplekken, naar voorzieningencluster rond Frieslandlaan). 4.1.6

Bebouwingsopzet

De opzet van de bebouwing kenmerkt zich door een open verkaveling (strokenbouw), waarmee wordt voortgebouwd op de identiteit van de naoorlogse stedenbouw. Daarbij wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de voorzijde aan de openbare ruimte (straat, park) en een meer besloten, private achterzijde. Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

39

Bouwhoogtes (in lagen)

40

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

4.1.7

Bouwhoogte

De bouwhoogtes worden afgestemd op de specifieke kenmerken van verschillende delen van de buurt. Op hoofdlijnen bemiddelt de bebouwing in de middenzone tussen de bouwhoogtes van zuidelijker gelegen buurten van Molenwijk en de hoogbouw langs de Europaweg, variërend van drie tot vijf verdiepingen. Langs de Europaweg zijn hogere gebouwen in de vorm van torens mogelijk op de hoeken van de Zwemmerslaan en Zuiderzeelaan, die de entrees tot Schalkwijk en Molenwijk markeren en herkenbaar zijn vanaf grotere afstanden. De op de spelregelkaart aangegeven hoogten van gebouwen zijn exclusief dakranden en eventuele installaties op het dak.

Eisen: • •

• • • • •

Gebouwen in de middenzone zijn drie tot vijf bouwlagen, met uitzondering van zuidoostelijke hoek van de buurt, waar zeven lagen mogelijk is. Langs de zuidkant van het Waddenpark is de bouwhoogte van gebouwen die parallel aan het park zijn gepositioneerd maximaal vier lagen om schaduwvorming in het park te beperken en de ruimte niet te benauwd te maken. Aan de zuidkant van bouwpercelen met een binnentuin is de bouwhoogte beperkt tot vier lagen om schaduwvorming binnen het bouwveld te beperken. Gebouwen direct achter bestaande eengezinswoningen uit de jaren ‘80 zijn twee lagen hoog en kap. Gebouwen aan de Europaweg hebben een maximale hoogte van 11 bouwlagen (hoek Zuiderzeelaan) respectievelijk 13 bouwlagen (hoek Zwemmerslaan). De hoogteaccenten in de Europawegzone moeten minimaal 80% van de maximale hoogte bedragen. De minimale hoogte van de rest van de nieuwbouw (Europawegzone en middenzone) mag niet meer dan één bouwlaag lager zijn dan de maximale hoogte.

Wensen: • Gebouwen direct achter bestaande eengezinswoningen hebben bij voorkeur aan de achterzijde de goot op de eerste laag en aan de voorzijde op de tweede laag conform de aangrenzende bestaande woningen.

4.1.8

Overgangszone openbaar-privé

Gebouwen hebben privé- of collectieve buitenruimtes die de overgang naar de openbare ruimte vormen. Deze zones zorgen voor een zachte overgang, bevorderen sociale interactie, en veiligheid en dragen bij aan het karakter van de buurt met ecologische en esthetische waarde. De vormgeving van deze zones past zich aan aan de context, zoals de architectuur, de inrichting van de openbare ruimte, zonligging en de functies van de plint. De breedte varieert meestal van 1,5 tot 3 meter, met op sommige plekken een vereiste voortuin van minimaal 3 meter.

Eisen: • •

•

• • •

•

De perceelgrenzen die aan de openbare ruimte liggen hebben gewoonlijk verplichte overgangszones, zoals op de spelregelkaart is weergegeven. Overgangszones hebben een minimale maat van 1,5m tussen de voorgevel van het gebouw en de erfgrens. Soms is een grotere maat vereist, zoals weergegeven in de spelregelkaart. Tuinen zijn een specifiek type overgangszone: deze hebben minimaal 3 meter ruimte tussen de voorgevel van het gebouw en de bouwperceelgrens en worden aan de zijde van de openbare ruimte (en eventueel tussen de woningen in) begrensd door een haag. Tuinen zijn vereist bij rijwoningen en bij gebouwen in de middenzone die aan een stoep zonder brede berm zijn gelegen. In alle overgangszones zijn groenelementen opgenomen, zoals klimplanten, groenvakken met gevarieerde beplanting en hagen. De overgangszone is herkenbaar als private ruimte. Het ontwerp van overgangszones heeft relatie met kenmerken van het gebouw en de openbare ruimte. Overgangszones moeten zodanig worden ontworpen dat ongewenste situaties, zoals het stallen van rommel, worden voorkomen. De woningplattegrond maakt gebruik van de overgangszone aannemelijk. Leefruimtes liggen bijvoorbeeld aan de straatzijde en hebben directe toegang tot de overgangszone.

Wensen: • Overgangszones worden zo ontworpen dat bewoners enige vorm van privacy ervaren, bijvoorbeeld door dwarshagen, plantenbakken of nissen. Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

41

Haag als erfafscheiding draagt bij aan het groene beeld van de straat (Kolenkitbuurt Amsterdam) 42

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Overgangszone openbaar-privé nodigt uit tot verblijf en sociale interactie en geeft enige privacy.

Fraaie, uitnodigende poort naar binnentuin.

•

• •

4.1.9

De overgangszones worden soms volledig als collectieve groene ruimte ingericht, bijvoorbeeld op plaatsen waar zich geen leefruimtes in de plint bevinden. De inrichting nodigt uit tot het toevoegen van privé-groen, bijvoorbeeld met constructies voor klimplanten of een plantenbak. Vergroot de overgangszone aan het park bij bouwperceel 2 om een ruimere maat voor het park te creëren, een rijkere overgang tussen park en woongebouw te bewerkstelligen, en een minder aaneengesloten parkwand te realiseren.

• •

Collectieve binnenhoven

Binnen de grotere bouwpercelen (bouwperceelnummer 2, 4, 6) bevinden zich collectieve binnenhoven. Dit zijn gemeenschappelijke buitenruimtes die hoofdzakelijk betekenis krijgen als gemeenschappelijke tuin en waar ondergeschikt parkeerruimte kan worden geboden.

Eisen: •

•

Collectieve binnenhoven zijn gemeenschappelijke buitenruimtes die hoofdzakelijk betekenis krijgen als gemeenschappelijke tuin.

• •

•

• • Haag tussen woningen draagt bij aan privacy.

De indeling van de gebouwen, de binnentuin en eventuele parkeerruimte worden in samenhang ontworpen met als doel de kwaliteit van deze buitenruimte en de gebruikswaarde zo groot mogelijk te maken. Binnenhoven hebben een hoofdzakelijk groene inrichting met verblijfskwaliteit. Uitgangspunt is dat het totaaloppervlak groen in het plangebied niet afneemt ten opzichte van de huidige situatie. Hiervoor is het noodzakelijk in de grote bouwpercelen met binnenhof (bouwperceelnummer 2, 4, 6) in totaal ten minste 20% maaiveldgroen (t.o.v. het oppervlak van het bouwperceel, inclusief publieke doorgangen) te realiseren. Een hoger percentage dan 20% kan nodig zijn wanneer er meer verharding in de openbare ruimte nodig is dan in dit PvEL is verondersteld (zie bijlage). Maaiveldgroen betekent dat het niet verhard is (geen dakgroen en geen halfverharding of grasstenen of iets dergelijks) zodat regenwater kan infiltreren in de bodem. Binnenhoven zijn in principe van zonsopgang tot -ondergang publiek toegankelijk, maar je voelt dat je ‘privéterrein’ betreedt. Toegangen tot de hoven worden duidelijk herkenbaar. De toegangen en afscheidingen worden integraal en hoogwaardig ontworpen met het ontwerp van de buitenruimte en de bebouwing. Dit kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd met een poort, een sierhekwerk, een muurtje in combinatie met een haag, een haag met een hek, of een pergola.

Binnenhoven geven een gevoel van geborgenheid en veiligheid voor zowel bewoners als bezoekers. Overlast van bijvoorbeeld ongewenst publiek en anonimiteit dient te worden voorkomen door: ◦ een overzichtelijke inrichting van de binnenhoven; ◦ voldoende toezicht van bewoners vanuit woningen op de binnenhoven; ◦ een beperkt aantal goed controleerbare toegangen tot de binnenhoven, die ‘s avonds afsluitbaar zijn; ◦ door de bewoners gevoelsmatig eigenaar te maken van de binnenhoven. Bestaande bomen, die een goede conditie hebben, worden zoveel mogelijk geïntegreerd in de inrichting van het binnenterrein. Bewoners betrekken bij inrichting en/of beheer van de binnentuin, zodat er een gevoel van verantwoordelijkheid en betrokkenheid onstaat, wat bijdraagt aan zowel de leefbaarheid als de sociale verbondenheid binnen de gemeenschap.

Programma van Eisen voor de Leefomgeving Waddenbuurt

43

Hof: gemeenschappelijke tuin, huiskamer en parkeervoorziening Het hof biedt een gemeenschappelijke tuin, huiskamer en parkeervoorziening, met aandacht voor verblijfskwaliteit, een entree aan de openbare ruimte, semi-openbare afsluitbaarheid, een compacte parkeervoorziening per bouwperceel, en groen met enkele grote bomen.

De hof is een rustige, groene verblijfsplek met ‘tuinachtige’ beplanting. 44

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Een mooi hek met poort werkt zowel uitnodigend als beschermend.

Bewoners worden betrokken bij de inrichting en het beheer van de binnentuin.

4.1.10

Vormgeving parkeren binnen de bouwpercelen

dat parkeerkoffers gemiddeld circa 20 à 22 parkeerplaatsen groot kunnen zijn bij een dubbele rij haaksparkeervakken. In de twee grote bouwpercelen (bouwperceelnummer 2, 4) in het westen en midden van de buurt mag maximaal één compacte parkeerkoffer (maaiveldparkeren) per bouwperceel worden opgenomen. In het grootste bouwperceel in het oosten van het plangebied zijn drie parkeerkoffers toegestaan. Parkeerkoffers bevinden zich tussen de gebouwen met de korte zijde aan de straat. De parkeerkoffers hebben een maximale breedte van een rijweg met aan weerszijden haaksparkeerplaatsen. De parkeerkoffer wordt achter de rooilijn gepositioneerd. Parkeerkoffers worden omzoomd met een robuuste, groene afscheiding, zoals een haag, aan alle vier de zijden. Dit draagt bij aan het groene straatbeeld en zorgt ervoor dat auto’s grotendeels uit het zicht van de openbare ruimte blijven. In plaats van een parkeerkoffer is een semi-gebouwde parkeervoorziening mogelijk, die tegen de achterzijde van een gebouw is geplaatst of er deels onder. Deze parkeervoorziening dient architectonisch te worden vormgegeven als verlengstuk van het gebouw en als hoogwaardige wand van de binnentuin. Daarnaast dient er een ruimtelijke en functionele relatie gelegd te worden tussen het gebouw en de binnentuin, zodat het gebruik van de binnentuin wordt gestimuleerd.

In geval van een (semi)gebouwde parkeervoorziening is het uitgangspunt dat deze wordt afgeschermd van de openbare ruimte door middel van architectonisch geïntegreerde afscherming die harmonieert met het aangrenzende gebouw. Toegangen tot parkeervoorzieningen dienen zorgvuldig geplaatst te worden om verstoring van de openbare ruimte te voorkomen, bij voorkeur niet in zichtlijnen van straten en niet dicht tegen de hoek van een gebouw (min. 12m tot de hoek).

Er worden in de middenzone twee typen parkeervoorzieningen onderscheiden. Enerzijds komen er intensieve parkeervoorzieningen, die in meer of mindere mate een gebouwd karakter kunnen hebben. Aanvullend zijn er in de middenzone in de grotere bouwpercelen (met een binnenterrein) groene parkeerkoffers mogeljk. Bij het meest westelijke bouwperceel in de Europawegzone is (semi-)gebouwd parkeren het uitgangspunt. Voor het nieuwe gebouw op de hoek Zuiderzeelaan is dit ook een optie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16788190/1